Bij emigratie ontvangt u geen contanten, direct afrekenen zal dus voor liquiditeitsproblemen kunnen zorgen. De (conserverende) aanslag die bij emigratie wordt opgelegd hoeft dan ook niet direct te worden betaald. Er loopt op dit moment een procedure bij de Rechtbank Zeeland - West Brabant over de rechtmatigheid van heffing door Nederland. De Rechtbank heeft prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad, deze vragen gaan over de reparatiewetgeving welke Nederland heeft ingevoerd. In deze casus wordt een conserverende aanslag verstrekt aan een DGA die naar Frankrijk is geëmigreerd. Er wordt een conserverende aanslag opgelegd over zijn pensioen en lijfrente-aanspraken. De aanslag is opgelegd op grond van Nederlandse wetgeving maar waarschijnlijk in strijd met de goede verdragstrouw. Het wachten is thans op deze uitspraak die voor veel mensen die met pensioen en / of een lijfrente gaan emigreren van belang is. Met name bij oudere belastingverdragen kan dit ervoor zorgen dat de conserverende aanslag ten onrechte is opgelegd.
Loon van € 1,8 miljoen belastingvrij in Nederland ?
Hof Arnhem-Leeuwarden maakt € 1.868.988 niet belastingvrij door een vrijstelling, maar door het genietingsmoment: een onvoorwaardelijk recht op aandelen is loon in het jaar waarin het onvoorwaardelijk wordt, ook als de aandelen nooit worden geleverd en het recht jaren later in geld wordt afgewikkeld. Omdat dat moment in 2003–2005 lag, toen de werknemer in het VK woonde, had Nederland geen heffingsrecht.
De € 151.920 uit de latere regeling was wel belast: daar ging het om een geldaanspraak met aandelen als rekengrootheid, aangevuld met een verkoopbonus. In dit artikel behandelen wij een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 8 september 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:5877). In de eerdere procedure bij de Rechtbank Gelderland d.d. 26 augustus 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:7273) wordt de inspecteur nog in het gelijk gesteld.
Dit is zo'n uitspraak waar je op vrijdag middag voor gaat zitten !
Genietingsmoment bonus en te late aanslag
Belanghebbende woont van 2002 tot 2011 als non domiciled resident (fiscaal gunstige regeling) aan de andere kant van noordzee in het VK. In 2002 tot en met 2005 (verschillende afspraken) wordt aan de werknemer een participatie toegekend. In 2011 pak hij zijn koffers en verhuist naar Nederland. Vanaf 2011 tot 2024 woonde hij in Nederland en werkte voor een Nederlandse onderneming (vaste inrichting) en later voor een Nederlandse BV (Holding). In 2016 wordt de groep verkocht aan een buitenlandse koper. De werknemer ontvangt januari 2017 van (een groepsmaatschappij van) zijn werkgever € 1.868.988, beide bedragen worden niet in de aangifte inkomstenbelasting opgenomen. Toch hoeft hij daarover in Nederland geen inkomstenbelasting te betalen. De sleutel is het genietingsmoment.
- Volgens het hof was de betaling de afwikkeling van een onvoorwaardelijk recht op (levering van) aandelen dat al in 2003, 2004 en 2005 was verkregen.
- Het loonvoordeel was toen al genoten – en de werknemer woonde toen in het Verenigd Koninkrijk. Een latere geldbetaling ter afwikkeling van dat recht is dan geen nieuw loon meer.
- Tegelijk laat dezelfde uitspraak zien hoe dun het ijs is. Een tweede betaling van € 151.920 uit een later "share scheme" werd wél belast, omdat het hof daarin geen echt recht op aandelen zag maar een geldaanspraak met de aandelen als rekengrootheid, aangevuld met een bonus bij verkoop.
- Conclusie van het hof: € 151.920 is belast in 2016 (in Nederland) en € 1.868.988 is onbelast (resp is eventueel belast in het VK).
De fiscale les van deze uitspraak
Voor DGA's, (minderheids)aandeelhoudende managers en internationale werknemers is de uitspraak een les in drie dingen:
- kwalificatie van het recht (aandeel, optie of SAR),
- het moment van onvoorwaardelijk worden, en
- het bewijs.
Waar gaat het fiscaal mis voor de belastingdienst
De zaak draait om één vraag: wanneer wordt het loon genoten? Wie die vraag goed beantwoordt, bepaalt ook in welk land en onder welk regime wordt geheven. Maar hoe is dit in de wet geregeld?
- Loon is alles wat uit een dienstbetrekking wordt genoten, in geld of in natura (artikel 10 Wet Loonbelasting)
- Loon wordt genoten wanneer het wordt betaald, verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend wordt, of wanneer het vorderbaar en inbaar wordt. Voor een geldaanspraak, zoals een SAR of gratificatie, is dat in de regel het moment van betaling.
- Recht op (levering van) aandelen – geen bijzondere regeling: volgens de normale regels is het loon genoten zodra het recht onvoorwaardelijk wordt, ongeacht of en wanneer wordt geleverd (Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2024:1463, voor de liefhebber rechtsoverweging 3.5.2).
- Niet de waarde van het optierecht is loon, maar het voordeel bij uitoefening of vervreemding. Sinds 1 januari 2023 schuift het genietingsmoment door naar het moment waarop de aandelen verhandelbaar worden, met keuzemogelijkheid voor heffing bij uitoefening (Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten), huidig artikel 10a Wet Loonbelasting. Vóór 2005 werden opties nog bij toekenning of onvoorwaardelijk worden belast, dat speelt dus in deze casus.
- Eeen buitenlandse belastingplichtige wordt alleen belast over Nederlands inkomen; loon uit in het VK verrichte arbeid in 2003–2005 valt daar niet onder (artikel 2.3 en 2.4 / 7.2 Wet inkomstenbelasting).
- Loon is belastbaar in de werkstaat. Het OESO-commentaar (artikel 15) wijst equity-beloningen toe naar de periode waarin de arbeid is verricht die het voordeel "verdient".
Noot fiscaal jurist inzake heffingsmoment
De uitspraak is correct en fiscaaltechnisch zuiver, maar wel sterk feitelijk. Het resultaat "€ 1,8 miljoen belastingvrij" volgt niet uit een vrijstelling, maar uit een timing- en jurisdictie-effect: het loon viel in jaren waarin Nederland niet mocht heffen, dit nog onder de oude optieregeling wetgeving. Het Hof heeft eerst bepaald wat het recht is (aandeel, optie, SAR, bonus), dan pas wanneer het genoten wordt. Het hof volgt die volgorde consequent.c De afwikkeling in geld verandert de kwalificatie niet (onder het oude recht).
Wij vinden wel opvallend dat niet alleen de waarde in 2003–2005 onbelast blijft, maar ook de waardestijging tot 2016, dit is wel consequent maar over de waardeontwikkeling had het ook anders kunnen luiden.
Bij een gewone aandeelhouder valt die later in box 2 of box 3. De werknemer had feitelijk de waarde van de aanspraak vanaf 2011 in box 3 moeten opnemen (moment emigratie naar Nederland). De inspecteur heeft dit kennelijk niet gezien (in ieder geval niet aan de orde gesteld). Ook wordt niet gerept over een mogelijke 12 jaars termijn die hieruit volgt, dit had voor de heffing ook geen verschil mogen maken.
Dunnetjes vonden wij ook het bewijs voor de transacties in 2004 en 2005, hiervoor was geen schriftelijke vastlegging, een verklaring van de oud directeur (chairman zoals dit zo mooi wordt genoemd) is kennelijk voldoende. De inspecteur heeft deze verklaring ook niet betwist, dit had bij een scherpere benadering wellicht nog een verschil kunnen maken (kantelpunt).
Tenslotte is de route "fraus legis" niet genoemd in de procedure, deze route was ook minder kansrijk geweest omdat de handeling in 2002 heeft plaatsgevonden, toen woonde belanghebbende nog niet in Nederland. Of er cassatie is ingesteld is ons (nog) niet bekend.
Voor de Nederlandse praktijk maakt deze uitspraak niet veel verschil. Bij een reguliere werknemersparticipatie (of sweet equity) speelt in Nederland vaak de lucratief belang discussie en/of de heffing over het voordeel (lagere waardering).
Woonplaatsonderzoek en kort geding belastingdienst
Informatiebeschikking en civiel kort geding
De Rechtbank Den Haag doet op 2 september 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:25140) een uitspraak inzake een kort geding van de belastingdienst tegen een belastingplichtige. De zaak betreft een belastingplichtige die sinds 1992 in het buitenland woont. De belastingdienst denkt dat de belasitngplichtige in Nederland woont en stelt een woonplaatsonderzoek in (periode 2018-2024). Aanleiding is dat de belastingplichtige vastgoed, bedrijven en bankrekeningen in Nederland heeft. Ook heeft hij de Nederlandse nationaliteit en familie in Nederland (dit lijk me logisch). De belastingdienst vraagt informatie op (artikel 47 AWR) en als niet alle informatie wordt verstrekt wordt een informatiebeschikking (artikel 52a AWR) toegestuurd. Omdat nog niet alle informatie wordt verstrekt begint de belastingdienst een civiele procedure (kort geding), dit laatste is mogelijk ex Hoge Raad d.d. 25 oktober 2013 ECLI:NL:HR:2013:1042.
Belangrijke conclusie inzake woonplaatsonderzoek
De belastingdienst kan dus gelijktijdig met een informatiebeschikking een kort geding starten.
Woonplaatsonderzoek, welke informatie moet worden verstrekt
De rechter herhaalt de (erg ruime) maatstaf voor artikel 47 AWR. Het is - volgens de civiele rechter - voldoende dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt stelt dat de gevraagde informatie van belang kan zijn voor de belastingheffing. De inspecteur hoeft dus kennelijk niet aannemelijk te maken dat iemand daadwerkelijk inwoner van Nederland is en/of de gevraagde informatie fiscaal relevant is. De informatie die wordt gevraagd is bedoeld om te onderzoeken of iemand inwoners is en dan kan dus de informatie relevant worden. De aanknopingspunten (bedrijven en vastgoed in Nederland) waren kennelijk voldoende.
In dit geval had de belastingplichtige zelf een woonplaatsrapportage opgesteld en deze aan de belastingdienst gestuurd. Deze eigen woonplaatsrapportage was - zonder enige toelichting of reactie van de belastingdienst - onvoldoende. De inspecteur hoeft dus niet zonder meer genoegen te nemen met een eigen interpretatie van de feiten door belastingplichtige en/of diens fiscalist. Dit laatste is begrijpelijk edoch een reactie waarom dit onvoldoende is was passend geweest.
Privacy en woonplaatsonderzoek
De belastingplichtige stelt dat het verstrekken van de (omvangrijke) gegevens een ernstige inbreuk maken op zijn privacy. Dit argument slaag niet omdat artikel 47 een legitiem doel is en nu eenmaal inmening met zich meebrengt. De belastingdienst heeft kennelijk in brieven uitleg gegeven over de fiscale relevantie.
Welke informatie wordt bij woonplaatsonderzoek opgevraagd ?
De volgende informatie moet worden verstrekt:
- alle telefoon abonnementen en gespecificeerde telefoon rekeningen
- alle Nederlandse en buitenlandse bankafschriften
- alle debit en creditcard afschriften
- schulden en vorderingen
- gegevens over het Nederlandse vastgoed
- belangen in bedrijven en samenwerkingsverbanden
- inkomsten uit Nederland
- onderliggende stukken inzake betrokkenheid bij ondernemingen in Nederland
- werkzaamheden in Nederland
- verblijf adressen in Nederland
Vaak worden de volgende stukken ook nog opgevraagd
- opstelling dagen in Nederland en Buitenland
- vluchtinformatie
- informatie energie gebruik in Nederland
De belastingdienst vraagt enkel informatie over Nederlandse activiteiten. Je zou denken dat voor het bepalen van de woonplaats alle activiteiten (ook in het buitenland) relevant zouden moeten zijn. Het lijkt erop dat de belastingdienst een loep op Nederland gaat leggen om te kijken of dit voldoende is voor een woonplaats in Nederland. De activiteiten in het buitenland worden dus niet meegenomen. Dit is vreemd.
De belastingdienst wilde in kort geding ook direct duidelijkheid over toekomstige vragen en benodigde informatie. Deze blanco cheque wordt niet akkoord bevonden. Toekomstige vervolgvragen vallen niet onder deze uitspraak.
Dwangsom bij woonplaatsonderzoek
Volgens de rechtbank is de uitvraag van de belastingdienst niet disproportioneel. Als de informatie niet wordt verstrekt bedraagt de dwangsom € 50.000 per dag met een maximum van € 5.000.000.
Noot fiscaal jurist inzake kort geding bij woonplaatsonderzoeken
Een woonplaatsonderzoek is geen discussie over de uitkomst (bent u inwoner?) maar begint vaak met een strijd om de informatie en met name welke informatie moet worden verstrekt. Hierbij moet de informatieplicht (artikel 47 AWR) niet worden onderschat. De drempel in dit artikel "informatie moet fiscaal van belang kunnen zijn" is vrij laag. Daarnaast moet de inspecteur zich, gelet op de hem ter beschikking staande gegevens, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gevraagde gegevens en inlichtingen van belang kunnen zijn om opheldering te krijgen over de vraag of belanghebbende in Nederland belastingplichtig is (Hoge Raad d.d. 18 december 2015 ECLI:NL:HR:2015:3602 en Hoge Raad 11 juni 2021 ECLI:NL:HR:2021:778).
Dit is een ruime beoordelingsvrijheid voor de inspecteur en maakt het voor belastingplichtige vaak lastig. De stelling is al snel dat het aan de inspecteur is om te beoordelen of informatie fiscaal relevant is, en dus niet aan de belastingplichtige. De grenzen worden gevormd door:
- algemene beginselen van behoorlijk bestuur (evenredigheid / proportionaliteit / fair play)
- soms werkt een beroep op het vertrouwensbeginsel (zie uitspraak Hoge Raad)
- privacy (artikel 8 EVRM / AVG)
- nemo tenetur (artikel 6 EVRM).
Via een u bocht kan de belastingdienst ook via een kort geding de informatie (kennelijk) verkrijgen. Zelfs als de procedure over de informatiebeschikking nog loopt.
De Rechtbank acht zich kennelijk internationaal bevoegd en neemt het spoedeisende belang aan. Opmerkelijk hierbij is dat de belastingdienst in november 2025 door de Rechtbank Zeeland - West Brabant is teruggefloten (uitspraak op bezwaar mocht niet worden opgeschort in afwachting van informatie verzoek buitenlandse informatie).
Deze uitspraak verstrekt de positie van de belastingdienst bij woonplaatsonderzoeken. De combinatie van artikel 47 AWR, de informatie beschikking en een civiel kort geding met dwangsom zet de druk volledig op een belastingplichtige. Het procederen tegen een informatie beschikking betekent dus niet automatisch dat een kort geding niet meer mogelijk is.
Voor de belastingplichtige en diens fiscalist zie ik de volgende lessen:
- Vertrouw niet op "ik woon niet in Nederland dus er is niks aan de hand"
- Schakel direct een fiscale specialist in
- Bekijk zorgvuldig hoe de belastingdienst denkt bij een woonplaatsonderzoek (zie Woo verzoek)
- Bekijk de aankopingspunten in deze kamerbrief d.d. 7 april 2025
- Neem met uw fiscalist de instructies woonplaatsonderzoeken d.d. 27 augustus 2024 door
- Doe zelf - eventueel met hulp van AI - een eigen woonplaatsonderzoek en verstrek dit aan de belastingdienst
- Maak een woonplaats analyse met checklist en stappenplan voor de emigratie en toets jaarlijks of belastingplichtige voldoet aan "ik woon in het buitenland" criterium
- Zorg ervoor dat de onderliggende informatie aansluit bij de woonplaats definitie
- Bekijk welke informatie fiscaal relevant is en welke informatie niet. De insteek "privacy"blijkt steeds vaker redelijk kansloos. De insteek relevantie, proportionaliteit, beschikbaarheid voor belastingplichtige, voldoende concreet en wilsafhankelijk materiaal is dan een betere keuze.
Een interessant spanningsveld blijft echter wel of de belastingrechter niet eerst had moeten oordelen over de informatiebeschikking en eventueel informatie uit het buitenland, voordat het kort geding in beeld komt.
Vindplaats en bron bestanden
Rechtbank Den Haag doet op 2 september 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:25140
Hoge Raad d.d. 25 oktober 2013 ECLI:NL:HR:2013:1042
Woonplaats CFO in Monaco of Nederland
In deze procedure staat de woonplaats van een CFO centraal, met name speelt het beroep van de CFO op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel. De CFO krijgt een mooi steuntje in de rug van de Hoge Raad.
Klaas in sinds 2012 bestuurder van een NV. Medio 2012 wordt Klaas benoemd als lid van de Raad van Bestuur (overeenkomst van opdracht). Klaas woont tot en met 18 april 2016 in Monaco en en verhuist daarna naar Nederland. Er worden aan Klaas zogenaamde RSU rechten Restricted Stock Units) toegekend. De vraag is of Klaas in 2016 het gehele jaar in Nederland woonde (standpunt inspecteur en Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 10 juli 2024 ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) of pas sinds 18 april 2026 (standpunt Klaas en de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 ECLI:NL:RBZWB:2022:2156). Na de wisseldende uitspraken komen partijen uiteindelijk bij de Hoge Raad die op 7 augustus 2026 uitspraak doet (ECLI:NL:HR:2026:1340).
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur - tijdens de aanslag- en bezwaarfase - het in rechte te beschermen vertrouwen heeft gewekt dat Klaas (de CFO) in de periode tot 18 april 2016 niet in Nederland woonde. Uit alle stukken volgt namelijk dat de inspecteur in eerste aanleg zelfs stelde dat Klaas in het gehele jaar 2016 niet in Nederland woont. Later is dit aangepast tot "wonen in Nederland vanaf 18 april 2016". Dit standpunt is totstand gekomen na een uitgebreid onderzoek van de inspecteur. De Hoge Raad is van mening dat het hof heeft verzuimd dit juist en volledig te onderzoeken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende onderzocht. Al met al met een ander hof (Arnhem Leeuwarden) het huiswerk nog eens overdoen (dus verwijzing).
Waarom het over veel meer gaat dan één streep op de kalender voor de CFO
Bij binnenlandse belastingplicht is het wereldinkomen van Klaas belast (artikel 2.1 jo. 2.3 Wet IB 2001), maar staan ook de persoonsgebonden aftrek van € 1.548.572 (afkoop alimentatie) en de negatieve inkomsten uit eigen woning van € 20.344 open. Bij buitenlandse belastingplicht vervallen die posten in beginsel — maar dan komt de bestuurdersfictie in beeld.
Artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b (en lid 7 laatste volzin) Wet IB 2001 bepaalt dat de buiten Nederland vervulde functie van bestuurder of commissaris van een in Nederland gevestigd lichaam steeds geacht wordt in Nederland te zijn vervuld. Nederland heeft geen belastingverdrag met Monaco, dus er is geen verdragsrechtelijke rem (vergelijk artikel 16 OESO-Modelverdrag, dat het heffingsrecht over bestuurdersbeloningen juist aan de vestigingsstaat toewijst).
De inspecteur combineerde dat vervolgens met interne compensatie: hij aanvaardde alsnog de aftrekposten, maar rekende óók het aan de Monegaskische kleindochter toegerekende deel van het loon (€ 1.519.145) tot het Nederlandse inkomen, omdat volgens hem de gehele beloning bestuurdersbeloning van Klaas was.
Kortom: buitenlandse belastingplicht kan hier duurder uitvallen dan binnenlandse belastingplicht. Wie in een emigratie- of immigratiedossier alleen naar "wonen ja/nee" kijkt, mist de helft van het plaatje.
Woonplaats van een CFO ex artikel 4 AWR
De norm is open: waar iemand woont, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. De vaste maatstaf luidt sinds jaar en dag: bestaat er een duurzame band van persoonlijke aard tussen de betrokkene en Nederland? Een overzicht van diverse jurisprudentie voor de liefhebber:
- Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL6962 Woonplaats "(mede)" in Nederland; een woonplaats naar Spaans recht staat daaraan niet in de weg
- Hoge Raad 21 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1466 Geen rubricering in juridische/economische/sociale binding; een economische band is niet vereist.
- Hoge Raad 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6285 Het middelpunt van het maatschappelijk leven hóéft niet in Nederland te liggen
- Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ2085 Artikel 4 AWR kan niet uitsluiten dat iemand naar buitenlands recht óók elders woont (bpm-zaak)
- Hoge Raad 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824 Woonplaatsbegrip in de volksverzekeringen = fiscaal woonplaatsbegrip; dubbele woonplaats mogelijk, maar uitzonderlijk
De rode draad: de Hoge Raad weigert consequent om de open norm te vullen met subregels, vuistregels of een gezichtspuntencatalogus. De feitenrechter weegt; cassatie toetst op begrijpelijkheid van de gekozen route. In dit geval ging dit voor Klaas goed en volgt verwijziging naar het Gerechtshof Arhem Leeuwarden voor nader onderzoek.
Vertrouwensbeginsel en woonplaats van ee CFO
De maatstaf staat netjes omschreven in dit arrest (r.o. 4.1.3) en verwijst naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad op 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069 en Hoge Raad 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:439 . Vereist is dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of, en zo ja hoe, de inspecteur in een concreet geval een bevoegdheid zou uitoefenen. "Kon en mocht " is een geobjectiveerde maatstaf. Dat lijkt een detail. Het is de crux van dit arrest. Klaas mocht er zeker op vertrouwen dat de inspecteur in een later stadium niet zomaar terugkwam op eerdere standpunten.
Motiveringsplicht en artikel 8:29 Awb
Elke rechterlijke beslissing moet zodanig gemotiveerd zijn dat zij voor partijen én derden — de hogere rechter daaronder begrepen — controleerbaar en aanvaardbaar is (Hoge Raad 4 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0986, lees met name RO 3.4, voor de snelle lezer). Wordt mede beslist op grondslag van stukken waarvoor beperkte kennisneming is toegestaan (artikel 8:29, lid 3, Awb), dan is die plicht begrensd tot de mate van motivering die mogelijk is zonder geheim te houden gegevens prijs te geven — maar hij vervalt niet.
De conclusie van A-G Koopman: geen herijking van het woonplaatsbegrip
A-G Koopman nam op 25 april 2025 conclusie (ECLI:NL:PHR:2025:500) en adviseerde afdoening met artikel 81 Wet RO — op alle vier de middelen. Voor de liefhebber is dit een goed te lezen en strak onderbouwde conclusie (met een verkeerde conclusie, dat dan weer wel).
De A-G verwerpt uitdrukkelijk de premisse "zonder woning geen woonplaats" (R.E.C.M. Niessen, WFR 2025/116). Een dakloze, een digital nomad of een rondtrekkende artiest kan wel degelijk inwoner zijn, aldus de AG. De Kamerbrief van 7 april 2025 (bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 25 087, nr. 346) concludeert dat de open norm naar behoren functioneert; aanpassing is niet aan de orde. De humor in de mening van de AG (RO 5.15) is wel tof om te lezen "dat Nederland geen verdrag met Monaco heeft, laat zich volgens de A-G "wellicht verklaren door het zonnige fiscale klimaat van deze stadstaat".
Waar het Gerechtshof de fout in ging bij beoordeling vertrouwensbeginsel
Het Hof maakte geen rekenfout; het maakte een dogmatische fout.
- Subjectivering van het vertrouwensbeginsel. Het Hof achtte niet aannemelijk dat vertrouwen was gewekt bij Klaas, en woog daarbij mee (i) dat Klaas zich er pas ter zitting in hoger beroep op beriep, en (ii) dat uit zijn eigen verweerschrift viel af te leiden dat ook hij meende dat het onderzoek van de inspecteur alleen de tweede periode betrof. De juiste vraag is of een redelijk denkende belastingplichtige uit de gedragingen van de inspecteur redelijkerwijs kon en mocht afleiden hoe deze zijn bevoegdheid zou uitoefenen.
- De proceshouding als bewijsmiddel. Het moment waaróp een rechtsgrond wordt aangevoerd, zegt niets over de vraag of de feiten die grond dragen. Tardiviteit is een zelfstandig leerstuk (goede procesorde) met een eigen toetsingskader. Wie de stelling toelaat — en dat deed het Hof — moet haar vervolgens naar de juiste materiële maatstaf beoordelen. Het Hof mengde twee kaders en gebruikte het procesrechtelijke argument als materieel bewijs. Dat is een categoriefout.
- Het gelijkheidsbeginsel getoetst op een onjuiste premisse. Doordat het Hof belanghebbende ten onrechte als inwoner aanmerkte, stond ook de vergelijkingsmaatstaf scheef. De Hoge Raad wijst de weg (r.o. 4.4.4 en 4.6.4): nu Klaas in de eerste periode als niet-inwoner geldt, kunnen alleen medebestuurders die evenmin in Nederland woonden gelijke gevallen zijn. Het verwijzingshof moet onderzoeken of die medebestuurders inwoner waren van: een niet-verdragsland, óf een verdragsland waarvan het verdrag het heffingsrecht over bestuurdersbeloningen aan Nederland toewijst (de artikel 16 OESO-lijn). Zo ja, en heeft de inspecteur bij hen de salary split wél aanvaard, dan kan het verwijzingshof niet zonder nadere motivering oordelen dat de gevallen ongelijk zijn.
Wat het verwijzingshof (Arnhem-Leeuwarden) moet doen
- Uitgaan van niet-inwonerschap in de eerste periode (bindend, r.o. 4.6.3).
- Het beroep op het vertrouwensbeginsel inzake de RSU's opnieuw beoordelen, nu óók met de ruling als zelfstandige grond — en met inachtneming van het niet-inwonerschap.
- Het beroep op het gelijkheidsbeginsel opnieuw beoordelen, op basis van de ongeschoonde stukken, langs de hierboven genoemde toets — en dat gemotiveerd.
- Faalt het gelijkheidsberoep, dan alsnog de door het Hof onbesproken gelaten stelling van de inspecteur beoordelen dat de gehele beloning toerekenbaar is aan de werkzaamheden voor de vennootschap (r.o. 4.6.5) — de kern van de salary-splitdiscussie.
Checklist Het woonplaatsdossier (artikel 4 AWR)
Leg per kalenderjaar vast en bewaar minimaal zeven jaar:
- Dagenadministratie: verblijfsdagen per land, onderbouwd met boardingpasses, pintransacties, tankbonnen, telefoonlocatiedata, agenda
- Woningbeschikbaarheid: eigendom/huur, feitelijke bewoonbaarheid, verhuurcontracten, leegstandperiodes, energieverbruik
- Gezinssituatie: waar verblijft de partner, waar gaan de kinderen naar school, gezamenlijke verblijfsdagen
- BRP-inschrijving en buitenlandse registraties (let op: bewijsvermoeden, geen doorslaggevend criterium)
- Arbeidsrechtelijke basis: arbeidsovereenkomsten, managementovereenkomsten, ontbindingen — inclusief de contractuele tijdsverdeling
- Bestuursfuncties: statutaire benoemingen, plaats van bestuursvergaderingen, notulen
- Financieel: bankrekeningen, verzekeringen, hypotheken, effectenrekeningen, pensioenopbouw
- Sociaal: lidmaatschappen, abonnementen, huisarts- en tandartsbezoek, sportclubs
- Intentiebewijs: e-mails, verhuisplannen, offertes verhuizers, makelaarsopdrachten, schoolinschrijvingen
- Verdragspositie: bestaat er een verdrag? Zo nee — toets Bvdb 2001 inclusief de onderworpenheidseis vóórdat u op voorkoming rekent
- Sociale zekerheid: het woonplaatsbegrip in de volksverzekeringen loopt gelijk op (HR 12 april 2013); check A1-verklaring en Vo. 883/2004
- Scenarioberekening: binnenlands vs. buitenlands belastingplichtig, inclusief PGA, eigen woning, heffingskortingen en bestuurdersfictie
Checklist vertrouwensbeginsel in een procedure
- Welke schriftelijke uitlatingen heeft de inspecteur gedaan? Verzamel ze chronologisch: voornemen tot afwijken, aanslagtoelichting, vragenbrieven, e-mails, verslag hoorgesprek, uitspraak op bezwaar.
- Is er een uitdrukkelijke standpuntbepaling (een oordeel over een concreet punt) of slechts een impliciete gedraging (bijvoorbeeld het volgen van een aangifte)? Alleen het eerste geeft sterke bescherming.
- Heeft de inspecteur onderzoek verricht en van welke feiten heeft hij kennisgenomen? Vraag het dossier op grond van artikel 8:42 Awb integraal op — juist het onderzoeksdossier bewijst de bewuste standpuntbepaling.
- Welke periode / welk bestanddeel dekt het standpunt? Wees hier scherp: het Hof struikelde precies hier.
- Heeft de inspecteur zijn standpunt gewijzigd? Zo ja: het eerdere standpunt blijft binden, en de wijziging bewijst dat hij de kwestie heeft beoordeeld.
- Is de informatie van uw kant juist en volledig geweest? Op onjuiste of onvolledige gegevens gebaseerd vertrouwen wordt niet beschermd — dit is de belangrijkste tegenwerping van de fiscus.
- Is er een ruling, vaststellingsovereenkomst of standpuntbepaling van een kennisgroep die (mede) van toepassing is? Voer die als zelfstandige grond aan.
- Kan het standpunt ook derden binden (concernvennootschappen, medebestuurders, aandeelhouders)? Formuleer dat expliciet.
- Loopt er een parallel gelijkheidsberoep? Vraag om overlegging van vergelijkingsgevallen en, bij weigering, om toepassing van artikel 8:29 Awb mét rechterlijke beoordeling op grondslag van die stukken.
- Voer het beroep op het vertrouwensbeginsel schriftelijk en zo vroeg
mogelijk aan. De Hoge Raad heeft de subjectieve toets nu weliswaar afgewezen,
maar tardiviteit blijft een zelfstandig procesrisico.
Advies over beroepsprocedure, waar moet je op letten !
- Reconstrueer de tijdlijn van standpunten — één document, twee kolommen: gedraging van de inspecteur / gevolgtrekking die u daaruit redelijkerwijs mocht afleiden.
- Vorder het volledige dossier op grond van artikel 8:42 Awb, inclusief interne memo's en het onderzoeksdossier woonplaats.
- Formuleer per vertrouwensgrond een zelfstandig betoog, met een genummerde conclusie per grond.
- Objectiveer uw stellingen: schrijf "uit brief X mocht redelijkerwijs worden afgeleid dat…", nooit "belanghebbende ging ervan uit dat…".
- Anticipeer op interne compensatie: welke alternatieve heffingsgrondslag heeft de inspecteur nog achter de hand? Betrek die nu al in uw stellingen.
- Bewaak de motivering: constateert u dat de rechter een dragende stelling onbesproken laat of een oordeel volstrekt onbemotiveerd laat wegens artikel 8:29 — leg dat vast in het proces-verbaal.
- Bepaal het beoogde cesuurmoment en maak dat uiterlijk waarneembaar: woning, gezin, contracten, registraties — allemaal op hetzelfde moment en maak hiervan een tekening of tijdlijn, desnoods via AI
- Vermijd een overlapperiode met beschikbare woningen in twee landen; is die onvermijdelijk, houd hem kort en documenteer het tijdelijke karakter.
- Toets de verdragspositie vooraf, met bijzondere aandacht voor de bestuurders- en commissarissenbepaling (artikel 16 OESO-Modelverdrag) en voor de vraag of er überhaupt een verdrag ís.
- Reken de bestuurdersfictie door vóórdat u een salary split contractueel vastlegt; onderbouw de split met tijdsbesteding, notulen en functieomschrijvingen — niet met een percentage in een contract alleen.
- Vraag vooroverleg en leg de uitkomst vast in een ruling of vaststellingsovereenkomst, met een expliciete periode-, bestanddeel- en persoonsafbakening.
- Regel equity-instrumenten apart: RSU's, opties en bonussen kennen eigen genietingsmomenten; koppel de fiscale behandeling aan het vestingschema en niet aan het kalenderjaar.
- Richt de dagenadministratie in vóór vertrek, niet achteraf. Achteraf
reconstrueren kost een veelvoud en overtuigt minder.
Evalueer jaarlijks — een woonplaats verschuift geruisloos.
Noot fiscaal jurist inzake procedure over woonplaats en vertrouwen op inspecteur !
Een uitdrukkelijk standpunt van de inspecteur is een activum. Wordt het ingenomen na eigen onderzoek en met kennis van de relevante feiten, dan bindt het — ook als de inspecteur later beter inzicht krijgt, en ook nog in (hoger) beroep. Er bestaat geen vrije herroepbaarheid hangende de procedure.
Elke brief waarin de inspecteur een feitelijk oordeel vastlegt ("in de periode dat Klaas woonachtig was in Monaco") is potentieel dossierbepalend. Vraag bij twijfel om schriftelijke bevestiging na het hoorgesprek (artikel 7:2 Awb). Neem in uw eigen brieven expliciet op voor welke periode u een reactie vraagt. Overweeg ook om zelf als belastingplichtige of adviseur gesprekken richting de inspecteur vast te leggen.
Reken bij salary splits altijd twee scenario's door. Buitenlandse belastingplicht plus bestuurdersfictie kan duurder uitpakken dan binnenlandse belastingplicht mét persoonsgebonden aftrek. Toets ook of het verdrag met het andere land een artikel 16-bepaling kent — is dat zo, dan werkt de bestuurdersfictie onverkort door.
Het woonplaatsbegrip is niet veranderd. De duurzame-bandtoets blijft casuïstisch en dossiergedreven. Het is de dagenadministratie, de woningbeschikbaarheid, de gezinssituatie en de uiterlijk waarneembare intentie die de zaak winnen — niet een juridische theorie.
Dit arrest gaat maar zijdelings over woonplaats. Het gaat over de betrouwbaarheid van de fiscus als procespartij. De inspecteur onderzocht een heel jaar, nam driemaal expliciet stelling, wijzigde zijn standpunt en draaide vervolgens in hoger beroep alsnog volledig om. Het Hof liet dat passeren op een subjectieve toets die de Hoge Raad nu categorisch afwijst.
De boodschap is helder en tweeledig.
- Voor de Belastingdienst: wie onderzoekt en stelling neemt, is daaraan gehouden.
- Voor de adviespraktijk: het dossier van de inspecteur is uw dossier. Elke brief, elk voornemen, elk verslag van een hoorgesprek is potentieel een bindende standpuntbepaling — mits u hem objectiveert, tijdig aanvoert en gescheiden van uw andere gronden presenteert.
- En voor de internationaal werkende bestuurder of DGA: de duurzame band van persoonlijke aard blijft een open norm die zich niet laat wegplannen met een enkel BRP-uitschrijvingsformulier. Wat de zaak wint, is een dossier dat vóór het vertrek is opgebouwd.
Woonplaatsdiscussies zijn zelden een juridisch probleem en bijna altijd een bewijsprobleem. En vertrouwensberoepen worden verloren op formulering, niet op inhoud.
Bewijslast verdeling bij bepalen fiscale woonplaats
Fiscale woonplaats na emigratie: Hoge Raad begrenst bewijs-extrapolatie door de Belastingdienst
In dit artikel behandelen wij de uitspraak van de Hoge Raad 17 juli 2026 ECLI:NL:HR:2026:1287. In deze uitspraak kijkt ons hoogste rechtscollege kritisch naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 5 juni 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:1872) en tikt dit Gerechtshof terecht over de spreekwoordelijke vingers (de Rechtbank maakte in 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:5286 dezelfde fout).
Extrapoleren van gegevens bij bepalen fiscale woonplaats
- Het Gerechtshof ging niet in de fout doordat het pintransacties, familiebanden, vastgoedbezit en verblijfsdagen relevant achtte voor de fiscale woonplaats.
- De wezenlijke fout was dat het hof zijn oordeel over de periode tot en met 31 december 2017 mede baseerde op een door de inspecteur opgesteld Excel-overzicht dat slechts liep tot 1 juli 2016.
- De inspecteur had de pinbetalingen en andere gegevens van belanghebbende over de periode 1 januari 2011 tot 1 juli 2016 verwerkt in een verblijfskalender. Voor 2017 was geen vergelijkbare analyse opgesteld.
- De inspecteur verklaarde ter zitting zelfs dat hij voor dat jaar geen specifiek overzicht en geen relevante specifieke gegevens over het gebruik van gezondheidszorg had gevonden.
- Desondanks oordeelde het hof dat belanghebbende gedurende alle jaren 2011 tot en met 2017 de meeste tijd in Nederland verbleef.
Daarmee extrapoleerde het hof een feitenpatroon uit eerdere jaren naar een latere periode zonder een toereikende feitelijke brug te slaan. Hoe dan over de periode na 1 juli 2026 is bepaald dat de belastingplichtige in Nederland woonde is onduidelijk.
De Hoge Raad corrigeert dit expliciet: het was aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat belanghebbende ook vanaf 1 juli 2016 een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland behield. Belanghebbende hoefde niet te bewijzen dat die band was verbroken.
De fout van het hof betreft dus niet primair de waardering van één bewijsmiddel, maar de temporele reikwijdte van het bewijs. Bewijs over tijdvak A kan niet zonder nadere motivering beslissend worden geacht voor tijdvak B.
Fiscale woonplaats bepalen, formeel geëmigreerd, materieel sterke banden met Nederland
Jan had de Nederlandse nationaliteit en was in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. In 2000 sloten Jan en zijn echtgenote (we noemen haar Truus) een overeenkomst tot beëindiging van hun samenwoning. Daarin werd vastgelegd dat belanghebbende zich in Zwitserland zou vestigen en zijn echtgenote in Nederland zou blijven wonen.
Jan schreef zich uit Nederland uit en werd in Zwitserland ingeschreven. Hij beschikte daar over een woning en werd in Zwitserland als inwoner in de belastingheffing betrokken. In Nederland deed hij voor 2011 tot en met 2017 aangifte als buitenlands belastingplichtige.
Daar stonden echter omvangrijke Nederlandse aanknopingspunten tegenover:
- het huwelijk tussen Jan en Truus bleef in stand;
- Truus, kinderen en het kleinkind woonden in Nederland;
- Jan en Truus bezaten gezamenlijk meerdere Nederlandse onroerende zaken;
- Jan verbleef tijdens zijn aanwezigheid in Nederland bij Truus in de woning;
- Jan beschikte over Nederlandse bankrekeningen en verrichtte veel Nederlandse pinbetalingen;
- Jan gebruikte Nederlandse postadressen en Nederlandse gezondheidszorg;
- Uit de analyse van de inspecteur volgde voor de onderzochte jaren een aanzienlijk verblijf in Nederland.
Het hof achtte daarom zowel naar nationaal recht als voor verdragsdoeleinden sprake van inwonerschap van Nederland.
Nationaalrechtelijke woonplaats: duurzame band van persoonlijke aard
Op grond van artikel 4, lid 1, AWR wordt waar iemand woont naar de omstandigheden beoordeeld. Beslissend is of tussen de betrokken persoon en Nederland een duurzame band van persoonlijke aard bestaat. Voor deze nationale woonplaatstoets gelden twee belangrijke uitgangspunten.
- Ten eerste hoeft de band met Nederland niet sterker te zijn dan de band met een ander land. Het is naar nationaal recht dus mogelijk dat iemand zowel met Nederland als met een andere staat een voldoende duurzame persoonlijke band heeft. Een dubbele nationale woonplaats zal zich volgens de Hoge Raad slechts in uitzonderlijke gevallen voordoen.
- Ten tweede vereist artikel 4 AWR geen mechanische optelsom. Alle relevante omstandigheden moeten in onderlinge samenhang worden beoordeeld.
Relevante factoren voor het bepalen van de fiscale woonplaats zijn onder meer:
- de duurzame beschikbaarheid van woonruimte in Nederland;
- de verblijfspatronen;
- de woonplaats van partner en gezinsleden;
- sociale en familiale betrekkingen;
- zakelijke en economische belangen;
- bankrekeningen, verzekeringen en voertuigen;
- medische en administratieve aanknopingspunten;
- de feitelijke inrichting van het dagelijkse leven;
- de nationaliteit.
Met bovenstaande factoren stonden voor Jan de meeste spreekwoordelijke fiscale lichten op rood. Hoewel - fiscaal gezien - aan geen van deze omstandigheden exclusieve of doorslaggevende betekenis toe komt. De eigen woning, inschrijving in een buitenlandse gemeente en een buitenlandse fiscale woonplaatsverklaring zijn belangrijk, maar vormen niet zelfstandig het bewijs dat geen Nederlandse woonplaats meer bestaat.
De interne instructie van de Belastingdienst bevestigt bovendien dat de woonplaats in beginsel moet worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden van het desbetreffende jaar zelf. Omstandigheden uit andere jaren kunnen licht werpen op de duurzaamheid van de banden, maar kunnen het feitenonderzoek over het relevante jaar niet volledig vervangen.
Wat wel een fiscaal issue is, is dat de Nederlandse belastingdienst met name kijkt naar de gedragingen en feiten in Nederland. Strikt formeel kan dit maar materieel is dit niet juist, tenminste niet volledig.
Verdragswoonplaats is een afzonderlijke en vergelijkende toets
Nadat is vastgesteld dat iemand naar Nederlands recht inwoner is, moet afzonderlijk worden beoordeeld of het toepasselijke belastingverdrag Nederland ook als woonstaat aanwijst. Voor 2012 tot en met 2017 was in deze procedure artikel 4 van het belastingverdrag Nederland-Zwitserland 2010 van toepassing. Wanneer een natuurlijke persoon volgens het nationale recht van beide staten inwoner is, wordt de verdragswoonplaats volgens de zogenoemde tiebreaker achtereenvolgens vastgesteld aan de hand van:
- het duurzaam tehuis;
- het middelpunt van de persoonlijke en economische levensbelangen;
- het gewoonlijk verblijf;
- de nationaliteit;
- onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten.
Anders dan artikel 4 AWR bevat de verdragsrechtelijke toets dus wel een vergelijkend element. Bij het middelpunt van de levensbelangen moeten de persoonlijke en economische betrekkingen met beide staten tegenover elkaar worden geplaatst. Het bestaan van een duurzame band met Nederland is daarom niet zonder meer voldoende om Nederland ook als verdragswoonstaat aan te wijzen.
- Bij de nationale woonplaatstoets staat de vraag centraal of voldoende Nederlandse binding bestaat;
- bij de verdragsrechtelijke tiebreaker gaat het om de vraag met welke van beide staten de persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn. Bij 2 woningen (in beide landen) wordt het nog iets complexer (lees artikel)
Het hof verwees voor zijn verdragsrechtelijke oordeel in belangrijke mate naar zijn nationale woonplaatsoverwegingen. Dat is niet per definitie onjuist, omdat dezelfde feiten voor beide toetsen relevant kunnen zijn. De juridische kwalificatie en de weging verschillen echter.
Voor de periode vanaf medio 2016 kon ook het verdragsrechtelijke oordeel niet in stand blijven, omdat het mede steunde op dezelfde onvoldoende onderbouwde conclusie over het aantal Nederlandse verblijfsdagen.
Onderzoek fiscale woonplaats door de belastingdienst waarop letten?
Vraag altijd (tijdens de bezwaarfase) om een hoorgesprek en zeker om dossierinzage. Hierbij is het volgende van belang:
- de oorspronkelijke gegevensbestanden;
- de legenda en kleurcodering van het overzicht;
- de aannames over tussenliggende dagen;
- de kwalificatie van buitenlandse transacties als reisdag;
- de verwerking van cashbetalingen en transactieloze dagen;
- een uitsplitsing per kalenderjaar en zo nodig per gedeelte van een kalenderjaar.
- interne correspondentie bij de belastingdienst
- derdenonderzoeken en informatie hieruit
- vastleggingen van feiten
Maak na ontvangst van deze informatie een tijdlijn of laat een dergelijke tijdlijn door AI opstellen en AI een beoordeling maken. Het wil niet zeggen dat dit juist is maar AI kan u hierbij prima op weg helpen.
Bewijslast fiscale woonplaats : geen fictie van voortgezet inwonerschap
De Hoge Raad formuleert voor de verwijzingsprocedure uitdrukkelijk dat de stelplicht en bewijslast voor het Nederlandse inwonerschap vanaf 1 juli 2016 op de inspecteur rusten.
De inspecteur had betoogd dat belanghebbende feiten moest stellen waaruit bleek dat zijn duurzame band met Nederland na medio 2016 was verbroken. Dat standpunt wordt verworpen. Het is niet voldoende dat de inspecteur een sterke Nederlandse woonplaats voor eerdere jaren aannemelijk maakt en vervolgens van de belastingplichtige verlangt dat hij het einde daarvan bewijst.
Dat betekent niet dat in iedere woonplaatsprocedure de volledige bewijslast steeds bij de inspecteur ligt. De bewijslastverdeling is mede afhankelijk van:
- de aard van de aanslag;
- de door partijen ingenomen stellingen;
- de vraag wie zich beroept op een belastingvermeerderende of belastingverminderende omstandigheid;
- een eventuele informatiebeschikking;
- de vraag welke partij het beste toegang heeft tot de relevante gegevens;
- de fase en het jaar waarop het geschil betrekking heeft.
In de regel zal de inspecteur als eerste gemotiveerd moeten stellen en aannemelijk maken waarom iemand ondanks zijn gestelde emigratie in Nederland binnenlands belastingplichtig is. De belastingplichtige moet deze gemotiveerde stelling vervolgens voldoende gemotiveerd weerspreken. De eigen instructie van de Belastingdienst benadrukt eveneens dat een beslissing over de woonplaats niet mag worden genomen voordat de relevante feiten en omstandigheden zijn vergaard.
Betekenis voor geëmigreerde DGA’s en ondernemers
Voor DGA’s, vermogende particulieren en ondernemers die naar het buitenland verhuizen, is uitsluitend een formele emigratie onvoldoende. De fiscale woonplaats wordt niet bepaald door de uitschrijving uit de Basisregistratie Personen, een buitenlandse verblijfsvergunning of één buitenlandse belastingaanslag, maar door de feitelijke inrichting van het leven.
Bij ondernemers en DGA’s kunnen onder meer de volgende omstandigheden zwaar wegen:
- de plaats van waaruit de onderneming of vennootschap feitelijk wordt aangestuurd;
- de locatie waar strategische beslissingen worden genomen;
- de plaats waar de administratie wordt gevoerd;
- de aanwezigheid van kantoorruimte in Nederland;
- de plaats waar werknemers en adviseurs worden aangestuurd;
- de Nederlandse woning en de gebruiksmogelijkheden daarvan;
- de woonplaats van de partner;
- frequent en structureel verblijf in Nederland;
- Nederlandse managementvergoedingen, bankrekeningen en verzekeringen;
- gebruik van Nederlandse voertuigen, verenigingen, zorgverleners en postadressen.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de woonplaats van de natuurlijke persoon en de fiscale vestigingsplaatsvan zijn vennootschap (als die er nog is). Een DGA kan persoonlijk emigrerenterwijl de vennootschap in Nederland gevestigd blijft. Omgekeerd kan een gestelde buitenlandse verplaatsing van de vennootschap worden bestreden wanneer de werkelijke leiding feitelijk vanuit Nederland wordt uitgeoefend.
Daarnaast moet bij emigratie afzonderlijk worden onderzocht of een conserverende aanslag ontstaat voor bijvoorbeeld een aanmerkelijk belang, pensioen- of lijfrenteaanspraken. Een conserverende aanslag voor een aanmerkelijk belang heeft volgens de Belastingdienst geen reguliere eindtermijn; voor andere bestanddelen geldt veelal een termijn van tien jaar. De exacte voorwaarden voor uitstel van betaling, zekerheidstelling en invordering moeten per land en per vermogensbestanddeel worden beoordeeld. ([Belastingdienst][1])
Checklist fiscale emigratie
1. Beoordeel de woonplaats vóór de feitelijke verhuizing
- Stel vast welk belastingverdrag van toepassing is.
- Analyseer afzonderlijk de nationale woonplaats en de verdragswoonplaats.
- Bepaal welke banden met Nederland na emigratie blijven bestaan.
- Maak een risicoanalyse van de Nederlandse woning, partner, kinderen, onderneming en bestuursfuncties.
- Leg de beoogde emigratiedatum en de feitelijke veranderingen rond die datum vast.
2. Zorg voor een daadwerkelijk duurzaam tehuis in het buitenland
- Verkrijg een woning die duurzaam en niet slechts incidenteel beschikbaar is.
- Sluit lokale nutsvoorzieningen, internet en verzekeringen af.
- Richt de woning daadwerkelijk in als hoofdverblijf.
- Registreer u bij de buitenlandse gemeente en belastingautoriteiten.
- Vraag een buitenlands fiscaal identificatienummer en zo mogelijk jaarlijks een woonplaatsverklaring aan.
Een buitenlandse woonplaatsverklaring ondersteunt de onderworpenheid als inwoner in het buitenland, maar beslist niet automatisch waar het verdragsrechtelijke middelpunt van de levensbelangen ligt.
3. Herzie de beschikbaarheid van Nederlandse woonruimte
- Verkoop of verhuur de Nederlandse woning wanneer deze niet langer als hoofdverblijf moet functioneren.
- Leg bij verhuur vast dat de woning niet vrij ter beschikking staat.
- Vermijd een onbeperkte sleutel- en gebruiksmogelijkheid.
- Documenteer incidenteel verblijf in hotels, vakantiewoningen of bij familie.
- Controleer of de partnerwoning feitelijk permanent beschikbaar blijft.
Een woning hoeft niet in eigendom te zijn om een duurzaam tehuis te vormen. De feitelijke en juridische beschikkingsmacht is beslissend.
4. Breng het persoonlijke leven werkelijk over
- Verplaats het dagelijkse gezins- en sociale leven.
- Bouw lokale sociale relaties en activiteiten op.
- Regel lokale huisarts, tandarts en verzekeringen zonder onnodig medische inhoud vast te leggen.
- Sluit lokale telefoon-, internet- en bankcontracten.
- Registreer voertuigen in het woonland.
- Laat lidmaatschappen, abonnementen en correspondentie aansluiten bij de feitelijke situatie.
Wanneer de echtgenoot of partner in Nederland blijft wonen, verdient de feitelijke relatie bijzondere aandacht. Een formele samenlevingsovereenkomst of scheidingsovereenkomst heeft weinig betekenis wanneer de feitelijke gedragingen daarmee niet overeenstemmen.
5. Houd een controleerbare verblijfskalender bij, zeg een dagenteller!
Bewaar per kalenderjaar:
- vlucht-, trein- en ferryboekingen;
- tol-, parkeer- en brandstofgegevens;
- agenda’s en zakelijke afspraken;
- hotel- en restaurantnota’s;
- mobiele telefoon- en roaminggegevens;
- pin- en creditcardtransacties;
- toegangspassen en kantoorregistraties;
- paspoortstempels en verblijfsdocumenten;
- verklaringen over langere verblijfsperioden.
Een reconstructie die pas na aankondiging van een woonplaatsonderzoek wordt opgesteld, is doorgaans minder overtuigend dan een contemporane administratie.
6. Maak ieder jaar een afzonderlijk woonplaatsdossier
De belangrijkste les uit het arrest is dat bewijs per relevante periode moet worden opgebouwd. Maak daarom niet één algemeen “emigratiedossier”, maar een dossier per belastingjaar met:
- een jaaroverzicht van verblijfsdagen;
- wijzigingen in woningen en gezinssituatie;
- buitenlandse en Nederlandse aangiften;
- woonplaatsverklaringen;
- zakelijke activiteiten;
- bijzondere Nederlandse verblijven;
- bestuursbesluiten en managementactiviteiten;
- relevante bank-, verzekerings- en nutsgegevens.
Beschrijf expliciet wanneer zich gedurende een jaar een materiële wijziging voordoet. Een fiscale woonplaats kan ook gedurende een kalenderjaar veranderen.
7. Analyseer de DGA- en ondernemingsaspecten
Onderzoek vóór vertrek ten minste:
- de conserverende aanslag over het aanmerkelijk belang > waarde van de aandelen in de BV laten opstellen!;
- pensioen- en lijfrenteaanspraken;
- rekening-courantverhoudingen;
- voorgenomen dividenduitkeringen;
- de plaats van werkelijke leiding van vennootschappen;
- vaste-inrichtingsrisico’s;
- gebruikelijk loon en loonheffingen;
- sociale verzekeringspositie;
- schenk- en estateplanning;
- testamenten en huwelijksvermogensrecht.
8. Dien de juiste aangiften in
Over het jaar waarin iemand slechts een deel van het jaar in Nederland woont door emigratie, moet in beginsel een M-aangifte worden ingediend. Na emigratie kan voor Nederlandse inkomensbronnen nog buitenlandse belastingplicht bestaan.
Controleer ook of de emigratie leidt tot een conserverende aanslag en welke handelingen binnen de uitstelperiode tot invordering kunnen leiden.
9. Reageer gestructureerd op een woonplaatsonderzoek
- Vraag op welke jaren en tijdvakken het onderzoek betrekking heeft.
- Vraag welke concrete aanwijzingen aanleiding voor het onderzoek vormden.
- Verzoek om een uitsplitsing van de feiten per jaar.
- Controleer of de inspecteur eerdere jaren zonder nadere onderbouwing extrapoleert.
- Vraag om de onderliggende data van verblijfskalenders en Excel-overzichten.
- Bestrijd onjuiste aannames over tussenliggende dagen.
- Bewaak proportionaliteit, subsidiariteit en privacy.
- Laat medische inhoud buiten het dossier wanneer die niet relevant is.
- Controleer of een informatiebeschikking is genomen voordat omkering van de bewijslast wordt gesteld.
- Overweeg bij een verschil tussen twee staten naast bezwaar en beroep ook een onderlinge overlegprocedure.
De Belastingdienst erkent in zijn eigen instructie dat woonplaatsonderzoeken diep kunnen ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer en daarom extra proceswaarborgen, zorgvuldige verslaglegging en een proportionele gegevensuitvraag vereisen.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie en fiscale woonplaats
Wekelijks zijn wij betrokken bij emigraties, zetelverplaatsingen en/of woonplaatsonderzoeken. In deze casus had de inspecteur zijn huiswerk goed gedaan, de insteek was hierbij de woonplaats van het gezin, de woning in Nederland en pintransacties. Pintransacties kunnen sterke aanwijzingen geven over de fysieke aanwezigheid van een belastingplichtige in een land. Een transactie op een bepaalde dag kan fysieke aanwezigheid aannemelijk maken, maar rechtvaardigt niet automatisch de conclusie dat belanghebbende ook alle voorafgaande of daaropvolgende dagen in Nederland verbleef. Iedere interpolatie moet berusten op kenbare en controleerbare uitgangspunten. In Nederland contant betalen kan dan soms ook minder onnodige vragen opleveren.
Overigens bevat de hofuitspraak in rechtsoverweging 4.26 een kennelijke verschrijving: daar staat dat het middelpunt van de levensbelangen in Zwitserland lag, terwijl het hof vervolgens concludeert dat belanghebbende verdragsinwoner van Nederland was. De Hoge Raad heeft deze overweging begrijpelijkerwijs gelezen als een verwijzing naar Nederland. De cassatie berust dus niet op deze verschrijving, maar op het ontbreken van een draagkrachtige feitelijke motivering voor de latere periode.
De Hoge Raad geeft met het arrest van 17 juli 2026 geen nieuwe definitie van het fiscale woonplaatsbegrip. De betekenis van het arrest ligt vooral in de bewijsrechtelijke disciplinering van woonplaatsprocedures.
Een sterk feitencomplex uit eerdere jaren ontslaat de inspecteur niet van de verplichting om de Nederlandse woonplaats ook voor latere jaren en latere gedeelten van een jaar aannemelijk te maken. Verblijfsgegevens mogen context bieden, maar mogen niet zonder nadere motivering worden geëxtrapoleerd naar een periode waarover gegevens ontbreken.
Voor belastingadviseurs is de boodschap tweeledig. Enerzijds moet kritisch worden getoetst of het dossier van de inspecteur daadwerkelijk ieder bestreden tijdvak dekt. Anderzijds moet een emigrerende belastingplichtige niet volstaan met formele documenten. Een fiscaal houdbare emigratie vereist een consistente feitelijke verplaatsing én een jaarlijks bijgehouden bewijsdossier waarin wonen, werken, gezin, vermogen en verblijf met elkaar in overeenstemming zijn.
Vragen? Neem gerust contact met ons op!
Schema fiscale woonplaats
Emigreren met vroegpensioen? Zorgverzekering komt soms te vervallen
Voor de snelle lezer: als u na 1 november 2026 gaat emigreren (voor uw pensioen) moet u wellicht in uw nieuwe woonland een ziektekostenverzekering regelen !
Als u gaat emigreren of in het buitenland woont kunt u in Nederland (soms) een zorgverzekering afsluiten. Het zal afhangen van de feitelijke situatie. Wie voor de AOW leeftijd stopt met werken en naar een ander EU Land verhuis rekende er tot nu toe op dat Nederland de zorgkosten in het nieuwe woonland blijft betalen. Dit wordt - voor mensen met een vroegpensioen of overbruggingsuitkering - anders vanaf 1 november 2026. Dit komt door de wijziging van een EU verordening (nummer 883/2004).
Nieuwe regeling ziektekosten bij wonen in het buitenland, in het kort
- Ontvangt u een AOW, ANW, WAO, WIA of Wajong uitkering dat verandert er niets (als u in het buitenland woont)
- Nieuwe emigranten (vroeg gepensioneerden) zonder wettelijk pensioen - die op of na de ingangsdatum in het buitenland gaan wonen- moeten zich in het buitenland (woonland) verzekeren.
- Bestaande CAK klanten behouden hun rechten (via overgangsrecht)
De huidige ziektekostenregeling bij wonen in het buitenland
Wie een Nederlands pensioen of uitkering ontvangt en in een verdragsland (EU/EER of Zwitserland) woont, valt in beginsel niet onder een gewone Nederlandse zorgverzekeraar, maar onder de verdragsregeling.
- U schrijft zich in bij het zorgstelsel van uw woonland;
- Nederland blijft financieel verantwoordelijk voor de kosten.
- Als tegenprestatie betaalt u een verdragsbijdrage aan het CAK.
De juridische basis ligt in artikel 24 (en 25) van Verordening (EG) nr. 883/2004: een pensioengerechtigde zonder eigen wettelijk zorgrecht in het woonland ontvangt verstrekkingen van het woonlandorgaan, voor rekening van de pensioenstaat. Het Hof van Justitie bevestigde dit systeem onder meer in HvJ 28 oktober 2021, C-636/19 (CAK). Cruciaal detail: onder de huidige tekst gaf niet alleen een wettelijk pensioen recht op de CAK-route, maar in de praktijk ook een niet-wettelijk (tweede-pijler) vroegpensioen. Via een verwijzing naar een arbeidsvoorwaarde voor gewezen werknemers tussen 55 en 65 jaar was feitelijk een keuzerecht ontstaan: wie zich bij het CAK meldde, kreeg zorg ten laste van Nederland.
Zorgverzekering en wonen in het buitenland
Of u bij het wonen in het buitenland een Nederlandse basiszorgverzekering kunt of moet afsluiten hangt vooral af van de vraag of u volgens de sociale zekerheidsregels nog verzekerd bent voor de Wet Langdurige Zorg (WLZ). De volgende situaties zijn te onderscheiden:
Wat verandert er ten aanzien van de zorgverzekering bij wonen in het buitenland?
De Europese instellingen hebben ingestemd met een ‘opschoning’ van Bijlage XI. Wat overblijft geeft nog recht op een CAK-zorgverzekering in het buitenland:
- AOW (ouderdomspensioen)
- Anw (nabestaandenuitkering SVB)
- WAO, WIA of Wajong (arbeidsongeschiktheid)
Het CAK communiceert een verwachte ingangsdatum van 1 november 2026. De nieuwe regels raken uitsluitend toekomstige gevallen. U krijgt met de wijziging te maken als u cumulatief:
- nog geen CAK-klant bent, én
- op of na de ingangsdatum emigreert of met (vroeg)pensioen gaat, én
- in de EU/EER of Zwitserland woont of gaat wonen, én
- uitsluitend een niet-wettelijk pensioen/uitkering heeft (dus nog geen AOW/Anw/WAO/WIA/Wajong).
Bestaande klanten CAK en zorgverzekering bij wonen in buitenland
Bestaande klanten: geen paniek. Wie op de ingangsdatum al een CAK-zorgverzekering op basis van een vroegpensioen heeft, behoudt die rechten via het overgangsrecht. De wijziging werkt niet met terugwerkende kracht.
Van buitenlandse dekking naar Nederlandse dekking voor ziektekosten
Wie met vroegpensioen naar bijvoorbeeld Spanje verhuist, valt eerst mogelijk onder Nederland, daarna (onder de nieuwe regels) niet meer, en zodra de AOW ingaat opnieuw wel – als verplicht verdragsgerechtigde. U gaat dus van Nederlandse dekking, naar zelf regelen in het woonland, en later terug naar verplichte CAK-dekking. Onhandig, en riskant op een leeftijd waarop een private verzekeraar u niet meer met open armen ontvangt. Er kan dus gedoe in uw huidige woonland ontstaan omdat u niet of lastig te verzekeren bent.
Miljoenenclaim inzake Beckham regeling en papieren emigratie Spanje
Een gerenommeerd accountants- en belastingadvieskantoor is door de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 1 juli 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:5234) aansprakelijk gehouden voor de gevolgen van een fiscale emigratiestructuur rondom de verkoop van een Nederlands supermarktbedrijf, dit ging om een toffe supermarkt in Venlo. Drie familie aandeelhouders verhuisden naar Spanje, traden op papier in dienst bij een Spaanse vennootschap en maakten gebruik van de zogenoemde Beckham-regeling. Vervolgens werd in 2017 meer dan € 40 miljoen aan dividend uitgekeerd. In 2021 wordt er door de Spaanse belastingdienst een onderzoek ingesteld. Conclusie: Beckham regeling is ten onrechte toegepast omdat dienstbetrekkingen waren gesimuleerd en onvoldoende feitelijk waren ingevuld. Gevolg was stevig, heffing in Spanje over de dividenduitkering en het wereldwijde inkomen en vermogen van de zussen (wat deels zal zijn vrijgesteld op grond van het belastingverdrag tussen Spanje en Nederland). Spanje heeft aanslagen met rente en boetes opgelegd en er loopt nog een strafrechtelijke procedure.
Volgens de Rechtbank wist de fiscale adviseur dat de zussen niet van plan waren opnieuw activiteiten te gaan ontwikkelen (zoals openen van een supermarkt in Spanje). Het enige doel was belastingvoordeel behalen. Een fiscalist moet niet meewerken aan een papieren structuur. Ook de zussen moeten deels de hand in eigen boezem steken, ze wisten namelijk precies hoe het zat.
Structuur via Luxemburg en Spanje
Voor het fiscale advies wordt even gepuzzeld. De vennootschappen worden verplaatst naar Luxemburg en de zussen zouden emigreren naar Spanje en aldaar gebruik maken van de gunstige Beckham regeling (tarief 24%).
Onderzoek Spaanse belastingdienst naar toepassing Beckham regeling
De Spaanse belastingdienst stelde jaren later dat de dienstbetrekkingen waren gesimuleerd en dat feitelijk geen werkzaamheden waren verricht. De Nederlandse rechtbank kwam tot het oordeel dat het advieskantoor de structuur niet alleen had geadviseerd, maar ook had vormgegeven en uitgevoerd, terwijl het wist of had moeten weten dat een reële arbeidsverhouding ontbrak.
De uitspraak laat zien dat een fiscaal aantrekkelijke emigratie niet kan worden gebaseerd op uitsluitend arbeidsovereenkomsten, loonstroken en formele inschrijvingen. Bij internationale belastingplanning moet de feitelijke werkelijkheid volledig aansluiten bij de juridische documentatie.
Verkoop van een Nederlands supermarktbedrijf en dan fiscaal advies inwinnen
De zaak begon met de verkoop van de onderneming en het vastgoed van een succesvol Nederlands supermarktbedrijf. De verkoopopbrengst bedroeg ongeveer € 45 miljoen. De opbrengst kwam grotendeels terecht in vennootschappen van drie familieaandeelhouders. De familie wilde de verkoopopbrengst uiteindelijk naar privé uitkeren en onderzocht hoe de belastingheffing over een toekomstige dividenduitkering kon worden beperkt. Daarbij werd een internationale structuur opgezet met vennootschappen in Nederland, Luxemburg en Spanje.
De belangrijkste stappen waren:
- de aandeelhouders zouden naar Spanje emigreren;
- zij zouden in dienst treden bij een Spaanse vennootschap;
- zij zouden een beroep doen op de Spaanse Beckham-regeling;
- na toekenning van die regeling zou een omvangrijke dividenduitkering plaatsvinden.
In februari 2017 werd uiteindelijk ruim € 40 miljoen dividend uitgekeerd. Aanvankelijk leek de structuur het beoogde resultaat te bereiken. Enkele jaren later startte de Spaanse belastingdienst echter een onderzoek naar de substance van de Spaanse vennootschap en de werkzaamheden van de aandeelhouders.
Wat houdt de Beckham-regeling in?
De Beckham-regeling is een bijzondere Spaanse belastingregeling voor bepaalde personen die naar Spanje verhuizen. De officiële naam is het bijzondere belastingregime voor naar Spaans grondgebied uitgezonden werknemers en andere kwalificerende personen, opgenomen in artikel 93 van de Spaanse inkomstenbelastingwet. Wie aan de voorwaarden voldoet, wordt fiscaal inwoner van Spanje, maar wordt gedurende een beperkte periode voor een belangrijk deel belast volgens de regels voor niet-inwoners.
De regeling kan daardoor bijzonder aantrekkelijk zijn voor personen met aanzienlijke buitenlandse vermogensinkomsten. Buitenlandse dividenden en vermogenswinsten vallen tijdens de regeling in beginsel buiten de reguliere Spaanse inkomstenbelasting, voor zover deze inkomsten niet als Spaans broninkomen worden aangemerkt. Arbeidsinkomsten worden daarentegen in beginsel wel in Spanje belast.
Onder de regeling geldt voor arbeidsinkomsten momenteel een tarief van:
- 24% over het inkomen tot € 600.000;
- 47% over het meerdere.
Voor Spaans beleggingsinkomen gelden afzonderlijke progressieve tarieven. Daarnaast wordt de Spaanse vermogensbelasting in beginsel alleen geheven over in Spanje gelegen vermogensbestanddelen.
Voorwaarden van de Beckham-regeling
Op grond van de huidige Spaanse wetgeving gelden in hoofdlijnen de volgende voorwaarden.
- Geen Spaanse fiscale inwoner in de voorafgaande vijf jaren. De zussen van de supermarkt mochten in de vijf belastingjaren voorafgaand aan de emigratie geen fiscaal inwoner van Spanje zijn geweest. Hieraan wordt keurig voldaan. Onder de regeling die in de besproken procedure van toepassing was, gold nog een termijn van tien voorafgaande belastingjaren, maar dat maakt dus voor het fiscale verhaal niet uit.
- Geen vaste inrichting in Spanje: De belastingplichtige mag in beginsel geen inkomen verkrijgen via een Spaanse vaste inrichting. Voor bepaalde kwalificerende ondernemers en hooggekwalificeerde professionals bestaan uitzonderingen.
- Tijdige aanvraag: De regeling moet normaal gesproken binnen zes maanden na de start van de werkzaamheden of de registratie bij het Spaanse socialezekerheidsstelsel worden aangevraagd. Voor de liefhebber, aanvraag wordt gedaan via Modelo 149.
- Beperkte looptijd: De regeling geldt voor het jaar waarin de persoon Spaans fiscaal inwoner wordt en de vijf daaropvolgende belastingjaren. De maximale looptijd bedraagt daarmee zes belastingjaren.
- De verhuizing moet verband houden met een kwalificerende activiteit. De verhuizing naar Spanje moet worden veroorzaakt door een van de wettelijk aangewezen omstandigheden, waaronder:
- het aangaan van een echte arbeidsovereenkomst met een Spaanse werkgever;
- een detachering naar Spanje door een buitenlandse werkgever;
- bepaalde vormen van internationaal telewerken;
- de benoeming tot bestuurder van een vennootschap;
- het verrichten van een kwalificerende ondernemersactiviteit;
- werkzaamheden als hooggekwalificeerde professional voor een start-up of op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie.
Het causale verband is essentieel. De belastingplichtige moet naar Spanje verhuizen vanwege de arbeid, bestuursfunctie of kwalificerende activiteit. Het is niet voldoende om eerst naar Spanje te verhuizen en daarna uitsluitend voor fiscale doeleinden een arbeidsovereenkomst op te stellen.
Beckham regeling op papier werkt niet, dus ging het mis
In de supermarktzaak waren arbeidsovereenkomsten opgesteld op grond waarvan de drie aandeelhouders bij een Spaanse vennootschap in dienst zouden treden. Ieder van hen zou een salaris van ongeveer € 50.000 per jaar ontvangen. Er is kennelijk niet of nauwelijks gesproken over de functieomschrijving, de werkzaamheden, het aantal uren, verantwoordelijkheden etc.
Uit interne correspondentie volgde bovendien dat de vennootschap vooral werknemers nodig had om de fiscale structuur te laten functioneren. De Spaanse vennootschap verrichtte nauwelijks zelfstandige bedrijfsactiviteiten en de aandeelhouders hadden feitelijk geen reguliere werkzaamheden uitgevoerd.
Toen vragen ontstonden over de werkzaamheden, werd alsnog een onderzoek naar Spaanse activiteiten ingesteld. Dat onderzoek was volgens de rechtbank niet door de aandeelhouders zelf verricht, maar door medewerkers van het buitenlandse accountantsnetwerk (zeg de buitenlandse vestiging van het accountantskantoor). Het document werd vervolgens gebruikt om richting de Spaanse belastingdienst de indruk te wekken dat wel degelijk werkzaamheden waren uitgevoerd.
Daarmee ontbrak niet alleen voldoende substance bij de Spaanse vennootschap. Ook de persoonlijke dienstbetrekkingen misten economische realiteit.
De Spaanse belastingwet kent een pittige regeling tegen gesimuleerde rechtshandelingen. Artikel 16 van de Ley General Tributaria bepaalt dat bij simulatie belasting wordt geheven op basis van de werkelijke rechtsverhouding en niet op basis van de door partijen gepresenteerde vorm. De Spaanse belastingdienst is best kritisch en kijkt simpel naar de feiten, voorbeelden hiervan zijn:
- de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden;
- zakelijke correspondentie;
- agenda’s en urenregistraties;
- rapportages en concrete producten;
- besluitvorming binnen de vennootschap;
- betaling en financiering van het salaris;
- de aanwezigheid van kantoorruimte, personeel en bedrijfsactiviteiten;
- de economische reden voor de arbeidsverhouding.
Wanneer de arbeidsverhouding uitsluitend bestaat uit een contract, loonstroken en socialezekerheidsregistratie, maar geen echte arbeid wordt verricht, kan Spanje de overeenkomst als gesimuleerd aanmerken. Het gevolg is dat de Beckham-regeling met terugwerkende kracht buiten toepassing kan blijven. De belastingplichtige wordt dan regulier belast over zijn wereldinkomen en kan daarnaast worden geconfronteerd met rente, boetes en mogelijk strafrechtelijke vervolging.
Fiscale gevolgen van het mislukken van de Beckham structuur
Wanneer de Spaanse regeling niet van toepassing is, kan het fiscale verschil enorm zijn. In de besproken zaak dreigde reguliere Spaanse belastingheffing over:
- de omvangrijke dividenduitkering;
- overig wereldwijd inkomen;
- het wereldwijde vermogen;
- belastingrente;
- fiscale boetes.
Daarnaast dreigden strafrechtelijke procedures wegens vermoedelijke belastingontduiking. De formele goedkeuring van de aanvraag voor de Beckham-regeling bood daarbij geen volledige bescherming. De Spaanse bestuursrechter heeft eerder geoordeeld dat een beschikking, registratie of verklaring van de Spaanse belastingdienst niet altijd het vertrouwen rechtvaardigt dat later geen inhoudelijk onderzoek meer mag plaatsvinden. Alleen een duidelijke en definitieve inhoudelijke standpuntbepaling over de relevante feiten kan onder omstandigheden gerechtvaardigd vertrouwen opleveren.
Nederlandse fiscale gevolgen van emigratie naar Spanje
Een emigratie naar Spanje betekent niet dat Nederland fiscaal onmiddellijk buiten beeld verdwijnt. Bij een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang wordt de emigratie op grond van artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, Wet inkomstenbelasting 2001 aangemerkt als een fictieve vervreemding van de aandelen. Nederland legt over de tijdens de Nederlandse woonperiode opgebouwde box 2-claim een conserverende aanslag op. De conserverende aanslag voor een aanmerkelijk belang heeft geen reguliere vervaltermijn. Latere dividenduitkeringen, vervreemdingen of andere verboden handelingen kunnen leiden tot invordering van de aanslag.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze emigratieheffing betrekking heeft op de waardestijging die tijdens de Nederlandse belastingplicht is ontstaan. Het is daarom onjuist om te veronderstellen dat een emigratie naar een land met een gunstig dividendregime automatisch de Nederlandse box 2-claim laat verdwijnen. Bij de emigratie moet er wel worden gekeken naar de mogelijkheden die Nederland heeft, de belangrijkste zijn:
- of Nederland dividendbelasting mag heffen;
- welk verdragspercentage van toepassing is;
- of de invordering van de conserverende aanslag wordt geactiveerd;
- of sprake is van misbruik of verdragsmisbruik;
- waar de feitelijke leiding van de betrokken vennootschappen is gevestigd;
- of de vennootschappen na emigratie nog in Nederland belastingplichtig blijven.
Waar woont de aandeelhouder van de supermarkt fiscaal?
Voor een geslaagde emigratie is niet alleen uitschrijving uit Nederland nodig. Op grond van artikel 4 AWR wordt de fiscale woonplaats beoordeeld naar de omstandigheden. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is beslissend of een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland bestaat. Die band hoeft niet sterker te zijn dan de band met een ander land. Een persoon kan naar nationaal recht dus tegelijkertijd inwoner zijn van Nederland en van Spanje. In dat geval moet het belastingverdrag de dubbele woonplaats oplossen.
Aansprakelijkheid van het accountants- en belastingadvieskantoor
De Rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat het advieskantoor niet had mogen meewerken aan een structuur waarin uitsluitend op papier aan de voorwaarden van de Beckham-regeling werd voldaan. Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam belastingadviseur mag op grond van artikel 7:401 BW worden verwacht dat hij of zij
- de buitenlandse wetgeving (laat) onderzoeken,
- toetst of de feiten aansluiten bij de bedachte structuur,
- client waarschuwt voor gedoe (fiscale en strafrechtelijke risico's)
De adviseur had simpelweg (en expliciet) moeten meedelen dat het ontbreken van reële werkzaamheden kon leiden tot verwerping van de volledige regeling, belastingheffing over het wereldinkomen, boetes en strafrechtelijke vervolging. Als wij over Spaanse emigraties adviseren wordt door de klant een Spaanse adviseur benaderd die vervolgens de Spaanse onderdelen gaat onderzoeken. Wij begrijpen immers - op hoofdlijnen - de Spaanse wetgeving maar een lokale adviseur moet altijd - na overleg met de klant - bekijken wat de risico's in het buitenland zijn.
In deze casus hebben de zusjes ook wel een verantwoordelijkheid, immers ze wisten dat de geschetste werkelijkheid niet overeenkomt met de werkelijke feiten. Een volledige schadevergoeding is dus niet redelijk.
1. de feitelijke situatie na het onjuiste advies; en
2. de hypothetische situatie waarin een redelijk handelend adviseur correct
had geadviseerd.
Hoe had de Spaanse structuur wél kunnen werken?
De Spaanse route was niet noodzakelijkerwijs onmogelijk. Het probleem was vooral dat de gepresenteerde arbeidsverhoudingen niet overeenkwamen met de feiten. Een verdedigbare structuur had minimaal de volgende kenmerken moeten hebben.
Werkelijke emigratie naar Spanje
De aandeelhouders hadden hun persoonlijke en economische leven daadwerkelijk naar Spanje moeten verplaatsen. Dat betekent onder meer:
- een duurzame woning in Spanje;
- feitelijk verblijf in Spanje;
- verplaatsing van het gezinsleven;
- Spaanse bankrekeningen, verzekeringen en registraties;
- beperking van de persoonlijke en maatschappelijke banden met Nederland;
- aantoonbare Spaanse fiscale residentie;
- zorgvuldige toepassing van het belastingverdrag Nederland-Spanje.
Een uitsluitend administratieve uitschrijving uit Nederland is onvoldoende.
Echte Spaanse werkzaamheden
De Spaanse vennootschap had een reële onderneming moeten exploiteren. Denk bijvoorbeeld aan:
- onderzoek naar uitbreiding van de supermarktformule in Spanje;
- aankoop of ontwikkeling van Spaans vastgoed;
- participaties in Spaanse ondernemingen;
- adviesactiviteiten voor retailbedrijven;
- vermogensbeheer met voldoende eigen organisatie, voor zover dit als actieve onderneming kwalificeert.
De aandeelhouders hadden vervolgens daadwerkelijk werkzaamheden moeten verrichten die pasten bij hun ervaring en salaris. Hierbij dus meer aandacht besteden functieomschrijvingen, zakelijke doelstellingen, concrete bevoegdheden, marktconforme beloning, agenda’s, urenregistraties, zakelijke e-mails, etc. Vorenstaande kwam ook aan de orde bij een procedure in Madrid in 2025, hierin wordt keurig omschreven wat de praktische vereisten voor de Beckham regeling zijn.
Causaal verband met de verhuizing
De arbeidsverhouding of bestuursfunctie moet de reden zijn voor de verhuizing. Daarom moet vóór of rond de emigratiedatum een concreet en zakelijk besluit bestaan over de Spaanse bedrijfsactiviteiten, de functie van de aandeelhouder, de aanvang van de werkzaamheden, etc.
Een arbeidsovereenkomst die uitsluitend wordt opgesteld om toegang tot de Beckham-regeling te creëren, is onvoldoende.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie DGA
De besproken uitspraak is geen oordeel dat de Beckham-regeling of internationale emigratieplanning op zichzelf ongeoorloofd is. De kern van het probleem was dat een fiscale werkelijkheid werd gepresenteerd die niet aansloot bij de feitelijke werkelijkheid. De nieuwe wetgeving in Spanje sinds 2026 stelt ook uitdrukkelijk dat theorie en werkelijkheid met elkaar moeten kloppen.
De belangrijkste les is eenvoudig: substance kan niet achteraf worden gecreëerd. Wie miljoenen aan belasting wil besparen, moet niet alleen de juiste overeenkomsten ondertekenen, maar ook jarenlang daadwerkelijk leven en handelen overeenkomstig die overeenkomsten.
Zijn er nog alternatieve emigratielanden voor de DGA
Spanje is een geweldig land en door de Beckham of Mbappe regeling soms ook fiscaal aantrekkelijk. Spanje is echter zeker geen belastingparadijs. In deze situatie (emigrerende DGA) had - mits theorie en werkelijkheid kloppen - ook gekeken kunnen worden naar andere landen. In alle gevallen zal Nederland voor de emigratie een conserverende aanslag opleggen. Het nieuwe (gunstige) woonland is dus met name interessant voor
- toekomstige waardestijgingen en verkoopwinsten
- erf- en schenkbelasting
- inkomsten na emigratie
- dividenden boven de Nederlandse claim
- Inkomsten uit buitenlandse effecten
Enkele voorbeeld emigratie landen:
- Emigratie naar Cyprus: geschikt voor toekomstige dividenden en beleggingsinkomsten. Cyprus kent voor nieuwe inwoners een non domiciled regime (geen heffing over dividenden en rente). Bij een hoog inkomen blijft de lokale heffing beperkt. Malta heeft een redelijk gelijkende regeling.
- Emigratie Griekenland: bij hoge buitenlandse inkomsten. Griekenland kent een speciaal regime (HNWI regeling), met een maximale heffing van € 100.000, investering in Griekenland is wel een vereiste. Bij een hoge dividenduitkering is dit Griekenland interessant.
- Emigratie naar Zwitserland: passieve ondernemer met veel vermogen (aandachtspunt zekerheid voor conserverende aanslag i.v.m. emigratie buiten de EU).
- Emigratie naar Italie: Italie kent ongeveer dezelfde regeling als Griekenland, edoch is sinds 2026 de forfaitaire belasting verhoogd tot € 300.000. Italie kent vrijwel geen erfbelasting.
Woonplaatsonderzoek belastingdienst
De belastingdienst voert sinds 2025 aantoonbaar veel meer woonplaatsonderzoeken uit. Wij krijgen wekelijks aanvragen omtrent de begeleiding van dergelijke onderzoeken en het beantwoorden van de gestelde vragen. Uit de instructie woonplaatsonderzoeken volgt het opvoeren van de intensiteit en de wijze waarop dergelijke onderzoeken plaatsvinden blg-1190580.pdf
Begeleiding woonplaatsonderzoek belastingdienst
Als u in het buitenland woont en nog binding heeft met Nederland (tijdelijk wonen of werken) is de kans vrij groot dat de belastingdienst een zogenaamd woonplaatsonderzoek start. Binnen een dergelijk onderzoek wordt bepaald in welk land u fiscaal inwoner bent. De belastingdienst hecht veel waarde aan het vaststellen van iemands fiscale woonplaats en doet hierbij een grondig onderzoek, zeker bij vermogende personen of ondernemingen. In sommige gevallen zal de belastingdienst ook zwaarder geschut inzetten (strafrechtelijk onderzoek of strafrechtelijke stappen). In dit artikel beschrijven we een dergelijk onderzoek en kijken naar mogelijke risico’s.
Wie is fiscaal inwoner van Nederland bij een woonplaatsonderzoek?
Er is geen vaste wettelijke definitie van het fiscale inwonerschap. Of u in Nederland woont wordt na omstandigheden beoordeeld, aldus artikel 4 AWR. De jurisprudentie (uitspraken van rechters) geven meer duidelijkheid. Rechters spreken over de “duurzame band van persoonlijke aard”. Hierbij wordt gekeken naar de intensiteit van de band met Nederland. Dit is niet per definitie de verbleven dagen, intensiteit of uw fysieke aanwezigheid. Er wordt met name gekeken naar
- Vestigingsplaats onderneming / directievoering BV
- Woning of verblijf in Nederland
- Verblijfplaats van uw partner, kinderen of familie
- Sociale aangelegenheden in Nederland
- Formele indicaties (huisarts, inschrijving registers, etc.)
- Middelpunt levensbelangen
Geen enkel aspect wordt echt gewogen er wordt meer gekeken naar de combinatie. De relevante factoren worden omschreven en er wordt dan gekeken of dit voldoende is voor een fiscale woonplaats in Nederland. Soms merken wij hierbij een tunnelvisie waarbij personen ineens in Nederland “fiscaal” wonen. De doorslag zou moeten liggen bij het land waar het centrum van uw levensbelangen het grootst zijn. Het probleem is dat de belastingdienst in Nederland met name kijkt naar uw situatie in Nederland en niet (of minder) naar uw situatie in het buitenland.
Waarom is het belangrijk om uw fiscale woonplaats te kennen?
Soms denkt u dat u in het buitenland woont, aldaar wordt dan ook belasting betaald. Als de Belastingdienst van mening is dat u in Nederland woont zou u ook ineens in Nederland belasting moeten betalen (binnenlands belastingplichtig voor alle 3 de boxen). Een helder beeld van uw fiscale woonplaats voorkomt dus dubbele belasting (en premies) en ook fiscale en financiële verrassingen. Dit kan ook invloed hebben op dividend uitkeringen, heffing over uw buitenlandse salaris, uw buitenlandse vermogen, schenkbelasting en erfbelasting. Daarnaast kan een onjuiste inschatting leiden tot naheffingen, belastingrente en boetes.
Een woonplaatsonderzoek door de belastingdienst
Als de belastingdienst twijfelt aan uw opgegeven woonplaats kunnen zij een woonplaatsonderzoek starten. Dit onderzoek wordt veelal gestart zonder dat u het weet. De belastingdienst kan ook een vragenbrief sturen waarin u wordt verzocht om informatie te verstrekken over uw feitelijke situatie. Dit lijkt vaak erg onschuldig maar kan grote consequenties hebben.
Een woonplaatsonderzoek begint steeds vaker met een vragenbrief, soms gecombineerd met een derdenonderzoek. De belastingdienst vraagt u om veel persoonlijke informatie via een brief en in navolging wordt het onderzoek dan vaak intensiever (zoals onderzoek naar uw vluchtgegevens, prive bankrekeningen, bezoek aan sportclub of huisarts, pintransacties, energieverbruik, telefoonverkeer, etc.) Hierbij wegen de feitelijke omstandigheden dus erg zwaar en wordt er kritisch gekeken naar uw verblijfplaats in Nederland, uw gezinssituatie, uw werk, en formele aspecten.
Aanleiding voor een woonplaatsonderzoek door de belastingdienst
De aanleiding voor een woonplaatsonderzoek kan erg divers zijn. Het kan zijn dat er signalen uit het buitenland komen, signalen van banken of overige informatieverstrekkers, uw aangifte inkomstenbelasting vragen oproept of dat er informatie op sociale media wordt geraadpleegd. Ook kan de uitschrijving uit de basisadministratie een belletje doen rinkelen.
Informatie vanuit de belastingdienst over een woonplaatsonderzoek
De belastingdienst publiceert zelf informatie over woonplaatsonderzoeken en ook via zogenaamde Woo verzoeken is interne informatie van de belastingdienst bekend geworden. Op de site van de belastingdienst staat informatie over de fiscale woon- of vestigingsplaats. Daarnaast zijn er via Woo verzoeken documenten bekend geworden. De belangrijkste informatie treft u hier aan:
- Interne instructie woonplaatsonderzoek Belastingdienst (23 pagina's)
- Documenten inzake internationale woonplaatsonderzoek (zip bestand)
- Wat is gewoonlijk verblijf bij woonplaatsonderzoek (84 pagina''s)
- Dubbele woonplaats van vermogende Nederlanders
- Besluit inzake internationale woonplaatsonderzoeken (4 pagina's)
- Evaluatie woonplaatsonderzoeken (kamerbrief 7 april 2025 (5 pagina's)
- Documenten bij besluit belastingconstructies en woonplaats DGA
- Evaluatie vaststelling van een fiscale woonplaats (9 pagina's)
- Besluit belastingplicht bij kort verblijf in Nederland (7 pagina's)
- Evaluatie handhaving en uitvoeringspraktijk omtrent vaststelling fiscale woonplaats (5 pagina's)
- Fiscale behandeling woonplaatsonderzoek topsporters in Monaco (4 pagina's)
- Begrip duurzame woongelegenheid en woonplaatsonderzoek (8 pagina's)
- Data onderzoek bij woonplaatsonderzoek door de belastingdienst (5 pagina's)
- Kamervragen over emigratie vermogende particulieren en miljonairs naar belastingparadijzen
- Evaluatie inzake vaststelling fiscale woonplaats
- Woonplaatsonderzoeken bij emigratie van piloten en verkeersvliegers
- Besluit Woo onderzoek naar geemigreerde piloten (zip bestand)
- Onderzoek informatie beschikking bij MKB ondernemingen en fiscale woonplaats (150 pagina's)
Hulp bij een woonplaatsonderzoek door de Belastingdienst
Alles wat u zegt moet waar zijn maar u hoeft niet alles te zeggen. Vragen moeten fiscaal relevant zijn en niet relevante informatie hoeft u dus niet te delen. Hulp bij het invullen van het vragenformulier is hierbij – in vrijwel alle situaties – wenselijk en eigenlijk ook noodzakelijk. Verzamel ook alle informatie die uw fiscale inwonerschap in het buitenland kunnen onderstrepen en verstrek deze informatie ook (wordt vaak niet om gevraagd). Wij helpen u bij het volgende:
- Communicatie met de belastingdienst
- Verstrekken van relevante stukken (en niet meer dan dat)
- Fiscale begeleiding bij extra vragen en / of onderzoeken
- Juridische bijstand bij een woonplaatsonderzoek
- Oplossen van dubbel woonplaatsen, discussie over interpretatie belastingverdrag, aangiften in Nederland of overleg situaties tussen 2 of meer landen.
Belastingontwikkelingen in Europa
In dit artikel een weergave van de belangrijkste ontwikkelingen binnen de fiscale stelsels binnen Europa. Wat zijn trends en ontwikkelingen binnen het fiscale spectrum binnen de EU. De informatie komt uit het Annual Report on Taxation 2026 (130 pagina's) van de Europese Commissie . Wat betekent het voor ondernemers, beleggers en particulieren?
De groei in de EU is lager dan verwacht en de inflatie blijft gedoe veroorzaken. Door spanningen in de wereld draait de economische motor minder snel. De belastingdruk neemt in de meeste landen toe (in 80% van de landen steeg de belastingdruk). Landen grijpen bij voorkeur naar loon- en inkomstenbelasting en sociale premies om extra middelen op te halen, omdat dit politiek minder gevoelig ligt dan bijvoorbeeld btw-verhogingen.
Wat zijn de belangrijkste fiscale ontwikkelingen in de EU?
- De gemiddelde belastingdruk in de EU steeg in 2024 naar 39,4% van het bbp en loopt volgens de Europese Commissie op naar 40,1% in 2026.
- De laagste belastingdruk is er in Ierland (21,7%), de hoogste in Denemarken (45,2%).
- Het vennootschapsbelastingtarief (Vpb) loopt uiteen van 9% in Hongarije tot 35% in Malta (met een uitzonderlijk terugbetalingsstelsel).
- Cyprus verhoogde zijn Vpb-tarief per 1 januari 2026 van 12,5% naar 15%.
- Bijna 400 belastinghervormingen zijn in 2025/2026 door de lidstaten
doorgevoerd, vooral in de inkomstenbelasting en btw.
Vennootschapsbelasting in Europa, wat zijn de fiscaal gunstigste landen?
Steeds meer landen worden afhankelijk van de winstbelasting bij bedrijven. Bedrijven verplaatsen zich naar fiscaal gunstige landen, dit komt door de verdere digitalisering en de openheid van onze economie. Ierland, Malta, Cyrpus en Luxemburg zijn de echte koplopers. Het rapport waarschuwt expliciet voor de kwetsbaarheid die dit met zich meebrengt: het vertrek of herstructureren van één grote multinational kan voor deze landen een fors budgettair gat slaan. Nederland is mondiaal qua wetgeving minder sterk en ook in ons land zal de invloed de komende jaren duidelijk merkbaar zijn, veel groter bedrijven zijn al vertrokken de laatste jaren.
Welke wijzigingen brengen europese landen aan in hun belasting wetgeving?
- Inkomstenbelasting (IB): twaalf lidstaten verlagen tarieven, gericht op lage en middeninkomens (onder meer Griekenland, Italië, Portugal, Zweden). Een minderheid – waaronder Slowakije, Frankrijk, Nederland en Roemenië – verhoogt juist tarieven of grondslagen om extra inkomsten te genereren.
- Omzetbelasting: twintig lidstaten voerden 51 wijzigingen door, met tariefverlagingen die ruim twee keer zo vaak voorkomen als verhogingen – vooral op voeding, horeca, cultuur, energie en huisvesting. Roemenië is de grote uitzondering met een forse verhoging van het standaardtarief.
- Vennootschapsbelasting: een gemengd beeld. Cyprus, Litouwen en Polen (voor banken) verhogen tarieven, mede door de mondiale minimumbelasting; Duitsland en Portugal verlagen juist geleidelijk. Tegelijk breiden veel landen R&D-aftrekken en investeringsfaciliteiten uit.
- Milieu- en gezondheidsbelastingen: vooral tariefsverhogingen op tabak, alcohol en suiker, terwijl elektrisch vervoer in meerdere landen fiscaal wordt gestimuleerd.
Belastingtarieven per EU-land (stand januari 2026)
Onderstaand overzicht toont het standaardtarief vennootschapsbelasting (Vpb), het hoogste tarief inkomstenbelasting (IB-toptarief), het standaard btw-tarief en de totale belastingdruk (belasting- en premie-inkomsten als % van het bbp) per lidstaat.
Noten bij onderstaande opstelling
- Cyprus: Per 1 januari 2026 verhoogd van 12,5% naar 15%
- Estland en Letland belasten alleen uitgekeerde winst; ingehouden/herinvesteerde winst blijft onbelast (effectief 0%).
- Voor grote ondernemingen (omzet vanaf ca. €1,5 miljard) geldt tijdelijk een extra heffing die het effectieve tarief tot 36,1% kan optrekken.
- Malta kent een nominaal hoog tarief, maar het terugbetalingsstelsel (refund system) verlaagt de effectieve druk voor veel aandeelhouders sterk.
- Voor commerciële banken is het tarief in 2026 verhoogd naar 30%. ·
- Het nationale Vpb-basistarief daalt geleidelijk met 1 procentpunt per jaar naar 17% in 2028; het weergegeven cijfer omvat lokale en staatstoeslagen.
Relevante fiscale ontwikkelingen in het fiscale landschap in europa
- België: Meeste hervormingen van de EU (43 maatregelen): grondslagverbreding IB (afbouw kortingen op pensioenen, huwelijksquotiënt, WW-uitkeringen), btw omhoog op hotels, sport, afhaalmaaltijden en pesticiden, lagere sociale lasten via werkbonus.
- Bulgarije: Nieuwe R&D-superaftrek, versnelde afschrijving voor elektrische auto's, hogere tabaksaccijns; behoudt vlaktaks van 10%.
- Cyprus: Ingrijpende hervorming per 2026: Vpb naar 15%, dividendbelasting (SDC) van 17% naar 5%, nieuwe aangifteplicht ter verhoging van compliance; koploper in btw-wijzigingen (8 maatregelen).
- Denemarken: Nieuwe hoogste IB-schijf boven ca. €375.000 (toptarief van 55,6% naar 60,5%); groeiende Vpb-afhankelijkheid van de farmaceutische sector; lagere onroerendezaakbelasting op natuurgrond.
- Duitsland: Geleidelijke verlaging van het federale Vpb-deel van 15% naar 10% tussen 2028-2032; belastingvrije toeslag op premie-inkomen; restaurantmaaltijden naar verlaagd btw-tarief (7%).
- Estland: Uniek Vpb-stelsel (0% op herinvesteerde winst) blijft ongewijzigd; motorrijtuigenbelasting verlaagd voor gezinnen; op één na minst actieve hervormer van de EU.
- Finland: IB-toptarief fors verlaagd (van 51,5% naar 45%); nieuwe belastingkorting voor grote klimaatneutrale investeringen; hogere alcohol- en suikeraccijns.
- Frankrijk: Algemene sociale bijdrage +1,5%; verlaagd btw-tarief op energie afgeschaft; vliegtaks verhoogd; tijdelijke Vpb-opslag voor grote ondernemingen verlengd tot en met 2026.
- Griekenland: Herstructurering IB-schijven met gerichte verlaging voor gezinnen, jongeren onder 30 en medisch personeel; hogere premies voor zelfstandigen en agrariërs; hogere toeristenbelasting.
- Hongarije: Behoudt het laagste Vpb-tarief van de EU (9%) én het hoogste btw-tarief (27%); uitgebreide vrijstellingen voor moeders met twee kinderen en moeders onder de 30.
- Ierland: Vpb-afhankelijkheid loopt verder op (23,2% van de belastinginkomsten); R&D-krediet van 30% naar 35%; koolstofbelasting naar €71/ton CO₂; eenmalige meevaller van €14 miljard uit de Apple-staatssteunzaak.
- Italië: Tweede IB-schijf van 35% naar 33%; suikertaks opgeschort tot 2027; hogere tabaksaccijns; EU-koploper in gebruik van fiscaal dienstverleners (25% van de belastingplichtigen).
- Kroatië: Vooral maatregelen in de milieubelastingen; relatief beperkt aantal hervormingen.
- Letland: Een van de sterkste stijgers in belastingdruk; hogere btw op boeken in niet-EU/OESO-talen; hogere accijns op alcohol en frisdrank; kent het Estse 0%-model voor herinvesteerde winst sinds 2018.
- Litouwen: Vpb-standaard- en verlaagd tarief beide +1 procentpunt; unificatie van progressieve IB-tarieven; nieuwe accijns op gezoete dranken; op één na actiefste hervormer van de EU (30 maatregelen).
- Luxemburg: Vpb verlaagd naar 23,9%, maar het aandeel Vpb in de belastingmix steeg sterk dankzij een enorme instroom buitenlandse investeringen; hogere CO₂-heffing op energie; laagste btw-tarief van de EU (17%).
- Malta: Grootste stijging van de belastingdruk in 2024; nieuwe IB-schijven voor gezinnen met kinderen; hogere toeristenbelasting; nominaal hoogste Vpb-tarief, effectief vaak veel lager door het terugbetalingsstelsel.
- Nederland: Eerste en tweede IB-schijf +0,05%, beperktere inflatiecorrectie van de schijven; voorstel tot aanpassing van het Box 3-forfait; kortverblijfaccommodatie van 9% naar 21% btw; koploper in milieubelastinghervormingen, vliegtaks omhoog per januari 2027.
- Oostenrijk: Belastingvrije werknemersbonus ingevoerd; nul-btw op zonnepanelen afgeschaft; IB-toptarief van 55% verlengd tot 2030 in plaats van terug te vallen naar 50%.
- Polen: Vpb voor commerciële banken van 19% naar 30%; belastingdruk stijgt gestaag richting bijna 38% van het bbp in 2027.
- Portugal: Marginale IB-tarieven in de 2e t/m 5e schijf met 0,3% verlaagd; btw-verlagingen voor de cultuursector; basis-Vpb daalt geleidelijk.
- Roemenië: Ingrijpende btw-hervorming: standaardtarief fors verhoogd en verlaagde tarieven van 5%/9% samengevoegd tot 11%; dividendbelasting van 10% naar 16%; hogere onroerendezaakbelasting op woningen.
- Slovenië: Een van de sterkste stijgers in belastingdruk; aanpassingen in de spaartaks binnen de inkomstenbelasting.
- Slowakije: Verhoging van de progressiviteit in de IB met twee nieuwe schijven (30% en 35%); Vpb van 21% naar 24%; zorgpremie +1 procentpunt; laagste ervaren aangiftegemak van de EU.
- Spanje: Sterkste stijging van de belastingdruk sinds de coronapandemie (+2,9 procentpunt); nieuwe solidariteitsbijdragen boven de maximale premiegrondslag; hervormingen vooral gericht op sociale premies.
- Tsjechië: R&D-aftrek uitgebreid naar 150% (tot CZK 50 miljoen); relatief laag ervaren aangiftegemak onder burgers.
- Zweden: Verlaging van de arbeidsbelasting om consumptie en werkgelegenheid te stimuleren; tijdelijk lagere werkgeverspremies voor jongeren; hoogste ervaren aangiftegemak van de EU (87%).
De fiscaal aantrekkelijkste EU-landen
Wie puur naar de tarieven kijkt, komt al snel bij een vaste groep landen die al jaren de fiscale ranglijsten aanvoert – al is "aantrekkelijk" lang niet altijd hetzelfde als "laag tarief":
- Hongarije heeft met 9% het laagste Vpb-tarief van de EU, al maakt het hoogste btw-tarief (27%) het land minder aantrekkelijk voor consumptiegedreven bedrijven.
- Bulgarije combineert een vlaktaks van 10% voor zowel vennootschapsbelasting als inkomstenbelasting met een relatief lage administratieve last.
- Ierland blijft met 12,5% Vpb en de laagste totale belastingdruk van de EU (21,7% van het bbp) het schoolvoorbeeld van een op buitenlandse investeringen gericht belastingklimaat – al maakt juist die afhankelijkheid het land kwetsbaar, zoals het rapport zelf benadrukt.
- Cyprus blijft ondanks de verhoging naar 15% concurrerend dankzij de IP-box (effectief circa 2,5% op kwalificerende IP-inkomsten) en het aantrekkelijke non-dom-regime voor particulieren.
- Luxemburg voert al jaren het laagste btw-tarief van de EU (17%) en blijft, mede dankzij een enorme instroom van buitenlandse investeringen, een vaste waarde voor internationale holdingstructuren.
- Malta heeft nominaal het hoogste Vpb-tarief van de EU (35%), maar het bijzondere terugbetalingsstelsel kan de effectieve belastingdruk voor (buitenlandse) aandeelhouders terugbrengen tot een fractie daarvan.
- Estland en Letland kennen als enige EU-landen een stelsel waarbij herinvesteerde winst helemaal niet wordt belast – pas bij winstuitkering is Vpb verschuldigd. Voor groeiende, herinvesterende ondernemingen is dat uniek in Europa.
De fiscaal minst gunstige EU-landen
Aan de andere kant van het spectrum staan landen met een hoge belastingdruk én hoge toptarieven:
- Denemarken combineert de hoogste totale belastingdruk van de EU (45,2% van het bbp) met het hoogste toptarief inkomstenbelasting (60,5% sinds de nieuwe topschijf van 2026).
- Frankrijk koerst af op een belastingdruk van 44,3% van het bbp in 2026, heeft een IB-toptarief van 55,4% en legt grote ondernemingen tijdelijk een extra Vpb-opslag op die het effectieve tarief tot 36,1% kan opstuwen.
- Oostenrijk houdt zijn IB-toptarief van 55% aan tot 2030 (in plaats van terug te vallen naar 50%) en kent een belastingdruk die oploopt naar 44,1% van het bbp. Qua schenk en erfbelasting wel weer gunstig.
- België voert dan wel geen recordtarieven, maar is met 43 hervormingen in één jaar veruit het meest actieve (en daarmee minst voorspelbare) fiscale landschap van de EU, gecombineerd met een belastingdruk van bijna 43% van het bbp.
- Duitsland kent met 30,1% het hoogste Vpb-tarief van de grote EU-economieën, al is vanaf 2028 een geleidelijke verlaging voorzien.
- Finland en Zweden combineren hoge btw-tarieven (25,5% respectievelijk 25%) met hoge IB-toptarieven (45% en 52,3%).
Belangrijk om te beseffen: een hoog tarief zegt niet alles. Landen met een hoge belastingdruk bieden doorgaans ook uitgebreidere publieke voorzieningen, en effectieve tarieven na aftrekken, vrijstellingen en verdragen kunnen sterk afwijken van de nominale tarieven in bovenstaande tabellen. Voor een concrete situatie is altijd maatwerk nodig. Soms is de heffing over pensioen of erfenissen laag en dus juist gunstig voor bepaalde groepen mensen. Vraag hiertoe gerust onze fiscaal juristen.
Wat is het gemiddelde vennootschapsbelastingtarief in de EU in 2026?
Gemiddeld genomen ligt het statutaire Vpb-tarief in de onderzochte Europese landen rond de 21,6%, met een grote spreiding: van 9% in Hongarije tot 35% in Malta.
Welk EU-land heeft de laagste vennootschapsbelasting?
Hongarije, met een vlak tarief van 9%. Bulgarije (10%) en Ierland (12,5%) volgen op de tweede en derde plaats.
Welk EU-land heeft de hoogste belastingdruk?
Denemarken, met een belastingdruk van 45,2% van het bbp in 2024, gevolgd door Frankrijk en Oostenrijk.
Is Nederland fiscaal aantrekkelijk binnen de EU?
Nederland zit met een Vpb-tarief van 25,8%, een btw van 21% en een belastingdruk van rond de 39% van het bbp in de Europese middenmoot: niet het goedkoopste land, maar ook niet het duurste. De aantrekkingskracht zit vaak elders, bijvoorbeeld in het verdragennetwerk, infrastructuur en specifieke regelingen.
Inlichtingenverdrag versus informatieverzoek ex artikel 47 AWR
Een echtpaar emigreert naar Jersey en woont heerlijk op dit eiland voor de Franse kust. Met de dagelijkse zon en een inkomstenbelasting tarief van 20% is het hier fijn wonen. Winstbelasting kent dit eiland niet. De Nederlandse inspecteur wil weten of het echtpaar in Nederland belastingplichtig is en stelt vragen (artikel 47 AWR). Het echtpaar weigert de vragen te beantwoorden, de inspecteur mag hen niet rechtstreeks vragen en had eerst (en uitsluitend) de weg via het inlichtingenverdrag (Tax Information Exchange Agreement, TIEA) moeten bewandelen. De Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 18 december 2024 (ELI:NL:GHSHE:2024:4081), de adviseur van de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2025:1358) en de Hoge Raad op 10 juli 2026 (ECLI:NL:HR:2026:1016) denken hier anders over (Hoge Raad via 81 RO).
Inlichtingen verstrekken aan Nederlandse belastingdienst na emigratie
De conclusie van de AG is helder en strak. De inspecteur is vrij in zijn keuze tussen artikel 47 AWR en de verdragsroute. Er bestaat geen verplichte rangorde, mits de algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden gerespecteerd. Waar ging het om:
- Belanghebbende (de vrouw) en haar fiscale partner (de man) woonden tot eind september 2013 in Nederland; vanaf 14 oktober 2013 staan zij met hun kinderen ingeschreven op Jersey.
- De man hield de Nederlandse woning in eigendom en verhuurde die tijdelijk (met diplomatenclausule) — een klassiek signaal dat de woonplaatsdiscussie nog niet beslecht is.
- Belanghebbende was ICT-consultant en werkte via een keten van Jersey-vennootschappen
- De inspecteur vraagt op grond van art. 47 AWR informatie over 2010 t/m 2014. Belanghebbende verstrekt alleen gegevens t/m 30 september 2013 en beroept zich op het einde van haar Nederlandse belastingplicht.
- Op 20 november 2016 volgen informatiebeschikkingen (art. 52a AWR) voor 2008 t/m 2014.
- Pas daarna — op 14 maart 2017 — doet de inspecteur een verzoek onder art. 4 TIEA aan de Jersey-autoriteiten; de informatie komt begin 2019 binnen, dus ná de informatiebeschikkingen.
- Voor 2008, 2009, 2011 en 2012 zijn inmiddels navorderingsaanslagen opgelegd, waardoor de informatiebeschikkingen voor die jaren van rechtswege zijn vervallen (art. 52a lid 3 AWR).
Art. 47 AWR is niet territoriaal begrensd
De informatieverplichting van art. 47 AWR rust op "iedereen" — ongeacht woonplaats. Voor het bestaan van de verplichting is voldoende dat de inspecteur zich, gelet op de hem bekende gegevens, in redelijkheid op het standpunt kán stellen dat de gevraagde informatie van belang kan zijn om opheldering te krijgen over de vraag óf iemand in Nederland belastingplichtig is (Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3603).
Een begin van bewijs voor het vermoeden van belastingplicht is niet vereist. In Hoge Raad 5 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:528) is bevestigd dat art. 47 AWR zich uitstrekt tot al degenen die de inspecteur redelijkerwijs als mogelijke belastingplichtige kan aanduiden — dus óók de niet in Nederland woonachtige, mogelijk buitenlands belastingplichtige.
De TIEA en het uitputtingsbeginsel
Art. 4 lid 1 TIEA bevat de slotzin dat de verzoekende autoriteit slechts een verzoek doet wanneer zij de informatie niet langs andere weg kan verkrijgen, behoudens onevenredige moeilijkheden (disproportionate difficulty). Dit is het uitputtings- of subsidiariteitsbeginsel (exhaustion principle). Dit beginsel wijst erop dat de nationale route als eerste stap moet worden gezet. De ratio, blijkens de Nederlandse toelichting (Kamerstukken II 2007/08, 31 276) en het OESO-commentaar, is niet het bieden van rechtsbescherming aan de belastingplichtige, maar het voorkomen dat de ene fiscus de andere onnodig belast (to avoid unnecessary burden).
Ook na emigratie kan de belastingdienst ingrijpen, hoe werkt dit?
Emigratie doet de belastingschuld over de periode vóór vertrek niet vervallen, en ook ná emigratie kan iemand buitenlands belastingplichtig blijven ter zake van Nederlandse bronnen (hier: de verhuurde woning; vgl. art. 7.7 Wet IB 2001). De inspecteur behoudt de bevoegdheid controlehandelingen te verrichten, vragenbrieven naar het buitenlandse adres te sturen en aanslagen op te leggen. Het Banković-verweer (EHRM 12 december 2001) faalt: belanghebbende is nooit buiten de Nederlandse jurisdictie geraakt, omdat zij hetzij inwoner is gebleven, hetzij buitenlands belastingplichtige is geworden (punt 6.7).
Voor 2008, 2009, 2011 en 2012 ontbreekt procesbelang: de informatiebeschikkingen zijn door de navorderingsaanslagen van rechtswege vervallen (art. 52a lid 3 AWR), waardoor de sanctie van omkering en verzwaring (art. 25 lid 3 AWR) van tafel is. Vernietiging zou belanghebbende niet in een betere positie brengen.
Risico's, kansen en tegenargumenten bij een informatieverzoek
Voor de belastingdienst wordt de keuzevrijheid bevestigd. In woonplaatsdiscussies is de rechtstreekse art. 47-route (met informatiebeschikking en dreiging van omkering/verzwaring) de krachtigste — en snelste — optie. Voor de belastingplichtige/adviseur: het pure territorialiteits- of uitputtingsverweer tegen een informatiebeschikking is vrijwel kansloos. De realistische verdedigingslijnen kunnen soms nog uitkomst bieden. Tevens kan de algemene beginselen route wellicht nog uitkomst bieden, hierbij moet worden gedacht aan:
- zorgvuldigheid,
- motivering,
- fair play,
- verbod van détournement de pouvoir;
- fishing expedition
- rechtmatigheid van de verkregen informatie (zozeer indruist-criterium).
De Hoge Raad bevestigt de kernlijn: art. 47 AWR is niet territoriaal
begrensd en de inspecteur mag rechtstreeks bij een (gesteld) geëmigreerde
belastingplichtige informatie opvragen, ook als een TIEA-route beschikbaar
is. Emigratie beëindigt de Nederlandse informatie- en controlebevoegdheid
niet, zolang er een voldoende band met Nederland bestaat (binnenlandse
bronnen of nagekomen inkomsten).
Bron en vindplaats informatieverzoek internationaal
Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 18 december 2024 (ELI:NL:GHSHE:2024:4081
Advocaat Generaal d.d. 12 december 2025 ECLI:NL:PHR:2025:1358
Verenigde Arabische Emiraten en belastingen
Dubai (één van de zeven emiraten) is qua belastingheffing nog steeds een belastingparadijs. De staat is zich echter in ras tempo aan het aanpassen aan de wereldeconomie. Dubai (en ook de andere emiraten) willen van de fiscale sanctielijst af en ook minder afhankelijk worden van de inkomsten van olie. Mooi moment om dit land eens te bezoeken, onze collega Dennis Jongbloed, ging eens kijken in het land dat bekend staat om haar fiscale voordelen, zon, veiligheid, goed onderwijs en evenzo perfecte zorgsysteem.
Belastingen in Dubai
In 2018 is er omzetbelasting (BTW) ingevoerd (5%) en sinds 2023 kennen de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) ook een winstbelasting van 9%. Het land heeft echter aangegeven nimmer inkomstenbelasting, vermogensbelasting, schenkbelasting of erfbelasting te gaan invoeren. Zijn de emiraten (waarbij Dubai en Abu Dhabi de bekendste) nog steeds een aantrekkelijk fiscaal land?
Is Dubai (of VAE) na invoering winstbelasting geen belastingparadijs meer?
Sinds 1 juli 2023 (of vanaf het eerste boekjaar van het bedrijf daarna) wordt er 9% winstbelasting geheven van bedrijven die in de emiraten gevestigd zijn. Dit tarief was tot dat moment 0%. Bij het schrijven van dit artikel ben ik zelf voor enig onderzoek in Dubai en merk dat het voor sommige bedrijven even wennen is. De corporate tax wordt geheven bij alle ondernemers, dus natuurlijk personen (free lancers) of rechtspersonen.
De economie wordt in ras tempo klaargestoomd voor een normale economie, als de olie niet meer voldoende inkomen zou opleveren. Eerst heeft men dit vormgegeven via toerisme (10% toeristenbelasting), daarna BTW (5%) en nu dus de winstbelasting, kort en bondig:
- Voor meeste bedrijven voor het eerst over de winst in 2024
- Belastingtarief bedraagt 9%
- Tot zo'n € 95.000 winst is er geen winstbelasting verschuldigd (drempel voor kleine ondernemers)
- Tarief geldt voor natuurlijke personen (freelancers etc.) en rechtspersonen
- Salarissen kunnen binnen het bedrijf zelf worden bepaald en mogen in mindering worden gebracht op de winst.
- Voor directeuren, aandeelhouders en bestuurders die in de emiraten wonen zal het nieuwe winstbelasting tarief dus geen substantieel effect hebben, immers salarissen zijn belastingvrij (en er is geen vermogensbelasting).
Vestigingsplaats in Dubai
Een bedrijf moet wel voldoende substance in Dubai hebben omdat er anders wordt gesteld dat het bedrijf gewoon (fiscaal) in Nederland is gevestigd (met een fiscaal irrelevant postadres in Dubai). Lees hiertoe ook dit artikel over de fiscale vestigingsplaats en deze uitspraak over de vestigingsplaats van een bedrijf in Singapore.
Vergelijking belastingen in Europa
Steeds vaker adviseren wij mensen en bedrijven bij een emigratie naar andere landen in de wereld. Bij een DGA of onderneming wordt vaak gekozen voor een land binnen de EU omdat anders direct moet worden afgerekend over de box 2 heffing (conserverende aanslag). Ook blijven mensen vaak liever dicht in de buurt van hun vrienden, familie en kinderen in Nederland. In dit artikel een vergelijking van de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting in de verschillende landen van Europa. Een kanttekening bij onderstaande artikel is dat het gaat om de landelijk bekendgemaakte tarieven. De effectieve belastingdruk zal afhangen van aftrekposten, heffingskortingen, lokale opcenten en premies. Per land is dus nog wel een nuance wenselijk.
Vennootschapsbelasting tarieven in Europa
Het gemiddelde tarief voor de Vennootschapsbelasting is 21%, Malta heeft het hoogste tarief (35%) maar kent ook veel bijzondere regels en vrijstellingen. Voor fiscaal gunstige tarieven kunt u terecht in Bulgarije, Hongarije, Ierland en Cyprus. Een aantal landen kennen ook speciale regelingen voor zogenaamde nieuwkomers, of bedrijven die zich in dit land gaan vestigen, enkele voorbeelden:
- Bulgarije: vaste vlaktaks 10% met aantal speficieke aftrekposten
- Cyprus: kent een speciale IP Box regeling (intellectueel eigendom) van 2,5%
- Malta: tarief van 35% kan eenvoudig worden verlaagd tot 5%
- Estland: bij herinvesteren is het tarief 0%
- Roemenie: speciale regelingen voor start ups
Inkomstenbelasting tarieven in Europa
De meeste EU landen kennen een progressief belastingstelsel, naarmate het inkomen stijgt geldt over de bovenste inkomensdelen een hoger tarief. Het toptarief is het percentage dat van toepassing is op de hoogste schijf. Het gemiddelde tarief in Europa bedraagt 43%.
Noot fiscaal jurist inzake belastingtarieven in Europa
In de meeste (96%) van alle EU landen wordt arbeid zwaarder belast dan bedrijfswinsten. Het gemiddelde verschil in tarief bedraagt 18%. Veel Oost Europese landen kennen nog een vlaktaks met weinig aftrekposten. Een eerlijke vergelijking zou niet mogen stoppen bij het enkel beoordelen van de Vennootschapsbelasting. Als de aandeelhouder immers dividend gaat uitkeren zal er dividendbelasting of aanmerkelijk belang heffing plaatsvinden. Estland, Letland en Malta kennen deze belastingheffing niet en ook buiten de EU zijn er aantal landen die deze heffing nog niet hebben ingevoerd (zoals de VAE en Singapore).
Duits ouderdomspensioen (Rente) in Nederland deels belastingvrij
Samenvatting — Een inwoner van Nederland (we noemen hem Klaus) ontving in 2018 een ouderdomsuitkering uit de Duitse gesetzliche Rentenversicherung. De inspecteur belastte die volledig in box 1. Klaus stelde daartegenover: in Duitsland kreeg ik maar over 45% van mijn premies belastingaftrek, dus mag Nederland ook maar 45% van de uitkering belasten. Het Hof (ECLI:NL:GHARL:2022:9842) gaf hem gelijk en op 19 juni 2026 doet de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:961) dat ook — zonder veel zichtbare sympathie voor de staatssecretaris. Beide cassatiemiddelen falen. De uitkering valt onder de bijzondere regeling van artikel 3.82, aanhef en letter b, Wet IB 2001 (buitenlands pensioen) en wordt alleen belast voor zover zij berust op in Duitsland afgetrokken premies. Een arrest waarop lang is gewacht — en dat meteen de vraag oproept wat er nu gebeurt met alle jaren waarin de fiscus wél 100% heeft belast.
De uitkeringen uit het Duitse Pensioen van Klaus mogen in Nederland dus slechts voor 45% in de inkomstenbelasting worden betrokken. De premie was namelijk ook maar voor 45% aftrekbaar in Duitsland !
De casus in het kort
- Klaus woonde en werkte van 1 januari 1980 tot 13 april 1997 in Duitsland en was daar verplicht verzekerd op grond van de Deutsche Rentenversicherung.
- In 2018 woonde hij het hele jaar in Nederland en ontving hij een ouderdomsuitkering uit die regeling.
- De inspecteur rekende het volledige bedrag tot het belastbare inkomen uit werk en woning.
- Klaus betoogde dat van de door hem betaalde premies in totaal maar 45% aftrekbaar was geweest voor de Duitse loon- en inkomstenbelasting, en dat dus ook maar 45% van de uitkering in de Nederlandse heffing mag worden betrokken.
- Dat percentage van 45 stond uiteindelijk vast: de inspecteur had het niet, althans niet voldoende gemotiveerd, weersproken.
Drie artikelen, één winnaar
De hele zaak draait om de kwalificatie: gaat het hier om pensioen, en zo ja, onder welk wetsartikel valt het?
De inspecteur kwam met twee routes die beide tot volledige belasting leiden.
- Primair: loon uit vroegere dienstbetrekking op grond van artikel 3.81 Wet IB 2001, met een beroep op het oude arrest HR 19 juli 1994 (ECLI:NL:HR:1994:ZC5719), waarin de Duitse Rente voor een ingezetene volledig belast werd geacht.
- Subsidiair (het voorwaardelijke tweede middel): de uitkering is een eerstepijler-/socialezekerheidsuitkering en dus een aangewezen periodieke publiekrechtelijke uitkering die volledig belast is op grond van artikel 3.100, lid 1, letter a, Wet IB 2001.
Hof én Hoge Raad kiezen voor de derde weg: artikel 3.82, aanhef en letter b, Wet IB 2001. Die bepaling rekent uitkeringen uit een buitenlandse pensioenregeling (in de zin van artikel 1.7, lid 2, letter c) tot het loon, “behoudens voor zover aannemelijk is dat over de aanspraken al een met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting vergelijkbare heffing heeft plaatsgehad.” Daarmee bereikt de wet een spiegelbeeld van de omkeerregel: voor zover de premies in Duitsland níét aftrekbaar waren (hier 55%), is over die aanspraak in feite al geheven en blijft dat deel in Nederland onbelast. Alleen het met aftrek opgebouwde deel — de 45% — is hier belast.
De Hoge Raad maakt korte metten met beide middelen. Artikel 3.82, letter b, is een bijzondere regeling ten opzichte van het algemene loonbegrip van artikel 3.81; aan artikel 3.81 (en dus aan het arrest uit 1994, dat zag op een jaar waarin artikel 3.82 nog niet bestond) komt men niet toe. En door de rangorderegeling van artikel 2.14 Wet IB 2001 komt men evenmin toe aan artikel 3.100. Het beroep in cassatie is ongegrond; de Hoge Raad ziet zelfs geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eerder had A-G Pauwels al op 6 oktober 2023 tot ongegrondverklaring geconcludeerd.
Restant pensioen Duitsland in box 3?
Hier zit voor de praktijk een staart aan. Het Hof gaf nog aan dat het niet in box 1 belaste deel in box 3 thuishoort — de onderliggende aanspraak verschuift dan naar de rendementsgrondslag. De Hoge Raad noemt dat niet uitdrukkelijk; hij laat het oordeel van het Hof in stand, maar wijdt er geen overweging aan. Dat laat een reële vraag open voor de afwikkeling van de lopende zaken: als 55% van de uitkering niet als loon wordt belast, verschuift de waarde van die aanspraak dan inderdaad naar box 3, en zo ja, voor welke waarde en vanaf welk moment? Wie nu een teruggaaf claimt op de box 1-heffing, doet er goed aan deze box 3-component meteen mee te nemen — anders levert u met de ene hand in wat u met de andere terugkrijgt.
Schema Pensioen uit buitenland
Geen bezwaar gemaakt dan ambtshalve vermindering?
De olifant in de kamer: de jaren die al vaststaan. Op dit arrest is lang gewacht. De belanghebbenden in deze problematiek hebben inmiddels een gevorderde leeftijd, en de vrees leefde dat het probleem stilletjes via een natuurlijk verloop zou worden opgelost. Nu er een arrest ligt, dringt de echte praktijkvraag zich op: wat gebeurt er met alle eerdere jaren waarin de fiscus de Duitse Rente voor 100% heeft belast?
Voor aanslagen die nog niet onherroepelijk vaststaan — waartegen tijdig bezwaar of beroep loopt — is de zaak helder: die volgen dit arrest. Lastiger is het voor wie géén bezwaar heeft gemaakt en bij wie de aanslag onherroepelijk is. De route is dan een verzoek om ambtshalve vermindering (artikel 9.6 Wet IB 2001 jo. artikel 45aa Uitvoeringsregeling IB 2001). Maar daar zit precies de bekende adder onder het gras: een vermindering wordt in beginsel niet verleend als de onjuistheid van de aanslag pas voortvloeit uit ná het onherroepelijk worden gewezen rechtspraak. Kennen we de fiscus, dan zal men op die uitsluiting wijzen en niet thuis geven.
Mogelijk valt hieruit nog iets te leren: op 25 juni 2026 wordt een arrest verwacht over de vraag wat er moet gebeuren met de mensen die géén bezwaar tegen hun box 3-aanslag hebben gemaakt. Dat kan een aanwijzing geven over hoe rechter en wetgever omgaan met de groep niet-bezwaarmakers. Tegelijk een waarschuwing: de box 3-saga kende een massaalbezwaarprocedure en stevige politieke druk; deze Duitse-Rente-kwestie niet per se. Eén-op-één doortrekken is dus riskant — maar de uitkomst van 25 juni is het volgen meer dan waard.
Wat betekent dit voor de praktijk
- Duitse Rente is in Nederland niet automatisch 100% belast. Sinds artikel 3.82, letter b, geldt: splitsen naar het deel waarover in het buitenland al een vergelijkbare heffing heeft plaatsgehad. Wie in Duitsland maar gedeeltelijk premieaftrek had, houdt het corresponderende deel van de uitkering buiten de Nederlandse heffing.
- Maak uw aftrekpercentage hard. In deze zaak stond de 45% vast doordat de inspecteur het niet weersprak. Reken daar niet op. Verzamel de Duitse bescheiden (Rentenbescheid, fiscale behandeling van de premies) en onderbouw het percentage cijfermatig.
- Kom nú in actie voor de open jaren. Voor nog niet onherroepelijke aanslagen: bezwaar of beroep. Voor afgesloten jaren: een verzoek om ambtshalve vermindering, maar houd rekening met de uitsluiting voor nieuwe jurisprudentie en verwacht tegenstand.
- Vergeet box 3 niet — en houd 25 juni in de gaten. Neem de mogelijke verschuiving naar box 3 mee in elke teruggaafclaim, en let op het op 25 juni 2026 verwachte arrest over de niet-bezwaarmakers.
Vindplaats en bronbestanden
Hoge Raad 19 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:961 (zaaknummer 22/04928).
Conclusie A-G Pauwels 6 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:891.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9842.
Vergelijk het oudere HR 19 juli 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5719.
Meer informatie of een second opinion?
Voor vragen over de Nederlandse belastingheffing van Duitse pensioenen en Rente: mr. E.D.H. (Eric) van Nugteren, fiscaal jurist verbonden aan Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. (Duitsland-desk). U kunt hem eenvoudig per e-mail of telefonisch bereiken.
WK Voetbal 2026 en belastingen
We doen weer mee aan het WK voetbal in 2026. Ook de voetbalpool zal op het werk worden ingevuld. In dit artikel de fiscale merites en natuurlijk ook de mening van onze WK voetbal-deskundige over "wie gaat er winnen".
WK Voetbal Pool en belastingen
Een WK pool is een kansspel en valt hiermee - in principe - onder de Wet op de Kansspelbelasting. De prijs blijft meestal onbelast omdat het win bedrag te laag is (onder de € 449) of omdat de groep besloten is. De belastingdienst stelt op haar eigen internetsite (op de juiste wijze) dat een prijs in een spel met een beperkt groep vrienden of collega's niet snel aan kanssspelbelasting is onderworpen, voorbeelden van zo'n spel zijn een WK pool of ander spel op het werk. De kansspel belasting bij een belast spelletje bedraagt 37,8% (cijfers 2026). Voorbeelden
- Pool met collega's en prijs € 200: vrijgesteld (prijs te laag)
- Pool met collega's en prijs € 600: vrijgesteld (besloten kring)
- Pool met collega's en organisatie bij werkgever en prijs € 600: mogelijk belast (werkgever draagt 37,8% af, of regelen via WKR)
Wie gaat het WK 2026 winnen en bijzondere weetjes WK
Natuurlijk hoop ik dat Nederland het EK gaat winnen. Op grond van emotie moet je echter geen voetbalpool invullen. Laten we eens kijken naar de cijfers en feiten, zo kunnen we eenvoudig bepalen wie er gaat winnen.
- Duurste team (transferwaarde): het duurste team (van de 48 teams) was veelal Verenigd Koningrijk, tijdens deze WK is dit echter Frankrijk (€ 1,53 mrd)
- Gokken: Bookmakers geven Frankrijk en Spanje de grootste kans op de WK titel
- Meest scorende speler afgelopen seizoen: Harry Kane
- Kans Nederland: kwart finale meest realistisch
- Gedoe: temperatuur, grote reisafstanden en tijdsverschil met Nederland.
Loonbelasting en voetbalpool
Al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten is loon, dit is een vrij ruim begrip. Om te voorkomen dat de werkgever met loonbelasting te maken krijgt, moet er geen verband bestaan tussen de voetbalpool, de dienstbetrekking, de deelnemers en de prijzen. Voorkeur organiseer de pool met collega's en niet onder regie van de werkgever. Als de werkgever de WK pool zou organiseren kan het gewonnen bedrag kwalificeren als loon in natura.
Belastingheffing voetballers tijdens het WK 2026
Drie gastlanden, drie belastingstelsel (of meer als je woonland voetballer meeneemt) en diverse belastingverdragen. Een WK bonus kan in meerdere plaatsen worden belast, dit zal veelal afhangen van het land waar wordt gevoetbald en het woonland van de werknemer (en het feit of er een belastingverdrag van toepassing is of niet). De bronheffing in de VS bedraagt 30% en in Canada en Mexico 25%, in sommige staten kan het tarief lager of hoger zijn.
Het OESO modelverdrag kent een bijzondere bepaling voor sporters (artikel 17), dit is een uitzondering op de hoofdregel. Normaal mag alleen het woonland heffen over inkomsten uit arbeid als iemand minder dan 183 dagen aanwezig is in het andere land. Artikel 17 gooit dit in het putje en geeft het land waar wordt gevoetbald ook rechten. Kort en goed:
- Woonland zal altijd belasting heffen over het wereld inkomen
- Bronland heft over de prestatie aldaar, meestal op grond van duty days (speeldagen land / totale speeldagen) x bonus
- Verdrag zal bepalen wie er mag heffen, bij belastingverdragen meestal verrekening buitenlandse belastingen in het woonland (soms is de totale bonus vrijgesteld in het woonland)
Nederland heeft belastingverdragen met de VS (1992), Canada (1986) en Mexico (1994). Alle verdragen kennen een bijzondere bepaling voor sporters. De in het buitenland betaalde belasting mag in Nederland worden verrekend. In de VS is er een federale heffing en ook een heffing per staat, de administratie rompslomp is omvangrijk. Als een voetballer bijvoorbeeld in Spanje woont is de heffing vaak gunstiger (enkel heffing in de VS of Canada en vrijstelling in Spanje). Veelal zal de afrekening plaatsvinden door de KNVB, zij verzorgen dan in overleg met de IRS (Belastingdienst in de VS) de bronbelasting verrekening.
Op een speciale site wordt toegelicht hoe de belastingheffing verloopt tijdens de WK 2026. De spelers van Curaçao zijn uitgesloten van het belastingverdrag tussen de VS en Nederland, zij betalen 30% bronheffing in de VS en 25% in de andere landen. Veel landen hebben belastingverdragen met de WK landen, een aantal landen niet (zoals Brazilië, Colombia, Algerije, Saudi Arabie en Quatar)
Hoe kunt u een voetbalpool belastingvrij houden?
Er zijn binnen de fiscale wereld diverse mogelijkheden om een voetbalpool belastingvrij te houden. De belangrijkste voorwaarden om kansbelasting te voorkomen zijn:
- Er is sprake van een groep collega's;
- Laat een collega de pool organiseren (niet de eigenaar of partner van het kantoor);
- Mensen buiten de groep mogen niet meedoen;
- De totale prijs is maximaal € 449 (of minder);
- Het bedrag van € 449 geldt voor het totaal aan prijzen.
Noot fiscale voetbalkenner
Tijdens de WK voetbal in Brazilië heeft onze toenmalige staatssecretaris verklaard dat hij of de Belastingdienst echt niet de jacht gaat openen op de voetbalpool bij bedrijven of vriendenclubs.
Eigen woning schulden vanaf 2031
Vanaf 2031 kan er chaos ontstaan bij veel belastingplichtigen met een hypotheek die al 30 jaar loopt. De hypotheekrente aftrek kost de overheid thans 11 miljard per jaar en dit zal vanaf 2031 ongeveer 1 miljard per jaar minder worden. Het kabinet zal wel met besluiten komen omdat anders onuitvoerbare situaties bij de belastingdienst dreigen en huiseigenaren gaan piepen en bezwaar- en beroepsprocedures gaan starten.
Einde hypotheekrenteaftrek in 2031 voor vele huiseigenaren
Veel Nederlandse huiseigenaren kijken met enige zorg naar 1 januari 2031. Vanaf dat moment verstrijkt voor een grote groep mensen de 30 jaars termijn voor de hypotheekrenteaftrek op de eigen woning schulden van voor 1 januari 2001. Dat betekent dat dat de rente op deze oude hypotheken niet langer in aftrek komt in box 1. De schuld verhuist dan van box 1 naar box 3 (sparen en beleggen). Afhankelijk van de persoonlijke situatie hoeft dit niet direct dramatisch te zijn. Een paar voorbeelden
- Kleine hypotheek en box 3 vermogen: door toepassing wet Hillen en besparing box 3 wellicht geen nadelen of zelfs voordelen
- DGA met hypotheek via eigen BV, wet excessief lenen kan voor problemen zorgen (als schulden aan BV hoger zijn dan € 500.000)
- Huiseigenaren zonder box 3 vermogen gaan fors meer belasting betalen in box 1.
- Huiseigenaren met hypotheek waar volledig op wordt afgelost worden meestal minder fors getroffen.
Schema vervallen hypotheekrenteaftrek 2031
Voor wie is de renteaftrek vanaf 2031 niet meer gelden
Per 1 januari 2031 vervalt de hypotheekrenteaftrek in box 1 voor iedere belastingplichtige die nog een eigen woning schuld heeft van voor 1 januari 2001, meestal zijn dit aflossingsvrije hypotheken (was in jaren '90 redelijk gebruikelijk). Vanaf 2013 moest voor nieuwe eigenwoning schulden verplicht (annuitair of lineair) worden afgelost om de renteaftrek te verkrijgen, deze groep wordt dus minder door de maatregel getroffen. Hypotheekrente is voor iedereen gedurende maximaal 30 jaar aftrekbaar (artikel 3.119a Wet IB), als de schuld niet meer in box 1 mag worden meegenomen zal de schuld - op grond van de rangorde regeling - worden opgenomen in box 3 (artikel 2.14 lid 3 wet IB).
DGA met hyotheek aan eigen BV en situatie in 2031
DGA's met een eigen woning schuld aan hun eigen BV krijgen het vaak lastig in 2031. Voor de DGA speelt namelijk ook de nieuwe Wet excessief lenen bij de eigen BV een rol (invoering 1 januari 2023). De wet stelt een grens van € 500.000 voor de schulden van de DGA bij de eigen BV; het bovenmatige deel wordt in box 2 belast. Leningen voor de eigen woning worden (gelukkig) uitgezonderd bij deze drempel, dit zolang de lening kwalificeert als eigen woning schuld. Echter als de eigen woning schuld niet langer kwalificeert (bijvoorbeeld door stoppen met aflossen of 30 jaars termijn verstrijkt) telt ook de restant van de schuld mee voor de € 500.000 toets. Voor DGA's met hoge eigen woning schulden aan de eigen BV kan 2031 dus een dubbele fiscale impact hebben (geen aftrek box 1 en belastingheffing in box 2).
Wet hillen en eigen woning forfait
Los van de renteaftrek, moeten huiseigenaren jaarlijks een percentage van de WOZ-waarde van hun woning als inkomen aangeven: het eigenwoningforfait (hierna EWF). In 2026 is dat 0,35% van de WOZ-waarde boven € 75.000, plus een extra opslag (2,35%) voor de waarde boven ca. € 1,35 miljoen (de ‘villatax’). De wet Hillen zal de pijn voor de eigen woning bezitter na 1 januari 2031 wel verzachten. Nu wordt er vermoedelijk over het gehele EWF afgerekend en na vervallen van de hypotheekrente moet er over 50% van de EWF belasting worden betaald. Is even rekenen maar relatief eenvoudig. Paar opmerkingen over de wet Hillen:
- Die aftrek wordt afgebouwd: in 2026 is zij nog 71,867% van het verschil tussen EWF en betaalde rente,
- In 2031 is de aftrek nog ongeveer 50% (exact 47,917% )
- In 2041 vervalt de wet hillen en is het percentage 0% .
Dit betekent dat vanaf 2031 iemand zonder eigenwoningschuld effectief over circa de helft van het EWF belasting verschuldigd blijft in box 1. Veelal zal een teruggave in box 1 omslaan in een (beperkte) betaling over box 1 inkomen.
Rekenvoorbeelden afschaffen hypotheekrente aftrek
Voorbeeld met eigen woning van € 600.000 en hypotheek tegen 4% rente van € 200.000, onderstaand met afgeronde bedragen. Conclusie, het voordeel van € 2.200 slaat om in nadeel van € 400, per saldo dus € 2.600 meer aan lasten. Als er box 3 vermogen is neemt het voordeel toe met € 200.
Voldoende vermogen in box 3 en afschaffing hypotheekrente aftrek
Heeft u daarentegen wél genoeg positief inkomen in box 3 – bijvoorbeeld omdat u spaar- of beleggingsvermogen heeft of een vakantiewoning of tweede woning in box 3? Dan zult u de betaalde hypotheekrente in box 3 kunnen aftrekken als negatief inkomen uit sparen en beleggen. Dit biedt nog steeds een belastingvoordeel, zij het een tikje lager dan u gewend was. In box 3 geldt een vlaktaks (forfaitair tarief) van 36% (2026), in plaats van volledig aftrek in box 1 tegen 37,56%.
Tegelijk gaat u voor uw eigenwoningforfait belasting betalen, terwijl de Wet Hillen een deel daarvan nog compenseert (in 2031: ~47,9%). Per saldo valt de jaarlijkse totale belastingdruk lager uit dan als u géén vermogen had: u profiteert dan nog van renteaftrek, weliswaar tegen een iets lager tarief. Het verschil tussen vóór en na 2031 is voor deze categorie beperkt en soms zelf voordelig door de Wet Hillen.
Oplossingen voor oude hypotheken in 2031
Wij puzzelen nog even mogelijke oplossingen voor het hypotheek probleem in 2031. De eerste oplossingen die wij zien zijn de volgende:
- Breng uw hypotheken, de verhogingen, de aflossingen en verhuizingen in beeld. Maak een tijdlijn en bekijk welke hypotheken op welk moment 30 jaar lopen. Ook echtscheidingen, tijdelijk huren, emigraties, etc. kunnen hier invloed op hebben.
- Niet doen en uitrekenen wat u nadeel is. Deze passieve route heeft als voordeel "simpelheid". Uw netto woonlasten zullen stijgen tenzij u voldoende box 3 vermogen heeft. Voor DGA's die tegen de wet excessief lenen aanlopen is dit meestal geen voordelige optie.
- Extra aflossen voor 2031 als u liquiditeit ter beschikking heeft, dit is kwestie van rekenen. Is dus iets complexer en voordeel zal beperkt zijn.
Wij puzzelen nog even verder en komen vast nog meer meer oplossingen of denkrichtingen, deze zullen wij dan opnemen.
Wat als ik na 2030 gewoon doorga met renteaftrek claimen?
Als u na het verstrijken van de termijn toch nog eigenwoningrente blijft aftrekken in box 1 (bijvoorbeeld uit onwetendheid), zult u waarschijnlijk ooit gecorrigeerd worden. Aanvankelijk kan dit ongemerkt door de controles glippen – zoals gezegd, de Belastingdienst heeft bij introductie in 2001 al bepaald dat belastingplichtigen de voortgang van hun 30-jaarstermijn zélf moeten monitoren. Maar uiteindelijk kan de inspecteur alsnog constateren dat de aftrek onterecht was, bijvoorbeeld bij een latere controle of boekenonderzoek. Dan kan hij de ten onrechte afgetrokken rente navorderen, vaak tot 5 jaar teruggaande, plus belastingrente (rente over de nagevorderde belasting). Ook riskeert u een (vergrijp) boete als de onterechte aftrek als opzet of grove schuld wordt aangemerkt. Het “gewoon zo blijven doen” is dus geen verstandige optie: beter is om tijdig in kaart te brengen wanneer uw aftrek eindigt en maatregelen te nemen zodat u vanaf dan niet onverwacht in de problemen raakt.
Wat te doen inzake vervallen hypotheekrente per 2031
- Beperkt informatie: veel huiseigenaren (of DGA's) zullen hun oude hypotheken, verhuizingen, verhogingen, bijleenregelingen, etc. in beeld hebben. De belastingdienst registreert dit pas vanaf 2013. Dit kan fouten in uw aangifte inkomstebelasting tot gevolg hebben. Wie dit onbewust doet loopt een risico op navorderingsaanslagen, boetes en belastingrente.
- Inventariseer uw eigen woning schulden, desnoods op grond van oude foto's en een tijdlijn. Bekijk hoe woningen zijn betaald en welke aangiften u nog in bezit zou hebben.
- Verkeerde uitgangspunten: als u uw hypotheek in 2013 oversloot telt de oude hypotheek als ingangsdatum, maak dus een tijdlijn.
- Maak een impactberekening voor 2031
| Risico | Gevolg | |
| Geen bewijs hypotheek | Correctie belastingdienst, geen hypotheekrente aftrek | |
| Ten onrechte hypotheekrente opnemen in aangifte | Navordering met belastingrente en boete | |
| Aflossingsvrije hypotheek 30 jaar | Schuld van box 1 naar box 3 | |
| Vermogen in box 3 | Schuld geeft voordeel in box 3 | |
| Geen box 3 vermogen | Netto maandlasten stijgen fors | |
| Echtscheiding | Puzzelen met verdeling hypotheek | |
| Life events overig | Complexe berekening per leningdeel | |
| DGA met lening bij de BV | Oversluiten hypotheek bij bank mogelijk? | |
Noot fiscaal jurist inzake vervallen hypotheekrente aftrek
De komende periode zal er veel informatie verschijnen over dit onderwerp. De bal ligt echter bij de belastingplichtige, degene die een aftrekpost wil claimen moet bewijzen dat hierop ook een recht bestaat. Het probleem gaat met name over hypotheken die voor 2013 zijn afgesloten, sindsdien is de renteaftrek alleen mogelijk voor leningen die worden afgelost. Historische informatie heeft de belastingdienst niet in bezit. Vrijwel geen enkele instelling zal informatie ouder dan 10 jaar nog hebben bewaard. Over oversluit situaties heeft de kennisgroep al standpunten ingenomen (KG:051:2023:17). Ook is er sinds 13 mei 2026 een rapport over de 30 jaarstermijn hypotheekrente aftrek (de HRA), deze kunt u hier raadplegen.
In het rapport met ruim 60 pagina's, veelal algemene tekst, wordt het volgende duidelijk;
- Bewijslast voor hypotheekrenteaftrek ligt bij belastingplichtige
- Belastingdienst heeft onvoldoende gegevens, historische gegevens zijn vaak vernietigd of nooit vastgelegd
- Adviseur en banken kunnen vaak geen zekerheid geven
Het budget bij de overheid binnen de begroting is beperkt, het lijkt dan ook niet logisch dat er vanuit Den Haag een oplossing komt. Eventueel zou de belastingdienst de termijn voor 2031 in stapjes kunnen afbouwen tot 2043 (de periode 30 jaar na 2013, moment verplichte aflossing en registratie door de belastingdienst)
Komt de overheid nog met een oplossing voor de hypotheekrenteaftrek in 2031?
In het rapport wordt wel een opening gegeven. De besluitvorming over dit probleem moet nog plaatsvinden en er zullen vele kamervragen volgen. Zonder verdere toelichting is er in 2031 een uitvoerings- en handhavingsprobleem. De meest logische keuze lijkt een overgangsrecht tot 2043, dit kost de staat wel 1,5 miljard per jaar.
Bronnen inzake hypotheekrenteaftrek 2031
Antwoorden kamervragen over aflopen van de 30 jaarstermijn (13 mei 2026)
Antwoorden kamervragen over bericht "Jetten verruimt de hypotheekrenteaftrek" (13 mei 2026)
Beslisnota bij kamerbrief 30 jaarstermijn hypotheekrenteaftrek (13 mei 2026)
Rapport onderzoek 30 jaarstermijn hypotheekrenteaftrek (13 mei 2026)
Kwalificerend buitenlands belastingplichtig
Een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is iemand die niet in Nederland woont maar wel in de EU, EER, Zwitserland of de BES eilanden woont en minstens 90% van het wereldinkomen in Nederland verdient. Al met al een bijzondere en lastige regeling. Via deze route heeft de belastingplichtige recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als een inwoner van Nederland. Soms is een inkomensverklaring van de buitenlandse belastingdienst nodig, deze kunt u hier downloaden in verschillende talen. Soms bent u ook in Nederland verzekerd voor de premies volksverzekeringen. De aanleiding voor dit artikel is een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden.
Nederlandse aftrekposten bij wonen in het buitenland
Wie buiten Nederland woont, maar inkomen uit Nederland ontvangt, is in beginsel buitenlands belastingplichtig. Nederland heft dan alleen belasting over bepaalde Nederlandse inkomsten. De fiscale behandeling is daardoor beperkter dan bij iemand die in Nederland woont. Een gewone buitenlandse belastingplichtige heeft bijvoorbeeld niet automatisch recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als een inwoner van Nederland.
Dat kan anders zijn als iemand kwalificerend buitenlands belastingplichtig is. Deze regeling is vooral relevant voor grensarbeiders, gepensioneerden, directeur-grootaandeelhouders, ondernemers en emigranten die in het buitenland wonen, maar hun inkomen grotendeels uit Nederland ontvangen. In dat geval kan Nederland toch rekening moeten houden met persoonlijke aftrekposten, gezinssituatie en bepaalde heffingskortingen.
Wat is een kwalificerend buitenlands belastingplichtige?
Een kwalificerend buitenlands belastingplichtige is iemand die niet in Nederland woont, maar voor bepaalde onderdelen fiscaal wordt behandeld alsof hij inwoner van Nederland is. De regeling is opgenomen in artikel 7.8 Wet inkomstenbelasting 2001.
De gedachte achter de regeling is dat het woonland vaak onvoldoende rekening kan houden met persoonlijke aftrekposten als het inkomen vrijwel volledig in Nederland wordt belast. Nederland moet dan onder voorwaarden fiscale tegemoetkomingen verlenen die normaal gesproken alleen gelden voor binnenlandse belastingplichtigen.
In hoofdlijnen bent u kwalificerend buitenlands belastingplichtige als u:
- Niet in Nederland woont;
- Woont in een EU-lidstaat, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland of op Bonaire, Sint-Eustatius of Saba;
- Over minimaal 90% van uw wereldinkomen in Nederland belasting betaalt;
- Voldoende aannemelijk maakt hoe hoog uw wereldinkomen is.
De 90%-eis is de kern van de regeling. Er wordt niet alleen gekeken naar Nederlands inkomen, maar naar het totale wereldinkomen. Buitenlands loon, pensioen, winst, uitkering of vermogensinkomen kan er dus toe leiden dat u niet kwalificeert.
Waarom is de status "kwalificerende buitenlandse belastingplicht" belangrijk?
De status kan fiscaal veel verschil maken. Een kwalificerend buitenlands belastingplichtige krijgt voor belangrijke onderdelen toegang tot dezelfde fiscale faciliteiten als een inwoner van Nederland.
Denk onder meer aan:
- Hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning;
- Aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning;
- Persoonsgebonden aftrekposten, zoals giftenaftrek en specifieke zorgkosten;
- Aftrek van lijfrentepremies;
- Het belastingdeel van heffingskortingen;
- Fiscaal partnerschap;
- Verdeling van bepaalde inkomsten en aftrekposten tussen fiscale partners.
Vooral de eigen woning speelt in de praktijk vaak een grote rol. Iemand die in Duitsland, België of Spanje woont en vrijwel al zijn inkomen uit Nederland ontvangt, kan onder voorwaarden negatieve inkomsten uit de buitenlandse eigen woning in Nederland in aftrek brengen. Zonder kwalificerende buitenlandse belastingplicht is die aftrek in beginsel niet beschikbaar.
Daarbij geldt wel dat dubbele aftrek niet mogelijk is. Als het woonland al rekening houdt met bepaalde aftrekposten, kunnen die posten niet nogmaals in Nederland worden benut.
De 90%-toets bij de kwalificerende buitenlandse belastingplicht
De belangrijkste voorwaarde is dat ten minste 90% van het wereldinkomen in Nederland aan loonbelasting of inkomstenbelasting is onderworpen. Het wereldinkomen wordt bepaald naar Nederlandse fiscale maatstaven.
- Een voorbeeld: Iemand woont in Duitsland en ontvangt € 80.000 Nederlands pensioen. Daarnaast ontvangt hij € 5.000 Duits inkomen. Dan wordt € 80.000 van het totale inkomen van € 85.000 in Nederland belast. Dat is meer dan 90%. In beginsel kan dan sprake zijn van kwalificerende buitenlandse belastingplicht.
Wordt daarnaast substantieel buitenlands inkomen genoten, dan kan de 90%-grens worden gemist. Het recht op de ruimere Nederlandse aftrekposten vervalt dan.
Partners en kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Bij fiscale partners kan de beoordeling ingewikkelder zijn. In bepaalde situaties wordt gekeken naar het gezamenlijke inkomen. Dat kan gunstig zijn als beide partners grotendeels Nederlands inkomen genieten. Het kan ook nadelig uitpakken als één partner veel buitenlands inkomen heeft. De kwalificatie moet daarom niet alleen individueel worden beoordeeld, maar ook in samenhang met de partnerpositie. Dat is vooral relevant bij hypotheekrenteaftrek, verdeling van aftrekposten en heffingskortingen.
Kwalificerende buitenlandse belastingplicht geldt niet automatisch bij Nederlands inkomen
Nederlands inkomen leidt niet automatisch tot kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Ook iemand die in het buitenland woont en uitsluitend Nederlands loon of pensioen ontvangt, moet aan de wettelijke voorwaarden voldoen.
De regeling is bovendien niet beperkt tot werknemers. Ook gepensioneerden, ondernemers, uitkeringsgerechtigden en aanmerkelijkbelanghouders kunnen onder omstandigheden kwalificerend buitenlands belastingplichtige zijn. Beslissend is of Nederland voldoende van het wereldinkomen belast en of aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
Uitspraak rechter inzake kwalificerende buitenlandse belastingplicht
In een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2026 (ECLI ECLI:NL:GHARL:2026:2743) ging het om een belastingplichtige die in Duitsland woonde en Nederlandse pensioen- en uitkeringsinkomsten ontving. Hij stelde dat hij kwalificerend buitenlands belastingplichtige was en wilde onder meer negatieve inkomsten uit zijn Duitse eigen woning in aftrek brengen.
De Belastingdienst weigerde dit. Het hof oordeelde uiteindelijk dat de belastingplichtige wél als kwalificerend buitenlands belastingplichtige moest worden behandeld. Daardoor had hij recht op de daarmee samenhangende fiscale voordelen, waaronder aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning en het belastingdeel van de algemene heffingskorting. De uitspraak bevestigt het praktische belang van de regeling. Wie buiten Nederland woont, maar zijn inkomen vrijwel geheel in Nederland geniet, kan niet zonder meer worden behandeld als gewone buitenlandse belastingplichtige.
Belang voor de praktijk
Voor buitenlands wonende belastingplichtigen met Nederlands inkomen is het verstandig jaarlijks te beoordelen of zij kwalificerend buitenlands belastingplichtige zijn. Dat geldt zeker bij emigratie, pensionering, grensarbeid, een buitenlandse eigen woning of een wijziging in het inkomen van de partner.
Het verschil kan groot zijn. Het kan gaan om wel of geen hypotheekrenteaftrek, wel of geen persoonsgebonden aftrek en wel of geen recht op bepaalde heffingskortingen.
Conclusie inzake kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Kwalificerende buitenlandse belastingplicht is een belangrijke regeling voor mensen die buiten Nederland wonen, maar hun inkomen grotendeels in Nederland verdienen. De regeling voorkomt dat persoonlijke aftrekposten en heffingskortingen verloren gaan doordat het woonland onvoldoende belastinggrondslag heeft om daarmee rekening te houden.
Wie voldoet aan de voorwaarden, kan in Nederland aanspraak maken op belangrijke fiscale voordelen, zoals hypotheekrenteaftrek, persoonsgebonden aftrekposten, lijfrenteaftrek, heffingskortingen en fiscaal partnerschap.
De uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden laat zien dat deze regeling in de praktijk daadwerkelijk verschil maakt. Voor buitenlandse belastingplichtigen met Nederlands inkomen is het daarom raadzaam om expliciet te beoordelen of de kwalificerende status kan worden benut.
Schema inzake kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Noot fiscaal jurist inzake kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Woont u in het buitenland en ontvangt u inkomen uit Nederland? Dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om te laten beoordelen of u kwalificerend buitenlands belastingplichtige bent. Dat geldt vooral bij een buitenlandse eigen woning, aftrekposten, Nederlands pensioen of een partner met inkomen in Nederland of het buitenland.
De wettelijke regeling over de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige moet worden uitgelegd in overeenstemming met het Unierecht. Dit brengt mee dat de rechter de nationale regeling op grond van rechtstreekse toepassing en voorrang van het Unierecht buiten toepassing zou moeten laten, indien een uitleg van de nationale wet in overeenstemming met het Unierecht niet tot een met het Unierecht te verenigen oplossing zou leiden, dit volgens een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 18 juli 2025 (ECLI:NL:HR:2025:889), bij de beoordeling moet de inspecteur niet te formalistisch naar de stukken kijken (dus geen eisen aan de vorm waarin de stukken worden verstrekt, redelijk vrije bewijsleer).
Wij kunnen beoordelen of u aan de voorwaarden voldoet en desgewenst ook uw aangifte inkomstenbelasting verzorgen, zodat de juiste aftrekposten en heffingskortingen worden meegenomen.
Ontslagvergoeding uit het buitenland
Internationale structuren en werkzaamheden vragen om maatwerk. Wij adviseren wekelijks over internationale fiscale situaties (vanuit het Nederlandse perspectief en bij toepassing van belastingverdragen). In dit artikel behandelen we de casus die voorkwam bij de Rechtbank Gelderland op 1 april 2026 ECLI:NL:RBGEL:2026:2507. In deze zaak ging het om de belastingheffing over een ontslagvergoeding en de inkomsten uit een onderneming die na het ontslag is begonnen.
Werken in het buitenland via een eenmanszaak? Loon of onderneming?
Steeds vaker kiezen Nederlandse professionals ervoor om via een eenmanszaak internationaal te werken. Fiscaal aantrekkelijk? Niet altijd. Een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland laat zien dat de Belastingdienst kritisch kijkt naar schijnzelfstandigheid — met grote gevolgen voor de belastingheffing én de voorkoming van dubbele belasting.
In de zaak ECLI:NL:RBGEL:2026:2507 stond het volgende centraal:
- Belanghebbende ontvangt een ontslagvergoeding van € 633.750
- Start vervolgens een eenmanszaak
- Werkt als consultant in Oman en verdient € 143.819
- Geeft dit aan als winst uit onderneming
- Claimt aftrek ter voorkoming van dubbele belasting
De inspecteur weigert de aftrek. Volgens hem is geen sprake van ondernemerschap. Oordeel rechtbank: géén ondernemer, maar werknemer. De doorslaggevende criteria voor de rechtbank waren:
- Werkzaamheden verricht onder gezag
- Geen wezenlijk ondernemersrisico
- Feitelijke situatie prevaleert boven contractuele vorm
Toetsen ondernemerschap of loon uit dienstbetrekking
Voor ondernemerschap wordt er kritisch gekeken. Voor een onderneming zijn kenmerkend dat de werkzaamheden onafhankelijk en niet in een gezagsverhouding worden verricht, dat wordt gestreefd naar continuïteit door het verkrijgen van verschillende opdrachten en dat ondernemersrisico wordt gelopen, zie hiertoe de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 20 december 2000 ECLI:NL:HR:2000:AA9094. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een onderneming, omdat niet aannemelijk is geworden dat aan alle voorwaarden daarvoor is voldaan. Daarna bewandelde de rechtbank de route en toetsing van de zogenaamde Deliveroo arrest.
Gevolgen hiervan waren vrij eenvoudig. De inkomsten worden belast als
loon en niet als winst uit onderneming. Maar wie mag er dan heffen? Omdat
de arbeid feitelijk in Oman werd verricht heeft Oman het primaire heffingsrecht
(arbeidslandbeginsel). Nederland moet voorkoming van dubbele belasting
verlenen (belastingverdrag Nederland - Oman).
De rechtbank corrigeert de inspecteur dus op dit punt,
de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting moet wél worden verleend.
De overwegingen hierbij zijn de volgende (de
183 dagen regeling):
- de werknemer fysiek aanwezig is in Oman gedurende meer dan 183 dagen in een jaar; of
- de beloning die de werknemer ontvangt wordt betaald door of namens een werkgever in Oman; of
- de beloning die de werknemer ontvangt ten laste komt van een vaste inrichting die zijn Nederlandse werkgever heeft in het werkland.
Normaal gesproken wordt hierbij de (ongunstige) verrekeningsmethode toegepast. Op grond van een besluit uit 2017 mag echter de (gunstige) vrijstellingsmethode worden toegepast. Dit zorgt ervoor dat de aanslag met ruim € 70.000 wordt verminderd, zijnde € 143.000 (buitenlands inkomen) / € 1.112.000 (wereld inkomen) x € 564.000 (Nederlandse belastingen over wereld inkomen) = € 73.000 (allen afgeronde bedragen).
Is de ontslagvergoeding belast in Nederland of in het buitenland?
Dit onderdeel heeft financieel de meeste impact en hierbij wordt de inspecteur in het gelijk gesteld. De ontslagvergoeding mag volledig in Nederland worden belast. Dit komt door een bewijs issue, het is niet aannemelijk dat de vergoeding ten laste komt van een buitenlandse werkgever, of toerekenbaar is aan een buitenlandse vaste inrichting, tja dan gaat het mis ! Belanghebbende stelt dat de ontslagvergoeding te maken heeft met zijn dienstbetrekking in het VK en in Oman, op grond van het commentaar bij het OESO modelverdrag zou dan de zogenaamde 4+ methode moeten worden toegepast, zie ondermeer de uitspraak van de Rechtbank Gelderland d.d. 21 februari 2022 ECLI:NL:RBGEL:2022:904. De Rechtbank volgt belanghebbende niet, dit onderverwijzing naar Hoge Raad d.d. 11 juni 2004 ECLI:NL:HR:2004:AF7816. De band van de ontslagvergoeding met het arbeidsverleden in de genoemde werkstaten, wordt onvoldoende geacht om te kunnen zeggen dat de ontslagvergoeding een beloning vormt ter zake van de uitoefening van de dienstbetrekking in die staten.
Noot fiscaal jurist inzake werkzaamheden in buitenland en wonen in Nederland
De aanslag wordt verminderd met € 73.000 maar belastingplichtige moet altijd nog een een kleine € 500.000 in Nederland afrekenen. Steeds meer mensen werken over de grens en steeds vaker zien wij dat hierover fiscaal niet juist of volledig wordt geadviseerd. Vragen? Neem gerust contact met ons op.
Wonen in Duitsland en bedrijf in Nederland, wat zijn de fiscale gevolgen?
In dit artikelen behandelen wij een casus die voorlag bij het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 25 maart 2026 ECLI:NL:GHSHE:2026:806. Een belastingadviseur woonde in Nederland en drijft een onderneming in Nederland. Het Hof is van mening dat de belastingadviseur geen recht heeft op zelfstandigenaftrek.
Belastingadviseur in Duitsland verliest zelfstandigenaftrek
Een voormalig advocaat — we noemen hem X — nu werkzaam als belastingadviseur vanuit Nederland terwijl hij in Duitsland woont, vecht bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch onder andere voor zijn zelfstandigenaftrek over 2013 en 2014. De uitspraak is met name om één reden principieel interessant: het Hof laat de inspecteur een nabestaandenpensioen dat onder artikel 17 lid 1 van het verdrag Nederland-Duitsland exclusief aan Duitsland is toegewezen — en daarmee verdragrechtelijk niet eens in de Nederlandse grondslag thuishoort — gebruiken als interne-compensatiemunt om een fout van de inspecteur in het voordeel van X niet volledig te hoeven terugdraaien. Daarnaast: X verliest zijn zelfstandigenaftrek en zijn premieplichtstrijd door eigen slordigheid — hij slaagt er niet in iets aannemelijk te maken. En een flink pak stukken dat hij ter zitting op tafel legt, belandt als tardief (te laat) in de prullenbak.
Belastingadvies kantoor in Nederland en wonen in Duitsland
De zaak heeft veel aanloop. X was tot augustus 2006 werkzaam als advocaat.
Hij hield sinds 1994 de aandelen in een door hem opgerichte B.V. waarin
taxibedrijven werden geëxploiteerd. Die B.V. ging in 2003 failliet wegens
gebrek aan baten. In 2004 volgde het faillissement van X zelf, in 2007
dat van de Stichting Derdengelden die hij in 1996 ten behoeve van zijn
advocatenpraktijk had opgericht.
De curator stelde vervolgens vast dat in de periode 2001-2004 ruim €1 miljoen
vanaf de derdengeldrekening was overgeboekt naar privérekeningen en aan
X gelieerde vennootschappen — betalingen die niets met het doel van een
derdengeldrekening te maken hadden. In 2007 sloot de curator namens X met
de inspecteur een vaststellingsovereenkomst over zijn belastingschuld 1993-2005.
Later werd zijn medebestuurder van de Stichting aansprakelijk gesteld en
verhaalde die zich vervolgens op X voor €121.154. X betaalt daarop jaarlijks
€3.813 af via loonbeslag. Die betalingen wilde hij ook nog zonder succes
aftrekbaar maken.
Anders dan in Duitsland, waar Steuerberater een wettelijk beschermde en streng gereguleerde titel is, is ‘belastingadviseur’ in Nederland geen beschermde titel. Wie hier een eenmanszaak opent en zich ‘fiscaal adviseur’ noemt, mag dat. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de rechters redelijk kritisch op X waren, mogelijk gezien zijn optreden in het maatschappelijk verkeer.
Wonen in Duitsland, kantoor in Nederland, aangifte als binnenlands belastingplichtige
X woont sinds enige jaren in Duitsland en drijft vanuit Nederland een eenmanszaak in fiscaal advieswerk. Opvallend: zijn aangiften IB/PVV dient hij in als binnenlands belastingplichtige, mét zelfstandigenaftrek. Waarom X een aangiftebiljet voor binnenlandse belastingplichtigen gebruikte is niet helemaal duidelijk. Het Hof stelt wel feitelijk vast dat X in Duitsland woonde (r.o. 2.1 en 4.10). Die vaststelling is niet zonder belang. Pas toen partijen het eens waren dat Duitsland zijn woonstaat was, werd duidelijk dat het nabestaandenpensioen (€7.517 per jaar, dus ruim onder de €15.000-grens) onder artikel 17 lid 1 van het verdrag exclusief aan Duitsland toekwam en geheel uit de Nederlandse aanslag moest verdwijnen.
Premieplicht volksverzekeringen bij wonen in Duitsland en bedrijf in Nederland
Voor de premieplicht volksverzekeringen werkt het net anders. Die hangt onder Verordening (EG) 883/2004 niet af van het woonland, maar van het land waar de werkzaamheden worden verricht. Uitzondering: degene die in meerdere lidstaten werkt, is premieplichtig in de woonstaat als hij daar een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht — blijkens artikel 14, lid 8, Vo 987/2009 indicatief ten minste 25%. Die 25%-route probeerde X (r.o. 4.12), maar het aannemelijk-maken strandde op dezelfde klip als bij de zelfstandigenaftrek: hij onderbouwde de gestelde Duitse werkzaamheden onvoldoende. Resultaat: premieplicht in Nederland. De inspecteur volgt aanvankelijk de aangifte. Pas later ontdekt hij dat een aantal posten niet klopt, waaronder het nabestaandenpensioen van €7.517 (2012 en 2013) en €7.625 (2014). Bij uitspraak op bezwaar corrigeert hij dat — maar niet voor het volledige bedrag. Bij het Hof botst dat.
Zelfstandigenaftrek bij wonen in Duitsland en werken in Nederland
Ook de zelfstandigenaftrek kwam onder vuur. De bewijslast dat aan het urencriterium (1.225 uur) is voldaan, rust op belanghebbende. Een sluitende urenregistratie is behulpzaam maar niet strikt noodzakelijk; aannemelijk maken mag ook op andere wijze. X kiest voor de cijfermatige route. Zijn omzet zou €59.837 in 2013 zijn en €78.948 in 2014; met een uurtarief van €30 leidt dat volgens hem tot 1.995 respectievelijk 2.631 uren — dus ruim boven de norm. Hier snijdt X zichzelf herhaaldelijk in de vingers. In zijn beroepschrift noemt hij een uurtarief van €32,50. In hoger beroep wordt dat €30. Ter zitting verklaart hij dat hij helemaal geen uurtarief hanteerde, maar werkte met vaste tariefafspraken per cliënt. Zijn omzetcijfers schuiven ook: eerst €91.797 in 2013 en €80.888 in 2014, later andere bedragen. De rittenstaten die hij overlegt ter onderbouwing van zijn reistijd, starten pas op 30 augustus 2014 en bevatten telkens afgeronde, gelijke afstanden.
Het Hof oordeelt droog: de omzet is geen betrouwbare maatstaf omdat de bedragen die X noemt steeds verschillen, een vast uurtarief blijkt er niet te zijn geweest, en de rittenstaten zijn niet sluitend en dekken slechts een deel van de relevante periode. Geen aannemelijkheid, geen zelfstandigenaftrek over 2013 en 2014.
Interne compensatie bij wonen in Duitsland en werken in Nederland
De inspecteur gaat ook niet helemaal vrijuit. Hij had immers de aangiften
van X grotendeels gevolgd: binnenlandse belastingplicht, zelfstandigenaftrek
geaccepteerd, een dotatie van €27.500 aan een voorziening ‘Beroepsaansprakelijk’
gehonoreerd, én het nabestaandenpensioen van €7.517 (2012 en 2013) respectievelijk
€7.625 (2014) in de Nederlandse grondslag betrokken. Dat waren, zo bleek
achteraf, twee fouten die de aanslag te laag maakten (aftrek en voorziening)
en één fout die de aanslag te hoog maakte (pensioen).
In de bezwaarfase doet de inspecteur vervolgens iets opmerkelijks.
Hij herstelt zijn pensioenfout — terecht —, maar niet volledig: tegelijkertijd trekt hij de zelfstandigenaftrek- en voorziening-fout alsnog recht in zijn eigen voordeel. Netto blijft de aanslag hoger dan zou volgen uit louter de pensioencorrectie. X verzet zich.
- Ten eerste: interne compensatie mag niet over inkomsten die verdragrechtelijk volledig aan Duitsland zijn toegewezen — die vallen buiten de rechtsmacht van de inspecteur en zouden eigenlijk niet eens in de aangifte zijn opgenomen.
- Ten tweede: als interne compensatie al is toegestaan, dan hooguit tot het bedrag dat in Duitsland daadwerkelijk is belast (€2.604).
Het Hof veegt beide argumenten in één beweging weg. Interne compensatie wordt niet per post beoordeeld, maar op het niveau van de gehele aanslag. Zolang de aanslag per saldo niet te hoog is, mag de inspecteur binnen diezelfde aanslag posten tegen elkaar wegstrepen.
- Het Hof in r.o. 4.8: “De omstandigheid dat het inkomensbestanddeel dat gecompenseerd wordt niet in de heffing had mogen worden betrokken, maakt dat niet anders.” Dit is best scherp. Normaal zitten er plus- en minposten in een aangiften en mag de inspecteur deze met elkaar verrekenen. Het Hof staat de inspecteur hier toe ook te compenseren met een post die eigenlijk ten onrechte in de aangifte staat. Of er cassatie volgt, is op het moment van schrijven nog niet bekend.
Digitale inspecteur en tardieve stukken: de 10-dagentermijn blijft de 10-dagentermijn
Het proces was niet alleen complex en chaotisch qua jaren en onderwerpen. Ook de zitting op 15 januari 2026 was bijzonder: X was fysiek aanwezig in ’s-Hertogenbosch, beide inspecteurs deden mee via een beeld- en geluidverbinding. In die setting legt X ter zitting een pleitnota met een stapel bijlagen op tafel: Duitse bankafschriften met betalingen van Einkommensteuer 2013 en 2014, én afschriften van de Duitse Berechnungen Einkommensteuer over diezelfde jaren.
Het Hof splitst de stapel. De bankafschriften worden nog toegelaten — de inspecteur krijgt twee weken om er schriftelijk op te reageren. De Duitse aanslagbescheiden (Berechnungen) worden als tardief (te laat) geweigerd op grond van artikel 8:58 Awb en het leerstuk van de goede procesorde. De redenering is scherp: X had onderdelen van deze stukken al integraal in zijn hoger beroepschrift gekopieerd. Hij had ze dus al tijdens het opstellen van dat beroepschrift in huis. Daarmee had hij ze uiterlijk tien dagen vóór de zitting moeten overleggen, en gaf ter zitting geen verklaring waarom hij dat niet had gedaan.
Hetzelfde lot treft de nieuwe standpunten die X ter zitting opwerpt — een beroep op het vertrouwensbeginsel en het recht op een eerlijk proces. Ook die worden als tardief afgewezen: ze breiden de rechtsstrijd uit, vergen feitelijk onderzoek, en de inspecteur kan er niet zonder voorbereiding op reageren.
Kanttekening: op welke grondslag zit de inspecteur hier digitaal?
De formele regels voor de belastingrechtspraak gaan nog steeds uit van fysieke verschijning. Paragraaf 2.1 van het Besluit Beroep in Belastingzaken (BBIB) instrueert de Belastingdienst helder:
- “De inspecteur verschijnt altijd ter zitting wanneer hij een oproep voor de mondelinge behandeling van het beroepschrift heeft ontvangen.” De Procesregeling belastingkamers gerechtshoven 2022 (Stcrt. 2022, 3694) spreekt in artikel 18 van een oproeping ‘om in persoon dan wel bij gemachtigde ter zitting te verschijnen’ — zonder enige verwijzing naar beeld- en geluidverbinding of videozittingen. De wettelijke grondslag die videodeelname tijdens corona wél expliciet toeliet — artikel 2 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid en de daarop gebaseerde Tijdelijke algemene regeling zaaksbehandeling Rechtspraak — is inmiddels vervallen.
Het Hof gaat in r.o. 1.6 niet in op de grondslag waarop de twee inspecteurs
in deze zaak digitaal konden deelnemen; het vermeldt slechts feitelijk
dat zij dat deden. De enige algemene escape in de Procesregeling is artikel
21: het gerechtshof kan op grond van bijzondere omstandigheden van de regeling
afwijken. Wat die bijzondere omstandigheden hier waren, blijkt niet uit
de uitspraak.
Dat wringt, zeker omdat de tardief-weigering niet het hele pak bijlagen
trof. Een deel werd toegelaten — maar daarvoor schorste het Hof de behandeling
zodat de inspecteur er na de zitting nog naar kon kijken. Ik vraag mij
af of hij dat niet meteen ter zitting had kunnen doen als hij fysiek aanwezig
was geweest. Een ander deel werd geweigerd als tardief.
Noot fiscaal jurist, wat leren we van deze uitspraak?
- Interne compensatie gaat over de hele aanslag — zelfs exclusieve toewijzing biedt geen bescherming. Dit is de kern van deze uitspraak. Zelfs een inkomenspost die onder artikel 17 lid 1 van het verdrag NL-DE exclusief aan Duitsland is toegewezen — waar de bronstaatuitzondering van lid 2 niet aan de orde komt omdat het totaalbedrag onder €15.000 per jaar blijft, en die Nederland verdragrechtelijk niet eens in de grondslag had mogen opnemen — kan binnen de Nederlandse aanslag als compensatiemunt dienen voor een aftrek die de inspecteur ten onrechte heeft verleend. Het Hof kijkt niet per post, maar naar de aanslag als geheel. Wijst u de inspecteur op een fout in uw voordeel? Tel dán eerst hoeveel ‘uw-fouten’ er in diezelfde aanslag verscholen zitten.
- De 10-dagentermijn is hard — ook, en misschien juist, bij digitale zittingen. Stukken die u uit strategie of traagheid bewaart voor de zittingstafel, belanden vaker dan ooit in de prullenbak. Hetzelfde geldt voor nieuwe standpunten die u dáár voor het eerst opwerpt. Een inspecteur die via een scherm meedoet, kan ter zitting niets doorbladeren — en dat maakt de rechter voor mijn gevoel strenger, niet soepeler.
- De rode draad — X verliest driemaal op dezelfde klip: aannemelijk maken. Zijn uren voor de zelfstandigenaftrek: niet aannemelijk (wisselende tarieven, wisselende omzetten, rittenstaten pas vanaf augustus 2014 met steeds afgeronde afstanden). Zijn substantiële werkzaamheden in Duitsland voor de premieplichtroute van artikel 13 Verordening 883/2004: niet aannemelijk (alleen gedeelten van een Duits boekenonderzoek en kopieën uit Duitse Berechnungen, zonder onderbouwing waar de omzetbedragen op zien). Zijn ter zitting opgeworpen beroep op het vertrouwensbeginsel: niet aannemelijk (geen onderbouwing dat de inspecteur in strijd met enig beginsel handelde, én tardief). Dezelfde klip, drie keer.
Meer informatie of een second opinion?
Voor vragen over grensoverschrijdende ondernemerschap: mr. E.D.H. (Eric)
van Nugteren, fiscaal jurist verbonden aan Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
(Duitsland-desk). E-mail: e.vannugteren@jongbloed.tv.
Verhuizen naar Duitsland om Box 3 te ontlopen? Let op: Duitsland probeert ook te heffen
Samenvatting — Steeds meer Nederlanders overwegen een verhuizing naar Duitsland, mede vanwege de huidige en toekomstige Box 3-heffing. Duitsland kent immers nu geen vermogensbelasting. Maar Duitsland probeert via verschillende wegen wél te heffen over inkomen, winsten en vermogen die Nederland op zijn eigen manier belast — of juist niet belast. De Duitse rechter heeft zich hier inmiddels drie keer over uitgesproken. Het patroon: Duitsland wint alleen als Nederland zelf de bal laat vallen.
Waarom verhuizen Nederlanders naar Duitsland?
Wij krijgen de laatste tijd steeds vaker vragen van Nederlanders die overwegen om naar Duitsland te verhuizen. De reden: de Nederlandse vermogensrendementsheffing in Box 3. Het huidige forfaitaire stelsel en de aankomende Wet werkelijk rendement (naar verwachting 2028) doen het houden van vermogen in Nederland fiscaal steeds zwaarder aanvoelen. Duitsland kent op dit moment geen vermogensbelasting. Verkoopwinsten op privévermogen zijn in Duitsland na een jaar houden zelfs geheel onbelast. Voor vastgoed is dat een termijn van 10 jaar. Dat verschil trekt.
Maar wie denkt dat de Duitse fiscus stilzit, komt bedrogen uit. De afgelopen jaren heeft het Duitse Finanzamt herhaaldelijk geprobeerd om zijn heffingsgrondslag zo breed mogelijk te maken wanneer Nederlanders naar Duitsland verhuizen of van daaruit Nederlands inkomen of vermogen genieten. Tot dusver zonder veel succes — maar met een belangrijke les.
Waar gaat het over?
Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland (DBA 2012/2016) verdeelt de heffingsrechten tussen beide landen. Op meerdere punten ontstaat spanning wanneer Nederland inkomen of vermogen op een andere manier belast dan Duitsland verwacht. Drie situaties hebben inmiddels tot rechtspraak geleid: de verkoop van aandelen in een Nederlandse B.V. na verhuizing naar Duitsland, de toepassing van de Nederlandse 30%-regeling bij grensarbeiders, en de verkoop van een Nederlands pand door iemand die in Duitsland woont. In alle drie de zaken probeert de Duitse fiscus het Nederlandse deel van het inkomen alsnog in Duitsland te belasten. Het resultaat: een helder patroon.
Zaak 1: verkoop B.V.-aandelen na emigratie (BFH, 26 oktober 2021)
De eerste zaak gaat over het klassieke emigratiescenario. Een Nederlander richt in 1998 een B.V. op met €18.000 kapitaal, verhuist in 2006 naar Duitsland, en verkoopt in 2016 zijn aandelen voor ruim €1,4 miljoen.
Het probleem: bij emigratie had de Nederlandse fiscus een conserverende aanslag moeten opleggen — een aanslag die de waardestijging van de aandelen vaststelt en de belasting daarover voorwaardelijk oplegt. Door een fout van de Belastingdienst is dat niet gebeurd. Wel is later in een brief bevestigd dat de waarde bij emigratie €1.112.240 bedroeg.
De Duitse wet (§17 Abs. 2 Satz 3 EStG) voorziet in een zogenaamde Wertverknüpfung: (ook wel bekend als “step-up”) als het vertrekland de waardestijging tot aan de emigratie heeft belast met een heffing die vergelijkbaar is met de Duitse Wegzugsbesteuerung, dan gebruikt Duitsland niet de oorspronkelijke aanschaffingskosten maar de emigratiewaarde als startpunt. Dat scheelt de belastingplichtige aanzienlijk.
Het Bundesfinanzhof (BFH) oordeelt: die Wertverknüpfung geldt alleen als er daadwerkelijk een aanslag is opgelegd. Een brief waarin de waarde wordt bevestigd is niet genoeg. Omdat de Belastingdienst de conserverende aanslag nooit heeft opgelegd, mag Duitsland de volledige waardestijging belasten — vanaf de oorspronkelijke €18.000 tot de verkoopprijs van €1,4 miljoen.
Maar — en dit is het principiële punt: de BFH maakt tegelijk duidelijk dat “unterlegen” (onderworpen zijn aan belasting) niet betekent dat de belasting daadwerkelijk betaald hoeft te zijn. Als Nederland de conserverende aanslag wél had opgelegd — ook al zou de belasting zijn uitgesteld en na tien jaar kwijtgescholden — dan had Duitsland de emigratiewaarde moeten respecteren. Een conserverende aanslag is dus heffing, ook zonder betaling.
De les: als Nederland zijn werk goed doet, respecteert Duitsland dat. Maar als Nederland een steek laat vallen, pakt Duitsland het belastingsubstraat op.
Vindplaats: BFH 26 oktober 2021, IX R 13/20, ECLI:DE:BFH:2021:U.261021.IXR13.20.0.
Zaak 2: de 30%-regeling (BFH, 10 april 2025) bij wonen in Duitsland en werken in Nederland
De tweede zaak gaat over de Nederlandse 30%-regeling voor expats. Een werknemer woont in Duitsland en werkt in Nederland. Zijn werkgever past de 30%-regeling toe: 30% van het loon wordt onbelast uitbetaald als forfaitaire vergoeding voor extraterritoriale kosten.
Het Finanzamt wilde dit onbelaste deel alsnog in Duitsland belasten via de subject-to-tax-clausule in artikel 22 DBA: Duitsland stelt Nederlands inkomen alleen vrij als dat in Nederland daadwerkelijk wordt belast. Volgens het Finanzamt is het 30%-deel niet belast.
De BFH oordeelt anders. De 30%-regeling is geen belastingvrijstelling, maar een forfaitaire kostenvergoeding. Het loon wordt in Nederland wél in de heffingsgrondslag betrokken. Dat Nederland de kosten forfaitair vaststelt in plaats van op basis van werkelijke kosten, maakt geen verschil. Duitsland moet het volledige loon vrijstellen — alleen Progressionsvorbehalt is toegestaan.
De Duitse fiscus heeft zich hierbij neergelegd. Op 19 december 2025 is het BMF-Schreiben aangepast: Randziffer 421 uit het oorspronkelijke schrijven van 12 december 2023, die het Finanzamt opdroeg de 30%-regeling als niet-daadwerkelijk-belast te behandelen, is geschrapt.
Vindplaats:BFH 10 april 2025, VI R 29/22, BStBl 2025 II, p. 594 (ECLI:DE:BFH:2025:U.100425.VIR29.22.0).
Zaak 3: verkoopwinst op een Nederlandse woning (FG Berlin-Brandenburg, 13 november 2025)
De derde zaak raakt de grootste groep: iedereen die in Duitsland woont en een woning in Nederland bezit.
Een echtpaar woonachtig in Duitsland verkoopt een vakantiewoning in Nederland binnen tien jaar na aankoop. Naar Duits recht is die verkoopwinst belastbaar als privé-vervreemdingswinst (§23 EStG). Naar het verdrag heeft Nederland als land waar het vastgoed staat het heffingsrecht. Duitsland moet dat vrijstellen — tenzij Nederland niet daadwerkelijk heft.
Nederland kent geen directe belasting op de verkoopwinst van een woning. Maar de woning valt wél in Box 3, waar Nederland een forfaitair rendement belast op basis van de WOZ-waarde. Volgens het Finanzamt is dat geen daadwerkelijke belastingheffing over de verkoopwinst.
Het FG Berlin-Brandenburg oordeelt: de Box 3-heffing kwalificeert wél als daadwerkelijke belastingheffing. De waardestijging van de woning wordt via de jaarlijks vastgestelde WOZ-waarde doorlopend in de heffingsgrondslag betrokken. Dat Nederland een forfait hanteert in plaats van de werkelijke winst te belasten, doet er niet toe.
De revisie (cassatie) is toegelaten. De zaak gaat naar de hoogste Duitse belastingrechter, het BFH. Maar de richting is duidelijk, en het principiële kader van de eerdere uitspraken ondersteunt dit oordeel.
Vindplaats: FG Berlin-Brandenburg 13 november 2025, 13 K 10170/23 (revisie = cassatie loopt)
Het patroon: Duitsland wint alleen als Nederland de bal laat vallen
De drie zaken laten hetzelfde zien. De Duitse fiscus probeert herhaaldelijk zijn heffingsgrondslag te verbreden — en de Duitse rechter trekt tot dusver steeds dezelfde lijn:
Als Nederland heft — ook op zijn eigen manier — respecteert Duitsland dat. Een forfaitaire kostenvergoeding (zaak 2) en een forfaitair rendement op vermogen (zaak 3) kwalificeren als daadwerkelijke belastingheffing. Zelfs een conserverende aanslag die nooit wordt betaald is voldoende (zaak 1).
Alleen als Nederland zelf verzuimt, pakt Duitsland het op. In zaak 1 verloor de belastingplichtige niet omdat het Nederlandse systeem niet deugt, maar omdat de Belastingdienst vergat de conserverende aanslag op te leggen.
Emigratie naar Duitsland in verband met box 3 verstandig?
U overweegt te verhuizen naar Duitsland vanwege Box 3. Duitsland kent inderdaad momenteel geen vermogensbelasting en verkoopwinsten op privévermogen zijn na een jaar (vastgoed 10 jaar) houden onbelast. Maar de Duitse fiscus kijkt wel degelijk naar wat er aan de Nederlandse kant gebeurt. Als u na uw verhuizing nog Nederlands vermogen aanhoudt — aandelen in een B.V., vastgoed, beleggingen — spelen verdragskwesties als deze mee. Laat u goed adviseren over de totale fiscale positie in beide landen.
U bezit aandelen in een Nederlandse B.V. en emigreert naar Duitsland
Zorg dat bij emigratie de conserverende aanslag correct wordt opgelegd. Het verzuim in zaak 1 kostte de belastingplichtige honderdduizenden euro’s aan extra belasting. Dit is vermijdbaar. Ook als u niet uitsluit ooit weer naar Nederland terug te verhuizen, is advies op zijn plaats. Duitsland kent ook een conserverende aanslag bij vertrek. Maar die moet u in principe wél betalen.
U woont in Duitsland en bezit vastgoed in Nederland
Bij verkoop binnen tien jaar kunt u zich op de uitspraak van het FG Berlin-Brandenburg beroepen. De definitieve beslissing van de BFH volgt nog, maar de eerste aanleg én het principiële kader van de eerdere zaken bieden een stevige basis.
U woont in Duitsland en werkt in Nederland met de 30%-regeling
Het belastingvoordeel blijft intact. De kwestie is definitief beslecht.
Goed om te weten: Box 3 verandert in Nederland
De Nederlandse Tweede Kamer heeft in februari 2026 ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3. Naar verwachting wordt vanaf 2028 het daadwerkelijke rendement belast — inclusief gerealiseerde verkoopwinsten en bij de meeste vermogenscategorieën ook ongerealiseerde waardestijgingen. Bij onroerend goed wordt alleen de gerealiseerde winst belast.
Dit is ook relevant voor de hier besproken verdragskwesties. Als Nederland straks werkelijke verkoopwinsten belast, verdwijnt het argument van de Duitse fiscus dat Nederland de winst niet daadwerkelijk belast. Paradoxaal genoeg versterkt de versobering van Box 3 daarmee de Nederlandse verdragspositie.
Veelgestelde vragen over emigratie naar Duitsland
Ik heb een B.V. en overweeg naar Duitsland te verhuizen. Waar moet ik op letten?
Zorg dat bij emigratie de conserverende aanslag voor uw aanmerkelijk belang correct wordt opgelegd. Zonder die aanslag kan Duitsland de volledige waardestijging belasten — ook het deel dat vóór uw verhuizing is ontstaan. Laat dit vooraf regelen met uw adviseur én de Belastingdienst.
Mag Duitsland heffen over de verkoopwinst van mijn Nederlandse woning?
Alleen als u de woning binnen tien jaar na aankoop verkoopt én Nederland het inkomen niet daadwerkelijk belast. Het FG Berlin-Brandenburg heeft geoordeeld dat de Box 3-heffing wél als daadwerkelijke belastingheffing kwalificeert. De definitieve beslissing van het Bundesfinanzhof volgt nog.
Ik overweeg te verhuizen naar Duitsland vanwege Box 3. Is dat fiscaal verstandig?
Dat hangt sterk af van uw persoonlijke situatie: de samenstelling van uw vermogen, de vraag of u Nederlands vastgoed of aanmerkelijk belang aanhoudt, en uw toekomstplannen. Duitsland kent geen vermogensbelasting en verkoopwinsten op privévermogen zijn na een jaar onbelast. Maar er spelen ook andere kwesties, zoals de Wegzugsbesteuerung bij aanmerkelijk belang en de verdragstoepassing bij Nederlands vermogen. Ook het successie- en schenkingsrecht blijft u nog 10 jaar volgen. Laat de totale positie doorrekenen vóór u beslist.
Kan ik bezwaar maken als het Finanzamt mij eerder wél heeft belast?
Als uw aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat, kunt u een beroep doen op deze rechtspraak. Voor de 30%-regeling is de kwestie bestuurlijk afgerond via het BMF-Schreiben van 19 december 2025. Voor de vastgoedkwestie loopt de zaak nog bij het BFH, maar u kunt vragen om uw bezwaar aan te houden in afwachting van het definitieve oordeel.
Wat verandert er als de Wet werkelijk rendement box 3 ingaat?
Als Nederland vanaf 2028 werkelijke verkoopwinsten belast, is er geen twijfel meer dat de verkoopwinst daadwerkelijk in de Nederlandse heffing wordt betrokken. Het argument van het Finanzamt dat Nederland de winst niet belast, vervalt dan volledig.
Dit artikel is geschreven door Jongbloed Fiscaal Juristen. Overweegt u een verhuizing naar Duitsland of heeft u vragen over de belastingheffing van uw Nederlandse vermogen vanuit Duitsland? Neem contact met ons op voor een persoonlijk adviesgesprek.
Conserverende aanslag belastingdienst
Wanneer u emigreert uit Nederland naar het buitenland kan de belastingdienst een zogenaamde conserverende aanslag opleggen. Dit is feitelijk een latente belastingclaim over bepaalde vermogensbestanddelen die tijdens uw Nederlandse belastingplicht zijn opgebouwd. De regeling is met name voor DGA's, ondernemers en particulieren met een pensioen en/of lijfrentevoorziening. Voor DGA's is het sinds enkele jaren geen latente belastingclaim meer, de belasting zal vrijwel altijd moeten worden betaald (bij een dividenduitkering en/of verkoop van de aandelen in de BV). De belasting wordt - bij een emigratie binnen de EU - niet direct ingevorderd maar meestal uitgesteld onder voorwaarden. In dit artikelen behandelen wij onderstaande interne documenten van de belastingdienst.
Interne memo's belastingdienst over conserverende aanslag
In 2026 zijn er diverse documenten bekend gemaakt (Woo verzoek) inzake de conserverende aanslag en het beleid hieromtrent bij de belastingdienst. Het gaat om de volgende informatie
- Voorwaarden langdurige uitstel (12 pagina's)
- Werkinstructie belastingdienst inzake conserverende aanslagen IH bij emigratie (41 pagina's)
- Algemene interne informatie conserverende aanslag belastingdienst (8 pagina's)
- Handreiking conserverende aanslag IH bij emigratie (38 pagina's)
- Instructie conserverende aanslag IH van de belastingdienst (36 pagina's)
In de instructies staat het interne beleid omtrent de triggers (inkomensbestanddelen) voor een conserverende aanslag, dit zijn:
- Aanmerkelijk belang aandelen en conserverende aanslagen
- Pensioen aanspraken en conserverende aanslagen
- Lijfrente aanspraken en conserverende aanslagen
- Kapitaalverzekeringen eigen woning en conserverende aanslagen
- Stakingswinst en ondernemingsvermogen en conserverende aanslagen
- Pensioen in eigen beheer / ODV en conserverende aanslagen
De belastingdienst doet alsof u afrekent op het moment van uw emigratie.
Waarover moet u afrekenen bij een conserverende aanslag inkomstenbelasting bij emigratie?
Hierbij wordt afgerekend over de waarde in het economische verkeer of de opgebouwde rechten. In het kennisgroep standpunt van de belastingdienst wordt gesproken over zekerheden bij een pensioenaanspraak (KG:207:2024:2)
Wordt er uitstel verleend voor de betaling van de conserverende aanslag inkomstenbelasting bij emigratie?
Er wordt uitstel van betaling verleend bij een emigratie binnen de EU/EER en er wordt om zekerheid gevraagd bij een emigratie naar een niet EU land. Na 10 jaar volgt er automatisch kwijtschelding (geldt niet voor AB aandelen). Voor emigraties buiten de EU moet apart uitstel van betaling worden gevraagd, vaak moet er binnenlandse zekerheid worden gesteld. Doorgaans wordt een verpanding van de aandelen in de BV niet als zekerheid geaccepteerd. Volgens de Hoge Raad d.d. 20 februari 2009 ECLI:NL:HR:2009:BD5468 is de conservende aanslag niet in strijd met EU recht. Ook kan er een conservende aanslag worden opgelegd over buitenlandse vennootschappen, zie rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 24 februari 2025 ECLI:NL:RBZWB:2025:999.
Hoe werkt de conserverende aanslag bij een DGA die gaat emigreren?
Het belastingplan 2016 bevat een rekenvoorbeeld over dit onderwerp. De rekensom is als volgt;
| 1. Verkrijgingsprijs AB aandelen | 0 euro | |
| 2. Waarde aandelen bij emigratie | 10.000.000 euro | |
| 3. Conservende aanslag | 2.500.000 euro | |
| 4. Dividend jaar 1 (na emigratie) | 5.000.000 euro | |
| a. Inhouding dividendbelasting Nederland 15% | 750.000 euro | |
| b. Belasting in woonland 7,5% | 375.000 euro | |
| c. Totale belastingheffing | 1.125.000 euro | |
| d. Heffing bij wonen in Nederland | 1.250.000 euro | |
| e. Intrekken uitstel en innen conservende aanslag (d-c) | 125.000 euro | |
| f. Restant conservende aanslag waarvoor uitstel (3-a-e) | 1.625.000 euro | |
De buitenlanse belasting leidt ertoe dat niet 25% van 5.000.000 euro -/- € 750.000 wordt ingevorderd maar slecht 25% van 5.000.000 euro -/- 750.000 euro - 375.000 euro. Maar let op dat de conserverende aanslag slecht wordt kwijtgescholden met de geheven (Nederlandse) dividendbelasting en niet met het bedrag van de belasting in het buitenland (in het voorbeeld hierboven 375.000 euro). Er resteert immers een conservende aanslag van 1.625.000 euro (en niet 1.250.000 euro), terwijl wel de helft van de waarde van de BV bij emigratie als dividend is uitgekeerd. Het verschil is de buitenlandse belasting over het dividend. Het vorenstaande kan leiden tot internationale dubbele heffing. Aangezien inkoop van aandelen als vervreemding wordt behandeld is het veelal gunstiger om hiervoor te kiezen (t.o.v. dividend uitkeren). In een kennisgroepstandpunt van de belastingdienst uit 2025 wordt ook nog een berekening gegeven (KG:207:2025:1). Een uitspraak over dit onderdeel is nog niet bekend.
Wordt er uitstel verleend voor de aandelen in een BV bij een emigratie?
Voor AB aandelen geldt sinds 2015 feitelijk een onbeperkt uitstel waarbij invordering in beeld komt bij een dividenduitkering of verkoop van aandelen. De timing van de emigratie en een dividenduitkering is erg van belang. De waardering van de aandelen heeft altijd de interesse van de belastingdienst. Bij emigratie buiten de EU kunnen liquiditeitsproblemen ontstaan. De informatie van de belastingdienst geeft meer inzicht op deze situaties. Ook kijkt de belastingdienst kritisch naar emigratie naar gunstige verdragslanden, de timing van pensioenoverdracht en een mogelijke step-up bij immigratie.
Wordt de conserverende aanslag verminderd bij remigratie?
Ja de conserverende aanslag wordt verminderd op verzoek van de belastingplichtige, mits er geen verboden transacties (zoals afkoop of verkoop) hebben plaatsgevonden.
Wat gebeurd er bij overlijden van de belastingplichtige ?
De conserverende aanslag gaa over naar de erfgenamen.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie en conservende aanslag
Wij adviseren wekelijks DGA's en personen die emigreren naar het buitenland. Onze advisering ziet op de binnnenlandse siutatie. Voor de heffing in het buitenland overleggen wij met een adviseurs in uw nieuwe woonland. Nederland heeft met veel landen een belastingverdrag, de afspraken kunnen per land verschillen (zie overzicht site belastingdienst) . Vragen? Neem gerust via onderstaand formulier contact met ons op.
Emigratie superrijken naar buitenland
De superrijken emigreren vanuit Engeland en Nederland naar andere landen. In de Verenigde Arabische Emiraten is het onrustig dus zoeken de superrijken een andere route. De Nederlandse overheid is bezig met maatregelen om belastingontwijking door superrijken die emigreren tegen te gaan. De kern van de maatregelen is het voorkomen dat vermogen onbelast de grens overgaat, dit via een zogenaamde exitheffing (artikel belastingheffing extreem rijken bij emigratie), dit kwam in 2024 aan de orde in de tweede kamer, hier werden 8 extra belastingen voor extreem rijken voorgesteld. Er zijn via een Woo verzoek ook documenten bekend geworden over het team zeer vermogende particulieren van de belastingdienst (document 1 en document 2)
Emigratie van High Net Worth Individuals (HNWI)
De high net worth individuals zijn al jaren gespreksonderwerp binnen de OESO landen en EU. Een echte algemene regeling is er nog niet. Elk land bedenkt zijn eigen fiscale aanpassingen, veelal via een exit heffing. Door de stijgende belastingheffing op vermogen (box 3) en de dreigende stijging op schenk- en erfbelasting zal de emigratiegolf in Nederland ook gaan toenemen. Via een conserverende aanslag wordt de Nederlandse heffing nog een beetje beschermd maar een echte exitheffing heeft niet veel zin (zie onder). Binnen de EU wordt er lang gesproken over een traling tax of exit heffing. Hierdoor zou Nederland nog enkele jaren belasting willen heffen over het Nederlandse vermogen. Door belastingverdragen - die dubbele belastingheffing moeten voorkomen - zal dit niet veel opleveren.
Emigratie rijken uit Nederland en exitheffing, populaire emigratielanden
Belasting heffen bij extreem rijke Nederlanders die naar een fiscaal aantrekkelijk land gaan verhuizen vergt veel inspanning van de belastingdienst maar zal weinig opleveren, dit volgt uit een mededeling van staatssecretaris Heijnen (artikel FD december 2025), het lijkt daarom redelijk onlogisch dat Nederland een exitheffing of volgbelasting gaat invoeren. De regeling zal alleen werken als een Nederlander zou emigreren naar een land waar Nederland geen belastingverdrag mee heeft gesloten.
De meest populaire emigratielanden zijn op dit moment de VAE, België, Portugal, Zwitserland en Italië. De laatste 2 jaren zijn er ruim 400 rijke Nederlands met hun koffer en gezin naar het buitenland vertrokken (vermogen ruim € 2 miljard).
Belastingheffing voor super rijken in het buitenland
De Franse econoom Gabriel Zucman pleit al jaren voor een minimum vermogensbelasting voor zogenaamde superrijken (artikel FD met abonnement). Zowel Nederland als Frankrijk willen dat de Europese Unie maatregelen onderzoek tegen rijke burgers die naar het buitenland verhuizen om via deze route minder belasting te betalen, veelal gaat dit om erfbelasting en vermogensbelasting. Het Verenigd Koningrijk had aantrekkelijke belastingwetgeving voor superrijken, deze wetgeving is de laatste 10 jaar diverse keren aangepast. Via de zogenaamde Non dom maatregel betaalde de rijken pas na 15 jaar belasting over hun buitenlandse inkomen en vermogen. Deze termijn is verkort naar 4 jaar. Gevolg is dat rijken uit de UK vertrekken (artikel FD november 2024 met abonnement).
Landen als Panama, de Verenigde Arabische Emiraten, Zwitserland, Griekenland, Singapore, Cyprus maar ook Italie bedachten maatregelen om deze rijken een aantrekkelijke regeling aan te bieden. Hieronder een schema uit het FD over het verwachte aantal rijken dat in 2024 zal arriveren of vertrekken (x 1.000).
Zwitserland als emigratieland voor superrijken
Zwitserland is minder in trek bij de rijken. In 2024 is het debat over het verhogen van de erfbelasting voor rijken voor in beeld gekomen. Bij een dergelijke verhoging dreigen zeer vermogende ondernemers en particulieren Zwitserland te verlaten, zie artikel FD in augustus 2024
Italie als emigratieland voor superrijken
Volgens artikelen in het FD (mei 2025 en maart 2026) vertrekken steeds meer superrijken vanuit Nederland en de UK naar Italië. Door een grondige opknapbeurt van de nationale fiscale wetgeving is Italië ineens aantrekkelijk voor vermogende particulieren. In 2017 voerde Italië een speciaal belastingregime in voor rijke buitenlanders. De belastingheffing over niet Italiaans inkomen (non dom) is hiermee beperkt. De laatste jaren is dit bedrag wel opgeschroeft en is Italië minder aantrekkelijk voor vermogenden (wel voor superrijken). U voldoet in Italië € 300.000 aan forfaitaire belasting en hiermee is alle inkomen uit het buitenland belastingvrij. Voor elk gezinslid dat ook meegaat is het tarief € 50.000 per jaar.
Italië kent dus een soort van neo residenten tax regime waardoor inkomen uit het buitenland belastingvrij in Italië kan worden ontvangen. Doordat veel landen een buitenlandse bronbelasting heffen is het voordeel soms beperkt, de buitenlandse bronbelasting is namelijk beperkt of helemaal niet verrekenbaar in Italië.
Voor de schenkbelasting en erfbelasting is de regeling wel aantrekkelijk. Italië heft bij overlijden van een Italiaanse resident over het wereldwijde vermogen (dus ook buitenlands vastgoed), de vrijstelling zijn wel hoog (€ 1.000.000 voor partners en kinderen) en de tarieven zijn relatief laag (4% of 8%). De in het buitenland betaalde schenk en erfbelasting kan in Italië worden verrekend.
De heffing kan Italië per regio verschillen, het kost dus enig zoekwerk en een zorgvuldig advies. Wij adviseren vanuit Nederlands perspectief en zullen bij een emigratie altijd contact zoeken met een lokale fiscale specialist.
Voor niet residenten wordt er alleen erfbelasting geheven over het vermogen in Italië. Nederland zal de eerste 10 jaar na de emigratie nog wel erfbelasting en schenkbelasting heffen (zie artikel inwonerschapsfictie na emigratie).
Noot fiscaal jurist inzake emigratie vermogende particulieren
De belastingdienst doet al vele jaren gericht onderzoek naar vermogende Nederlanders die samen met hun BV naar het buitenland emigreren. Speciale aandacht heeft een emigratie naar Zwitserland, Malta of Luxemburg (artikel FD februari 2025). Er zijn al veel procedures over de zogenaamde drielandenpunt constructie. Een zorgvuldig advies is niet voldoende, de uitvoering moet ook kloppen. De werkelijke woonplaats (woonplaatsonderzoek) is hierbij van cruciaal belang. Om vertrek van vermogende particulieren tegen te gaan wordt in de tweede kamer al een tijdje gesproken over een zogenaamde exitheffing. Deze bangmakerij werkt niet omdat belastingverdragen deze exitheffing vrijwel onmogelijk maken.
Woonplaats bepalen bij emigratie
Voor een emigratie geldt vanuit Nederlands perspectief niet de 183 dagen regeling maar de open norm uit artikel 4 AWR, waar iemand woont wordt na omstandigheden beoordeeld. Soms start de belastingdienst een zogenaamd woonplaatsonderzoek (artikel).
Schenk en erfbelasting na emigratie hoe werkt dit?
Voor de schenk- en erfbelasting gaat Nederland nog verder, artikel 3 van de successiewet kent de zogenaamde woonplaatsfictie. Een Nederlander die emigreert blijft voor de schenk- en erfbelasting nog 10 jaar belastingplichtig in Nederland.
Emigratie DGA of ondernemer. Wat zijn extra aandachtspunten?
Bij de DGA zit het grootste fiscale risico in het aanmerkelijk belang. Bij emigratie wordt een conserverende aanslag opgelegd. De wet ziet de emigratie dus als een fictieve vervreemding. Over de waarde van de Nederlandse BV wordt een conserverende aanslag opgelegd, deze zal niet verjaren (vroeger na 10 jaar).
Veel gemaakte fouten bij emigratie uit Nederland, waar moet ik op letten?
Wij zien dat veel Nederlanders eenvoudig redeneren. Uitschrijven uit Nederland, woning wordt vakantiewoning of wordt verkocht en klaar. De belastingdienst kijkt een stuk verder. Denk hierbij aan de woonplaats van uw gezin, kinderen en familie maar ook aan de vestigingsplaats van uw bedrijf of uw vermogen (zoals bedrijfspanden in box 3). Nederland kijkt enkel naar uw activiteiten in Nederland (onjuiste wijze van onderzoek) en zal op grond hiervan bepalen of u nog in Nederland woont of niet, dit kan via een zogenaamde woonplaatsonderzoek plaatsvinden.
Overweegt u te emigreren dan is fiscaal advies van cruciaal belang. De belangrijkste stappen zijn:
- Maak een fiscale emigratiekaart: dus welk land is fiscaal aantrekkelijk en prettig om te wonen
- Bekijk de gevolgen voor de inkomstenbelasting en schenk/ erfbelasting
- Kijk naar de gevolgen voor mogelijke box 2 heffing (bij een DGA / ondernemer)
- Herstructureer tijdig (bijvoorbeeld door bedrijfsopvolging of splitsing van BV's), dus enkele jaren voor emigratie
- Maak een zorgvuldige waardering van al uw vermogen (ook de aandelen in uw BV)
- Onderzoek het aankomstland en bekijk de heffingen aldaar (bekijk ook of het land een step up regeling kent en een exit heffing). Bekijk ook de belastingheffing op dividenden, vervreemdingswinsten, schenkingen en de verdragsbescherming (bij volgende emigratie of vermogen of inkomen in andere landen).
- Documenteer de emigratie juist en zorgvuldig.
Advies nodig bij uw emigratie? Neem gerust contact op met onze specialisten via onderstaande formulier.
Internationale structuur zonder economische realiteit
Een internationale structuur zonder economische realiteit wordt soms als kunstmatig aangemerkt. In een procedure bij het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 24 maart 2026 wordt een internationale structuur beoordeeld. De Rechtbank had de BV nog in het gelijk gesteld. Het gerechtshof komt tot de conclusie dat over de dividenduitkering van € 300.000.000 alsnog € 45.000.000 dividendbelasting moet worden afgedragen. Ook moet de vergrijpboete van € 22.000.000 worden betaald omdat de bestuurder van de BV heeft meegewerkt aan aan volstrekt kunstmatige structuur omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een fiscale beleggingsinstelling. Vorenstaande is duidelijk geworden door interne mails en stukken waaruit duidelijk de kwetsbaarheid en opzet van de structuur kon worden gevolgd.
Tip: bij internationale structuren moet er sprake zijn van economische realiteit, als deze ontbreekt gaat de structuur op de fiscale schop
Tip: let op met het vastleggen van interne mails of whats app berichten waaruit risico's en/of opzet volgt. Dit kan de basis vormen voor opzettelijk onjuist aangifte doen en dus een vergrijpboete die kan oplopen tot 100%.
Tip: onder de huidige DAC wetgeving moet een adviseur agresssieve fiscale advisering melden bij de belasting autoriteiten
Voorkomen inhouding dividendbelasting door internationale structuur
Centraal in deze procedure staat een aantal dividenduitkeringen vanuit Nederland via Luxemburg en het Verenigd Koningrijk. Via de structuur worden dividenduitkeringen door verschillende landen geleid waarbij gebruik wordt gemaakt van buitenlandse tax credits. Uit interne communicatie bij het bedrijf volgt dat de accountant een aantal kritische vragen heeft gesteld op de opzet van de structuur. De accountant was scherp en stelt vragen over de zakelijke onderbouwing en economische realiteit van de gekozen route. Deze signalering maakt volgens het gerechtshof duidelijk dat het binnen de onderneming bekend moet zijn geweest dat er twijfels zijn bij de economische realiteit van de gekozen route. Ondanks dit signaal is de financiële structuur en opzet gewoon voortgezet. De Nederlandse BV deed verder weinig en was enkel een doorgeefluik. Het bestuur van de BV kreeg een kleine vergoeding maar had door verpanding van bankrekeningen en interne afspraken niks te vertellen. Het lijkt redelijk onwaarschijnlijk - aldus het Gerechtshof - dat onafhankelijke (zakelijke) partijen onder vergelijkbare voorwaarden deze handelingen zouden verrichten. Hoewel de rechtbank nog geen grond zag voor de afdracht van dividendbelasting was het Gerechtshof van mening dat sprake is van inhoudings- en afdracht plicht. Hiermee stond de afdracht van dividendbelasting vast.
De vergrijpboete van 50% blijft ook in stand omdat het risico bekend was en er geen sprake is van een pleitbaar standpunt, dit wordt nog eens onderstreept door de interne stukken en e-mails van de accountant.
Noot fiscaal jurist inzake internationale structuren
In een eerdere uitspraak van dit Gerechtshof bij deze BV heeft het Hof voor de Vennootschapsbelasting beslist dat deze BV nooit het economische belang bij de dividenduitkering heeft gehad. Onder verwijzing naar deze uitspraak stelde de rechtbank dat de BV niet inhoudingsplichtig was voor de dividendbelasting. Het Gerechtshof beslist nu anders omdat de BV dividendbelasting heeft ingehouden en deze dan ook moet afdragen (zie ook Hoge Raad d.d. 1 februari 2013).
De basis voor misbruik van recht is gelegd in 2019 bij een arrest over een Deense situatie. In dit arrest worden vrijwel alle elementen over misbruik, tussenschuiven van rechtspersonen en doorsluizen van geld via een internationale structuur behandeld.
Ook in eerdere uitspraken van ondermeer de Hoge Raad in 2025 valt voor belastingplichtige bij een kunstmatige route het fiscale mes. In dit belangrijke arrest is door de Hoge Raad bepaald dat de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting (bij grensoverschrijdende deelnemingen) wordt geweigerd bij misbruik. In deze uitspraak worden 2 toetsen gevolgd:
- subjectieve toets: is het doel (of mede doel) van de gekozen structuur om dividendbelasting te ontgaan? De wegdenkgedachte, dus hoe zou de situatie eruit zien als de tussenschakel wordt weggedacht. Als het fiscale voordeel dan zou verdwijnen is er vermoedelijk sprake van misbruik.
- objectieve toets: is er sprake van een kunstmatige constructie zonder economische realiteit? Dit is feitelijk de beoordeling van substance. Hiervan is sprake als er een materiële onderneming wordt gedreven, er een schakelfunctie is binnen de groep en/of er sprake is van een echt hoofdkantoor.
De inspecteur was in deze procedure eerst aan zet. De inspecteur moet bewijzen dat er sprake is van misbruik, dat heeft de inspecteur keurig gedaan. Daarna is de belastingplichtige aan de bal. De belastingplichtige moet het vermoeden ontkrachten door zakelijke motieven of economische realiteit aan te tonen.
Wat zijn aandachtspunten bij internationale structuren?
De belangrijkste rode vlaggen voor internationale structuren zonder economische realiteit zijn de volgende:
- Geen personeel
- Geen hoofdkantoor of fysieke ruimte
- Geen eigen besluitvorming of geen echte bevoegdheden
- Tussenschakeling zonder echte reële functie
- Bij wegdenken BV vervalt het fiscale voordeel
- Geldstromen worden vrijwel direct doorbetaald
Vergrijpboete bij internationale structuren zijn fors maar hoe werkt het?
In dit geval wordt er ook een forse vergrijpboete opgelegd, volgens het Hof is er geen pleitbaar standpunt, hiertoe wordt verwezen naar de overwegingen van de Hoge Raad in 2020. Van een pleitbaar standpunt ter zake van een onjuiste of onvolledige belastingaangifte is sprake indien het standpunt van de belastingplichtige gebaseerd kan worden op een pleitbare uitleg van het (fiscale) recht, in die zin dat de belastingplichtige ten tijde van het doen van de aangifte – naar objectieve maatstaven gemeten – redelijkerwijs kon en mocht menen dat deze uitleg en daarmee de door hem gedane aangifte juist was. Dit was nu niet zo. De BV kon en mocht redelijkerwijs niet menen dat zij recht zou hebben op de afdrachtvermindering, aangezien de Luxemburgse dividendbelasting per saldo niet drukte op de aan haar uitgekeerde dividenden. Het feit dat een fiscalist heeft meegekeken maakt dit niet anders, aldus het Hof. De boete wordt - als kleine pleister - wel met € 2.500 verminderd door overschrijding van de redelijke termijn.
Bron kunstmatige internationale structuur
Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 22 februari 2022 ECLI:NL:GHARL:2022:1277
Hoge Raad d.d. 1 februari 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ0194
Europese Hof d.d. 26 februari 2019 ECLI:EU:2019:134
Hoge Raad d.d. 29 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:970
Rechtbank Gelderland d.d. 1 augustus 2023 ECLI:NL:RBGEL:2023:4418
Hoge Raad d.d. 25 april 2025 ECLI:NL:HR:2025:668
Hoge Raad d.d. 18 juli 2025 ECLI:NL:HR:2025:1163
Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 24 maart 2026 ECLI:NL:GHARL:2026:1691
Fiscale constructies via buitenlandse structuren
De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren intensief onderzoek gedaan naar internationale belastingstructuren die door Nederlandse mkb-ondernemers werden gebruikt om box-2-heffing te vermijden (zie artikel FD maart 2026). Er zijn zo’n 400 dossiers onderzocht en er zijn voor tientallen miljoenen aan navorderingen en boetes opgelegd. Betrokken ondernemers zijn voornamelijk vermogende mkb-DGA’s met enkele miljoenen vermogen, veelal in hun BV. In dit artikel nemen wij u mee in de wondere wereld van internationale structuren. Voor de snelle lezer "deze structuren zijn sinds 2015 een stuk minder interessant en boefjes worden vrijwel altijd - en terecht - aangepakt".
Constructie via buitenlandse belastingparadijzen
De constructies werden doorgaans opgezet via een netwerk van buitenlandse entiteiten (een zogeheten “kerstboomstructuur”), waarbij winsten uit Nederlandse ondernemingen werden doorgesluisd naar jurisdicties zoals Cyprus, Dubai, Panama of Luxemburg. De kern van de constructie was als volgt:
- Nederlandse BV genereert winst.
- Winst wordt via tussen vennootschappen of stichtingen in laagbelastende jurisdicties doorgesluisd.
- De gelden keren terug naar de ondernemer: als lening, of als gift.
Volgens de betrokken adviseurs zou hierdoor geen belastingheffing in box 2 (dividend) plaatsvinden. De Belastingdienst heeft deze structuren echter fiscaal geherkwalificeerd als verkapte dividenduitkeringen.
Fiscale kwalificatie: verkapt dividend
De fiscus en rechter oordelen dat deze geldstromen materieel moeten worden aangemerkt als winstuitdelingen aan de aandeelhouder. Volgens vaste jurisprudentie is sprake van een verkapte dividenduitkering indien:
- een vermogensverschuiving van de vennootschap naar de aandeelhouder plaatsvindt;
- die verschuiving wordt gedekt door winst(reserves);
- en zowel vennootschap als aandeelhouder zich bewust zijn van de bevoordeling (dubbele bewustheid).
In dat geval wordt de uitkering belast als inkomen uit aanmerkelijk belang (art. 4.12 Wet IB 2001).
Juridische procedures en strafrechtelijke aspecten
De bestrijding van dergelijke structuren is onderdeel van een bredere strategie van de Belastingdienst en FIOD tegen fiscale schijnconstructies. In meerdere gevallen zijn strafrechtelijke onderzoeken gestart. Enkele adviseurs achter de constructies zijn veroordeeld tot taakstraffen en boetes. Celstraffen bleven uit. De opsporing werd mede mogelijk gemaakt door internationale informatie-uitwisseling, waaronder bankgegevens uit Luxemburg.
Fiscale drielandenpuntconstructie
De DGA verhuist naar België of Zwitserland. De Vennootschap wordt verplaatst naar Malta of Luxemburg. Doel is belastingvrij dividend uitkeren en voorkomen van box-2-heffing. De structuren waren veelal slecht opgezet en lek als een mandje.
De drielandenconstructie behelst dus een dubbele verhuizing, De DGA verhuist naar een gunstig land voor de box 2 heffing (bijvoorbeeld Zwitserland of Luxemburg) en de BV verhuist naar een fiscaal vriendelijk land (zoals Malta, Cyrpus of Singapore). Doel van deze opzet is het beperken of ontwijken van de Nederlandse heffing over de winstreserves en lopende winsten. Deze route via drielanden wordt actief bestreden (zie kamervragen in maart 2025).
De rechtspraak draait daarbij om 5 kernvragen
- Waar zit de feitelijke leiding van de BV
- Werkt de Nederlandse oprichtingsfictie voor de BV door onder het verdrag;
- Is de BV voor verdragsdoeleinden inwoner van Nederland (dus volledig met haar winst in Nederland onderworpen)
- Blokkeert een verdrag Nederlandse dividendbelasting wegens het verbod extraterritoriale heffing;
- Hoe werkt dat uit de sfeer van de conserverende aanslag, zie ondermeer het arrest van de Hoge Raad over een drielanden constructie Hoge Raad d.d. 28 februari 2001 ECLI:NL:HR:2001:AB0296
Het Klassieke drielandenarrest van de Hoge Raad
Het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad d.d. 28 februari 2001 ECLI:NL:HR:2001:AB0296 wordt gezien als het klassieke drielandenarrest. Uit de conclusie van de AG volgt de basisstructuur. Een aandeelhouder emigreert naar Belgie en de BV verhuist naar de Nederlandse Antillen. In geschil was of Nederland nog dividendbelasting mocht heffen over uitkeringen van de BV. De kern van het arrest is dat de Hoge Raad niet simpelweg bleef hangen in de nationale oprichtingsfictie maar verder keek naar de verdragsinwonerstoets. In dit geval mocht Nederland geen dividendbelasting heffen (maar België). Nederland zou wellicht ook (beperkt) dividendbelasting mogen heffen maar slechts over een beperkt tarief en slechts indien de BV aangemerkt kan worden als inwoner van Nederland (voor het verdrag). Aangezien de werkelijke leiding van de BV op de antillen zat was Nederland slecht gerechtigd te heffen over het deel van het inkomen dat op grond van de BRK (Belasting Regeling Koninkrijk) aan Nederland wordt toegewezen.
Deze route is sinds 2015 minder interessant omdat vanaf dat moment de conserverende aanslag eeuwig durend is geworden (en niet meer naar 10 jaar vervalt). Tegenwoordig wordt er meer gekeken naar de woonplaats van de DGA (woonplaatsonderzoek), substance vereiste en de daadwerkelijke leiding van de BV.
Malta zaken bij internationale structuren
De volgende sleutelprocedure zijn de zogenaamde Malta arresten (Hoge Raad d.d. 27 februari 2015 ECLI:NL:HR:2015:465). Deze zaak liep via vele instanties en kreeg in 2020 opnieuw de aandacht. Het Gerechtshof Den Haag deed op 24 juni 2020 (ECLI:NK:GHDHA:2020:1044) over deze Malta zaak een scherpere uitspraak. De feiten waren als volgt:
- Een naar Nederlands recht opgerichte BV verplaatst haar statutaire bestuur naar Malta
- Een trustkantoor wordt bestuurder op Malta
- Bestuursvergaderingen vinden op Malta plaats
- De aandeelhouder is geëmigreerd naar Zwitserland
- In 2011 en 2012 (oud recht voor de conserverende aanslag) worden forse dividenden uitgekeerd.
Het Hof stelt dat formele beslissingen op Malta worden genomen maar de feitelijke beslissingen niet. De werkelijke leiding van de BV lag in Nederland zodat de BV voor verdragsdoeleinden inwoner van Nederland is gebleven. In de conclusie van AG Wattel d.d. 30 maart 2021 ECLI:NL:PHR:2021:310 wordt hierop een heldere toelichting gegeven, ook krijgt de Rechtbank Den Haag d.d. 21 maart 2019 ECLI:NL:RBDHA:2019:2918) nog een tikje over de vingers van de AG. De Belastingdienst hoeft dus niet meer het drielandenarrest omver te blazen maar kan bewijzen dat de zetelverplaatsing een papieren geheel is.
Een latere uitspraak van de Hoge Raad op 20 september 2024 ECLI:NL:HR:2024:1243 gaat niet over een Malta structuur of drielanden discussie maar is wel van belang voor de grote lijn. De Hoge Raad stelt in dit arrest dat bij een terugkeer naar Nederland (remigratie) geen step up van de verkrijgingsprijs in box 2 hoeft te worden gegeven.
Noot fiscaal jurist inzake internationale structuren
Belastingheffing beperken of vermijden is van alle tijden en zal nooit te stoppen zijn. De moraal om gewoon belasting te betalen is er in Nederland zeker maar wordt door een minder goed functionerende overheid of belastingdienst soms wel kritisch beoordeeld. In een artikel in het FD (fiscus int 110.000.000 na doorprikken dubbele verhuizing vermogende particulieren) wordt hier naar gekeken en enkele maanden daarna worden hier ook kamervragen over gesteld. In dit artikel wordt de drielandenstructuur nog eens kritisch bekeken.
Gevolgen drielanden constructie voor de DGA
De DGA valt in Nederland onder het box 2 regime. Door de emigratie worden de aandelen in zijn BV fictief vervreemd. De DGA krijgt een conserverende aanslag opgelegd (over de waarde van zijn BV met de deelnemingen). De in Nederland opgebouwde winsten en waarde wordt dus altijd in Nederland belast (was tot 2015 nog maximaal 10 jaar). De drielanden constructie is vanaf dat moment ook een stuk minder aantrekkelijk.
Als er vervolgens dividend wordt uitgekeerd is het de vraag wie er mag heffen. Stel een BV wordt verhuist naar Malta of Singapore. De DGA vertrekt met zijn gezin naar Zwitserland. De BV keert vervolgens dividend uit aan de DGA. Wie mag er dan dividendbelasting heffen? Naar Nederlands recht mag Nederland heffen. Voor de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en de het vestigingsland van de BV is dit heffingsrecht niet zomaar aan Nederland toegewezen (verdrag Nederland - Zwitserland). Volgens het drielanden arrest is Nederland niet heffingsbevoegd (wel wordt de conserverende aanslag ingevorderd, bij emigratie buiten de EU kan de Nederlandse belastingdienst ook zekerheid eisen). In de uitspraak van de Hoge Raad in 2015 kiepte het drielanden arrest om omdat de BV geen beroep kon doen op het belastingverdrag tussen Nederland en Malta.
Gevolgen voor de BV en de vennootschapsbelasting bij de drielanden constructie
De BV wordt verplaatst naar een land met een laag VPB tarief. Als de BV in Nederland is opgericht blijft deze in Nederland belastingplichtig (op grond van de Nederlandse wetgeving). Als de feitelijke leiding van de BV ook wordt verplaats naar een ander land (meestal via emigratie van de DGA of via een trustkantoor) is de BV meestal inwoner van dit andere land (verdragstoepassing). De winsten zijn dan grotendeels belast in het andere land.
Veel internationale belastingstructuren voor mkb-ondernemers zijn door de Belastingdienst succesvol bestreden doordat zij materieel worden aangemerkt als verkapte winstuitdelingen aan de DGA, waardoor alsnog box-2-heffing, naheffingen en boetes volgen. De oorsprong van vele onderzoeken ligt bij structuren die zijn opgezet door een advieskantoor (Haags Juristen College, aldus het FD).
Het drielanden arrest is nog niet van tafel maar de belastingdienst kan via de Malta arrest (feitelijke leiding) de gevolgen om zeep helpen. Mede doordat de conserverende aanslag niet meer na 10 jaar vervalt zijn dit soort structuren een stuk minder aantrekkelijk. De overheid heeft ook aangegeven om constructies inzake belastingontwijking stevig aan te pakken.
Excessief lenen en wonen in buitenland
Wijzigingen excessief lenen en box 2 tarief vanaf 2027
De grens voor het excessief lenen bij de eigen BV wordt vanaf 2027 in vijf stappen van € 80.000 verlaagd van € 500.000 naar uiteindelijk € 100.000. Leningen voor de eigen woning worden niet meegenomen in deze afbouw. Voordeel is dat het tarief voor de tweede schijf in box 2 in 2027 wordt verlaagd van 31% tot 29,2%. Deze verlaging zal ervoor zorgen dat de DGA in 2027 sneller zal besluiten om dividend uit te keren (ter aflossing van de rekening courant schuld). Dit voorstel volgt uit de kamerbrief d.d. 29 september 2026.
DGA in buitenland en excessief lenen
DGA’s lenen regelmatig vanuit hun BV geld uit aan hun kinderen. Bijvoorbeeld voor de aankoop van een woning. Maar wat gebeurt er als dat kind in het buitenland woont? Telt die schuld dan mee voor de regeling excessief lenen bij de eigen BV? De Belastingdienst heeft hierover op 4 februari 2026 een kennisgroepstandpunt gepubliceerd. Daaruit blijkt dat een lening aan een in het buitenland wonend kind onder voorwaarden toch kan kwalificeren als eigenwoningschuld. In dat geval telt de lening niet mee voor de grens van excessief lenen in box 2.
De regeling excessief lenen belast schulden boven de drempel bij de eigen BV in box 2. Eigenwoningschulden blijven buiten deze regeling. De regeling excessief lenen heeft als doel te voorkomen dat DGA’s belastingheffing in box 2 langdurig uitstellen door geld te lenen van hun eigen vennootschap. Wanneer de totale schuld van de DGA en verbonden personen boven de drempel van € 500.000 uitkomt, wordt het meerdere belast als fictief regulier voordeel in box 2.
Lening aan kind DGA in buitenland en excessief lenen
Kan een lening van een BV aan een in het buitenland wonend kind worden aangemerkt als een eigenwoningschuld voor de regeling excessief lenen? Dit is belangrijk omdat eigenwoningschulden niet meetellen bij het bepalen van het bovenmatige deel van schulden aan de eigen BV. Als de lening wél meetelt, kan dit leiden tot een fictief dividend in box 2. Als de lening kwalificeert als eigenwoningschuld, wordt die schuld buiten beschouwing gelaten.
Wat is een eigen woning schuld bij excessief lenen?
- de lening is aangegaan voor de aankoop van een eigen woning
- er een annuïtaire of lineaire aflossingsverplichting overeengekomen
- de lening in maximaal 360 maanden wordt afgelost
- er wordt voldaan aan de aflossingseis
Wanneer een eigenwoningschuld wordt aangegaan bij een eigen BV, moet bovendien een hypotheekrecht op de woning aan de vennootschap zijn verstrekt. Soms moet deze informatie ook aan de Belastingdienst worden verstrekt bij de aangifte.
Praktisch stappenplan voor excessief lenen en eigen woning schuld aan familielid
- Bepaal of het kind een verbonden persoon is.
- Controleer of de lening verband houdt met een eigen woning.
- Stel een annuïtair aflossingsschema op.
- Zorg dat de looptijd maximaal 360 maanden bedraagt.
- Vestig een zekerheidsrecht op de woning, meestal via notaris
- Leg alle voorwaarden schriftelijk vast (en ondertekenen). Zorg voor datum stempel en vastlegging datum, bijvoorbeeld door document na ondertekening per mail te versturen aan uw zoon of dochter
- Controleer jaarlijks of aan de aflossingseis wordt voldaan.
- Monitor de totale schuldpositie bij de BV.
- Laat uw fiscaal jurist bij de totstandkoming even meekijken.
Wanneer telt een lening van de BV niet mee voor excessief lenen?
Dat is het geval wanneer de lening kwalificeert als eigenwoningschuld. De lening moet dan zijn aangegaan voor de eigen woning en voldoen aan de aflossings- en looptijdeisen van artikel 3.119a Wet IB 2001.
Geldt dit ook voor woningen in het buitenland?
Ja, volgens het kennisgroepstandpunt kan dit. Voorwaarde is dat de lening zou kwalificeren als eigenwoningschuld als de woning onder de Nederlandse box-1-heffing zou vallen.
Wat controleert de Belastingdienst in de praktijk?
De belastingdienst kijkt vooral naar:
- het gebruik van de lening
- gebruik van de woning, is het eigen woning?
- het aflossingsschema
- de aanwezigheid van een hypotheekrecht
- de totale schuldenpositie bij de BV.
Wanneer is vooraf overleg met de Belastingdienst verstandig?
Bij grote leningen of complexe internationale situaties kan het verstandig zijn om vooraf overleg met de belastingdienst aan te gaan. Dit speelt met name ook bij leningen aan kinderen in landen waarmee geen belastingverdrag bestaat en/of sprake is van complexe leningen.
De fiscale behandeling van leningen tussen een BV en familieleden en/of de DGA blijft sterk afhankelijk van de concrete feiten. Zeker bij internationale situaties spelen naast de Nederlandse regels ook buitenlandse zekerheidsrechten en civielrechtelijke aspecten een rol. In de praktijk blijkt dat de kwaliteit van de leningsovereenkomst, het aflossingsschema en de zekerheden vaak doorslaggevend zijn bij een beoordeling door de Belastingdienst.
Kennisgroep standpunt inzake Eigenwoningschuld van buitenlands verbonden persoon en excessieflenenregeling
Op 4 februari 2026 heeft de kennisgroep van de Belastingdienst een standpunt (KG:003:2026:2) uitgebracht over de vraag of de schuld van een in het buitenland wonende verbonden persoon een eigenwoningschuld kan zijn als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001.
De beoordeling hiervan is van belang voor de regeling excessief lenen. Deze regeling excessief lenen telt naast de schulden van de DGA ook de schulden van verbonden personen. Buiten aanmerking bij excessief lenen blijven de eigenwoningschulden. Het kunnen kwalificeren als eigenwoningschulden van aan buitenlandse verbonden personen verstrekte leningen kan afrekening als fictief regulier voordeel in box 2 verlagen of voorkomen.
In de gepresenteerde casus gaat het om dochter Y, niet belastingplichtig in Nederland, die voor de aankoop van een woning gelden leent van de BV van vader X. Dochter Y kwalificeert als een met X verbonden persoon als bedoeld in artikel 4.14b, eerste lid Wet IB 2001.
De kennisgroep is van mening dat de lening van dochter Y onder voorwaarden kan kwalificeren als eigenwoningschuld voor de excessieflenenregeling in box 2. De kennisgroep is van mening dat dit mogelijk is, als de woning onder de Nederlandse belastingheffing in box 1 zou vallen (hoofdverblijf en duurzaam ter beschikking) en de lening zou kwalificeren als eigenwoningschuld. Daarnaast moet de lening voldoen aan de causaliteitseis (aantoonbaar gebruikt voor de eigen woning) en de fiscale aflossingseis (annuïtair of lineair, maximaal 360 maanden). Daarnaast moet er een recht van hypotheek zijn verstrekt aan de vennootschap.
De kennisgroep stelt dat, omdat een niet in Nederland belastingplichtige persoon niet aan de voorwaarde (informatieverstrekking) gesteld in artikel 3.119a, eerste lid, onderdeel d Wet IB 2001 kan voldoen, het redelijk en passen is binnen doel en strekking van de regeling van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f Wet IB 2001 dat deze voorwaarde buiten beschouwing blijft.
Noot fiscaal jurist inzake excessief lenen
De kennisgroep heeft niet aangegeven in hoeverre een buitenlands zekerheidsrecht aan de eisen van een hypothecaire geldlening voldoet. De Nederlandse wet vereist een zekerheid op de woning. Dit hoeft niet per se een Nederlands hypotheekrecht te zijn, zolang het recht zakelijke zekerheid biedt, het op de woning rust en afdwingbaar is naar lokaal recht. De beoordeling of een lening voldoet aan de eisen van een hypothecaire lening zou dus nog wel tot discussie kunnen leiden. Daarnaast wordt niet duidelijk gemaakt wanneer een buitenlands zekerheidsrecht gelijkwaardig is aan een Nederlands hypotheekrecht. Vragen over excessief lenen of familiefonds? Neem gerust contact met ons op via onderstaand formulier
Grensoverschrijdend thuiswerken
Door de krappe arbeidsmarkt en de opkomst van thuis of remote werken komt het steeds vaker voor dat bedrijven samenwerken met ondernemers of werknemers in het buitenland. Als een werknemer vanuit het buitenland werkt en in Nederland op de loonlijst staat kunnen er fiscale complicaties ontstaan. In bepaalde situaties kan een buitenlandse thuiswerkplek worden aangemerkt als een vaste inrichting (permanent establishment – PE) van de Nederlandse onderneming of werkgever. Het gevolg hiervan kan zijn dat de Nederlandse werkgever / onderneming vennootschapsbelasting moet betalen in het buitenland en tevens veel administratie rompslomp erbij krijgt (jaarrekening, aangifteplicht etc.) . In 2025 heeft de OECD nieuwe regels (richtlijnen) bekend gemaakt, in dit artikel een toelichting.
Waar moet ik belasting betalen als ik grensoverschrijdend ga thuiswerken?
Steeds meer werknemers werken deels of volledig vanuit het buitenland. Het kan gaan om een werknemer die in het buitenland woont en vanuit zijn eigen woning gaat werken maar ook om zogenaamde remote werknemers en/of digital nomads, die lekker vanaf het strand of zonnige locatie voor een Nederlandse werkgever werken. Voor de werkgever ontstaat dan een nieuwe werkelijkheid. Moet er in dat land ook belasting worden betaald?
De 50% regel bij werken in het buitenland
De nieuwe regeling introduceert een praktische drempel. Als een werknemer minder dan 50% van zijn totale werktijd voor het bedrijf werkt vanuit een huis of andere plaats in het buitenland (gedurende periode van 12 maanden) wordt die locatie doorgaans niet als bedrijfslocatie van zijn werkgever gezien. Als de drempel van 50% wel wordt gehaald (of overschreden) is een verdere analyse van de de feiten en omstandigheden nodig.
Commerciële werkzaamheden in buitenland en vaste inrichting
De belangrijkste factor is of er een commerciële reden is voor de fysieke aanwezigheid van de werknemer in het buitenland. Als de werkgever daadwerkelijk bekend wordt en de activiteiten worden bevorderd (door de thuiswerkende werknemer) kan er sprake zijn van een fiscale vaste inrichting in het buitenland. Het OECD commentaar geeft een aantal voorbeelden:
- De werknemer werkt 30% in het buitenland vanuit zijn woning: geen vaste inrichting
- De werknemer werkt 80% in het buitenland vanuit zijn woning en op het strand en bezoekt regelmatig klanten: vaste inrichting is waarschijnlijk aanwezig vanwege vaste en commerciële redenen voor de werkgever
- De werknemer werkt vrijwel uitsluitend vanuit zijn woning om realtime diensten te leveren aan klanten in een andere tijdzone: vaste inrichting zou aanwezig kunnen zijn omdat deze regeling de activiteiten van de werkgever vergemakkelijkt.
- Werknemer werkt 80% thuis en bezoekt incidenteel een klant of relatie: geen vaste inrichting omdat commercieel belang ontbreekt.
Dus als de fysieke aanwezigheid van de werknemer in het land bijdraagt aan de business van de Nederlandse werkgever (onderneming) is sprake van een vaste inrichting, hierbij moet de 50% grens wel worden gehaald. Het moet dan gaan om relevante activiteiten, klantenbezoek, toegevoegde waarde (tijdzones of lokale resources). Enkel thuiswerken omdat het zo gemakkelijk is en om tijd te besparen vorm nimmer een vaste inrichting.
Wat is een vaste inrichting?
De meeste belastingverdragen zijn gebaseerd op artikel 5 van het OECD-Modelverdrag. Volgens dit artikel ontstaat een vaste inrichting wanneer sprake is van:
- een vaste plaats van bedrijfsuitoefening;
- met voldoende duurzaamheid;
- waar de onderneming haar activiteiten geheel of gedeeltelijk uitoefent.
Voorbeelden van vaste inrichtingen zijn onder meer een kantoor, filiaal, fabriek of werkplaats. Gevolgen van een vaste inrichting zijn
- Lokale belastingplicht voor de vennootschapsbelasting
- transfer pricing issues / winsttoerekening
- extra formele vereisten, audit en controles.
Noot fiscaal jurist inzake digital nomads en thuiswerkers in het buitenland
Sinds corona is hybride werken (combinatie kantoor en thuis) uitgegroeid tot een onderdeel van de moderne arbeidscultuur. Steeds meer werknemers werken ook vanuit het buitenland. Voor de fiscale liefhebber wordt er als snel gedacht aan het zogenaamde 14 oktober arrest van de Hoge Raad (d.d. 14 oktober 2022 ECLI:NL:HR:2022:1436). Bij een strategisch voordeel voor de werkgever leggen sommige landen de grens voor een vaste inrichting vrij laag (voorbeelden : Oostenrijk, Denemarken en Zweden).
Als een werknemer meer dan 50% in het buitenland werkt moet u als werkgever oppassen voor fiscale gevolgen in dit land. Het moet hierbij wel gaan om belangrijke commerciële functies, onderhandelingen over contracten en/of het bedienen van klanten in andere tijdzones en/of in dit land (of de buurlanden). Denk hierbij aan consultants, sales medewerkers en projectleiders. Bij interne ondersteuning is er meestal geen sprake van een vaste inrichting in het buitenland.
Als de buitenlandse thuiswerkplek als vaste inrichting wordt aangemerkt heeft dit fiscale gevolgen. De onderneming zal winst moeten toerekenen aan de locatie en hierover in dat land vennootschapsbelasting betalen. Laat uw werknemer de arbeidstijd bijhouden en analyseer het soort werk en de bevoegdheden van de werknemer.
Grensoverschrijdend thuiswerken wordt steeds gebruikelijker, maar brengt nieuwe fiscale risico’s met zich mee. De OECD-update van 2025 geeft meer duidelijkheid over wanneer een buitenlandse thuiswerkplek kan leiden tot een vaste inrichting. De praktische 50%-werktijdtoets en de commerciële-reden-toets vormen daarbij belangrijke richtsnoeren. Toch blijft de beoordeling sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het specifieke geval.
Wanneer start de belastingdienst een woonplaatsonderzoek?
Met enige regelmaat is er discussie met de belastingdienst over de fiscale woonplaats. In dit artikel bekijken we wanneer de belastingdienst een woonplaatsonderzoek start. De belastingdienst bekijkt met haar eigen fiscale bril waar iemand woont (artikel). Bij twijfel over uw fiscale woonplaats zal de belastingdienst u een vragenbrief sturen (artikel). Een woonplaatsonderzoek is een uitgebreid onderzoek dat de Belastingdienst gaat inzetten om te bepalen waar iemand (fiscaal) woont. Woont u in Nederland dan bent u over uw wereldinkomen belastingplichtig in Nederland. De gevolgen kunnen dus vergaand zijn.
Is fiscale woonplaats hetzelfde als plaats van uw woning of inschrijving in basisadministratie?
De fiscale woonplaats is niet hetzelfde als de plek van uw eigen woning of uw inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Ook maakt het niet uit of u een Nederlands of buitenlands paspoort heeft. De Belastingdienst kijkt op grond van haar eigen interne instructies waar iemand woont. In de beslisnota uit maart 2025 wordt een overzicht gegeven. Via een door ons ingediend Woo verzoek krijgt u ook een fiscale kijk in de keuken van de belastingdienst. De kern is " waar bevindt zich het sociale en economische middelpunt van uw leven". Probleem is dat de Nederlandse Belastingdienst enkel kijkt naar uw gedrag (en de feitelijke omstandigheden) in Nederland.
Waarom wordt een woonplaatsonderzoek gestart?
De Belastingdienst start een woonplaatsonderzoek om te kijken waar u woont en om belastingontwijking en/of belastingontduiking te beperken. In de praktijk komt het voor dat een belastingplichtige zich in Nederland uit schrijft en inschrijft in het buitenland en tevens een emigratie aangifte heeft ingediend. Als de belastingplichtige nog gewoon in Nederland verblijft of hier een woning en/of bedrijf heeft kan het zijn dat de belastingplichtige - volgens de inspecteur - in Nederland woont. Ook bij belastingverdragen is de woonplaatsbepaling het vertrekpunt. Verdragen bepalen namelijk welk land belasting mag heffen over bepaalde inkomsten. Een onjuiste vaststelling van een woonplaats kan tot gevolg hebben dat er geen of dubbel belasting belasting moet worden betaald.
Een woonplaatsonderzoek wordt vaak gestart indien:
- Een emigratie aangifte wordt ingediend (M Biljet).
- Uitschrijving uit de basisadministratie heeft plaatsgevonden.
- Belastingaangiften vanuit het buitenland worden ingediend.
- Fraude met toeslagen en/of opvallende aangiften
- Uit internationale gegevensuitwisseling informatie naar boven komt. Zoals Common Reporting Standard (CRS), DAC7 of overige informatie uitwisseling (van bankrekeningen of vastgoed)
Noot fiscaal jurist inzake woonplaatsonderzoek
Uit de conclusie van de AG wordt duidelijk dat de woonplaats naar de omstandigheden moet worden beoordeeld, dit is al heel lang zo. De open norm zorgt voor veel onduidelijkheid en rechtsonzekerheid. De onvoorspelbaarheid is een nadeel en het wegen van alle feiten een voordeel. Als de inspecteur echter met name kijkt naar de Nederlandse omstandigheden zal de conclusie vaker onjuist zijn. In diverse uitspraken zien we dat de open norm ook de basis is.
Als de belastingdienst u vragen gaat stellen over de fiscale woonplaats is het noodzakelijk om een specialist in te schakelen. Uitgebreid overleg, een goede analyse en strategie zijn noodzakelijk. Vaak worden de vragen door een belastingplichtige beantwoord omdat men denk dat er geen vuiltje aan de fiscale lucht is, de belastingdienst komt echter vaak met vervolgvragen en dan wordt pas duidelijk dat er wellicht tot een fiscaal probleem is. Daarbij zien wij dat er steeds vaker de conclusie wordt getrokken dat een persoon in Nederland woont, soms zelfs op enkele (onlogische) aanknopingspunten, zoals familie in Nederland, Nederlands paspoort of regelmatig verblijf in Nederland. Neem gerust contact op met onze specialisten (zie onder).
Geen vergrijpboete door advies gerenommeerd belastingadvieskantoor
De DGA heeft vertrouwen in zijn belastingadviseur. De belastingadviseur heeft ruim 1.000 advies uren in deze zaak gestoken (facturen ruim € 300.000). Na een uitgebreid FIOD onderzoek (ondermeer inzake vestigingsplaats) neemt de belastingdienst het dossier over en komt met stevige aanslagen en een vergrijpboete van € 200.000, dit wordt verminderd tot € 167.500. De vergrijpboete gaat uiteindelijk in de prullenbak. De inspecteur stuurt alle data (27.000 pagina's en ruim 1.200 bijlagen) inzake het vestingsplaatsonderzoek naar de rechtbank, al deze stukken mogen volgens de rechtbank worden gebruikt.
De belastingdienst legt steeds vaker een boete op aan een accountant, belastingadviseur of notaris. We zien de laatste jaren ook dat er boetes worden opgelegd aan een deelnemer, zoals in dit geval de DGA van een groep rechtspersonen. De zogenaamde deelnemersboete vereist wel meer onderzoek en expertise bij de belastingdienst. In onderstaande uitspraak draait het om een Curaçao / Nederland structuur waarbij de vestigingsplaats ter discussie staat. De DGA dacht dat de rechtspersonen waren gevestigd op Curaçao en dat er niet verzocht hoeft te worden op een aangifte vennootschapsbelasting (uitreiking aangiftebiljet). Volgens de rechtbank mocht de DGA (als fiscale leek) vertrouwen op zijn belastingadvieskantoor. Er is voor een deelnemersboete tenminste opzet (dubbele opzet) nodig, dit heeft de inspecteur niet aangetoond.
Deelnemersboete en bewijslast, wat is van belang?
In dit artikel behandelen wij de uitspraak van de Rechtbank Gelderland d.d 12 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10887) over een vergrijpboete van € 167.500 die is opgelegd aan directeur groot aandeelhouder (DGA) die als feitelijk leidinggever als medepleger of medeplichtige wordt aangemerkt bij het onjuist (niet) doen van aangifte Vennootschapsbelasting van een rechtspersoon. De rechtbank gooit uiteindelijk de vergrijpboete in de prullenbak. De rechtbank overweegt hierbij het volgende:
- heeft de rechtspersoon het beboetbare feit begaan; (of)
- is de gedraging aan de DGA als feitelijk leidinggevende toe te rekenen; (of)
- heeft de DGA opzettelijk de verboden gedraging verricht.
Er moet voor medeplegen sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking door de DGA met een ander of anderen. Dit vereist dan ook dubbele opzet bij de medepleger.
Wannneer kan de belastingdienst de DGA in privé een vergrijpboete opleggen?
De belastingdienst (boete inspecteur) kan aan de DGA in privé een boete opleggen. In de eerste plaats moet er sprake zijn van een beboetbare gedraging van de vennootschap zelf. De inspecteur stelt hierover het volgende:
- de vennootschap heeft niet om uitreiking van aangiftebiljetten vennootschapsbelasting gevraagd;
- er is geen aangifte vennootschapsbelasting over 2014 ingediend;
- er is onjuiste informatie verstrekt omtrent de vestigingsplaats.
De rechtbank gaat er eens goed voor zitten. Dat er onjuiste inlichtingen zijn verstrekt wordt onvoldoende onderbouwd (wie, wat, waar en wanneer vragen worden niet geconcretiseerd). Om vervolgens de stap te maken naar een deelnemersboete voor de feitelijk leidinggevende moeten diverse vragen worden beantwoord (zie ook Hoge Raad d.d. 26 april 2016 ECLI:NL:HR:2016:733).
- Er moet sprake zijn van een beboetbaar feit door de vennootschap.
- Er moet sprake zijn van leidinggevende gedragingen over dit feit.
- Aan de DGA moet opzet kunnen worden verweten over de verboden gedraging.
- Tevens moet er sprake zijn van medeplegen, hiervoor is een nauwe en bewuste samenwerking vereist en de zogenaamde dubbele opzet (op samenwerking en op beboetbare feit), zie hiertoe Gerechtshof Den Haag d.d. 2 maart 2022 ECLI:NL:GHDHA:2022:314.
- Alternatieve route is dat sprake is van medeplichtigheid, ook hiervoor is de dubbele opzet vereist. Zie hiertoe de Hoge Raad op 14 september 2021 ECLI:NL:HR:2021:1237.
Waarom kan aan de DGA in privé als feitelijk leidinggevende geen vergrijpboete worden opgelegd?
De rechtbank is het niet eens met de bewijsvoering van de inspecteur, stelt ook vast dat de DGA een fiscale leek is en dat de DGA heeft vertrouwd op de adviezen van het (gerenommeerde) belastingadvieskantoor. Tevens is de DGA niet actief betrokken geweest en is geen sprake van een actieve samenwerking tussen de vennootschap en de DGA.
Noot fiscaal jurist inzake boete aan feitelijk leidinggevende.
Als het beboetbare feit van de vennootschap al wankel is, kan eigenlijk het hele dossier wel in de prullenbak. In deze uitgebreide uitspraak vormen de correspondentie met de belastingadviseur ook nog voldoende bewijs voor de DGA. In dit geval wordt de bijdrage van de DGA en zijn opzet niet overtuigend bewezen. Het enkele feit dat er discussie is over de vestigingsplaats en het niet doen van de aangifte vennootschapsbelasting is veel te matig voor een boete, ook niet bij de vennootschap. In deze zaak vond de rechtbank het verwijt onbegrijpelijk omdat de inspecteur later instemde met het achterwege laten van de aangifte. Daarnaast moet de inspecteur de bestanddelen van het beboetbare feit overtuigend aantonen en moeten deze buiten iedere redelijke twijfel ook vaststaan. Een beetje een verhaal ophangen is hierbij niet voldoende, het moet gaan om harde feiten en correspondentie (vastleggingen).
In beginsel kan de opzet of grove schuld van de belastingadviseur of accountant niet worden toegerekend aan de DGA. Als de DGA geen reden had om te twijfelen aan de zorgvuldige taakvervulling en alle relevante informatie aan zijn adviseur heeft verstrekt, gaat de DGA al snel vrijuit. De deelnemersboete is in de praktijk altijd sterk feiten- en dossiergedreven. Fiscale procedures over dit onderwerp zullen de komende jaren vaker voorbij komen. Als u te maken krijgt met een fiscale procedure en/of vergrijpboete, is het inschakelen van een specialist wenselijk. Neem hiertoe gerust contact met ons op (via onderstaand formulier).
Discussie rekening courant schuld van de DGA
Een vordering van een holding BV op de DGA kan pas als "prijsgegeven" worden gezien als sprake is van het daadwerkelijk (Juridisch) tenietgaan van deze vordering. Dit kan bijvoorbeeld door een liquidatie of een kwijtschelding. Dit is het oordeel van het Gerechtshof 's Hertogenbosch op 17 december 2025 ECLI:NL:GHSHE:2025:3620. Het Gerechtshof volgt de formeel juridische benadering en concludeert dat onzakelijk stilzitten onvoldoende is prijsgeven van een vordering. Wel heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat voor de mutatie in twee jaar sprake is van een winstuitdeling (box 2). In dit artikel bekijken we deze uitspraak.
Onzakelijk stilzitten is niet gelijk aan prijsgeven vordering op DGA
Soms stelt een DGA "maak je niet druk, de prive schuld aan mijn BV (maximaal 500.000 euro) staat al jaren open. We doen er niets mee, dus dat zal wel loslopen. Soms stelt de Belastingdienst "precies" u en de BV doen niks en daarmee is de vordering kennelijk weg of prijsgegeven, dus is sprake van een winstuitdeling in box 2. Het gerechtshof gaat er eens goed voor zitten. In dit geval heeft de BV aan de DGA meerdere leningen verstrekt voor de aankoop van woningen in Nederland en in Spanje. Ook is er geld geleend voor beleggingen in prive. Naast deze leningen is er ook nog een rekening courant schuld van de DGA. Eind 2012 is dit geheel opgelopen tot ruim 2.000.000 euro (dus voor de wet excessief lenen). De DGA vertrekt in 2014 naar de zon (emigratie Spanje) en de inspecteur gaat vragen stellen over de aangifte vennootschapsbelasting over 2012. De rechtbank Zeeland West Brabant heeft op 2 oktober 2023 (ECLI:NL:RZWB:2023:6776) de navorderingsaanslagen van de inspecteur vernietigd. De inspecteur gaat in hoger beroep bij het Gerechtshof. Het Hof neemt een eerdere uitspraak van de Hoge Raad d.d. 13 januari 2023 ECLI:NL:HR:2023:26 als uitgangspunt.
Kern discussie is: als een BV geld leent aan de DGA dan moet op dat moment worden beoordeeld of de DGA deze lening niet kan of zal aflossen. Als dit speelt dan heeft het geld op dat moment de BV definitief verlaten. Dit is een dynamische toets, dus de toets kan ook een paar jaar later nog een worden toegepast.
Het Gerechthof gaat er eens goed voor zitten en maakt een analyse van 2 uitspraken van de Hoge Raad, namelijk Hoge Raad d.d. 13 januari 2023 ECLI:NL:HR:2023:26 en Hoge Raad 8 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:189. Hieruit volgt dat er moet worden gekozen voor de formeel juridische benadering (die de DGA voorstelt) en niet voor de materiele benadering (die de inspecteur voorstelt). Het niks doen of stilzitten van de BV en het niet nemen van invorderingsmaatregelen is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een uitdeling (prijsgeven). De toename van de rekening courant schuld (ongeveer 200.000 euro) wordt wel gezien als uitdeling. De reden was dat de DGA op dat moment niet in staat zou zijn om deze bedragen af te lossen (onvoldoende inkomen / vermogen).
In een bijzaak stond de navorderingsdiscussie centraal (nieuw feit of niet). Voor 2012 was er sprake van een nieuw feit en voor 2014 niet. Het Hof stelt terecht dat de navorderingsaanslag (opgelegd in 2018) is opgelegd terwijl de discussie over de rekening courant al in 2014 en 2015 wordt gevoerd. De inspecteur had zich ervan bewust kunnen zijn dat op dat moment een discussie over een uitdeling ging spelen.
Checklist voor de DGA met rekening courant schulden
- Maak terugbetalingen zichtbaar (voor nu en later)
- Leg leningen en rekening couranten schriftelijk vast (met zakelijke voorwaarden omtrent aflossing, rente en zekerheden)
- Behandel rekening courant schulden als echte financieringsfaciliteit
- Let op kennis binnen de BV en leg dit in dossier vast (aandeelhoudersbesluit / bestuursbesluit)
- Toets jaarlijks of de DGA de leningen kan betalen (en leg dit vast)
- Let op de maximale lening (excessief lenen € 500.000)
Noot fiscaal jurist over rekening courant DGA en uitdeling
De Hoge Raad heeft in 2023 het fiscale speelveld netjes weergegeven. Bij een lening van een BV aan een DGA zijn er in de basis 2 momenten waarop het fiscaal kan misgaan.
- Bij verstrekking of bijschrijving van de lening als vaststaat dat de DGA niet kan of zal terugbetalen
- Na verstrekking door de BV als later blijkt dat de BV haar rechten prijsgeeft
De inspecteur stelt dat de materiele benadering hierin valt te lezen. Als een onafhankelijke derde zou invorderen en de BV niet (dus BV blijft stilzitten) dan is feitelijk sprake van het prijsgeven van een vordering. Het Hof is het met deze interpretatie van de Hoge Raad uitspraak niet eens. De civiele werkelijkheid moet altijd het uitgangspunt zijn, niks doen is iets anders dan actief handelen. De inspecteur heeft slim geprocedeerd door subsidiair nog te stellen " oke schulden akkoord maar toename rekening courant niet". De leningen/ rekening couranten worden dus geknipt en er wordt naar alle geldstromen gekeken. In een standpunt van de kennisgroep van de belastingdient KG:003:2023:1 wordt ook ingegaan op onttrekkingen na het moment van geldverstrekking en prijsgeven. Dit standpunt sluit niet helemaal aan bij de uitspraak van het Gerechtshof.
Crypto en belastingen in Spanje
Crypto worden in veel landen gezien als vermogen, dit is ook de juiste definitie. In Spanje worden vermogeninkomsten belast tegen een maximaal tarief van 30%, dit afhankelijk van het behaalde rendement. Het tarief loopt op van 19% (tot € 6.000 rendement per jaar) tot 30% bij rendementen van € 300.000. Voor niet inwoners uit de EU is dit tarief 19%. De tarieven voor inkomen zijn hoger en lopen op tot 47% (vanaf € 300.000).
Spanje wil cryptowinsten hoger gaan belasten
De Spaanse overheid wil de belastingheffing over inkomsten uit crypto gaan behandelen als inkomen. Hiermee worden cryptowinsten belast tegen een hoger tarief (maximaal 47% i.p.v. 30%). Ook wordt er wetgeving ingevoerd waardoor er eenvoudiger beslag kan worden gelegd op de digitale valuta.
Noot fiscaal jurist inzake crypto en bitcoin
Steeds meer landen kijken kritisch naar vermogen dat via crypto wordt aangehouden. Het vermogen zal vanaf 2026 ook meer in beeld komen bij de belastingdiensten in Europa. Er zijn nog een paar landen die een gunstig fiscaal stelsel kennen voor crypto en bitcoin. De belangrijkste EU landen zijn Portugal en Duitsland. Buiten de EU zijn de VAE en Zwitserland competitief. Bij de meeste landen moeten de crypto wel een bepaalde periode in bezit blijven van de eigenaar.
In Nederland zal het box 3 stelsel in 2028 worden aangepast, hiermee wordt vanaf dat jaar ook belasting geheven over daadwerkelijke cryptorendementen.
Voor
Nederlandse crypto-investeerders kan emigratie dus aantrekkelijk lijken.
Maar emigratie is zelden een simpele route. Nederland kent immers de
conserverende aanslag bij emigratie en kan in sommige
gevallen zelfs blijven heffen over vermogenswinsten na vertrek.
Bij Jongbloed Fiscaal Juristen begeleiden wij regelmatig cliënten die hun fiscale woonplaats willen verplaatsen. Wij kijken uiteraard vooral naar de Nederlandse kant van het verhaal, maar hebben een goed idee van de heffing in het nieuwe woonland. Om vervolgens zeker te weten welke heffing daar optreedt is advies ter plekke onontbeerlijk.
Box 3 effect en vakantiewoning in Spanje
Op 20 november 2025 stond er een artikel in het FD met als titel "Box 3 effect jaagt Nederlandse huizenkopers Spaanse Markt op". Het blijkt dat Nederlanders in 2025 een record aantal huizen in Spanje hebben gekocht, dit komt met name door de belastingdruk in box 3. De regio Alicante is populair (veel Nederlandse voorzieningen en gunstige vastgoedprijzen). Gemiddeld kochten 4.000 Nederlanders per jaar een woning in Spanje, dit is in 2025 (tot oktober) opgelopen tot 6.000 woningen. Voor het eerst lopen Nederlanders hierbij voor op onze Duitse buren en Britten. In Spanje worden gemiddeld 15% - 20% van alle woningen gekocht door niet Spanjaarden.
Belastingdruk vakantiewoning Nederland en Spanje
De vermogensbelasting in Spanje verschilt per provincie. De gemiddelde vrijstelling is € 700.000. Het belastingtarief voor de vermogensbelasting bedraagt 0,2% - 3,5%.
Voor de regio Valencia geldt het volgende: over een vakantiewoning van € 500.000 is de heffing in Nederland in 2026 ongeveer € 13.000. Bij een vakantiewoning van € 1.000.000 zelfs het dubbele, namelijk € 26.000. De regio Valencia kent sinds juni 2025 een vrijstelling van € 1.000.000 (niet inwoners).
Verkoop woning in Spanje en belastingen
Bij verkoop moet wel rekening worden gehouden met vermogenswinstbelasting, deze bedraagt tussen de 19% - 27% over de winst (verkoopprijs - aankoop - investeringen/verbeteringskosten - verkoopkosten). Overdrachtsbelasting is vergelijkbaar met Nederland en de makelaarskosten zijn een stuk hoger (4% - 6%). Tevens heffen gemeenten vaak nog separaat over de waardestijging van de grond (paar duizend euro).
Noot fiscaal jurist inzake buitenlandse vakantiewoning
We zien sinds 2024 een toename van het aantal fiscale adviezen over de aankoop van vakantiewoningen in het buitenland. Dubai, Spanje en Portugal zijn hierbij erg populair. Advisering in Nederland en in Spanje (wij hebben voldoende contacten aldaar) is noodzakelijk. Ook de erfbelasting is een aandachtspunt (met name voor samenwoners). Sommige huizen worden in prive, in een familie BV of een Spaanse SL gekocht, dit afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Spanje wordt dus overspoelt door buitenlanders en wil dit de komende jaren tegengaan door specifieke maatregelen, zoals extra btw op verhuur en een nieuwe staatsbelasting op de aankoop van vakantiewoningen door buitenlanders die minder dan zes maanden in Spanje verblijven. Voor vragen over een vakantiewoning in Spanje kunt u onderstaand formulier invullen of ons bellen.
Coördinatiegroep constructiebestrijding belastingdienst
De jaarverslagen 2018 - 2021 van de coördinatiegroep constructiebestrijding zijn in november 2025 via een WOO verzoek bekend geworden. De belangrijkste conclusies zijn:
- Er zijn steeds meer woonplaatsonderzoeken;
- Er is redelijk wat weerstand tegen verstrekken van informatie (en veel informatiebeschikkingen);
- Constructies waarbij emigratie en zetelverplaatsing leiden tot lagere heffing op box 2 heffing hebben de aandacht. De Box 2 claim blijft vaak in Nederland;
- Veel onderzoeken naar de feitelijke leiding van rechtspersonen. Neemt het bestuur ook de feitelijke besluiten in het buitenland? Trustkantoren worden vaak onderuit gehaald;
- APV en trust structuren hebben de aandacht van de belastingdienst.
Wat doet de coördinatiegroep constructiebestrijding van de belastingdienst?
De coördinatiegroep constructiebestrijding (hierna CCB) heeft een aantal belangrijke taken:
- ontwikkelen van beleid (en wetgeving) tegen de bestrijding van constructies;
- ondersteunen Belastingdienst;
- Informeren van de Belastingdienst over bestaan en aanpak fiscale constructies.
Via zogenaamde WOO verzoeken komen soms leuke rapporten naar voren over constructies binnen het fiscale landschap. Deze bijdrage uit 2021 (25 pagina's) geeft inzicht in enkele structuren die vaker voorbij komen bij de Belastingdienst. Constructies die voorbij komen zijn:
- Omleiden winst en salaris via buitenlandse rechtspersonen;
- Vermogen onderbrengen in trust, stichting of APV (zie document);
- Btw-constructies (vrijgestelde ondernemers gaan joint ventures aan met dienstverlenende bedrijven, dit speelt met name bij scholen en ziekenhuizen) (zie document);
- Overdrachtsbelasting constructies (kopen bedrijf met vastgoed zonder overdrachtsbelasting en vervolgens bedrijf weer terugverkopen, dit speelt soms bij hotels, restaurants, etc.) (zie document);
- Stalling immateriële rechten in taxhavens (zie document);
- Woonplaatsonderzoeken (zie 1document zie 2 document).
De structuren komen aan het licht bij fiscale procedures maar ook via de Panama papers of andere openbare bronnen.
Constructies bestrijden door de belastingdienst
De speciale afdeling binnen de belastingdienst is een kennisgroep geworden die de laatste jaren is uitgegroeid tot een afdeling die is gaan fungeren als denktank die verhullingsstructuren signaleert en in kaart brengt. Deze landelijke afdeling (met lokale inspecteurs) brengt veel constructies (nationaal en internationaal) in beeld. We zien dat er de laatste tijd veel aandacht is voor de fiscale woonplaats van natuurlijke personen en rechtspersonen (evaluatie fiscale woonplaats 31 maart 2025). De Belastingdienst heeft met de coördinatiegroep constructiebestrijding een aparte afdeling die steeds meer rechten krijgt om onderzoeken te verrichten, dit in het bijzonder bij woonplaatsdiscussies en het bestrijden van afgezondere vermogens. Ook is er steeds meer aandacht voor binnenlandse constructies waarbij overdrachtsbelasting, schenkbelasting en erfbelasting wordt voorkomen of beperkt. Dit gebeurt via erfpachtconstructies en tijdelijke schenkingen (zie artikel FD mei 2025 en BNR)
Piloot in Verenigd Koninkrijk, vaststelling woonplaats
Een jonge Nederlandse piloot vindt werk bij een Engelse luchtvaartmaatschappij en wordt gestationeerd op het vliegveld van Luton. Om dicht bij zijn werk te wonen huurt hij een appartement in Engeland, waar hij een sociaal leven opbouwt en lid wordt van een voetbalclub. Tegelijkertijd heeft hij in Nederland een vriendin met wie hij samenwoont en met wie hij ook sociale activiteiten onderneemt. De vraag rijst: waar is de piloot in 2018 fiscaal inwoner — Nederland of het Verenigd Koninkrijk? De Rechtbank Noord Holland buigt zich over deze zaak en komt op 20 augustus 2025 tot een uitspraak (ECLI:NL:RBNHO:2025:9926)
Omdat beide landen hem naar hun nationale wetgeving als inwoner beschouwen, moet de woonplaats worden bepaald volgens de zogenoemde tiebreaker in artikel 4, derde lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De Rechtbank Noord-Holland laat in deze uitspraak op heldere wijze zien hoe die tiebreaker stap voor stap wordt toegepast.
Tiebreaker rule bij bepalen woonplaats piloot
De piloot is Nederlander en stond in 2018 in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven op het adres van zijn vriendin in Nederland. Hij verbleef daar in zijn vrije tijd en betaalde mee aan de huishoudelijke kosten.
Voor zijn werk is hij echter gestationeerd op het vliegveld van Luton (VK). Hij huurt daar een appartement, heeft daar vaste lasten, onderhoudt een Engelse bankrekening, sluit verzekeringen af en heeft er een vriendenkring en is lid van een voetbalvereniging.
Zijn werkgever is een Engelse luchtvaartmaatschappij, die zijn loon in het VK uitbetaalt. Uit bankafschriften en pintransacties blijkt dat hij een aanzienlijk deel van het jaar in Engeland verblijft. De Nederlandse Belastingdienst beschouwt hem desondanks als binnenlands belastingplichtige en belast zijn volledige loon. De piloot stelt daartegen dat hij voor verdragsdoeleinden inwoner is van het Verenigd Koninkrijk, zodat alleen dat land mag heffen.
Piloot woont in Verenigd Koninkrijk en niet in Nederland
In een procedure voor het Gerechtshof Amsterdam d.d 21 april 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:1285) ging het om de Tiebreaker rule bij een piloot. Henk werkt als piloot voor een Maltese luchtvaartmaatschappij en is gestationeerd in het Verenigd Koninkrijk maar staat nog ingeschreven bij zijn ouders in Nederland. Henk krijgt geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (wonen Nederland). De vraag is waar Henk woont (duurzame band). Het Gerechtshof is het met Henk eens, Henk woont in het VK. Zijn persoonlijke en economische belangen met het VK zijn het grootst. Het zwaarst hierbij weegt dat zijn vriendin in het VK woonde en hier ook zijn vriendenkring het grootst is. Dat Henk ook vrienden in Nederland had en zijn ouders hier wonen weegt minder zwaar. Het Hof verwijst terecht naar een oude uitspraak van de Hoge Raad d.d. 16 januari 2009 ECLI:NL:HR:2009:BP1466 inzake de dubbele woonplaats. Op basis van het belastingrecht van het Verenigd Konink rijk, waarbij het hof in rechtsoverweging 4.10 aandacht besteedt aan de statutory residence test, automatic residence test, sufficient ties test en automatic overseas tests, komt het hof tot het oordeel dat de belanghebbende in het Verenigd Koninkrijk als binnenlandse belastingplichtige heeft te gelden.
Daarna komt het Hof via de tie breaker rule (in het verdrag) tot een woonplaats in het VK. Vrienden en de vriendin geven hierbij de doorslag, een mooie menselijke maat! Er is afgezien van beroep in cassatie, de inspecteur legt zich er dus bij neer.
Dubbele woonplaats en tiebreaker rule
Zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk beschouwen de piloot als inwoner naar hun nationale wetgeving. Dat betekent dat de tiebreaker van artikel 4, derde lid, van het verdrag moet worden toegepast.
1. Duurzaam tehuis en tiebreaker rule
De eerste stap is te bepalen in welk land de betrokkene een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft. In het Verenigd Koninkrijk huurde de piloot een appartement, dat hij het gehele jaar kon gebruiken. In Nederland had hij toegang tot de huurwoning van zijn vriendin, waar hij ook verbleef als hij in Nederland was. De rechtbank oordeelt dat beide woningen hem duurzaam ter beschikking stonden. Omdat er in beide landen een duurzaam tehuis aanwezig is, moet worden gekeken naar het middelpunt van de levensbelangen.
2. Middelpunt van de levensbelangen en bepalen woonplaats
Voor deze stap worden zowel de persoonlijke als de economische banden beoordeeld.
- Persoonlijke banden: partner en familie in Nederland, vrienden en sociale activiteiten in beide landen.
- Economische banden: dienstbetrekking, salarisbetaling, vaste lasten en dagelijkse uitgaven in het VK.
De rechtbank constateert dat de persoonlijke banden iets sterker met Nederland verbonden zijn, maar de economische banden duidelijk in het Verenigd Koninkrijk liggen. Omdat deze belangen niet doorslaggevend naar één land wijzen, kan het middelpunt van de levensbelangen niet worden vastgesteld. De rechtbank gaat daarom door naar de volgende tiebreaker.
3. Gewoonlijk verblijf en bepalen woonplaats
Als het middelpunt van de levensbelangen geen uitkomst biedt, wordt gekeken waar de piloot gewoonlijk verblijft. Daarbij spelen concrete feiten een doorslaggevende rol. Uit pintransacties en werkroosters blijkt dat hij in 2018 minstens 142 dagen in het VK verbleef. Daarnaast waren er 72 werkdagen zonder pintransacties, die volgens de rechtbank – gelet op zijn standplaats – eveneens in het VK zijn doorgebracht. Alles bij elkaar verbleef hij ten minste 214 dagen in Engeland. Daarmee is duidelijk dat zijn gewoonlijk verblijf in het Verenigd Koninkrijk lag.
4. Nationaliteit en onderlinge overeenstemming
Omdat de rechtbank al tot een oplossing komt op basis van het gewoonlijk verblijf, komt zij niet meer toe aan de volgende stappen (nationaliteit en onderlinge overeenstemming). Gevolg: inwoner van het VK!
De rechtbank concludeert dat de piloot voor de toepassing van het belastingverdrag inwoner is van het Verenigd Koninkrijk. Dat betekent dat op grond van artikel 14, derde lid, van het verdrag het heffingsrecht over zijn loon exclusief toekomt aan het VK. Nederland mag hierover dus geen inkomstenbelasting heffen.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot nihil en de inspecteur moet de proceskosten en een immateriële schadevergoeding vergoeden.
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Noot fiscaal jurist inzake fiscaal advies piloot
De belastingdienst (en onze staatssecretaris) kijkt kritisch naar mensen en bedrijven die via activiteiten of een woonplaats in het buitenland proberen minder belasting te betalen (kamerbrief monitoring effecten aanpak belastingontwijking). De Belastingdienst richt zich niet alleen op multinationale ondernemingen, maar ook op belastingontwijking door particulieren. Dit uit zich onder andere in het toenemend ter discussie stellen van de fiscale woonplaats van natuurlijke personen. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2013 verduidelijkt dat het gaat om de vraag of er een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland bestaat. Soms is de duurzame band met Nederland niet eens heel sterk en met het buitenland sterker, maar omdat er dan nog een eigen woning in Nederland is en in Nederland nog economische activiteiten zijn, wordt gesteld dat de persoon in Nederland woont (Gerechtshof 2024). In een handout van de belastingdienst wordt enig inzicht gegeven in de wijze waarop de belastingdienst naar de tie breaker rule kijkt.
Deze uitspraak illustreert mooi hoe zorgvuldig de tiebreaker van artikel 4, derde lid, moet worden toegepast. De rechtbank benadrukt dat de feitelijke beschikbaarheid van een woning bepalend is, niet de eigendom of het huurcontract. Als het middelpunt van de levensbelangen geen duidelijk antwoord biedt, moet daadwerkelijk worden gekeken naar het feitelijk verblijf — en dat kan met objectieve gegevens zoals pintransacties, werkroosters en reisadministratie worden onderbouwd. Uit deze uitspraak blijkt weer hoe feitelijk de woonplaatsbepaling is en hoe verschillend hij kan uitpakken. Zou de uitspraak anders zijn uitgevallen wanneer de piloot getrouwd was en kinderen had?
Excessief lenen in internationaal situaties en bij emigratie
Wijzigingen excessief lenen en box 2 tarief vanaf 2027
De grens voor het excessief lenen bij de eigen BV wordt vanaf 2027 in vijf stappen van € 80.000 verlaagd van € 500.000 naar uiteindelijk € 100.000. Leningen voor de eigen woning worden niet meegenomen in deze afbouw. Voordeel is dat het tarief voor de tweede schijf in box 2 in 2027 wordt verlaagd van 31% tot 29,2%. Deze verlaging zal ervoor zorgen dat de DGA in 2027 sneller zal besluiten om dividend uit te keren (ter aflossing van de rekening courant schuld). Dit voorstel volgt uit de kamerbrief d.d. 29 september 2026.
Excessief lenen in internationale situaties
Vanaf 1 januari 2023 is de Wet Excessief Lenen in werking getreden. De Wet Excessief Lenen beoogt het uitstellen van de aanmerkelijkbelangheffing door het excessief lenen bij de vennootschap, waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden, tegen te gaan. Het bedrag dat de natuurlijk persoon boven de drempel van € 500.000 (wetgeving 2025) leent bij de eigen BV, wordt aangemerkt als een fictief regulier voordeel. Het fictief regulier voordeel wordt belast als inkomen uit aanmerkelijk belang.
De invoering van de Wet Excessief Lenen roept vragen op in internationale situaties (artikel dividenduitkering na emigratie). Dit vanwege het feit dat in internationale situaties naast de nationale wetgeving ook rekening moet worden gehouden met het EU-recht en de bilaterale belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met andere landen. Zo ook voor de situatie dat iemand niet in Nederland woont, maar wel een belang houdt in een Nederlandse vennootschap. Mag Nederland dan wel heffen over het fictief regulier voordeel? Is de wet excessief lenen in strijd met het EU Recht?
Standpunt kennisgroep inzake wonen in buitenland en excessief lenen
Volgens een kennisgroep standpunt van de Belastingdienst (KG:041:2025:4 Verdrag NL-BEL, Wet excessief lenen bij eigen vennootschap | Kennisgroepen) mag Nederland niet heffen in de situatie dat iemand inwoner is van België en een aanmerkelijk belang houdt in een Nederlandse vennootschap. Maar waarom mag dit niet? En kan het in een andere situatie anders uitwerken?
Het fictief regulier voordeel betreft, zoals de benaming al aangeeft, een fictie. In de situatie dat er sprake is van een fictie dient ervoor te worden gewaakt dat er geen dubbele belasting ontstaat. Bij een fictie wordt namelijk veelal het heffingsrecht naar voren gehaald. Een voorbeeld is onder andere de fictieve rente die Nederland rekent over een vordering op grond van het zakelijkheidsbeginsel. De rente hoeft niet daadwerkelijk te zijn betaald waardoor de gelden nog steeds onderdeel vormen van het vermogen van de vennootschap. Dit vermogen kan op een later moment bijvoorbeeld nog worden uitgekeerd als dividend, waarover dividendbelasting is veschuldigd. Maar stel dat het ene land volgens het verdrag het heffingsrecht krijgt over rente, en het andere land over dividenden, kan een land dan eenzijdig het heffingsrecht naar zich toeschuiven door het opnemen van een fictie in de wet?
Het antwoord is nee. Volgens jurisprudentie werken ficties en forfaits van de nationale wetgeving van een land in beginsel door naar de belastingverdragen. Deze mogen echter niet leiden tot een potentiële verschuiving van de heffingsrechten. Er mag dus geen sprake zijn van een zogeheten eenzijdige uitbreiding van de heffingsrechten.
Volgens het Kennisgroepstandpunt mag Nederland dus niet heffen over het fictief regulier voordeel in de situatie dat een inwoner van België een aanmerkelijk belang heeft in een Nederlandse vennootschap. Volgens het standpunt wordt het fictief regulier voordeel genoten vanuit het gehouden aanmerkelijk belang, en zou voor de verdeling van de heffingsrechten moeten worden gekeken naar het dividendartikel en het vermogenswinstartikel. Deze artikelen kennen beiden een andere toewijzing van heffingsrechten. Volgens het verdrag tussen Nederland - België verkrijgt Nederland een heffingsrecht van 15% over dividenden als er aandelen in een Nederlandse vennootschap worden gehouden door een in inwoner van België. Volgens het vermogenswinstartikel verkrijgt Nederland helemaal geen heffingsrecht, tenzij er sprake is van een onroerendezaaklichaam. Volgens de kennisgroep is een interpretatie waarbij Nederland het heffingsrecht naar zich toe trekt in strijdt met de goede verdragstrouw en kan deze derhalve niet doorwerken in het belastingverdrag tussen Nederland en België.
Opmerkingen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt
Het is mogelijk dat lidstaten buiten het verdrag afspraken maken over het laten doorwerken van een regeling in de nationale wetgeving. Een voorbeeld is de Nederlandse nationale fictie met betrekking tot het gebruikelijk loon. Zie voor een verder uitwerking van het gebruikelijk loon ons artikel Gebruikelijk loon DGA in 2025 - Jongbloed Fiscaal Juristen. Tussen Nederland en België is onderling overeengekomen dat het gebruikelijk loon doorwerkt in het belastingverdrag en daardoor kan Nederland dus toch heffen over het gebruikelijk loon, ondanks er een mogelijke verschuiving van de heffingsrechten speelt.
De conserverende aanslag en excessief lenen
Ondanks dat het fictief regulier voordeel mogelijk niet doorwerkt naar de belastingverdragen, kan het excessief lenen bij de eigen BV door de aandeelhouder alsnog leiden tot het betalen van belasting in Nederland. Een schuld die voldoet aan de wet excessief lenen leidt op grond van artikel 25c van de invorderingswet wel tot inning van de conserverende aanslag. Dus ook al mag Nederland geen dividendbelasting heffen op basis van het belastingverdrag, moet bij een excessieve lening toch belasting betaald worden in Nederland.
Noot fiscaal jurist inzake excessief lenen in internationale situaties
Het is belangrijk om te beseffen dat ieder belastingverdrag een op zichzelf staande overeenkomst is tussen de lidstaten. Belastingverdragen kunnen daarom verschillen. Het kennisgroepstandpunt geeft daarom bevestiging over het verdrag tussen Nederland en België, maar hoeft geen zekerheid te geven over de situatie met een andere lidstaat.
Fiscale woonplaats en erfbelasting
Wie Nederland verlaat, blijft nog tien jaar fictief geacht in Nederland te wonen voor de erfbelasting. Dit betekent dat, ongeacht de feitelijke overlijdensplaats, het wereldwijde vermogen in de Nederlandse heffing wordt betrokken wanneer iemand binnen die termijn overlijdt. Maar wat als iemand langer dan tien jaar geleden is geëmigreerd en toch een sterke band met Nederland behoudt of later hernieuwt? De vraag naar de fiscale woonplaats is dan cruciaal.
Wanneer is sprake van een duurzame band met Nederland?
In een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam (Gerechtshof Amsterdam d.d. 8 juli 2025 ECLI:NL:GHAMS:2025:2356) speelde er een discussie over de fiscale woonplaats en het woonbegrip. Het geschil draaide om de vraag of de broer van X op het moment van zijn overlijden in 2019 in Nederland woonde of in het Verenigd Koninkrijk. De uitkomst bepaalde of de aanslag erfbelasting terecht was opgelegd.
Woonplaatsbegrip in de Successiewet
De Successiewet 1956 sluit voor het begrip ‘wonen’ aan bij de fiscale woonplaats in de inkomstenbelasting (zie ook discussie over artikel 4 AWR van Advocaat Generaal d.d. 25 april 2025 ECLI:N:PHR:2025:500). Het gaat niet alleen om formele criteria, zoals inschrijving in de Basisregistratie Personen, maar om het geheel van feiten en omstandigheden. De Hoge Raad heeft meermaals benadrukt dat doorslaggevend is of er sprake is van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
Bij de beoordeling spelen factoren als:
- de duur van het verblijf in Nederland;
- de aanwezigheid van een woning of verblijfplaats;
- de familie- en sociale banden;
- nationaliteit en taal;
- en vooral de intentie van betrokkene ten aanzien van zijn verblijf.
Terugkeer naar Nederland wegens ziekte en fiscale woonplaats
De broer van X was in 1975 naar het Verenigd Koninkrijk geëmigreerd. Ruim buiten de tienjaarstermijn zou hij daarmee in beginsel aan de Nederlandse erfbelasting zijn ontsnapt. De feiten lagen echter genuanceerder.
In 2014 verbleef de broer tijdelijk in Nederland vanwege een ernstige ziekte (MS). De gespecialiseerde zorg die hij nodig had, bleek in het VK niet beschikbaar. Hoewel hij in datzelfde jaar terugkeerde, ging zijn gezondheid snel achteruit. In 2015 besloot hij opnieuw naar Nederland te komen, ditmaal voor een blijvende medische behandeling. Hij verbleef vervolgens onafgebroken in een Nederlandse zorginstelling tot aan zijn overlijden in 2019.
Zijn zus X stelde dat haar broer nog steeds in het VK woonde en dat Nederland dus geen heffingsrecht had. Zowel de Rechtbank Noord-Holland als het Gerechtshof Amsterdam dachten daar anders over.
Procedure over fiscale woonplaats voor de erfbelasting
Het hof bevestigde dat de broer van X ten tijde van zijn overlijden in Nederland woonde. Daarbij werden verschillende omstandigheden meegewogen:
- de onafgebroken periode van bijna vier jaar en drie maanden verblijf in een Nederlandse zorginstelling;
- het feit dat hij de Nederlandse nationaliteit had en de taal sprak;
- de aanwezigheid van familie in Nederland;
- en vooral: de intentie om in Nederland te verblijven zolang de medische behandeling dat vereiste.
Volgens het hof was duidelijk dat de broer zijn leven in Nederland had ingericht en feitelijk niet meer terug kon keren naar zijn woning in het VK. Daarmee bestond er op het moment van overlijden een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland. De aanslag erfbelasting was terecht opgelegd.
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Noot fiscaal jurist inzake fiscale woonplaats voor successie of erfbelasting
De uitspraak laat zien dat het woonplaatsbegrip in de erfbelasting niet louter formeel is. Ook iemand die decennia geleden is geëmigreerd en dus de tienjaarstermijn ruimschoots is gepasseerd, kan opnieuw inwoner van Nederland worden. Doorslaggevend is hoe het leven feitelijk is ingericht en welke intentie daaruit blijkt.
Voor de fiscale praktijk betekent dit dat cliënten die langdurig in het buitenland wonen, alert moeten zijn wanneer zij weer voor langere tijd in Nederland verblijven, bijvoorbeeld wegens gezondheidsredenen. Ook een verblijf in een zorginstelling kan voldoende zijn om opnieuw een duurzame band met Nederland aan te nemen.
Praktische lessen
- Let op de intentie én de feiten – het gaat niet alleen om inschrijving of formele woonplaats, maar om het totaalbeeld.
- Medische redenen kunnen doorslaggevend zijn – een terugkeer voor zorg kan leiden tot hernieuwde fiscale woonplaats.
- Familie- en sociale banden spelen mee – hoe sterker de binding met Nederland, hoe eerder een duurzame band wordt aangenomen.
- Documenteer keuzes en omstandigheden – voor estate planning is het raadzaam intenties vast te leggen om discussie met de fiscus te voorkomen.
De zaak van de broer van X benadrukt dat het verlaten van Nederland niet altijd betekent dat de erfbelasting definitief buiten beeld is. Een duurzame band van persoonlijke aard kan ook na tientallen jaren opnieuw ontstaan, met verstrekkende fiscale gevolgen. Voor estate planners, notarissen en fiscaal juristen is het daarom van belang cliënten te wijzen op de risico’s bij terugkeer naar Nederland, zeker bij langdurige medische behandelingen of blijvende vestiging in een zorginstelling.
Noot bij terugkerende emigranten
De casus van de broer van X laat zien dat ook na het verstrijken van de tienjaarstermijn opnieuw een fiscale woonplaats in Nederland kan ontstaan. Een langdurig verblijf, bijvoorbeeld voor medische zorg of nabijheid van familie, kan leiden tot erfbelasting over het wereldwijde vermogen.
Voor de praktijk is het van belang cliënten tijdig te wijzen op deze risico’s en intenties en omstandigheden goed vast te leggen. Wilt u uw situatie of die van uw naasten bespreken? Neem dan contact op met een van onze fiscaal juristen.
Hoeveel erfbelasting moet ik betalen?
Wij kunnen u adviseren over de uitwerking van het testament en de gevolgen voor de erfbelasting, vraag gerust een vrijblijvende offerte. U kunt via de internetsite van de belastingdienst ook eenvoudig berekenen hoeveel erfbelasting er ongeveer verschuldigd is (berekenen erfbelasting). Via de site van de belastingdienst kunt u dan ook een voorlopige aanslag erfbelasting aanvragen.
Digital nomads en wereldreizigers en belastingen
Steeds meer Nederlanders hebben geen vaste werk of woonplek meer. Ze kiezen ervoor om vanuit het buitenland te werken en steeds op andere plekken te verblijven. Fiscaal komt deze vraag regelmatig bij ons voorbij en dit geeft regelmatig discussie met de belastingdienst over de fiscale woonplaats van dergelijke personen. De Kamer van Koophandel ziet dit ook als actueel probleem en heeft op een speciale pagina enkele aandachtspunten op een rij gezet. De belangrijkste onderdelen hieromtrent zijn:
- Check de gevolgen voor de KvK inschrijving: bent u regelmatig in Nederland dan is er vaak niet veel aan de hand. Als er geen bedrijfsactiviteiten meer in Nederland zijn kan dit anders zijn. Bent u langer dan 6 maanden buiten Nederland dan is aandacht vereist. Bij twijfel lees deze info van de KvK.
- Controleer of u zich moet uitschrijven bij de gemeente. Woont u meer dan 8 maanden per jaar buiten Nederland dan moet u zich uitschrijven bij uw gemeente. Uw info komt dan in het RNI (Register Niet Ingezetenen)
- Regel uw belastingen. Bij uitschrijving uit de gemeentelijke basisadministratie ontvangt de Belastingdienst en de KvK automatisch een bericht. Soms bent u voor activiteiten nog BTW plichtig in Nederland, dit kan ook gelden voor andere belastingen (zoals de inkomstenbelasting). Wellicht moet u in 2 of meer landen een aangifte inkomstenbelasting of omzetbelasting indienen.
- Check lokale wet en regelgeving. Er is op het internet veel informatie beschikbaar, dit kan ook via AI. Bekijk bijvoorbeeld de landeninformatie pagina.
- Regel uw verzekeringen. In het buitenland verblijven kan ook gevolgen hebben voor uw sociale verzekeringen, zoals de opbouw van de AOW, AOV of WW rechten. Bekijk hier of u in het buitenland verzekerd bent.
- Check uw visum en werkvergunning. Meestal is een visum en werkvergunning nodig als u buiten de EU gaat werken. Dit kunt u aanvragen bij de ambassade of het consulaat.
Fiscale advisering bij digital nomads en wereldreizers
Er zijn een beperkt aantal procedures over artiesten, digital nomads en wereldreizers. Er is wel veel jurisprudentie over de fiscale woonplaats van een belastingplichtige en de woonplaatsonderzoeken van de belastingdienst. Uit interne instructies van de belastingdienst wordt duidelijk hoe een dergelijk onderzoek verloopt en waar de aandachtspunten liggen. In de beslisnota uit maart 2025 wordt een overzicht gegeven. Via een door ons ingediend Woo verzoek krijgt u ook een fiscale kijk in de keuken van de belastingdienst. Het beschikbaar hebben van een woning in Nederland die (geheel of grotendeels) leegstaat zal vaak een fiscaal probleem opleveren, er wordt dan - in combinatie met andere aanwijzigingen - sneller gesteld dat iemand in Nederland woont (en belastingplichtig is). In dit artikel staan een tiental uitspraken van rechters over dit onderwerp.
Waar iemand woont wordt naar omstandigheden beoordeeld en hierbij wordt gekeken naar de plaats waarmee de duurzame banden van persoonlijke aard het grootst zijn. Bij digital nomads is de woonplaats soms "nergens of overal". Binnen fiscale verdragen worden dubbele woonplaatsen vaak opgelost via de tie breaker regel. Ook de belastingdienst heeft een speciale site voor het bepalen van de fiscale woonplaats.
De Belastingdienst neemt bij emigratie regelmatig het standpunt in dat de betrokken persoon voor de inkomstenbelasting in Nederland blijft wonen. De drempel hiervoor wordt door de inspecteur soms laag gelegd, hierbij wordt met name gekeken naar de activiteiten (en het verblijf) van de persoon in Nederland. Wat er buiten Nederland is gebeurd doet er dan minder toe, terwijl dit voor een juiste beoordeling wel van belang is. De norm waar iemand woont is een open norm (aldus de Hoge Raad). De bewijslast of iemand in Nederland woont berust bij de inspecteur. In procedures zien we vaak dat de inspecteur deze bewijslast wil verleggen naar de belastingplichtige (via een informatiebeschikking of stellen van veel vragen). De stelling is dan dat de vereiste aangifte niet is gedaan.
Voor DJ's die wereldwijd optreden en overal huizen hebben (en bijvoorbeeld geen gezin) is het soms lastig om te bepalen waar zijn persoonlijke centrum van zijn leven is gelegen. De werkstaat mag vaak belasting heffen over zijn of haar inkomen (zie arrest Star company)
Noot fiscaal jurist inzake fiscale gevolgen digital nomads
De Belastingdienst ziet het land waar iemand woont als het land waar de persoon zijn of haar sociale leven heeft, dit is niet altijd het land waar de persoon is ingeschreven. Dus waar heb je een woning, lidmaatschap sportclub, telefoonabonnement, ziektekostenverzekering, waar ben je het meest en waarom, etc. Dan is er ook nog de 183 dagen regeling. Nederland heeft met veel landen belastingverdragen om ervoor te zorgen dat digital nomads (en anderen) niet per ongeluk in 2 of meer landen belastingen moeten betalen. Als een digital nomad langer dan 183 dagen in het buitenland werkt in loondienst moet hij of zij daar ook belasting betalen.
Maar wie controleert dit? De meeste digital nomads schrijven zich niet uit in Nederland en zwerven vervolgens rond de wereld. De inschrijving is dan bij een familielid of vrienden. Deze nomads betalen dan gewoon in Nederland belasting, dit kan best ongunstig zijn. Laat men zich wel uitschrijven uit het BRP dan zal men belasting moeten betalen in een ander land (of wellicht ook nog in Nederland). Bij vertrek krijgt u bericht van de KvK en de belastingdienst en moet u uw bedrijf uitschrijven bij de KvK.
Over de digital nomads is voldoende geschreven maar dit gaat meer over de problemen dan de oplossingen. Het blijft complex en deze personen passen niet altijd binnen de fiscale kaders. Er is op dit moment geen passende regelgeving voor de avontuurlijke digital nomads. Veel digital nomads zijn ondernemer en betalen soms nergens belasting. Het is voor hen lastig om volgens de regels te leven als die regels eigenlijk niet bestaan of volstrekt onduidelijk zijn. Gelukkig kun je op het internet veel informatie (ook youtube films van ervaringsdeskundigen) vinden en helpen wij u graag met fiscale vraagstukken.
Bij Jongbloed Fiscaal Juristen kun je als digital nomad prima terecht voor fiscale advisering, aangiften inkomstenbelasting, M biljetten of grensoverschrijdende vraagstukken. Bij dit laatste werken wij altijd samen met een lokale adviseur. Geen stijve of formele gesprekken met stropdas dragende adviseurs maar fiscaal juristen met ervaring en praktische antwoorden.
Vragen van de belastingdienst over fiscale woonplaats
Wij merken dat de belastingdienst de laatste maanden meer vragenbrieven heeft verstuurd over de fiscale woonplaats van belastingplichtigen. Met name verhuizingen naar Spanje, Italië, Malta, Dubai, Cyprus en Monaco lijken in beeld te komen bij de inspecteur. De trend om meer woonplaatsonderzoeken uit te voeren lijkt te worden aangestuurd uit Den Haag, in een kamerbrief (7 april 2025) wordt hierover reeds de eerste melding gemaakt. Binnen de belastingdienst wordt kritisch gekeken naar de daadwerkelijke emigratie en woonplaats van belastingplichtigen, in een evaluatie uit 2024 wordt inzicht gegeven in dit project. Uit interne instructies van de belastingdienst wordt duidelijk hoe een dergelijk onderzoek verloopt en waar de aandachtspunten liggen. In de beslisnota uit maart 2025 wordt een overzicht gegeven. Via een door ons ingediend Woo verzoek krijgt u ook een fiscale kijk in de keuken van de belastingdienst.
Noodzaak om fiscaal jurist in te schakelen bij woonplaats onderzoek
De belastingdienst vraagt veel informatie. Niet elke vraag hoeft te worden beantwoord (bijvoorbeeld omdat deze fiscaal niet relevant is). Schakel altijd een fiscaal jurist die ervaring heeft bij dergelijke onderzoeken. Wij helpen u graag en beschikken over meer dan voldoende ervaring. Dit zijn vaak arbeidsintensieve processen veel overleg met de klant vereist. Het geniet de voorkeur dat klanten met een emigratie voornemen zich voordien bij ons melden, dit om af te stemmen wat er wel en niet mag !
Fiscale woonplaats volgens Belastingdienst
De fiscale woonplaats wordt beoordeeld op grond van artikel 4 AWR, dit is een algemeen artikel met een open norm. Feitelijk zou er moeten worden gekeken naar de situatie van een persoon in Nederland en in het buitenland. Onze ervaring leert dat de inspecteur met name kijkt naar de feiten en omstandigheden in Nederland (dit volgt ook uit de interne Woo informatie). We zien hierbij dat er soms met een vooringenomen blik (en tunnelvisie) naar een feitencomplex wordt gekeken en de vragen met name zien op de situatie in Nederland. Het is aan belastingplichtige (of diens adviseur) om ook (of zoveel mogelijk) informatie over het buitenland te geven.
Waar iemand woont is vaak een discussie met de Belastingdienst. De belangen zijn groot en regelmatig adviseren wij belastingplichtigen bij dergelijke geschillen. Hoe bepaalt de Belastingdienst eigenlijk waar u woont? Is dit redelijk? In dit artikel een overzicht. Er is ook interne informatie van de Belastingdienst bekend zodat we weten hoe er intern wordt beoordeeld. Een opmerkelijke uitspraak (zie hierna) ging over een profvoetballer met een woning in Nederland en Duitsland (Rechtbank Den Haag d.d. 20 maart 2025 ECLI:NL:RBDHA:2025:6307), er waren banden met beide landen waarbij de banden met Duitsland groter waren. Deze open norm is volgens AG Koopman (ECIL:NL:PHR:2025:500) ook de juiste route.
De belastingdienst kijkt bij de beoordeling waar iemand woont enkel naar de Nederlandse omstandigheden. Hiermee wordt een te beperkte en onjuiste uitleg gegeven aan de wet (artikel 4 AWR). De discussie bij een DGA hangt ook vaak direct samen met de fiscale vestigingsplaats van zijn bedrijf of bedrijven. Ook dit is een feitelijke discussie. Recent was hier nog een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden 11 maart 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1432 over de vestigingsplaats van een vennootschap die was verplaatst naar Malta. Het Hof was van mening dat de vennootschap niet in Nederland was gevestigd, de kernbeslissingen werden vanuit het VK genomen (de woonplaats van de aandeelhouder).
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Woonplaats natuurlijke personen
Waar een mens woont is in de huidige tijd soms lastig te bepalen. Het gaat volgens de wet om de feiten en omstandigheden. De Belastingdienst kijkt dan naar:
- Waar woont uw gezin?
- Waar woont uw partner?
- Bent u verzekerd in Nederland?
- Heeft u een woonadres in Nederland?
- U doet belangrijke dingen in Nederland (huisarts, ziekenhuis bezoek, lid verenigingen, opleidingen, sporten, etc.)
Onderzoek Belastingdienst naar woonplaats (woonplaatsonderzoek)
De Belastingdienst stelt soms een diepgaand onderzoek in om te bepalen waar een belastingplichtige woont. Een dergelijk onderzoek kijkt strikt naar de feiten en omstandigheden. De Inspecteur moet bewijzen dat een persoon in Nederland woont. De Belastingdienst kijkt dan op grond van nationale wetgeving of u in Nederland woont. Belangrijk bij een woonplaatsonderzoek is of u duurzame banden met Nederland heeft. Volgens de interne stukken van de Belastingdienst is het hierbij blijkbaar minder van belang of het middelpunt van uw maatschappelijk leven zich in Nederland bevindt. De belangrijkste overwegingen zijn:
- Heeft u sociale en beroepsmatige bindingen met Nederland?
- Beschikt u over een huis (duurzaam)?
- Waar verblijft uw gezin (partner) of u regulier?
- Heeft u financiële banden met Nederland (beleggingen, bedrijven, etc.)?
- Wat volgt uit uw pingedrag / bestedingen in Nederland?
Tevens spelen de volgende facetten bij het bepalen van de fiscale woonplaats
- Persoonlijke banden: De aanwezigheid van familie in Nederland weegt zwaar mee in de beoordeling van de fiscale woonplaats. Het behouden van nauwe persoonlijke relaties in Nederland kan duiden op een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
- Economische activiteiten: Het blijven verrichten van economische activiteiten in Nederland, zoals het verhuren van onroerend goed, speelt een significante rol in de bepaling van de fiscale woonplaats.
- Verblijfsduur: De daadwerkelijke verblijfsduur in Nederland versus het buitenland is een belangrijke factor. Regelmatig verblijf in Nederland, zelfs voor korte perioden, kan wijzen op het behoud van duurzame banden met Nederland.
- Woningbezit en gebruik eigen woning in Nederland: Het aanhouden en gebruiken van een woning in Nederland, zelfs als deze tijdelijk wordt verhuurd, kan indicatief zijn voor een fiscale woonplaats in Nederland.
- Inschrijving en administratieve handelingen: Hoewel inschrijving in het buitenland een indicatie kan zijn van verplaatsing van de woonplaats, is het niet doorslaggevend. Administratieve handelingen, zoals het openen van een bankrekening of inschrijving in het buitenland, moeten in samenhang met andere factoren worden bekeken.
- Intentie en toekomstplannen: De intentie van de belastingplichtige, zoals blijkt uit contracten voor tijdelijke verhuur en toekomstplannen om terug te keren naar Nederland, zijn relevant voor de beoordeling van de fiscale woonplaats.
Er zit geen vast patroon in de onderzoeken van de Belastingdienst naar uw woonplaats. Het is ook niet duidelijk welke zaken het zwaarst wegen, vaak is het een combinatie van factoren. De verblijfplaats van uw gezin of partner is meestal wel van belang. Aan de materiële omstandigheden (hiervoor onder 1 - 5) moet meer waarde worden gehecht dan aan de formele (inschrijving basisadministratie gemeente, uw nationaliteit, etc.).
Rechters over fiscale woonplaats van een belastingplichtige
De laatste jaren wordt er steeds meer geprocedeerd over de fiscale woonplaats van een belastingplichtige. We zien nog wisselen uitspraken, maar er is wel een trend waar te nemen.
Werken voor werkgever in Brunei
Piet is Nederlander en werkt voor Cypriotische werkgever in Brunei (periode 2008-2011). Piet is van mening dat hij in 2009 in Brunei woont. Via een derdenonderzoek komt de belastingdienst Piet op het spoor, in 2011 volgt een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (met vergrijpboete). De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 11 september 2023 (ECLI:NL:RBZWB:2023:6396) en het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 26 februari 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:544) . De aanslag blijft in stand (dus woonplaats Nederland) en de vergrijpboete wordt vernietigd. Ook is geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden en/of winst uit onderneming.
Fiscale woonplaats van een directeur
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Fiscale woonplaats voetballer
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Duurzame band met Bulgarije maar woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije. De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiële belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Woning in Nederland en emigratie naar Duitsland
In een uitspraak van het Hof Amsterdam d.d. 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:721) wordt de complexiteit van de fiscale woonplaatsbepaling binnen de Nederlandse belastingwetgeving onderstreept. Deze casus, waarbij een belastingplichtige, hierna te noemen X, zowel in Nederland als in Duitsland substantiële banden had, illustreert de nuances van de fiscale woonplaatsbepaling en de consequenties daarvan voor de belastingplicht. X, met de Nederlandse nationaliteit, stond gedurende de jaren 2015 en 2016 grotendeels ingeschreven in Duitsland, maar behield het recht om tot 62 dagen per jaar in zijn verhuurde Nederlandse woningen te verblijven. Ondanks zijn inschrijving in Duitsland, bleef X economische activiteiten in Nederland verrichten en had hij familiebanden in Nederland. De inspecteur stelde dat X fiscaal inwoner van Nederland bleef, wat door zowel de rechtbank als het Hof Amsterdam werd bevestigd. De kern van deze bevestiging lag in de duurzame banden van persoonlijke aard die X met Nederland behield.
Wonen in Thailand of in Nederland
Henk heeft een zoon (geboren 2010), samen met zijn in Thailand wonende vrouw, ze zijn niet getrouwd. De zoon heeft de Nederlandse en Thaise nationaliteit en bij zijn moeder in Thailand. In 2012 heeft Henk zijn appartement - tegen schulderkenning - verkocht aan zijn zoon en ook diverse bankrekeningen op zijn naam gezet (geschonken?). In 2016 was Henk 226 dagen in Nederland en 140 dagen in Thailand. Bij zijn verblijf in Nederland woont het in het appartement van zijn zoon. Henk is van mening dat hij in Thailand woont en buitenlands belastingplichtig in Nederland is. De inspecteur is van mening dat Henk in Nederland woont en dus ook belasting moet betalen over het vermogen van zijn zoon (50%) omdat hij het ouderlijk bezag heeft uitgeoefend. De rechtbank is het (deels) met Henk eens. Het Gerechtshof Den Haag is het op 27 juni 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2023:1296) niet met Henk eens. Voor de woonplaats moet worden gekeken naar het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand en voor de definitie van het ouderlijk bezag is het Thaise recht van belang. Het Thaise recht stelt dat beide ouders het ouderlijk gezag uitoefenen over hun kind. Het box 3 vermogen van de zoon moet niet voor 100% maar slechts voor 50% worden meegenomen (artikel 2.15 lid 4 Wet IB 2001)
Fiscale woonplaats van een butler
Een butler werkt sinds 2017 voor een sjeik in Dubai (contract voor 4 jaar), hiervoor reist hij de hele wereld over. Tot 1 juni 2017 heeft de butler een woning in Nederland. Zijn loon wordt gestort op een Nederlandse bankrekening. Volgens de butler woont hij vanaf juli 2017 in het buitenland. De sjeik is nooit langer dan 60 dagen in een land omdat hij geen fiscaal inwoner wil zijn buiten Dubai. De butler reist mee naar Engeland, Dubai en verblijft ook regelmatig op de immense boot van de sjeik. Volgens de rechter en de inspecteur woont de Butler in Nederland (terwijl hij hier zelden is). Deze procedure maakt duidelijk dat er via feiten moet worden aangetoond waar iemand woont. Rechtbank Noord Nederland 2 november 2021 ECLI:NL:RBNNE:2021:4648
Fiscale woonplaats van DGA in marokko
De heer X heeft de Nederlandse nationaliteit en heeft in Nederland aangifte gedaan als binnenlands belastingplichtige. X ontvangt inkomen uit diverse Nederlandse BV's en is daarnaast DGA van een aantal Nederlandse rechtspersonen. X brengt een deel van het jaar door in Marokko waarbij hij ook een woning en sociaal leven heeft. In zijn aangifte inkomstenbelasting geeft X niet zijn wereldinkomen aan maar enkel zijn binnenlands inkomen. X is van mening dat hij in Marokko woont. De rechter en de inspecteur denken hier anders over omdat X niet slaagt in zijn bewijslast omtrent zijn woonplaats in Marokko. X maakt niet aannemelijk dat hij in 2015 (ook) fiscaal inwoner is van Marokko; hij maakt niet aannemelijk dat is voldaan aan één van de drie daarvoor geldende criteria, te weten:
- het beschikken in Marokko over een permanente verblijfsplaats (‘The place of permanent home’), of
- het aldaar hebben liggen van het middelpunt van (de sociale en) economische belangen (‘The centre of economic interest’), of
- het in een periode van 365 dagen aldaar meer dan 183 dagen verblijven.
Rechtbank Den Haag d.d. 15 december 2021 ECLI:NL:RBDHA:2021:14719 is van mening dat de DGA in Nederland woont. Het blijkt toch lastig om de wetgeving en feiten goed te lezen. Het Gerechtshof Den Haag is namelijk op 14 maart 2023 ECLI:NL:GHDHA:2023:556 van mening dat X in Marokko woont.
Fiscale woonplaats van een CFO
Henk is sinds 2012 statutair bestuurder van een concern, ongeveer 20% van zijn tijd. Henk wordt via zijn eigen holding ingehuurd via een management vergoeding (overeenkomst van opdracht). Daarnaast was Henk - voor 80% - ook nog in dienstbetrekking bij een dochteronderneming, als CFO. Henk ontving een salaris en daarnaast nog een bonus via aandelen (zogenaamde Restricted Stock Units). In 2014 wordt het hoofdkantoor van het concern naar Nederland verplaatst. Henk verhuist in april 2016 naar Nederland. De vraag is of Henk over geheel 2016 in Nederland belastingplichtig is. De inspecteur was zelfs van mening dat Henk al sinds 2012 in Nederland belastingplichtig is. De redenen hiervoor zijn:
- Henk heeft een duurzame band met Nederland;
- Henk heeft de Nederlandse nationaliteit
- Er stond Henk een huis ter beschikking in Nederland (woning van zijn echtgenote);
- Henk heeft een auto (met verzekering) in Nederland (gekocht in april 2016).
- De kinderen van Henk (uit een eerder huwelijk) wonen in Nederland.
De Rechtbank oordeelt in 2022 dat Henk voor 2016 niet in Nederland heeft gewoond. Volgens de rechter woont Henk vanaf april 2016 in Nederland (en dus ook niet vanaf 1 januari 2016). De argumenten van de inspecteur overtuigen de Rechter hierbij niet. De rechter kijkt in deze casus naar de materiële werkelijkheid. De belastingdienst mag niet enkel kijken naar de formele kant (waar is iemand inschreven, waar ligt de woning, etc.). Steeds vaker zien wij dat rechters kijken naar de feiten en omstandigheden. Dat in dit geval de CFO in Monaco woonde doet natuurlijk niet ter zake, hoewel dit kennelijk wel de mening van de Belastingdienst kleurt. In beroep bij het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 10 juli 2024 ging het alsnog mis (ECLI:NL:GHSHEL2024:2230). De zaak ligt nu bij de Hoge Raad, zie hier voor de eerste beoordeling door de Advocaat Generaal, de heer Koopman. De kerndiscussie is in deze zaak ontstaan door een woning in Nederland die niet wordt verhuurd (staat deze woning ter beschikking?), af en toe verblijf in Nederland en de Nederlandse nationaliteit. De AG concludeert dat het Hof zijn werk goed heeft gedaan (artikel 81 RO).
Diverse uitspraken met signalen over de fiscale woonplaats
De volgende uitspraken zijn hierbij van belang:
- Hoge Raad 13 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6824) : duurzame band met hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland zou bevinden.
- Hoge Raad 12 mei 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AR5759): voor woonplaats ook kijken naar recht in buitenlandse staat, hierbij mee wegen of de persoon in het buitenland aangifte heeft gedaan. Een persoon wordt alleen als ingezetene van Thailand beschouwd als hij in Thailand verblijft voor een totale periode van niet minder dan 180 dagen in een kalenderjaar. Voor de periode in Thailand wordt gekeken naar de inreis- en vertrekstempel in het paspoort. Omdat Henk geen inwoner is van Thailand kom je niet toe aan de tiebreakbepaling.
- Gerechtshof Den Haag 8 december 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:2762) en Hoge Raad d.d. 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:84) deze procedure gaat over dezelfde casus edoch over de periode 2011 tot en met 2015.
- Belastingplichtige heeft geen woning in Nederland en woont formeel op Guernsey. In een procedure bij het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden (ECLI:N::GHARL:2019:4321) moest worden vastgesteld waar Henk zijn fiscale woonplaats had. Beide rechters vinden dat belastingplichtige in Nederland woont. Wat ging er mis? Veel consumptieve uitgaven in Nederland, verzekeringen en mobiel abonnement in Nederland
Noot fiscaal jurist inzake fiscale woonplaats discussie
Uit de recente conclusie van de AG wordt duidelijk dat de woonplaats naar de omstandigheden moet worden beoordeeld, is al heel lang zo. Wij zien dat de klacht dat een open norm onvoldoende rechtszekerheid biedt. En het is natuurlijk waar dat open normen als nadeel hebben dat zij in de toepassing minder voorspelbaar zijn dan ‘hard and fast rules’ en in zoverre voor rechtsonzekerheid zorgen is dan een gevolg. De onvoorspelbaarheid is een nadeel en het wegen van alle feiten een voordeel. Als de inspecteur echter met name kijkt naar de Nederlandse omstandigheden zal de conclusie vaker onjuist zijn. In diverse uitspraken zien we dat de open norm ook de basis is.
Als de belastingdienst u vragen gaat stellen over de fiscale woonplaats is het noodzakelijk om een specialist in te schakelen. Uitgebreid overleg, een goede analyse en strategie zijn noodzakelijk. Vaak worden de vragen door een belastingplichtige beantwoord omdat men denk dat er geen vuiltje aan de fiscale lucht is, de belastingdienst komt echter vaak met vervolgvragen en dan wordt pas duidelijk dat er wellicht tot een fiscaal probleem is. Daarbij zien wij dat er steeds vaker de conclusie wordt getrokken dat een persoon in Nederland woont, soms zelfs op enkele (onlogische) aanknopingspunten, zoals familie in Nederland, Nederlands paspoort of regelmatig verblijf in Nederland.
Bron fiscale woonplaats
Interne stukken belastingdienst (WOB verzoek januari 2019)
Hof Amsterdam 22 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5750.
Rechtbank Noord-Nederland 4 april 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1229.
Rechtbank Den Haag 8 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15731.
Hof Den Haag 25 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2182.
Hof Den Haag 10 maart 2015, nummer BK-14/00457.
Hof van Jusititie Europese Un ie 27 april 2016, nr. C-528/14.
Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL6962.
Rechtbank Noord Nederland 2 november 2021 ECLI:NL:RBNNE:2021:4648
Lucratief belang bij partiele buitenlandse belastingplicht
Het Gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat een expat-manager die onder de 30%-regeling kiest voor partiële buitenlandse belastingplicht (PBB) geen beroep kan doen op de doorstootoptie van art. 3.95b, lid 5 Wet IB 2001. Het voordeel uit zijn indirect gehouden management-belang kwalificeert daarom als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) in box 1 en niet als aanmerkelijk-belanginkomen in box 2. Het Gerechthof kwam tot een andere conclusie dan de rechtbank, in dit artikel geven wij een toelichting.
In het FD wordt deze uitspraak ook behandeld. Volgens het FD gaat het in deze procedure om de oud directeur van Action die alsnog ruim 13 miljoen belasting moet betalen over zijn bonus. Het NRC schreef in 2024 ook een artikel over deze kwestie. De belastingheffing van managers bij private equity bedrijven over hun bonussen of aandelen ligt al vrij lang onder een vergrootglas. De tweede kamer heeft in 2024 al een motie aangenomen waarbij dergelijke rendementen zwaarder moeten worden belast. Ook is recentelijk een motie voorbij gekomen die een nieuwe maatregel in 2026 mogelijk moet maken.
Wat is de lucratief-belangregeling?
De lucratief-belangregeling belast voordelen uit vermogensrechten met een disproportionele hefboom (> 1:10) in box 1. Indien het aandelenbelang indirect wordt gehouden via bijvoorbeeld de persoonlijke holding (middellijk gehouden), bestaat de mogelijkheid om te kiezen voor de doorstootverplichting van artikel 3.95b lid 5 wet IB 2001. Als gebruikt wordt gemaakt van deze doorstootverplichting is de aandeelhouder verplicht ten minste 95% van de verkregen voordelen door uit te keren via box 2. Een uitgebreide toelichting op definities, voorwaarden en praktijkvoorbeelden vindt u in dit artikel. Jongbloed Fiscaal Juristen
Nieuws: Aanpassing lucratief belang regeling pas per 1 januari 2028
De staatssecretaris van financiën wilde per 1 januari 2026 de lucratief belang regeling aanpassen, deze regeling bestaat sinds 2009 en is vaak onduidelijk (en complex), zie brief staatssecretaris d.d. 1 juli 2025. In het belastingplan 2026 is aangegeven dat de invoering wordt uitgesteld tot 1 januari 2028.
De belastingheffing op (carried interest) inkomen wordt dan belast in box 2 (en niet in box 1 zoals eerder is aangekondigd). Aanleiding voor de aanpassing was de motie van kamerlid Idsinga. insteek was om de winst van fondsmanagers van private equity te belasten als normaal inkomen (box 1).
Onder de huidige regeling worden lucratief belang inkomsten belast in box 1 (maximaal 49,5% heffing), edoch als de manager zijn aandelenbelang heeft ondergebracht in een BV (rechtspersoon) - en tenminste 95% van de opbrengst aan zichzelf uitkeert - geldt een heffing in box 2 (thans 31%), deze laatste variant wordt vaak gebruikt. Na een internetconsultatie kwamen 2 alternatieven bovendrijven.
- optie 1: alles belasten in box 1
- optie 2: heffing in box 2 met multiplier (heffing van 31% naar ongeveer 36%).
Wat is de 30-%-regeling en partiële buitenlandse belastingplicht?
De 30-%-regeling staat werkgevers toe om expats een belastingvrije vergoeding (30 % van het loon) te geven voor extraterritoriale kosten. Wie aan de voorwaarden voldoet, kan op grond van art. 2.6 Wet IB kiezen voor partiële buitenlandse belastingplicht: men blijft binnenlands belastingplichtig voor box 1, maar wordt in box 2 en box 3 behandeld als buitenlands belastingplichtige. Wilt u meer weten over de partiële buitenlandse belastingplicht of de 30% regeling, dan kunt u dit artikel raadplegen.
Uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake lucratief belang bij buitenlandse belastingplicht
De lijn in de lagere rechtspraak was aanvankelijk gunstig voor belastingplichtigen die de partiële buitenlandse belastingplicht (PBB) combineerden met de doorstootoptie van artikel 3.95b, vijfde lid, Wet IB 2001. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 5 januari 2024 dat – waar in het betreffende jaar uitkeringen uit een middellijk gehouden lucratief belang voor ten minste 95% naar privé waren doorgestuurd – inkomenuit aanmerkelijk belang was “genoten” in de zin van artikel 3.95b, lid 5. De rechtbank verbond aan het woord “genieten” geen aanvullende eis dat dit inkomen óók tot de Nederlandse heffingsgrondslag moest behoren.
Rechtbank Noord-Holland kwam op 19 maart 2024 tot een vergelijkbaar resultaat: de belastingplichtige had – ondanks dat het PBB regime van toepassing was – rechtsgeldig gekozen voor toepassing van de doorstootregeling, en de inspecteur had het voordeel uit het lucratief belang ten onrechte in box 1 betrokken. De kern van die benadering is dat het keuzeregime van artikel 3.95b lid 5 wet IB 2001 autonoom werkt: als 95% van de voordelen daadwerkelijk wordt doorgestoten, is aan de wettelijke eis voldaan en resteert geen ROW-heffing.
Het Hof Amsterdam doorbrak deze lijn in zijn arrest van 3 juli 2025. Het Hof vertrekt weliswaar, net als de rechtbanken, vanuit de kwalificatie “lucratief belang”, maar legt daarbij het voorwaardelijke karakter van de doorstootregeling centraal: de tekst van artikel 3.95b, lid 5, veronderstelt dat het corresponderende voordeel óók als inkomen uit aanmerkelijk belang tot de Nederlandse belastinggrondslag kan behoren. Bij partiële buitenlandse belastingplicht is dat niet het geval wanneer het belang (in onderhavig geval) via een buiten Nederland gevestigde vennootschap wordt gehouden; box 2-inkomen uit zo’n buitenlandse bron is bij een partiële buitenlandse belastingplicht niet in Nederland belastbaar. Gevolg: de doorstootoptie is in deze constellatie niet mogelijk, zodat het voordeel uit het lucratief belang (weer) in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden wordt belast.
Gevolgen voor de praktijk bij 30% regeling en lucratief belang
Het hof redeneert breed: als het voordeel via een buitenlandse vennootschap niet tot de Nederlandse box-2-grondslag behoort, is doorstoot onmogelijk. Die redenering raakt niet alleen expats die opteren voor partiële buitenlandse belastingplicht, maar óók reguliere buitenlands belastingplichtigen met een vergelijkbare managementparticipatie. Voor bestaande 30% regelingen geldt de partiele buitenlandse belastingplicht nog (tot en met 2026) voor nieuwe gevallen geldt deze regeling niet meer.
Noot fiscaal jurist inzake lucratief belang en 30% regeling
Het Hof is duidelijk: de doorstootregeling van art. 3.95b, lid 5, is geen autonoom keuzerecht maar functioneert alleen als het voordeel ook daadwerkelijk tot de Nederlandse box-2-grondslag kan behoren. Bij partiële buitenlandse belastingplicht ontbreekt die grondslag en resteert box-1-heffing. Dat sluit aan bij de ratio van de lucratief-belangregeling en voorkomt een nihil situatie door samenloop van faciliteiten.
Voor de praktijk een belangrijk arrest waarbij in nieuwe participaties nagedacht moet worden hoe wordt omgegaan met mogelijke box 1 heffing in participatie en exit documentatie. Verder is belangrijk om bestaande situaties opnieuw te beoordelen. Hoewel een beperkt aantal partiële buitenlands belastingplichtigen met een lucratief belang opteren voor de doorstootverplichting zijn er aanzienlijk meer ‘gewone’ buitenlands belastingplichtigen waarop de uitspraak invloed kan hebben.
Mocht u vragen hebben over partiële buitenlandse belastingplicht, de 30% regeling, lucratief belangregeling of heeft u een ander fiscaal vraagstuk? Neem dan gerust contact op met één van onderstaande auteurs.
Bronnen
Rechtbank Zeeland West Brabant 5 januari 2024 ECLI:NL:RBZWB:2024:60
Rechtbank Noord-Holland 19 maart 2024 - ECLI:NL:RBNHO:2024:3177.
Gerechtshof Amsterdam 3 juli 2025 - ECLI:NL:GHAMS:2025:1746.
Emigratie van DGA naar de Verenigde Arabische Emiraten
Een Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) emigreert in 2006 naar de Verenigde Arabische Emiraten. In 2016 worden de aandelen in zijn - na Nederlands recht opgerichte BV - verkocht. De termijn voor de conserverende aanslag voor AB aandelen was in die periode nog 10 jaar. De DGA is van mening dat Nederland niet mag heffen over het vervreemdingsvoordeel van ruim € 4.800.000. Omdat de DGA niet de nationaliteit van de VEA bezat (geen onderdaan van de VAE) (is ook vrijwel onmogelijk om te krijgen !!) kwalificeert de DGA niet als inwoner van de VEA. Vorenstaande is door het Gerechtshof Den Haag d.d. 5 juli 2023 bevestigd (ECLI:NL:GHDHA:2023:1303). De Hoge Raad heeft er verder niet meer naar gekeken in haar uitspraak op 18 juli 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1184), een zogenaamde 81 RO uitspraak.
Verdragbescherming bij emigratie naar Dubai of de VAE
Om gebruik te kunnen maken van verdragsbescherming van een belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting moet vastgesteld worden of het belastingverdrag van toepassing is. Voor de Verenigde Arabische Emiraten (hierna: VAE) wordt als voorwaarde gesteld dat je de nationaliteit van de VAE moet hebben (lees: ‘onderdaan zijn van’) wil je als inwoner voor verdragstoepassing kwalificeren. Vervolgens is van belang of je vanuit Nederlands perspectief bezien wordt gezien als fiscaal inwoner van Nederland want dan blijf je binnenlands belastingplichtig in Nederland.
Volgens de Nederlandse wet wordt waar iemand woont beoordeeld naar feiten en omstandigheden waarbij wordt gekeken waar men een duurzame band heeft (artikel 4 AWR). Hierbij spelen diverse factoren een rol, zoals een duurzaam woonruimte (kan ook huurwoning zijn) / gas-, water verbruik/ lidmaatschap/ verzekeringen etc. Hierbij weegt het uitschrijven bij het BRP en de nationaliteit minder zwaar mee. Er wordt naar alle feiten en omstandigheden gekeken en niet enkel naar één onderdeel.
Voor een vennootschap is van belang waar de feitelijke leiding is gevestigd. Het kan dus zo zijn dat de feitelijke leiding meeverhuisd bij emigratie. Dit is afhankelijk van waar de bestuursbesluiten worden genomen.
Op moment van emigratie zijn er ook nog aantal andere aspecten om rekening mee te houden, zoals een conserverende aanslag ten aanzien van een fictieve afkoop pensioen / lijfrente en fictieve vervreemding van AB. Voor een fictieve afkoop van pensioen / lijfrente geldt een uitstel van betaling van 10 jaar en voor een fictieve vervreemding van AB onbeperkt waarbij het van belang is om te weten dat in geval van bijvoorbeeld een dividenduitkering de conserverende aanslag (gedeeltelijk) wordt betaald.
Let op! Zekerheid voor conserverende aanslag
Bij emigratie naar VAE (lees: buiten de EU) wordt alleen uitstel van betaling wordt verleend voor de conserverende aanslag als er zekerheid kan worden verstrekt aan de belastingdienst voor het op de conserverende aanslag verschuldigde bedrag. Hierbij valt te denken aan een bankgarantie of hypotheek op een Nederlandse onroerende zaak.
Geen verdragsbescherming voor DGA na emigratie VAE
De Hoge Raad heeft in een cassatieberoep gekeken naar de belastingheffing over winst die na emigratie is behaald met de vervreemding van een aanmerkelijk belang pakket. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Gerechtshof via artikel 81 RO naar de prullenbak verwezen. Nederland mag belasting heffen over de vervreemdingswinst uit de verkoop van een aanmerkelijk belang pakket indien een DGA na emigratie naar de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) zijn aandelen verkoopt. De DGA is geen inwoner van de VAE en geniet dus geen verdragsbescherming. In deze casus is 50% van de winst toegewezen aan de DGA en 50% aan zijn echtgenote. De BV bleef - ook na de emigratie - ingeschreven in Nederland, de zus van de DGA is na zijn emigratie als bestuurder benoemd.
De kern van deze zaak is dat de DGA geen inwoner was van de VAE (in de zin van het belastingverdrag tussen NL en de VAE). In het verdrag geldt voor natuurlijke personen dat zij enkel als inwoner van de VAE kunnen kwalificeren indien ze (1) onderdaan zijn van de de VAE en (2) voornamelijk aldaar verblijven dan wel een duurzaam tehuis hebben. Ook moeten de economische en persoonlijke betrekkingen met de VAE nauwer zijn dan met Nederland.
Het Gerechtshof Den Haag kwam in 2023 tot het oordeel dat (1) het belastingverdrag niet op de DGA van toepassing is omdat hij geen inwoner is van Nederland of de VAE, tenminste in de zin van het verdrag en (2) Het Nederlandse heffingsrecht over de door de DGA genoten winst uit aanmerkelijk belang niet wordt beperkt door het verdrag en (3) het niet van toepassing zijn van dit verdrag niet strijdig is met het verbod op discriminatie. De Hoge Raad kijkt er ook nog naar maar heeft verder inhoudelijk niks toe te voegen.
Noot Fiscaal jurist inzake emigratie DGA naar de VAE
De discussie gaat over de aanslag inkomstenbelasting over 2016. Specifiek ziet deze procedure op het of de DGA als inwoner van de VAE kan worden aangemerkt, zodat hij verdragsbescherming geniet (c.q. zodat Nederland niet over het vervreemdingsvoordeel mag heffen), dit op grond van het belastingverdrag tussen beide landen. Tussen de Belastingdienst en de DGA staat niet ter discussie of de DGA buitenlands belastingplichtig is (op grond van artikel 7.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001).
De DGA stelt dat het verdrag gewoon van toepassing is omdat hij inwoner van de VAE is, omdat hij daar woont (artikel 4 AWR). De stelling dat alleen een natuurlijk persoon met de nationaliteit van de VAE kwalificeert als inwoner is volgens de DGA te kort door te bocht en veel te rigide. Ook stelt hij dat er dan sprake is van een niet toegestane discriminatie naar nationaliteit.
Om een beroep te kunnen doen op een belastingverdrag moet een persoon inwoner zijn van één van beide landen. Omdat de DGA geen inwoner is van Nederland (is immers geemigreerd) en niet de nationaliteit van de VAE heeft, kan hij geen beroep doen op het belastingverdrag. De verwijzing van eiser naar Gerechtshof Den Haag van 20 oktober 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:2003) treft geen doel, omdat in die zaak niet in geschil was dat de belanghebbende de VAE nationaliteit had.
Omdat het belastingverdrag toepassing mist is een beroep op de tie breaker bepaling ook niet mogelijk (3e lid artikel 4 verdrag)
Belastingheffing over salaris in Europa
Inwoners in Europa betalen gemiddeld 44% van hun bruto inkomen aan belastingen en premies. Nederland staat nog net in de top 10 (tiende plek) met een lastendruk van 45,5%. Dit is meer dan het gemiddelde maar nog niet eens zo slecht. Fiscaal vriendelijke landen zijn Denemarken (40%), Bulgarije (39%), Ierland (38%), Groot Britannie (35%) en natuurlijk Cyrpus (31%) en Malta (28%). Vorenstaande volgt uit een onderzoek van Molinari en EY.
Frankrijk (54%), Belgie (52%) en Oostenrijk (51%) zijn fiscaal de meest ongunstige landen. De koopkracht in dit soort landen staat de laatste tijd ook meer onder druk.
Afbeelding belastingheffing over salarissen
De zwarte en rode landen zijn het minst gunstig. De groene en gele landen heffen minder belastingen en premies.
Tarieven voor BTW en Vennootschapsbelasting
Naast de tarieven voor belastingen en premies spelen natuurlijk ook de BTW tarieven, de Vennootschapsbelasting en de top tarieven voor de inkomstenbelasting een belangrijke rol. Dit overzicht ziet er als volgt uit
| BTW | VPB | Max. IB | ||||
| Oostenrijk | 20% | 23% | 55% | |||
| Belgie | 21% | 25% | 53,5% | |||
| Bulgarije | 20% | 10% | 10% | |||
| Kroatie | 25% | 18% | 35,4% | |||
| Cyprus | 19% | 12,5% | 35% | @ | ||
| Tsjechie | 21% | 21% | 23% | |||
| Denemarken | 25% | 22% | 55,9% | |||
| Estland | 22% | 22% | 22% | |||
| Finland | 25,5% | 20% | 51,8% | |||
| Frankrijk | 20% | 25,8% | 55,4% | |||
| Duitsland | 19% | 29,9% | 47,5% | |||
| Griekenland * | 24% | 22% | 44% | @ | ||
| Hongarije | 27% | 9% | 15% | |||
| Ierland * | 23$ | 12,5% | 48% | |||
| Italie | 22% | 27.8% | 47,2% | @ | ||
| Letland * | 21% | 20% | 36% | |||
| Litouwen * | 21% | 16% | 32% | |||
| Luxemburg | 17% | 24,9% | 45,8% | |||
| Malta | 18% | 35% | 35% | @ | ||
| Nederland | 21% | 25,8% | 49.5% | @ | ||
| Polen | 23% | 19% | 36% | |||
| Portugal * | 23% | 30,5% | 53% | @ | ||
| Roemenie | 19% | 16% | 10% | |||
| Slowakije | 23% | 21% | 25% | |||
| Slovenie | 22% | 22% | 50% | |||
| Spanje * | 21% | 25% | 54% | |||
| Zweden | 25% | 20,6% | 52,3% |
Landen met een * kennen speciale regelingen voor de winstbelasting. Landen met een @ kennen speciale regeling voor inwoners met een pensioen
Noot fiscaal jurist inzake belastingtarieven in Europa
De belastingtarieven over inkomen stijgen de laatste jaren stevig. Dit wil nog niet altijd zeggen dat de dienstverlening van de overheid hierdoor beter is. In Frankrijk gaat bijvoorbeeld een groot deel van de belasting en premie heffing op aan pensioenen (24%). In Nederland is dit - door zelf sparen voor pensioenen bij een pensioenverzekeraar - een stuk minder. De zorgpremies is voor veel landen ook een probleem, deze kosten bedragen gemiddeld 20% van de overheidsuitgaven (en ze stijgen).
Nederland is een keurige middenmoot land. Via de WKR, sparen voor een pensioen, auto van de zaak en de 30% regeling kan belasting worden bespaard. Naast bovenstaande landen zijn er ook speciale regelingen op de Canarische eilanden en Madeira, dit is specialisten werk.
Voor buitenlandse advisering laten wij ons altijd bijstaan door een lokale specialist. Wij richten ons derhalve op de Nederlandse perspectieven en gevolgen voor een mogelijke emigratie en woonplaatsdiscussie.
Fiscale woonplaats directeur
De fiscale woonplaats van een persoon heeft grote fiscale gevolgen. Belasting betalen in Nederland of in ander land ! Een woonplaats onderzoek van de belastingdienst wordt steeds vaker uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek heeft ingrijpende gevolgen en is tevens een inbreuk op de privacy van een belastingplichtige. De beoordeling van de fiscale woonplaats vindt namelijk plaats op grond van vele (persoonlijke) feiten en omstandigheden. Er wordt met name gekeken naar de duurzame band van persoonlijke aard van de persoon met Nederland. Tevens wordt er gekeken naar pingedrag, bezoek tandarts, gebruik energie in huis, telefoongegevens, reis informatie, locatie overige gezinsleden, etc.
In dit artikel beoordelen wij de casus die nu nog bij de adviseur van de Hoge Raad is ondergebracht, de uitspraak van de Hoge Raad volgt in de loop van 2025. De Rechtbank en het Gerechtshof waren het al niet met elkaar eens, dus is het nu aan de Hoge Raad. De inzet ? Is een bonus van ruim 2.000.000 euro belast in Nederland of in Monaco?
Fiscale woonplaats ondernemer België
Henk is Nederlander en hij stelt dat hij medio 2015 is geëmigreerd naar België. De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 25 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1232) is het met de inspecteur eens dat Henk (in 2017 en 2018) nog gewoon in Nederland woont. De duurzame band van persoonlijke aard is met Nederland het grootst". De belangrijkste redenen zijn:
- De nieuwe partner van Henk woont in Nederland
- De kinderen van Henk wonen nog in Nederland
- Henk heeft een woning in Nederland en
- Henk is eigenaar van meerdere Nederlandse woningen in Nederland
- Henk is eigenaar van meerdere ondernemingen in Nederland.
Het box 2 inkomen wordt met ruim € 4.400.000 verhoogd en de conserverende aanslag komt te vervallen. Met alle gezeur omtrent (a) misbruik van recht (b) niet verstrekken relevante stukken (c) stukken met verschoningsrecht, doet de rechter niks.
Woonplaats directeur in Monaco of Nederland?
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk ontvangt begin 2016 een bonus van ruim 2.000.000 euro. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 (na ontvangst bonus) in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Fiscale woonplaats van een directeur van een internationaal concern, de feiten
In deze zaak stond wederom de fiscale woonplaats centraal. In dit geval ging het om een een bestuurder van een internationaal concern. Deze bestuurder woonde tot eind 2015 in Monaco, maar verhuisde in 2016 terug naar Nederland.
In geschil is of hij al per 1 januari 2016 als inwoner van Nederland moet worden aangemerkt, of pas vanaf 18 april 2016, het moment waarop hij zich formeel in Nederland vestigde. De fiscale inzet is hoog: in de eerste maanden van 2016 ontving belanghebbende ruim € 2,3 miljoen aan looninkomsten. Indien hij toen al inwoner van Nederland was, is hij daarover volledig belastingplichtig. Daartegenover staat dat hij dan ook recht heeft op aftrek van een aanzienlijke persoonsgebonden post in verband met afgekochte alimentatie.
Waarom het Hof oordeelt dat hij inwoner is van Nederland
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat belanghebbende vanaf 1 januari 2016 in Nederland woonde. Het Hof baseerde dit op de volgende feiten:
- Hij beschikte over een woning in Nederland die hem ter beschikking stond;
- Hij verbleef in de eerste maanden van 2016 meer dagen in Nederland (48) dan in Monaco (44);
- Zijn echtgenote en vier kinderen woonden in Nederland;
- Hij had de Nederlandse nationaliteit;
- Zijn werk werd vanaf dat moment in Nederland uitgeoefend;
- Hij was vanaf 18 april 2016 formeel inwoner van Nederland.
Belangrijk daarbij is dat volgens het Hof niet vereist is dat Nederland het middelpunt van het maatschappelijk leven vormt, of dat de band met Nederland sterker is dan met een ander land. Zelfs als sprake is van een band met meerdere landen, kan sprake zijn van een dubbele woonplaats.
De conclusie van de Advocaat-Generaal: een herijking is niet nodig
Belanghebbende klaagt in cassatie dat het woonplaatsbegrip in art. 4 AWR te vaag en onvoorzienbaar is geworden. Hij pleit voor een helderder en strikter normenkader. De Advocaat-Generaal (A-G) R.J. Koopman verwerpt dit betoog en stelt dat:
- De wetgever bewust voor een open norm heeft gekozen (“naar de omstandigheden beoordeeld”);
- De norm biedt ruimte voor maatwerk en aansluiting bij de werkelijkheid;
- Pogingen tot codificatie of een ‘vuistregelencatalogus’ zijn in het verleden overwogen, maar terecht niet doorgevoerd;
- De mogelijkheid van een dubbele woonplaats past bij dit systeem en is sinds 1927 erkend in de jurisprudentie;
- In grensgevallen biedt een belastingverdrag met tiebreakerbepaling vaak een oplossing – hoewel dat in deze zaak ontbreekt omdat Nederland geen verdrag heeft met Monaco.
De A-G benadrukt dat het huidige systeem goed functioneert en geen aanleiding geeft tot herziening. De open norm maakt het mogelijk recht te doen aan individuele gevallen, ook in een dynamische en internationale samenleving.
Vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel: klachten falen
De A-G verwerpt ook de overige klachten van belanghebbende:
- Van gewekt vertrouwen door de Belastingdienst is geen sprake;
- De situatie van belanghebbende is niet vergelijkbaar met die van andere
bestuurders waarop hij zich beroept.
Slotbeschouwing: bevestiging van de bestaande lijn
De conclusie van de A-G bevestigt de bestaande lijn: het fiscale woonplaatsbegrip
blijft een open norm die naar omstandigheden wordt ingevuld. Voor uitzonderlijke
gevallen – zoals een dubbele woonplaats – biedt de jurisprudentie voldoende
houvast. Een vaste lijst of strakke vuistregel zou eerder tot rechtsverharding
dan rechtszekerheid leiden. Voor belanghebbenden met complexe internationale
situaties blijft het zaak om hun feiten goed te documenteren. Denk aan
verblijfspatronen, gezinssituatie, werk, woning en persoonlijke bindingen.
Wilt u weten hoe dit voor u uitpakt? De fiscale woonplaats is van groot
belang voor de inkomstenbelasting, schenk- en erfbelasting en sociale verzekeringen.
Twijfelt u over uw fiscale woonstatus of die van uw cliënten? Wij adviseren
u graag – ook in complexe, grensoverschrijdende gevallen. Neem
gerust contact met ons op.
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Crypto belastingparadijs in Duitsland?
Fiscale behandeling van cryptovaluta in Duitsland: alternatief voor box 3?
Nederlandse crypto-investeerders zoeken vaak fiscaal gunstige landen. Duitsland heft geen vermogensbelasting, maar wél over bepaalde crypto-opbrengsten. Lees hier hoe het werkt.
Cryptovaluta en emigratie: is Duitsland fiscaal aantrekkelijker?
Een korte vergelijking van de fiscale behandeling van cryptovaluta in Nederland en Duitsland. De fiscale behandeling van cryptovaluta is in Nederland al jaren onderwerp van discussie. Bezitters van crypto’s worden momenteel belast in box III, waarbij de waarde op 1 januari van het jaar als grondslag dient. Of dat bezit uiteindelijk winst oplevert, is voor de belastingheffing niet relevant – het gaat om een fictief rendement. Zeker in jaren waarin de koersen sterk dalen, voelt die heffing voor veel investeerders onrechtvaardig aan.
Niet zelden krijgen wij dan ook de vraag: is het fiscaal voordeliger om te emigreren naar een land als Duitsland?
Geen vermogensbelasting, wel heffing over rendement
Duitsland kent – in tegenstelling tot Nederland – géén vermogensbelasting zoals box III. Bezittingen zoals spaargeld, aandelen of cryptovaluta worden daar niet jaarlijks belast op basis van hun waarde.
In plaats daarvan worden daadwerkelijke opbrengsten uit vermogen belast, zoals rente, dividenden of gerealiseerde koerswinsten. Dit valt onder het zogenoemde Kapitalertragsteuer-regime. Voor dergelijke inkomsten geldt een vrijstelling (Sparer-Pauschbetrag) van €1.000 per persoon (2024), of €2.000 voor fiscale partners. Daarboven geldt een vast tarief van 25%, vermeerderd met Solidaritätszuschlag en eventueel kerkbelasting.
Speculatiebelasting: verkoop binnen één jaar belast
Een opvallend onderdeel van de Duitse regelgeving is de zogenoemde Speculatiebelasting
(Spekulationssteuer). Wie zijn beleggingen koopt en binnen één jaar weer
verkoopt, betaalt belasting over de winst. Pas als de verkoop plaatsvindt
na meer dan één jaar, blijft deze onbelast. Voor de langetermijnbelegger
is dit dus een gunstige regeling. Over deze termijn van één jaar bestaat
in Duitsland weinig discussie: de wet is duidelijk, en de belastingdienst
past dit beleid consequent toe. Dit systeem – belasting over gerealiseerde
winsten binnen een vaste termijn – zou voor Nederland een interessant alternatief
kunnen vormen voor het omstreden box III-stelsel.
Duits besluit van 24 pagina’s: fiscale kwalificatie crypto grondig uitgewerkt.
Zoals zo vaak hebben de Duitsers het onderwerp grondig aangepakt. Het
Bundesministerium der Finanzen (BMF) publiceerde op 6 maart 2025 een 24
pagina’s tellend besluit over de fiscale behandeling van cryptovaluta:
BMF v. 06.03.2025 – IV C 1 – S 2256/00042/064/043.
Daarin maakt de Duitse fiscus onderscheid tussen verschillende typen cryptoactiva:
- Inkomsten uit commerciële activiteiten (Gewerbebetrieb), bijvoorbeeld professioneel handelen of mining;
- Kapitaalinkomsten (Kapitalvermögen), bijvoorbeeld rente op tokens;
- Overige inkomsten (sonstige Leistungen), zoals bij staking of airdrops;
- Privéverkooptransacties (private Veräußerung), zoals bij verkoop binnen
één jaar.
De meeste particuliere beleggers in crypto zullen met name te maken
hebben met de laatste categorie. Maar het BMF-besluit laat duidelijk zien
dat ook andere kwalificaties mogelijk zijn, afhankelijk van de aard van
de activiteit.
Emigratie? Toets ook de Duitse kant goed
Voor Nederlandse crypto-investeerders kan Duitsland dus aantrekkelijk
lijken. Maar emigratie is zelden een simpele route. Nederland kent immers
de conserverende aanslag bij emigratie en
kan in sommige gevallen zelfs blijven heffen over vermogenswinsten na vertrek.
Daarbij komt dat ook de Duitse regels complex kunnen zijn. Zoals het
BMF-besluit laat zien, is het niet vanzelfsprekend dat crypto altijd
onbelast blijft – de kwalificatie is sterk casusafhankelijk.
Bij Jongbloed Fiscaal Juristen begeleiden wij regelmatig cliënten die
hun fiscale woonplaats willen verplaatsen.
Wij kijken uiteraard vooral naar de Nederlandse kant van het verhaal, maar
hebben een goed idee van de heffing in het nieuwe woonland. Om vervolgens
zeker te weten welke heffing daar optreedt is advies ter plekke onontbeerlijk.
Duitsland biedt zeker kansen, maar alleen bij een goede voorbereiding.
Jacht op fiscale constructies
Belastingadviseurs bedenken soms wandelpaden die ervoor zorgen dat er minder belasting kan worden betaald. Als de adviseur en zijn klant op de normale wandelpaden blijven is er niet veel aan de hand, je mag immers zelf je (fiscale) route bepalen. Verstoppen (ontduiken) tijdens de fiscale wandeling mag niet maar steeds vaker wordt er ook gekeken naar de speciale wandeling waarbij men niet geniet van de natuur maar enkel belasting wil besparen (fraus legis). De coordinatiegroep constructiebestrijding (CCB) en de coordinatiegroep Taxhavens en concernfinancieringen (CTC) bekijkt deze structuren en informeert de Belastingdienst (en bewindslieden) hierover. In het FD in mei 2025 stond hierover een speciale bijdrage. In dit artikel duiken wij in de mogelijkheden en onmogelijkheden van het fiscale landschap.
Waarschuwing coordinatiegroep constructiebestrijding
De coordinatiegroep constructiebestrijding (hierna CCB)heeft een aantal belangrijke taken:
- ontwikkelen van beleid (en wetgeving) tegen de bestrijding van constructies
- ondersteunen Belastingdienst
- Informeren van de Belastingdienst over bestaan en aanpak fiscale constructies
Via zogenaamde WOO verzoeken komen soms leuke rapporten naar voren over constructies binnen het fiscale landschap. Deze bijdrage uit 2021 (25 pagina's) geeft inzicht in enkele structureren die vaker voorbij komen bij de Belastingdienst. Constructies die voorbij komen zijn:
- Omleiden winst en salaris via buitenlandse rechtspersonen
- Vermogen onderbrengen in trust, stichting of APV (zie document)
- BTW constructies (vrijgestelde ondernemers gaan joint ventures aan met dienstverlenende bedrijven, dit speelt met name bij scholen en ziekenhuizen) (zie document)
- Overdrachtsbelasting constructies (kopen bedrijf met vastgoed zonder overdrachtsbelasting en vervolgens bedrijf weer terugverkopen, dit speelt soms bij hotels, restaurants, etc.) (zie document)
- Stalling immateriele rechten in taxhavens (zie document)
- Woonplaatsonderzoeken (zie 1document zie 2 document)
De structuren komen aan het licht bij fiscale procedures maar ook via de Panama papers of andere openbare bronnen.
Ook in 2025 is via een WOO verzoek informatie bekend geworden, deze kunt u hier raadplegen (82 pagina's). Hieruit volgt het volgende:
- Er zijn steeds meer woonplaatsonderzoeken.
- Er is redelijk wat weerstand tegen verstrekken van informatie (en veel informatiebeschikkingen).
- Constructies waarbij emigratie en zetelverplaatsing leiden tot lagere heffing op box 2 heffing hebben de aandacht. De Box 2 claim blijft vaak in Nederland
- Veel onderzoeken naar de feitelijke leiding van rechtspersonen. Neemt het bestuur ook de feitelijke besluiten in het buitenland? Trustkantoren worden vaak onderuit gehaald.
- APV en trust structuren hebben de aandacht van de belastingdienst.
Jacht op schenk - en erfbelasting constructies
Inspecteurs moeten bepaalde schenkingsconstructies en vermogensoverdrachten actiever bestrijden, aldus het CCB. Voorbeelden worden genoemd in een notitie (hier te raadplegen op grond van Woo verzoek). De belangrijkste voorbeelden zijn:
- Erfpacht ouders en kind: oudes verkopen grond onder een eigen woning aan de kinderen (of een stichting of familie fonds). De grond wordt beheert t.b.v. de kinderen. Hiermee kan vermogen worden overgedragen zonder schenk of erfbelasting
- Verkoop pand tegen lage prijs: de huurder voldoet aan de verhuurder een afkoopsom voor de resterende huurperiode. Vervolgens wordt het vastgoed tegen een lagere prijs door de verhuurder verkocht aan de huurder. Grondslag overdrachtsbelasting is hiermee lager.
- Terugbetaling van agio of kapitaal (zie bericht staatscourant)
- Samenwerkingsverbanden tussen eenmanszaak en BV (van dezelfde eigenaar).
- Wijzigen van de huwelijksgemeenschap in het zicht van overlijden.
- Vermogensoverheveling opa / oma aan kleinkinderen (zie document)
De grens tussen belastingadvies, belastingplanning, belastingontwijking en belastingontduiking blijft een grijs gebied voor de overheid, de klant en de adviseur. Vermogensoverdracht binnen de familie moet zoveel mogelijk met zo min mogelijk belastingheffing plaatsvinden. Ook heeft de belastingbetaler steeds meer problemen met de belastingheffing over zijn box 3 vermogen.
Belasting in Kroatië (2025)
Tijdens je vakantie in Kroatië wandel je langs het water. Het rustgevende geluid van de Adriatische Zee en de warme avondzon geven je dat ultieme vakantiegevoel. In deze ontspannen sfeer vraag je je natuurlijk af hoe het belastingstelsel in Kroatië in elkaar zit. In dit artikel gaan wij globaal in op inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en belasting op onroerende zaken (inclusief verhuur).
Inkomstenbelasting in Kroatie
Elk ingezetene van Kroatië betaalt belasting. Een ingezetene van Kroatië is een natuurlijk persoon met een vaste of gebruikelijke verblijfplaats in Kroatië. Ook personen zonder vaste verblijfplaats in Kroatië, maar die in dienst zijn bij de Kroatische overheid worden als ingezetene beschouwd. De grondslag voor de inkomstenbelasting van een ingezetene is het totaal aan wereldinkomen minus de aftrekposten voor ingezetenen. Een niet-ingezetene is een persoon zonder vaste verblijfplaats in Kroatië, maar die wel inkomen verwerft op Kroatisch grondgebied. De belastinggrondslag is het totaal aan binnenlands verdiend inkomen minus de aftrekposten voor niet-ingezetenen. Meer informatie de inkomstenbelasting in kroatie treft u hier aan.
Tarieven Inkomstenbelasting in Kroatie
In Kroatië zijn er twee tarieven voor de inkomstenbelasting:
- Het laag tarief voor inkomsten tot € 60.000 per jaar;
- Het hoog tarief voor inkomsten boven € 60.000 per jaar.
In Kroatië bepaalt de staat de grenzen van de tarieven. De uiteindelijke tarieven binnen die grenzen worden bepaald door de lokale overheden. Zie hieronder:
| Gemeente | Stad | Grote stad/ provincie hoofdstad | Zagreb (hoofdstad) | |
| Laag tarief | 15-20% | 15-21% | 15-22% | 15-23% |
| Hoog tarief | 25-30% | 25-31% | 25-32% | 25-33% |
Vennootschapsbelasting in Kroatie
Kroatische vennootschapsbelasting is van toepassing in de volgende situaties:
- Rechtspersonen en natuurlijke personen die in Kroatië economische activiteiten uitoefenen met het oog op winst;
- Vestigingen van buitenlandse ondernemingen;
- Zelfstandigen die kiezen voor vennootschapsbelasting;
- Zelfstandigen met inkomsten van meer dan € 1.000.000 op jaarbasis;
- Overheidslichamen en organisaties zoals verenigingen en stichtingen voor zover zij economische activiteiten uitoefenen met marktvoordelen;
- Andere ondernemers die niet onder de inkomstenbelasting vallen en wier winst elders niet wordt belast.
Belastbare grondslag vennootschapsbelasting
Belastbaar is de winst. Onder winst wordt verstaan: het verschil tussen opbrengsten en kosten voor belastingcorrectie, volgens boekhoudkundige normen en aangepast aan de bepalingen van de wet. De vennootschapsbelasting in Kroatië bedraag 10% over winsten tot € 1.000.000 per jaar. Het meerdere is belast met 18%. In Kroatië kan de zogeheten ‘bronbelasting’ van toepassing zijn. Bronbelasting is van toepassing op inkomsten van niet-ingezetenen in Kroatië zoals rente, dividenden en royalty’s:
- 15% op royalty’s en vergelijkbare vergoedingen
- 10% op dividenden en winstuitkeringen
Onroerende zaken en belastingheffing in Kroatie
Onroerendezaakbelasting in Kroatie
Onroerende zaken in Kroatië zijn belast. Echter, de volgende onroerende zaken zijn vrijgesteld van belasting:
- Onroerende zaken die dienen als hoofdverblijf;
- Onroerende zaken die worden verhuurd als hoofdverblijf en voor een periode van minimaal 10 maanden;
- Publieke en institutionele accomodaties;
- Onroerende zaken die op de balans van een onderneming staan als ‘bestemd voor verkoop’, mits er minder dan zes maanden zijn verstreken tussen het moment waarop het pand als “te koop” in de boeken staat en 31 maart van het jaar waarvoor de belasting wordt geheven;
- Onroerend goed ingenomen in ruil voor vorderingen (ook hier geldt de zes maands-eis);
- Onroerende zaken die onbewoonbaar zijn verklaard door natuurrampen;
- Onroerend goed in eigendom van lokale overheden binnen hun eigen grondgebied;
- Het duurzame hoofdverblijf van een gastheer in de horeca (indien wordt voldaan aan de vereisten volgens de Kroatische horecawetgeving).
De onroerendezaakbelasting wordt betaald door alle binnenlandse en buitenlandse (rechts)personen die op 31 maart van het jaar eigenaar zijn van onroerend goed in Kroatië. Het eigendom van onroerend goed wordt vastgesteld op basis van het kadaster in Kroatië. De lokale overheidsinstanties kunnen een onroerendgoedbelasting opleggen binnen een bereik van € 0,60 tot € 8,00 per m² van de bruikbare oppervlakte van het onroerend goed. De lokale belastingdienst stelt elk kalenderjaar de onroerendezaakbelasting vast. Dit op basis van de staat, het gebruiksdoel en het eigendom van het onroerend goed per 31 maart.
Verhuur van onroerend goed aan toeristen
Voor het verlenen van hospitality-diensten in een huishouden door het verhuren van kamers, appartementen of vakantiehuizen, moeten niet-ingezetenen een besluit verkrijgen van de bevoegde instantie die de verlening van deze diensten goedkeurt op basis van de locatie van het pand of de plaats waar de diensten worden verleend.
Zodra het goedkeuringsbesluit voor de verhuur is verkregen, moeten niet-ingezetenen de start van de verhuuractiviteiten en het genereren van inkomsten melden bij de Kroatische Belastingadministratie. Dit door middel van inschrijving in het belastingregister met het voorgeschreven RPO-formulier.
Vanuit het oogpunt van de BTW heeft de niet-ingezeten verhuurder de optie om te kiezen of hij zich wel of niet voor BTW-doeleinden in Kroatië moet registreren, op voorwaarde dat hij voldoet aan de criteria voor een "kleine belastingplichtige". Dit betekent dat zijn jaarlijkse omzet binnen de Europese Unie niet meer dan € 100.000 bedraagt en/of zijn jaarlijkse omzet in Kroatië niet meer dan € 60.000 bedraagt. Als de niet-ingezeten verhuurder niet voldoet aan de bovenstaande criteria voor kleine belastingplichtige, moet hij zich registreren voor BTW in Kroatië op de eerste dag na het moment dat hij de gespecificeerde drempel(en) overschrijdt.
Vanuit het perspectief van de inkomstenbelasting zijn er twee verschillende opties.
Forfaitaire inkomstenbelasting over vastgoed in Kroatie
De inkomstenbelasting wordt bepaald op een forfaitaire basis voor een belastingplichtige die inkomsten verwerft uit de verhuur van appartementen aan toeristen, op voorwaarde dat hij:
- een goedkeuring heeft van het bevoegde kantoor voor de verlening van huishoudelijke diensten aan burgers in overeenstemming met de bepalingen van de wetgeving die hospitality-services regelt;
- niet is ingeschreven in het BTW-systeem;
- geen inkomen uit een zelfstandige bedrijfsactiviteit bepaalt op basis van het verschil tussen ontvangsten en uitgaven;
- huizen, appartementen, kamers en bedden verhuurt aan toeristen die hij bezit, met een maximum van 20 bedden of slaapplaatsen, en/of een camping organiseert op zijn land met een maximum van 10 accommodatie-eenheden, of maximaal 30 gasten tegelijkertijd, en/of accommodatie biedt in een Robinson-stijl faciliteit met een maximum van 10 accommodatie-eenheden of maximaal 30 gasten tegelijkertijd.
De jaarlijkse forfaitaire inkomstenbelasting wordt berekend door het aantal bedden of accommodatie-eenheden (zoals op een camping, in een camp-restgebied of in een Robinson-accommodatie) te vermenigvuldigen met het vastgestelde belastingbedrag per bed of eenheid.
Het exacte belastingbedrag per bed of accommodatie-eenheid wordt elk jaar vóór 15 december vastgesteld door de overheid via een officieel besluit. Deze tarieven gelden vervolgens vanaf 1 januari van het volgende jaar.
Inkomstenbelasting voor zelfstandige ondernemingen in Kroatie
Een belastingplichtige - verhuurder die niet aan alle voorwaarden voor
forfaitaire belastingheffing van zijn bedrijfsactiviteit voldoet (bijvoorbeeld
als hij de drempel voor BTW-registratie overschrijdt en onderworpen wordt
aan BTW in Kroatië), maar wel inkomen verkrijgt uit onroerend goed door
appartementen, kamers of bedden te verhuren aan reizigers en toeristen,
is verplicht om het inkomen en de inkomstenbelasting te bepalen in overeenstemming
met de wetgeving die van toepassing is op ‘zelfstandige bedrijfsactiviteiten’.
Dit geldt alleen voor het inkomen dat in Kroatië wordt gegenereerd.
Inkomen uit een zelfstandige onderneming is het verschil tussen de zakelijke
opbrengsten en kosten die tijdens de belastingperiode zijn gemaakt.
De jaarlijkse inkomstenbelasting bedraagt in dit geval 15% over maximaal
€ 60.000 en 25% over het meerdere.
Verhuur voor woondoeleinden in Kroatie
De Kroatische wetgeving schrijft in het geval van verhuur voor woondoeleinden
het volgende voor: In het geval van inkomen uit onroerend goed, behaald
uit verhuur en leasing, behalve voor het inkomen dat wordt behaald uit
het verhuur van huizen, appartementen, kamers en bedden en faciliteiten
voor Robinson-stijl accommodatie aan reizigers en toeristen, en de organisatie
van campings, wordt 12% inkomstenbelasting geheven. Kosten zijn aftrekbaar
tot een maximum van 30% van de gerealiseerde opbrengsten uit verhuur.
In het geval van lange termijn verhuur van appartementen voor woondoeleinden,
hoeft de niet-ingezeten verhuurder zich niet voor BTW in Kroatië te registreren
aangezien verhuur voor woondoeleinden wordt beschouwd als een BTW-vrijgestelde
dienst.
Noot belastingadviseur inzake belastingheffing in Kroatie
De belastingheffing bij grensoverschrijdende situaties hangt altijd af van uw persoonlijke omstandigheden en de bepalingen in eventuele belastingverdragen. Heeft u plannen om te emigreren of grensoverschrijdende activiteiten te ondernemen? Neem dan altijd contact op met een adviseur. Wij verstrekken uitsluitend advies over het Nederlands belastingrecht. Voor inhoudelijke vragen over buitenlandse belastingen verwijzen wij u graag door naar een lokale specialist.
Belastingen in Kroatie
In Kroatie wordt belasting geheven door zowel de centrale als de regionale overhei. De belangrijkste belastingen in Kroatie zijn de inkomstenbelasting, sociale verzekeringen, vennootschapsbelasting en omzetbelasting. De inkomstenbelasting in iets lager dan in Nederland en de vennootschapsbelasting is een stuk lager dan in Nederland. Wij werken voor advisering in Kroatie samen met lokale partijen.
Hoofdlijnen belastingheffing in Kroatie
Nederland en Kroatie hebben een belastingverdrag gesloten, voor de verdeling van de belastingheffing kunt u dit artikel raadplegen.
- Vennootschapsbelasting 18% (opstaptarief 12%)
- Belastingen over huurinkomsten volgens forfait
- Sociale zekerheid : werkgevers betalen 16,5% en werknemers 20%
- Overdrachtsbelasting 3%
- Pensioen uit Nederland zeer beperkt soms 0% (info)
- Geen speciale regelingen voor expats (zoals Spanje)
Nederland en Duitsland wijzigen belastingverdrag
Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland wordt gewijzigd zodat grenswerkers jaarlijks maximaal 34 dagen thuis kunnen werken zonder dat zij over hun inkomen belasting hoeven te betalen in beide landen. Nu is 34 dagen niet echt veel, dus beide landen praten nog even verder over verdere mogelijkheden.
Thuiswerkregeling bij wonen in Nederland en werken in Duitsland
Als een werknemer woont in Nederland en werkt voor een werkgever in Duitsland, dan is dit loon belast in Duitsland. Als deze werknemer 1 dag thuis gaat werken, dan moet er meteen belasting worden betaald in et woonland Nederland. Dat geldt ook andersom. Dat leidt tot veel administratieve romslomp. Door de wijziging van het belastingverdrag met Duitsland kunnen deze werknemers jaarlijks maximaal 34 dagen thuiswerken waarbij het heffingsrecht volledig blijft bij het land waar de werkgever is gevestigd. Dit geldt voor zowel medewerkers binnen het bedrijfsleven als binnen de overheid.
Met Duitsland is afgesproken dat er sprake is van een thuiswerkdag als meer dan 30 minuten per dag wordt thuisgewerkt. De wijziging van het belastingverdrag is een eerste stap om de situatie rondom thuiswerken te verbeteren.
Intentieverklaring thuiswerkregeling verdrag Duitsland Nederland
Niet alle werknemers hebben profijt van de nieuwe thuiswerkregeling. Bijvoorbeeld mensen die een werkgever in Duitsland hebben en structureel 1 á 2 dagen per week thuiswerken. Die komen snel over de 34 dagen heen. Ook voor hen wil Nederland een oplossing vinden en daarom is samen met Duitsland een intentieverklaring ondertekend waarin is afgesproken om op termijn door te praten over een thuiswerkregeling met meer dan 34 werkdagen per kalenderjaar. Daarbij willen beide landen, waar mogelijk, ook meer zekerheid bieden aan werkgevers over de fiscale gevolgen van het thuiswerken.
Noot inzake ingangsdatum wijziging belastingverdrag Duitsland
Voordat de wijziging van het belastingverdrag in werking treedt, wordt het verdrag eerst aan de Raad van State voorgelegd, waarna deze ter goedkeuring naar het parlement wordt gestuurd. Ook het Duitse parlement moet akkoord gaan met de wijziging.
Bron Belastingverdrag Nederland Duitsland
Conserverende aanslag en dividenduitkering
De belastingdienst legt een conserverende aanslag op bij uw emigratie. De aanslag wordt opgelegd ter behoud van rechten over mogelijk in Nederland nog verschuldigde belasting over aanmerkelijk belang inkomen en/of pensioenrechten. Meestal is de geldigheidsduur 10 jaar, alleen een conserverende aanslag voor aanmerkelijk belang aandelen is onbeperkt geldig. Bij emigratie binnen de EU hoeft de aanslag niet direct te worden betaald. In dit artikel behandelen wij een standpunt van de kennisgroep van de Belastingdienst (KG:207:2025:1) een dividenduitkering aan een AB houder. In dit artikel het standpunt van de kennisgroep.
In de kern draait het hier om te volgende
- Een DGA emigreert naar Spanje en er wordt € 1.000.000 aan dividend beschikbaar gesteld.
- Op grond van Nederlandse wetgeving mag Nederland 31% inkomstenbelasting heffen bij een emigratie (los van opstap tarief van 24,5%). Voor dit bedrag is ook een conservende aanslag opgelegd.
- Op grond van het belasting verdrag met Spanje mag Nederland maximaal 15% dividendbelasting heffen (inhouding en afdracht door de BV)
- Spanje heft veelal 23% over een dividenduitkering. Omdat er in Nederland al 15% is ingehouden zal Spanje nog 8% belasting heffen.
- Per saldo voldoet de belastingplichtige hierdoor het Spaanse tarief van 23%.
- Mag Nederland nog 8% (verschil 31% en 23%) heffen of niet?
- Volgens de kennisgroep mag Nederland nog 8% belasting heffen, dit zal gebeuren via intrekking van (een deel van) de conservende aanslag inkomstenbelasting.
Intrekken uitstel conserverende aanslag in verband met een dividenduitkering en strijd met de goede verdragstrouw
In het vraagstuk dat is voorgelegd aan de kennisgroep van de Belastingdienst kwam een veel voorkomend issue aan de orde. De Kennisgroep invordering & civiel recht heeft een standpunt gepubliceerd over de vraag of het invorderen van een conserverende aanslag in verband met een dividenduitkering strijd met de goede verdragstrouw oplevert. Dit is een complex vraagstuk waar nog weinig over gepubliceerd is. De beantwoording is afgestemd met de kennisgroep internationaal belastingrecht.
Emigratie naar spanje en dividenduitkering
Betrokkene, die alle aandelen houdt in een bv, is naar Spanje geëmigreerd. Vervolgens is er door de inspecteur een conserverende aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarin het te conserveren inkomen uit aanmerkelijk belang is vastgesteld. De ontvanger heeft uitstel van betaling verleend voor deze aanslag.
Op grond van artikel 25, achtste lid, onderdeel b, Invorderingswet 1990 (hierna: Iw 1990) wordt het uitstel van betaling onder andere beëindigd als er dividend aan een belastingschuldige wordt uitgekeerd. In dit geval is twee jaar na emigratie dividend uitgekeerd aan betrokkene. Het uitstel van betaling voor de conserverende aanslag is om die reden deels beëindigd.
Op grond van artikel 10, tweede lid, van de ‘Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen, 16-06-1971’ (hierna: Verdrag) mag Nederland niet meer dan 15% heffen ten aanzien van dividenden, die zijn uitgekeerd door een in Nederland gevestigde vennootschap aan een inwoner van Spanje. Betrokkene stelt dat invordering van de conserverende aanslag voor meer dan 15% over het bedrag aan dividend in strijd is met de goede verdragstrouw.
Is sprake van schending goede verdragstrouw
Is sprake van schending van de goede verdragstrouw als de ontvanger in bovenstaand geval het uitstel van betaling geheel of gedeeltelijk intrekt op grond van artikel 25, achtste lid, onderdeel b, Iw 1990 en overgaat tot invordering?
Goede verdragstrouw en innning conservende aanslag bij emigratie
Nee, de goede verdragstrouw verzet zich niet tegen (gedeeltelijke) intrekking van het verleende uitstel van betaling en invordering van (een deel van) de conserverende aanslag. Er is geen sprake van heffing van (inkomsten)belasting over de dividenduitkering, maar van invordering van een openstaande belastingschuld over de waardeaangroei van het aanmerkelijk belang gedurende de binnenlandse periode.
Wettelijk kader inzake conservende aanslag inkomstenbelasting
Voor de toepassing van artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), wordt een fictieve vervreemding van aandelen verondersteld op het moment dat een aanmerkelijkbelanghouder emigreert. De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang als hij, al dan niet tezamen met zijn partner direct of indirect onder andere, voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is. Fictieve vervreemding van aandelen houdt in dat in de heffing wordt gehandeld alsof deze aandelen verkocht worden. Deze fictieve vervreemding van aandelen vindt onmiddellijk voorafgaand aan de emigratie plaats (zie artikel 4.46, tweede lid, Wet IB 2001).
Het gevolg van de fictieve vervreemding is dat de aanmerkelijkbelanghouder bij emigratie belast wordt over het fictieve vervreemdingsvoordeel. Dit vervreemdingsvoordeel wordt op grond van artikel 4.19, eerste lid, Wet IB 2001 gesteld op de overdrachtsprijs verminderd met de verkrijgingsprijs van de aandelen. Omdat er bij fictieve vervreemding geen daadwerkelijke vervreemding plaatsvindt, is er geen overdrachtsprijs. De overdrachtsprijs wordt om die reden op grond van artikel 4.22, eerste lid, Wet IB 2001 gelijkgesteld aan de waarde die de aandelen in het economisch verkeer hebben.
Het daadwerkelijk innen van het bedrag dat over het fictieve vervreemdingsvoordeel is geheven (waarde in het economisch verkeer minus de verkrijgingsprijs) zou bij de aanmerkelijkbelanghouder een liquiditeitsprobleem kunnen veroorzaken. Er vindt immers geen daadwerkelijke vervreemding met liquiditeitsstroom plaats. Om die reden wordt over het fictieve vervreemdingsvoordeel, een conserverende aanslag opgelegd, waarvoor onder voorwaarden uitstel van betaling wordt verleend (artikel 2.8, tweede lid, Wet IB 2001 jo. artikel 25, achtste lid, Iw 1990 jo. artikel 2, vijfde lid, Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (hierna: Uriw)). Het uitstel van betaling geldt voor onbepaalde tijd voor conserverende aanslagen die zien op belastbare feiten die zich ná 15 september 2015, 15.15 uur hebben voorgedaan. Het uitstel wordt echter in beginsel (deels) beëindigd als sprake is van één van de besmette handelingen die in artikel 25, achtste lid, Iw 1990 zijn vastgelegd. Het uitdelen van winstreserves van de vennootschap aan de belastingschuldige (dividenduitkering) is één van die handelingen. Winstuitdelingen na emigratie leiden in alle gevallen tot belastingheffing of tot een (gedeeltelijke) intrekking van het uitstel. Het uitstel wordt in een dergelijk geval beëindigd voor een bedrag ter grootte van: het bedrag van het uitgedeelde dividend, vermenigvuldigd met het in onderstaande vierde kolom als eerste vermelde percentage, voor zover het bedrag van het dividend op de aandelen of winstbewijzen die aan het uitstel ten grondslag liggen niet meer bedraagt dan het in de eerste en tweede kolom van die tabel vermelde bedrag en het in de vierde kolom van die tabel als tweede vermelde percentage, voor zover het bedrag van die uitgedeelde reserves meer bedraagt dan het in de eerste en tweede kolom van die tabel vermelde bedrag.
- Belastbaar inkomen 0 - 67.804 : 24,5%
- Belastbaar inkomen 67.804 > 31%
Dit bedrag wordt verminderd met de in Nederland verschuldigde dividendbelasting of inkomstenbelasting over dat dividend en de daarover in het buitenland feitelijk geheven belasting (artikel 25, achtste lid, onderdeel b, Iw 1990). Ratio achter deze beëindiging is dat door de dividenduitkering het voordeel daadwerkelijk wordt behaald.
Het antwoord op de vraag of er sprake is van heffing in strijd met het Verdrag wordt hieronder uiteengezet. Ook de vraag of er sprake is van invordering in strijd met de goede verdragstrouw wordt hieronder beantwoord.
Voorkoming dubbele belasting bij conservende aanslag
Ter voorkoming van dubbele belasting en het tegengaan van het ontwijken van belasting heeft Nederland met veel landen een belastingverdrag gesloten, zo ook met Spanje. Artikel 10 van het Verdrag regelt welke staat belasting mag heffen over dividenden. In beginsel mogen deze worden belast in de woonstaat van de ontvanger van de dividenden (artikel 10, eerste lid van het Verdrag). Echter ook de bronstaat van de dividenden heeft een heffingsrecht dat beperkt is tot maximaal 15% van het brutobedrag van de dividenden (artikel 10, tweede lid van het Verdrag).
Parlementaire geschiedenis inzake conservende aanslag
Uit de parlementaire geschiedenis, meest recentelijk nog de behandeling van het Belastingplan 2016 (Kamerstukken II 2015-2016, 34302, nr 3, p. 20 en verder), blijkt dat de wetgever het wenselijk acht dat de fiscale claim die in Nederland over een aanmerkelijk belang wordt opgebouwd, behouden blijft en belastingontwijking wordt tegengegaan. Om die redenen is met het Belastingplan 2016 de regeling geïntroduceerd zoals hierboven is beschreven. Ten aanzien van de belastingheffing in relatie tot de goede verdragstrouw is in dit verband opgemerkt dat de belasting over het aanmerkelijk belang onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van emigratie wordt geheven. Nederland wordt hierdoor volgens het kabinet niet beperkt door een belastingverdrag. Het kabinet verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 20 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:AZ2232.
Met betrekking tot het (deels) beëindigen van het uitstel van betaling voor de conserverende aanslag, merkt het kabinet op dat deze manier van invorderen geen belastingheffing over winstuitdelingen na emigratie betreft en daarmee losstaat van de toewijzing van het heffingsrecht over dividenden onder een belastingverdrag, zoals dat in casu met Spanje van toepassing is.
De regeling is volgens het kabinet daardoor ook niet in strijd met de goede verdragstrouw, zoals in de artikelen 26 en 31, eerste lid, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht is opgenomen en die tussen verdragspartners geldt. Het kabinet geeft aan dat er geen sprake is van een verschuiving in de verdeling van heffingsrechten die van toepassing is op de dividendbelasting, maar slechts van invordering van een openstaande belastingschuld over de waardeaangroei gedurende de binnenlandse periode (Kamerstukken II 2015-2016, 34302, nr 3, p. 22).
Jurisprudentie inzake de conservende aanslag
De Hoge Raad oordeelde in bovengenoemd arrest van 20 februari 2009 dat de emigratieheffing een regeling is die een vermogenswinst belast en niet een potentieel dividend. De Nederlandse regeling van de heffing over winst uit aanmerkelijk belang beoogt de waardestijging van een tot een aanmerkelijk belang behorend aandelenpakket te belasten en met name de waardestijging die is ontstaan gedurende de periode dat de houder binnenlands belastingplichtige is. De Hoge Raad overweegt:
“In dit systeem is een regeling die bij emigratie de op dat moment aanwezige waardestijging van aandelen belast, een regeling die een vermogenswinst belast en niet een (potentieel) dividend. Dat in de wettelijke regeling voorzien is in de mogelijkheid van uitstel van betaling (artikel 25, lid 6, van de Iw 1990, tekst 1999) en onder omstandigheden de belasting wordt kwijtgescholden (artikel 26, lid 2, van de Iw 1990, tekst 1999), doet niet af aan het karakter van de heffing: een heffing over vermogenswinst in de vorm van waardestijging van het aanmerkelijk belang, die is opgekomen bij een inwoner van Nederland. Een dergelijke heffing komt gezien het hiervoor overwogene niet in strijd met de goede trouw die bij de uitlegging en de toepassing van artikel 13, § 4, van het verdrag tussen Nederland en België in acht genomen moet worden.”
Als het uitstel (deels) wordt ingetrokken en een deel van de conserverende aanslag wordt ingevorderd is het dus de heffing op vermogenswinst die wordt ingevorderd en niet een belasting van het dividend. De Hoge Raad heeft in diverse uitspraken bevestigd dat de emigratieheffing bij een aanmerkelijkbelanghouder en de regels over (het intrekken van) het uitstel van betaling in beginsel niet in strijd zijn met de afspraken over het belasten van vervreemdingswinsten in het vermogenswinstartikel in Nederlandse belastingverdragen. Zie Hoge Raad 20 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:AZ2232, Hoge Raad 20 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BD5468, Hoge Raad 20 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BD5481 en Hoge Raad 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:65. Een aparte aanmerkelijkbelangbepaling in belastingverdragen is daarvoor strikt genomen niet nodig.
Praktische uitwerking inzake heffing en inning conserverende aanslag
Bij de invordering van een conserverende aanslag wordt rekening gehouden met de betaalde dividendbelasting in Nederland alsmede Spanje. Het tarief in het buitenland bepaalt daardoor het verloop van de conserverende aanslag. Als er in het woonland een tarief van meer dan 25% wordt gehanteerd zal de conserverende aanslag niet worden ingevorderd. In dit geval hanteert Spanje een tarief van 23%.
Aangezien de emigratie plaatsvond na 15 september 2015 (15:15), wordt het verleende uitstel beëindigd voor een bedrag ter grootte van het Nederlandse aanmerkelijk belang tegen een tarief van 25% (tarief 2019) verminderd met de hierover in Nederland en in het buitenland feitelijk verschuldigde belasting. Ter voorkoming van dubbele belasting is in artikel 25, vierde lid, van het Verdrag bepaald dat als een inwoner van Spanje dividend verkrijgt dat overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 10, tweede en derde lid, van het Verdrag in Nederland mag worden belast, en dat niet is vrijgesteld van Spaanse belasting, Spanje een vermindering verleent op de belasting naar het inkomen van die persoon tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting, in casu 15%.
Als Spanje een aanmerkelijk belang tarief kent van 23% en Spanje vermindering verleent van de Nederlandse belasting van 15% dan wordt er feitelijk in Spanje geheven over het verschil (8%). De conserverende aanslag wordt beëindigd voor 25% van de dividenduitkering verminderd met i) de Nederlandse dividendbelasting van 15% en ii) de feitelijk geheven Spaanse belasting van 8% over het dividend. Oftewel het uitstel wordt beëindigd voor 2% van de dividenduitkering. Voor dit deel vindt daadwerkelijk invordering van de conserverende aanslag plaats.
Cijfermatige uitwerking inzake inning conservende aanslag
Stel dat aan betrokkene een dividend beschikbaar is gesteld van € 1.000.000. In Nederland wordt hierover 15% dividendbelasting door de bv ingehouden en afgedragen, oftewel € 150.000. In Spanje wordt nog eens (23% - 15% =) 8% feitelijk aan belasting geheven, oftewel € 80.000. Het uitstel voor de conserverende aanslag wordt vervolgens ingetrokken voor een bedrag van € 20.000. In totaal bedraagt de belastingdruk (150k + 80k+ 20k =) € 250.000.
Tot een bedrag gelijk aan de in Nederland verschuldigde dividendbelasting kan onder voorwaarden kwijtschelding van de conserverende aanslag worden verleend op grond van artikel 26, vierde lid, Iw.
Als betrokkene in Nederland zou zijn gebleven zou hij 25% inkomstenbelasting betalen over het uitgekeerde bedrag. De ingehouden dividendbelasting betaald door de vennootschap wordt hiermee verrekend. Door de vennootschap is 15% ingehouden, oftewel € 150.000. Belastingplichtige betaalt dan nog 10%, oftewel € 100.000 feitelijk aan inkomstenbelasting. Ook in deze situatie is de belastingdruk daarmee € 250.000.
Conclusie kennisgroep inzake innen conservende aanslag na emigratie
De conserverende aanslag bij emigratie betreft volgens de Hoge Raad een heffing over vermogenswinst en betreft geen heffing over het dividend. Als er dividend wordt uitgekeerd na emigratie, dan wordt er volgens het Verdrag in de woonstaat belasting over dit dividend geheven. Nederland mag maximaal 15% belasting heffen. Dit is toegestaan volgens het Verdrag. Het uitstel wordt vervolgens deels ingetrokken en het betreffende deel van de conserverende aanslag wordt ingevorderd. Er wordt daarmee een heffing over vermogenswinst uit de periode van binnenlandse belastingplicht ingevorderd, en geen heffing over het dividend. Er is geen sprake van strijd met de goede verdragstrouw. Er wordt in deze casus niet meer belasting betaald dan wanneer betrokkene niet geëmigreerd zou zijn.
Onderhandelingen belastingverdragen 2025
De staatssecretaris van Financiën heeft in een recente kamerbrief de Tweede Kamer geïnformeerd over de lopende en geplande onderhandelingen ten aanzien van de Nederlandse belastingverdragen. In deze brief blikt de Staatssecretaris terug en vooruit op deze verdragsonderhandelingen. Dit artikel geeft een inhoudelijke samenvatting van de kamerbrief van de Staatssecretaris.
De teller staat op dit moment bijna op 100 belastingverdragen. Nederland onderhandelt in 2025 met 11 landen over een belastingverdrag, namelijk: Aruba, België, Benin, Brazilië, Ecuador, Mozambique, Uganda, Portugal, Roemenië, Suriname en Zweden. Gedurende het jaar kunnen ook nieuwe onderhandelingen worden gestart. Met Duitsland, Spanje en Thailand is eerder een akkoord bereikt en er wordt met deze landen een moment gepland voor ondertekening. De ondertekende belastingverdragen met Bangladesh en Sint Maarten worden voorgelegd aan de Tweede en Eerste Kamer. In dit artikel een overzicht.
Het Belang van Belastingverdragen
Nederland heeft momenteel met 98 landen een werkend belastingverdrag. Deze verdragen zijn essentieel om dubbele belastingheffing te voorkomen en proberen het vestigingsklimaat van Nederland te verbeteren. In de notitie fiscaal verdragsbeleid 2020 staat het doel dat Nederland nastreeft bij verdragsonderhandelingen. Nederland staat in principe open voor een belastingverdrag met ieder land maar door capaciteitsbeperking, politieke afwegingen en budgettaire impact hebben sommige landen meer prioriteit dan andere landen.
Terugblik belastingverdragen in 2024
Afgelopen jaar zijn verschillende belastingverdragen afgerond en goedgekeurd. Enkele van deze belastingverdragen zijn:
- Curaçao: De gewijzigde belastingregeling is goedgekeurd en vanaf 1 januari 2025 van toepassing. Artikel inzake belastingheffing op Curacao
- Moldavië: wijziging van het bestaande verdrag is goedgekeurd en vanaf 1 januari 2025 van toepassing.
- Andorra en Kirgizië: Nieuwe verdragen zijn door het parlement goedgekeurd en worden per 1 januari 2025 van kracht.
- Bangladesh: Een nieuw verdrag is ondertekend, waarin anti-misbruikbepalingen zijn opgenomen. Artikel over verdeling heffing Nederland - Bangladesh
Belastingverdragen en onderhandelingen in 2025
De Staatssecretaris heeft ook zijn agenda voor 2025 gedeeld in de kamerbrief.
Nederland zet in op onderhandelingen met de volgende landen:
- België: Verdere gesprekken over een thuiswerkregeling voor grenswerkers om belastingtechnische obstakels te verminderen. Artikel over wonen in Belgie
- Duitsland: Akkoord over de fiscale behandeling van thuiswerkende grenswerkers. Ondertekening wordt in 2025 verwacht. In dit onderdeel diverse artikelen over de belastingheffing in Duitsland.
- Portugal: Nederland streeft naar een volledige bronstaatheffing op pensioenen om belastingontwijking te voorkomen. In dit onderdeel diverse artikelen over de belastingheffing in Portugal.
- Suriname: Modernisering van het belastingverdrag, inclusief de implementatie van anti-misbruikbepalingen.
- Zweden: Herziening van fiscale afspraken, waaronder een mogelijke bronstaatheffing op pensioenen. Beide landen hebben akkoord gegeven om verdragsonderhandelingen te starten. In februari 2025 heeft de eerste onderhandelingsronde plaatsgevonden. Hierbij een overzicht omtrent de heffingsbevoegdheden.
- Benin: Eerste onderhandelronde heeft plaatsgevonden, er is nog geen akkoord bereikt.
- Mozambique: Er zijn al eerdere onderhandelingen geweest. Laatste onderhandeling was in 2023, tot op heden is geen akkoord bereikt.
- Uganda: Er zijn gesprekken geweest over het herzien van het bestaande verdrag in 2021, verdere onderhandelingen worden overwogen.
- Brazilië: Nederland wil het verdrag moderniseren en aanpassen aan de internationale minimumnormen tegen belastingontwijking.
- Ecuador: Nederland en Ecuador hebben uitgesproken een verdrag te willen sluiten. In 2020 heeft hier een verkennend gesprek plaatsgevonden, daarna geen ontwikkelingen meer.
- Thailand: Een nieuw verdrag is op ambtelijk niveau overeengekomen, er wordt gestreefd naar een ondertekening in 2025. Hierbij een artikel over de remittance base bepaling in Thailand.
- Spanje: Het belastingverdrag is goedgekeurd door de ministerraad, ook dit verdrag wordt naar verwachting in 2025 getekend. Wij adviseren veel mensen bij hun emigratie naar Spanje, in dit onderdeel diverse artikelen.
- Roemenie: Met Roemenië wordt onderhandeld om het huidige belastingverdrag te moderniseren op het gebied van pensioenen. In een onderlinge overlegprocedure bleek namelijk dat beide landen pensioenuitkeringen vanuit Nederland aan inwoners van Roemenië belasten.
Uitdagingen en Prioriteiten bij gesprekken over belastingverdragen
De onderhandelingen met sommige landen blijken complex. Zo zijn de gesprekken met Marokko voorlopig stopgezet wegens te grote verschillen van inzicht. Tegelijkertijd heeft Nederland zich gecommitteerd aan onderhandelingen met ontwikkelingslanden, waarbij het bereid is om ruimere heffingsrechten toe te kennen aan deze landen.
Nederland streeft ernaar om de internationale minimumstandaarden tegen verdragsmisbruik en belastingontwijking te implementeren. Een ander streven is een bronstaatheffing over door Nederland fiscaal faciliteerde pensioenen.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie en belastingverdragen
Gaat u emigreren, werken in het buitenland of krijgt u bijvoorbeeld pensioen uit het buitenland? Dan is het belangrijk te onderzoeken of u daarover in Nederland belastingplichtig bent. Gezien de mogelijke financiële impact en de complexiteit van de belastingverdragen is het belangrijk hier tijdig advies over in te winnen bij een belastingadviseur. Onze fiscalisten hebben veel ervaring met de complexe belastingverdragen. Neem daarom gerust contact op met één van onderstaande auteurs wanneer u vragen heeft. Zij kijken dan vrijblijvend naar uw vragen en geven een offerte af voor onze werkzaamheden.
Dubbele belasting bij vakantiewoning of tweede woning in het buitenland
Veel Nederlanders hebben een tweede woning in het buitenland, bijvoorbeeld in Spanje, Frankrijk of Italië. Dit brengt niet alleen mooie vakanties met zich mee, maar ook fiscale vraagstukken. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (23 januari 2025, nr. 23/1205) verduidelijkt hoe Nederland dubbele belasting voorkomt en hoe de berekening plaatsvindt. Ook bij een uitspraak van de Rechtbank Gelderland d.d. 13 april 2021 ECLI:NL:RBGEL:2021:2057 is er discussie over de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (
Fiscale gevolgen vakantiewoning in Spanje
In deze zaak ging het om een belastingplichtige met een woning in Spanje. Nederland hanteert in box 3 een forfaitair rendement, wat betekent dat de Belastingdienst ervan uitgaat dat u een bepaald percentage rendement behaalt op uw vermogen, ongeacht uw werkelijke inkomsten. De belastingplichtige vond dat dit forfaitaire rendement hoger was dan zijn daadwerkelijke opbrengsten en dat hij meer aftrek zou moeten krijgen om dubbele belasting te voorkomen. De beslissing van het Gerechtshof
i. Forfaitair rendement blijft leidend
Het Hof bevestigde dat Nederland mag vasthouden aan het forfaitaire rendement zoals bepaald in de Wet rechtsherstel box 3. Dit betekent dat de Belastingdienst niet kijkt naar uw werkelijke huuropbrengsten of waardeveranderingen, maar naar de vooraf vastgestelde forfaitaire percentages.
ii. Aftrek dubbele belasting wordt per box berekend
Daarnaast bevestigde het Hof dat de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting per box wordt berekend en niet over het totale inkomen. Nederland voorkomt dubbele belasting door een aftrek te geven, maar deze aftrek wordt per box berekend. Dit betekent dat uw buitenlandse woning in box 3 wordt verrekend binnen box 3 en niet wordt gecombineerd met uw inkomen uit werk en woning (box 1).
iii. De techniek uit het BvdB 2001: hoe wordt de aftrek berekend?
Het Hof bevestigde dat de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt berekend volgens de voorkomingstechniek uit het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (BvdB 2001), in combinatie met de Wet rechtsherstel box 3.
Concreet betekent dit:
- dat de aftrek wordt berekend als een voorkomingsbreuk, waarbij de verhouding wordt bepaald tussen de buitenlandse bezittingen en het totale vermogen.
- dat de aftrek wordt berekend op basis van het forfaitaire rendement in box 3, niet op basis van het werkelijke rendement.
In deze zaak leidde de juiste toepassing van de formule tot een hogere aftrek dan eerder was toegekend, waardoor de belastingplichtige uiteindelijk minder belasting hoefde te betalen.
Nederland voldoet aan verdragsverplichtingen
Het Hof benadrukte dat Nederland met deze methode voldoet aan zijn verplichtingen op basis van belastingverdragen, zoals het verdrag met Spanje. Dit betekent dat belastingplichtigen met een tweede woning in het buitenland ervan uit kunnen gaan dat hun belastingaanslag correct wordt berekend binnen de kaders van de internationale afspraken.
Een tweede woning in het buitenland behoort tot de rendementsgrondslag van box 3. In Nederland zijn de inkomsten uit buitenlands vastgoed (zoals een tweede woning of vakantiewoning) meestal vrijgesteld volgens de evenredigheidsmethode. Het heffingsrecht in Nederland is dus beperk (maar niet nul euro).
Fiscale gevolgen vakantiewoning in het buitenland
- Forfaitair rendement blijft leidend:heeft u een tweede woning in het buitenland? Dan zal de Belastingdienst nog steeds uitgaan van het forfaitaire rendement, zelfs als uw werkelijke opbrengsten lager zijn. Dit kan betekenen dat u relatief veel belasting betaalt over een woning die weinig inkomen oplevert.
- Aftrek dubbele belasting per box berekend:uw aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt apart per box beoordeeld. Dit betekent dat u mogelijk minder belastingvoordeel krijgt dan wanneer dit over uw totale inkomen zou worden verrekend.
- Hogere aftrek mogelijk:heeft u eerder een te lage aftrek gekregen? Dan kan deze uitspraak een basis zijn om uw aanslag te laten herzien. Dit geldt vooral als u een buitenlandse woning heeft en twijfelt of uw belasting correct is berekend.
Fiscale advisering vakantiewoning in buitenland
- Check uw belastingaangifte:controleer of uw buitenlandse woning correct is verwerkt in box 3 en of u de juiste aftrek krijgt.
- Overweeg bezwaar:als u denkt dat uw belastingaanslag te hoog is, kan het lonen om bezwaar te maken, vooral met deze nieuwe uitspraak in gedachten.
- Vraag advies aan een belastingadviseur:de regels rondom buitenlands vermogen en dubbele belasting zijn complex. Wij helpen u graag om te kijken wat in uw situatie het beste is.
Heeft u vragen over uw belastingaangifte of twijfelt u of u de juiste aftrek krijgt voor uw buitenlandse woning? Neem dan contact met ons op. Wij staan graag voor u klaar. Uw vraag kunt u via onderstaand formulier aan ons stellen.
Tie Breaker rule bij 2 woningen
De tiebreaker rule voor natuurlijke personen volgens het OESO-Modelverdrag bepaalt hoe de fiscale woonplaats van een persoon wordt vastgesteld wanneer die persoon op grond van het nationale belastingrecht van twee verdragsluitende staten als inwoner wordt beschouwd. Deze regel is bedoeld om te voorkomen dat een persoon in beide staten als fiscaal inwoner wordt aangemerkt, wat zou kunnen leiden tot dubbele belasting. De rechters beoordelen dit meestal van de persoonlijke en economische betrekkingen met een land, met welk land is dit het grootst? In dit artikel behandelen we de theorie en een tweetal uitspraken.
Tie Breaker rule en belastingontwijking
De Belastingdienst (en onze staatssecretaris) kijkt kritisch naar mensen en bedrijven die via activiteiten of een woonplaats in het buitenland proberen minder belasting te betalen (kamerbrief monitoring effecten aanpak belastingontwijking). De Belastingdienst richt zich niet alleen op multinationale ondernemingen, maar ook op belastingontwijking door particulieren. Dit uit zich onder andere in het toenemend ter discussie stellen van de fiscale woonplaats van natuurlijke personen.
De fiscale woonplaats vanuit Nederlands perspectief
In Nederland zijn inwoners binnenlands belastingplichtig en worden zij in beginsel voor hun wereldinkomen in de belastingheffing betrokken . Personen die niet in Nederland wonen maar wel inkomsten uit een Nederlandse bron genieten, zijn buitenlandse belastingplichtigen en worden slechts voor die inkomsten belast. De vraag of aan een emigratie reële economische motieven ten grondslag liggen of dat deze louter is ingegeven door de wens om de Nederlandse heffing te ontlopen, speelt een rol, maar emigratie om belastingheffing te ontlopen is op zichzelf legaal.
Waar iemand woont, wordt naar nationaal recht beoordeeld op grond van art. 4 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR), waarbij alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2013 verduidelijkt dat het gaat om de vraag of er een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland bestaat . Dit betekent dat alle feiten en omstandigheden die een binding met Nederland aantonen, moeten worden meegenomen in de beoordeling. Soms is de duurzame band met Nederland niet eens heel sterk en met het buitenland sterker, maar omdat er dan nog een eigen woning in Nederland is en in Nederland nog economische activiteiten zijn, wordt gesteld dat de persoon in Nederland woont (Gerechtshof 2024).
Procedure 1 : Duurzame band met Zwitserland en woning in Nederland
Een langlopende en slepen procedure over "een woonplaatsonderzoek". De zaak betrof een DGA die stelde sinds 2015 in Zwitserland te wonen, maar door de Nederlandse Belastingdienst als inwoner van Nederland werd aangemerkt. De uitkomst van deze zaak, waarin het belastingverdrag met Zwitserland en de zogenaamde tie-breaker-regel centraal stonden, is van groot belang voor DGA's met complexe fiscale woonplaatsvraagstukken. De zaak loopt al een tijdje en kwam eerst voor de geheimhoudingskamer, hieruit volgt dat niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken mochten worden gebruikt.
Woonplaats in Nederland of in Zwitserland, de feiten in deze procedure ?
- Belanghebbende was tot 2013 getrouwd en heeft twee minderjarige kinderen.
- Belanghebbende is ondernemer en heeft ook 22 verhuurde panden in Nederland.
- Belanghebbende in deze zaak stelde dat hij sinds 2015 inwoner van Zwitserland was, waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking had. Hij stond tot september 2015 ingeschreven in Nederland, daarna in Zwitserland.
- De woning van belanghebbende is op 1 september 2015 verkocht.
- In 2015 - 2017 zijn ongeveer € 33.000.000 aan dividenden uitgekeerd.
- In 2019 begint de inspecteur een vestigingsplaatsonderzoek bij de bedrijven van belanghebbende.
- In 2019 wordt op diverse fiscale onderwerpen (niet de woonplaats) een VSO gesloten met de Belastingdienst.
- In 2020 wordt een woonplaatsonderzoek aangekondigd door de Belastingdienst. In het rapport van de Belastingdienst - dat een jaar later gereed is - wordt geconcludeerd dat belanghebbende in Nederland woont.
- In 2021 verzoekt de inspecteur aan de officier van justitie om informatie uit een strafrechtelijk onderzoek (artikel 55 AWR). In 2022 komt de OvJ hieraan tegemoet.
- Er volgen diverse navorderingsaanslagen inkomstenbelasting in 2020 en 2021.
Waarom richt zich het geschil?
Een hele rij zaken worden aan de rechtbank voorgelegd. De (belangrijkste) geschilpunten zijn:
Zijn alle op de zaak betrekking hebbende stukken overlegd?
Volgens de rechtbank wel, ook interne communicatie moet worden verstrekt en dit is ook gebeurd.
Heeft de inspecteur enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur geschonden?
Het fair play beginsel wordt getoetst aan Hoge Raad ECLI:HR:2005:AU3140, hiervan is geen sprake in deze casus. Mede wordt verwezen naar ECLI:NL:GHARL:2024:1501 (rechtsoverweging 4.8). Ook van schending van ander algemeen beginsel is geen sprake.
Is navordering over 2015 en 2016 mogelijk (in er sprake van nieuw feit)?
De rechtbank is van oordeel dat navordering op grond van nieuw feit mogelijk is en niet wordt verhinderd door een door de inspecteur begaan ambtelijk verzuim, zie Hoge Raad 16 april 2010 ECLI:NL:HR:2010:BJ9082 en Hoge Raad 14 augustus 2015 ECL:NL:HR:2015:2163
Is sprake van in rechte te beschermen opgewekt vertrouwen bij sluiten VSO?
Nee dit is namelijk geen onderdeel geweest van het onderzoek op dat moment.
Waar ligt de woonplaats van belanghebbende op grond van artikel 4 van de AWR?
Belanghebbende stelt dat hij in Zwitserland woont, hij is gescheiden, de woning in Nederland is verkocht, de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd en de kinderen komen regelmatig bij hem op bezoek. De lidmaatschappen in Nederland drogen langzaam op.
De inspecteur stelt dat belanghebbende sociale bindingen in Zwitserland heeft maar dat de bindingen in Nederland zijn blijven bestaan. Er staat belanghebbende heeft woonruimte in Nederland beschikbaar en hij is regelmatig in Nederland en daarnaast wonen de kinderen in Nederland en zijn er zakelijke belangen in Nederland. Ook heeft belanghebbende een Nederlandse vriendin. De rechter stelt dat belanghebbende binnenlands belastingplichtig is, de casus lijkt hierbij een beetje op Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1503.
Waar ligt de woonplaats van belanghebbende op grond van artikel 4 van het verdrag met Zwitserland?
De fiscale woonplaats van belanghebbende moet worden bepaald op grond van artikel 4.2 van het verdrag met Zwitserland, de zogenaamde Tie Breaker regel. Volgens de inspecteur heeft het verblijf van belanghebbende in Nederland geen incidenteel karakter (420 overnachtingen in periode van ruim 3 jaar, zeg 40% van de tijd) en altijd bij zijn vriendin. Belanghebbende vindt dit flauwekul en is het hier niet mee eens, hij heeft geen duurzaam tehuis in Nederland en ook geen sleutel van het huis van zijn vriendin. De vriendin heeft dit tijdens de zitting ook bevestigd. Volgens een uitspraak van de Hoge Raad op 3 oktober 2003 is het niet noodzakelijk dat een belastingplichtige een recht heeft om ergens te wonen, het feitelijk gebruik en de ter beschikking stelling kan voldoende zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank is de inspecteur er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de genoemde woningen duurzaam aan belanghebbende ter beschikking hebben gestaan. Weliswaar is aannemelijk dat belanghebbende regelmatig in bedoelde woningen heeft verbleven, maar daaruit kan nog niet worden afgeleid dat deze hem duurzaam ter beschikking stonden. Met uitzondering van een zeer korte periode, voorafgaand aan de emigratie van belanghebbende, is geen sprake van een zakelijk of persoonlijk recht dat belanghebbende ten aanzien van de woningen heeft kunnen doen gelden. Het huurcontract staat immers niet op zijn naam, maar op naam van zijn vriendin. Verder geldt naar het oordeel van de rechtbank dat de vriendin geloofwaardig heeft verklaard dat belanghebbende geen sleutel had en dat hij niet ‘zomaar’, wanneer het hem uitkwam, de woningen kon betreden. Onder die omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat de woningen hem ‘continuously’, oftewel permanent, ter beschikking stonden.
Conclusie procedure tie braker rule
De inspecteur voerde aan dat de DGA ook in Nederland een duurzaam tehuis tot zijn beschikking had en dat het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland lag. De rechtbank concludeerde echter dat de DGA niet permanent een woning in Nederland tot zijn beschikking had. Op grond van de tie-breaker-regel uit het belastingverdrag met Zwitserland werd Zwitserland als woonstaat aangewezen. Nederland behield echter een beperkt heffingsrecht van maximaal 15% over de dividenden.
Is er nog recht om immateriele schade en vergoeding werkelijke proceskosten?
Er volgt nog een immateriele schade vergoeding (22 maanden langer dan 2 jaar) van €2.000 en tevens wordt (volgens standaard regeling) de proceskosten vergoed (€ 6.200) (zie Hoge Raad 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060) en met een kleine wegingsfactor van 0,25, zie Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526 . De werkelijke kosten worden niet vergoed, er is immers geen sprake van "tegen beter weten in criterium" uit Hoge Raad 13 april 2007 ECLI:NL:HR:2007:BA2802 of onzorgvuldig handelen van de inspecteur, zoals omschreven in Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2975.
Noot fiscaal jurist inzake deze uitspraak
Het heeft even geduurd en we wachten maar eens op hoger beroep. De adviseurskosten zullen niet mals zijn. De rechtbank oordeelde dat de DGA in Nederland geen duurzaam tehuis tot zijn beschikking had. Hoewel hij regelmatig bij zijn Nederlandse vriendin verbleef, beschikte hij niet over een eigen sleutel of permanent recht van toegang tot de woning. Onder artikel 4 van het belastingverdrag met Zwitserland wordt bij dubbele woonplaats eerst gekeken naar waar de belastingplichtige een duurzaam tehuis heeft. Als dat in beide landen het geval is, wordt gekeken naar het middelpunt van de levensbelangen (persoonlijke en economische bindingen). In dit geval wees de tie-breaker-regel Zwitserland aan als woonstaat. Hoewel Nederland niet als uiteindelijke woonstaat werd aangemerkt, mocht het dividenden belasten tegen een verdragstarief van maximaal 15%. Documenteer uw woonplaats zorgvuldig en zorg voor voldoende schriftelijk bewijs en doorbreek uw banden met Nederland. Zorg ook voor bewijs van duurzame bindingen, zoals een Zwitsers huur- of koopcontract, inschrijving in het bevolkingsregister, en Zwitserse verzekeringen. Vermijd het hebben van een duurzaam tehuis in Nederland, bijvoorbeeld door eigendommen te verhuren of verkoop te overwegen. Bezoeken aan Nederland, bijvoorbeeld voor familie of werk, kunnen argwaan wekken bij de Belastingdienst. Zorg dat deze bezoeken geen aanwijzing zijn voor het hebben van een duurzaam tehuis in Nederland. Deze uitspraak onderstreept het belang van een gedegen voorbereiding bij emigraties. DGA's die dividendinkomsten ontvangen, moeten zich bewust zijn van de regels rond fiscale woonplaatsbepaling en de belastingheffing over dividenden onder het verdrag. Een goed advies en nauwkeurige documentatie kunnen juridische en fiscale complicaties voorkomen. Heeft u vragen over uw fiscale woonplaats of belastingverplichtingen? Neem contact op met een fiscaal jurist om uw situatie te bespreken.
Procedure 2 Duurzame band met Bulgarije maar fiscale woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije.
- Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en ze waren sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland.
- In 2009 is erflater met zijn echtgenote geemigreerd en uitgeschreven uit de basisadministratie.
- In 2013 koopt erflater een woning in Bulgarije. Erflater is in Bulgarije niet geregistreerd als inwoner.
- In het kader van een boekenonderzoek komt de inspecteur in 2013 bij de woning. Tijdens het gesprek geven beide personen aan om in 2014 weer in Nederland te gaan wonen.
- In 2016 is erflater plotseling overleden.
- In Vanaf 2017 woont de echtgenote (volgens de basisadministratie) weer op dit adres.
- In geschil is of erflater in 2014 en 2015 in Nederland woont en hier aangifte inkomstenbelasting moet doen.
De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de Belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiele belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Het betaalgedrag van de erflater, de beschikbare woning en auto’s in Nederland, zijn familiebanden, vastgoed in Nederland, zijn aanwezigheid bij het boekenonderzoek en zijn functie als bestuurder van Nederlandse vennootschappen speelden hierbij een belangrijke rol. De erfgenamen stellen dat erflater in Bulgarije woont omdat hij daar met zijn vriendin (en hun gemeenschappelijke dochter) woonden en hij daar ook een onderneming dreef. De pin betalingen zouden niet door erflater zijn gedaan maar door zijn echtgenote. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Bulgarije werd vastgesteld dat de erflater voor belastingdoeleinden als inwoner van Nederland moest worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd ongegrond verklaard.
De Tiebreaker Rule bij fiscale woonplaats
Bij conflicten over de fiscale woonplaats tussen twee landen, kan een belastingverdrag met een tiebreaker rule uitkomst bieden. Deze regel bepaalt aan de hand van specifieke criteria welk land als woonstaat van de belastingplichtige wordt aangemerkt. Deze criteria omvatten onder andere de plaats waar de persoon een duurzaam tehuis heeft, het centrum van persoonlijke en econmische belangen, de plaats van gewoon verblijf en de nationaliteit. Deze volgorde van criteria is van belang om dubbele belastingheffing te voorkomen.
Rechtszekerheid en het Beleid van de Belastingdienst
Het gebrek aan duidelijkheid over welke feiten en omstandigheden relevant zijn voor de bepaling van de fiscale woonplaats leidt tot grote rechtsonzekerheid voor belastingplichtigen. De Belastingdienst heeft na een WOB-verzoek een deel van het beleid omtrent woonplaatsonderzoeken openbaar gemaakt, maar het beoordelingskader grotendeels weggelakt . Dit gebrek aan transparantie frustreert de rechtszekerheid en kan het vrije verkeer van personen binnen de EU belemmeren.
Fiscale noot inzake woonplaatsonderzoek
De fiscale woonplaats is een complex begrip dat afhankelijk is van vele feitelijke omstandigheden. Het gebrek aan een duidelijke definitie en het geheimhouden van beleidsuitgangspunten door de Belastingdienst leidt tot rechtsonzekerheid voor belastingplichtigen. Het is van belang dat de overheid transparant is over de criteria die zij hanteert bij het bepalen van de fiscale woonplaats om zo de rechtszekerheid te waarborgen en het vrije verkeer van personen binnen de EU te bevorderen.
De Tie Breaker regel staat in de meeste verdragen. Artikel 4 van de MLI bepaalt dat landen in overleg moeten bepalen welk land een persoon woont. De landen moeten dan met elkaar in overleg, de regels hieromtrent zijn opgenomen in het besluit MAP tie braeker.
Overwegingen die van belang zijn zijn de volgende:
- Verblijfplaats van het gezin en/of de belastingplichtige.
- Nationaliteit en inschrijving bij de basis administratie.
- De materiële werkelijk en alle feiten (Gerechtshof in 2015).
- Lengte verblijfsperiode (Gerechtshof in 2010).
- Financiële en economische betrekkingen / banden (Hoge Raad 2003).
- Sociale en maatschappelijke banden van de persoon (Gerechtshof in 2004).
- Plaats waar de persoon een duurzame woongelegenheid heeft aangehouden (die ook feitelijk ter beschikking staat) Gerechtshof in 2024 en Gerechtshof in 2003.
Een belastingplichtige die Nederland metterwoon wil verlaten moet dit zorgvuldig vormgeven, rechtsonzekerheid blijft echter altijd. Deze is ook na het WOO verzoek en vele jurisprudentie nog niet helemaal weggenomen.
Lang verhaal kort, als er een woning in Nederland is (welke duurzaam ter beschikking staat) is dit vaak de fundering waarop de Belastingdienst verder gaat bouwen. Welke overige argumenten dan worden gewogen blijft voorlopig redelijk onduidelijk. Het zoveel mogelijk doorknippen van economische en persoonlijke banden is dus nog steeds van essentieel belang.
Expatregeling buitenlandse werknemer
Een internationale uitzending zal vrijwel altijd extra kosten opleveren. De Nederlandse wetgeving kent hiervoor een speciale regeling, deze stond bekend als de Nedeco regeling, daarna de 30% regeling, toen de 27% regeling en nu de expatregeling. Aan de werknemer kan een belastingvrije vergoeding worden betaald ter dekking van extra (prive) kosten. De insteek is om Nederland aantrekkelijker te maken voor het internationale bedrijfsleven en kennis aan te trekken.
De expatregeling in de wet en rechtspraak
De expatregeling in opgenomen in de wet loonbelasting. De regeling stelt het volgende:
- Tot de vrije vergoedingen behoren vergoedingen, in redelijkheid,
ter zake van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst
(extraterritoriale kosten), met dien verstande dat voor bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen werknemers die door
een inhoudingsplichtige van buiten Nederland worden uitgezonden, onder
daarbij te stellen voorwaarden, geldt dat vergoedingen van kosten van verblijf
buiten het land van herkomst voor van buiten Nederland in dienstbetrekking
genomen werknemers gedurende ten hoogste 96 maanden ten minste worden beschouwd
als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot ten hoogste 30 percent
van het loon, alsmede tot het bedrag van de daarbij aan te wijzen schoolgelden.'
Art. 31a(2)(e) LB. Voor nadere regels zie hoofdstuk 4A Uitv.besl. LB.
Er zijn een aantal bijzonderheden of onduidelijkheden behandeld in procedures, beleid of kennisgroepstandpunten. Hierbij een aantal belangrijke onderdelen:
- Verlof: bij verlof door geboorte of adoptie kan het salaris lager zijn. Er mag dan worden gerekend met het loon zonder verlof (zie besluit ).
- Reiskosten: extra reiskosten mogen niet nog naast de expatregeling worden vergoed aldus de Hoge Raad d.d. 9 april 2010.
- Regeling moet via loonbelasting: als de regeling niet is opgenomen in de loonbelasting kun je deze niet alsnog realiseren via de inkomstenbelasting, aldus de Rechtbank Den Haag op 1 juli 2020 met bevestiging door het Gerechtshof Den Haag op 10 juni 2021.
- De aftrek ter voorkoming van dubbele belasting beperkt de grondslag voor de 30% regeling, aldus de kennisgroep van de belastingdienst op 8 augustus 2023.
- Aangeworven vanuit buitenland is een eis. Bij een eerder verblijf in Nederland kan dit een probleem zijn, zie hiertoe de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam op 19 oktober 2019 . Soms gaat dit wel goed, zie hiertoe Rechtbank Noord Nederland d.d. 17 juni 2024 voor een vluchteling uit Oekraine.
- Er moet rekening worden gehouden met een minimumlooneis, zie hiertoe een tandarts die hieraan niet voldaan (Rechtbank Zeeland Westbrabant d.d. 2 april 2024).
- Voor ontslaguitkeringen geldt de 30% regeling niet, aldus de Hoge Raad op 25 januari 2008, soms kan dit net iets anders liggen aldus het Gerechtshof Den Haag op 26 juli 2011.
Expatregeling en aanpassingen in 2024, 2025 en 2027
De expatregeling is de nieuwe term voor de 30% regeling. Deze geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Met ingang van 1 januari 2024 is de regeling voor ingekomen werknemers versoberd, namelijk 30% voor eerste 20 maanden, dan 20% voor volgende 20 maanden en 10% voor laatste 20 maanden (totaal dus 60 maanden). Deze wijziging wordt per 2025 weer teruggedraaid. Het maximale percentage wordt in 2027 wel verlaagd van 30% naar 27%, dit geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Het percentage van 27% geldt dan gedurende de gehele looptijd. Voor 2025 en 2026 blijft voor alle ingekomen en uitgezonden werknemers het percentage nog gewoon 30%. Verdere wijzigingen zijn:
- Salarisnorm wordt per 2027 verhoogd van € 46.107 naar € 50.43 (voor werknemers jonger dan 30 jaar en masterdiploma (zie WOB verzoek met lijst diploma's) van € 35.048 naar € 38.338). Dit wel met jaarlijkse index.
- Partiële buitenlandse belastingplicht: vanaf 2025 vervalt voor aantal werknemers de mogelijkheid om in de aangifte inkomstenbelasting te kiezen voor de toepassing van de partiële buitenlandse belastingplicht. Voor werknemers die al gebruik maken van de regeling in 2023 geldt een overgangsregeling (tot en met eind 2026). Voor werknemers die niet in Nederland wonen (en hier wel werken) kan soms de regeling nog wel gelden.
Voor welke kosten is de 30% regeling van toepassing?
Extraterritoriale kosten in het Handboek Loonheffingen
- de extra kosten voor levensonderhoud door een hoger prijspeil in het werkland dan in het land van herkomst, zoals extra uitgaven voor maaltijden, gas, water en licht (cost of living allowance).
- de kosten voor een kennismakingsreis naar het werkland, eventueel met het gezin, om bijvoorbeeld te zoeken naar een woning of een school.
- de kosten voor het aanvragen of omzetten van officiële persoonlijke papieren, zoals verblijfsvergunningen, visa en rijbewijzen.
- de kosten voor medische keuringen en vaccinaties voor het verblijf in het werkland.
- de dubbele huisvestingskosten, omdat de werknemer in het land van herkomst blijft wonen, bijvoorbeeld hotelkosten.
- de (1e) huisvestingskosten. Alleen de (1e) huisvestingskosten die uitkomen boven 18% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, zijn extraterritoriale kosten.
- de kosten voor opslag van het deel van de boedel dat niet wordt verhuisd naar het werkland.
- de reiskosten naar het land van herkomst, bijvoorbeeld voor familiebezoek of gezinshereniging.
- de extra kosten voor het laten invullen van de aangifte inkomstenbelasting als dat duurder is dan het laten invullen van de aangifte door een vergelijkbare belastingadviseur in het land van herkomst. Hierbij geldt een maximum van €1.000 per werknemer.
- de cursuskosten om de taal van het werkland te leren voor de werknemer en voor de gezinsleden die bij hem verblijven.
- de extra (niet-zakelijke) gesprekskosten voor telefoneren met het land van herkomst.
- de kosten van een aanvraag vrijstelling sociale zekerheid, zoals een zogenoemde E101-verklaring of een formulier A1/certificate of coverage.
- de extra kosten voor schoolgelden voor een internationale school of voor een internationale afdeling van een gewone school (hiervan is sprake als: - de opleiding op de betreffende (afdeling van de) school is gebaseerd op een buitenlands stelsel; -de school of de afdeling vooral bedoeld is voor kinderen van uitgezonden werknemers).
Noot fiscaal jurist inzake expatregeling
De expatregeling is de afgelopen jaren zowel qua periode (was vroeger 10 jaar nu 5 jaar) als qua omvang (was 30% wordt 27%) als qua samenstelling (geen partiele buitenlandse belastingplicht) minder gunstig geworden. Aantal centrale vragen over dit onderwerp:
Hoeveel mensen maken gebruik van de expatregeling?
De regeling is echter nog steeds door bijna 100.000 mensen gebruikt en werkt prima.
Wanneer heeft een werknemer recht op de expat regeling ?
Als een werknemer vanuit het buitenland wordt geworven en over specifieke deskundigheid beschikt (en dus schaars is) kan van de regeling gebruik worden gemaakt.
Wie moet de 30% regeling betalen?
De werkgever moet met de werknemer de regeling aanvragen. De werkgever moet de vergoeding betalen en regelt ook de belastingvrijstelling via een aanvraag bij de Belastingdienst.
Hebben andere landen ook een expatregeling
Jazeker, deze regeling komt steeds meer voor. Ook Belgie, Denemarken en het VK kennen een dergelijke regeling. Zie hierbij het EU rapport
Hoe lang duurt een aanvraag voor de 30% regeling
Als een aanvraag juist en volledig wordt ingediend is er binnen 6 weken duidelijkheid. Voor vragen over de 30% regeling (of expatregeling) kunt u onze collega's om advies vragen, stuur ons hiertoe een e-mail.
Belastingheffing extreem rijken bij emigratie
In een kamerbrief d.d. 4 december 2024 wordt ingegaan op een extra belastingheffing voor extreem rijken die emigreren. In navolging hierop heeft de staatssecretaris op 18 februari 2025 een nadere kamerbrief gestuurd inzake de verhuizing van miljonairs naar belastingparadijzen. Een dergelijke heffing kan lastig worden toegepast als mensen emigreren naar landen waar Nederland een belastingverdrag mee heeft gesloten. Landen waar Nederland geen belastingverdrag mee heeft gesloten kunnen wel onder deze nieuwe regeling vallen (en ook de Verenigde Arabische emiraten omdat Nederlands onder dit verdrag niet als inwoner worden gezien).
Het ontstaan van een internationale heffing voor super rijken
Binnen europa is er overleg over de emigratie van (extreem) rijken waardoor er minder belasting wordt betaald. In een eerder artikel (augustus 2024) zijn we reeds ingegaan over de verkenningen die hierover in Nederland plaatsvinden. Oxfam Novib heeft deze belastingheffing al meermaals aan de orde gesteld en daarna is vanuit de Tweede kamer (april 2024) een eerste notitie verschenen. Ook de G20 (juni 2024) is een dergelijke heffing aan het verkennen. Ook bij de laatste G20 top in Brazilie (november 2024) kwam dit onderwerp weer aan de orde. Uit onderzoek van het Witte Huis (in 2021) volgt dat de 400 rijkste mensen in de VS gemiddeld 8,2% belasting betalen. Tax the Rich (belast de rijken) is al jaren een gespreksonderwerp binnen de (linkse beweging) van de G20. Voorstellen voor een extra heffing (vanuit Brazilie, Frankrijk, Zuid Afrika, Spanje en Afrika) worden thans nog tegengehouden door de VS en Duitsland. In juli 2024 stemden de G20-ministers van Financiën echter voor het eerst in met een gezamenlijke inspanning om ervoor te zorgen dat personen met een ultrahoog vermogen effectief worden belast. Deze beslissing werd in november 2024 door G20-leiders bevestigd in een verklaring met dezelfde bewoordingen.
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Kans van slagen extreem rijken heffing niet zo groot
De kans dat deze heffing er komt achten wij klein. Ruim 80% van de rijkste mensen wonen in de VS en met de komst van Donald Trump en op zijn bagagedrager Elon Musk (met een onduidelijke maar naar verwachting prominente rol) lijkt de kans op verdere voortuitgang op korte termijn niet zo groot, wereldwijd tenminste. Ook zal Nederland bestaande belastingverdragen moeten respecteren. Invoering zou dan dus alleen via een gezamenlijk standpunt (OESO) tot stand kunnen komen.
Hoe kijkt Nederland naar een belastingheffing voor super rijken?
In Nederland wordt steeds meer aandacht besteed aan de belastingheffing van extreem vermogende personen. Tijdens het dertigledendebat van 4 april jongstleden zijn diverse moties besproken, die pleiten voor extra belastingen voor de superrijken en het vormen van internationale samenwerkingsverbanden. Hieronder geven we een samenvatting van de belangrijkste punten en aandachtspunten.
Internationale ontwikkelingen: de strijd tegen belastingontwijking
De belastingheffing van extreem rijken staat internationaal hoog op de agenda, vooral binnen de G20 en de OESO. Belangrijke punten:
- Nederland steunt het idee van een wereldwijde minimumbelasting voor extreem vermogende personen.
- Internationale afspraken zijn cruciaal om belastingontwijking en grondslagerosie tegen te gaan.
- Het uitwisselen van informatie over vastgoed, banksaldi en aandelenbezit kan helpen om vermogenden effectief te belasten.
Exitbelasting: belasting bij emigratie
Nederland kent al diverse exitheffingen, bijvoorbeeld voor inkomsten uit ondernemingen (box 1), aanmerkelijk belang (box 2), pensioenen en lijfrenten, en box 3-vermogen. Het idee is dat vermogen opgebouwd in Nederland niet onbelast blijft bij emigratie. Actuele voorstellen:
- Het invoeren van een EU-exitbelasting.
- Onderzoek naar het uitbreiden van bestaande exitregelingen, inclusief een zogenoemde trailing tax.
Wat is een trailing tax?
Een belasting die emigranten verplicht om enkele jaren na vertrek belasting te betalen (over inkomen en vermogen) alsof ze nog in Nederland wonen. Dit voorkomt dat belastingplichtigen emigreren naar landen met lage belastingdruk. Een trailing tax betreft dus een verlengde belastingplicht, waarbij door het land van emigratie ook belasting wordt geheven over inkomen en/of vermogensaanwas dat na de emigratie in een ander land wordt opgebouwd of wordt verdiend. Een trailing tax gaat verder dan de normale regelingen met betrekking tot de fiscale woonplaats en behandelt de emigrant nog enkele jaren na zijn vertrek als binnenlandse belastingplichtige.
Vergelijking met andere landen
Andere landen hanteren al vormen van exit- of trailing taxes:
- Finland: Belast emigranten nog drie jaar, tenzij zij bewijzen geen banden meer te hebben met het land.
- Duitsland: Hanteert een tienjarige belastingplicht bij emigratie naar lage-belastinglanden.
- Spanje en Portugal: Toepassing van trailing taxes op emigranten naar niet-coöperatieve jurisdicties.
- Frankrijk: Belast Franse staatsburgers die naar Monaco emigreren alsof ze nog in Frankrijk wonen.
Aandachtspunt: De uitvoerbaarheid van dergelijke heffingen verschilt sterk per land. Nederland zal deze lessen meenemen bij eventuele implementatie.
Impact op de belastingdienst en rechtvaardigheid
Hoewel Nederland al enkele vormen van exitheffingen heeft, moet een uitbreiding hiervan zorgvuldig worden overwogen. Belangrijke vragen:
- Is de belasting uitvoerbaar zonder de belastingdienst te overbelasten?
- Hoe wordt dubbele belasting voorkomen?
- Hoe proportioneel is de maatregel voor belastingplichtigen?
Conclusie en toekomstperspectief
Nederland streeft naar rechtvaardige belastingheffing en kijkt daarbij naar internationale samenwerking en nationale maatregelen zoals exit- en trailing taxes. Hoewel de invoering van nieuwe maatregelen tijd en draagvlak vereist, kunnen ze bijdragen aan een eerlijkere verdeling van belastingdruk. Bent u ondernemer of vermogend particulier met plannen om te emigreren? Laat u goed informeren over de fiscale gevolgen. Ons kantoor biedt uitgebreide ondersteuning bij fiscale emigratieplanning en helpt u optimaal te navigeren door de complexe regelgeving.
Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek!
Team verhuld vermogen Belastingdienst
De meeste mensen geven hun vermogen en inkomen in Nederland netjes op bij de Belastingdienst. Sommige belastingplichtigen brengen vermogen onder in het buitenland en/of in goud of in crypto. De Belastingdienst probeert dit vermogen via wetgeving (DAC8) of afspraken met andere landen in beeld te krijgen. Dit om alsnog de belasting over dit vermogen te kunnen heffen en andere belastingplichtigen te waarschuwen voor dergelijke constructies. Via diverse bronnen wordt de Belastingdienst over dit vermogen geinformeerd, denk aan uitwisselingsverdragen met landen, opgave van (internationale) banken, buitenlande crypto bedrijven (vanaf 2026), klikbrieven, tipgevers, openbare onderzoeken (zoals de panama papers), meldingen aan FIU Nederland of rechtstreekse meldingen van (belasting) adviseurs.
Vermogen in het buitenland en team verhuld vermogen
Er zijn diverse datalekken die ervoor zorgen dat vermogen bij banken of bijvoorbeeld vastgoed in het buitenland in beeld komt bij de Nederlandse Belastingdienst. In 2022 was er bijvoorbeeld een datalek in Dubai waardoor steeds meer vastgoed in de emiraten in beeld kwam van de Nederlandse Belastingdienst. De Belastingdienst krijgt wel steeds meer zicht op verhuld vermogen maar via vastgoed transacties omzeilen nog veel belastingplichtigen deze Nederlandse wetgeving (onderzoeksrapport). Veel vastgoed wordt dusdanig in structuren ondergebracht dat deze uit het zicht worden onttrokken.
Vragenbrief team verhuld vermogen Belastingdienst
De Belastingdienst heeft veel rechten om informatie op te vragen (artikel 47 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen). De gevraagde informatie moet dan wel van belang kunnen zijn voor de belastingheffing van de belastingplichtige. Er gelden ook beperkingen voor de Belastingdienst, zo mag er geen sprake zijn van een fishing expedition (lukraak informatie opvragen en hopen dat je doel treft).
- Controle van vastgoed, crypto en overig vermogen in belastingaangifte: De Belastingdienst wil nagaan of dit vermogen correct is opgegeven. Bij onvolledigheid kan een navorderingsaanslag volgen, mogelijk met boete en rente.
- Strafrechtelijke vervolging: Bij een groot belastingnadeel kan ook strafrechtelijke vervolging plaatsvinden.
- Internationale belastingverdragen: Het belastingverdrag tussen Nederland en vele landen stelt dat inkomen uit onroerend goed belast wordt in het land van ligging (bijvoorbeeld Dubai), waardoor de uitkomst per situatie kan verschillen. Overig vermogen moet veelal wel in Nederland worden aangegeven.
Aandachtspunten: De Belastingdienst vraagt mogelijk hoe het vastgoed of het vermogen is gefinancierd of verkregen. Spaargeld kan minder interesse wekken, maar niet-aangegeven inkomsten, erfenissen, of crimineel geld kunnen tot extra aandacht leiden. U kunt de informatieverzoeken niet naast u neerleggen. Artikel 47 AWR verplicht u te antwoorden. Weigering kan worden aangepakt met juridische middelen, zoals omkering bewijslast of een informatiebeschikking.
Actiepunten: Neem contact op met een fiscaal advocaat of fiscaal jurist om te bepalen welke informatie u verstrekt en om begeleiding te krijgen in het beantwoorden van de vragen. Openheid over buitenlandse vermogens (ook van afgelopen 12 jaar) is essentieel om risico's te minimaliseren.
Noot fiscaal jurist inzake verhuld vermogen
De laatste jaren is veel vermogen in beeld gekomen (ongeveer 5 miljard bij ruim 25.000 belastingplichtigen). Uit deze onderzoeken volgt dat erg vermogende mensen beperkt vermogen in het buitenland hebben ondergebracht. Via ANBI stichtingen en vastgoed BV's kunnen de superrijken hun vermogen dusdanig inkleden dat de heffing beperkt is. Ook zijn er een aantal superrijken vertrokken naar fiscaal vriendelijke landen, zoals Zwitserland of Dubai. Via allerlei verdragen en openbare bronnen komt de Belastingdienst verhuld vermogen ook sneller op het spoor. De Belastingdienst investeert ook fors in fraudebestrijding en onderzoeken. In 2023 waren er ruim 9.000 boekenonderzoeken en zijn er 4.000 vergrijpboetes opgelegd. Via een samenwerking met de FIOD zijn ook een kleine 300 zaken aangemeld voor een strafrechtelijke vervolging (zie jaarrapport Belastingdienst 2023). In het jaarplan 2024 wordt aangekondigd dat het programma verhuld vermogen nog verder wordt uitgebreid, ook is het één van de belangrijke thema's in 2024 en daarna. Dit zal zich met name richten op crypto en vastgoed. Heeft u vragen stuur ons gerust een e-mail of neem contact op met onze fiscaal juristen.
Inwonerschapsfictie na emigratie
Na uw emigratie hoeft u in Nederland - in principe - geen belasting meer te betalen. Een ondernemer / DGA krijgt veelal een conserserverende aanslag en over binnenlandsvermogen (zoals vastgoed) moet in Nederland nog belasting worden betaald. Nederland wil hier echter nog een schepje bovenop doen (traling tax). De regering moet opties uitwerken om belastingontwijking tegen te gaan, bijvoorbeeld een inwonerschapsfictie na emigratie, dit volgt uit een motie die in de tweede kamer is aangenomen op 8 oktober 2024. Uit een artikel in het FD d.d. 4 december 2024 (inlog) volgt dat belastingverdragen de heffing bij superrijken in het buitenland in de weg staat. Met Monaco is geen belastingverdrag dus bij dergelijke emigraties kan de heffing wel worden ingevoerd. Op dit moment kent Nederland meerdere heffingen bij of na een emigratie, zo heeft Nederland een exitheffing in box 1, box 2 en voor pensioenen en lijfrenten. In het wetsvoorstel box 3 is ook exitheffing opgenomen in de vorm van een conserverende aanslag op vermogen. Ook kent Nederland een exitheffing (en fictie periode van 10 jaar) voor de schenk- en erfbelasting.
Trailing tax in Nederland
Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Vermogende emigranten betalen na emigratie nog belasting in Nederland
Volgens de indieners (Dassen en Grinwis) van de motie zijn er in Nederland vermogende emigranten die vertrekken naar laagbelastende jurisdicties en zodoende minder belasting betalen, denk aan een emigratie naar Bulgarije, Dubai of Curaçao. Een maatregel die emigratie om belastingredenen tegen gaat is de inwonerschapsfictie voor inkomstenbelasting na emigratie, oftewel de exitheffing.
Exit heffing voor vermogende particulieren
Binnen Europa wordt al een tijd gesproken over het belasten van multinationale ondernemingen en personen (zeer vermogende particulieren) die emigreren om fiscale redenen. Internationale belastingstelsels zijn - op het gebied van - de inkomstenbelasting, vermogensbelasting en schenk- en erfbelasting niet goed op elkaar afgestemd en fiscaal kan belasting dan weglekken. Door gebruik te maken van de de verschillende nationale stelsels kunnen Internationale bedrijven (maar ook particulieren) op deze manier belastingheffing beperken of voorkomen. Dit wordt versterkt door bepaalde landen om aantrekkelijke regelingen te bedenken om vermogende mensen te lokken, bijvoorbeeld de lage heffingen in bulgarije, de beckham regeling in Spanje, de speciale regeling in Italie of de (oude) NHR regeling in Portugal. Maar ook Dubai en verdere exotische landen hebben fiscaal aantrekkelijke regels.
Nederland loopt - zoals altijd - redelijk voorop en heeft al meerdere malen op het internationale speelveld (zoals bij de G20) aangegeven dat hiervoor regelingen moeten worden bedacht. Op dit moment staat een mogelijke maatregel al op de agenda van de G20 en het OESO overleg. Feitelijk zou dit mondiaal moeten worden aangepakt en is de EU hiervoor te klein.
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Noot fiscaal jurist inzake exit heffing
De minimumbelasting voor extreem vermogenden zal waarschijnlijk nog wel even duren, echter als het aan de Nederlandse overheid ligt moet het sneller en zal Nederland wel weer voorop lopen. Voor nu zal in beeld worden gebracht welke landen al over regelingen nadenken (zoals Duitsland en Finland) en welke landen eventueel dwars zullen liggen (de zuidelijke landen van Europa). Oxfam Novib geeft al jaren aan dat dit een probleem is.
- In 2022 publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) een rapport waaruit bleek dat de rijkste 10% van de Nederlanders, die 32% van het totale inkomen verdienen, de laagste effectieve belastingdruk ervaren.
- Het Global Tax Evasion Report 2024, gepubliceerd op 22 oktober 2023, toont aan dat miljardairs wereldwijd een effectieve belastingdruk van slechts 0% - 0,5% van hun vermogen ervaren.
- In maart 2024 kwam de (demissionair) staatssecretaris met de eerste berichtgeving en in oktober 2024 stond de eerste motie op de rol. Het voorstel is om een wereldwijde minimumvermogensbelasting voor miljardairs in te voeren.
- In juni 2024 kwamen de ministers van de G20 (grootste economien van de wereld) op een uitje bijeen in Brazilie. Ook hier is gesproken over een belasting voor de extreem rijken (zie voorstel).
De Verenigde Staten en China hebben bij de G20 al aangegeven niks te zien in een dergelijke heffing. Ons inziens zou het wenselijk zijn dat men streeft naar Internationale samenwerking. Ethisch en maatschappelijk is een dergelijke belasting wel te begrijpen. Echter dit moet dan wel binnen Europa (of beter wereldwijd) gaan plaatsvinden. Landen concurreren met elkaar via belastingheffing. Dus als Nederland een straf heffing gaat invoeren en andere landen niet, zal het vermogen zich nog gewoon gaan verplaatsen. In Spanje (Beckham regeling en Mbappe regeling) Portugal en Italië (super rijken regeling) worden speciale regelingen bedacht op de superrijken te lokken. Nederland is dan omgekeerd bezig om te kijken of deze superrijken extra kunnen worden belast. Zolang er speciale regimes zijn in landen (op auto afstand) om rijke particulieren te lokken heeft een dergelijke regeling in Nederland geen zin. De regeling is complex en zal per saldo weinig opleveren. Feitelijk wordt er met een kanon op een rijke mug geschoten. Vanuit de vaak gevoerde symbool politiek is de maatregel wel te begrijpen en zullen dus weer vele uren in de 2e kamer hieraan worden besteed. Het zou veel beter werken om speciale regimes in Spanje, Italie en Zwitserland op te heffen dit voorkomt emigratie bewegingen. Hoe een dergelijke regeling binnen belastingverdragen wordt ingepast is een extra vraag die moet worden opgelost.
Bron exitheffing voor vermogende particulieren
Global tax report 2024 (maart 2024)
De 183 dagenregeling nader beschouwd
In dit artikel gaan wij in op de werking en toepassing van de zogenaamde 183 dagenregeling. We beschrijven eerst in welke situaties hij van toepassing is en vervolgens gaan wij in op de wijze waarop wordt vastgesteld of er aan het dagencriterium wordt voldaan. We sluiten af met een korte weergave van de fiscale gevolgen, de regeling kan namelijk voordelig uitpakken voor belastingplichtigen.
Als er niets tussen landen zou worden geregeld zou een werknemer die in Nederland en in het buitenland werkt twee keer belasting moeten betalen, in het werkland omdat hij hier werkt (loonbelasting) en in het woonland omdat hij hier woont (inkomstenbelasting). Om dit te voorkomen heeft Nederland (veel) belastingverdragen gesloten. De meeste belastingverdragen bepalen dat het buitenland (werkland) het recht heeft om belasting te heffen over het loon dat de werknemer daar heeft verdiend.
Niet relevant voor de fiscale woonplaats in Nederland
In de praktijk bestaat een veel voorkomend misverstand. Wij horen vaak van mensen dat zij geen inwoner meer zijn van Nederland want ze zijn meer dan 183 dagen buiten Nederland. Dat is een misvatting die tot vervelende gevolgen kan leiden. Dit criterium is namelijk niet relevant voor het vaststellen van de fiscale woonplaats in Nederland. Zolang je een duurzame band van persoonlijke aard hebt met Nederland ben je op basis van de nationale wet fiscaal inwoner. Uiteraard kun je op basis van de toepassing van belastingverdragen dan alsnog fiscaal inwoner van een ander land zijn, de 183 dagenregeling staat hier echter los van.
Wel relevant voor de belastingheffing
De 183 dagenregeling is wel relevant voor de belastingheffing voor werknemers (en soms ook zelfstandigen) die in Nederland wonen en buiten Nederland werken in een land waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten.
Wanneer je als werknemer gedurende een jaar of binnen een periode van 12 maanden [1] meer dan 183 dagen in een land verblijft in verband met daar te verrichten werkzaamheden, dan verschuift het recht op belastingheffing naar dit land. Nederland zal dan voor de inkomsten die aan deze werkzaamheden zijn toe te rekenen voorkoming van dubbele belasting moeten verrekenen.
Dit kan natuurlijk gunstig uitpakken voor de betreffende werknemer. Ook wanneer het andere land geen belasting heft of wanneer het tarief daar lager is dan in Nederland wordt door Nederland voorkoming van dubbele belasting verleend.
Welke dagen tellen mee
De bepaling waarop de 183 dagen regeling is gebaseerd komt voort uit het OESO modelverdrag. In de Engelse versie wordt gesproken over: “the recipient is present in the other state not exceeding 183 dagen”. In de Nederlandse tekst is present vertaald als verblijf. Dit betekent dat het niet alleen gaat om de gewerkte dagen, ook dagen waarop niet wordt gewerkt tellen mee. Dit blijkt ook uit het arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2017 ECLI:NL:HR:2017:1326. De Hoge Raad verwijst naar het commentaar bij het OESO modelverdrag waarin staat:
- “Uit het commentaar op artikel 15 van het modelverdrag volgt dat als dagen van verblijf in de werkstaat niet alleen meetellen de dagen waarop daadwerkelijk in de werkstaat is gewerkt, maar tevens alle overige dagen waarop de belastingplichtige in de werkstaat aanwezig is geweest en die enig verband houden met de werkzaamheden aldaar, zoals zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen, vakanties en vrije dagen voor, tijdens of na beëindiging van de werkzaamheden of korte onderbrekingen daarvan.”
Gevolgen voor de belastingheffing
Wanneer voldaan wordt aan de 183 dagen regel mag voor de inkomsten die toerekenbaar zijn aan deze dagen in de Nederlandse aangifte Inkomstenbelasting voorkoming van dubbele belasting worden geclaimd. In het belastingverdrag is vervolgens bepaald hoe deze voorkoming moet worden gegeven. Meestal is dit de vrijstellingsmethode oftewel evenredigheidsmethode. Je berekend dan eerst de in Nederland verschuldigde belasting over het totale wereldinkomen in box 1. Vervolgens krijg je een korting op de in Nederland te betalen belasting die gelijk is aan de uitkomst van de breuk buitenlands inkomen/ wereldinkomen.
Dit kan dus voordelig uitpakken vooral wanneer in het werkland een lager tarief wordt geheven of zelfs geen belasting wordt geheven.
Advies
In de praktijk adviseren wij regelmatig over deze en vergelijkbare situaties en verzorgen wij tevens de aangifte Inkomstenbelasting. Het kan dan gaan om uitzendingen, piloten, zeevarenden, maar ook mensen die voor hun werk niet gebonden zijn aan een vaste werkplek.
Mocht je hierover vragen hebben of advies willen inwinnen dan zijn wij je graag van dienst, stuur hiertoe gerust een e-mail.
Bron 183 dagen regeling
Rapport belastingdienst inzake buitenlandse arbeidskrachten
Hoge Raad 25 september 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1723 (auto van de zaak).
Hoge Raad 23 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AP1424 (Dagenbreuk).
Hoge Raad 22 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1705 (Beschikbaar in buitenland).
Hoge Raad 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1261 (Ondersteunende werkzaamheden)
[1]Beide smaken komen voor, per land zal daarom het belastingverdrag geraadpleegd moeten worden
Afrojack en Tiesto, wat is hun fiscale woonplaats
Er zijn - ook binnen ons vakgebied - collega's die er een andere manier van advisering op nahouden. De Gooische fiscalist (Frank B) was de fiscalist van veel bekende Nederlanders, ondermeer Linda de Mol, Gaston Starreveld, Afrojack en DJ Tiesto. Kennelijk was zelfs de Rolling Stones klant bij hem (uitspraak rechtbank) In 2018 is er een FIOD inval geweest bij de heer Frank B en kwamen veel fiscale artiesten onder een vergrootglas te liggen. De totale fiscale schade zou de 100 miljoen overschrijden. Onder de huidige wetgeving zouden dit soort internationale adviseringen (spontaan) moeten worden gemeld bij de Belastingdienst (Dac 6) . De fiscale schade is enorm en loopt voor de betrokken artiesten in de tientallen miljoenen. De fiscalist voert nog een procedure tegen de FIOD (geen succes) en is in 2023 door Italië uitgeleverd aan de Verenigde Staten en wacht hier op zijn gevangenisstraf (maximaal 8 jaar, aldus Follow the Money). In dit interview met het FD vertelt de heer Frank B zijn persoonlijke verhaal. Maar wat is er eigenlijk aan de hand?
Waar woont een DJ ?
De procedure van Afrojack ((Rechtbank Rotterdam d.d. 16 juli 2024 ECLI:NL:RBROT:2024:6658) geeft een mooi kijkje in de fiscale keuken. In 2011 nam de carrière van DJ Afrojack een vlucht. De DJ was nog weinig in Nederland maar moest hier wel over zijn wereld inkomen belasting betalen (artiesten en sportersregeling), dit moest toch anders kunnen? Afrojack moest ervoor zorgen dat hij geen inwoner van Nederland meer was en hiermee zijn banden met Nederland zoveel mogelijk verbreken. Hij wilde op dat moment gaan samenwonen met zijn vriendin in de Verenigde Staten maar ook dit is geen belastingparadijs.
Er is een structuur opgezet waarbij Afrojack een fiscale nomade was, dus geen inwoner van Nederland maar ook niet van de VS (beperkt aantal dagen aldaar aanwezig). Het belastingtarief over zijn inkomen zou hiermee dalen van 52% tot 15% (bij Tiesto zelfs 8%). En zo wordt het plan in gang gezet. De eigen woning verkopen aan zijn BV, uitschrijven uit Nederland, familie zo min mogelijk bezoeken, geen abonnementen meer in Nederland en het oprichten van bedrijf op Cyprus waarvan de aandelen worden gehouden door trust op Guernsey.
In de aangifte in Nederland wordt als woonplaats ingevuld XXX (de code voor iemand die nergens woont). Uiteindelijk wordt een emigratie aangifte (M biljet) ingevuld en wordt in Nederland gesteld "ik woon in de VS" en in de VS wordt gesteld "Ik woon in Nederland". De fiscalist wordt uiteindelijk niet veroordeeld voor het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte omdat hij smetteloos bekend stond (niet vaker in de fout gegaan) en daarnaast heeft de zaak wel erg lang geduurd (overschrijding van de redelijke termijn).
Door het FIOD onderzoek is alle advisering en mailverkeer boventafel gekomen. Tiesto heeft afgerekend met de belastingautoriteiten in de VS (ongeveer 18 miljoen) en Afrojack rekent af met de Nederlandse belastingdienst.
Aansprakelijkheid van de belastingadviseur
De heer Frank B stelt dat hij niet alleen heeft gehandeld en dat zijn werkgever (Greenberg Traurig) aansprakelijk is. Tiesto heeft een procedure tegen dit kantoor (inzet 18 miljoen euro) verloren (FD 1 augustus 2024). De rechtbank Amsterdam erkent dat de advisering niet deugde maar stelt hiertegenover dat de artiest daarvan geen schade ondervonden heeft. De advocaten van Tiesto houden vol dat er wel degelijk schade is ontstaan en overwegen om in hoger beroep te gaan. Ook Afro Jack heeft een procedure lopen tegen hetzelfde kantoor, de uitspraak hierover is er nu nog niet. Het strafrechtelijk onderzoek tegen Afro Jack is jaren geleden al gesepondeerd (gebrek aan bewijs)
Noot fiscaal jurist inzake woonplaats en internationaal advies
Waar je woont moet je belasting betalen. Als er in het buitenland ook al belasting is betaald mag men dit meestal in Nederland verrekenen. De basis vraag is bij een emigratie altijd "waar woont iemand". Soms woont iemand in 2 of meerdere landen en dan zal de Tie Breaker rule duidelijkheid moeten geven. In onze praktijk bepalen wij vaak voor emigratie waar een persoon woont, indien gewenst en/of noodzakelijk wordt dit vooraf afgestemd met de Belastingdienst (vaak lastige discussie omdat dit van feiten afhankelijk is). Als er nog een woning in Nederland is maakt dit de discussie niet eenvoudiger (zie procedure Gerechtshof in 2024). Onderwerpen die dan aan de orde komen zijn:
- Waar leeft de persoon?
- Waar verblijft zijn gezin?
- Waar gaan de kinderen naar school?
- Waar wordt een (gemeubileerde) woning aangehouden?
- Waar wordt het meest gas, electra, water gebruikt?
- Waar neemt men deel aan het sociale en maatschappelijke leven?
- Waar gaat de persoon naar de dokter, sport, etc.?
- Waar heeft men zijn of haar commerciële en financiële belangen?
Bij een sporters, piloot of artiest is het vaak de vraag waar deze persoon woont. Het gehele jaar wordt er over de wereld getrokken en als er geen partner of gezin is, is het lastig om te bepalen waar het centrum van het sociale en economische leven is gelegen (artikel 4 AWR). Bij de genoemde DJ's wordt er een bedrijf opgericht op Cyprus (lage winstbelasting). De artiesten betalen vaak ook belasting in het land waar wordt opgetreden en deze kan dan meestal in Cyprus worden verrekend. De aandelen worden gehouden door een trust op een mooi eiland (in dit geval Guernsey) waarbij de stelling in wordt genomen dat de DJ officieel geen eigenaar is van het bedrijf en/of de trust. De DJ's kunnen echter wel uitkeringen uit de trust ontvangen. De stelling is vaak dat de trust is opgericht vanuit aansprakelijkheidsoogpunt en niet vanuit fiscaal oogpunt. In de huidige tijd moeten (agressieve) internationale fiscale adviezen (op grond van DAC 6 wetgeving) spontaan worden gemeld bij de Belastingdienst.
Tie Breaker rule bij bepalen fiscale woonplaats
De tiebreaker rule voor natuurlijke personen volgens het OESO-Modelverdrag bepaalt hoe de fiscale woonplaats van een persoon wordt vastgesteld wanneer die persoon op grond van het nationale belastingrecht van twee verdragsluitende staten als inwoner wordt beschouwd. Deze regel is bedoeld om te voorkomen dat een persoon in beide staten als fiscaal inwoner wordt aangemerkt, wat zou kunnen leiden tot dubbele belasting. De tiebreaker rule wordt toegepast voor de periode waarin er belastingplicht in een verdragsluitende staat aanwezig is, wat korter kan zijn dan een gehele belastingperiode. De regel zorgt ervoor dat een natuurlijke persoon voor de toepassing van het verdrag slechts in één staat als inwoner kan worden aangemerkt.
De rechters beoordelen dit meestal van de persoonlijke en economische betrekkingen met een land, met welk land is dit het grootst?
Tie Breaker rule en belastingontwijking
De belastingdienst (en onze staatssecretaris) kijkt kritisch naar mensen en bedrijven die via activiteiten of een woonplaats in het buitenland proberen minder belasting te betalen (kamerbrief monitoring effecten aanpak belastingontwijking). De Belastingdienst richt zich niet alleen op multinationale ondernemingen, maar ook op belastingontwijking door particulieren. Dit uit zich onder andere in het toenemend ter discussie stellen van de fiscale woonplaats van natuurlijke personen.
Kern: Het Woonplaatsonderzoek
Bij een woonplaatsonderzoek wordt door de Belastingdienst onderzocht of een persoon die volgens zijn aangifte inkomstenbelasting niet meer in Nederland woont, op basis van feiten en omstandigheden toch als inwoner van Nederland kan worden aangemerkt. Dit onderzoek is vaak complex omdat het gaat om grensgevallen waarin binding bestaat met zowel het aangegeven woonland als Nederland. De interpretatie van het begrip ‘wonen’ kan in fiscaal-juridische context sterk afwijken van de algemene maatschappelijke opvattingen.
De fiscale woonplaats vanuit Nederlands perspectief
In Nederland zijn inwoners binnenlands belastingplichtig en worden zij in beginsel voor hun wereldinkomen in de belastingheffing betrokken . Personen die niet in Nederland wonen maar wel inkomsten uit een Nederlandse bron genieten, zijn buitenlandse belastingplichtigen en worden slechts voor die inkomsten belast. De vraag of aan een emigratie reële economische motieven ten grondslag liggen of dat deze louter is ingegeven door de wens om de Nederlandse heffing te ontlopen, speelt een rol, maar emigratie om belastingheffing te ontlopen is op zichzelf legaal.
Waar iemand woont, wordt naar nationaal recht beoordeeld op grond van art. 4 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR), waarbij alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2013 verduidelijkt dat het gaat om de vraag of er een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland bestaat . Dit betekent dat alle feiten en omstandigheden die een binding met Nederland aantonen, moeten worden meegenomen in de beoordeling. Soms is de duurzame band met Nederland niet eens heel sterk en met het buitenland sterker, maar omdat er dan nog een eigen woning in Nederland is en in Nederland nog economische activiteiten zijn, wordt gesteld dat de persoon in Nederland woont (Gerechtshof 2024)
Fiscale woonplaats ondernemer België
Henk is Nederlander en hij stelt dat hij medio 2015 is geëmigreerd naar België. De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 25 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1232) is het met de inspecteur eens dat Henk (in 2017 en 2018) nog gewoon in Nederland woont. De duurzame band van persoonlijke aard is met Nederland het grootst". De belangrijkste redenen zijn:
- De nieuwe partner van Henk woont in Nederland
- De kinderen van Henk wonen nog in Nederland
- Henk heeft een woning in Nederland en
- Henk is eigenaar van meerdere Nederlandse woningen in Nederland
- Henk is eigenaar van meerdere ondernemingen in Nederland.
Het box 2 inkomen wordt met ruim € 4.400.000 verhoogd en de conserverende aanslag komt te vervallen. Met alle gezeur omtrent (a) misbruik van recht (b) niet verstrekken relevante stukken (c) stukken met verschoningsrecht, doet de rechter niks.
Fiscale woonplaats directeur CFO van bedrijf
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Fiscale woonplaats voetballer
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Wat waren de aanwijzigingen voor een woonplaats in Nederland?
- Nog ingeschreven in de basisadministratie
- Woning in Nederland (eerst een huurwoning en vanaf 2022 een koopwoning)
- Familie van Henk woont in Nederland
- Nederlandse bankrekening
- Abonnementen in Nederland (Ziggo, Netflix, mobiele telefoon, sportschool, huur woning, diverse verzekeringen, etc.
Wat waren de aanwijzingen voor een woonplaats in Duitsland?
- Dienstbetrekking in Duitsland
- Ziektekostenverzekering in Duitsland
- Auto op Duits kenteken
- Verklaringen van derden dat Henk meestal in Duitsland was voor zijn werk
- Inschrijving Duits woonadres
- Certificate of residence van de Duitse belastingdienst
De Rechtbank weegt alle omstandigheden en kijkt hierbij met name naar:
- Hoge Raad d.d. 4 maart 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6285 : Bij de uitleg van het woonplaatsbegrip uit artikel 4 van de AWR moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en het desbetreffende land. Hierbij dient geen bijzondere betekenis te worden toegekend aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land.
- Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824: Verder geldt dat de duurzame band met één land niet sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven, ofwel het middelpunt van iemands persoonlijke levensbelangen, zich in Nederland bevindt. Daardoor bestaat (in uitzonderlijke gevallen) de mogelijkheid dat iemand zowel in Nederland als in een ander land woont.
De feiten afwegende komt de Rechtbank (RO 36) tot de volgende conclusie:
De rechtbank is op grond van de onderhavige feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat - zoals verweerder heeft gesteld - eiser in de onderhavige periode een (bepaalde) duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en beschikte in Nederland onder meer over (huur)woning 2 en over de (te bouwen) woning 3. Verder woont familie van eiser in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel niet worden gezegd dat eiser daarmee in de onderhavige periode, alle omstandigheden in aanmerking nemend, (alleen) in Nederland woonde. Eiser woonde, zoals ook hierna zal worden geoordeeld, in die periode namelijk in Duitsland. Hij werkte daar fulltime en heeft het overgrote deel van zijn tijd (met de vriendin) in Duitsland doorgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee geen sprake zijn van de zich alleen in uitzonderlijke gevallen voordoende situatie van een dubbele woonplaats. Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat eiser in de onderhavige periode (ook) in Nederland woonde, is eiser voor de toepassing van het Verdrag in de onderhavige periode inwoner van Duitsland. Kijkende naar de Tie Breaker regel (artikel 4 derde lid verdrag) zijn de persoonlijke en economische banden met Duitsland het grootst.
Duurzame band met Zwitserland en woning in Nederland
Een langlopende en slepen procedure bij de Rechtbank Gelderland in 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:6632) over "een woonplaatsonderzoek". De zaak betrof een DGA die stelde sinds 2015 in Zwitserland te wonen, maar door de Nederlandse Belastingdienst als inwoner van Nederland werd aangemerkt. De uitkomst van deze zaak, waarin het belastingverdrag met Zwitserland en de zogenaamde tie-breaker-regel centraal stonden, is van groot belang voor DGA's met complexe fiscale woonplaatsvraagstukken. De zaak loopt al een tijdje en kwam eerst voor de geheimhoudingskamer, hieruit volgt dat niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken mochten worden gebruikt.
Woonplaats in Nederland of in Zwitserland?
- Belanghebbende was tot 2013 getrouwd en heeft twee minderjarige kinderen.
- Belanghebbende is ondernemer en heeft ook 22 verhuurde panden in Nederland.
- Belanghebbende in deze zaak stelde dat hij sinds 2015 inwoner van Zwitserland was, waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking had. Hij stond tot september 2015 ingeschreven in Nederland, daarna in Zwitserland.
- De woning van belanghebbende is op 1 september 2015 verkocht
- In 2015 - 2017 zijn ongeveer € 33.000.000 aan dividenden uitgekeerd.
- In 2019 begint de inspecteur een vestigingsplaatsonderzoek bij de bedrijven van belanghebbende.
- In 2019 wordt op diverse fiscale onderwerpen (niet de woonplaats) een VSO gesloten met de belastingdienst.
- In 2020 wordt een woonplaatsonderzoek aangekondigd door de Belastingdienst. In het rapport van de Belastingdienst - dat een jaar later gereed is - wordt geconcludeerd dat belanghebbende in Nederland woont.
- In 2021 verzoekt de inspecteur aan de officier van justitie om informatie uit een strafrechtelijk onderzoek (artikel 55 AWR). In 2022 komt de OvJ hieraan tegemoet.
- Er volgen diverse navorderingsaanslagen inkomstenbelasting in 2020 en 2021.
Waarom richt zich het geschil?
Een hele rij zaken worden aan de rechtbank voorgelegd. De (belangrijkste) geschilpunten zijn:
Zijn alle op de zaak betrekking hebbende stukken overlegd?
Volgens de rechtbank wel, ook interne communicatie moet worden verstrekt en dit is ook gebeurd.
Heeft de inspecteur enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur geschonden?
Het fair play beginsel wordt getoetst aan Hoge Raad ECLI:HR:2005:AU3140, hiervan is geen sprake in deze casus. Mede wordt verwezen naar ECLI:NL:GHARL:2024:1501 (rechtsoverweging 4.8). Ook van schending van ander algemeen beginsel is geen sprake.
Is navordering over 2015 en 2016 mogelijk (in er sprake van nieuw feit)?
De rechtbank is van oordeel dat navordering op grond van nieuw feit mogelijk is en niet wordt verhinderd door een door de inspecteur begaan ambtelijk verzuim, zie Hoge Raad 16 april 2010 ECLI:NL:HR:2010:BJ9082 en Hoge Raad 14 augustus 2015 ECL:NL:HR:2015:2163
Is sprake van in rechte te beschermen opgewekt vertrouwen bij sluiten VSO?
Nee dit is namelijk geen onderdeel geweest van het onderzoek op dat moment.
Waar ligt de woonplaats van belanghebbende op grond van artikel 4 van de AWR?
Belanghebbende stelt dat hij in Zwitserland woont, hij is gescheiden, de woning in Nederland is verkocht, de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd en de kinderen komen regelmatig bij hem op bezoek. De lidmaatschappen in Nederland drogen langzaam op.
De inspecteur stelt dat belanghebbende sociale bindingen in Zwitserland heeft maar dat de bindingen in Nederland zijn blijven bestaan. Er staat belanghebbende woonruimte in Nederland beschikbaar en hij is regelmatig in Nederland. En daarnaast wonen de kinderen in Nederland en zijn er zakelijke belangen in Nederland. Ook heeft belanghebbende een Nederlandse vriendin. De rechter stelt dat belanghebbende binnenlands belastingplichtig is, de casus lijkt hierbij een beetje op Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1503.
Waar ligt de woonplaats van belanghebbende op grond van artikel 4 van het verdrag met Zwitserland?
De fiscale woonplaats van belanghebbende moet worden bepaald op grond van artikel 4.2 van het verdrag met Zwitserland, de zogenaamde Tie Breaker regel. Volgens de inspecteur heeft het verblijf van belanghebbende in Nederland geen incidenteel karakter (420 overnachtingen in periode van ruim 3 jaar, zeg 40% van de tijd) en altijd bij zijn vriendin. Belanghebbende vindt dit flauwekul en is het hier niet mee eens, hij heeft geen duurzaam tehuis in Nederland en ook geen sleutel van het huis van zijn vriendin. De vriendin heeft dit tijdens de zitting ook bevestigd. Volgens een uitspraak van de Hoge Raad op 3 oktober 2003 is het niet noodzakelijk dat een belastingplichtige een recht heeft om ergens te wonen, het feitelijk gebruik en de ter beschikking stelling kan voldoende zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank is de inspecteur er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de genoemde woningen duurzaam aan belanghebbende ter beschikking hebben gestaan. Weliswaar is aannemelijk dat belanghebbende regelmatig in bedoelde woningen heeft verbleven, maar daaruit kan nog niet worden afgeleid dat deze hem duurzaam ter beschikking stonden. Met uitzondering van een zeer korte periode, voorafgaand aan de emigratie van belanghebbende, is geen sprake van een zakelijk of persoonlijk recht dat belanghebbende ten aanzien van de woningen heeft kunnen doen gelden. Het huurcontract staat immers niet op zijn naam, maar op naam van zijn vriendin. Verder geldt naar het oordeel van de rechtbank dat de vriendin geloofwaardig heeft verklaard dat belanghebbende geen sleutel had en dat hij niet ‘zomaar’, wanneer het hem uitkwam, de woningen kon betreden. Onder die omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat de woningen hem ‘continuously’, oftewel permanent, ter beschikking stonden.
Conclusie procedure tie breaker rule
De inspecteur voerde aan dat de DGA ook in Nederland een duurzaam tehuis tot zijn beschikking had en dat het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland lag. De rechtbank concludeerde echter dat de DGA niet permanent een woning in Nederland tot zijn beschikking had. Op grond van de tie-breaker-regel uit het belastingverdrag met Zwitserland werd Zwitserland als woonstaat aangewezen. Nederland behield echter een beperkt heffingsrecht van maximaal 15% over de dividenden.
Is er nog recht om immateriële schade en vergoeding werkelijke proceskosten?
Er volgt nog een immateriële schade vergoeding (22 maanden langer dan 2 jaar) van €2.000 en tevens wordt (volgens standaard regeling) de proceskosten vergoed (€ 6.200) (zie Hoge Raad 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060) en met een kleine wegingsfactor van 0,25, zie Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526 . De werkelijke kosten worden niet vergoed, er is immers geen sprake van "tegen beter weten in criterium" uit Hoge Raad 13 april 2007 ECLI:NL:HR:2007:BA2802 of onzorgvuldig handelen van de inspecteur, zoals omschreven in Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2975
Andere procedure inzake vestigingsland vennootschap
In een andere procedure (over deze casus) ging het om de vestigingsplaats van de vennootschappen. De Rechtbank Gelderland kwam op 1 oktober 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:6628) tot de conclusie dat de kernbeslissingen in Nederland worden genomen en dus niet door de trustdirectie op Malta (maar door de adviseur of belanghebbende in Nederland). Via de Tiebraker regel (in belastingverdrag) is Nederland dan het vestigingsland. Derhalve Nederlandse bronbelasting over dividenduitkeringen. Het Ierland arrest en drielandenpunt arrest spelen hier verder niet omdat bij die arresten de werkelijke leiding niet in Nederland was gelegen.
Noot fiscaal jurist inzake deze uitspraak
Het heeft even geduurd en we wachten maar eens op hoger beroep. De adviseurskosten zullen niet mals zijn. De rechtbank oordeelde dat de DGA in Nederland geen duurzaam tehuis tot zijn beschikking had. Hoewel hij regelmatig bij zijn Nederlandse vriendin verbleef, beschikte hij niet over een eigen sleutel of permanent recht van toegang tot de woning. Onder artikel 4 van het belastingverdrag met Zwitserland wordt bij dubbele woonplaats eerst gekeken naar waar de belastingplichtige een duurzaam tehuis heeft. Als dat in beide landen het geval is, wordt gekeken naar het middelpunt van de levensbelangen (persoonlijke en economische bindingen). In dit geval wees de tie-breaker-regel Zwitserland aan als woonstaat. Hoewel Nederland niet als uiteindelijke woonstaat werd aangemerkt, mocht het dividenden belasten tegen een verdragstarief van maximaal 15%. Documenteer uw woonplaats zorgvuldig en zorg voor voldoende schriftelijk bewijs en doorbreek uw panden met Nederland. Zorg ook voor bewijs van duurzame bindingen, zoals een Zwitsers huur- of koopcontract, inschrijving in het bevolkingsregister, en Zwitserse verzekeringen. Vermijd het hebben van een duurzaam tehuis in Nederland, bijvoorbeeld door eigendommen te verhuren of verkoop te overwegen. Bezoeken aan Nederland, bijvoorbeeld voor familie of werk, kunnen argwaan wekken bij de Belastingdienst. Zorg dat deze bezoeken geen aanwijzing zijn voor het hebben van een duurzaam tehuis in Nederland. Deze uitspraak onderstreept het belang van een gedegen voorbereiding bij emigraties. DGA's die dividendinkomsten ontvangen, moeten zich bewust zijn van de regels rond fiscale woonplaatsbepaling en de belastingheffing over dividenden onder het verdrag. Een goed advies en nauwkeurige documentatie kunnen juridische en fiscale complicaties voorkomen.
Heeft u vragen over uw fiscale woonplaats of belastingverplichtingen? Neem contact op met een fiscaal jurist om uw situatie te bespreken.
Duurzame band met Bulgarije maar fiscale woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije.
- Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en ze waren sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland.
- In 2009 is erflater met zijn echtgenote geemigreerd en uitgeschreven uit de basisadministratie.
- In 2013 koopt erflater een woning in Bulgarije. Erflater is in Bulgarije niet geregistreerd als inwoner.
- In het kader van een boekenonderzoek komt de inspecteur in 2013 bij de woning. Tijdens het gesprek geven beide personen aan om in 2014 weer in Nederland te gaan wonen.
- In 2016 is erflater plotseling overleden.
- In Vanaf 2017 woont de echtgenote (volgens de basisadministratie) weer op dit adres.
- In geschil is of erflater in 2014 en 2015 in Nederland woont en hier aangifte inkomstenbelasting moet doen.
De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiele belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Het betaalgedrag van de erflater, de beschikbare woning en auto’s in Nederland, zijn familiebanden, vastgoed in Nederland, zijn aanwezigheid bij het boekenonderzoek en zijn functie als bestuurder van Nederlandse vennootschappen speelden hierbij een belangrijke rol. De erfgenamen stellen dat erflater in Bulgarije woont omdat hij daar met zijn vriendin (en hun gemeenschappelijke dochter) woonden en hij daar ook een onderneming dreef. De pin betalingen zouden niet door erflater zijn gedaan maar door zijn echtgenote. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Bulgarije werd vastgesteld dat de erflater voor belastingdoeleinden als inwoner van Nederland moest worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd ongegrond verklaard.
De Tiebreaker Rule bij fiscale woonplaats
Bij conflicten over de fiscale woonplaats tussen twee landen, kan een belastingverdrag met een tiebreaker rule uitkomst bieden. Deze regel bepaalt aan de hand van specifieke criteria welk land als woonstaat van de belastingplichtige wordt aangemerkt. Deze criteria omvatten onder andere de plaats waar de persoon een duurzaam tehuis heeft, het centrum van persoonlijke en econmische belangen, de plaats van gewoon verblijf en de nationaliteit. Deze volgorde van criteria is van belang om dubbele belastingheffing te voorkomen .
Rechtszekerheid en het Beleid van de Belastingdienst
Het gebrek aan duidelijkheid over welke feiten en omstandigheden relevant zijn voor de bepaling van de fiscale woonplaats leidt tot grote rechtsonzekerheid voor belastingplichtigen. De Belastingdienst heeft na een WOB-verzoek een deel van het beleid omtrent woonplaatsonderzoeken openbaar gemaakt, maar het beoordelingskader grotendeels weggelakt . Dit gebrek aan transparantie frustreert de rechtszekerheid en kan het vrije verkeer van personen binnen de EU belemmeren.
Fiscale noot inzake woonplaatsonderzoek
De fiscale woonplaats is een complex begrip dat afhankelijk is van vele feitelijke omstandigheden. Het gebrek aan een duidelijke definitie en het geheimhouden van beleidsuitgangspunten door de Belastingdienst leidt tot rechtsonzekerheid voor belastingplichtigen. Het is van belang dat de overheid transparant is over de criteria die zij hanteert bij het bepalen van de fiscale woonplaats om zo de rechtszekerheid te waarborgen en het vrije verkeer van personen binnen de EU te bevorderen.
De Tie Breaker regel staat in de meeste verdragen. Artikel 4 van de MLI bepaalt dat landen in overleg moeten bepalen welk land een persoon woont. De landen moeten dan met elkaar in overleg, de regels hieromtrent zijn opgenomen in het besluit MAP tie braeker.
Overwegingen die van belang zijn zijn de volgende:
- Verblijfplaats van het gezien en/of de belastingplichtige
- Nationaliteit en inschrijving bij de basis administratie
- De materiële werkelijk en alle feiten (Gerechtshof in 2015)
- Lengte verblijfsperiode (Gerechtshof in 2010)
- Financiële en economische betrekkingen / banden (Hoge Raad 2003)
- Sociale en maatschappelijke banden van de persoon (Gerechtshof in 2004)
- Plaats waar de persoon een duurzame woongelegenheid heeft aangehouden (die ook feitelijk ter beschikking staat) Gerechtshof in 2024 en Gerechtshof in 2003
Een belastingplichtige die Nederland metterwoon wil verlaten moet dit zorgvuldig vormgeven, rechtsonzekerheid blijft echter altijd. Deze is ook na het WOO verzoek en vele jurisprudentie nog niet helemaal weggenomen.
Lang verhaal kort, als er een woning in Nederland is (welke duurzaam ter beschikking staat) is dit vaak de fundering waarop de belastingdienst verder gaat bouwen. Welke overige argumenten dan worden gewogen blijft voorlopig redelijk onduidelijk. Het zoveel mogelij doorknippen van economische en persoonlijke banden is dus nog steeds van essentieel belang.
Mbappe fiscale wetgeving in Spanje
De officiële naam van deze wetgeving is niet "Mbappe wet" maar het lijkt erop dat deze nieuwe wet de lokale voetbalclub wel gaat helpen. De verwachting is dat ongeveer 30.000 mensen gebruik kunnen maken van deze nieuwe fiscale wetgeving in de regio Madrid. De regeling is van toepassing voor mensen die veel verdienen en willen investeren in de regio. Als een persoon aan de voorwaarden voldoet kan er een korting op de regionale belasting worden verkregen van 20%. De bedoeling van de wetgeving is om werkgelegenheid te creëren, nieuwe bedrijven te laten starten en/of bestaande bedrijven te laten groeien via buitenlands geld.
Belastingwetgeving in Spanje en Nederland, een vergelijking
In Nederland wordt er inkomstenbelasting voldaan aan de staat. In Spanje kennen we een stelsel waarbij er inkomstenbelasting wordt betaald aan de staat en aan de provincie / regio. De regio Madrid heeft in 2024 een nieuwe fiscale wetgeving bedacht voor grootverdieners. Deze wet doet een beetje denken aan de Beckham regeling die al bijna 20 jaar in Spanje bestaat. De verwachting is dat Mbappe per maand een salaris gaat ontvangen van ruim 3.500.000 (inclusief tekengeld compensatie), dit is zeker een grootverdiener. Als een groot verdiener (zoals Mbappe) aan de voorwaarden voldoet is hij - in de regio Madrid - slechts 24,5% inkomstenbelasting verschuldigd. De wetgeving moet formeel nog worden goedgekeurd en heeft dan terugwerkende kracht tot 1 januari 2024.
Bedoeling Mbappe wetgeving in Madrid
De bedoeling van de nieuwe wetgeving is dat investeerders uit het buitenland nieuwe banen gaan creëren in de regio Madrid en om nieuwe ondernemingen in de regio aan te trekken. Het is een wetsvoorstel van de regering in Madrid.
Voorwaarden en uitleg Mbappe wetgeving
De wetgeving kent wel enkele strikte voorwaarden, de belangrijkste:
- de laatste 5 jaar heeft de persoon niet in Spanje gewoond;
- aftrekpost van 20% op investeringen in bestaande of nieuwe bedrijven (of de Spaanse staat) of onroerend goed projecten;
- de persoon mag geen leidinggevende of uitvoerende rol hebben binnen het bedrijf;
- persoon met niet (met familie) voor meer dan 40% het bedrijf controleren;
- korting op regionale belastingen (maximaal tarief is 20,5% boven inkomen van € 57.000)
- de overheidsbelasting (staatsbelasting) van 24,5% blijft gewoon verschuldigd
- de investeringen moeten 6 jaar worden aangehouden
Fiscale advisering Spanje
Wij adviseren wekelijks ondernemers en DGA's bij een mogelijke emigratie naar Spanje, hierbij adviseren wij over de nationale gevolgen van uw emigratie. Omtrent de gevolgen en wetgeving in Spanje overleggen wij altijd met een lokale adviseur. Als u vragen of opmerkingen heeft of een advies wilt ontvangen kunt u ons een e-mail sturen of contact opnemen met onderstaande adviseurs.
Formulier wereldinkomen invullen
Het formulier opgaaf wereld inkomen (het NiNbi formulier) is bedoeld om uw Nederlandse en niet Nederlandse inkomen bij elkaar op te tellen. De Belastingdienst gebruikt dit bedrag om de definitieve hoogte van uw toeslagen en de buitenland bijdrage voor de zorgverzekeringswet vast te stellen.
Als u een formulier wereldinkomen ontvangt dan bent u verplicht dit in te vullen. U ontvangt dit formulier van de belastingdienst als u of uw partner niet in Nederland woont en wel inkomen of toeslagen uit Nederland heeft ontvangen. Maar wat is uw wereldinkomen en hoe moet dit formulier worden ingevuld? In dit artikel een uitleg en als u nog met vragen zit kunt u contact met ons opnemen.
Waarom formulier opgaaf wereld inkomen
Met het formulier opgaaf wereldinkomen geeft u aan de belastingdienst uw totale wereld inkomen door. Dit formulier wordt u alleen toegestuurd als u niet meer in Nederland woont in een belastingjaar. U bent verplicht om dit formulier in te vullen.
Wat als ik het formulier wereldinkomen niet zou invullen?
Als u het formulier wereldinkomen niet zou invullen dat gaat de belastingdienst - op grond van bij haar bekende informatie - een schatting maken van uw wereldinkomen en op grond hiervan aanslagen opleggen.
Wat moet er worden opgegeven op het formulier voor de opgave van wereldinkomen?
Op het formulier voor de opgave van wereldinkomen moet het totaal van het Nederlandse en niet-Nederlandse inkomen worden opgegeven. Dit omvat specifiek het wereldinkomen uit werk en woning, en eventuele voordelen uit sparen en beleggen. Het formulier vraagt expliciet naar het bedrag van de rendementsgrondslag en het heffingsvrij vermogen. Het is van belang dat bij de opgave van het wereldinkomen niet wordt uitgegaan van buitenlandse maatstaven, zoals 'Portugese maatstaven', maar dat de opgave conform de Nederlandse fiscale vereisten wordt gedaan.
Stappenplan voor invullen formulier wereld inkomen
- Zoek de juiste documenten bij elkaar: jaaropgaven, belastingaangiften etc.
- Vul uw eigen inkomen in (formulier is persoonsgebonden)
- Tel uw Nederlandse inkomen op bij uw buitenlandse inkomen
- Stuur het ingevulde formulier op (en maak een kopie voor verzending)
Kan ik een boete krijgen als ik het formulier wereldinkomen niet juist invul
Het niet correct opgeven van deze gegevens kan worden gezien als grove schuld (zie Gerechtshof Amsterdam d.d. 4 april 2023 ECLI:NL:GHAMS:2023:811). Ook in een andere uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd dat er een boete kan worden opgelegd als het inkomen niet juist of volledig wordt ingevuld (Rechtbank Noord Holland d.d. 20 mei 2022 ECLI:NL:RBNHO:2022:4511).
Wat is uw wereldinkomen?
Het wereldinkomen is het totale inkomen van u uit Nederlandse en buitenlandse bron. Dit kan gaan om arbeidsinkomen en inkomen uit vermogen. Als u een partner heeft dan krijgt uw partner veelal ook een dergelijk formulier toegezonden. De belastingdienst brengt u inkomen meestal in kaart om uw toeslagen in Nederland juist en volledig te kunnen bepalen.
Met het formulier opgaaf wereldinkomen doet u echter geen aangifte voor de inkomstenbelasting. De informatie wordt dus niet gebruikt om te kunnen bepalen of u in Nederland inkomstenbelasting en/of premies volksverzekeringen moet betalen.
Wanneer krijg ik een formulier wereld inkomen toegezonden?
Dit formulier wordt u toegezonden in de volgende situaties:
- er is een conflict met de belastingdienst over buitenlandse belastingplicht
- u bent zpper en heeft in het buitenland een onderneming
- u bent geemigreerd of gaat emigreren of u woont in het buitenland
- u otnvangt toeslagen
- u bent geremigreerd of gaat naar Nederland emigreren
- u ontvangt een uitkering of pensioen uit het buitenland
- u ontvangt een uitkering of pensioen uit Nederland en woont in het buitenland
Welk bedrag moet ik invullen bij toetsingsinkomen bij opgave wereld inkomen?
Dit toetsingsinkomen staat in uw aangifte inkomstenbelasting over het jaar. Als u geen aangfite heeft gedaan dan is dit het belastbare inkomen dat u als loon heeft ontvangen. Dit staat op uw jaaropgave en kunt u ook nazien via de vooraf ingevulde aangifte inkomstenbelasting (inloggen bij de belastingdienst)
Waar moet het formulier wereld inkomen naar toe?
Het formulier moet u versturen aan
- Belastingdienst
- Eenheid kennis en expertise centrum Buitenland
- Postbus 2523
- 6401 DA Heerlen (Nederland)
Krijg ik een reactie van de belastingdienst nadat ik formulier wereld inkomen heb ingeleverd?
Nadat u het formulier heeft ingevuld en verzonden krijgt u van de belastingdienst een bevestiging (beschikking). Deze beschikking Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) bevat uw werldinkomen dat dan bestaat uit uw inkomen in Nederland en uw inkomen uit het buitenland. Als u al een aanslag inkomstenbelasting over het jaar hebt ontvangen staat op deze opgave uw verzamelinkomen. Is er geen aangifte inkomstenbelasting over het jaar ingediend dan zal de belastingdienst uitgaan van de informatie welke bij hen bekend is.
Hulp bij invullen formulier opgave wereld inkomen
Wij verzorgen dagelijks M biljetten en/of opgaven wereld inkomen. In dergelijke situaties kunnen wij u adviseren over de gevolgen van uw emigratie over de belastinggevolgen op basis van Nederlandse belastingregels. Voor een advies over het nationale belastingstelsel in een ander land zal een lokale belastingadviseur worden ingeschakeld, deze is op de hoogte van als relevante feiten in het buitenland. Wij beschikken over een groot netwerk in het buitenland.
Ook adviseren wij belastingplichtigen over procedures in bezwaar of beroep bij een onjuiste NiNbi beschikking. In een procedure bij de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 25 oktober 2023 is dit inkomen te hoog vastgesteld. Dit was ook aan de orde bij een uitspraak van dezelfde Rechtbank op 14 juni 2023. Er ontstaat vaak discussie over "wie mag heffen". Als een uitkering is toegewezen aan het buitenland dan gaat het in de opgave wereldinkomen om "niet in Nederland belastbaar inkomen". Tevens is er regelmatig discussie over aftrekposten (eigen woning en zorgkosten) die bij een niet kwalificerende belastingplichtige mogen worden meegenomen.
Voor een wat complexere zaak verwijzen wij ook naar de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag op 12 januari 2021. Als u het inkomen niet juist of volledig zou opgeven kan een boete worden opgelegd (Rechtbank Noord Holland d.d. 20 mei 2022 ECLI:NL:RBNHO:2022:4511)
Bron opgave wereld inkomen
Belastingheffing in Frankrijk
Op vrijdag 21 juni 2024 speelt Nederland tegen Frankrijk, een mooie reden om te kijken hoe het fiscale stelsel in Frankrijk werkt. Een mooi land dat zeker geen belastingparadijs is. Qua tarieven en wetgeving lijkt het redelijk op Nederland.
Algemene informatie Frankrijk
Frankrijk is een West-Europees land en heeft een gevarieerd landschap, van de bergketens van de Alpen en de Pyreneeën tot de prachtige kusten langs de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. De Franse cultuur staat wereldwijd bekend om zijn kunst, literatuur, mode en keuken. Het land heeft een lange traditie van toonaangevende kunstenaars, schrijvers en ontwerpers voortgebracht, en de Franse keuken wordt beschouwd als een van de beste ter wereld. Niet te vergeten heeft Frankrijk ook erg goede wijnen.
Belastingheffing in Frankrijk
Frankrijk heeft een zeer uitgebreid belastingstelsel en heeft met veel landen een belastingverdrag gesloten. Zo ook met Nederland (sinds 1973). In dit artikel gaan wij kort in op het Franse belastingstelsel.
Net zoals de meeste andere Europese landen is Frankrijk geen belastingparadijs. Ze hanteren een progressief belastingstel. Ze hebben een personenbelasting wat vergelijkbaar is met de Nederlandse inkomstenbelasting en een afzonderlijke bedrijvenbelasting (vergelijkbaar met de Nederlandse vennootschapsbelasting).
Inkomstenbelasting in Frankrijk
Frankrijk hanteert progressieve schijven. Onderstaand volgt een opsomming van de schijven:
- 0% voor inkomens tot € 11.294
- 11% voor inkomens tussen € 11.295 en € 28.797
- 30% voor inkomens tussen € 28.798 en € 82.341
- 41% voor inkomens tussen € 82.342 en € 177.106
- 45% voor inkomens boven de € 177.107
Particulieren moeten nog steeds een aangifte indienen meestal tussen mei en juni na het afgesloten kalenderjaar
Kapitaalwinstbelasting in Frankrijk
30% op roerende goederen en 19% op onroerend goed.
Kapitaalinkomstenbelasting in Frankrijk
Er wordt een forfaitair bedrag van 30% geheven (12,8% inkomstenbelasting en 17,2% sociale bijdragen).
Erfbelasting in Frankrijk
Voor de erfbelasting gelden progressieve tarieven tot 45%.
Vermogenswinstbelasting in Frankrijk
19% plus 17,2% sociale bijdragen
Vennootschapsbelasting in Frankrijk
Het tarief vennootschapsbelasting bedraagt: 25%. Er geldt onder voorwaarden een verlaagd tarief voor de verkoop van onroerend goed van 19%. Ook kunnen kleine- en nieuwe ondernemingen onder voorwaarden onder een verlaagd tarief vennootschapsbelasting vallen. Tot slot zijn vermogenswinsten op de verkoop van aandelen onder voorwaarden grotendeels vrijgesteld onder de deelnemingsvrijstelling. Verliezen uit andere jaren mogen worden verrekend, maar kunnen zijn aan een maximum gebonden.
Omzetbelasting in Frankrijk
Het standaard hoge tarief is 20%. Voorts zijn er verlaagde tarieven van 10% en 5,5%.
Overdrachtsbelasting in Frankrijk
Frankrijk kent ‘slechts’ een overdrachtsbelasting van 5% tot 6% op onroerende zaken. Vennootschappen waarin hoofdzakelijk onroerende zaken zitten is een tarief van 0,1% verschuldigd.
Noot Fiscaal Jurist inzake belastingstelsel Frankrijk
Het Franse belastingstelsel is erg complex en uitgebreid, met veel verschillende soorten belastingen die door zowel bedrijven als particulieren moeten worden betaald. Bij emigratie is het noodzakelijk er overleg gaat plaatsvinden tussen uw Nederlandse en Franse adviseur. Wij kunnen u vFrankrijk kent ook vele tegemoetkoming in de vorm van verlaging van tarieven bij bijvoorbeeld kleine ondernemingen. Dit maakt het belastingstelsel onder andere ook zo ingewikkeld. Voor actuele en volledige info verwijzen wij u graag naar: France Highlights 2024 (deloitte.com)
Curaçao en belastingheffing
Onze collega Henk Davina verblijft beroepsmatig regelmatig op Curaçao, vanuit dit mooie eiland heeft hij onderstaande artikel geschreven.
Curaçao stond altijd bekend als een belastingparadijs. Door de internationale druk op belastingparadijzen heeft Curaçao haar wetgeving aangepast en in overeenstemming gebracht met geldende internationale bepalingen. Onze collega Henk Davina komt regelmatig op Curaçao. Omdat wij als kantoor regelmatig vragen krijgen over emigratie naar Curaçao heeft hij in grote lijnen de huidige fiscale wetgeving van Curaçao op een rijtje gezet. Hier vindt u nog meer informatie over "waar moet ik belasting betalen". De regeling tussen Nederland en Curaçao kunt u hier raadplegen.
Schema belastingstelsel op Curacao
Inkomstenbelasting op Curacao
Indien men op Curaçao woont en werkt zijn inkomsten uit arbeid, winst uit onderneming, rente en dividend volledig belast. Inkomsten uit onroerende zaken, b.v. verhuur 2e woning, worden voor 65% belast, waarbij de rente op de hypotheek wel aftrekbaar is. In principe komt het erop neer dat alles in ‘Box 1’ wordt belast. Afhankelijk van het inkomen bedraagt het belastingtarief tussen de 9,75% en 46,5%.
Penshonadoregeling op Curacao
Werkt men niet meer of is men van plan om te stoppen met werken om op het tropische eiland Curaçao te gaan genieten van het leven, dan kan men gebruik gaan maken van de Penshonado-regeling. Hoe lekker is dat? Hiermee kunt u onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van zeer gunstige belastingtarieven.
De Pensonadoregeling is per 1 januari 2016 door de invoering van de nieuwe belastingregeling (BRNC) wel veranderd. De verdeling Van de heffingsrechten tussen Nederland en Curaçao is op dat moment gewijzigd. Deze verandering gelden echter niet voor personen die al op 5 juni 2014 op Curaçao waren gaan wonen, en het pensioen op die datum al was ingegaan.
Belastingvoordeel Penshonadoregeling op Curacao
De Penshonado-regeling is een regeling die belastingvoordeel kan opleveren voor buitenlandse inkomsten en kent twee vormen. De kern van beide regelingen is dat onder bepaalde voorwaarden inkomsten uit het buitenland tegen een tarief van 5% (oude regeling) of 10% kunnen worden belast. Ook kan er gekozen worden om een forfaitair buitenlands inkomen van ANG 150.000,- (oude regeling) of ANG 500.000,- te belasten tegen het normale tarief, ongeacht het werkelijk genoten buitenlands inkomen.
Wanneer komt u in aanmerking om zich als Penshonado op Curaçao te laten registreren?
Voorafgaand aan het aanvragen van de Penshonado-status mag u niet op
Curaçao gewoond hebben gedurende een aaneengesloten periode van minimaal
5 jaar
De Penshonado-regel is o.a. opgezet om buitenlands vermogen naar Curaçao te krijgen. Vandaar dat het niet mogelijk is voor mensen die al lange tijd op Curaçao wonen.
U bent 50 jaar of ouder op het moment van inschrijven in bevolkingsregister
van Curaçao
Ook al ruim voordat u de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt (in Nederland), is het mogelijk om dat u zich via de Penshonado-regeling op Curaçao vestigt.
U bent ingeschreven als inwoner van Curaçao en ook daadwerkelijk woonachtig
op Curaçao
U moet wel echt op Curaçao gaan wonen. Een ‘grijze’ constructie waarbij uw werkelijke dagelijks leven zich toch in een ander land afspeelt is niet toegestaan.
Binnen 2 maanden na aankomst op Curaçao moet u de lokale Belastingdienst informeren over de intentie om gebruik te gaan maken van de Penshonado-regeling
Deze voorwaarde is wel belangrijk om te onthouden; na de emigratie is men vaak druk met van alles en dan zijn die 2 maanden zo voorbij.
Binnen 18 maanden na aankomst op Curaçao heeft u een woning in bezit
van minimaal NAF 450.000 (daadwerkelijk beschikbaar), of woont u in een
monumentaal huurhuis met een waarde van minimaal NAF 450.000
Omdat de regel bedoeld is om Curaçao aantrekkelijk te maken voor mensen met buitenlands vermogen, is een eis gesteld voor een koopwoning of monumentale huurwoning van minimaal NAF 450.000 (ongeveer € 230.000). U moet ook zelf in de koopwoning gaan wonen; als de koopwoning verhuurd wordt telt dit niet mee voor de Penshonado-regeling. U werkt niet op Curaçao. Wel mag u bestuurder zijn van een vennootschap (40% aandeelhouder)
Inkomsten uit arbeid worden belast tegen het gewone Curaçaose tarief
voor inkomstenbelasting
Het voordelige belastingtarief geldt alleen voor geld dat van buiten Curaçao komt. Dit kan bv. ook een uitkering vanuit Nederland zijn.
Premieplicht op Curacao
Als u gebruik maakt van de Penshonado-regeling bent u alsnog verplicht verschillende premies te betalen. Dit betreft de premie voor de Basisverzekering Ziektekosten (BVZ), Algemene Verzekering Bijzondere Ziektekosten (AVBZ) en afhankelijk van uw leeftijd ook de premie voor Algemene Ouderdomsverzekering (AOV) en Algemene Weduwen- en Wezenverzekering (AWW).
Het heffingsrecht vanaf 1 januari 2016
Door de veranderingen per 2016 mag Nederland voortaan volledig heffen over het AOW-inkomen, en mag Nederland daarnaast ten minste 15% heffen over ander pensioeninkomen. Vervolgens gaat het heffingsrecht over naar Curaçao. Hoe dit uitwerkt is voor iedereen natuurlijk anders. Bepalend is o.a. de hoogte van uw pensioen en of u bijvoorbeeld een overheidspensioen ontvangt. Daarnaast is ook de premieheffing in Nederland en Curaçao van belang. Afhankelijk hoeveel pensioen u ontvangt bedraagt de belastingdruk (zonder premieheffing) meer dan 10% indien de Penshonado-regeling van toepassing is. Het bijzondere hieraan is dat niet in Curaçao maar aan Nederland afgedragen moet worden. De Curaçaose Penshonado-regeling is daardoor ook een beetje een Nederlandse regeling geworden….
Winstbelasting op Curacao
Rechtspersonen, zoals NV’s, BV’s, Stichting particulier fonds (SPF) en bijvoorbeeld verenigingen en stichtingen die een bedrijf uitoefenen zijn aan winstbelasting onderworpen.
Er zijn verschillende tarieven van toepassing voor de winstbelasting. Het winstbelastingtarief bedraagt 22% (algemeen tarief). Per 1 juli 2018 is de vrijgestelde vennootschap omgevormd tot een Curaçaose Beleggingsvennootschap (zie hierna) die voor zijn winst belast is naar een tarief van 0%. Verder is de winst voor de lichamen die als doelvermogens aangemerkt zijn, belast naar een tarief van 10/T (T= het algemeen tarief). Voor de E-zone vennootschappen zijn hun winsten belast naar een tarief van 2%. Dit belastingtarief voor de E-zone vennootschappen is van toepassing tot en met het jaar 2022. Tot slot is er een tarief van 3% voor lichamen die aangemerkt zijn als laag belaste activiteiten. Deze laag belaste activiteiten zijn:
- Bouw, reparatie en onderhoud aan schepen en vliegtuigen;
- Ondersteunende diensten;
- Opslag en logistieke verwerking;
- Diensten aan beleggingsfondsen.
Het tarief voor de laag belaste activiteiten is niet van toepassing op notarissen, advocaten, openbare accountants, fiscale adviseurs en directievoering.
Geen belastingparadijs meer voor ondernemingen!
Curaçao stond al jaren op de ‘black list’ als belastingparadijs. Internationale fiscale ontwikkelingen hebben er in 2001 toe geleid dat het bekende offshore-regime geleidelijk werd afgeschaft. Dit was echter nog niet voldoende om aan de internationale richtlijnen te voldoen. Onder internationale druk van de OESO heeft Curaçao in 2018 en vervolgens in 2019 (omdat men in 2018 nog niet aan de voorwaarden voldeed) haar fiscale wetgeving wederom aangepast.
Curaçaose Beleggingsvennootschap
Gelijktijdig met het afschaffen van diverse voordelen is de Curaçaose Beleggingsvennootschap (CBV) geïntroduceerd. De CBV vertoond grote gelijkenis met de afgeschafte vrijgestelde vennootschap. Om voor de status van CBV in aanmerking te komen dienen zowel de statutaire doelomschrijving alsmede de feitelijke werkzaamheden van de vennootschap te bestaan uit het uitsluitend of nagenoeg uitsluitend verrichten van kredietuitzettingen, het beleggen in effecten en deposito’s of het ontwikkelen en exploiteren van intellectuele en industriële eigendomsrechten en soortgelijke vermogensrechten.
Voor de CBV geldt dat deze entiteit reële aanwezigheid in Curaçao moet hebben. Op basis van de winstbelastingwetgeving dienen vennootschappen die gebruikmaken van een speciaal tarief of regime in beginsel te beschikken over reële aanwezigheid (‘substance’) in Curaçao. Van een reële aanwezigheid is sprake indien de vennootschap:
- een bij de aard en omvang van de activiteiten van het lichaam, dan wel het concern passend aantal gekwalificeerde lokale voltijd werknemers, al dan niet in dienstbetrekking heeft;
- een bij de aard en omvang van de activiteiten van het lichaam, dan wel het concern passend bedrag aan jaarlijks terugkerende lokale operationele kosten heeft; en
- de kernactiviteiten die de inkomsten genereren in of vanuit Curaçao worden verricht.
Echter de CBV wordt als subjectief belastingplichtige aangemerkt voor de winstbelasting, en dient voorlopige en definitieve aangiften Winstbelasting in te dienen. De CBV is niet vrijgesteld van winstbelasting maar onderworpen aan een belastingtarief van 0% over kwalificerend inkomsten.
Stichting Particulier Fonds op Curacao
Ingaande 1 januari 2019 is de SPF ook aangifteplichtig voor de winstbelasting. De vrijstelling van winstbelasting blijft wel bestaan indien de ‘winst’ van de SPF niet voortvloeit uit een bedrijf. Deze SPF wordt door de Nederlandse Belastingdienst gezien als afgezonderd particulier vermogen (APV). Het vermogen wordt toegerekend aan de inbrenger van het vermogen (box 3) dan wel aan de erfgenamen.
Omzetbelasting op Curacao
Curaçao kent net als de meeste landen ook een omzetbelasting.
Men hanteert een drietal tarieven:
- 6%, het algemene tarief,
- 7% ter zake van verzekeringen en het verstrekken van logies in een hotel/appartement voor kortdurend verblijf,
- 9% voor goederen en diensten zoals, levering van auto’s en boten, horecabestedingen (maaltijden, dranken), tabak, telefoons, vuurwerk e.d.
Daarnaast kent men, net als in Nederland, ook een groot aantal vrijstellingen. Het grote verschil met Nederland is dat men geen aftrekrecht heeft op de omzetbelasting die aan een ondernemer in rekening wordt gebracht. Elke schakel in een proces wordt dus (cumulatief) belast met OB.
Tenslotte
Aruba, Curacao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het Koninkrijk. Op basis van de belastingregeling Nederland en Curacao zijn er afspraken gemaakt tussen Nederland en Curacao. Voor Sinte Maarten is andere regeling van toepassing. De BES Eilanden (Bonaire Sint Eustatius em Saba) worden gezien als openbare lichamen (zeg een soort gemeente) van Nederland. Caribisch Nederland kent een geheel eigen belastingstelsel (zie hier), bij vragen over bovenstaande artikel kunt u contact met ons opnemen.
Overdracht onderneming naar buitenland
Het Tabaksconcern British American Tobacco (artikel NRC) heeft ruim 1,7 miljard aan winst buiten de boeken gehouden en krijgt naast een belastingaanslag een boete van ruim 100 miljoen euro. Vorenstaande volgens een uitspraak van de Rechtbank Noord Holland d.d 15 december 2023 (ECLI:NL:RBNHO:2023:2635) en een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank d.d. 17 oktober 2022. Het tabaksconcern gaat vast in hoger beroep en is teleurgesteld, de belastingdienst is tevreden. De centrale vraag in deze procedures is of er activa zijn overdragen naar het buitenland zonder dat hierover belasting is betaald.
Volgens de rechtbank wordt de winst op kunstmatige wijze laag gehouden via diverse internationale doorbelastingen. Dit ging om kosten - ten laste van de Nederlandse winst - inzake garantstellingen, hulp bij kostenbesparingen, vergoeding voor interne dienstverleningen inzake productie, etc. Daarnaast is een deel van de Nederlandse activiteiten zonder eindafrekening overgedragen aan een vennootschap in het Verenigd Koninkrijk, dit zou een Nederlandse winst opleveren van 1,7 miljard.
Reorganisatie binnen internationaal concern
De rechtbank is van mening dat X BV (groot concern) overdrachtswinst had moeten nemen over de verkoop van ondernemingsactiviteiten aan een vennootschap in het Verenigd Koninkrijk. Kort en goed is sprake van het volgende:
Mijn excuses, het lijkt erop dat er een probleem is met het ophalen van de uitspraken via de tool voor rechtspraak. Desalniettemin kan ik een samenvatting geven op basis van de inhoud die u hebt verstrekt:
- Traditioneel werden er zelden boetes opgelegd in transfer pricing geschillen tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst, met uitzondering van zaken met duidelijke opzet. Een beleidsmatige, maar niet geformaliseerde, toezegging van de staatssecretaris en het ontbreken van gedetailleerde wetgeving droegen hieraan bij.
- De algemene perceptie was dat het hebben van transfer pricing (TP) documentatie boetes kon voorkomen.
- De boetes (ruim € 107.000.000) in deze procedure zijn gerelateerd aan twee kwesties: vaststelling van factoring fees en het overdragen van een onderneming naar een Britse aandeelhouder.
- De rechtbank beschouwde de handelingen rondom de ondernemingsoverdracht als een substantiële verandering die resulteerde in een winstuitdeling en eindafrekening gebaseerd op historische kasstromen. X BV was van mening dat er sprake is van onbelast stopzetten van licentiecontracten en dat er geen sprake is van overdracht van activa naar het buitenland. Volgens de rechtbank en de Belastingdienst zijn een belangrijk deel van de Nederlandse activiteiten stopgezet en verplaatst naar het VK. De moeder in het VK moet zich hebben gerealiseerd dat er sprake was van een soort van winstuitdeling en dat hierover een eindafrekening in Nederland moet plaatsvinden.
- De uitspraak van de rechtbank benadrukt dat het bezitten van professioneel opgestelde TP-documentatie geen garantie biedt tegen boetes. Ook blijkt dat TP-documentatie onvoldoende kan zijn wanneer de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard.
- De rechtbank onderzocht kritisch de kwaliteit van TP-rapporten en beschouwde het zogenaamde 'shopgedrag' tussen rapporten als bewijs van (voorwaardelijke) opzet van de tabaksfabrikant. TP-documentatie bleek onvolkomenheden en onvolledigheden te bevatten en de fabrikant kon niet aantonen dat haar interpretatie volledig juist was.
- De zaak dient als een serieuze waarschuwing: TP-documentatie geeft geen volledige bescherming tegen boetes en kan ontoereikend zijn onder een verzwaarde bewijslast.
Noot fiscaal jurist inzake overdracht bedrijfsactiviteiten
De tabaksfabrikant heeft bedrijven in Nederland en in het buitenland. Voor de productie en verkoop van deze producten vinden er binnen het concern transacties plaats, hiervoor worden intern vergoedingen met elkaar afgesproken, de fiscale verrekenprijzen (of transferpricing). De belastingdienst en de rechters zijn van mening dat deze verrekenprijzen niet zakelijk zijn en dat de Nederlandse BV dus teveel kosten betaalde. Het gevolg is dat er over een aantal jaren te weinig vennootschapsbelasting in Nederland wordt betaald.
Tevens wordt in 2016 een deel van de activiteiten gestaakt (of verkocht dat is de vraag). De belastingdienst is van mening dat de activiteiten zijn overgebracht naar het buitenland en dat hierover in Nederland nog moet worden afgerekend.
De rechtbank stelt de belastingdienst grotendeels in het gelijk. Van een groot deel van de intercompany doorbelastingen is niet voldoende bewezen dat de overeengekomen vergoedingen ook tussen onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen. Tevens is de rechtbank van mening dat er bedrijfsactiviteiten binnen het concern zijn verkocht.
Het gevolg is een stevige aanslag vennootschapsbelasting met een extreem forse boete (qua bedrag). In deze film wordt de situatie nog een uitgelegd. De boete was in eerste aanleg nog hoger en is - in verband met overschrijding van de redelijke termijn - iets verlaagd.
Bij de " emigratie van een onderneming " moet er in Nederland een exit heffing worden betaald. Dit is niet anders dan bij een normale overdracht van activiteiten door een BV of onderneming.
In onze dagelijkse praktijk hebben we wekelijks te maken met klanten die naar het buitenland verhuizen. Het verplaatsen van de fiscale woonplaats heeft grote fiscale gevolgen op het gebied van belastingheffing en premiesheffing sociale verzekeringen. Bij de overdracht van bedrijfsactiviteiten (of een BV) moet er ook rekening worden gehouden met een eindafrekeningwinst binnen de BV.
Heeft u vragen over een emigratie of uw vertrek naar het buitenland neem dan gerust contact met ons op.
Oostenrijk en belastingen
Nederland speelt tijdens de EK voetbal tegen Oostenrijk. Een mooie aanleiding om iets te vertellen over dit mooie land en haar fiscaliteit.
Officieel bekend als de Republiek Oostenrijk, is een centraal-Europees land dat bekend staat om zijn rijke culturele erfgoed, adembenemende landschappen en hoge levenskwaliteit. Met zijn indrukwekkende Alpen, pittoreske dorpen en levendige steden zoals Wenen en Salzburg, trekt Oostenrijk jaarlijks miljoenen toeristen van over de hele wereld. Naast zijn natuurlijke en culturele pracht, heeft Oostenrijk ook een goed georganiseerd en efficiënt belastingstelsel dat zowel individuen als bedrijven aanspreekt. Nederland heeft met Oostenrijk een belastingverdrag gesloten in 1970. Dit verdrag is in 2008 aangepast.
Algemene Informatie over Oostenrijk
Oostenrijk is een federale republiek en grenst aan acht landen: Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Italië, Zwitserland en Liechtenstein. Het land heeft een bevolking van ongeveer 8,9 miljoen mensen en de officiële taal is Duits. Oostenrijk is een welvarend land met een sterke economie die wordt aangedreven door industrie, toerisme en een hoogontwikkelde dienstensector. Het land is tevens lid van de Europese Unie en maakt deel uit van de eurozone. Oostenrijk staat bekend om zijn muziek- en kunstgeschiedenis, met beroemde componisten zoals Mozart, Beethoven en Strauss, en iconische culturele evenementen zoals het Weense Operabal. De hoofdstad Wenen is meerdere keren uitgeroepen tot de stad met de hoogste levenskwaliteit ter wereld, dankzij zijn efficiënte openbaar vervoer, schone omgeving en uitstekende gezondheidszorg.
Het Oostenrijkse Belastingstelsel
Oostenrijk is geen belastingparadijs. Het land heeft een progressief belastingstelsel voor particulieren en een afzonderlijk systeem voor bedrijven. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste belastingvormen en -tarieven in het land.
Inkomstenbelasting voor particulieren in Oostenrijk
Progressieve Schijven: Oostenrijk heeft een progressieve inkomstenbelasting
met verschillende schijven:
- 0% voor inkomens tot € 12.816.
- 20% voor inkomens tussen € 12.817 en € 20.818.
- 30% voor inkomens tussen € 20.891 en € 34.513.
- 40% voor inkomens tussen € 34.514 en € 66.612
- 48% voor inkomsten tussen € 66.613 en € 99.266
- 50% voor inkomsten tussen € 99.267 en € 1.000.000
- 55% voor inkomsten boven € 1.000.000
Pensioenen worden belast tegen een maximaal tarief van 22,8%.
Winst belasting over vermogensgroei (capital gain) in Oostenrijk
Dit belastingtarief bedraagt tussen de 27,5 % (normaal vermogen) en 30% (vastgoed).
Sociale Verzekeringsbijdragen
Naast de inkomstenbelasting betalen werknemers en werkgevers sociale verzekeringsbijdragen die bijdragen aan pensioenen, gezondheidszorg en werkloosheidsuitkeringen. De werkgeversbijdrage bedraagt 20,98% en de werknemersbijdrage 18,07%.
Belastingvrije toeslagen en aftrekken
Er zijn verschillende belastingvrije toeslagen en aftrekken beschikbaar, zoals voor kinderen, pendelaars en uitgaven voor onderwijs, wat helpt om de belastingdruk te verlichten.
Vennootschapsbelasting in Oostenrijk
De vennootschapsbelasting in Oostenrijk bedraagt 23%. Dit tarief geldt voor de winst van bedrijven, ongeacht hun omvang. Verliezen kunnen onbeperkt vooruit worden verrekend en meestal slechts voor 75% in het belastingjaar (= kalenderjaar) zelf.
Dividendenbelasting in Oostenrijk
Dividenden tussen bedrijven (tenminste 10%) van de aandelen zijn vrijgesteld
van dividend belasting. Uitgekeerde dividenden aan prive personen worden
belast tegen een tarief van 27,5% (zeg ons box 2 tarief).
BTW (Belasting over de Toegevoegde Waarde) in Oostenrijk
- Standaardtarief: Het standaard BTW-tarief in Oostenrijk is 20%, wat van toepassing is op de meeste goederen en diensten.
- Verlaagd Tarief: Er is een verlaagd tarief van 10% voor bepaalde essentiële goederen en diensten, medische zaken, levensmiddelen en boeken, om deze toegankelijker te maken voor de bevolking. Voor sommige goederen geldt een tarief van 13% BTW.
Andere Belastingvormen in Oostenrijk
Kapitaalwinstbelasting in Oostenrijk
Kapitaalwinsten uit beleggingen worden belast tegen een tarief van 27,5%, wat geldt voor winsten behaald uit de verkoop van aandelen, obligaties en andere investeringen.
Overdrachtsbelasting in Oostenrijk
De overdrachtsbelasting in Oostenrijk bedraagt slechts 3,5%
Erf- en Schenkbelasting en Oostenrijk
Hoewel Oostenrijk geen specifieke erf- en schenkbelasting kent, kunnen kapitaalwinsten die voortvloeien uit schenkingen of erfenissen belastbaar zijn onder de kapitaalwinstbelasting.
Belastingaangifte en betaling
Belastingaangiften moeten jaarlijks worden ingediend. Voor particulieren die geen gebruik maken van een belastingadviseur is de deadline doorgaans 30 april, terwijl diegenen die wel een belastingadviseur gebruiken, tot 30 juni de tijd hebben. Belastingplichtigen kunnen verplicht zijn om gedurende het jaar vooruitbetalingen te doen om te voorkomen dat zij aan het einde van het jaar een grote belastingfactuur krijgen.
Noot fiscaal jurist inzake belastingheffing in Oostenrijk
Oostenrijk combineert een prachtige natuurlijke omgeving en een rijke cultuur met een efficiënt en transparant belastingstelsel. Of je nu een inwoner, ondernemer of toerist bent, het land biedt een hoge levenskwaliteit en tal van mogelijkheden om te genieten van zowel het leven als het zakendoen. Het Oostenrijkse belastingstelsel, met zijn progressieve tarieven en diverse aftrekposten, is ontworpen om eerlijkheid en economische groei te bevorderen, waardoor het een aantrekkelijk land is om te wonen en werken.
Oostenrijk is zeker geen belastingparadijs zoals Bulgarije (10% VPB), Cyprus, Ierland en Gibraltar (12,5% VPB) Hongarije en Luxemburg (15% VPB) . De tarieven zijn zelfs iets hoger dan in Nederland.
Vakantiewoningen in Oostenrijk zijn nog steeds populair. Als de woning
vrijwel volledig wordt verhuurd kan de BTW bij de aankoop van een nieuwe
woning woning worden verrekend. Vaak is verhuur op grond van gemeentelijke
regelingen ook verplicht, hierdoor blijven kleine dorpen levendig. Over
de huurinkomsten moet wel 10% omzetbelasting worden gerekend. Over de huurinkomsten
moet ook inkomstenbelasting worden betaald over de gerealiseerde winst
over de verhuur. Er mag 1,5% worden afgeschreven op de vakantiewoning en
10% op de inventaris en tevens is de rente op de lening aftrekbaar. Er
geldt een belastingvrijstelling van €2.000 per persoon (met uw fiscale
partner kopen is dus voordeliger), over het meerdere moet je dus gewoon
inkomstenbelasting in Oostenrijk betalen. Actuele
info over 2024 treft u hier aan.
Werken in het Buitenland voor een Buitenlandse Werkgever
Op grond van het normale internationale recht zijn inkomsten uit dienstbetrekking belast in het land waar de dienstbetrekking wordt verricht. Op grond van de zogenaamde 183 dagen regeling kan dit anders zijn. Lees voor een uitgebreide uiteenzetting ook dit rapport van de belastingdienst uit 2023. De situatie kan per land en belastingverdrag verschillen (overzicht belastingverdragen). In deze blog behandelen we ondermeer een rechtbank uitspraak uit mei 2024 over werkzaamheden op Cyprus en wonen in Nederland.
In veel gevallen is de heffing in het buitenland lager dan in Nederland, het kan dan voordelig zijn om om belasting in het buitenland te betalen (salary split). Als er in het buitenland niet wordt geheven kan soms geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting in Nederland worden verkregen, het buitenlandse inkomen wordt dan dus alsnog in Nederland belast.
Voorkoming dubbele belasting ook voor opgebouwde verlofdagen
De aftrek ter voorkoming van dubbele belasting betreft niet alleen het loon over de fysiek aan boord (bijvoorbeeld van schip of vliegtuig) gewerkte dagen maar ook over de verlofdagen die de werknemer met zijn werk opbouwt en op een later moment opneemt, dit aldus een uitspraak van de Rechtbank Noord Nederland d.d. 20 mei 2025 ECLI:NL:RBNNE:2025:1923. In dit voorbeeld ging het om iemand die op een schip werkte en aftrek ter voorkoming van dubbele belasting claimde. In de kern gaat het om de uitleg van belastingverdragen, meestal staat hierin opgenomen "de ter zake daarvan verkregen beloning". De inspecteur was van mening dat dit enkel op "geld" ging en dus niet om verlofuren. De rechtbank keek bij deze uitspraak mede naar een arrest van de Hoge Raad d.d. 23 september 2005 ECLI:NL:HR:2005:AP1424, omdat de belastingplichtige 12 uur per dag werkte.
De Fiscale Gevolgen voor een Inwoner van Nederland
Werken in het buitenland voor een buitenlandse werkgever terwijl je in Nederland woont, kan fiscaal gezien complex zijn. Hieronder bespreken we de belangrijkste fiscale gevolgen en aandachtspunten voor deze situatie. Als het tarief in het buitenland lager is dan in Nederland kan werken in het buitenland een financieel voordeel opleveren, dit noemen we de zogenaamde salary split. De werkzaamheden moeten dan ook daadwerkelijk in het buitenland worden verricht binnen een onderneming en onder gezag (zie uitspraak gerechtshof Amsterdam d.d. 31 oktober 2007) van een buitenlandse werkgever (of deelneming van uw binnenlandse werkgever). De beloning moet in overeenstemming zijn met de kwaliteit en kwantiteit van de werkzaamheden die aldaar worden uitgevoerd, zie uitspraak Hoge Raad d.d. 1 december 2006 ECLI:NL:HR:2006:AT3928. Essentieel is dus dat het salaris wordt betaald door een buitenlandse vaste inrichting of entiteit. Het is verstandig om het aantal dagen (zie Gerechtshof Den Haag d.d. 11 december 2009) in het buitenland bij te houden en hiervan bewijs te bewaren.
Belastingplicht in Nederland
Als inwoner van Nederland ben je in principe belastingplichtig voor je wereldwijde inkomen. Dit betekent dat je al je inkomsten, inclusief je salaris uit het buitenland, in Nederland moet aangeven bij de Belastingdienst. De 183 dagen regeling voorkomt dat u in beide landen belasting zou betalen over uw salaris. Normaal gesproken mag het werkland heffen over uw inkomen. Dit kan soms anders zijn, bijvoorbeeld bij toepassing van de 183 dagen regeling. De 183 dagen regeling is van toepassing als aan 3 voorwaarden wordt voldaan:
- U verblijft niet langer dan 183 dagen in het werklanden, en
- U wordt betaald door of namens een werkgever die niet in het werkland is gevestigd, en
- U werkt niet voor een vaste inrichting van uw werkgever (zie Hoge Raad 12 oktober 2001 ECLI:NL:HR:2001:ZC8023)
Als van bovenstaande sprake is mag het woonland heffen.
Als u in Nederland woont dan is sprake van binnenlandse belastingplicht. Uw wereldwijde inkomen en vermogen moet u dan in uw Nederlandse aangifte opnemen. Vervolgens wordt op grond van de 183 dagenregeling bekeken over welk deel van uw inkomen u aftrek ter voorkomen van dubbele belasting kunt krijgen.
Belastingheffing in het Werkland
Het werkland kan ook belasting heffen over het salaris dat je daar verdient. Dit kan leiden tot dubbele belastingheffing, waarbij zowel Nederland als het werkland belasting heft over hetzelfde inkomen. De auto van de zaak die door de buitenlandse werkgever ter beschikking is gesteld aan de werknemer valt ook onder het arbeidsartikel (zie Hoge Raad d.d. 3 december 2004 ECLI:NL:HR:2004:AR6883). In een situatie waarbij er geen belasting op Cyprus is betaald en er ook een auto aldaar te beschikking is gesteld mag volgens de rechtbank zeeland west brabant d.d. 16 mei 2024 (ECLI:NL:RBZWB:2024:3270) geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting worden geclaimd.
Project in buitenland voor Nederlandse werkgever
Het komt regelmatig voor dat een in Nederland wonende werknemer voor zijn Nederlandse werkgever een project in het buitenland mag uitvoeren. Vaak wordt er dan in het buitenland geen belasting betaald. Het zou dan financieel voordelig zijn als er wel aftrek ter voorkoming van dubbele belasting kan worden verkregen, deze situatie stond centraal in een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem d.d. 5 december 2017 ECLI:NL:GHARL:2017:10604 (cassatie Hoge Raad 19 juli 2019) Vaak gaat dit mis op grond van de 183 dagen regeling, de discussie zal zich dan toesplitsen of er in het buitenland sprake is van een vaste inrichting van de Nederlandse werkgever.
Dubbele Belastingverdragen
Om dubbele belastingheffing te voorkomen, heeft Nederland met veel landen verdragen gesloten. Deze belastingverdragen bepalen welk land belasting mag heffen over welke inkomsten. Vaak geldt dat het werkland het recht heeft om belasting te heffen over je salaris en dat Nederland dan een voorkoming van dubbele belasting geeft.
Voorkoming Dubbele Belasting
Nederland biedt verschillende methoden om dubbele belasting te voorkomen, zoals de vrijstellingsmethode of de verrekeningsmethode. De exacte methode hangt af van het belastingverdrag met het werkland.
- Vrijstellingsmethode: Nederland verleent een vrijstelling voor het in het buitenland verdiende inkomen, zodat dit inkomen niet nogmaals in Nederland wordt belast.
- Verrekeningsmethode: De in het buitenland betaalde belasting wordt verrekend met de in Nederland verschuldigde belasting.
Veelal wordt de vrijstellingsmethode (met progressie voorbehoud) toegepast bij buitenland inkomen. Bij inkomen voor bestuurders mag enkel de in het buitenland betaalde belasting in mindering worden gebracht (credit methode). In een besluit uit 2017 is goedgekeurd dat bij werkzaamheden in ondermeer Oman, Saudi Arabie en VAE ook de vrijstellingsmethode mag worden toegepast.
Aangifte Inkomstenbelasting en werken in het buitenland
Bij je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting in Nederland moet je het in het buitenland verdiende salaris opgeven. Afhankelijk van het belastingverdrag en de toegepaste methode voor voorkoming van dubbele belasting, geef je het bedrag op en vraag je om vrijstelling of verrekening.
Sociale Verzekeringen en werken in het buitenland
Naast de belastingheffing is het belangrijk om te weten waar je sociaal verzekerd bent. Dit is afhankelijk van de duur van je werkzaamheden in het buitenland en de afspraken die Nederland heeft met het werkland.
- Verdrag over Sociale Zekerheid:Nederland heeft met sommige landen verdragen gesloten om dubbele sociale verzekeringspremies te voorkomen.
- EU-regelgeving: Binnen de Europese Unie gelden specifieke regels die bepalen waar je sociaal verzekerd bent. In de meeste gevallen ben je sociaal verzekerd in het land waar je werkt.
Lees ook deze uitleg over de fiscale kwalificatie van buitenlandse sociale zekerheden.
90-dagenregel
In sommige belastingverdragen bestaat de zogenaamde 90-dagenregel, die bepaalt dat als je minder dan 90 dagen in een belastingjaar in het werkland verblijft, je inkomen alleen in Nederland belastbaar is. Dit geldt echter niet voor alle verdragen en situaties.
Fiscale Faciliteiten en voordelen bij werken in buitenland
Er zijn ook fiscale faciliteiten zoals de 30%-regeling, die je kunt onderzoeken als je van plan bent langdurig in het buitenland te werken voor een buitenlandse werkgever. Deze regeling kan belastingvoordelen bieden voor werknemers die naar Nederland komen om te werken, maar kan soms ook van toepassing zijn in grensoverschrijdende situaties.
Noot fiscaal jurist bij werken in het buitenland
Gezien de complexiteit van grensoverschrijdende belastingzaken is het raadzaam om advies in te winnen bij een belastingadviseur met ervaring in internationale belastingwetgeving, bij ons kantoor werken meerdere fiscalisten met internationale fiscale advies ervaring. Dit helpt om onnodige belastingdruk te voorkomen en ervoor te zorgen dat je voldoet aan alle fiscale verplichtingen.
Het is essentieel om de belastingverdragen tussen Nederland en het werkland te begrijpen en de juiste methoden voor voorkoming van dubbele belasting toe te passen. Sociale verzekeringsaspecten moeten ook zorgvuldig worden overwogen. Met de juiste planning en professioneel advies kun je je fiscale situatie optimaliseren en mogelijke problemen voorkomen.
Teruggaaf dividendbelasting
De recente ontwikkelingen op het gebied van de teruggave van dividendbelasting hebben gevolgen voor bedrijven en financiële dienstverleners. Met de inwerkingtreding van de conditionele bronheffing op dividenden en de nieuwe procedures voor gebundelde teruggaafverzoeken, is het van belang om goed op de hoogte te zijn van de nieuwste regels en vereisten. Er worden een aantal wijzigingen per 1 januari 2024 beoogd. De belangrijkste is dat dividendbelasting wordt geheven bij een dividenduitkering (binnen concern) aan een lichaame gevestigd in een laag belaste jurisdictie waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten ter voorkoming van dubbele belasting. Daarnaast zijn diverse administratieve zaken aangepast. Dit artikel biedt een uitgebreide gids over deze wijzigingen, gericht op het waarborgen van een correcte en efficiënte teruggave van dividendbelasting.
De dividendbelasting in internationaal perspectief
Dividendbelasting is een belasting die wordt geheven op dividenden die worden uitgekeerd door Nederlandse vennootschappen. Recentelijk zijn er enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op de procedures en vereisten voor het terugvragen van deze belasting. Deze wijzigingen hebben betrekking op zowel binnenlandse als buitenlandse ontvangers van dividenden.
In Nederlang gevestigde ontvanger van dividend
Een Nederlandse vennootschap (rechtspersoon) die deelnemingsdividenden (belang tenminste 5%) gaat uitkeren aan een andere Nederlandse vennootschap hoeft hierover geen dividendbelasting in te houden. Dit geldt indien de ontvangde vennootschap recht heeft op de deelnemingsvrijstelling. Over beleggingsdividenden wordt in de regel 15% dividendbelasting ingehouden. In Nederland gevestigd bedrijven of organisaties die niet aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen zijn vrijgesteld (mits met kwalificatie en geen vrijgestelde beleggingsinstelling). Als er toch dividendbelasting is ingehouden dan kan deze worden verrekend met de te betalen vennootschapsbelasting.
Als aan de verdragsregeling voor het inwonerschap wordt voldaan zal de Nederlandse belastingdienst een zogenaamde woonplaatsverklaring verstrekken. Onder oudere belastingverdragen is soms een regeling voor verdragsinwonerschap opgenomen, dan wordt de woonplaatsverklaring alleen op basis van wederkerigheid (tussen beide landen) verstrekt. De aanvraag bij de Nederlandse belastingdienst kan per e-mail
In een procedure bij het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 14 november 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:9660) kwam het volgende aan de orde:
- Aan belanghebbende wordt een aanslag IB/PVV voor 2020 is opgelegd met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €26.642 en uit sparen en beleggen (box 3) van €15.588. Bij deze aanslag werd €753 buitenlandse bronbelasting verrekend.
- Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag. De Inspecteur verklaarde het bezwaar gegrond en verhoogde de verrekening van buitenlandse bronbelasting naar €755. In het buitenland is € 2.800 aan bronheffing ingehouden, dit bedrag wil belanghebbende in Nederland terugontvangen.
- De vraag is: moet Nederland meer dan 15% bronheffing teruggeven of niet?
- Belanghebbende ging in beroep bij de Rechtbank Gelderland, maar deze verklaarde het beroep ongegrond. Het Gerechtshof doet hetzelfde en de Hoge Raad doet er niks mee.
- Belanghebbende stelde hoger beroep in. Hij beweerde recht te hebben op verrekening van €2.800 buitenlandse bronbelasting en beriep zich onder andere op het vertrouwensbeginsel (het aangifte programma van de belastingdienst had een fout gemaakt). Volgens oudere jurisprudentie van de Hoge Raad mag hieraan geen in rechten te ontlenen vertrouwen aan worden ontleend (Hoge Raad d.d. 7 december 2001)
- De verrekening van buitenlandse bronbelasting is beperkt tot 15% van het brutobedrag van de dividenden, conform de belastingverdragen met Zwitserland en Italië.
In het buitenland gevestigde ontvanger van dividenden
Voor dividenden die worden betaald aan een in het buitenland gevestigde moeder vennootschap geldt vaak een vrijstelling of een verlaagd tarief. U moet wel per belastingverdrag beoordelen wat het tarief is. De vennootschap die dividend gaat uitbetalen (het betaalkantoor of de inhoudingsplichtige) moet over het uit te betalen dividend - conform de bepalingen in het belastingverdrag - dividendbelasting inhouden, dit percentage is veelal 15%. Het formulier om in het buitenland dividendbelasting terug te vragen kunt u ook opvragen bij de Nederlandse belastingdienst, dit kan per e-mail.
Voorwaarden voor Teruggave van Dividendbelasting
Voor het indienen van een teruggaafverzoek is een eenmalige registratie vereist via het registratieformulier in Mijn Belastingdienst Zakelijk. Hierin moet worden aangegeven of de registratie wordt gedaan door de belastingplichtige zelf of door een gemachtigde financieel adviseur. Het formulier kunt u na inlog vinden onder "overige belastingen" en dan onder "teruggaaf dividendbelasting".
Na 1 juli 2024 kunnen teruggaafverzoeken alleen nog via Mijn Belastingdienst Zakelijk worden ingediend. Het oude portaal voor ondernemers zal niet langer beschikbaar zijn.
Voordat u hiervan gebruik kunt maken (als belastingplichtige of financieel dienstverlener) moet u zich eerst eenmalig registeren, dit kan ook onder mijn belastingdienst zakelijk, hiervoor heeft u wel een RSIN nummer nodig (krijgt u via de KvK).
Onderscheid tussen Deelnemings- en Beleggingsdividenden
- Deelnemingsdividenden (5%-belang of meer): Een Nederlandse vennootschap hoeft geen dividendbelasting in te houden als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Indien er toch belasting is ingehouden, kan deze worden verrekend in de aangifte vennootschapsbelasting.
- Beleggingsdividenden: Hierop is in de regel 15% dividendbelasting verschuldigd. Bepaalde organisaties in Nederland kunnen echter vrijgesteld zijn, mits zij een geldige kwalificatiebeschikking hebben.
Teruggave voor Ontvangers in Nederland
- Niet-Vpb-plichtige Organisaties: Deze kunnen de ingehouden dividendbelasting terugvragen, mits zij voldoen aan de vereisten zoals een geldige kwalificatiebeschikking.
- Verlaagde tarieven onder Belastingverdragen: De toepasselijke tarieven en vereisten voor deelnemingsdividenden kunnen variëren per belastingverdrag. Bijvoorbeeld, onder het verdrag met België geldt een verlaagd tarief van 5% bij een direct aandelenbelang van ten minste 10%.
- Verdragspercentage: Als algemene regel moet de inhoudingsplichtige de dividendbelasting inhouden tot het geldende verdragspercentage, vaak 15%. Voor de VS geldt een aanvullende eis om een geldig certificaat formulier 6166 over te leggen.
- Gebundeld teruggaafverzoek: Met toestemming van de participanten kunnen deze entiteiten een collectief verzoek indienen bij de Belastingdienst. Het verzoek moet voldoen aan verschillende voorwaarden, zoals het indienen per verdragsland en het beschikken over geldige woonplaatsverklaringen.
Administratieve verplichtingen bij teruggave dividendbelasting
- Administratie: Bij het indienen van een aangifte dividendbelasting moet een overzicht van toegepaste verminderingen worden bijgevoegd. Een goede administratie van de onderliggende bewijsstukken is essentieel.
Fiscaal advies inzake dividendbelasting
De recente wijzigingen in de procedures voor de teruggave van dividendbelasting vereisen nauwkeurige naleving van de nieuwe regels en registratievereisten. Voor binnenlandse ontvangers is de kwalificatiebeschikking van groot belang, terwijl buitenlandse ontvangers goed moeten letten op de specifieke vereisten van belastingverdragen. Een efficiënte administratie en tijdige indiening van verzoeken zijn cruciaal om te profiteren van de teruggavemogelijkheden. Neem contact op met uw fiscale dienstverlener om te zorgen dat uw teruggaafverzoeken correct en tijdig worden ingediend. Er zijn een aantal aandachtspunten:
- Registratie voor teruggave is verplicht en moet via Mijn Belastingdienst Zakelijk.
- Deelnemingsdividenden en beleggingsdividenden kennen verschillende tarieven en vereisten.
- Voor buitenlandse ontvangers kunnen belastingverdragen specifieke voorwaarden stellen.
- Correcte administratie en naleving van de gestelde termijnen zijn essentieel.
Neem gerust contact met ons op voor verdere begeleiding bij de teruggave van dividendbelasting en andere fiscale vraagstukken.
Bron dividendbelasting in internationaal perspectief
Besluit
van 8 november 2023, nr. 2023-21489
Besluit
van 18 september 2023, nr. 2023-20339
Besluit
van 22 februari 2018, nr. 2018 -20130
Emigratie en fiscale woonplaats volgens Belastingdienst
Waar iemand woont is steeds vaker een onderwerp van gesprek met de belastingdienst. De belangen zijn groot en regelmatig adviseren wij belastingplichtigen bij dergelijke geschillen. Sinds de stijging van het box 2 en box 3 tarief (in combinatie met toekomstige erfbelasting) zijn er steeds meer belastingplichtigen die zich laten informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van een emigratie.
Vorig jaar ontstond er discussie over de fiscale woonplaats van Max Verstappen. Doordat hij in Monaco woont draagt hij niks bij aan de Nederlandse staatskas. Een volstrekt onbegrijpelijk standpunt waarbij het fiscale woonplaatsbegrip wordt miskent. Begin 2024 zwengelde Oxfam Novib de discussie nog eens dunnetjes aan, in haar rapport wordt gepleit voor extra belasting voor de super rijken. In navolging van deze pers-aandacht duikt ook de tweede kamer is deze materie, dit via moties en kamervragen.
Emigratie aangifte en onderzoek belastingdienst
Iemand die als buitenlands belastingplichtige aangifte doet en/of een emigratie aangifte (M Biljet) heeft ingediend kan op bijzondere aandacht van de belastingdienst rekenen
De inspecteur stelt al snel dat iemand in Nederland woont. Uit interne informatie van de Belastingdienst volgt ook de reden, de Belastingdienst kijkt enkel (met een loep) naar de feiten in Nederland en zoekt hier haar gelijk, zie informatie uit dit WOB verzoek (thans WOO verzoek) uit 2019. Dit WOB-verzoek is door ons kantoor ingediend.
Fiscale woonplaats werknemer Brunei
Piet is Nederlander en werkt voor cypriotische werkgever in Brunei (periode 2008-2011). Piet is van mening dat hij in 2009 in Brunei woont. Via een derdenonderzoek komt de belastingdienst Piet op het spoor, in 2011 volgt een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (met vergrijpboete). Deze zaak was redelijk kansloos omdat
- Piet in Nederland bleef ingeschreven (deel van het jaar),
- hij in Nederland een hoofdverblijf had dat hem ter beschikking stond,
- hij ook nog in Nederland werkte voor Nederlandse werkgever,
- het in Nederland verzekerd was voor de zorgverzekeringen en
- hij in Brunei een woning huurde (tijdelijk) voor een korte periode
De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 11 september 2023 (ECLI:NL:RBZWB:2023:6396) en het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 26 februari 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:544) . De aanslag blijft in stand (dus woonplaats Nederland) en de vergrijpboete wordt vernietigd. Ook is geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden en/of winst uit onderneming.
Omtrent de boete (ruim € 50.000) stelt de inspecteur eerst dat Piet een "boefje is en listig gedrag heeft vertoodn", later wordt dit aangepast in "voorwaardelijke opzet" en vlak voor zitting (10 dagen stuk) verder aangepast in "grove schuld". De rechtbank acht opzet niet bewezen, immers geen sprake van " willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaarden om te weinig belasting te betalen". Het beroep op grove schuld (vlak voor zitting) is te laat.
Fiscale woonplaats directeur CFO van bedrijf
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Fiscale woonplaats voetballer
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Wat waren de aanwijzigingen voor een woonplaats in Nederland?
- Nog ingeschreven in de basisadministratie
- Woning in Nederland (eerst een huurwoning en vanaf 2022 een koopwoning)
- Familie van Henk woont in Nederland
- Nederlandse bankrekening
- Abonnementen in Nederland (Ziggo, Netflix, mobiele telefoon, sportschool, huur woning, diverse verzekeringen, etc.
Wat waren de aanwijzingen voor een woonplaats in Duitsland?
- Dienstbetrekking in Duitsland
- Ziektekostenverzekering in Duitsland
- Auto op Duits kenteken
- Verklaringen van derden dat Henk meestal in Duitsland was voor zijn werk
- Inschrijving Duits woonadres
- Certificate of residence van de Duitse belastingdienst
De Rechtbank weegt alle omstandigheden en kijkt hierbij met name naar:
- Hoge Raad d.d. 4 maart 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6285 : Bij de uitleg van het woonplaatsbegrip uit artikel 4 van de AWR moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en het desbetreffende land. Hierbij dient geen bijzondere betekenis te worden toegekend aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land.
- Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824: Verder geldt dat de duurzame band met één land niet sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven, ofwel het middelpunt van iemands persoonlijke levensbelangen, zich in Nederland bevindt. Daardoor bestaat (in uitzonderlijke gevallen) de mogelijkheid dat iemand zowel in Nederland als in een ander land woont.
De feiten afwegende komt de Rechtbank (RO 36) tot de volgende conclusie:
De rechtbank is op grond van de onderhavige feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat - zoals verweerder heeft gesteld - eiser in de onderhavige periode een (bepaalde) duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en beschikte in Nederland onder meer over (huur)woning 2 en over de (te bouwen) woning 3. Verder woont familie van eiser in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel niet worden gezegd dat eiser daarmee in de onderhavige periode, alle omstandigheden in aanmerking nemend, (alleen) in Nederland woonde. Eiser woonde, zoals ook hierna zal worden geoordeeld, in die periode namelijk in Duitsland. Hij werkte daar fulltime en heeft het overgrote deel van zijn tijd (met de vriendin) in Duitsland doorgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee geen sprake zijn van de zich alleen in uitzonderlijke gevallen voordoende situatie van een dubbele woonplaats. Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat eiser in de onderhavige periode (ook) in Nederland woonde, is eiser voor de toepassing van het Verdrag in de onderhavige periode inwoner van Duitsland. Kijkende naar de Tie Breaker regel (artikel 4 derde lid verdrag) zijn de persoonlijke en economische banden met Duitsland het grootst.
Duurzame band met Bulgarije maar fiscale woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije.
- Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en ze waren sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland.
- In 2009 is erflater met zijn echtgenote geemigreerd en uitgeschreven uit de basisadministratie.
- In 2013 koopt erflater een woning in Bulgarije. Erflater is in Bulgarije niet geregistreerd als inwoner.
- In het kader van een boekenonderzoek komt de inspecteur in 2013 bij de woning. Tijdens het gesprek geven beide personen aan om in 2014 weer in Nederland te gaan wonen.
- In 2016 is erflater plotseling overleden.
- In Vanaf 2017 woont de echtgenote (volgens de basisadministratie) weer op dit adres.
- In geschil is of erflater in 2014 en 2015 in Nederland woont en hier aangifte inkomstenbelasting moet doen.
De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiele belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Het betaalgedrag van de erflater, de beschikbare woning en auto’s in Nederland, zijn familiebanden, vastgoed in Nederland, zijn aanwezigheid bij het boekenonderzoek en zijn functie als bestuurder van Nederlandse vennootschappen speelden hierbij een belangrijke rol. De erfgenamen stellen dat erflater in Bulgarije woont omdat hij daar met zijn vriendin (en hun gemeenschappelijke dochter) woonden en hij daar ook een onderneming dreef. De pin betalingen zouden niet door erflater zijn gedaan maar door zijn echtgenote. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Bulgarije werd vastgesteld dat de erflater voor belastingdoeleinden als inwoner van Nederland moest worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd ongegrond verklaard.
Beoordeling woonplaats door Belastingdienst
De Belastingdienst kijkt bij de beoordeling waar iemand woont enkel naar de Nederlandse omstandigheden. Hiermee wordt een te beperkte en onjuiste uitleg gegeven aan de wet (artikel 4 AWR). De drempel voor de feiten beoordeling wordt daardoor beperkt uitgelegd. In een procedure bij de Rechtbank in 2020 wordt de inspecteur over zijn vingers getikt. De weergegeven omstandigheden zijn onvoldoende om te concluderen dat de belastingplichtige in Nederland zou wonen. De rechter oordeelt dat belastingplichtige in 2015 niet in Nederland woonde. De feiten zijn gelukkig belangrijker dan de formele spelregels.
Om een bericht van onze staatssecretaris d.d. 9 april 2024 wordt ingegaan op woonplaatsonderzoeken van de belastingdienst. Er zal de komende maanden een onderzoek plaatsvinden over de risico's en omvang van discussies over de fiscale woonplaats. Een woonplaatsonderzoek van de belastingdienst is vaak erg uitgebreid en soms met een tunnelvisie (zoeken naar info over Nederlandse binding en niet kijken naar buitenlandse activiteiten).
Woonplaats natuurlijke personen
Waar een mens woont is in de huidige tijd soms lastig te bepalen, de wettelijke basis is gelegen in artikel 4 lid 1 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR). Waar iemand woont wordt na omstandigheden beoordeeld, dit is een uitgebreide en vage norm. Omstandigheden en feiten worden beoordeeld en te vaak subjectief gewogen. Het mag duidelijk zijn dat er veel jurisprudentie is over dit onderwerp. De belastingdienst kijkt in de basis naar de volgende zaken:
- Waar heeft belastingplichtige een woning?
- Waar woont het gezin?
- Waar gaan de kinderen naar school?
- Abonnementen en lidmaatschappen.
- Bancaire zaken en beleggingen.
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst gaan erg ver. De belastingdienst begint vaak met het uitvragen van de volgende informatie:
- privé en zakelijke bankrekeningen (pintransacties)
- creditcard afschriften
- gebruik energie van de woning
- kilometeradministratie van de zakelijke auto
- agenda's
- vliegtickets
- berichten op sociale media (van belastingplichtige en zijn gezin)
De belastingdienst mag deze informatie niet zomaar opvragen, er moet een redelijk vermoeden bestaan over een fiscale woonplaats in Nederland, zie Hoge Raad d.d. 18 december 2015 ECLI:NL:HR:2015:3603, als hiervan sprake is mag een zogenaamde vragenbrief (informatiebeschikking) aan belastingplichtige worden gestuurd.
Nadat alle informatie is verstrekt zal er een uitgebreid onderzoek plaatsvinden naar de handel en wandel van een belastingplichtige in Nederland. Hierbij wordt er vaak onvoldoende gekeken naar de activiteiten van belastingplichtige in het buitenland (zoals pin gedrag, woning, lidmaatschappen, etc.). De feiten en het persoonlijke leven kan er soms anders uitzien dan de fiscale beoordeling door de belastingdienst.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie en woonplaats onderzoek
Alles begint bij een goede voorbereiding. Het is van essentieel belang dat u zich voor uw emigratie goed gaat voorbereiden. Wat mag wel en wat mag niet en hoe wordt uw (fiscale) woonplaats beoordeeld na uw vertrek. Een aantal zaken moet u in Nederland niet meer verrichten, let hierbij met name op pingedrag, aanwezigheid in Nederland, werkzaamheden in Nederland, de verblijfplaats van uw gezin en het gebruik van uw eigen woning en auto in Nederland. Ook vliegbewegingen moeten hierbij worden meegenomen. Basis vragen zijn":
- Waar bent u het meeste?
- Waar besteedt u de meeste vrije tijd? Waar sport u en bent u lid van een vereniging?
- Waar werkt u?
- Waar bouwt u een leven op?
- Met welk land heeft u een duurzame band?
Als u dan toch een vragenbrief ontvangt is het goed om te kijken of deze informatiebeschikking (kamerbrief onderzoek informatiebeschikking) in redelijkheid kan worden uitgereikt. U kunt de informatiebeschikking namelijk ook voorleggen aan de rechter. Een rechter moet een verzoek (uitvraag) van de belastingdienst altijd toetsen op evenredigheid en redelijkheid.
Het beoordelen van de fiscale woonplaats wordt in veel procedures aan de orde gesteld, een overzicht:
- In een procedure bij het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 27 februari 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:1503) ging het om een DGA met een woonplaats in Zwitserland en Nederland. De DGA woonde tot eind 2009 in Nederland, tot en met eind 2011 hadden ze ook een gemeubileerde (leegstaande) woning in Nederland. Vanaf april 2010 is de woning in Zwitserland volledig verbouwd en gereed om in te wonen. Er wordt in 2011 een dividend uitgekeerd van 10 miljoen euro vanuit de BV van de DGA. Er wordt n.a.v. een boekenonderzoek een zogenaamd woonplaatsonderzoek ingesteld. Ook heeft er bij de DGA een fiod onderzoek plaatsgevonden. Conclusie DGA woont in Nederland (uitspraak gelijk aan uitspraak Rechtbank). Waarom woont de DGA in Nederland? a) huis in Nederland welke hem ter beschikking stond b) regelmatig verblijf in Nederland c) bankrekening in Nederland d) auto in Nederland e) bezoek huisarts, tandarts, opticien en ziekenhuis in Nederland (met zorgverzekering in Nederland) f) verbouwing woning in Zwitserland g) werkzaamheden in Nederland t.a.v. verkoop onroerende zaken. De uitspraak van het hof is opmerkelijk, volgens het hof is de verhuizing een soort glijdende schaal waarbij het centrum van het economisch en sociaal leven zich langzaam heeft verplaatst naar Zwitserland. Een strakke motivering ontbreekt. De zaak ligt bij de Hoge Raad.
- In een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam d.d. 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:721) ging het om Henk die in Duitsland is ingeschreven en ook 62 dagen per jaar in Nederland verblijft. De inspecteur stelt dat Henk fiscaal inwoner in Nederland is. De rechtbanken het gerechtshof zijn het met de inspecteur eens. De redenen hiervoor zijn a) zoon woont in Nederland b) zakelijke activiteiten in Nederland c) duurzame banden met Nederland niet voldoende verbroken d) middelpunt persoonlijke levensbelangen in Nederland. Dit is een erg feitelijk uitspraak, er zijn namelijk ook voldoende redenen om te stellen dat Henk in Duitsland woont, hij heeft a) zich ingeschreven b) auto uitgevoerd c) boot in Nederland verkocht d) sociale verzekeringen in Duitsland aangevraagd e) ziektekostenverzekering in Duitsland f) artsen bezoek in Duitsland g) lidmaatschappen in Duitsland h) Duitse ID kaart etc. Het blijft echter een zeer feitelijk beoordeling door de rechter (conform Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824), hierbij wordt sterk gekeken naar de persoonlijke en duurzame band van iemand (zie Gerechtshof Amsterdam d.d. 9 oktober 2018 ECLI:NL:GHAMS:2018:3917) en indien iemand vrijwel maandelijks in zijn eigen woning verblijft, kan er discussie ontstaan. De casus voor Henk wordt ook wat onduidelijker door zijn vakantiewoning in Spanje (waar hij ook verbleef). De discussie draait om de persoonlijke banden van duurzame aard, zijn deze in Nederland of Duitsland? De rechter naar de feiten in het licht van artikel 4 AWR en artikel 3, 12 en 16 van het Belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland uit 1959. De vraag blijft dan ook altijd hoe een rechter de zaken in onderling verband gaat wegen, dus welk feit weegt zwaarder (zie Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1466), hierbij is er niet een feit dat de doorslag geeft.
- In een arrest van de Hoge Raad (2019) en nog meer in de conclusie van de AG worden hier richtlijnen voor gegeven. Het hebben van een woning is van essentieel belang. In de hiervoor genoemde procedure bij de rechtbank had belastingplichtige geen woning, maar stond hem wel een (ouderlijke) woning ter beschikking, aldus de inspecteur.
- In een uitspraak van het Hof Amsterdam d.d. 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:721) wordt de complexiteit van de fiscale woonplaatsbepaling binnen de Nederlandse belastingwetgeving onderstreept. Deze casus, waarbij een belastingplichtige, hierna te noemen X, zowel in Nederland als in Duitsland substantiële banden had, illustreert de nuances van de fiscale woonplaatsbepaling en de consequenties daarvan voor de belastingplicht.
- X, met de Nederlandse nationaliteit, stond gedurende de jaren 2015 en 2016 grotendeels ingeschreven in Duitsland, maar behield het recht om tot 62 dagen per jaar in zijn verhuurde Nederlandse woningen te verblijven. Ondanks zijn inschrijving in Duitsland, bleef X economische activiteiten in Nederland verrichten en had hij familiebanden in Nederland. De inspecteur stelde dat X fiscaal inwoner van Nederland bleef, wat door zowel de rechtbank als het Hof Amsterdam werd bevestigd. De kern van deze bevestiging lag in de duurzame banden van persoonlijke aard die X met Nederland behield.
- Hoge Raad 13 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6824) : duurzame band met hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland zou bevinden.
- Henk heeft een zoon (geboren 2010), samen met zijn in Thailand wonende vrouw, ze zijn niet getrouwd. De zoon heeft de Nederlandse en Thaise nationaliteit en bij zijn moeder in Thailand. In 2012 heeft Henk zijn appartement - tegen schulderkenning - verkocht aan zijn zoon en ook diverse bankrekeningen op zijn naam gezet (geschonken?). In 2016 was Henk 226 dagen in Nederland en 140 dagen in Thailand. Bij zijn verblijf in Nederland woont het in het appartement van zijn zoon. Henk is van mening dat hij in Thailand woont en buitenlands belastingplichtig in Nederland is. De inspecteur is van mening dat Henk in Nederland woont en dus ook belasting moet betalen over het vermogen van zijn zoon (50%) omdat hij het ouderlijk bezag heeft uitgeoefend. De rechtbank is het (deels) met Henk eens. Het Gerechtshof Den Haag is het op 27 juni 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2023:1296) niet met Henk eens. Voor de woonplaats moet worden gekeken naar het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand en voor de definitie van het ouderlijk bezag is het Thaise recht van belang. Het Thaise recht stelt dat beide ouders het ouderlijk gezag uitoefenen over hun kind. Het box 3 vermogen van de zoon moet niet voor 100% maar slechts voor 50% worden meegenomen (artikel 2.15 lid 4 Wet IB 2001
- Een butler werkt sinds 2017 voor een sjeik in Dubai (contract voor 4 jaar), hiervoor reist hij de hele wereld over. Tot 1 juni 2017 heeft de butler een woning in Nederland. Zijn loon wordt gestort op een Nederlandse bankrekening. Volgens de butler woont hij vanaf juli 2017 in het buitenland. De sjeik is nooit langer dan 60 dagen in een land omdat hij geen fiscaal inwoner wil zijn buiten Dubai. De butler reist mee naar Engeland, Dubai en verblijft ook regelmatig op de immense boot van de sjeik. Volgens de rechter en de inspecteur woont de Butler in Nederland (terwijl hij hier zelden is). Deze procedure maakt duidelijk dat er via feiten moet worden aangetoond waar iemand woont. Rechtbank Noord Nederland 2 november 2021 ECLI:NL:RBNNE:2021:4648
- Hoge Raad 13 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6824) : duurzame band met hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland zou bevinden
- Hoge Raad 12 mei 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AR5759): voor woonplaats ook kijken naar recht in buitenlandse staat, hierbij mee wegen of de persoon in het buitenland aangifte heeft gedaan. Een persoon wordt alleen als ingezetene van Thailand beschouwd als hij in Thailand verblijft voor een totale periode van niet minder dan 180 dagen in een kalenderjaar. Voor de periode in Thailand wordt gekeken naar de inreis- en vertrekstempel in het paspoort. Omdat Henk geen inwoner is van Thailand kom je niet toe aan de tiebreakbepaling.
- Gerechtshof Den Haag 8 december 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:2762) en Hoge Raad d.d. 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:84) deze procedure gaat over dezelfde casus edoch over de periode 2011 tot en met 2015.
Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 22 april 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:1272) en Hoge Raad 18 augustus 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1101)
Als u echt wilt emigreren, denk dan aan het volgende:
- Laat voor uw vertrek een woonplaatsadvies opstellen door een fiscaal jurist (wat mag wel en wat mag niet).
- Doe een emigratie-aangifte (M-aangifte).
- Zorg voor uitschrijving uit Nederland.
- Knip eenvoudige bindingen met Nederland door (ziektekosten, auto, verzekeringen, lidmaatschappen, etc.).
- Stop uw telefoonabonnement in Nederland.
- Aanhouden van een woning (die niet extern wordt verhuurd) heeft niet direct de voorkeur (let op gebruik van de woning dat is te herleiden door gebruik gas / water / elektra / telefoon / tv / internet).
- Let op gebruik van creditcards / pinbetalingen, etc.
- Sociale media kan een tijdlijn weergeven.
- Hou gedurende de eerste jaren een duidelijke agenda bij (waar was u, wat deed u, etc.).
- Overweeg om (ook) een buitenlandse nationaliteit aan te nemen (besparen erfbelasting).
- Breng uw beleggingen (bank) buiten Nederland.
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Bron fiscale woonplaats
Rechtbank Zeeland - West Brabant d.d. 5 november 2020 ECLI:NL:RBZWB:2020:5436
Hof Amsterdam 22 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5750
Rechtbank Noord-Nederland 4 april 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1229
Rechtbank Den Haag 8 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15731
Hof Den Haag 25 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2182
Hof Den Haag 10 maart 2015, nummer BK-14/00457
Emigratie en stamrecht
Waar is een ontslagvergoeding die in een stamrecht is ondergebracht (in het verleden) belast als u in het buitenland woont en u in het verleden in Nederland - maar ook in andere landen - hebt gewerkt?
Ontslagvergoeding en stamrechtuitkering in Internationale perspectief
In dit artikel bespreken we een casus die draait om de fiscale behandeling van een ontslagvergoeding en de daaropvolgende stamrechtuitkering binnen het kader van internationale belastingverdragen. De persoon woont in Portugal en het stamrecht is destijds (in 2013) ondergebracht in een stamrecht BV die in Nederland is gevestigd. Bij deze casus staan de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en Portugal, de invloed van jurisprudentie van de Hoge Raad en het OESO-commentaar centraal. De belastingheffing kan per land verschillen dus laat u altijd adviseren door een fiscaal jurist, stuur ons gerust een e-mail als u vragen of opmerkingen heeft.
Stamrecht en wonen in het buitenland
Een belanghebbende heeft na een internationale carrière recht op een ontslagvergoeding van een Nederlandse vennootschap. De ontslagvergoeding wordt gebruikt voor een stamrecht-constructie. De belanghebbende werkte eerst 5 jaar in Frankrijk, Duitsland en België, en daarna 5 jaar in Nederland en Duitsland. Gedurende de laatste 5 jaar woonde en werkte de belanghebbende in Nederland. De stamrechtuitkering, ontvangen terwijl de belanghebbende in Portugal woont, wordt belast door Nederland onder artikel 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Toepassing van het belastingverdrag Nederland-Portugal
Artikel 15 van het belastingverdrag tussen Nederland en Portugal is van toepassing. De verdeling van heffingsrechten over de stamrechtuitkering hangt af van waar de werkzaamheden zijn verricht die aanleiding gaven tot de ontslagvergoeding. De jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 11 juni 2004) geeft aan dat Nederland heffingsrecht heeft als het werk hoofdzakelijk in Nederland is uitgevoerd, wat in deze casus het geval lijkt.
Het OESO-commentaar (2014) is niet van toepassing op verdragen gesloten vóór de publicatiedatum, zoals het belastingverdrag tussen Nederland en Portugal. Volgens het besluit van 15 december 2023, blijft de jurisprudentie uit 2004 leidend, waarbij stamrechtuitkeringen primair worden gekoppeld aan de werkstaat, tenzij specifiek anders vermeld in recentere verdragen of beleidsbesluiten.
Noot fiscaal jurist inzake stamrecht en wonen in buitenland
Het belastingverdrag tussen Nederland en Portugal is van toepassing omdat de uitkering vanuit Nederland wordt betaald aan een inwoner van Portugal. Nederland heeft het heffingsrecht voor zover de uitkering uit het stamrecht betrekking heeft aan de in Nederland verrichte werkzaamheden. Het kader voor de heffing is gegeven in het arrest van de Hoge Raad uit 2004, dit volgt mede uit het besluit uit 2023. Daarna wordt de invulling van het verdrag iets complexer, het verdrag is gesloten voor 15 juli 2014 en bevat geen specifieke bepaling over de status van het OESO commentaar.
Volgens redelijk vaste jurisprudentie is bij toepassing van een belastingverdrag op een uitkering uit een ontslagstamrecht (in de basis) het arbeidsartikel van toepassing, tenzij hiervoor in het belastingverdrag een meer specifieke bepaling (zoals het pensioenartikel of een lijfrenteartikel) is opgenomen, zie hiertoe Hoge Raad d.d. 19 mei 2017 (ECLI:NL:HR:2017:913) en Hoge Raad d.d. 3 mei 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5676).
Volgens het standpunt van de kennisgroep van de belastingdienst (d.d. 26 april 2024) is in het belastingverdrag met Portugal geen specifiek pensioenartikel van toepassing en ligt de basis in het arbeidsartikel, in dergelijke gevallen is dan de woonstaat heffingsbevoegd, tenzij de werkzaamheden zijn uitgevoerd in de andere verdragsstaat (in dit geval dus deels Nederland). Nederland mag niet heffen over het deel van het stamrecht dat in de periode in Duitsland is opgebouwd.
In dit voorbeeld had belanghebbende in 2013 recht op een ontslagvergoeding. Deze ontslagvergoeding is belastingvrij (stamrechtvrijstelling ex artikel 11 lid 1 onderdeel 9 Wet op de Loonbelasting (oude versie)) onderbracht in een zogenaamde stamrecht BV. Bij de emigratie van belanghebbende is de stamrecht BV in Nederland "achtergebleven". De uitkering is nog nooit belast en er moet nog een keer heffing plaatsvinden, deze heffing zal plaatsvinden zodra tot uitkering hiervan wordt besloten.
Deze casus illustreert de complexiteit van internationale belastingzaken en het belang van nauwkeurige vastlegging van werklocaties en bijbehorende vergoedingen (en eventueel doorbelastingen aan dit werkland). Belanghebbenden moeten rekening houden met zowel de letter van het verdrag als met relevante jurisprudentie en nationale beleidsbesluiten. Elke situatie kan verschillen, neem voor advisering gerust contact met ons op.
Dubai en belastingheffing
Dubai (één van de zeven emiraten) is qua belastingheffing nog steeds een belastingparadijs. De staat is zich echter in ras tempo aan het aanpassen aan de wereldeconomie. Dubai (en ook de andere emiraten) willen van de fiscale sanctielijst af en ook minder afhankelijk worden van de inkomsten van olie. Mooi moment om dit land eens te bezoeken, onze collega Dennis Jongbloed, ging eens kijken in het land dat bekend staat om haar fiscale voordelen, zon, veiligheid, goed onderwijs en evenzo perfecte zorgsysteem.
Belastingen in Dubai
In 2018 is er omzetbelasting (BTW) ingevoerd (5%) en sinds 2023 kennen de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) ook een winstbelasting van 9%. Het land heeft echter aangegeven nimmer inkomstenbelasting, vermogensbelasting, schenkbelasting of erfbelasting te gaan invoeren. Zijn de emiraten (waarbij Dubai en Abu Dhabi de bekendste) nog steeds een aantrekkelijk fiscaal land?
Is Dubai (of VAE) na invoering winstbelasting geen belastingparadijs meer?
Sinds 1 juli 2023 (of vanaf het eerste boekjaar van het bedrijf daarna) wordt er 9% winstbelasting geheven van bedrijven die in de emiraten gevestigd zijn. Dit tarief was tot dat moment 0%. Bij het schrijven van dit artikel ben ik zelf voor enig onderzoek in Dubai en merk dat het voor sommige bedrijven even wennen is. De corporate tax wordt geheven bij alle ondernemers, dus natuurlijk personen (free lancers) of rechtspersonen.
De economie wordt in ras tempo klaargestoomd voor een normale economie, als de olie niet meer voldoende inkomen zou opleveren. Eerst heeft men dit vormgegeven via toerisme (10% toeristenbelasting), daarna BTW (5%) en nu dus de winstbelasting, kort en bondig:
- Voor meeste bedrijven voor het eerst over de winst in 2024
- Belastingtarief bedraagt 9%
- Tot zo'n € 95.000 winst is er geen winstbelasting verschuldigd (drempel voor kleine ondernemers)
- Tarief geldt voor natuurlijke personen (freelancers etc.) en rechtspersonen
- Salarissen kunnen binnen het bedrijf zelf worden bepaald en mogen in mindering worden gebracht op de winst.
- Voor directeuren, aandeelhouders en bestuurders die in de emiraten wonen zal het nieuwe winstbelasting tarief dus geen substantieel effect hebben, immers salarissen zijn belastingvrij (en er is geen vermogensbelasting).
Vestigingsplaats in Dubai
Een bedrijf moet wel voldoende substance in Dubai hebben omdat er anders wordt gesteld dat het bedrijf gewoon (fiscaal) in Nederland is gevestigd (met een fiscaal irrelevant postadres in Dubai). Lees hiertoe ook dit artikel over de fiscale vestigingsplaats en deze uitspraak over de vestigingsplaats van een bedrijf in Singapore.
Free zone Dubai en winstbelasting
In bepaalde aangewezen gebieden geldt in Dubai een ander regime, de zogenaamde free zone. Veel buitenlandse ondernemingen hebben binnen dit gebied hun bedrijf gevestigd. Er is aangegeven dat de regelingen binnen dit gebied (geen winstbelasting, wel een bijdrage aan de vergunning (tenminste € 2.500 per jaar)) vooralsnog zo blijven. Er gelden wel strekte regels, de belangrijkste:
- Geen concurrentie met lokale markt: de bedrijven binnen dit gebied mogen economisch niet de lokale markt betreden (dus geen vastgoed horeca, scholen, zorg, etc.);
- Het bedrijf moet - met toestemming en een beschikking - in de free zone gevestigd zijn. Er zijn ruim 40 free zone gebieden, elk met hun eigen regels;
- Het bedrijf moet 95% van haar inkomen binnen de free zone of internationaal verdienen;
- De jaarstukken moeten door een accountant gecontroleerd worden.
Belastingverdrag met de Verenigde Arabische Emiraten (waaronder Dubai)
Nederland heeft een belastingverdrag met de Verenigde Arabische Emiraten gesloten. Dit is een bijzonder belastingverdrag omdat Dubai niet altijd en over alle inkomsten of winsten belasting zal heffen. Daarnaast kent het belastingverdrag een bijzondere "inwoners" bepaling. Als inwoner wordt gezien:
- Bedrijf met vestiging (substance) in Dubai dat ook vanuit dit land wordt aangestuurd (normale bepaling).
- Natuurlijk persoon die in Dubai woont met een emiratie nationaliteit. Dit laatste is vrijwel onmogelijk en dus zullen natuurlijke personen zelden verdragsbescherming genieten.
Wonen of werken in Dubai en fiscale gevolgen
Gevolg van vorenstaande belastingverdrag zal zijn dat Nederland volledig dividendbelasting zal heffen als een Nederlands bedrijf dividend gaat uitkeren aan een persoon die in Dubai (of de VAE) woont. Dit zal ook gelden voor verkoopwinst op aandelen in een Nederlandse BV. De bepaling is discriminerend maar volgens Nederlandse rechters toegestaan in verdragsbepalingen. Veel Nederlanders die in Dubai gaan wonen zullen dus een conserverende aanslag krijgen en vervolgens in Dubai een geheel nieuwe holdingstructuur opzetten voor hun activiteiten die in Dubai worden uitgeoefend.
Fiscaal kunt u dus prima in Dubai wonen edoch voor inkomsten uit Nederlandse bron heeft u geen recht op verdragstoepassing.
Als een persoon in Dubai gaat werken voor een aldaar gevestigde werkgever (mag ook vestiging van Nederlands bedrijf zijn) en deze persoon verblijft ook feitelijk in Dubai en/of woont in Dubai (is eenvoudig te regelen met visa voor 2 tot 10 jaar) dan is er een fiscaal voordeel te behalen. De persoon moet wel minimaal 6 maanden in Dubai verblijven. Het bedrijf in Dubai mag de salariskosten niet doorbelasten aan een bedrijf in Nederland. Het volgende is dus van belang voor een fiscaal vriendelijk salaris in Dubai:
- Bedrijf moet substance in Dubai hebben
- U moet er minimaal 6 maanden werken/ verblijven
- Het salaris of de salariskosten mogen niet aan een Nederlands bedrijf worden doorbelast
- U moet een normale werknemer zijn (geen bestuurder)
Wonen in Nederland met activiteiten in Dubai
Als u in Nederland woont met een bedrijf in Dubai heeft u gewoon recht op toepassing van het belastingverdrag. Salarissen van activiteiten in Dubai mogen in Dubai worden belast. Omdat Dubai geen belasting heft mag Nederland bij heffen, onder verrekening van de in Dubai betaale belastingen (die meestal nihil is). Voor inkomen uit werkzaamheden geldt dus de voorkomingsmethode , er zijn echter ook uitzonderingen.
Het beleggen in vastgoed in Dubai, prive of zakelijk, is wel fiscaal voordelig. Vastgoed mag namelijk in Dubai worden belast en Nederland zal hiervoor de vrijstellingsmethode in Nederland hanteren (dus vrijwel geen heffing).
Fiscaal advies Dubai
Steeds meer ondernemers en bedrijven verplaatsen hun activiteiten (deels) naar het buitenland. Omdat belastingen steeds vaker als kosten of uitgaven worden gezien speelt hierbij ook emigratie van de ondernemer een rol. Nederland helpt hierbij - in negatieve zin - de ondernemer op weg (veel gehoorde kritiek: teveel regels, gewijzigde wetgeving, onduidelijk beleid, etc.).
Portugal kende de NHR regeling, maar deze is in 2024 afgeschaft. Spanje kent nog steeds de Beckham regeling, maar Spanje vereist fiscaal maatwerk en is geen belastingparadijs. Italie komt de laatste jaren ook met nieuwe fiscaal gunstige regels en ook zien wij ondernemers uitwijken naar de Canarische Eilanden. Deze eilandengroep behoort tot Spanje maar heeft een eigen fiscale status verworven. Het kent ook - een soort - Freezone (de Zona Especial Canaria) met een winstbelasting van 4%. Bij een emigratie lopen "het leven" en "fiscaliteit" hand in hand. Naast een zorgvuldige voorbereiding over de mogelijke emigratielanden is de samenwerking met een lokale fiscalist en een woonplaatsonderzoek cruciaal. Uit interne stukken van de belastingdienst blijkt namelijk dat er voor uw fiscale woonplaats teveel naar de feiten en gebeurtenissen in Nederland wordt gekeken, dit met allerlei fiscale procedures tot gevolg. De laatste jaren zijn er veel meer procedures over de fiscale woonplaats, bijvoorbeeld bij artiesten en ondernemers.
Er wordt dus door ondernemers ook steeds meer gekeken naar fiscaal gunstige landen of staten (zoals Dubai) waar de fiscale woonplaats is gelegen en wellicht een vakantiewoning in Nederland of Spanje wordt aangehouden. Mede hierom ben ik eens afgereisd naar Dubai.
Dubai is ook steeds vaker een tussenschakel met Afrika of andere delen van de wereld. Dit komt omdat de VAE met ruim 130 landen een belastingverdragen hebben gesloten. Hierdoor kan via een tussenholding in de VAE toegang worden verkregen tot vele belastingverdragen met diverse landen. Voor Nederlandse bedrijven - die in Afrika zaken willen doen - kan dit een prima oplossing zijn.
Dubai is bijzonder om te zien en te beleven, de emiraten hebben ongekende mogelijkheden. Edoch, het is geen democratie, in de zomer maanden veel te warm, weinig cultuur (hoewel Abu Dhabi hieraan werkt) en inkomensongelijkheid. De prijzen zijn redelijk vergelijkbaar met Nederland. Met grote luchthavens, prima logistiek, veel kennis en bijbehorende taalbeheersing kent het zakelijk voldoende mogelijkheden. Mede door de groei is de vastgoedmarkt in ontwikkeling en de fiscale tarieven zijn voordelig. Om gebruikt te maken van de fiscale en praktische regels in Dubai moet u of uw bedrijf wel substance in Dubai hebben, of plat gezegd "u moet er zijn en iets doen". De periode van een (brievenbus) bedrijf oprichten en factuurtjes sturen is voorbij. Er zijn echter voldoende mogelijkheden voor bijvoorbeeld het ontwikkelen van intellectueel eigendom, een klantenservice, logistiek of juridisch centrum of de rol van nevenvestiging of hoofdkantoor. U moet er wel iemand naar toe sturen en hier dus echt iets opzetten, anders gaat het (fiscaal) niet optimaal werken.
Bij een emigratie speelt fiscaliteit op korte termijn (inkomstenbelasting, vermogensbelasting en winstbelasting) en langere termijn (erfbelasting en schenkbelasting) steeds vaker een rol van betekenis. Omdat de DGA / ondernemer veelal in meerdere landen wil verblijven zal hierbij een woonplaats discussie kunnen spelen, dit vereist een zorgvuldige voorbereiding. Bij uw vertrek wordt een zogenaamde conserverende aanslag opgelegd, voor de inning zult u zekerheid moeten verstrekken (emigratie buiten EU).
Als u uw bedrijf in het buitenland wilt vestigen speelt substance een belangrijke rol. De eerste stap is dus wat het bedrijf in Dubai gaat doen en welke rol dit bedrijf binnen uw concern gaat vervullen. Zonder een helder beeld en echte activiteiten heeft fiscale advisering geen zin.
Wij werken bij onze fiscale advisering altijd samen met lokale adviseurs en beoordelen uw situatie vanuit Nederlands perspectief. Zijn er vragen? Neem gerust contact met ons op of stuur een e-mail.
Emigratie DGA naar populair emigratieland
Steeds meer mensen emigreren naar het buitenland, waaronder ook ondernemers en DGA's. Fiscaal ideale emigratielanden zijn landen die geen of een beperkte dividendbelasting, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, kennen en/of geen of beperkte erf- en schenkbelasting. Landen die dan in beeld komen zijn Andorra, Canarische Eilanden, Ierland, Italië, Gibraltar en soms ook andere landen.
Emigratie van een DGA
Wanneer een belastingplichtige emigreert, kunnen verschillende fiscale vraagstukken opdoemen, vooral met betrekking tot de verkoop van aandelen aan de vennootschap zelf of de liquidatie van een besloten vennootschap (BV). Hieronder volgt een analyse van deze fiscale scenario's, onderbouwd met relevante wetgeving en jurisprudentie. Bij een emigratie spelen een aantal basis principes
- Het bepalen van de fiscale woonplaats (artikel)
- Het fiscale woonplaatsonderzoek (artikel) (interne stukken belastingdienst)
- Conserverende aanslag (artikel)
- Feitelijke leiding van het bedrijf (artikel)
- Emigratie DGA en vennootschapsbelasting in holding (artikel)
De conserverende aanslag bij een DGA
De emigratie van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) met een aanmerkelijk belang (ab) kan leiden tot significante fiscale implicaties onder de Nederlandse belastingwetgeving. Bijzondere aandacht verdient de behandeling van de fictieve vervreemding zoals opgenomen in artikel 4.16(1)(h) van de Inkomstenbelasting (IB) en de daaruit voortvloeiende conserverende aanslag conformartikel 2.8 lid 2 van de inkomstenbelasting.
- Fictieve vervreemding bij Emigratie: emigratie van een ab-houder wordt gezien als een fictieve vervreemding van aandelen.Dit impliceert dat de ab-houder belast wordt alsof er een verkoop van aandelen heeft plaatsgevonden op het moment van emigratie.
- Conserverende aanslag: Een conserverende aanslag wordt opgelegd. Deze wordt ingevorderd bij daadwerkelijke ontvangsten uit dividend of bij vervreemding van de aandelen. De betaling van deze aanslag kan worden uitgesteld en is afhankelijk van specifieke voorwaarden zoals gedefinieerd in de wet, bij emigratie binnen de EU wordt uitstel van betaling (zonder rente en zekerheden) gegeven. Als een DGA buiten de EU zou emigreren wordt veelal zekerheid (in Nederland) gevraagd. Er is al redelijk vaak geprocedeerd over de conserverende aanslag in combinatie met de verdragstrouw, volgens de Hoge Raad d.d. 20 februari 2009 is hiervan geen sprake (ook later is nog eens gekeken naar strijdigheid met het EU recht, dit bij de Hoge Raad op 15 april 2011). De oorspronkelijke wetgeving was wel in strijd met het EG recht, edoch sinds vele jaren mag een waarde daling van de aandelen in mindering worden gebracht op de conserverende aanslag en is geen zekerheid meer vereist voor het uitstel van betaling (bij emigratie binnen de EU), dus ook dit onderdeel gaat nu fiscaal goed (voor Nederland).
- Internationale belastingverdragen: de heffing door Nederland op basis van de conserverende aanslag onttrekt zich aan de toepassing van internationale belastingverdragen. Dubbele belastingvermindering is slechts mogelijk voor belastingen geheven over de waardestijging vóór de emigratie (artikel 26 lid 5 letter b Invorderingswet).
- Excessief lenen (artikel): Nederland kan meestal haar heffingsrecht inzake excessief lenen - onder bestaande belastingverdragen - niet effectueren, mits er een belastingverdrag is tussen Nederland en het nieuwe woonland. Dat hierover onderhandelingen gaan plaatsvinden lijkt logisch. Nederland zal dit onderdeel bij een emigratie wel betrekken in de conserverende aanslag, dus nog even snel emigreren heeft niet veel fiscale zin.
- Belastingheffing niet ingezetenen: bekijk dit overzicht van de belastingdienst omtrent de verdeling van het heffingsrecht onder de verschillende belastingverdragen.
- Overlijden DGA: de conserverende aanslag komt dan te vervallen en moet worden betaald. De schuld mag niet in mindering worden gebracht op de nalatenschap (artikel 53 Successiewet). Lees ook deze uitspraak van de Hoge Raad op 15 mei 2009.
- Pensioen in eigen beheer : de Nederlandse belastingdienst kan per onderdeel een conserverende aanslag opleggen, zie hiertoe ook het standpunt van de kennisgroep van de belastingdienst op 8 januari 2024.
- Geen invorderingsrente: over de conserverende aanslag wordt geen invorderingsrente berekend volgens artikel 28 lid 3 van de Invorderingswet (IW).
- Verandering in box 2 tarief: het box 2 tarief is in 2024 verhoogd, hierdoor zal er een hogere conserverende aanslag worden opgelegd. Wij hebben veel meer DGA's in 2023 begeleid naar het buitenland, dit omdat het tarief toen nog 26,9% was (nu 33%).
- Behoud van heffingsrecht: Nederland behoudt het recht om te heffen over de gerealiseerde winsten tot aan de emigratie. Dit recht kan leiden tot dubbele belasting indien het nieuwe woonland ook heft over deze winsten.
- Periode: de conserverende aanslag moet binnen 3 jaar worden opgelegd. Hier moet de belastingplichtige wel een beroep op doen, aldus de Hoge Raad op 22 april 1998. Qua datum is de dagtekening door de inspecteur of de latere ter post bezorging het moment, aldus het Gerechtshof Den Haag op 16 april 2010. Als voldaan is aan de vereisten van navordering (nieuw feit) kan de aanslag soms gewoon in stand blijven, aldus het Gerechtshof Amsterdam op 12 november 2009 en Hoge Raad 22 april 2022. De aanslag moet wel op de juiste wijze bekend worden gemaakt, dit levert vaak discussie op, voor de liefhebber lees Hoge Raad 18 april 2014.
- Uitstel van betaling: Uitstel van betaling voor de conserverende aanslag is mogelijk onder voorwaarden, maar dit uitstel kan beëindigd worden als de omstandigheden veranderen, zoals gespecificeerd in art. 25 lid 8 letter a van de invorderingswet. Bij een emigratie binnen de EU is er vaak niet veel aan de hand.
- Verkoop van aandelen: uitstel van betaling wordt verminderd of beëindigd als aandelen worden verkocht.
- Buitenlandse heffing (heffing in het woonland): de in het buitenland geheven belasting kan in mindering worden gebracht op de verschuldigde belasting. Maar let op dat de conservende aanslag slechts wordt kwijtgescholden voor de in Nederland geheven dividendbelasting, niet kwijtgescholden wordt het bedrag van de belasting in het buitenland (artikel 26 lid 4 Invorderingswet). Dit kan leiden tot internationaal dubbele heffingen.
- Kwijtschelding bij waardedaling: kwijtschelding van de conserverende aanslag vindt plaats als de waarde van de aandelen, anders dan door uitkering van reserves, is gedaald (artikel 26 lid 5 letter a invorderingswet)
De emigratie van een DGA is een complex proces met verstrekkende fiscale gevolgen, advisering in Nederland en door een specialist in het buitenland is noodzakelijk. Wij richten ons bij de advisering op de Nederlandse situatie en stemmen de fiscale wetgeving in het uiteindelijke woonland af met een fiscaal jurist ter plaatse.
Emigratie en inkoop aandelen (en liquidatie uitkering na emigratie)
Soms mag Nederland niet heffen over de inkoop van aandelen nadat de DGA naar het buitenland is vertrokken. Het belastingverdrag moet immers het heffingsrecht wel aan Nederland toewijzen. De uitkerende rechtspersoon hoeft dan geen dividendbelasting in te houden. De kern van de regeling:
- Karakteristieken van de inkoop van aandelen: De inkoop van aandelen door een vennootschap heeft kenmerken van zowel dividend als vermogenswinst. Volgens artikel 4.16(1)(a) van de Inkomstenbelasting 2001 wordt in Nederland de inkoop van ab-aandelen behandeld als een fictieve vervreemding sinds 1997. De eventuele buitenlandse heffing terzake de inkoop van aandelen komt in mindering om de conserverende aanslag (artikel 26 lid 5 letter b Invorderingswet)
- Behandeling onder belastingverdragen: Bij afwezigheid van een specifieke regeling in een belastingverdrag over de inkoop van aandelen, valt deze doorgaans onder het vermogenswinstartikel, conform de Nederlandse fiscale behandeling. Echter, moderne verdragen, zoals het Verdrag Nederland-België van 2001, kunnen specifiek vermelden dat dergelijke voordelen onder het dividendartikel vallen, zoals gestipuleerd in artikel 15 van het protocol bij dit verdrag. Als het heffingsrecht op grond van het gesloten belastingverdrag niet aan Nederland is toegewezen hoeft de uitkerende rechtspersoon geen dividendbelasting in te houden. Publicatie Kennisgroep Belastingdienst d.d 21 december 2023
- Inkoop aandelen onder vervreemdingsartikel: onder het oude verdrag met Belgie was de Hoge Raad in 2003 van mening dat de inkoop onder het vervreemdingsartikel viel. Hoge Raad d.d. 12 december 2023 ECLI:NL:HR:2003:AI0450. Vervreemding aan een derde en/of aan de eigen rechtspersoon wordt als gelijken gezien. Een uitspraak van een paar jaar later gaat over de liquidatie van een rechtspersoon bij een in Belgie wonende DGA (Hoge Raad d.d. 9 juni 2006 ECLI:NL:HR:2006:AX7341). Dit ligt in lijn met aantekening 28 van het OESO modelverdrag, hierin staat dat liquidatieuitkeringen onder het dividendartikel vallen.
- Vermindering van buitenlandse heffing: eventuele buitenlandse belasting die wordt geheven over de inkoop van aandelen kan in mindering worden gebracht op een conserverende aanslag in Nederland, conform artikel 26(5)(b) van de Invorderingswet 1990.
Populaire emigratie landen
In dit onderdeel behandelen wij een aantal populaire emigratie landen
Emigratie naar Portugal
- Portugal is sinds 2024 niet meer zo populair door afschaffing van de NHR regeling, deze regeling bestond al sinds 2008.
- De verwachting is wel dat de recent gekozen rechtse regering met een gelijkwaardering nieuw regime zal komen.
- Portugal heft geen belaastingen over schenkingen en erfenissen (in de rechte lijn en tussen echtgenoten). Voor derden is het tarief 10%
- Voor schenkingen van vastgoed in Portugal geldt een verlaagd tarief van 0.8% (voor echtgenoten en in de rechte lijn, voor anderen is dit 10,8%.
- Porugal kent geen vermogensbelasting. Er is wel een soort vermogensbelasting voor vastgoed met een waarde hoger dan 600.000 euro, tarief is laag, namelijk 1,5%.
- Divididen en rente worden belast tegen een tarief van 28%, tenzij oude NHR regeling.
- Pensioenen worden belast tegen ongeveer hetzelfde tarief als in Nederland (sinds 2024).
Emigratie naar het Verenigd Koninkrijk
Ook het Verenigd Koningrijk wordt fiscaal minder interessant (maar komt met een nieuwe regeling).
- Als niet Britse inwoner kunt u ervoor kiezen om onder het Non Dom regime (non domiciled residents) te vallen. Gedurende de eerste 6 jaar welke u in het VK verblijft betaalt u geen belasting over inkomsten die buiten het VK verkreeg en die u niet naar het land heeft overgemaakt. Vaanf jaar 7 geldt er dan een forfaitaire belasting, vanaf het 12e jaar verdubbelt dit bedrag dan weer. Na het 15e jaar is het fiscale gunstregime niet meer van toepassing.
- Het VK wil dit regime in 2025 afschaffen, vanaf het 5e jaar moet u dan - evenzo als alle inwoners - het normale tarief betalen. Voordeel is wel dat het remittance principe (inkomen van buiten het VK) wordt losgelaten.
- Voor crypto beleggers en vermogende particulieren is dit dus nog steeds een fiscaal aantrekkelijk land.
- Het tarief voor de successierechten is niet zo gunstig in het VK, namelijk 40% (vrijstelling 325.000 pond).
- Voor schenkingen geldt geen speciale belastingheffing. Als een schenker binnen 7 jaar na de schenking komt te overlijden moet alsnog successierechten worden betaald.
- Er komt in 2025 ook een regeling (evenzo als in Nederland) dat u nog 10 jaar onder het VK recht valt voor erfenissen.
- Het VK kent geen vermogensbelasting.
- Over rente inkomsten wordt geen belating geheven als u onder een bijzonder regime valt.
- Over dividenduitkeringen (uit bijvoorbeeld uw BV) geldt hetzelfde, de heffing zal dus afhangen van het bijzondere regime (zoals Non Dom) waar u onder valt. Voor de Nederlandse heffing geldt natuurlijk wel de inning van de conserverende aanslag.
- Over pensioenen geldt evenzo het bijzondere regime. Als u uw pensioen echter laat overmaken naar het VK moet u normaal belasting in het VK betalen.
Emigratie naar Italie
- Italie kent, onder bepaalde voorwaarden, een aantrekkelijk fiscaal regime.
- Nieuwe Italiaanse bewoners kunnen gedurende een periode van 15 jaar in aanmerking komen voor een forfaitaire belasting van 100.000 euro op inkomsten uit een buitenlandse bron.
- Pensioen van nieuwe inwoners in Italie wordt gedurende 9 jaar belast tegen een tarief van 7%.
- Schenkingen en erfenissen worden belast tegen een tarief dat kan oplopen tot maximaal 8%. Voor echtgenoten is dit lager, namelijk 4%. De vrijstelling bedraagt 1.000.000 euro. Kiest u voor de bijzondere regeling dan is gedurende de eerste 15 jaar een vrijstelling van toepassing op uw bezittingen in het buitenland.
- Italie kent geen vermogensbelasting en zijn wel specifieke eigendomsbelastingen (1% over de waarde van bezittingen in het buitenland).
- Rente en dividend wordt belast tegen een tarief van 25%. Voor buitenlanders geldt echter soms het bijzondere regime (15 jaar max 100,000 euro).
- Inkomsten die worden verdiend in Italie zijn belast tegen het normale tarief.
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Advisering DGA bij emigratie
De advisering van een DGA bij emigratie is vaak een fiscale en juridische (DAC 6 melding) puzzel. Als een DGA is geëmigreerd naar het buitenland dan is de heffing in principe toegewezen aan het buitenland. In Nederland is de DGA dan buitenlands belastingplichtig. Het heffingsrecht van Nederland is van toepassing over de tot het moment van emigratie opgebouwde winst (conservende aanslag). Het heffingsrecht van Nederland is afhankelijk van het land waarheen de DGA zal emigreren (afhankelijk van het belastingverdrag, een overzicht treft u hier aan) . Vragen? Stuur ons gerust via onderstaand formulier uw vraag of verzoek om een offerte inzake fiscale advisering.
Checklist 30% regeling
De 30% regeling is de afgelopen jaren versoberd. In dit artikel wordt een toelichting gegeven op de 30% regeling in 2024 en 2025. Het verzoek om toepassing van de 30% regeling kunt u hier downloaden.
Standpunt kennisgroep inzake 30% regeling
In een standpunt van de kennisgroep van de Belastingdienst d.d. 17 oktober 2025 (KG:202:2025:21) wordt ingegaan op de toerekening van gezamenlijke inkomensbestanddelen en box 3 vermogen aan een partiële buitenlandse belastingplichtige. Dit standpunt is gebaseerd op een voorbeeld casus inzake fiscale partners waarvan één partner de partiële buitenlandse belastingplicht heeft toegepast. Er geldt voor 2025 en 2026 overgangsrecht voor personen die al eerder gebruik hebben gemaakt van de 30% regeling. Volgens onze fiscale afdeling (en die van andere fiscaal juristen) is dit standpunt niet juist, zie ook een artikel in het FD d.d. 19 november 2025 (abonnement nodig). Vaanf 1 januari 2027 is het genoemde standpunt wel relevant. In andere standpunten van de kennisgroep van de belastingdienst wordt ook een toelichting gegeven, de belangrijkste zijn:
- Step up bij einde 30% regeling (KG:003:2022:17)
- Aftopping vergoeding en eindejaarsberekening 30% regeling (KG:041:2024:22)
- Correctie bij onjuiste toepassing 30% regeling (KG:204:2023:21)
- Expatregeling einde looptijd (KG:041:2023:6)
- Step up bij einde 30% regeling (KG:003:2022:17)
- Expatregeling en wisseling van werkgever (KG:041:2025:5)
- Expatregeling vergoeding schoolgelden bij school buiten Nederland (KG:041:2023:12)
- 30% regeling en beschikking loon (KG:204:2022:16)
Wetswijziging expatregeling (30% regeling) in 2025
De expatregeling is de nieuwe term voor de 30% regeling. Deze geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Met ingang van 1 januari 2024 is de regeling voor ingekomen werknemers versoberd, namelijk 30% voor eerste 20 maanden, dan 20% voor volgende 20 maanden en 10% voor laatste 20 maanden (totaal dus 60 maanden). Deze wijziging wordt per 2025 weer teruggedraaid. Het maximale percentage wordt in 2027 wel verlaagd van 30% naar 27%, dit geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Het percentage van 27% geldt dan gedurende de gehele looptijd. Voor 2025 en 2026 blijft voor alle ingekomen en uitgezonden werknemers het percentage nog gewoon 30%. Verdere wijzigingen zijn:
- Salarisnorm wordt per 2027 verhoogd van € 46.107 naar € 50.43 (voor werknemers jonger dan 30 jaar en masterdiploma van € 35.048 naar € 38.338). Dit wel met jaarlijkse index.
- Partiële buitenlandse belastingplicht: vanaf 2025 vervalt voor aantal werknemers de mogelijkheid om in de aangifte inkomstenbelasting te kiezen voor de toepassing van de partiële buitenlandse belastingplicht. Voor werknemers die al gebruik maken van de regeling in 2023 geldt een overgangsregeling (tot en met eind 2026). Voor werknemers die niet in Nederland wonen (en hier wel werken) kan soms de regeling nog wel gelden.
Voor vragen over de 30% regeling (of expatregeling) kunt u onze collega's om advies vragen, stuur ons hiertoe een e-mail.
Salariseisen kennismigranten
- Kennismigrant jonger dan 30 jaar (exclusief vakantiegeld) € 4.171 (2024 € 3.909)
- Kennismigrant ouder dan 30 jaar (exclusief vakantiegeld) € 5.688 (2024 € 5.331)
- Verlaagd salaris voor kennismigrant die nog studeren of promotie maken € 2.989 (2024: 2.801)
- Minimaal belastbaar jaarloon (exclusief vrijstelling) € 46.660 (2024: € 46.107)
- Minimaal belastbaar jaarloon (exclusief vrijstelling) tot 30 jaar met masterdiploma € 35.468 (2024: € 35.048)
- Bovengrens 30% regeling (WNT norm) € 246.000 (2024 € 233.000)
Stukken voor 30% regeling
- Arbeidsovereenkomst (met datum in dienstbetrekking)
- Salarissstrook (met BSN Nummer en sectorcode)
- CV
- Dag aankomst in Nederland
- Omschrijving beroep (let op schaarste)
- Kopie paspoort
- NAW gegevens werkgever en loonheffingsnummer
- Informatie huidige en vroegere woonplaatsen (laatste 2 jaar)
- Bewijs van inschrijving in bevolkingsregister (binnenland en buitenland)
- (Soms) machtiging accountant / fiscalist voor de aanvraag
Maximale vergoeding 30% regeling
Het maximale salaris conform de zogenaamde balkenende norm van € 233.000.
Verlaging 30% regeling
De 30% regeling is sinds 2024 aangepast, de eerste 20 maanden is het nog 30% en daarna voor de volgende 20 maanden 20% en dan na 40 maanden 10%.
Informatie over 30% regeling
Neem gerust contact op met ons kantoor zodat wij voor u de aanvraag kunnen verzorgen, stuur ons hiertoe een e-mail.
De versobering van de 30% regeling
Een internationale uitzending gaat met extra kosten gepaard gaan, ook wil Nederland graag extra kennis inschakelen vanuit het buitenland. De Nederlandse belastingwet kent hiervoor speciale fiscale regelingen, de belangrijkste is de 30% regeling. Deze regeling wordt in Nederland afgebouwd en in het buitenland opgebouwd. De regeling is bedoeld om extra kosten fiscaal vriendelijk te vergoeden. De kennisgroep van de belastingdienst heeft nog eens gekeken wanneer een vergoeding als loon moet worden gezien en wanneer niet. In dit artikel een overzicht van de 30% regeling in 2024 en daarna. U moet een beschikking aanvragen bij de belastingdienst, wij adviseren u hierbij graag. De checklist voor de benodigde informatie kunt u hier vinden.
Standpunt kennisgroep inzake 30% regeling
In een standpunt van de kennisgroep van de Belastingdienst d.d. 17 oktober 2025 (KG:202:2025:21) wordt ingegaan op de toerekening van gezamenlijke inkomensbestanddelen en box 3 vermogen aan een partiële buitenlandse belastingplichtige. Dit standpunt is gebaseerd op een voorbeeld casus inzake fiscale partners waarvan één partner de partiële buitenlandse belastingplicht heeft toegepast. Er geldt voor 2025 en 2026 overgangsrecht voor personen die al eerder gebruik hebben gemaakt van de 30% regeling. Volgens onze fiscale afdeling (en die van andere fiscaal juristen) is dit standpunt niet juist, zie ook een artikel in het FD d.d. 19 november 2025 (abonnement nodig). Vaanf 1 januari 2027 is het genoemde standpunt wel relevant. In andere standpunten van de kennisgroep van de belastingdienst wordt ook een toelichting gegeven, de belangrijkste zijn:
- Step up bij einde 30% regeling (KG:003:2022:17)
- Aftopping vergoeding en eindejaarsberekening 30% regeling (KG:041:2024:22)
- Correctie bij onjuiste toepassing 30% regeling (KG:204:2023:21)
- Expatregeling einde looptijd (KG:041:2023:6)
- Step up bij einde 30% regeling (KG:003:2022:17)
- Expatregeling en wisseling van werkgever (KG:041:2025:5)
- Expatregeling vergoeding schoolgelden bij school buiten Nederland (KG:041:2023:12)
- 30% regeling en beschikking loon (KG:204:2022:16)
Formulier 30% regeling 2025
Werkgevers kunnen een werknemer uit het buitenland een onbelaste vergoeding geven voor de extra kosten voor tijdelijk verblijf in Nederland. Werkgevers die de Expatregeling gebruiken mogen zonder nader bewijs maximaal 30% van het loon – inclusief vergoeding – aanwijzen als gericht vrijgestelde vergoeding voor extraterritoriale kosten. Om gebruik te maken van de regeling is toestemming nodig van de Belastingdienst. Werkgevers die vanaf de eerste werkdag gebruikmaken van de Expatregeling moeten het verzoek binnen vier maanden na die dag indienen bij de Belastingdienst. Anders mag de werkgever pas gebruikmaken van de regeling vanaf de eerste dag van de maand waarin het verzoek gedaan wordt. Met dit formulier kan de werkgever ook een aanvraag doen om de regeling voor een nieuwe werknemer toe te passen die bij zijn vorige werkgever de regeling al liet toepassen. Het formulier voor de 30% regeling over 2025 is beschikbaar op de site van de belastingdienst.
Wetswijziging expatregeling (30% regeling) in 2025
De expatregeling is de nieuwe term voor de 30% regeling. Deze geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Met ingang van 1 januari 2024 is de regeling voor ingekomen werknemers versoberd, namelijk 30% voor eerste 20 maanden, dan 20% voor volgende 20 maanden en 10% voor laatste 20 maanden (totaal dus 60 maanden). Deze wijziging wordt per 2025 weer teruggedraaid. Het maximale percentage wordt in 2027 wel verlaagd van 30% naar 27%, dit geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Het percentage van 27% geldt dan gedurende de gehele looptijd. Voor 2025 en 2026 blijft voor alle ingekomen en uitgezonden werknemers het percentage nog gewoon 30%. Verdere wijzigingen zijn:
- Salarisnorm wordt per 2027 verhoogd van € 46.107 naar € 50.43 (voor werknemers jonger dan 30 jaar en masterdiploma van € 35.048 naar € 38.338). Dit wel met jaarlijkse index.
- Partiële buitenlandse belastingplicht: vanaf 2025 vervalt voor aantal werknemers de mogelijkheid om in de aangifte inkomstenbelasting te kiezen voor de toepassing van de partiële buitenlandse belastingplicht. Voor werknemers die al gebruik maken van de regeling in 2023 geldt een overgangsregeling (tot en met eind 2026). Voor werknemers die niet in Nederland wonen (en hier wel werken) kan soms de regeling nog wel gelden.
Voor vragen over de 30% regeling (of expatregeling) kunt u onze collega's om advies vragen, stuur ons hiertoe een e-mail.
De 30% regeling of 27% regeling
Onder voorwaarden kunnen buitenlandse werknemers in aanmerking komen voor de expatregeling. Als de regeling kan worden toegepast kan maximaal 30% (dadelijk 27%) van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking onbelast (belastingvrij) worden vergoed. Deze vergoeding ziet op extra kosten die de werknemer moet maken voor huisvesting en levensonderhoud. De regeling zou vanaf 2024 worden afgebouwd. De eerste 20 maanden kan nog maximaal 30% van het WNT norm bedrag (233.000 euro) worden vergoed en de daarop volgende 20 maanden nog 20% en de laatste 20 maanden nog 10%. Na 60 maanden stopt de 30% regeling dan definitief. Deze versobering is teruggedraaid. Als een werkgever kan aantonen dat de kosten hoger zijn dan het forfait mogen ook de werkelijke extraterritoriale kosten (ET Kosten) worden vergoed.
30% Regeling wordt 27% regeling
Eind 2023 heeft de tweede kamer voorgesteld om de 30% regeling af te bouwen. Dit wordt in het belastingplan 2025 teruggedraaid (voor groot deel). In 2025 en 2026 blijft de 30% regeling nog gelijk en in 2027 gaat de 30% regeling naar een nieuwe 27% regeling.
De wetgeving aangaande de 30% regeling
Tot de vrije vergoedingen behoren vergoedingen, in redelijkheid, ter zake van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten), met dien verstande dat voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen werknemers die door een inhoudingsplichtige van buiten Nederland worden uitgezonden, onder daarbij te stellen voorwaarden, geldt dat vergoedingen van kosten van verblijf buiten het land van herkomst voor van buiten Nederland in dienstbetrekking genomen werknemers gedurende ten hoogste 96 maanden ten minste worden beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot ten hoogste 30 percent van het loon, alsmede tot het bedrag van de daarbij aan te wijzen schoolgelden, Artikel 31a(2)(e) LB, nadere regels in hoofdstuk 4A Uitvoeringsbesluit loonbelasting.
Verlaging 30% regeling hottopic
De 30%-regeling is een hottopic op dit moment omdat veel weerstand is op de doorgevoerde versobering vanaf 1 januari 2024 maar ook ten aanzien van de vraag of Nederland wel een interessant genoeg vestigingsklimaat heeft voor internationaal opererende bedrijven. In het verleden kon een werknemer 12 jaar gebruik maken van deze regeling. Sinds 2024 is de regeling nog maar van toepassing voor 5 jaar en dan ook nog met een afbouw
- eerste 20 maanden: 30% van het loon
- volgende 20 maanden: 20% van het loon
- laatste 20 maanden: 10% van het loon.
Er geldt een uitzondering voor degenen die in 2023 al gebruik maakten van de 30% regeling. Daarnaast geldt er ook een maximum grondslag, deze bedraagt voor 2024 € 233.000 (geindexeerd).
30% regeling in 2025 weer gunstiger
In de kamerbrief d.d. 5 april 2024 wordt al beetje vooruit gekeken. De 30% regeling zal in 2025 waarschijnlijk iets gunstiger, in de huidige voorjaarsnota (15 april 2024) is hier nog weinig over te ontdekken. Wel wordt de regeling voor expats in Nederland t.a.v. box 2 en box 3 vermogen in het buitenland ongunstiger (met overgangsrecht).
Hopelijk is het zwalkende beleid op dit soort onderdelen een keer voorbij, hierdoor zullen ook internationale bedrijven eerder in Nederland blijven. De meest recente voorbeelden zijn ASML en Boskalis, zij hebben aangegeven te overwegen om te vertrekken uit Nederland. Een belangrijke overweging die zij hebben is dat het lastig is om geschikt personeel te komen. De 30% regeling is bij uitstek een goede regeling om juist deskundig personeel te werven en voordelig te belonen. De 30% regeling zorgt er namelijk voor dat deze werknemers een belastingvrije vergoeding krijgen over een gedeelte van hun loon, dit mede om dubbele huisvestingskosten en andere specifieke zaken te bekostingen.
Mocht de termijn voor de 30% regeling worden verkort tot 5 jaar ?
Henk maakt gebruik van de 30% regeling. In 2019 wordt de maximale looptijd voor de 30% regeling verkort naar 5 jaar. Het overgangsrecht is beperkt. De vraag die aan de Rechtbank Noord Holland wordt voorgelegd is "mag dit zomaar"? De rechtbank is op 8 maart 2024 (ECLI:NL:RBNHO:2024:2602) van oordeel is dat de beperkte werking van het overgangsrecht niet in strijd is met algemene beginselen van behoorlijke wetgeving, het non-discriminatiebeginsel (artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR) en het eigendomsrecht van artikel 1 EP EVRM. Verder kan de (vroegtijdige) beëindiging van de 30%-regeling niet worden gezien als een individuele en buitensporige last voor eiseres. Beroep van Henk is ongegrond. Of er hoger beroep is aangetekend is op het moment van schrijven van dit artikel niet bekend.
De 30% regeling vanaf 1 januari 2024
Aan de 30% regeling zitten specifieke voorwaarden verbonden. Dit zijn:
- De werknemer komt in loondienst van de in Nederland gevestigde werkgever.
- De werknemer beschikt over specifieke deskundigheid.
Specifieke deskundigheid wordt verondersteld vanaf een inkomen van ten minste € 46.107 per jaar. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, en die jonger zijn dan 30 jaar, is deze inkomensnorm € 31.891 exclusief de gerichte vrijstelling. Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, geldt een uitzondering
Er is sprake van een ingekomen werknemer.
Van een ingekomen werknemer is sprake wanneer de werknemer in de 24 maanden voorafgaand aan hun 1e werkdag in Nederland voor meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde. Werknemers die in het grensgebied wonen komen dus niet in aanmerking voor de 30%-regeling.
De 30% regeling mag alleen toegepast worden wanneer de belastingdienst hiervoor een beschikking afgeeft.
Voor zover niks nieuws ten opzichte van eerdere jaren. Wanneer je de 30% regeling kunt toepassen is sprake van de volgende belastingvrijstelling:
- De eerste 20 maanden 30% belastingvrij;
- De daaropvolgende 20 maanden 20% belastingvrij;
- De laatste 20 maanden 10% belastingvrij.
Verder is de grondslag voor dit belastingvrije inkomen gemaximeerd op € 233.000 (Balkenende-norm). Vergeet ook de deskundigheidsvereiste niet. Het moet duidelijk zijn dat de persoon deskundig en schaars is, hierbij spelen de volgende factoren:
- opleidingsniveau
- ervaring van de werknemer
- verhouding beloning in Nederland en buitenland
Vóór 2024 was het kreeg de ingekomen werknemer een belastingkorting van 30% voor een periode van maximaal 5 jaar. Zoals u mogelijk begrijpt is deze regeling een stuk minder interessant dan voorheen. Voor ingekomen werknemers die voor 2024 al gebruik maakte van de 30% regeling is overgangsrecht van toepassing, zij kunnen gebruik blijven maken van de oude regeling.
Alternatief, vergoeden van werkelijke extraterritoriale kosten
De 30% regeling is bedoeld als tegemoetkoming voor de extra kosten die worden gemaakt voor het (tijdelijke) verblijf in Nederland, zogeheten extraterritoriale kosten. Wanneer de werknemer voldoet aan de voorwaarden van de 30% regeling kan er ook voor worden gekozen om de werkelijk gemaakte exterritoriale kosten te vergoeden. In de werkkostenregeling is hiervoor een gerichte vrijstelling opgenomen. Voorwaarde is wel dat in de loonadministratie de vergoeding worden bijgehouden. Bij de forfaitaire percentages is dit niet nodig.
Komt de werknemer uit het buitenland?
In de praktijk zien wij dat ondanks dat de voorwaarden van de 30% regeling duidelijk lijken in de praktijk nog wel eens een verschil van inzicht bestaat of de regeling kan worden toegepast. Zo ook in onderhavige Rechtbank uitspraak, uit januari 2024, betrof het een persoon met de Indiase nationaliteit (hierna: belanghebbende). Belanghebbende had een verblijfsvergunning in België om te studeren en heeft daar ook een masteropleiding afgerond.
Na zijn opleiding is belanghebbende naar Nederland gegaan om daar een baan te vinden. In eerste instantie ging belanghebbende aan het werk via een uitzendbureau, dit waren geen werkzaamheden in lijn met de opleiding van belanghebbende. Deze werkzaamheden duurden 3 maanden, daarna vond belanghebbende een baan in Eindhoven waar belanghebbende als trainee aan de slag ging.
Ten aanzien van het nieuwe dienstverband werd een beroep gedaan op de 30% regeling. De 30% regeling werd door de inspecteur afgewezen en later ook door Rechtbank Den Haag ongegrond verklaard. Reden hiervoor is dat belanghebbende niet aan de voorwaarden van een ingekomen werknemer voldoet.
De belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat hij in een ander land is aangeworven en hij meer dan twee derde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de start van zijn dienstverband op meer dan 150 km van de Nederlandse grens woonachtig was. Gezien het geschetste tijdpad in onderhavige procedure kan geconcludeerd worden dat belanghebbende in de periode dat hij woonachtig was in België binnen 150 km van de Nederlandse grens woonde en om die reden niet kwalificeerde als ingekomen werknemer.
Noot fiscaal jurist inzake 30% regeling en internationaal advies
Of de 30% regeling in de toekomst verder zal worden versoberd is afhankelijk van de route die het volgende kabinet zal ingaan. Wat duidelijk is dat het voor grote internationale bedrijven een probleem is om geschikt personeel te vinden, de versobering van de 30% regeling draagt daar zeker niet aan bij.
Verder is ook aangekondigd dat de evaluatie van de versoberde 30% regeling nog voor de zomer zal plaatsvinden. Als daaruit blijkt dat de versobering van de 30% regeling ongewenste negatieve effecten heeft is beoogd deze nog in het belastingplan 2025 aan te passen. Wij volgen de ontwikkelingen met belangstelling en informeren jullie via de artikel op onze website.
Wanneer u vragen heeft over de 30% regeling kunt u contact opnemen met één van onze fiscalisten.
Bron 30% regeling
Rechtbank Den Haag d.d. 23 januari 2024 ECLI:NL:RBDHA:2024:714
Verzoek loonheffingen 30% regeling 2024
Kennisgroep Belastingdienst Schoolgelden buitenlandse school vergoeden binnen 30% regeling
Kennisgroep Belastingdienst vraag inzake wisseling werkgever
Kennisgroep Belastingdienst, zijn advieskosten voor aanvraag 30% regeling loon of niet?
Fiscale woonplaats bij behouden eigen woning in Nederland
In een uitspraak van het Hof Amsterdam d.d. 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:721) wordt de complexiteit van de fiscale woonplaatsbepaling binnen de Nederlandse belastingwetgeving onderstreept. Deze casus, waarbij een belastingplichtige, hierna te noemen X, zowel in Nederland als in Duitsland substantiële banden had, illustreert de nuances van de fiscale woonplaatsbepaling en de consequenties daarvan voor de belastingplicht.
De Casus in Vogelvlucht, waar woont iemand?
X, met de Nederlandse nationaliteit, stond gedurende de jaren 2015 en 2016 grotendeels ingeschreven in Duitsland, maar behield het recht om tot 62 dagen per jaar in zijn verhuurde Nederlandse woningen te verblijven. Ondanks zijn inschrijving in Duitsland, bleef X economische activiteiten in Nederland verrichten en had hij familiebanden in Nederland. De inspecteur stelde dat X fiscaal inwoner van Nederland bleef, wat door zowel de rechtbank als het Hof Amsterdam werd bevestigd. De kern van deze bevestiging lag in de duurzame banden van persoonlijke aard die X met Nederland behield.
Fiscale woonplaats ondernemer België
Henk is Nederlander en hij stelt dat hij medio 2015 is geëmigreerd naar België. De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 25 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1232) is het met de inspecteur eens dat Henk (in 2017 en 2018) nog gewoon in Nederland woont. De duurzame band van persoonlijke aard is met Nederland het grootst". De belangrijkste redenen zijn:
- De nieuwe partner van Henk woont in Nederland
- De kinderen van Henk wonen nog in Nederland
- Henk heeft een woning in Nederland en
- Henk is eigenaar van meerdere Nederlandse woningen in Nederland
- Henk is eigenaar van meerdere ondernemingen in Nederland.
Het box 2 inkomen wordt met ruim € 4.400.000 verhoogd en de conserverende aanslag komt te vervallen. Met alle gezeur omtrent (a) misbruik van recht (b) niet verstrekken relevante stukken (c) stukken met verschoningsrecht, doet de rechter niks.
Fiscale woonplaats werknemer Brunei
Piet is Nederlander en werkt voor cypriotische werkgever in Brunei (periode 2008-2011). Piet is van mening dat hij in 2009 in Brunei woont. Via een derdenonderzoek komt de belastingdienst Piet op het spoor, in 2011 volgt een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (met vergrijpboete). Deze zaak was redelijk kansloos omdat
- Piet in Nederland bleef ingeschreven (deel van het jaar),
- hij in Nederland een hoofdverblijf had dat hem ter beschikking stond,
- hij ook nog in Nederland werkte voor Nederlandse werkgever,
- het in Nederland verzekerd was voor de zorgverzekeringen en
- hij in Brunei een woning huurde (tijdelijk) voor een korte periode
De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 11 september 2023 (ECLI:NL:RBZWB:2023:6396) en het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 26 februari 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:544) . De aanslag blijft in stand (dus woonplaats Nederland) en de vergrijpboete wordt vernietigd. Ook is geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden en/of winst uit onderneming.
Omtrent de boete (ruim € 50.000) stelt de inspecteur eerst dat Piet een "boefje is en listig gedrag heeft vertoodn", later wordt dit aangepast in "voorwaardelijke opzet" en vlak voor zitting (10 dagen stuk) verder aangepast in "grove schuld". De rechtbank acht opzet niet bewezen, immers geen sprake van " willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaarden om te weinig belasting te betalen". Het beroep op grove schuld (vlak voor zitting) is te laat.
Aandachtspunten voor de Bepaling van de Fiscale Woonplaats
Hieronder volgt een checklist met aandachtspunten die van belang zijn bij de beoordeling van de fiscale woonplaats:
- Persoonlijke banden: De aanwezigheid van familie in Nederland weegt zwaar mee in de beoordeling van de fiscale woonplaats. Het behouden van nauwe persoonlijke relaties in Nederland kan duiden op een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
- Economische activiteiten: Het blijven verrichten van economische activiteiten in Nederland, zoals het verhuren van onroerend goed, speelt een significante rol in de bepaling van de fiscale woonplaats.
- Verblijfsduur: De daadwerkelijke verblijfsduur in Nederland versus het buitenland is een belangrijke factor. Regelmatig verblijf in Nederland, zelfs voor korte perioden, kan wijzen op het behoud van duurzame banden met Nederland.
- Woningbezit en gebruik eigen woning in Nederland: Het aanhouden en gebruiken van een woning in Nederland, zelfs als deze tijdelijk wordt verhuurd, kan indicatief zijn voor een fiscale woonplaats in Nederland.
- Inschrijving en administratieve hHandelingen: Hoewel inschrijving in het buitenland een indicatie kan zijn van verplaatsing van de woonplaats, is het niet doorslaggevend. Administratieve handelingen, zoals het openen van een bankrekening of inschrijving in het buitenland, moeten in samenhang met andere factoren worden bekeken.
- Intentie en toekomstplannen: De intentie van de belastingplichtige, zoals blijkt uit contracten voor tijdelijke verhuur en toekomstplannen om terug te keren naar Nederland, zijn relevant voor de beoordeling van de fiscale woonplaats.
Fiscale woonplaats directeur CFO van bedrijf
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Fiscale woonplaats voetballer
Het kan ook anders, een voetballer had een huurwoning en daarna eigen woning in Nederland en in Duitsland, maar hij woonde volgens de rechtbank in Duitsland.
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Wat waren de aanwijzigingen voor een woonplaats in Nederland?
- Nog ingeschreven in de basisadministratie
- Woning in Nederland (eerst een huurwoning en vanaf 2022 een koopwoning)
- Familie van Henk woont in Nederland
- Nederlandse bankrekening
- Abonnementen in Nederland (Ziggo, Netflix, mobiele telefoon, sportschool, huur woning, diverse verzekeringen, etc.
Wat waren de aanwijzingen voor een woonplaats in Duitsland?
- Dienstbetrekking in Duitsland
- Ziektekostenverzekering in Duitsland
- Auto op Duits kenteken
- Verklaringen van derden dat Henk meestal in Duitsland was voor zijn werk
- Inschrijving Duits woonadres
- Certificate of residence van de Duitse belastingdienst
De Rechtbank weegt alle omstandigheden en kijkt hierbij met name naar:
- Hoge Raad d.d. 4 maart 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6285 : Bij de uitleg van het woonplaatsbegrip uit artikel 4 van de AWR moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en het desbetreffende land. Hierbij dient geen bijzondere betekenis te worden toegekend aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land.
- Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824: Verder geldt dat de duurzame band met één land niet sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven, ofwel het middelpunt van iemands persoonlijke levensbelangen, zich in Nederland bevindt. Daardoor bestaat (in uitzonderlijke gevallen) de mogelijkheid dat iemand zowel in Nederland als in een ander land woont.
De feiten afwegende komt de Rechtbank (RO 36) tot de volgende conclusie:
De rechtbank is op grond van de onderhavige feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat - zoals verweerder heeft gesteld - eiser in de onderhavige periode een (bepaalde) duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en beschikte in Nederland onder meer over (huur)woning 2 en over de (te bouwen) woning 3. Verder woont familie van eiser in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel niet worden gezegd dat eiser daarmee in de onderhavige periode, alle omstandigheden in aanmerking nemend, (alleen) in Nederland woonde. Eiser woonde, zoals ook hierna zal worden geoordeeld, in die periode namelijk in Duitsland. Hij werkte daar fulltime en heeft het overgrote deel van zijn tijd (met de vriendin) in Duitsland doorgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee geen sprake zijn van de zich alleen in uitzonderlijke gevallen voordoende situatie van een dubbele woonplaats. Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat eiser in de onderhavige periode (ook) in Nederland woonde, is eiser voor de toepassing van het Verdrag in de onderhavige periode inwoner van Duitsland. Kijkende naar de Tie Breaker regel (artikel 4 derde lid verdrag) zijn de persoonlijke en economische banden met Duitsland het grootst.
Noot fiscaal jurist inzake fiscale woonplaats
Deze uitspraak benadrukt het belang van een holistische benadering bij de bepaling van de fiscale woonplaats, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in acht worden genomen. Voor fiscaal juristen en belastingadviseurs is het essentieel om zich bewust te zijn van de complexiteit van deze materie en de mogelijke impact op de belastingplicht van hun cliënten. Het zorgvuldig documenteren en beoordelen van de banden met Nederland speelt een cruciale rol in het adviseren over en het bepalen van de fiscale woonplaats. Ook in een procedure waarbij de belastingplichtige geen eigen woning in Nederland had is door de rechter vastgesteld dat belastingplichtige in Nederland (fiscaal) woonde, zie Gerechtshof Arnhem Leeuwarden (ECLI:N::GHARL:2019:4321).
Duurzame band met Bulgarije maar fiscale woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije.
- Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en ze waren sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland.
- In 2009 is erflater met zijn echtgenote geemigreerd en uitgeschreven uit de basisadministratie.
- In 2013 koopt erflater een woning in Bulgarije. Erflater is in Bulgarije niet geregistreerd als inwoner.
- In het kader van een boekenonderzoek komt de inspecteur in 2013 bij de woning. Tijdens het gesprek geven beide personen aan om in 2014 weer in Nederland te gaan wonen.
- In 2016 is erflater plotseling overleden.
- In Vanaf 2017 woont de echtgenote (volgens de basisadministratie) weer op dit adres.
- In geschil is of erflater in 2014 en 2015 in Nederland woont en hier aangifte inkomstenbelasting moet doen.
De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiele belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Het betaalgedrag van de erflater, de beschikbare woning en auto’s in Nederland, zijn familiebanden, vastgoed in Nederland, zijn aanwezigheid bij het boekenonderzoek en zijn functie als bestuurder van Nederlandse vennootschappen speelden hierbij een belangrijke rol. De erfgenamen stellen dat erflater in Bulgarije woont omdat hij daar met zijn vriendin (en hun gemeenschappelijke dochter) woonden en hij daar ook een onderneming dreef. De pin betalingen zouden niet door erflater zijn gedaan maar door zijn echtgenote. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Bulgarije werd vastgesteld dat de erflater voor belastingdoeleinden als inwoner van Nederland moest worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd ongegrond verklaard.
Checklist woonplaatsonderzoek
In onze praktijk merken we dat de belastingdienst kijkt naar de situatie in Nederland (en dus minder naar de feiten en omstandigheden in het buitenland). Dit volgt ondermeer uit deze interne stukken van de Belastingdienst. De onderdelen die hierbij altijd aan de orde komen zijn: Waar woont uw gezin?
- Waar woont uw partner?
- Bent u verzekerd in Nederland?
- Heeft u een woonadres in Nederland?
- U doet belangrijke dingen in Nederland (huisarts, ziekenhuis bezoek, lid verenigingen, opleidingen, sporten, etc.)
- Heeft u sociale en beroepsmatige bindingen met Nederland?
- Beschikt u over een huis (duurzaam)?
- Waar verblijft uw gezin (partner) of u regulier?
- Heeft u financiële banden met Nederland (beleggingen, bedrijven, etc.)?
- Wat volgt uit uw pingedrag / bestedingen in Nederland?
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Noot fiscaal jurist inzake eigen woning in Nederland en fiscale woonplaats
Waar iemand woont is een feitelijke vraag. De inwonersvraag moet op grond van artikel 4 lid 1 AWR worden beoordeeld (feiten en omstandigheden). Dit is maatwerk en kan per situatie en rechter dan ook verschillen. Als u niet het risico wilt lopen dat u in Nederland woont is het van belang dat uw persoonlijke en economische belangen met Nederland beperkt zijn. Dus bij voorkeur geen beleggingen, activiteiten of woningen in Nederland. Vaak stelt een belastingplichtige de vraag "mag ik dan mijn woning in Nederland niet behouden?" Dit is een lastig te beantwoorden vraag. Uit onderstaande volgt dat de rechters hier kritisch naar kijken.
In situaties waarbij iemand nog een eigen woning in Nederland heeft komen wij soms bijzondere beoordelen tegen (uitspraak Gerechtshof Amsterdam 2024). Als uitgangspunt zou de materiële werkelijkheid de doorslag moeten geven. De rechter stelt vast of een persoon een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft. Hierbij is de band met de buitenland - in eerste instantie - minder van belang (voor de belastingdienst). Sterke banden met het buitenland zeggen nog niet direct iets over het inwonerschap in Nederland. Dit komt pas aan de orde bij de zogenaamde verdragsinwonervraag. Als een inwoner een duurzame band met Nederland heeft die niet wordt onderbroken zien we vaak discussie ontstaan over de fiscale woonplaats. Wat speelde in de hiervoor genoemde casus:
- De persoon heeft een eigen woning in Nederland die gedurende 2 jaar wordt verhuurd.
- Zijn vakantiewoning in Nederland wordt af en toe verhuurd.
- Belanghebbende heeft het recht van gebruik van de eigen woning gedurende ruim 60 dagen per jaar, hiervan maakt hij ook gebruik.
- Belanghebbende was dus soms in Nederland en was ook betrokken bij de verbouwing van de vakantiewoning in Nederland.
- Belanghebbende heeft pensioen en lijfrente uitkeringen uit Nederland
- De belangrijkste bezittingen van belanghebbende liggen of zijn ondergebracht in Nederland (economische activiteit)
- Belanghebbende heeft een appartement in Spanje en een eigen woning in Duitsland.
Omdat er woningen en duurzame betrekkingen zijn met Nederland en Duitsland moet via de tiebreaker regel voor het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland worden bepaald waar hij nu echt fiscaal woonachtig is. Centraal hierbij staat met welk land de persoonlijke en economische betrekkingen het sterkst zijn (middelpunt levensbelangen). De rechtbank en het gerechtshof vinden dat deze met Nederland het sterkst zijn.
Vragen over de fiscale woonplaats? Stuur ons gerust een e-mail
Lucratief belang bij wonen in buitenland, de Grenzen van Fiscale Jurisdictie
In een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 7 maart 2024 (ECLI:NL:RBZWB:2024:1503) werd een fascinerende casus behandeld die de complexiteit van internationale belastingverdragen en de toepassing van fiscale wetgeving illustreert. Het betrof een inwoner van Duitsland met een lucratief belang in een Nederlandse vennootschap, wiens inkomsten uit dit belang door de Nederlandse fiscus als loon uit dienstbetrekking wilden worden belast. De inspecteur wilde - op grond van het lucratief belang - € 7.000.000 als loon aanmerken.
In mei 2025 zijn er diverse vragen beantwoord inzake het lucratief belang en de heffing in box 2 of box 3, dit vraag en antwoord spel kunt u hier raadplegen. De beslisnota met onderliggende informatie is ook van belang. De rekenmodellen geven iets meer financieel inzicht.
De vraag is of dit inkomen - op grond van het belastingverdrag - gezien kan worden als inkomsten uit dienstbetrekking (artikel 14 lid 1 belastingverdrag) of als inkomen uit dividend (artikel 10) resp. vermogeninkomsten (artikel 13 lid 5). De rechtbank oordeelde dat de inkomsten niet onder het arbeidsartikel vielen, er is immers sprake van inkomsten uit aandelen die aanspraak geven op een aandeel in de winst. In het verdrag met Duitsland staat nergens dat er voor dividenden of verkoopwinsten die samenhangen met aandelen die tot een lucratief belang zouden behoren een uitzondering zou moeten worden gemaakt. Het vervreemden van de certificaten van aandelen valt onder het vermogenswinst artikel (artikel 13 lid 5). Het heffingsrecht komt toe aan Duitsland !
De rechtbank betrekt daarbij in haar overwegingen dat de lucratiefbelangregeling reeds voor de totstandkoming van het Verdrag in de Nederlandse wet stond en daarbij geen aanleiding is gezien om hier in de context van het Verdrag bijzondere aandacht aan te besteden, zie hiertoe ook Hoge Raad d.d. 18 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2497)
Ook de kennisgroep van de belastingdienst komt de laatste tijd met diverse standpunten over het lucratief belang. Op 11 juli 2023 kwam het standpunt over een middelijk gehouden lucratief belang, het lucratief belang t.a.v. het overgangsrecht WFKR, het standpunt bij een remittance bepaling in een belastingverdrag en over internationale situaties.
Aanpassing lucratief belang regeling pas per 1 januari 2028
De staatssecretaris van financiën wilde per 1 januari 2026 de lucratief belang regeling aanpassen, deze regeling bestaat sinds 2009 en is vaak onduidelijk (en complex), zie brief staatssecretaris d.d. 1 juli 2025. In het belastingplan 2026 is aangegeven dat de invoering wordt uitgesteld tot 1 januari 2028.
De belastingheffing op (carried interest) inkomen wordt dan belast in box 2 (en niet in box 1 zoals eerder is aangekondigd). Aanleiding voor de aanpassing was de motie van kamerlid Idsinga. insteek was om de winst van fondsmanagers van private equity te belasten als normaal inkomen (box 1).
Onder de huidige regeling worden lucratief belang inkomsten belast in box 1 (maximaal 49,5% heffing), edoch als de manager zijn aandelenbelang heeft ondergebracht in een BV (rechtspersoon) - en tenminste 95% van de opbrengst aan zichzelf uitkeert - geldt een heffing in box 2 (thans 31%), deze laatste variant wordt vaak gebruikt. Na een internetconsultatie kwamen 2 alternatieven bovendrijven.
- optie 1: alles belasten in box 1
- optie 2: heffing in box 2 met multiplier (heffing van 31% naar ongeveer 36%).
Woo verzoek lucratief belang
Er zijn in februari 2025 documenten openbaar gemaakt inzake de lucratief belang regeling. In dit Woo verzoek is specifiek verzocht om documenten en informatie die betrekking heeft op private equity en carried interest structuren, werknemersparticipaties en management participaties. Ook wordt gevraagd om documenten die zien op de communicatie tussen belastingadvieskantoren en de Belastingdienst. Vorenstaande mede in verband met de Hoge Raad uitspraak d.d. 13 april 2023 ECLI:NL:HR:2023:557. In deze uitspraak is door de Hoge Raad bepaald dat vermogensrechten economisch vergelijkbaar zijn met (achtergestelde) aandelen die een lucratief belang vormen indien een hefboomeffect ontstaat van meer dan 1 op 10. De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 24 november 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:921) is naar de prullenbak verwezen . De volgende documenten zijn gepubliceerd:
- Brief d.d. 11 december 2024 inzake Woo verzoek (6 pagina's, downloaden)
- Bron document Woo verzoek lucratief belang (298 pagina's, downloaden)
- Excel bestand berekening 1 (downloaden)
- Excel bestand berekening 2 (downloaden)
- Excel bestand berekening 3 (downloaden)
Lucratief belang en wonen in Duitsland
- De Situatie: Een Duitse inwoner ontvangt aanzienlijke inkomsten uit dividend en de verkoop van een certificaat van aandelen in een Nederlandse vennootschap.
- Het Geschil: De Nederlandse belastingdienst wilde deze inkomsten belasten als loon uit dienstbetrekking, terwijl de belastingplichtige betoogde dat dit in strijd was met het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland.
- Uitspraak: De rechtbank bevestigde dat het ontvangen dividend onder artikel 10 van het belastingverdrag valt, waardoor Nederland slechts een beperkt heffingsrecht heeft. Het voordeel behaald uit de verkoop van het certificaat valt onder artikel 13, lid 5, van het verdrag, waardoor de heffing exclusief aan Duitsland toekomt. Inkomsten uit lucratief belang worden niet als loon uit dienstbetrekking beschouwd, waardoor het arbeidsartikel van het verdrag niet van toepassing is.
Implicaties en Aanbevelingen bij Lucratief belang onder belastingverdragen
Deze uitspraak onderstreept het belang van een nauwkeurige interpretatie van belastingverdragen en de noodzaak voor fiscaal juristen om de verdragsbepalingen grondig te analyseren. Hier zijn enkele aanbevelingen:
- Grondige Analyse: Bestudeer de definities en toepasselijke artikelen van relevante belastingverdragen zorgvuldig.
- Documentatie: Zorg voor gedegen documentatie van de aard van inkomsten en de relatie met de werkzaamheden om verdragsbescherming te onderbouwen.
- Advies bij Grensoverschrijdende Werkzaamheden: Wees alert op de fiscale gevolgen van grensoverschrijdende werkzaamheden en investeringen.
Checklist bij lucratief belang in internationale situaties
- Verdragstekst: Controleer de exacte tekst van het toepasselijke belastingverdrag.
- Definities: Identificeer hoe inkomsten worden gedefinieerd (dividend, loon, etc.).
- Heffingsrechten: Bepaal welk land heffingsrechten heeft over de verschillende soorten inkomsten.
- Dubbele Belasting: Zoek naar mechanismen om dubbele belasting te vermijden.
- Jurisprudentie: Raadpleeg relevante jurisprudentie voor vergelijkbare gevallen.
Deze uitspraak biedt waardevolle inzichten in de interpretatie van belastingverdragen en de toewijzing van heffingsrechten. Het benadrukt de noodzaak om alert te blijven op de nuances van internationale belastingwetgeving en de impact ervan op grensoverschrijdende inkomsten.
Kennisgroep standpunt over lucratief belang en opgeofferd bedrag
Henk krijgt gratis aandelen (WEV €20.000) van werkgever Leukeleu BV. De loonbelasting wordt door werkgever betaald en gebruteerd. Henk heeft daardoor twee loonvoordelen: €20.000 (aandelen) + €20.000 (betaalde loonbelasting). Voor het lucratief belang (art. 3.92b Wet IB 2001) geldt dat het opgeofferd bedrag wordt verhoogd met €20.000 (WEV aandelen). De door de werkgever betaalde loonbelasting telt niet mee in het opgeofferd bedrag (art. 3.95b Wet IB 2001). Zie kennisgroep standpunt d.d. 21 april 2026 met kenmerk KG:059:2026:2
Grenswerkers en belastingen in Belgie en Duitsland
De grensarbeidersregelingen moeten ervoor zorgen dat er gelijkheid bestaat tussen beide landen en de mensen die er wonen. De belastingdruk in het woonland en werkland moet dus eenvoudig met elkaar kunnen worden vergeleken. Veel informatie over dit onderwerp treft u aan op deze internetsite. De staatssecretaris heeft in 2024 vragen beantwoord over de grenswerkers of grensarbeiders regeling, vandaar dit artikel.
Thuis werken in Nederland en werken in België of Duitsland
Thuis werken kan grote gevolgen hebben voor de sociale zekerheid en de belastbaarheid van uw inkomen. Als u meer dan 25% thuis zou werken wijzigt het sociale zekerheidsstelsel (het land dat mag heffen). Als u gaat thuiswerken voor meer dan 25% dan mag het woonland na rato over deze thuiswerkdagen heffen. Zie hiertoe een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 juli 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:3675. Het wordt de insteek dat in de belastingverdragen met Duitsland en Belgie tot 50% thuiswerken mogelijk moet maken. Zie hiertoe de kamervragen die in juli 2023 zijn gesteld.
Grenswerkers in België
Tijdens de corona crisis ontstond er veel gedoe over de gevolgen van het thuiswerken door grenswerkers. Nederland heeft met België afspraken gemaakt hoe hier mee om te gaan, Overeenkomst Nederland-België 30 april 2020. Deze regeling is nu niet meer van toepassing. De landen zijn bezig met een aanvulling op het huidige belastingverdrag. Onder het huidige verdrag met Belgie is een grenswerker belast in het werkland (was vroeger woonland). Er is een tijdelijke compensatieregeling. Onder omstandigheden lijkt het mogelijk om de oude regeling toe te passen MvF 18 maart 2013, nr. DGB 2013/750M.
Grenswerkers in Duitsland
De grensarbeider met Duitsland krijgt een vergoeding (compensatie) voor Nederlandse fiscale aftrekposten, zoals de hypotheekrente. De heffing over het salaris is bij werken in Duitsland toegewezen aan Duitsland (en natuurlijk zijn er uitzonderingen)
Vragen en antwoorden staatssecretaris inzake grensarbeiders
Hieronder volgt een samenvatting van de fiscale ontwikkelingen rondom grenswerkers, zoals toegelicht door Staatssecretaris Van Rij van Financiën:
- Inzet van het kabinet: Voorkomen van discoördinatie tussen belasting- en premieheffing voor grenswerkers, met een streven naar opname van een drempelregeling in belastingverdragen met buurlanden.
- Duitsland: Op korte termijn niet bereid tot een verregaande drempelregeling die tot 50% thuiswerken faciliteert.
- Beperkte drempelregeling: Voor nu de enige manier om discoördinatie tussen belasting- en premieheffing met Duitsland te beperken, past binnen kabinetstreven maar voorkomt discoördinatie niet volledig.
- Europese en internationale inspanningen: Staatssecretaris Van Rij zet zich in voor verdergaande regelingen op Europees en internationaal niveau, inclusief gesprekken met financiële ministers van België, Duitsland, en Noordrijn-Westfalen.
- Taskforce: Op initiatief van Nederland gestarte informele taskforce met EU-lidstaten, voortgezet onder Belgisch voorzitterschap, om oplossingen voor telewerken verder uit te werken.
- Drempelregeling met dagendrempel: Afhankelijk van de omstandigheden kan een beperkte dagendrempel hybride werken faciliteren, maar komt niet volledig tegemoet aan de wens voor aansluiting bij sociale zekerheid.
- Belastingverdragen en OESO-modelverdrag: Onderhandelingen over drempelregelingen zijn grotendeels gebaseerd op het OESO-modelverdrag, waarbij thuiswerkende grenswerkers ook belasting verschuldigd zijn in de woonstaat.
- Uniforme oplossing met buurlanden: Streven naar een uniforme oplossing en bespreking van andere benaderingen dan de OESO-modelregels in internationaal verband.
- Volledige woonstaatheffing: Regeling tussen Duitsland en Oostenrijk gaat uit van volledige woonstaatheffing, wat duidelijkheid biedt maar ook meer discoördinatie tussen sociale zekerheid en belastingheffing kan veroorzaken.
- Impact en onderzoek: Verschillende varianten op de drempelregeling en de volledige woonstaatheffing worden onderzocht op impact op inkomens van grenswerkers en mogelijke discoördinatie.
- Fiscale belemmeringen wegnemen: Inzet van het kabinet
om fiscale belemmeringen voor grenswerkers die hybride werken waar mogelijk
weg te nemen, inclusief afspraken over de vaste inrichting van de werkgever
in de woonstaat vanwege hybride werken.
Deze samenvatting geeft een overzicht van de huidige stand van zaken en de inspanningen van de Nederlandse overheid om de fiscale uitdagingen voor grenswerkers aan te pakken, zowel op nationaal als internationaal niveau.
Vragen over internationale belastingheffing
Voor vragen over Duitsland of België en/of andere internationale situaties kunt u onderstaand formulier invullen en/of contact opnemen met onderstaande specialisten.
Fiscale vestigingsplaats van een bedrijf of vennootschap
Iedereen heeft een woonplaats. Elk bedrijf heeft een vestigingsplaats. Maar vaak is er discussie over de fiscale woonplaats of de fiscale vestigingsplaats. Banken moeten voor nieuwe klanten deze plaats vaststellen. Bij een persoon gaat dit via het formulier “bepalen fiscale woonplaats” en bij bedrijven via de het formulier “bepalen belastingstatus”.
Waar is een bedrijf of vennootschap gevestigd.
In het land waar een bedrijf is gevestigd moet ook belasting worden betaald. Het is dus van belang om zorgvuldig de vestigingsplaats van een bedrijf te bepalen. Vaak is er discussie met de lokale belastingdienst en/of de belastingdienst van een ander land over de feitelijke vestigingsplaats van een bedrijf. Bij toepassing van een bepaling in een belastingverdrag wordt de toewijzing van het heffingsrecht vaak bepaald op grond van de vestigingsplaats.
Vestigingsplaats vennootschap op Curaçao in Nederland
De inspecteur legt navorderingsaanslagen en boeten op aan een vennootschap uit Curaçao. De vennootschap maakt onderdeel uit van een belastingbesparende structuur omdat de werkelijke leiding in Nederland is gelegen. De Rechtbank Gelderland gaat er op 12 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10888) eens goed voor zitten en is het met de inspecteur eens. De informatie wordt uiteindelijk verkregen bij belastingplichtige en via een derdenonderzoek bij de accountant en de belastingadviseur. Ook is er door de inspecteur informatie van de FIOD ontvangen. De kern discussie is "waar worden de feitelijke beslissingen genomen?" Volgens de rechtbank en de inspecteur is dit Nederland, hiertoe wordt ondermeer verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:47.
Fiscale vestigingsplaats naar Nederlands recht
De algemene regels omtrent een vestigingsplaats zijn in de Nederlandse wetgeving opgenomen in artikel 4 AWR (wordt naar omstandigheden beoordeeld). Deze extreem open norm wordt ingevuld in besluiten en in de rechtspraak. Basis is de plaats waar feitelijk leiding wordt gegeven aan een vennootschap, zie Hoge Raad d.d. 23 september 1992 (ECLI:NL:HR:1992:ZC5105). Over dit onderwerp zijn vele uitspraken gepubliceerd hierin is bepaald dat wordt gekeken naar een adres, de aandeelhoudersvergadering, de plaats waar beslissingen worden genomen, plaats waar de administratie wordt gevoerd, etc. Deze worden dan ook weer onderling gewogen. Feitelijk gaat het erom waar de daadwerkelijke (feitelijke) beslissingen worden genomen. De belastingdienst moet aannemelijk maken dat een buitenlands belastingplichtige in Nederland is gevestigd. Als een belastingplichtige van mening is dat hij/zij niet in Nederland is gevestigd moet hij/zij dit bewijzen.
Om het complex te maken kent de Nederlandse wetgeving ook nog specifieke bepalingen, zoals de wet op de Vennootschapsbelasting en dividendbelasting, dit zijn ficties. Dus als een rechtspersoon niet in Nederland is gevestigd kan dit toch weer anders liggen. De belangrijkste ficties zijn:
- Dividendbelasting: naar Nederlands recht opgericht dan is de rechtspersoon ook in Nederland gevestigd
- Vennootschapsbelasting: naar Nederlands recht opgericht dan is de rechtspersoon ook in Nederland gevestigd
Hoe wordt een fiscale vestigingsplaats bepaald?
Bij natuurlijke personen kijk je naar de volgende onderdelen
- Adres waar je het meeste bent;
- Waar woont of verblijft je partner, kinderen (je gezin)
- Waar werk je, sport je, doe je gewoonlijk boodschappen?
- Waar ben je verzekerd en doe je je bankzaken ?
- Waar gaan de kinderen naar school ? Waar heb je een woning?
Bij bedrijven is dit complexer.
- Nederlandse wetgeving: Vanuit Nederlands perspectief moet eerst worden gekeken naar de Nederlandse wetgeving. Hiervoor is ondermeer een woonplaatsverklaring ontwikkeld. Het Nederlandse belastingrecht kent in artikel 4 AWR een erg algemene bepaling omtrent de woonplaats (wordt na omstandigheden beoordeeld). Voor bedrijven gaat het veelal om de plaats waar de feitelijke leiding wordt gegeven. In de wet op de vennootschapsbelasting en dividendbelasting, zijn ook vestigingsplaats ficties opgenomen (artikel 2 lid 5) (zoals een naar Nederlands recht opgerichte BV is in Nederland gevestigd).
- De vervolgstap is dat er wordt naar het toepasselijke belastingverdrag. In het belastingverdrag staan altijd bepalingen hoe moet worden bepaald waar een vennootschap, rechtspersoon of bedrijf is gevestigd en wanneer ze als inwoner van een land worden aangemerkt. Soms kan er sprake zijn van een zogenaamde dubbele vestigingsplaats, dan is er een probleem en moet er overleg tussen landen plaatsvinden of zal er discussie volgen met de lokale fiscale autoriteiten.
- Feitelijke leiding. De plaats van de feitelijke leiding (waar zit het bestuur / directie) is meestal het verstrekpunt. Ruim 30 jaar geleden heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1992:ZC105) de contouren geschetst voor mogelijke discussies. Hierbij is de plaats van het feitelijke/ werkelijke leiding (bestuur) als uitgangspunt gekozen, het gaat dan om de kern beslissingen voor het bedrijf (en beslissingen over werknemers / de werkvloer (zie Hoge Raad 19 januari 2018) ! Als op grond hiervan niet tot een eenduidig antwoord wordt gekomen wordt gekeken naar de locatie van de aandeelhoudersvergadering en/of de plaats waar het gebouw is gelegen en/of de financiële administratie wordt gevoerd (en/of beslissingen over financiën worden genomen). Het is aan de belastingdienst om aannemelijk te maken dat een buitenlandse belastingplichtige in Nederland is gevestigd. Als de belastingplichtige vennootschap het hier niet mee eens is moet zij bewijzen dat zij niet in Nederland is gevestigd. In deze uitspraak ging het bij de rechtbank nog mis voor belastingplichtige maar heeft het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2022:90). Soms is er discussie wie de beslissingen feitelijk heeft genomen, kijk hiertoe eens naar de (slecht gevoerde) procedure bij het Gerechtshof Den Haag en uiteindelijk de Hoge Raad in 2021. Voor de liefhebber is de notitie van de AG lezenswaardig.
Plaats van vestiging van een vennootschap in belastingverdragen
Nederland heeft meer dan 100 belastingverdragen gesloten. In een belastingverdrag maken landen met elkaar afspraken over de belastingheffing en de verdeling hiervan. Het komt soms voor dat beide landen van mening zijn dat een bedrijf of vennootschap in hun land is gevestigd. In een belastingverdrag wordt dan - zo helder mogelijk - bepaald in welk land een vennootschap is gevestigd. Meestal wordt voor belastingverdragen aangesloten bij een (OESO) modelverdrag. Omdat belastingverdragen gedurende vele jaren zijn opgesteld kan elk verdrag een andere bepaling bevatten, goed lezen en interpreteren in de thans des tijd (in de context) is dus van essentieel belang. Bij een dubbele vestigingsplaats (dual resident, zie Hoge Raad in 2001/ artikel hierover). In het huidige OESO modelverdrag is een oplossing opgenomen voor dergelijke discussies (tie breaker bepaling). Sinds enkele jaren wordt er niet meer gekeken naar de feitelijke leiding maar naar een breder spectrum (MAP verplichting, zie besluit). Belastingverdragen van na 2017 bevatten meestal een MAP bepaling, hierdoor moeten landen met elkaar in overleg over de feitelijke vestigingsplaats van een vennootschap. De MAP bepalingen werken echter ook vaak door in oudere belastingverdragen.
Noot fiscaal jurist inzake vestigingsplaats en vestigingsplaatsonderzoek
In de meeste gevallen kijkt een fiscalist eerst naar de lokale wetgeving omtrent de fiscale woonplaats. Als snel wordt dan het toepasselijke belastingverdrag geraadpleegd. Bij verdragen na 2017 is vaak een MAP procedure / bepaling opgenomen. In dergelijke gevallen gaan de beide staten dan met elkaar in overleg over de feitelijke vestingsplaats van een bedrijf. Omdat het niet verplicht is om een dergelijke bepaling op te nemen (of landen dit niet willen) is het van belang om het belastingverdrag zorgvuldig (in de gehele context) te lezen. Dat landen met elkaar in overleg gaan wil nog niet zeggen dat ze ook tot een besluit of standpunt komen, een overleg gaat meestal redelijk vlot (3 - 9 maanden). Komen ze er niet uit dan kan eventueel nog de MLI route worden bewandeld. De landen zullen bij een dergelijk overleg kijken naar:
- Waar is het gebouw gelegen en is dit het hoofdkantoor of niet?
- Waar worden de kernbeslissingen feitelijk genomen en door wie?
- Waar worden de aandeelhoudersvergaderingen gehouden?
- Waar wordt de financiële administratie gevoerd?
De belastingdienst is vaak bezig met onderzoeken naar de woonplaats van een natuurlijk persoon of rechtspersoon. Het aantal procedures over deze onderwerpen neemt de laatste jaren toe. Dit is ook logisch omdat steeds meer bedrijven in het buitenland hun vleugels uitslaan en natuurlijke personen emigreren naar landen met een lager belastingtarief en/of geen erfbelasting. Omdat het gaat om een feitelijke beoordeling is het verstandig om voor het opzetten van een structuur en/of emigratie goed te kijken naar de feiten en de formele vastleggingen. Dit kan de meeste discussies (en geschillen met de belastingdienst) voorkomen.
In Nederland is veel discussie over lege of zogenaamde brievenbus vennootschappen. Eind 2021 is er een ontwerprichtlijn van de Europese Commissie opgesteld die hier eens nader induikt. Insteek is "geen substance geen voordeel". Als een vennootschap zou emigreren is er sprake van een zogenaamde exitheffing, afrekenen komt dan in beeld bij realisatie (Hof van Justitie 29 november 2011), mits er voldoende zekerheid wordt geboden (Gerechtshof Amsterdan d.d. 31 mei 2012)
Bij vragen of opmerkingen over de fiscale vestigingsplaats (of geschil met de belastingdienst) kunt u ons een e-mail sturen of contact opnemen met onderstaande fiscaal juristen.
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Bron fiscale vestigingsplaats
Hoge Raad d.d. 23 september 1992 ECLI:NL:HR:1992:ZC5105
Hoge Raad d.d. 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:48
Hoge Raad d.d. 2 juli 2021 ECLI:NL:HR:2021:1044
Gerechtshof Amsterdam d.d. 13 januari 2022 ECLI:NL:GHAMS:2022:90
Verhuld vermogen en inkeerregeling
De meeste mensen geven hun wereldwijde vermogen en inkomen netjes op in Nederland. Sommige belastingplichtigen "verhullen" hun vermogen nog in het buitenland. Door de (automatische) uitwisseling van informatie is de pakkans steeds groter. Veel belastingplichtigen worden ineens geconfronteerd met een bankrekening in hun vooraf ingevulde aangifte inkomstenbelasting. De informatie wordt automatisch door het buitenland aan Nederland verstrekt. In de notitie verhuld vermogen (oktober 2023) van de belastingdienst wordt een kijkje gegeven in de fiscale keuken. Ook is de belastingdienst scherper op buitenlandse structuren bij high net worth individuals, zo valt te lezen in deze notitie van 20 oktober 2023.
In de kamerbrief over buitenlandse structuren komt het volgende aan de orde
- Landen met geen of een laag tarief voor de inkomstenbelasting (met aantrekkelijke fiscale regelingen).
- Europese landen met een speciale regeling voor emigrerende inwoners.
- Algemene informatie
Woo verzoek specialistenteam Verhuld vermogen Belastingdienst
In mei 2025 is via een Woo verzoek informatie bekend geworden over de draaiboeken en richtlijnen van het specialistenteam van de belastingdienst dat zich richt op inkeerders en verhuld vermogen. Hierin staan ook werkinstructies en hierbij behorende documenten. Het document kunt u hier raadplegen.
Hoeveel geld heeft Nederland met project Verhuld vermogen opgehaald?
Binnen de belastingdienst wordt al jaren gejaagd op vermogen van Nederlanders in het buitenland. De opbrengst tot nu toe bedraagt ruim 5 miljard euro (aanslagen, boetes en rente). Steeds meer mensen maken dan ook gebruik van de inkeerregeling.
Vrijwillige Inkeer zorgt voor lagere vergrijpboete
Angelo is in Italie geboren en komt in 2006 in Nederland wonen. In de jaren 2010 - 2016 doet Angelo tijdig aangifte maar geeft niet zijn volledige buitenlandse vermogen op in zijn aangifte inkomstenbelasting. Angelo verzweeg bankrekeningen in diverse landen en vastgoed in Italie, het gaat om ruim 10 miljoen euro. In 2021 wordt een formulier vrijwillige verbetering ingediend. In 2022 volgen de navorderingsaanslagen en vergrijpboetes (ruim € 170.000). De Rechtbank Gelderland is op 15 november 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:7965) van mening dat Angelo een ernstig verwijt valt te maken maar acht de totale boete te hoog (wanverhouding tussen ernst van de zaak en de boete, disproportioneel). De passende boete wordt vastgesteld op € 50.000, grove schuld wordt - mede gezien Hoge Raad d.d. 8 april 2022 ECLI:NL:HR:2022:526) bewezen. De aanslagen zijn voldoende vlot (voortvarend) opgelegd en ook is tijdig de cautie gegeven. De boetes worden nog iets verder verminderd in verband met undue delay (Hoge Raad d.d. 22 april 2005 ECLI:NL:HR:2005:AO9006).
Ontwikkelingen verhuld vermogen en vermogende particulieren.
Bij verhuld vermogen gaat het om contant geld, kunst, onroerend goed, beleggingen en spaarrekeningen. Sinds 2010 wordt het bankgeheim steeds verder ingeperkt en worden met vele landen afspraken gemaakt over het (automatisch) vrijgeven van informatie bij banken. Ook ontving Nederland USB sticks en CD roms met informatie van Nederlandse bankrekeninghouders in het buitenland. In 2016 betekende de invoering van internationale Common Reporting Standard (CRS) een enorme stap vooruit. Vanuit meer dan 100 landen ontving de Belastingdienst informatie over het vermogen van Nederlandse belastingplichtigen uit het buitenland. De kans dat de Belastingdienst buitenlands vermogen op het spoor komt is steeds groter. Over verzwegen inkomen moet alsnog worden afgerekend en de boete kan oplopen tot 300%, een slecht vooruitzicht bij een verhoogde pakkans.
Crpyto, NFT en verhuld vermogen en inkeren
Langzaam maar zeker begeeft de belastingdienst zich ook op het gebied van de digitale bankrekeningen en kluizen. Binnen de EU en OESO landen worden steeds meer afspraken gemaakt over de uitwisseling van crypto / NFT wallets. Dit zal de komende jaren steeds meer voeten in de digitale aarde krijgen omdat handelsplatformen informatie aan de Nederlandse belastingdienst moeten verstrekken.
Buitenlandse structuren en topsporters in buitenland
De laatste jaren is er ook steeds meer aandacht voor internationale structuren met Ltd's die worden bestuurd door trustkantoren en/of stromannen. Ook worden er binnen de tweede kamer steeds meer vragen gesteld over topsporters en vermogende particulieren die in het buitenland wonen of Nederland verlaten. In de kamerbrief van 20 oktober 2023 wordt hierover meer informatie verstrekt. In deze brief wordt een overzicht gegeven van de landen met een laag inkomstenbelasting belastingtarief en ook wordt een lijst gepubliceerd van populaire emigratielanden en hun tarieven. In de beslisnota wordt nog een nadere toelichting gegeven.
In dit artikel worden een aantal landen genoemd die een fiscaal aantrekkelijk zijn als emigratieland. Er wordt ook gekeken naar landen die een lumpsum regime kennen met vaste belastingtarieven voor mensen met een Nederlandse nationaliteit die in het buitenland gaan wonen. Bepaalde landen, zoals Zwitserland, Portugal (20%) en Spanje (24%) kennen soms ook speciale regelingen voor expats of non domiciled personen. Ook Italië kent een bijzondere regeling waarbij zeer vermogende particulieren maximaal € 100.000 aan belasting betalen, ongeacht de hoogte van hun inkomen. Ook kent zuid Italië een speciale regime voor passief inkomen (7%). Cyprus heeft dit tarief - in voorkomende gevallen - zelfs verlaagd tot 5%.
Emigrerende inwoners naar europese landen
Mensen die uit Nederland emigreren krijgen de dag voor hun vertrek een zogenaamde conserverende aanslag, hierdoor kan Nederland nog tot jaren erna heffen over het vermogen dat in Nederland is opgebouwd. Voor inwoners uit Finland is deze termijn soms 3 jaar en in Spanje en Portugal is de termijn 5 jaar. In Duitsland is deze termijn verlengd tot 10 jaar. Er wordt vaak gekeken naar de binding die een persoon nog heeft met zijn oorspronkelijke woonland. Er zijn ook landen die niet meer heffen na emigratie, te denken valt dan aan België, Denemarken, Ierland, Griekenland, Italië, Oostenrijk en Zweden (geen uitputtende lijst).
Noot fiscaal jurist over inkeren en emigratie
Wij adviseren - vanuit Nederlandse optiek - particulieren, DGA's en ondernemingen. Hierbij adviseren wij over emigratie, de emigratie aangifte, het fiscale inwonerschap, feitelijke leiding bedrijven, toepassing van belastingverdragen, de fiscale woonplaats en de (Nederlandse) gevolgen van uw emigratie. Voor de situatie in het buitenland werken wij samen met lokale specialisten.
Einde van het NHR – regime in Portugal vanaf 2024
De Non Habitual Resident regeling (NHR belastingregime) in Portugal kan voordelig zijn voor mensen die in Portugal gaan werken en wonen. De regeling kan in Portugal worden aangevraagd en kan ervoor zorgen dat het belastingtarief daalt tot 20%. De regeling wordt in 2024 aangepast resp. komt te vervallen
Nieuwe NHR 2.0 regeling Portugal
De nieuwe NHR 2.0 regeling zit iets anders in elkaar. NHR 2.0, officieel bekend als de Tax Incentive for Scientific Research and Innovation (IFICI), is een nieuw belastingregime dat aanzienlijke besparingen biedt voor hooggekwalificeerde professionals in Portugal. Hierbij kunt u denken aan:
- hooggekwalificeerde mensen die zich bezig houden met wetenschappelijk onderzoek
- Idem en dan in het kader van onderwijs
- bepaalde functies bij start ups en innovatieve bedrijven
- hooggekwalificeerde functies in strategische sectoren of sectoren die investeringen stimuleren.
De beschikbaarheid is dus een stuk beperkter dan onder de oude NHR regeling. Eenvoudige remote werkers, gepensioneerden etc vallen dus niet onder deze regeling.
Nieuwe NHR – regime in Portugal vanaf 2024
Het voorstel voor de Begrotingswet 2024 is dinsdag 10 oktober 2023 door de regering gepresenteerd en bevat nieuws over het regime van niet-gewone ingezetene (NHR). Dit is echter nog steeds een voorstel dat wordt besproken in het parlement en naar alle waarschijnlijkheid eind november 2023 zal worden goedgekeurd waarna het per 1 januari 2024 in werking treedt. Er kunnen echter nog wijzigingen worden aangebracht.
Hieronder vindt u een samenvatting van het voorstel met gevolgen voor de NHR-regeling en andere bijzondere belastingregelingen voor particulieren.
NHR – regeling in Portugal
Voorgesteld wordt om het regime van niet-gewone ingezetenen (NHR) in te trekken. De regeling blijft echter van toepassing op personen die:
- Reeds als NHR zijn geregistreerd bij de Portugese belastingdienst wanneer deze wet in werking treedt (die op 1 januari 2024 zou moeten plaatsvinden) en tot het einde van de periode van 10 jaar waarin de regeling voorziet; of
- Uiterlijk op 31 december 2023 voldoen aan de voorwaarden voor registratie als NHR, of in het bezit zijn van een op die datum geldig verblijfsvisum, en uiterlijk op 31 maart 2024 registreren als NHR.
Nieuw belastingregime voor gekwalificeerde werknemers
Er wordt een "fiscale stimulans voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie" gecreëerd voor personen die fiscaal inwoner van Portugal worden, in de afgelopen vijf jaar niet op Portugees grondgebied hebben gewoond en inkomsten verwerven die vallen onder:
- Loopbanen van docenten in het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, geïntegreerd in het nationale wetenschaps- en technologiesysteem;
- Gekwalificeerde banen in het kader van contractuele voordelen voor productieve investeringen, in overeenstemming met specifieke wetgeving;
- Onderzoeks- en ontwikkelingsbanen, voor personeel met minimale phd-onderwijskwalificaties, onder bepaalde voorwaarden.
Voordelen nieuw belastingregime in Portugal
- een bijzonder tarief van 20% op het netto-inkomen uit arbeid en zelfstandige arbeid dat voortvloeit uit de bovengenoemde activiteiten, gedurende 10 opeenvolgende jaren;
- een vrijstelling op inkomsten uit arbeid, bedrijfs- en beroepsinkomsten, beleggingsinkomsten, huurinkomsten en meerwaarden verkregen in het buitenland.
Personen die profiteren of hebben geprofiteerd van het NHR-regime of het regime voor "voormalige ingezetenen" kunnen niet profiteren van dit regime.
Regime van "voormalig fiscaal ingezetene"
De volgende wijzigingen worden aangebracht in het regime van "voormalige bewoners":
- De regeling, waarvan de geldigheid eindigt in 2023, wordt uitgebreid tot belastingplichtigen die tot 2026 fiscaal inwoner van Portugal worden;
- De uitsluiting van belasting van 50% van de inkomsten uit arbeid en bedrijfs- en beroepsinkomsten (ongeacht de uitgeoefende activiteit) waarin het regime voorziet, is nu beperkt tot 250.000 euro;
- Er staat vast dat, om vanaf een bepaald jaar van de regeling te kunnen profiteren, particulieren in geen van de voorgaande 5 jaar fiscaal inwoner van Portugal kunnen zijn geweest (in plaats van de huidige 3 jaar).
- Het is niet langer vereist als voorwaarde om gebruik te maken van het regime dat u eerder fiscaal inwoner van Portugal bent geweest. Hoewel de regeling dus gericht is op "voormalige ingezetenen", lijkt deze beschikbaar te zijn voor belastingbetalers die zich nooit als ingezetenen in Portugal hebben gekwalificeerd.
Gezien dit laatste punt kunnen personen die pas vanaf 2024 naar Portugal verhuizen (en dus niet kunnen profiteren van de NHR-regeling), overwegen om van deze regeling gebruik te maken.
Einde van het NHR – regime in Portugal in zicht?
Portugal kent een bijzonder belastingregime voor personen die in Portugal gaan wonen en werken. Het belastingtarief kan dalen tot 20%. Het speciale belastingregime voor niet-gewone ingezetene heeft tot doel talent aan te trekken in ‘activiteiten met een hoge toegevoegde waarde’, evenals vermogenden aan te trekken, waardoor een aantrekkelijk belastingregime voor individuen wordt geboden.
Voordelen NHR-regime
Hieronder in het kort de voordelen van het bijzondere belastingregime voor niet-gewone inwoners van Portugal:
- Een speciaal belastingtarief van 20% is van toepassing op inkomsten uit arbeid en inkomsten uit zelfstandige arbeid die voortkomen uit activiteiten met een hoge toegevoegde waarde;
- Een belastingvrijstelling, met progressie, op inkomsten uit buitenlandse bronnen. Te denken valt aan huurinkomsten, vermogenswinsten, rente en dividenden. Indien aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan.
- Een vlaktax van 10% op pensioenen uit het buitenland.
Voor een periode van 10 jaar kan worden geprofiteerd van dit regime. Vanaf het moment dat diegene is geregistreerd als fiscaal inwoner van Portugal.
Voorwaarden om in aanmerking te komen voor de NHR-regeling
- In het jaar moet u fiscaal inwoner zijn van Portugal; en
- in de afgelopen vijf jaar mag u geen fiscaal inwoner zijn geweest van Portugal.
Om te worden aangemerkt als fiscaal inwoner van Portugal moet u ten minste voldoen aan de volgende voorwaarden:
- u brengt meer dan 183 dagen door in Portugal in de periode van twaalf maanden die beginnen of eindigen in het desbetreffende belastingjaar; of
- u heeft een verblijfplaats die erop wijst dat dit uw hoofdverblijfplaats is in een periode binnen de onder i. genoemde twaalf maanden.
Het kan zo zijn dat een splitsing van het belastingjaar van toepassing is. Dat betekent dat een persoon slechts gedurende een deel van het jaar als fiscaal inwoner van Portugal kan worden beschouwd. Wilt u het uitgebreidere artikel lezen inzake het NHR-regime, klik dan hier.
NHR regime portugal voorbij of niet?
In de eerste week van oktober 2023 heeft de minister-president aangekondigd dat het bijzondere belastingregime voor nieuwe niet normale ingezetenen tot een einde komt in 2024. De regering heeft besloten dat ‘de maatregel van fiscale onrechtvaardigheid, die niet langer gerechtvaardigd is en die een bevooroordeelde manier is om de huizenmarkt op te blazen, die onhoudbare prijzen heeft bereikt’ niet langer te verlengen. In 2024 komt er een einde aan het bijzondere belastingregime voor niet normale inwoners. Degenen aan wie de status is toegekend, zal deze behouden. Dus de buitenlanders die in Portugal zijn gaan wonen en onder dit belastingregime vallen, ondervinden hier geen hinder van. Dinsdag 10 oktober 2023 is de presentatie van het Portugese staatsbegrotingsvoorstel voor 2024. In deze week zal hierover meer informatie bekend worden.
Noot fiscaal jurist inzake speciaal regime in Portugal
Heeft u vragen omtrent uw eigen situatie, of bent u voornemens om dit jaar (2023) nog te emigreren naar Portugal? Neem dan contact op met een van onze fiscaal juristen. Zij helpen u graag verder.
Wij adviseren - vanuit Nederlandse optiek - particulieren, DGA's en ondernemingen. Hierbij adviseren wij over het fiscale inwonerschap, toepassing van belastingverdragen en de (Nederlandse) gevolgen van uw emigratie. Voor de situatie in het buitenland werken wij samen met lokale specialisten in Portugal. Inhoudelijk advies over uw situatie in Portugal wordt dus in overleg met een Portugese adviseur opgesteld. De aanvraag van de NHR regeling zal altijd door een lokale specialist worden verzorgd.
Wonen in Duitsland met AOW uitkering en hypotheekrenteaftrek
Ook bij minder dan 90% Nederlands inkomen soms toch recht op tegemoetkomingen. Belastingplichtige woont in Duitsland en geniet van zijn pensioen (en AOW). Belastingplichtige claimt hypotheekrenteaftrek in Nederland. Hoe werkt dit ? In dit artikel behandelen wij een tweetal uitspraken van het Gerechtshof 's Hertogenbosch over een gepensioneerde die in het buitenland woont en in Nederland aangifte doet voor zijn of haar hypotheekrente.
Hoe werkt kwalificerende buitenlandse belastingplichtig?
Als je in het buitenland (EU land of in Liechtenstein, Noorwegen, Ijsland en Zwitserland) woont kent Nederland de regeling, dat je bij een Nederlands inkomen van 90% of meer van je hele wereldinkomen, aangifte moet doen alsof je Nederlands binnenlands belastingplichtige bent. Met een mooi woord kwalificeer je dan. Dan heb je dus ook recht op hypotheekrenteaftrek en andere verminderingen. Als dan die 10% (bijvoorbeeld) in Duitsland belast wordt, dan krijg je hiervoor in de Nederlandse aangifte een voorkoming dubbele belasting, zodat je niet dubbel betaald. Duitsland kent overigens ook een dergelijke regeling.
Hoe werkt de 90% regeling voor de inkomstenbelasting
Er is al een paar keer geprocedeerd over de manier waarop je de 90% regeling moet berekenen. Dat speelt met name als het buitenland een voordeel belast voor € 5.000 en in Nederland zou dat voordeel op € 10.000 moeten worden gewaardeerd. Volgens de jurisprudentie is dan de 90% grens te berekenen door uit te gaan van deze € 5.000. Je komt dus sneller voor de 90% regeling in aanmerking. Er is nog niet geprocedeerd over de casus dat bijvoorbeeld Duitsland iets zou belasten wat in Nederland helemaal niet belast is. Te denken valt aan speculatiewinst op een pand wat in Nederland in Box III valt.
En als je nu minder dan 90% Nederlands inkomen hebt?
Soms voldoe je niet aan de 90%. Dan is het toch mogelijk om tegemoetkomingen te krijgen als blijkt dat het andere land waar de meer dan 10% wordt belast niet voldoende tegemoetkomingen geeft. Om te kijken of er toch recht bestaat op een tegemoetkoming zijn er 3 stappen te doorlopen.
Stappenplan bij belastingplicht Duitsland en bepalen kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Deze stappen werden in een recente zaakduidelijk weergegeven. Op 5 april 2023 deed het Hof ’s Hertogenbosch uitspraak in een zaak die over deze 10% ging. De Pensioengenieter had Nederlands en Duits pensioen.
- Stap 1 is om te kijken of hij voldeed aan het 90% criterium. Zijn (bruto) Duitse pensioen ging over de 10% heen. Dus zou je zeggen dat hij geen recht had op tegemoetkomingen.
- Stap 2 is kijken of het woonland voldoende tegemoetkoming geeft. Het bleek echter dat het Duitse pensioen maar voor een deel in Duitsland belast werd en dat hij daardoor zijn Duitse belastingvrije som niet geheel kon gebruiken. Dat komt omdat Duitse pensioenen pas vanaf 2005 in de heffing worden betrokken. Elk jaar voor een stukje meer. In het jaar 2015 was van de €29.667 maar €7.151 in Duitsland belast. Dit was lager dan de belastingvrije som van €8.472 en dus concludeerde het Hof dat hierdoor een stukje tegemoetkomingen in Duitsland niet volledig waren genoten. Dan zou Nederland eventueel nog een stukje moeten tegemoetkomen.
- Stap 3 Het Hof ging rekenen. Op basis van het aandeel van het Nederlands inkomen op het totale inkomen, zou er recht bestaan op een gedeeltelijke aftrek en bleef er in ons geval €1.059 aan te betalen belasting over.
- Stap 4 is echter te berekenen hoeveel belasting de pensioengenieter zou betalen als hij in Nederland zou hebben gewoond. Dat bleek een bedrag van €8.672 te zijn. Als zijn Nederlandse heffing toch al minder is, dan is er geen reden voor en recht op een tegemoetkoming. Onze pensioengenieter kreeg geen tegemoetkoming.
Conclusie inzake kwalificerende buitenlandse belastingplicht en pensioen
Ook als er niet wordt voldaan aan de eisen voor de kwalificerende buitenlands belastingplichtige kan het zo zijn dat Nederland een extra tegemoetkoming moet geven. En ook als het sommetje 90/10 eenvoudig lijkt, is het handig om ook te kijken naar de manier waarop de bestanddelen zijn belast. Helaas is het ook dan nog niet zeker of er een tegemoetkoming wordt gegeven. We moeten dan nog gaan vergelijken met de situatie dat iemand zijn inkomen geheel uit Nederland zou hebben genoten.
Het blijft dus helaas complex in grensoverschrijdende situaties. Gelukkig heeft de rechter nu een duidelijk stappenplan voorgeschreven aan de hand waarvan getoetst kan worden of er toch recht bestaat op een tegemoetkoming. In geval van twijfel kan het dus geen kwaad om dit stappenplan uit te (laten) voeren. Overigens: als u dit zelf kunt uitvoeren, vergeet dan niet om bij ons te solliciteren. Wij gaan graag met u in gesprek, stuur gerust een email of neem contact op met onderstaande deskundige (n).
Bron buitenlandse belastingplicht
Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 5 april 2023 ECLI:NL:GHSHE:2023:1099 (Duitsland)
Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 18 mei 2022 ECLI:NL:GHSHE:2022:1574 (Frankrijk)
Hoge Raad d.d. 8 oktober 2021 ECLI:NL:HR:2021:1472
Besluit Pro Rata aftrek persoonlijke aftrekposten en tegemoetkomingen
Arrest Hof van Justitite EG 14 februari 1995 C 279 / 93 Schumacker arrest
Genieten van uw pensioen in het buitenland
In de wereldwijde international living's retirement index (2023) staat Portugal op de eerste plek, op de voet gevolgd door Mexico. Spanje, Italie en Griekenland staan ook keurig in de top tien. Deze index kijkt naar kosten levensonderhoud, overheid, klimaat en gezondheidszorg. In dit artikelgingen wij al in op de heffing over pensioenen bij een emigratie naar het buitenland.
Heffing over pensioen in buitenland
Het meest gunstige land om van uw pensioen te genieten zal afhangen van meerdere factoren, de belangrijkste zijn (a) veiligheid (b) kosten levensonderhoud (c) gezondheidszorg (d) belastingheffing en (e) het klimaat. Een aantal landen komen hierbij goed in beeld, denk hierbij aan Thailand, Spanje, Costa Rica, Portugal en Italie. Naast belasting over inkomen, vermogen en nalatenschappen kan ook de heffing over ondernemingsactiviteiten een rol spelen.
Portugal is een EU-land met een gunstig klimaat, qua prijzen maar soms ook fiscaal. Wij adviseren wekelijks mensen die een vakantiewoning in Portugal kopen of naar Portugal emigreren. Veelal ziet de advisering op de fiscale gevolgen qua inkomen, vermogen en de aangiften inkomstenbelasting in Nederland (M-biljet) en in Portugal. Steeds meer ondernemers en directeuren groot aandeelhouders (DGA) emigreren naar zonnige oorden (lees dit artikel). Wij overleggen in voorkomende gevallen ook met een lokale belastingadviseur en / of advocaat. De Hoge Raad heeft in 2020 bepaald dat een AOW-uitkering niet in Nederland mag worden belast. Het Belastingverdrag tussen Nederland en Portugal (oud verdrag, veelal gunstig) bepaalt in artikel 18 hoe de heffing verloopt als er sprake is van in de ene staat opgebouwde pensioenen welke worden uitgekeerd aan een inwoner van een ander land. Normaal gesproken worden pensioenen belast in de woonstaat. In sommige gevallen mag de bronstaat (daar waar het pensioen is opgebouwd) ook heffen. Als een pensioen bijvoorbeeld niet in Portugal zou worden belast, mag Nederland heffen. Door een speciale regeling in portugal zal de belastingheffing over pensioenen vaak beperkt zijn. Er is wel een onderscheid tussen overheidspensioenen en niet overheidspensioenen.
Wanneer inwoner in het buitenland?
Voor de fiscale uitleg van een belastingverdrag is in eerste instantie van belang waar iemand woont. Volgens het fiscale recht in Portugal is een persoon inwoner van Portugal als hij / zij aantoonbaar meer dan 183 dagen (in periode van 12 maanden) in Portugal heeft doorgebracht. Dit hoeft niet direct een lange en / of duurzame periode te zijn. Als iemand minder dan 183 dagen in Portugal verblijft, kan hij / zij ook inwoner van Portugal zijn. Dit wordt echter in Nederland en in Portugal op grond van eigen lokale wetgeving beoordeeld. Hiermee zou dus iemand inwoner van Nederland én Portugal kunnen zijn. Laat u derhalve voor uw emigratie goed en juist adviseren. Over de fiscale woonplaats is steeds vaker een discussie.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie
Bij een emigratie naar het buitenland moet u een zogenaamde emigratie-aangifte indienen. Tevens zal er in voorkomende gevallen een zogenaamde conserverende aanslag worden opgelegd. Het moment van emigratie is van belang voor het woonplaatsbeginsel. Portugal of Spanje kunnen soms fiscaal erg voordelig zijn voor Nederlanders. Zo worden pensioenen vaak lager belast (10%-20%) en wordt er beperkt of niet geheven voor vermogen dat is ondergebracht in bitcoins, woningen of beleggingen in dat land. Daarnaast kent bijvoorbeeld Portugal (maar ook Spanje) een speciaal fiscaal regime voor non-habitual inwoners gedurende de eerste jaren. U krijgt dan een vrijstelling voor bepaalde inkomsten. Soms schiet u hier niets mee op, omdat Nederland in een dergelijk geval zal heffen. Portugal werkt gunstig voor Nederlanders met vermogen, dit zowel door het ontbreken van box 3 heffing als een lagere heffing bij overlijden (na 10 jaar). Ook schenkingen vanuit Portugal kunnen (na 1 jaar) voordelig zijn. Neem gerust contact op met één van onderstaande adviseurs of stuur ons een e-mail.
Bron
Hoge Raad 6 november 2020 ECLI:NL:HR:2020:1733
Beckham regeling in Spanje
Deze fiscaal-gunstige regeling bestaat al sinds 2005 in Spanje. Het doel is om buitenlandse expats in Spanje aan te trekken. In Nederland doen we dit met de 30% regeling en in Portugal met de NHR regeling.
Wat houdt dat eigenlijk in, de Beckham-regeling?
In 2005 werd er in Spanje een fiscaal-gunstig regime geïntroduceerd met als doel om meer buitenlandse expats naar Spanje te trekken. Zoals de naam zich laat raden, werd de regeling vernoemd naar de voetballer David Beckham. Dit kwam doordat in beginsel professionele sporters van dit speciaal fiscaal-gunstige regime profiteerden. De regeling geldt nu niet meer voor sporters, maar dit terzijde. De regeling is niet alleen interessant voor de allerrijksten onder ons, maar ook voor ‘thuiswerkers’ vanuit Spanje kan deze regeling fiscaal gunstig zijn.
Wanneer kun je profiteren van de Beckham regeling?
Doorgaans wordt u fiscaal inwoner van Spanje als u zich gaat vestigen in Spanje om te wonen en / of te werken. Hiermee valt u onder de Spaanse wet- en regelgeving. Dat betekent dat u belasting betaalt tegen de algemene Spaanse tarieven van de inkomstenbelasting.
Om binnen de regeling te vallen, dient u te voldoen aan één van de volgende voorwaarden. De verhuizing naar Spanje is een gevolg van één van de volgende omstandigheden:
- Uw werkgever biedt u een arbeidscontract in Spanje aan; en
- U verkrijgt geen inkomen uit een vaste inrichting in Spanje.
U moet dus wel in Spanje wonen (centrum economisch en sociaal leven) en hier meer dan 183 dagen verblijven.
Veranderingen vanaf 2023 in de Beckham regeling in Spanje
De Beckham-regeling wordt voor expats vanaf 2023 versoepeld. Dit zijn de veranderingen:
- U mag de voorbije 5 jaar (was voorheen 10 jaar) geen fiscaal inwoner geweest zijn van Spanje;
- Het regime is geldig voor een periode van 6 jaar; en
- De noodzaak om fysiek in Spanje te werken is komen te vervallen. U komt tevens in aanmerking voor de regeling als u buiten Spanje op afstand werkt voor uw Spaanse werkgever.
Let op! Van belang is dat uw Nederlandse werkgever een vaste inrichting in Spanje heeft. Anders gezegd, uw werkgever moet een economische activiteit uitoefenen op Spaans grondgebied.
Wie komen nog meer in aanmerking voor de Beckham regeling?
- Beheerders van vennootschappen in Spanje, ongeacht het percentage van deelname daarin;
- Professionals die in Spanje een activiteit uitoefenen die wordt gekwalificeerd als ondernemingsactiviteiten;
- Professionals die diensten verlenen aan opkomende bedrijven, of opleidings-, ontwikkelings- of onderzoekstaken uitvoeren; en
- De partner van de belastingplichtige en hun kinderen jonger dan 25 jaar kunnen onder voorwaarden tevens van deze regeling gebruik maken.
Welke voordelen biedt de Beckham regeling?
- In het geval u voldoet aan de gestelde voorwaarden en daarmee valt onder het fiscaal gunstige regime van de regeling, dan wordt u in Spanje belast alsof u een fiscaal geen inwoner van Spanje bent.
- U betaalt een verlaagd tarief inkomstenbelasting van 24% (2023) ongeacht uw inkomen uit Spaanse bron, in plaats van het hoge progressieve tarief dat oploopt tot 47% (2023).
- Alleen inkomsten uit Spaanse bron zijn onderworpen aan belasting.
- U wordt niet onderworpen aan vermogensbelasting over uw wereldwijde vermogen dat buiten Spanje is gelegen.
Noot fiscaal jurist inzake Beckham regeling
Volgens de Beckham regeling worden al uw looninkomsten die u in Spanje genereert belast in Spanje. Doet de situatie zich voor dat u ook looninkomsten geniet buiten Spanje, dan kan de situatie zich voordoen dat deze inkomsten zowel in Spanje als in het werkland belast zullen worden. In dat geval loopt u het risico op dubbele belastingheffing voor inkomsten die u genereert buiten Spanje. Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet u in ieder geval bekend zijn bij de Spaanse belastingdienst, het BSN-nummer (in Spanje NIE-nummer) moet hiervoor worden aangevraagd (modelo 030). Binnen 6 maanden na uw emigratie naar Spanje moet de regeling worden aangevraagd bij de Spaanse autoriteiten (modelo 149). Ook moet u zich inschrijven bij de Seguridad Social (aanvraagformulier), zodat u in Spanje mag werken, meestal wordt dit verzorgd door de uw werkgever. Vergeet ook niet om jaarlijks tijdig aangifte te (laten) doen (modelo 151).
Heeft u vragen over uw eigen situatie of twijfelt u ergens over? Neem dan gerust eens contact op met één van onze fiscaal juristen. Wij werken voor de feitelijke uitvoering en toetsing in Spanje altijd samen met een lokale specialist.
Gratis fiscale informatie en advisering Jongbloed Fiscaal Juristen
Voor verdere informatie kunt u zich inschrijven op onze nieuwsbrief of ons volgen op Facebook of LinkedIn. U kunt uw vraag stellen via e-mail, binnen 48 uur krijgt u van ons een offerte of een advies. Meer informatie over ons kantoor treft u hier aan (magazine).
Fiscale woonplaats en belastingplicht piloot
Een piloot die fiscaal inwoner van Nederland is moet over zijn wereldinkomen in Nederland belasting betalen. De piloot kan eventueel in het werkland (waar hij / zij gestationeerd is) ook belasting hebben betaald. Via een eventueel gesloten belastingverdrag moet dan worden bepaald hoe voorkoming van dubbele belasting moet worden verleend. Vaak is er bij piloten discussie over de fiscale woonplaats, zo ook in de uitspraak die wij hier behandelen.
Piloot en voorkoming dubbele belasting
Henk woont in Nederland en werkt als piloot in Turkije. Voor het turkse inkomen claimt Henk volgens de vrijstellingsmethode de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Volgens het belastingverdrag tussen Nederland en Turkije moet echter de verrekeningsmethode worden toegepast. Het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden komt op 9 augustus 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:4739) komt tot een opmerkelijke uitspraak. Het hof oordeelt dat het Nederlandse verdragsbeleid is gericht op het principe van kapitaalimportneutraliteit en dat mede daarom voor actieve inkomsten een vermindering van dubbele belasting moet worden verleend volgens de vrijstellingsmethode. De staatssecretaris heeft dit in het golfstatenbesluit ook goedgekeurd, hierin staat dat voor piloten de vrijstellingsmethode moet worden toegepast. De reden is dat ondermeer Bahrein en Oman geen inkomstenbelasting heffen en dan valt er niks te verrekenen voor in Nederland wonende werknemers die in die staten werken. Hierdoor zouden inkomsten uit die staten effectief in Nederland worden belast, dit is volgens het besluit onwenselijk. De regeling geldt voor werknemers die offshore werken of voor personeel van internationale lucht en scheepvaarttuigen. Er is geen objectieve en/of redelijke rechtvaardiging voor een ongelijke behandeling in de situatie met Turkije. Op het golfstatenbesluit valt wel wat af te dingen, veel belastingverdragen kennen geen kapitaalimportneutraliteit, denk hierbij aan bestuurders, piloten, sporters en artiesten, waarbij vaak de belastingverrekening wordt toegepast. Tegen de uitspraak van het Gerechtshof loopt nog cassatie.
Piloot woont in Verenigd Koninkrijk en niet in Nederland
In een procedure voor het Gerechtshof Amsterdam d.d 21 april 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:1285) ging het om de Tiebreaker rule bij een piloot. Henk werkt als piloot voor een Maltese luchtvaartmaatschappij en is gestationeerd in het Verenigd Koninkrijk maar staat nog ingeschreven bij zijn ouders in Nederland. Henk krijgt geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (wonen Nederland). De vraag is waar Henk woont (duurzame band). Het Gerechtshof is het met Henk eens, Henk woont in het VK. Zijn persoonlijke en economische belangen met het VK zijn het grootst. Het zwaarst hierbij weegt dat zijn vriendin in het VK woonde en hier ook zijn vriendenkring het grootst is. Dat Henk ook vrienden in Nederland had en zijn ouders hier wonen weegt minder zwaar. Het Hof verwijst terecht naar een oude uitspraak van de Hoge Raad d.d. 16 januari 2009 ECLI:NL:HR:2009:BP1466 inzake de dubbele woonplaats. Op basis van het belastingrecht van het Verenigd Konink rijk, waarbij het hof in rechtsoverweging 4.10 aandacht besteedt aan de statutory residence test, automatic residence test, sufficient ties test en automatic overseas tests, komt het hof tot het oordeel dat de belanghebbende in het Verenigd Koninkrijk als binnenlandse belastingplichtige heeft te gelden.
Daarna komt het Hof via de tie breaker rule (in het verdrag) tot een woonplaats in het VK. Vrienden en de vriendin geven hierbij de doorslag, een mooie menselijke maat! Er is afgezien van beroep in cassatie, de inspecteur legt zich er dus bij neer.
Piloot woont in Zwitserland en moet in Nederland belasting betalen
Het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 28 mei 2025 ECLI:NL:GHSHE:2025:1492 deed uitspraak over een in Zwitserland wonende piloot die sinds 1991 voor de KLM werkte. Hij werkte als (intercontinentale) piloot en verbleef zelden op Nederlands grondgebied. De piloot is af en toe bij zijn werkgever (KLM) voor trainingen. Kern is dat het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland in 2012 is gewijzigd. De piloot deed over 2012 - 2015 geen aangifte en daarom heeft de inspecteur navorderingsaanslagen opgelegd. Volgens het Hof is sprake van een nieuw feit, hierdoor gaat de deur voor het opleggen van aanslagen open. Ook is het Hof van mening dat de werkelijke leiding van KLM in Nederland is gelegen (en niet in Frankrijk). Waarom de belastingdienst zich niet heeft gemeld bij de werkgever (voor inhouding) loonbelasting wordt niet beantwoord. Een beroep op het evenredigheidsbeginsel (belangenafweging) gaat volgens de rechter niet op, de inspecteur mag volgens het hof kiezen waar de "fiscale rekening" wordt neergelegd. Ook de verwijziging naar een uitspraak van de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 31 maart 2023 ECLI:NL:RBZWB:2023:2215 helpt hierbij niet. Dat in dit geval helemaal geen belangen zijn afgewogen maakt volgens het hof niet uit. Dat de piloot (vlak voor zijn pensioen) de aanslagen wellicht niet kan betalen is een andere discussie, aldus het hof. Er wordt wel een immateriele schadevergoeding van € 4.000 toegekend (redelijke termijn ex Hoge Raad d.d. 31 januari 2020 ECLI:NL:HR:2020:154) , deze pleister op de grote wond helpt niet echt. De uitspraak is redelijk in lijn met de uitspraak in eerste aanleg bij de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 22 februari 2023 ECLI:NL:RBZWB:2023:1018.
Dat het heffingsrecht op grond van het nieuwe belastingverdrag aan Zwitserland gaat toekomen valt nog te billijken. Dat de inspecteur de claim niet heeft neergelegd bij de KLM is lastig te begrijpen. Volgens het Gerechtshof Den Haag d.d. 11 februari 2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:126 is de KLM niet aansprakelijk voor de fiscale schade. Een werknemer is volgens het Hof zelf verantwoordelijk voor de correcte nakoming van zijn fiscale verplichtingen, de werkgever heeft daarbij enkel een adviserende taak. De Hoge Raad d.d. 22 september 2023 ECLI:NL:HR:2023:1276 heeft het hof gevraagd dit nader te onderzoeken "wat is goed werkgeverschap en wat niet en had de KLM een waarschuwings- en informatieplicht t.a.v. haar werknemers?".
Fiscale woonplaats piloot die werkt in Turkije
Op 24 januari 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak waarin ter discussie stond of een piloot als inwoner van Nederland kwalificeerde volgende de Nederlandse wet en vervolgens of hij voor de toepassing van het belastingverdrag Nederland - Turkije ook als inwoner van Nederland gezien moet worden. Eerder al heeft de rechtbank geoordeeld dat deze piloot als inwoner van Nederland gezien moet worden, het gerechtshof heeft dit bevestigd in deze uitspraak.
Fiscaal woonplaatsbegrip bij piloten
Bij het bepalen van iemands woonplaats moet altijd eerst gekeken worden of hij / zij op basis van de nationale wet als inwoner wordt gezien van een land. Als dat zo is, moet vervolgens gekeken worden of op basis van een bepaling in het belastingverdrag een andere staat als fiscale woonplaats wordt aangewezen.
Op grond van de nationale wet, artikel 4 AWR, ben je inwoner van Nederland wanneer je een duurzame band van persoonlijke aard hebt met Nederland. In deze zaak was de piloot ingeschreven in de basisregistratie personen in Nederland op hetzelfde adres als zijn echtgenote en had hij de beschikking over een eigen woning. Van een duurzame band van persoonlijke aard is dus sprake. Op grond van een WOO verzoek is duidelijk geworden hoe de Nederlandse Belastingdienst naar een fiscale woonplaats kijkt, lees hiertoe dit artikel.
Toepassing belastingverdrag bij woonplaats piloten
Nu duidelijk is dat op basis van de nationale wet sprake is van inwonerschap van Nederland, komt het belastingverdrag met Turkije om de hoek kijken. Om voor het verdrag als inwoner van Turkije gezien te worden, moet je allereerst op basis van de Turkse nationale wet als inwoner worden gezien. Het Hof gaat er vanuit dat dit het geval is en gaat dan vervolgens naar de overige voorwaarden kijken.
- De eerste voorwaarde is het duurzaam de beschikking hebben over een tehuis. In Nederland was dit het geval, in Turkije werd verbleven in hotels, waarbij geen vaste hotelkamer ter beschikking stond, maar er wel een toezegging was dat er altijd een kamer beschikbaar zou zijn. Hiermee staat echter niet permanent en continue een woonruimte ter beschikking, zodat op basis hiervan de fiscale woonplaats volgens het hof niet Turkije is, maar Nederland.
- Ten overvloede geeft het hof in deze casus nog aan dat, mocht de piloot wel duurzaam de beschikking hebben over een tehuis in Turkije, hij nog steeds als inwoner van Nederland gezien moest worden op basis van de tweede voorwaarde uit het verdrag. Doordat zijn echtgenote en kinderen in Nederland wonen, hij hier een eigen woning en bankrekeningen heeft, hij elke maand een week thuis in Nederland is bij zijn gezin en het nooit de bedoeling was om zich permanent in Turkije te vestigen, is het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland.
Conclusie fiscale woonplaats piloot
De bepaling van iemands fiscale woonplaats is afhankelijk van feiten en omstandigheden. Die zijn eigenlijk nooit gelijk, waardoor vaak discussie ontstaat over iemands woonplaats. Wanneer je voor je werk tijdelijk naar het buitenland verhuist terwijl je gezin in Nederland achterblijft, wordt het lastig om niet meer als inwoner van Nederland gezien te worden. Wij adviseren vaak over de fiscale gevolgen en dus het fiscale inwonersbegrip. Mocht u hierover vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met onze specialisten.
Bron woonplaats piloot
Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 24 januari 2023 ECLI:NL:GHARL:2023:667
Speciale fiscale regeling in Portugal
De Non Habitual Resident regeling (NHR belastingregime) in Portugal kan voordelig zijn voor mensen die in Portugal gaan werken en wonen. De regeling kan in Portugal worden aangevraagd en kan ervoor zorgen dat het belastingtarief daalt tot 20%. De regeling is in 2024 gesloten. Er geldt nog een overgangsregeling tot maart 2025.
De nieuwe NHR 2.0 regeling zit iets anders in elkaar. NHR 2.0, officieel bekend als de Tax Incentive for Scientific Research and Innovation (IFICI), is een nieuw belastingregime dat aanzienlijke besparingen biedt voor hooggekwalificeerde professionals in Portugal. De beschiktheid is dus een stuk beperkter dan onder de oude NHR regeling. Eenvoudige remote werkers, gepensioneerden etc vallen dus niet onder deze regeling.
NHR regeling Portugal in het kort
- Vrijwel alle buitenlandse inkomsten zijn vrijgesteld van belastingheffing in Portugal.
- Door NHR-status bedraagt het belastingtarief op inkomen slechts 20% (normaal tarief in Portugal is gelijk aan Nederland).
- De NHR-status geldt voor een periode van maximaal 10 jaar.
- Soms vrijstellingen voor schenken en erfenissen (let op 10-jaarstermijn in Nederland).
- Geen vermogensbelasting in Portugal.
De NHR-regeling in Portugal
De NHR-regeling in Portugal is vrijwel de gunstigste in Europa. Ook landen als Ierland, Cyprus en Bulgarije kennen soms gunstige fiscale regelingen voor zogenaamde nieuwkomers in het land. De regeling in Portugal is bedoeld om investeerders en professionals met een hoge economische (of culturele) waarde - fiscaal-vriendelijk - in Portugal te laten wonen. Door deze regeling (maximaal 10 jaar) kunt u gebruik maken van de volgende voordelen:
- Belastingtarief op inkomen 20%;
- Voor gepensioneerden met een particulier pensioen een heffing van 10%;
- Belastingvrijstelling voor schenkingen;
- Belastingvrijstelling voor erfenissen;
- Geen vermogensbelasting;
- Belastingvrijstelling op inkomsten uit bepaalde buitenlandse bronnen (vermogenswinsten, dividenden, etc.).
Wanneer komt u in aanmerking voor de NHR-regeling in Portugal?
Niet iedereen komt voor deze speciale regeling in aanmerking, de belangrijkste voorwaarden zijn:
- Het recht hebben om in Portugal te mogen wonen (als EU-burger geen probleem). Aanvragen bij het gemeentehuis van de regio waar u gaat wonen;
- NIF-nummer bezitten (soort fiscaal nummer, Numero de Identificacao Fiscal), ook aan te vragen bij lokale overheid;
- Afgelopen 5 jaar geen fiscaal inwoner van Portugal zijn geweest;
- Verblijfplaats in Portugal hebben;
- Specifiek beroep of vak, zoals architect, zanger, fiscalist, tandarts, chirurg, arts, docent, computerdeskundige, software consultant, wetenschappelijk onderzoeker, bepaalde investeerders (en soms managers en directeuren).
- NHR-status laten aanvragen of zelf aanvragen via deze internsite (veel informatie nodig, zoals oude belastingaangiften, verklaring geen inwoner Portugal, wooninformatie, etc.).
AOW belast in Portugal en WAZ uitkering niet
Gerechtshof 's Hertogenbosch doet op 24 juni 2026 (ECLI:NL:GHSHE:2026:1644) een uitspraak over de belastingheffing van een WAZ uitkering. Henk woont in Portugal en ontvangt een WAZ-uitkering van het UWV. In Portugal maakt Henk gebruik van het gunstige Non Habitual Regime, de NHR regeling. Het hof oordeelt dat een WAZ-uitkering niet vergelijkbaar is met een AOW-uitkering. De WAZ-uitkering valt onder artikel 18 lid 2 van het Verdrag Nederland-Portugal. De cumulatieve voorwaarden van dit artikel zijn vervuld: de aanspraak is fiscaal gefaciliteerd in Nederland, de uitkering wordt in Portugal niet tegen het normale tarief belast en de WAZ-uitkering is hoger dan € 10.000. Nederland is heffingsbevoegd over de WAZ-uitkering. Al met al, AOW is belast in Portugal en WAZ uitkering in Nederland. De uitspraak is in lijn met een eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 29 januari 2025 (ECLI:NL:RBZWB:2025:442).
Fiscaal advies emigratie Portugal
Onderstaande fiscaal juristen helpen u graag bij een fiscaal advies over het wonen en werken in Portugal. Wij werken hierbij altijd samen met een lokale adviseur. Wij zullen altijd eerste een offerte uitbrengen voor onze werkzaamheden (emigratie Portugal vanaf € 1.500 exclusief omzetbelasting). De offerte voor onze advisering inzake een emigratie naar Portugal kunt u hier aanvragen.
Wij adviseren - vanuit Nederlandse optiek - particulieren, DGA's en ondernemingen. Hierbij adviseren wij over het fiscale inwonerschap, toepassing van belastingverdragen en de (Nederlandse) gevolgen van uw emigratie. Voor de situatie in het buitenland werken wij samen met lokale specialisten in Portugal. Inhoudelijk advies over uw situatie in Portugal wordt dus in overleg met een Portugese adviseur opgesteld. De aanvraag van de NHR regeling zal altijd door een lokale specialist worden verzorgd.
Belastingheffing over buitenlands inkomen
Als u in Nederland woont en inkomen uit het buitenland geniet, zal Nederland altijd belasting willen heffen. In sommige gevallen is op grond van een belastingverdrag de heffing toegewezen aan het buitenland. Dit zal per land (verdrag) verschillen. In onderstaand memo kunt u per land zien welk land mag heffen over uw inkomen.
U woont in Nederland met inkomen uit buitenland
Voor mensen die in Nederland wonen heeft Nederland ruim 100 belastingverdragen gesloten. In onderstaand memo vindt u een overzicht per land en per inkomenssoort. Op grond van deze informatie kunt u bekijken of Nederland of het buitenland belastingen en / of premies mag heffen.
Voorkoming dubbele belasting ook voor opgebouwde verlofdagen
De aftrek ter voorkoming van dubbele belasting betreft niet alleen het loon over de fysiek aan boord (bijvoorbeeld van schip of vliegtuig) gewerkte dagen maar ook over de verlofdagen die de werknemer met zijn werk opbouwt en op een later moment opneemt, dit aldus een uitspraak van de Rechtbank Noord Nederland d.d. 20 mei 2025 ECLI:NL:RBNNE:2025:1923. In dit voorbeeld ging het om iemand die op een schip werkte en aftrek ter voorkoming van dubbele belasting claimde. In de kern gaat het om de uitleg van belastingverdragen, meestal staat hierin opgenomen "de ter zake daarvan verkregen beloning". De inspecteur was van mening dat dit enkel op "geld" ging en dus niet om verlofuren. De rechtbank keek bij deze uitspraak mede naar een arrest van de Hoge Raad d.d. 23 september 2005 ECLI:NL:HR:2005:AP1424, omdat de belastingplichtige 12 uur per dag werkte.
U woont niet in Nederland maar het inkomen uit Nederland
Als u niet in Nederland woont, is het ook de vraag of Nederland of het buitenland over uw inkomen belastingen en / of premies mag heffen. Per land staat een opstelling in dit memo opgenomen.
Sociale zekerheid bij grensoverschrijdende arbeid
Woont u in Nederland en werkt u in het buitenland (of andersom), dan is het de vraag welk land sociale premies mag en kan heffen. Werknemersverzekeringen zijn verplicht voor iedereen die in Nederland in loondienst werkzaam is. Volksverzekeringen zijn verplicht voor iedereen in Nederland. In bepaalde gevallen (maatwerk) kan het zijn dat u geen premies volksverzekeringen in Nederland hoeft te betalen.
Advisering inzake grensoverschrijdende arbeid
Veel klanten van ons kantoor werken (kort) in het buitenland en wonen nog in Nederland. Er zijn echter ook klanten die in het buitenland wonen en kortstondig of langer in Nederland werken. Grensoverschrijdende arbeid kan behoorlijke fiscale (en premie-)gevolgen hebben. Dit geldt niet alleen voor de werknemer, maar soms ook voor de opdrachtgever of werkgever. Wij adviseren klanten onder meer over:
- Waar moet u belastingen en premies betalen?
- Is er een voordeel te behalen via gratis wonen en / of de 30% regeling?
- Is een salary split te overwegen en kan dit een voordeel opleveren?
- Rijden met buitenlands kenteken in Nederland.
- Geldt er een inhoudingsplicht in Nederland of het buitenland?
- Moeten er kosten aan een buitenlandse deelneming worden doorberekend?
Bij vragen kunt u ons een e-mail sturen en / of contact opnemen met onderstaande adviseurs.
Bron belastingheffing en buitenlands inkomen
Nederlandse inwoner met inkomen uit buitenland
Buitenlandse inwoner (niet ingezetene) met inkomen uit buitenland
Emigreren om schenkbelasting te voorkomen
Veel cliënten ervaren de belastingheffing over vermogen en de heffing bij schenken of overlijden als onrechtvaardig. Nederland zal schenk- of erfbelasting heffen als een inwoner schenkt of vermogen nalaat. U kunt deze belasting beperken of voorkomen door:
- Een juist testament
- Huwelijkse voorwaarden
- Jaarlijks vermogen overhevelen / schenken
- Bedrijf schenken of vermogen onderbrengen in rechtspersoon
- Emigreren
Wilt u een vrijblijvende offerte ontvangen inzake emigratie en schenkbelasting? Stuur ons gerust een e-mail
Voorkomen schenkbelasting of erfbelasting door emigratie
In dit artikel zullen wij specifiek inzoomen op een emigratie, bepaalde landen kennen namelijk geen schenkbelasting en / of erfbelasting en soms ook geen vermogensbelasting. Als u Nederland verlaat, wordt u geacht nog wel 10 jaar (voor de schenk- en erfbelasting) in Nederland belastingplichtig te zijn (fictie). Uw vermogen in het buitenland wordt hiervoor ook meegenomen. Nederland kijkt voor de schenk- en erfbelasting naar de woonplaats van de schenker (of erflater) en niet naar de ontvanger (begunstigde).
Als u in Nederland woont, moet u over een schenking van uw netto vermogen aan uw kinderen maximaal 20% belasting betalen, tot ruwweg € 160.000 (in 2026 € 158.669) is het tarief 10% en over het meerdere 20%. Via een schenkingsplan tijdens leven kunt u het tarief dus beperken tot 10%. Bij grotere vermogens is dit lastig. Als u de schenkbelasting volledig wilt voorkomen, zou u moeten emigreren naar een land dat geen erfbelasting en schenkbelasting kent.
Welke landen kennen geen erfbelasting en vermogensbelasting?
Er zijn een aantal landen die geen (of beperkt) schenk- en erfbelasting heffen. De meest populaire landen zijn:
- Oostenrijk (ook geen vermogensbelasting)
- Portugal
- Zweden (ook geen vermogensbelasting)
- Italië (laag tarief erfbelasting en geen vermogensbelasting)
- Zwitserland (per provincie anders) (geen vermogensbelasting)
- Israël
- Rusland
Daarnaast zijn er een aantal landen die geen vermogensbelasting kennen, de belangrijkste zijn Duitsland, Finland, Griekenland en Ierland. De vermogensbelasting in Spanje en Frankrijk is beperkt (deze landen kennen echter wel schenk- en erfbelasting).
Schema en checklist inzake emigratie en voorkomen schenkbelasting
Woonplaatsfictie erfbelasting en schenkbelasting
U emigreert. Wat heeft u dan nog met de Nederlandse Belastingdienst te maken? Veel, kan ik u vertellen. In eerste instantie krijgt u een zogenaamde conserverende aanslag en daarnaast heeft Nederland een wettelijke bepaling die stelt dat u bij een schenking of overlijden binnen 10 jaar na uw emigratie nog steeds belasting in Nederland moet betalen (schenkbelasting of erfbelasting). U moet dan nog wel de Nederlandse nationaliteit hebben. De tienjarenregeling is waarschijnlijk binnen Europa niet te handhaven, maar voorlopig bestaat de regeling nog. Steeds als u weer in Nederland gaat wonen, begint de tienjarenregeling weer te lopen.
Dubbele heffing bij schenkbelasting of erfbelasting
Als u emigreert naar een land dat ook schenk- en / of erfbelasting zou heffen, dan kan er dubbele heffing ontstaan over uw schenking of nalatenschap. U kunt dit voorkomen door een goed advies, bijvoorbeeld het aannemen van een andere nationaliteit in combinatie met een testament. Niet alle landen zijn scheutig met het verlenen van hun nationaliteit, dit kost even tijd en veel energie. Nederland heeft met een aantal landen verdragen voor erfbelasting gesloten, dit is een beperkt aantal landen, namelijk:
- Zwitserland (1951)
- Zweden (1952)
- Finland (1954)
- Verenigde Staten van Amerika (1969)
- Israël (1974)
- Groot-Brittannië en Noord-Ierland (1979)
- Oostenrijk (2001)
De onder 6 en 7 genoemde verdragen hebben betrekking op schenkbelasting en erfbelasting. De andere verdragen zien alleen op erfbelasting (dus bij overlijden). De onder 2, 5 en 7 genoemde verdragen hebben niet veel nut meer, deze landen kennen geen erfbelasting meer.
Als u in een land woont waar Nederland geen verdrag mee heeft gesloten, kan wellicht het besluit voorkoming dubbele belasting uitkomst bieden. Nederland kan op basis van dit besluit een deel van de in het woonland verschuldigde belasting teruggeven. Voor de Antillen kan wellicht de Belastingregeling voor het Koninkrijk uitkomst bieden. Doordat deze groep eilanden in 2 groepen is verdeeld (sinds 2010), is een goed advies noodzakelijk.
In Nederland gelegen onroerend goed van een persoon die in het buitenland woont, wordt (na 10 jaar) niet meer in de Nederlandse heffing betrokken, tot 2010 was dit niet zo.
Fiscaal advies over vermogen en emigratie
Ons team van fiscalisten helpt u graag, vlot en deskundig bij een mogelijk advies over het beperken van schenk- of erfbelasting en een mogelijke emigratie.
Fiscaal advies woonplaats van een piloot
Piloten en zeevarenden met een werkgever in Nederland of in het buitenland worden in het internationale fiscale verkeer anders belast dan 'normale' werknemers. Dit kan resulteren in fiscale voordelen, maar ook nadelen, dit afhankelijk van de feiten.
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Luchtvaartpersoneel en woonplaats
Luchtvaartpersoneel (en zeevarenden) worden in het internationale belastingrecht anders behandeld dan de werknemer die met de beide benen op de grond staat. Anders dan bij gewone werknemers, wordt in internationale belastingverdragen bepaald dat de piloot wordt belast óf in het land waar de onderneming waarvoor hij werkt is gevestigd, óf in het land waar de piloot woont. Goed advies is hierbij belangrijk, omdat de situatie per land kan verschillen. Over de woonplaats van een piloot is vaak discussie, vooraf goed oriënteren en laten adviseren is van cruciaal belang. Een advies inzake 'waar woon ik fiscaal' is van cruciaal belang. Wij adviseren maandelijks piloten, ondernemers, maar ook (voormalig) Tweede Kamerleden over hun fiscale woonplaats. Neem hiertoe gerust contact met ons op.
Piloot woont in Verenigd Koninkrijk en niet in Nederland
In een procedure voor het Gerechtshof Amsterdam d.d 21 april 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:1285) ging het om de Tiebreaker rule bij een piloot. Henk werkt als piloot voor een Maltese luchtvaartmaatschappij en is gestationeerd in het Verenigd Koninkrijk maar staat nog ingeschreven bij zijn ouders in Nederland. Henk krijgt geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (wonen Nederland). De vraag is waar Henk woont (duurzame band). Het Gerechtshof is het met Henk eens, Henk woont in het VK. Zijn persoonlijke en economische belangen met het VK zijn het grootst. Het zwaarst hierbij weegt dat zijn vriendin in het VK woonde en hier ook zijn vriendenkring het grootst is. Dat Henk ook vrienden in Nederland had en zijn ouders hier wonen weegt minder zwaar. Het Hof verwijst terecht naar een oude uitspraak van de Hoge Raad d.d. 16 januari 2009 ECLI:NL:HR:2009:BP1466 inzake de dubbele woonplaats. Op basis van het belastingrecht van het Verenigd Konink rijk, waarbij het hof in rechtsoverweging 4.10 aandacht besteedt aan de statutory residence test, automatic residence test, sufficient ties test en automatic overseas tests, komt het hof tot het oordeel dat de belanghebbende in het Verenigd Koninkrijk als binnenlandse belastingplichtige heeft te gelden.
Daarna komt het Hof via de tie breaker rule (in het verdrag) tot een woonplaats in het VK. Vrienden en de vriendin geven hierbij de doorslag, een mooie menselijke maat! Er is afgezien van beroep in cassatie, de inspecteur legt zich er dus bij neer.
Piloot woont in Zwitserland en moet in Nederland belasting betalen
Het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 28 mei 2025 ECLI:NL:GHSHE:2025:1492 deed uitspraak over een in Zwitserland wonende piloot die sinds 1991 voor de KLM werkte. Hij werkte als (intercontinentale) piloot en verbleef zelden op Nederlands grondgebied. De piloot is af en toe bij zijn werkgever (KLM) voor trainingen. Kern is dat het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland in 2012 is gewijzigd. De piloot deed over 2012 - 2015 geen aangifte en daarom heeft de inspecteur navorderingsaanslagen opgelegd. Volgens het Hof is sprake van een nieuw feit, hierdoor gaat de deur voor het opleggen van aanslagen open. Ook is het Hof van mening dat de werkelijke leiding van KLM in Nederland is gelegen (en niet in Frankrijk). Waarom de belastingdienst zich niet heeft gemeld bij de werkgever (voor inhouding) loonbelasting wordt niet beantwoord. Een beroep op het evenredigheidsbeginsel (belangenafweging) gaat volgens de rechter niet op, de inspecteur mag volgens het hof kiezen waar de "fiscale rekening" wordt neergelegd. Ook de verwijziging naar een uitspraak van de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 31 maart 2023 ECLI:NL:RBZWB:2023:2215 helpt hierbij niet. Dat in dit geval helemaal geen belangen zijn afgewogen maakt volgens het hof niet uit. Dat de piloot (vlak voor zijn pensioen) de aanslagen wellicht niet kan betalen is een andere discussie, aldus het hof. Er wordt wel een immateriele schadevergoeding van € 4.000 toegekend (redelijke termijn ex Hoge Raad d.d. 31 januari 2020 ECLI:NL:HR:2020:154) , deze pleister op de grote wond helpt niet echt. De uitspraak is redelijk in lijn met de uitspraak in eerste aanleg bij de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 22 februari 2023 ECLI:NL:RBZWB:2023:1018.
Dat het heffingsrecht op grond van het nieuwe belastingverdrag aan Zwitserland gaat toekomen valt nog te billijken. Dat de inspecteur de claim niet heeft neergelegd bij de KLM is lastig te begrijpen. Volgens het Gerechtshof Den Haag d.d. 11 februari 2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:126 is de KLM niet aansprakelijk voor de fiscale schade. Een werknemer is volgens het Hof zelf verantwoordelijk voor de correcte nakoming van zijn fiscale verplichtingen, de werkgever heeft daarbij enkel een adviserende taak. De Hoge Raad d.d. 22 september 2023 ECLI:NL:HR:2023:1276 heeft het hof gevraagd dit nader te onderzoeken "wat is goed werkgeverschap en wat niet en had de KLM een waarschuwings- en informatieplicht t.a.v. haar werknemers?".
Fiscale woonplaats voetballer
Oke een voetballer is geen piloot, maar deze uitspraak geeft wel heldere aanwijzingen.
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Wat waren de aanwijzigingen voor een woonplaats in Nederland?
- Nog ingeschreven in de basisadministratie
- Woning in Nederland (eerst een huurwoning en vanaf 2022 een koopwoning)
- Familie van Henk woont in Nederland
- Nederlandse bankrekening
- Abonnementen in Nederland (Ziggo, Netflix, mobiele telefoon, sportschool, huur woning, diverse verzekeringen, etc.
Wat waren de aanwijzingen voor een woonplaats in Duitsland?
- Dienstbetrekking in Duitsland
- Ziektekostenverzekering in Duitsland
- Auto op Duits kenteken
- Verklaringen van derden dat Henk meestal in Duitsland was voor zijn werk
- Inschrijving Duits woonadres
- Certificate of residence van de Duitse belastingdienst
De Rechtbank weegt alle omstandigheden en kijkt hierbij met name naar:
- Hoge Raad d.d. 4 maart 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6285 : Bij de uitleg van het woonplaatsbegrip uit artikel 4 van de AWR moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en het desbetreffende land. Hierbij dient geen bijzondere betekenis te worden toegekend aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land.
- Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824: Verder geldt dat de duurzame band met één land niet sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven, ofwel het middelpunt van iemands persoonlijke levensbelangen, zich in Nederland bevindt. Daardoor bestaat (in uitzonderlijke gevallen) de mogelijkheid dat iemand zowel in Nederland als in een ander land woont.
De feiten afwegende komt de Rechtbank (RO 36) tot de volgende conclusie:
De rechtbank is op grond van de onderhavige feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat - zoals verweerder heeft gesteld - eiser in de onderhavige periode een (bepaalde) duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en beschikte in Nederland onder meer over (huur)woning 2 en over de (te bouwen) woning 3. Verder woont familie van eiser in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel niet worden gezegd dat eiser daarmee in de onderhavige periode, alle omstandigheden in aanmerking nemend, (alleen) in Nederland woonde. Eiser woonde, zoals ook hierna zal worden geoordeeld, in die periode namelijk in Duitsland. Hij werkte daar fulltime en heeft het overgrote deel van zijn tijd (met de vriendin) in Duitsland doorgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee geen sprake zijn van de zich alleen in uitzonderlijke gevallen voordoende situatie van een dubbele woonplaats. Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat eiser in de onderhavige periode (ook) in Nederland woonde, is eiser voor de toepassing van het Verdrag in de onderhavige periode inwoner van Duitsland. Kijkende naar de Tie Breaker regel (artikel 4 derde lid verdrag) zijn de persoonlijke en economische banden met Duitsland het grootst.
Piloot en voorkoming dubbele belasting
Henk woont in Nederland en werkt als piloot in Turkije. Voor het turkse inkomen claimt Henk volgens de vrijstellingsmethode de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Volgens het belastingverdrag tussen Nederland en Turkije moet echter de verrekeningsmethode worden toegepast. Het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden komt op 9 augustus 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:4739) komt tot een opmerkelijke uitspraak. Het hof oordeelt dat het Nederlandse verdragsbeleid is gericht op het principe van kapitaalimportneutraliteit en dat mede daarom voor actieve inkomsten een vermindering van dubbele belasting moet worden verleend volgens de vrijstellingsmethode. De staatssecretaris heeft dit in het golfstatenbesluit ook goedgekeurd, hierin staat dat voor piloten de vrijstellingsmethode moet worden toegepast. De reden is dat ondermeer Bahrein en Oman geen inkomstenbelasting heffen en dan valt er niks te verrekenen voor in Nederland wonende werknemers die in die staten werken. Hierdoor zouden inkomsten uit die staten effectief in Nederland worden belast, dit is volgens het besluit onwenselijk. De regeling geldt voor werknemers die offshore werken of voor personeel van internationale lucht en scheepvaarttuigen. Er is geen objectieve en/of redelijke rechtvaardiging voor een ongelijke behandeling in de situatie met Turkije. Op het golfstatenbesluit valt wel wat af te dingen, veel belastingverdragen kennen geen kapitaalimportneutraliteit, denk hierbij aan bestuurders, piloten, sporters en artiesten, waarbij vaak de belastingverrekening wordt toegepast. Tegen de uitspraak van het Gerechtshof loopt nog cassatie.
Waar belasting betalen als piloot?
Indien een piloot bereid is om zich buiten Nederland te vestigen, kan dit gunstig uitpakken, afhankelijk van de inhoud van de belastingverdragen. Wanneer een piloot zichzelf verhuurt als zelfstandige of via een eigen Ltd. (dit gebeurt o.a. bij een Ierse prijsvechter), dan kan hij / zij op een slimme manier belasting besparen. De Ltd. kan zich bijvoorbeeld op Cyprus vestigen en gebruik maken van de aldaar geldende lage belastingtarieven. De piloot kiest domicilie in een land waar Cyprus een gunstig verdrag mee heeft gesloten. Het is wel belangrijk je te realiseren dat een woonplaats niet willekeurig te kiezen is. Indien je bijvoorbeeld een gezin hebt dat in Nederland blijft wonen, dan zal de conclusie al snel zijn dat de piloot zelf ook in Nederland woont.
Ook voor piloten in loondienst kan het voordelig uitpakken om buiten Nederland te gaan wonen. Spanje heeft een mooie regeling voor werknemers die niet in Spanje werken, maar er wel wonen. Daarnaast kan emigratie naar bijvoorbeeld Italië, Frankrijk of Malta ook gunstig uitpakken.
Rechters zijn kritisch over woonplaats van een piloot
Waar iemand woont wordt beoordeeld aan de hand van feitelijke omstandigheden. Een duurzame betrekking van persoonlijke aard met een Nederlandse woonplaats hoeft daarbij niet sterker te zijn dan de band met enig ander land.
Op 29 juni 2022 heeft het Hof Den Bosch een uitspraak gedaan inzake de belastingplicht van een piloot die werkzaam was voor een Turkse maatschappij. De conclusie is dat hij, gegeven de feiten en omstandigheden, als inwoner van Nederland gezien moet worden en dat hij daardoor belastingplichtig is in Nederland.
In een andere procedure bij de Rechtbank (november 2022) ging het om (startende) piloot die in 2017 in dienst is getreden bij een Spaanse luchtvaartmaatschappij. Daarna is hij overgestapt naar een Italiaanse maatschappij. Tijdens zijn verblijf in Spanje en Italië heeft hij in deze landen ook woonruimte gehuurd. De piloot doet zelf aangifte als binnnenlands belastingplichtige. Daarna komt hij tot de ontdekking dat het fiscaal voordeliger is dat hij metterwoon Nederland heeft verlaten. De Belastingdienst start een woonplaatsonderzoek. De Belastingdienst en de rechtbank zijn van mening dat de piloot gewoon in Nederland woont, hij heeft namelijk zijn duurzame betrekkingen (van persoonlijke aard) met Nederland gewoon onderhouden. De belangrijkste redenen zijn begrijpelijk:
- Ingeschreven bij de gemeente gedurende geheel 2017;
- Veel pinbetalingen in horeca en winkels in Nederland gedurende 2017;
- Voor zorgverzekering in Nederland woonachtig;
- Zorgtoeslag in Nederland ontvangen;
- Uit bank- en creditcardbetalingen volgt dat de piloot vaak in Nederland is.
Woo verzoek belastingdienst inzake woonplaats piloten
In een besluit (27 oktober 2025) worden interne documenten van de belastingdienst bekend gemaakt inzake woonplaats onderzoeken van de belastingdienst bij piloten. Er zijn diverse documenten, beleidsstukken en correspondentie bekend gemaakt. Uit de stukken (zie onder) volgt het volgende
- De belastingdienst is een breed onderzoek gestart naar de buitenlandse woonadressen van piloten.
- Aanleiding voor het onderzoek is politieke aandacht voor dit onderwerp en signalen dat piloten ogenschijnlijk zijn geëmigreerd met als oogpunt belastingbesparen. 4 landen worden in beeld gebracht omdat deze een gunstig fiscaal regime kennen en voor piloten. Er wordt getoetst met als insteek "duurzaam tehuis".
- Piloten kunnen relatief eenvoudig fysiek buiten Nederland wonen maar blijven tegelijkertijd in Nederland sociaal verzekerd en werknemer van in Nederland gevestigde luchtvaartmaatschappijen. Sommige piloten hebben ook nog een woning (huur of koop) in Nederland.
- Belastingheffing is toegewezen aan a) woonland b) land waar feitelijke leiding van de luchtvaartmaatschappij is gelegen
- Onderzoek heeft betrekking op de fiscale woonplaats, gezinssituatie, duurzame banden met Nederland en woonplaatsonderzoeken in het algemeen.
- Conclusie belastingdienst "duurzame band met Nederland is in veel gevallen niet verbroken", dus woonland is dan Nederland. De vraag is of dit juist is, soms is de woning in Nederland slechts een pied-a-terre vanwege vlieg rooster. De sociale verzekeringsplicht doet er verder veel minder toe. In sommige verdragen is "de woning" maar 1 onderdeel en niet doorslaggevend.
- Het golfstatenbesluit wordt in de documentatie ook beoordeeld. Ook wordt er gekeken naar het remittance base regime (VK en Ierland). Onder oude verdragen kan Nederland dan niet heffen.
- Document 1 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 2 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 3 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 4 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 5 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 6 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 7 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
Wij adviseren veel piloten (en ondernemers) met een discussie over hun fiscale woonplaats. Vragen? Stuur ons gerust een e-mail of vul onderstaand formulier in. U kunt ook bellen met één van onze adviseurs.
Noot fiscaal jurist inzake fiscaal advies piloot of zeevarende
De discussie omtrent de woonplaats van een zeevarende en / of piloot wordt veel door ons gevoerd. Vooraf juist het leven inrichten en je aan de fiscale spelregels houden is van essentieel belang. Vooroverleg omtrent de woonplaats met de Belastingdienst is lastig, omdat de woonplaats sterk afhankelijk is van de daadwerkelijke feiten. In deze procedure is na een zorgvuldig opgezet woonplaatsonderzoek (door de Belastingdienst) bepaald dat de piloot in Nederland woont. De Belastingdienst kijkt hierbij enkel naar de Nederlandse feiten en omstandigheden, dit is niet (geheel) terecht. De inspecteur heeft in deze procedure ook de zogenaamde blockuren of blockhours tot het inkomen gerekend, dit is niet terecht. De blockhours zijn niet genoten inkomen, omdat deze niet afhankelijk zijn van de daadwerkelijk gewerkte uren.
Wij adviseren vele zeevarenden en piloten, neem gerust contact met ons op voor advisering of een juist stappenplan.
Bron fiscale woonplaats piloot
Rechtbank Den Haag 21 november 2022 ECLI:NL:RBDHA:2022:123985
Dividendbelasting in Europa in 2022
In Nederland is het tarief voor de dividendbelasting 15%. Binnen Europa is dit een redelijk tarief. Het tarief is in België en Duitsland een stuk hoger en in Bulgarije een stuk lager. In dit artikel een opstelling. Bepaalde landen kennen geen dividendbelasting, bijvoorbeeld Monaco en de Canarische Eilanden. Het laagste tarief is van toepassing in Liechtenstein.
Opstelling dividendbelasting binnen Europa
EU
Land | Dividentbelasting
in procenten |
|---|---|
België | 30% |
Bulgarije | 5% |
Canarische
Eilanden | 0% |
Cyprus | 17% |
Denemarken | 27% |
Duitsland | 25% |
Eiland
Man | 0% |
Estland | 20% |
Finland | 30%
- 34% |
Frankrijk | 12,8% |
Griekenland | 10% |
Guernsey | 0% |
Hongarije | 15% |
Ierland | 20% |
Italië | 26% |
Jersey | 0% |
Kroatië | 10% |
Letland | 20% |
Liechtenstein | 2,5% |
Litouwen | 15% |
Luxemburg | 15% |
Malta | 27,5% |
Monaco | 0% |
Nederland | 26,9% |
Oekraïne | 15% |
Oostenrijk | 27,5% |
Polen | 19% |
Portugal | 28% |
Roemenië | 5% |
Rusland | 13% |
Servië | 15% |
Slovenië | 27,5% |
Slowakije | 7% |
Spanje | 19% |
Tsjechië | 15% |
Turkije | 15% |
Verenigd
Koninkrijk | 7,5%
- 38,1% |
Zweden | 30% |
Zwitserland | 35% |
Aangifte als niet-resident in Spanje
Mensen die niet in Spanje wonen (minder dan 183 dagen verblijven) en wel bezittingen (zoals een woning) in Spanje hebben, moeten in Spanje een aangifte inkomstenbelasting (laten) opstellen en indienen. Dit gaat via het zogenaamde model 210 (modelo 210). In dit artikel een toelichting.
Aangifte inkomstenbelasting in Spanje bij vakantiewoning
Het model 210 moet binnen een jaar worden ingediend. Als u in 2022 een woning in Spanje heeft gekocht, moet de aangifte inkomstenbelasting vóór 31 december 2023 worden ingediend. Deze belasting is naast de onroerendezaakbelasting (IBI) in Spanje verschuldigd. Het model 210 moet u zelf aanvragen, deze wordt u dus niet automatisch toegestuurd. Het model kunt u op papier of via het internet invullen. De kosten voor het invullen van een dergelijk formulier zijn beperkt (gemiddeld € 50 - € 75). Als de vakantiewoning wordt verhuurd, dan moet u elk kwartaal een aangifte inkomstenbelasting indienen.
Bron aangifte inkomstenbelasting Spanje
Model
210 raadplegen
Papieren
versie model 210
Informatie
model 210
Voorbeeld
kantoor voor invullen aangifte inkomstenbelasting
Wonen in buitenland en werken in Nederland
Thuiswerken kan gevolgen hebben voor de sociale zekerheid en de belastbaarheid. Bij 25% of meer thuiswerken wijzigt het sociale zekerheidsland van werkland naar woonland. Thuiswerken leidt tot belasting in het woonland naar rato van de thuiswerkdagen. Dit kan soms een voordeel opleveren. In dit artikel behandelen wij de casus bij de Rechtbank Zeeland - West Brabant in juli 2022.
Ook de Belastingdienst weet het niet altijd!
Een Nederlandse werkneemster is werkzaam bij de Belastingdienst. Naast haar werkzaamheden in Nederland voert zij regelmatig werkzaamheden uit buiten Nederland, waaronder Duitsland. Door privé-omstandigheden besluit deze mevrouw naar Duitsland te verhuizen. In deze procedure staat vast dat zij vanwege haar persoonlijke situatie verhuist en dat de verhuizing niets met haar werkzaamheden voor de Belastingdienst te maken hebben.
Wanneer mevrouw haar aangifte inkomstenbelasting over 2017 in Nederland doet, vraagt zij voor 22% van haar inkomen voorkoming van dubbele belasting. De vrouw is van mening dat - op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland - Nederland geen heffingsrecht heeft over de werkzaamheden die zij buiten Nederland verricht. De Nederlandse Inspecteur van de Belastingdienst is het hier niet mee eens en weigert om voorkoming van dubbele belasting te geven voor het inkomen dat is toe te rekenen aan de werkzaamheden buiten Nederland. De vrouw gaat in beroep, en met succes.
Wonen in buitenland en werken in Nederland en buitenland
De rechtbank geeft de werkneemster volledig gelijk. Op grond van de hoofdregel van artikel 18 uit het belastingverdrag met Nederland, is het inkomen inderdaad volledig in Nederland belast. Artikel 18 lid 1 zegt:
- Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen, betaald door een verdragsluitende staat, deelstaat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam van een verdragsluitende staat of deelstaat, aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die staat, deelstaat of dat staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, zijn slechts in die staat belastbaar.
Op grond van deze bepaling lijkt het overduidelijk dat de Inspecteur gelijk heeft. Het salaris van de vrouw is op grond van deze (hoofd-)regel belast in het bronland, in dit geval dus Nederland. Echter, in hetzelfde artikel is een uitzondering opgenomen. Deze uitzondering stelt:
- Deze salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere verdragsluitende staat belastbaar, indien de diensten in die staat worden verleend en de natuurlijke persoon een inwoner is van die staat die a)onderdaan is van die staat of b) niet uitsluitend voor het verlenen van de diensten inwoner van die staat werd.
Volgens de werkneemster is de uitzondering onder b) van toepassing. Zij is namelijk om privéredenen en niet in het kader van dienstbetrekking verhuisd naar Duitsland. Volgens de Inspecteur ziet deze uitzondering specifiek op lokaal geworven personeel. Hier gaat de rechtbank echter niet in mee. Er is geen reden aan te wijzen waarom de uitzondering hier niet van toepassing zou zijn. Het gelijk is aan de werkneemster. Voor het deel van het inkomen dat is toe te rekenen aan werkzaamheden buiten Nederland, dient de Nederlandse Belastingdienst voorkoming van dubbele belasting te geven.
Noot fiscaal jurist inzake internationaal werkzame personen
Overeenkomstig de hoofdregel in het internationale belastingrecht zijn inkomsten uit dienstbetrekking belast daar waar de werkzaamheden worden verricht. De werkzaamheden zijn echter in de woonstaat belast indien:
- de werknemer in periode van 12 maanden niet langer dan 183 dagen aanwezig was in de werkstaat; en
- de beloning wordt gedragen door of namens een werkgever die niet in de werkstaat is gevestigd; en
- de beloning komt niet ten laste van een vaste inrichting van de werkgever in de werkstaat.
Soms kan een werknemer er belang bij hebben dat een beloning in de werkstaat en de woonstaat wordt belast (salary split). In andere gevallen wil men, bijvoorbeeld ter voorkoming van gezeur of complicaties, heffing in het buitenland vermijden. Soms wordt in Nederland een vermindering gevraagd, terwijl het buitenland niet of nauwelijks kan of mag heffen. Hoe het ook is, bij internationaal werken is maatwerk en goed advies van essentieel belang.
Ook deze casus laat weer zien dat bij het wonen en werken in meerdere landen lastige situaties kunnen ontstaan. Het is bij betrokken partijen lang niet altijd duidelijk in welk land nu belasting betaald moet worden over het inkomen. Wij zien het in de praktijk nog vaak misgaan, waardoor allerlei vervelende consequenties voor werkgever én werknemer kunnen ontstaan. Laat u in grensoverschrijdende gevallen altijd goed adviseren door een specialist. Het kan een hoop ellende voorkomen. Kom gerust eens langs (of binnen) voor een vrijblijvende afspraak.
Bron wonen in buitenland en werken in Nederland
Rechtbank Zeeland - West Brabant d.d. 4 juli 2022 ECLI:NL:RBZWB:2022:3675
Belastingontwijking KLM-piloten
Sinds het begin van de staatssteun aan KLM als gevolg van de coronacrisis heeft de staatsagent het nodig gevonden om KLM-piloten die in het buitenland wonen weg te zetten als belastingontwijkers. Alle media en vakpers nemen dit klakkeloos over. De KLM kreeg zelfs de opdracht hier iets aan te doen, met als dreigement dat anders de staatssteun zou worden ingetrokken.
KLM niet aansprakelijk voor naheffing zwitserse piloten
Een werknemer is zelf verantwoordelijk voor de correcte nakoming van zijn of haar fiscale verplichtingen. Een werkgever heeft daarbij een zorgplicht en geen adviserende taak. Een werkgever kan wel - uit hoofde van goed werkgeverschap - onder omstandigheden verplicht worden om een werknemer te informeren over een wijziging van de fiscale regels (of een belastingverdrag). In een lang lopende procedure ging het om piloten die in Zwitserland wonen en voor KLM werken. In 2012 is het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland aangepast. Vanaf dat moment moeten piloten - volgens de belastingdienst - loon/ en inkomstenbelasting in Nederland betalen. Op grond van een vrijstellingsverklaring (uit de negentiger jaren) is door de KLM geen loonheffing ingehouden. Dit gebeurde ook niet toen de KLM wist van de verdragswijziging. De werknemers werden ook niet geinformeerd. De belastingdienst heeft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd. De piloten stelden de KLM hiervoor aansprakelijk, dit leek niet succesvol (Gerechtshof Amsterdam d.d. 24 mei 2022 ECLI:NL:GHAMS:2022:1569). De Hoge Raad was op 22 september 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1276) kritisch en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag. Het Gerechtshof Den Haag deed op 11 februari 2025 uitspraak (ECLI:NL:GHDHA:2025:126). Het hof concludeert dat de piloten in Zwitserland wisten of behoorden te weten dat hun KLM inkomen in Nederland aan inkomstenbelasting onderhevig zou moeten zijn. De KLM heeft volgens het hof niet in strijd met de vereisten van goed werkgeverschap gehandeld. De piloten hebben jegens de KLM geen recht op schadevergoeding.
Fiscale woonplaats KLM-piloten
De indruk wordt gewekt dat het heel eenvoudig is om je fiscale woonplaats te verplaatsen naar een ander land. Dit heeft echter nogal wat voeten in aarde, je moet er namelijk écht voor emigreren. Het is niet zo dat je op papier in een ander land woont, terwijl je in werkelijkheid nog in Nederland woont. Zou dat het geval zijn, dan heeft de staatsagent een punt en praat je over belastingontduiking en niet ontwijking.
Om je fiscale woonplaats te verhuizen naar een ander land, moet je je banden met Nederland zoveel mogelijk doorsnijden. Je moet het zogenaamde middelpunt van je levensbelangen verplaatsen naar je nieuwe woonland. Dat betekent dat je met je hele hebben en houden naar het buitenland vertrekt. Als je een gezin hebt, moeten partner en kinderen meeverhuizen. Op onze site vind je hier uitgebreide artikelen over.
Fiscale woonplaats bepalen
Een Nederlandse werknemer die in België werkt en in Nederland woont wordt voor de Nederlandse wetgeving geacht binnenlands belastingplichtig te zijn. Als België dit ook zo ziet, is er een probleem (dubbele belastingheffing). Omtrent de fiscale woonplaats kijkt Nederland naar de volgende onderdelen:
- Waar verblijft het gezin?
- Waar wordt arbeid verricht?
- Waar wordt een woning aangehouden?
- Waar ingeschreven in de gemeentelijke administratie?
- Is er sprake van gebruik van gas en water op het woonadres?
- Waar wordt geld opgenomen van de bank resp. pin-opnamen gedaan?
- Waar is uw bank en vermogensbeheerder gevestigd?
- Hoe lang werkt / woont / verblijft men in een land?
- Plaats van lidmaatschappen, abonnementen, bankrekeningen, verzekeringen, ziektebehandelingen, etc.
Belastingverdragen en fiscale woonplaats bij piloten
Zodra je bent geëmigreerd en als fiscaal inwoner van je nieuwe woonland wordt aangemerkt, wordt het belastingverdrag tussen Nederland en dat land van toepassing. In dit verdrag is bepaald welk land over de arbeidsinkomsten mag heffen. Nederland heeft met veel landen willens en wetens afgesproken dat het woonland belasting mag heffen als je als piloot werkzaam bent aan boord van een luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd.
Het komt voor mij heel vreemd over dat vervolgens de piloten het verwijt krijgen dat ze de Nederlandse belasting aan het ontwijken zijn. Daarop volgt een fundamentele discussie ten aanzien van de belastingheffing. Is het logisch om belasting te betalen in het land waar je werkgever gevestigd is of in het land waar je inwoner bent? Dit laatste lijkt mij logischer, aangezien je in je woonland gebruik maakt van de voorzieningen die met belastinggeld gefinancierd worden. Overigens is dit ook zo geregeld in het standaardverdrag van de OESO (artikel 15 lid 3 sinds 21 november 2017) dat als basis geldt voor de meeste belastingverdragen die Nederland afsluit.
Golfstaten en fiscale woonplaats bij piloten
De staatssecretaris heeft in 2017 bedacht dat het goed zou zijn om voor inwoners van Nederland die werkzaam zijn in de golfstaten (denk aan Qatar, Verenigde Arabische Emiraten, etc.) een vrijstelling van inkomstenbelasting te creëren. Zij betalen geen belasting in het werkland en hoeven in Nederland ook geen belasting te betalen. Het argument hiervoor is, dat zij daardoor in een betere concurrentiepositie komen ten opzichte van lokale werknemers. Een vreemde zaak lijkt mij, omdat deze werknemers als inwoner van Nederland genieten van alle met belastinggeld gefinancierde faciliteiten. En zeker vreemd wanneer je werknemers die weliswaar in een ander land wonen maar daar keurig belasting betalen, wegzet als belastingontwijkers.
Woo verzoek belastingdienst inzake woonplaats piloten
In een besluit (27 oktober 2025) worden interne documenten van de belastingdienst bekend gemaakt inzake woonplaats onderzoeken van de belastingdienst bij piloten. Er zijn diverse documenten, beleidsstukken en correspondentie bekend gemaakt. Uit de stukken (zie onder) volgt het volgende
- De belastingdienst is een breed onderzoek gestart naar de buitenlandse woonadressen van piloten.
- Aanleiding voor het onderzoek is politieke aandacht voor dit onderwerp en signalen dat piloten ogenschijnlijk zijn geëmigreerd met als oogpunt belastingbesparen. 4 landen worden in beeld gebracht omdat deze een gunstig fiscaal regime kennen en voor piloten. Er wordt getoetst met als insteek "duurzaam tehuis".
- Piloten kunnen relatief eenvoudig fysiek buiten Nederland wonen maar blijven tegelijkertijd in Nederland sociaal verzekerd en werknemer van in Nederland gevestigde luchtvaartmaatschappijen. Sommige piloten hebben ook nog een woning (huur of koop) in Nederland.
- Belastingheffing is toegewezen aan a) woonland b) land waar feitelijke leiding van de luchtvaartmaatschappij is gelegen
- Onderzoek heeft betrekking op de fiscale woonplaats, gezinssituatie, duurzame banden met Nederland en woonplaatsonderzoeken in het algemeen.
- Conclusie belastingdienst "duurzame band met Nederland is in veel gevallen niet verbroken", dus woonland is dan Nederland. De vraag is of dit juist is, soms is de woning in Nederland slechts een pied-a-terre vanwege vlieg rooster. De sociale verzekeringsplicht doet er verder veel minder toe. In sommige verdragen is "de woning" maar 1 onderdeel en niet doorslaggevend.
- Het golfstatenbesluit wordt in de documentatie ook beoordeeld. Ook wordt er gekeken naar het remittance base regime (VK en Ierland). Onder oude verdragen kan Nederland dan niet heffen.
- Document 1 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 2 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 3 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 4 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 5 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 6 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 7 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
Wij adviseren veel piloten (en ondernemers) met een discussie over hun fiscale woonplaats. Vragen? Stuur ons gerust een e-mail of vul onderstaand formulier in. U kunt ook bellen met één van onze adviseurs.
Fiscale advisering piloten
Inmiddels heeft KLM met de vakbond afgesproken dat de KLM-medewerkers gaan betalen voor het woon-werkverkeer als zij vanuit het buitenland naar Nederland vliegen om te gaan werken. Daar is op zich niets mis mee. Wat ik jammer vind is dat de betreffende werknemers weggezet worden als belastingontwijkers. Hopelijk kijkt u daar na het lezen van dit artikel iets genuanceerder naar. Bent u piloot en zijn er fiscale vragen? Neem gerust contact met mij op.
Rijden met buitenlands (bijvoorbeeld Duits) kenteken in Nederland
Steeds vaker ziet men - met name in de grensstreek - Nederlanders rijden met een buitenlands kenteken. Mag dit? Het antwoord is relatief eenvoudig, dit mag meestal niet, tenzij ... In dit artikel een uiteenzetting van de mogelijkheden en onmogelijkheden. En bedenk, de Belastingdienst is niet 'van gisteren' en zal naheffingen opleggen als dit mogelijk is. Er zijn feitelijk 4 vrijstellingen:
- Werknemersvrijstelling: u woont in Nederland en werkt voor een buitenlandse werkgever > gebruik hoofdzakelijk buiten Nederland (formulier)
- Vrijstelling internationaal recht: u woont in het buitenland en bent maar een paar maanden in Nederland.
- Kort gebruik vrijstelling: u woont in Nederland en huurt een auto voor kort gebruik (14 dagen) in Nederland.
- Werkgeversvrijstelling: u woont in Nederland en heeft een bedrijf in het buitenland (formulier).
Advisering ondernemers Duitsland / Nederland
Wij adviseren vele Duitse ondernemers die in Nederland ondernemen maar ook Nederlandse ondernemers die in Duitsland willen starten. Ons team van specialisten helpt u graag bij de eerste stappen en/of doorontwikkeling. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak.
In Nederland rijden met buitenlands kenteken
U mag niet in Nederland rijden met een auto met buitenlands kenteken als u staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) in Nederland. U bent verplicht zich in de BRP in te schrijven als u langer dan 4 maanden in Nederland woont. Dit heeft te maken met de Wegenverkeerswet. Deze wet regelt onder andere de veiligheid op de weg. Als u toch een auto met een buitenlands kenteken in Nederland wil gebruiken dan kunt u overwegen om een auto te importeren.
Downloads bij auto op buitenlands kenteken
- Formulier vrijstelling werknemer (aanvraag belastingdienst)
- Formuier vrijstelling werkgever (aanvraag belastingdienst)
- Formulier vrijstelling MRB en BPM bij kort gebruik in Nederland
Schema en checklist rijden met buitenlands kenteken
Wonen in buitenland en rijden met buitenlands kenteken in Nederland
Bent u niet ingeschreven in de BRP in Nederland, dan mag u maximaal 6 maanden per jaar in Nederland rijden met een buitenlands kenteken. Dit is gebaseerd op een vrijstelling op basis van internationaal recht en hoeft u verder niet aan te vragen. Als u uw auto echter gebruikt om tegen betaling spullen of personen te vervoeren dan mag u uw auto maximaal 3 maanden gebruiken in Nederland. Dit hoeft niet aaneengesloten periode te zijn.
Als u uw auto niet gebruikt zoals hiervoor genoemd dan komt u in aanmerking voor de vrijstelling:
- voor een periode van 6 maanden per jaar (niet aaneengesloten). Dit geldt vanaf de dag dat u de auto op de weg in Nederland gebruikt.
- voor de duur van uw arbeidsrelatie als u de auto gebruikt voor woon-werkverkeer. Als u dus voor een buitenlandse werkgever tijdelijk in Nederland werkt met een auto op buitenlands kenteken dan mag u gewoon in deze auto rijden.
- voor de duur van uw studie als u uitsluitend in Nederland verblijft voor uw studie
Let op! Als u uw auto langer dan 6 maanden in Nederland wil gebruiken dan moet u aangifte bpm doen. En als u buiten de EU woont dan moet u daarnaast ook invoeraangifte doen bij de Douane.
Het doen van een aangifte bpm kan via deze link
Huurauto met buitenlands kenteken in Nederland rijden
Als u in Nederland met een auto met buitenlands kenteken zou rijden en in Nederland woont, dan kan er een probleem ontstaan. Voor auto's op Nederlands kentekenen wordt motorrijtuigenbelasting en BPM betaald, bij een buitenlands kenteken is dit niet zo. Bij een kort tijdelijk gebruik (bijvoorbeeld huur) in Nederland mag u rijden met een buitenlands kenteken. Voor dit tijdelijke gebruik is dan wel een veertiendagenvrijstelling nodig. Dit wil zeggen dat u 1x per jaar voor hetzelfde kenteken een vrijstelling kunt aanvragen. Deze vrijstelling kunt u hier digitaal aanvragen.
Werken in buitenland en wonen in Nederland, rijden met buitenlands kenteken
Voor mensen die in Nederland wonen en in het buitenland werken bestaan er specifieke vrijstellingen, dit zijn de werknemersvrijstelling en de werkgeversvrijstelling.
- Werknemersvrijstelling: de auto wordt door u of uw familieleden gebruikt en uw werkgever is feitelijk gevestigd in Duitsland. Uw werkgever verklaart dat u een auto ter beschikking wordt gesteld en dat u de auto hoofdzakelijk gebruikt voor uw werk buiten Nederland. De vrijstelling moet u schriftelijk met diverse bijlagen aanvragen, de aanvraag kunt u hier indienen.
- Werkgeversvrijstelling: als u een bedrijf in het buitenland zou hebben, kunt u ook met buitenlands kenteken in Nederland rijden, er zijn dan echter wel beperkingen. De auto mag door u of uw (inwonende) familieleden worden gebruikt. U moet de auto voornamelijk (50% of meer) zakelijk buiten Nederland gebruiken. U moet dit aantonen via een kilometeradministratie. De woon-werkkilometers worden niet meegeteld bij het bepalen van de 50%. Deze vrijstelling is dus een stuk minder gunstig dan de werknemersvrijstelling. De vrijstelling kunt u hier aanvragen.
Voorbeelden uit de jurisprudentie inzake rijden met buitenlands kenteken
- In een procedure bij de Rechtbank Noord Holland in 2022 wordt een Nederlandse inwoner door de politie aangehouden in een auto met Bulgaars kenteken. De persoon stelt: "de auto is van mijn vader." Over een periode van 3 jaar wordt een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd met een verzuimboete van bijna 100%, totaal ruim € 11.000. De boete wordt door de rechter verminderd. In dergelijke procedures is altijd een discussie over de periode dat de auto in Nederland is gebruikt. Bij onduidelijkheid of een slecht pleidooi van belastingplichtige blijven de naheffing en de boete vaak in stand. De BPM wordt niet altijd direct nageheven, soms krijgt de belastingplichtige eerst een waarschuwing via een zogenaamde BPM-brief. Bij een volgende aanhouding moet er dan wel worden betaald en wordt de boete vrijwel standaard 100%.
- In een uitspraak van de rechtbank Zeeland in 2021 werden forse naheffingsaanslagen en boetes opgelegd aan een belastingplichtige die jaren met een huurauto op buitenlands kenteken in Nederland heeft rondgereden en deze auto na de huurperiode (van 5 jaar) gaat importeren. In de procedure werden de boetes wel verminderd.
- In een ander uitspraak werd een cassatie ingesteld (ECLI:NL:GHAMS:2023:1425& HR, 10-01-2025, nr. 23/02626) waarin een persoon in het BRP in Nederland stond ingeschreven en reed met een buitenlands kenteken zonder motorrijtuigenbelasting te betalen. Ook hier werden er naheffingsaanslagen en boetes opgelegd. De boetes zijn daarna gematigd.
- In een recent arrest van 12 februari 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:340) van het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch ging het over de heffing van motorrijtuigenbelasting op een auto met een buitenlands kenteken die werd gebruikt door een in Nederland wonende persoon. De belangrijkste overwegingen van het hof over de motorrijtuigenbelasting waren: a) Het feitelijk gebruik van een buitenlands gekentekend voertuig in Nederland leidt tot belastingplicht voor de motorrijtuigenbelasting, ook als het voertuig niet op naam van de Nederlandse ingezetene staat. b) De heffing is niet in strijd met EU-recht, ook niet met het eigendomsrecht uit artikel 17 van het EU-Handvest. c) De motorrijtuigenbelasting vormt geen onevenredige of individuele buitensporige last. d) De inspecteur heeft terecht de motorrijtuigenbelasting nageheven, maar de vergrijpboeten zijn met 50% verminderd vanwege onder meer verzachtende omstandigheden.
Noot fiscaal jurist inzake rijden op buitenlands kenteken
Het in Nederland rijden met een buitenlands kenteken kan erg risicovol zijn. Als u wordt aangehouden, loopt u een risico dat er een naheffingsaanslag BPM en motorrijtuigenbelasting (over lange periode) wordt opgelegd. De aanslagen worden in de regel verhoogd met een boete van 100%. Kijk dus goed naar de bovengenoemde vrijstellingen bij het gebruik van een auto met een buitenlands kenteken in Nederland. Ontbreekt er een vergunning (lees: bijvoorbeeld een vrijstelling voor kortstondig gebruik), dan geeft u de Belastingdienst alle kaarten voor naheffingen.
Er zijn regelmatig problemen bij het rijden in een auto met buitenlands kenteken. Als u zonder verklaring of vrijstelling in Nederland zou rijden in een auto met buitenlands kenteken, loopt u het risico dat de BPM wordt nageheven en dat er tevens een boete wordt opgelegd (kan oplopen tot 100%). Het maakt dan niet uit of de auto van u is of niet. Ook uit jurisprudentie blijkt dat procederen over boetes meestal zinvol is (mits u een redelijk standpunt heeft tenminste).
Koper bv neemt ook schuld DGA over
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) verkoopt de aandelen in zijn besloten vennootschap voor € 575.000. De koper voldoet de koopsom via een overname van de rekening-courantschuld van de DGA (ad € 587.000). Is er sprake van een reële overdracht of is sprake van een schijnlening en / of (verkapte) winstuitdeling? Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kijkt er eens kritisch naar en is het met Henk eens, de navorderingsaanslag wordt in de prullenbak geworpen.
Rekening-courant DGA wordt verkocht ... en dan?
Henk heeft in 1993 een besloten vennootschap opgericht. In 2001 is Henk officieel geëmigreerd vanuit Nederland naar Frankrijk. In 2014 verkocht Henk de aandelen in zijn bv voor € 575.000 aan een koper (ook een bv). Op dat moment had Henk een rekening-courantschuld aan zijn bv van € 587.000. De koper bv voldoet de koopsom door de schuld van Henk (de DGA) over te nemen. De Belastingdienst is van mening dat sprake is van een schijnlening. Door de verkoop van de aandelen in de bv zou Henk de schuld immers nooit aflossen. Dit levert voor Henk een (uitdelings-)voordeel op, aldus de inspecteur. Er wordt een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd (artikel 4.12 Wet Inkomstenbelasting 2001). De rechtbank is het met Henk eens, het Gerechtshof ook.
Rekening-courant DGA, uitspraak Hof
Hoewel Gerechtshof 's Hertogenbosch inderdaad van mening is dat de schuld nooit door Henk zal worden afgelost, wil dit nog niet zeggen dat sprake is van een schijnlening of uitdeling. Henk had een langlopende lening ad € 212.000 en een rekening-courantschuld van € 374.000. De langlopende lening was gedekt met een hypotheekrecht op de tweede woning van Henk. Na de verkoop van de tweede woning in 2014 is de lening echter niet afgelost. De lening is vervolgens naar de rekening courant-overgeboekt, vlak daarna worden de aandelen verkocht. Voor de rekening-courantschuld zijn geen zekerheden gesteld en is ook geen aflossingsverplichting overeengekomen. De rente bedroeg ongeveer 1,5%.
De vraag is of in 2014 een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang is genoten. Als sprake zou zijn van een lening aan Henk die niet zou kunnen worden terugbetaald, zou sprake zijn van een onttrekking. Het vermogen heeft dan immers de vennootschap definitief verlaten. De bewijslast hiervoor berust dan bij de inspecteur. De inspecteur komt echter nergens mee, aldus het Gerechtshof.
Ook kan er sprake zijn van een onzakelijke lening. Hierbij zou de bv een debiteurenrisico moeten lopen dat een normale derde niet zou hebben genomen. De bv zou dan dus de belangen van Henk dienen. De lening blijft in een zodanig geval tot het vermogen van de bv behoren, maar een eventueel verlies op de geldlening kan dan niet in mindering op de winst worden gebracht. Het moment om de onzakelijke lening te bepalen moet bij het aangaan worden beoordeeld, maar tijdens de rit kan een lening ook onzakelijk worden. Ook dan moet de inspecteur hiervoor de bewijslast aandragen.
Noot fiscaal jurist inzake verkoop aandelen en rekening-courantschuld
Een heldere uitspraak van de Rechtbank en het Gerechtshof. De inspecteur stelt dat bij het aangaan van de lening al vast stond dat deze niet zou worden terugbetaald. De betaling betreft hiermee een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang (artikel 4.12 Wet IB). De inspecteur komt verder niet met bewijs of argumenten die zijn stelling onderbouwen. Sterker nog, Henk had de lening wel kunnen aflossen bij de verkoop van zijn tweede woning, edoch Henk heeft uiteindelijk anders besloten. Daarnaast zijn de koper en Henk volledig onafhankelijke partijen die zakelijk met elkaar handelen, van een onzakelijke lening was ook geen sprake. Ook is de vermogenspositie van de koper niet zorgelijk, zodat aflossing in de toekomst niet is uitgesloten.
In deze casus stelt de inspecteur dat de lening niet ZAL worden afgelost. Of de lening KAN worden afgelost, laat de inspecteur in het midden. Het moment waarop dit is ontstaan is gelegen vlak voor de overdracht van de aandelen. De inspecteur stelt hierover het volgende:
- De lening is niet schriftelijk vastgelegd;
- Er zijn geen afspraken gemaakt over mogelijke opeisbaarheid;
- Er zijn geen afspraken over aflossingen of een kredietplafond;
- De rente is onzakelijk en nooit betaald (wordt bijgeschreven);
- Henk kan gezien zijn leeftijd en inkomen de rente niet betalen;
- Koper is een bekende (de broer van de belastingadviseur van Henk);
- Er zijn geen zekerheden gesteld;
- Of de koper wel of niet solvabel is, doet er volgens de inspecteur niet toe.
Dat is nogal wat, zou u denken !
Henk stelt tegenover het spervuur van de inspecteur dat hij de koper niet kent (hij kent immers niet de gehele familie van zijn adviseur) en dat hij altijd de intentie heeft gehad om de schulden af te lossen. Omdat Henk heeft besloten de bv (met schuld) te verkopen, is de lening niet afgelost bij de verkoop van zijn tweede woning. De vraag is ook nog of Henk in Nederland belasting zou moeten betalen, hij woont immers al lang in Frankrijk (oud recht conserverende aanslag).
Het Hof is niet overtuigd van de argumenten van de inspecteur. Henk had in 2014 ook voldoende middelen om de lening af te lossen, ook al was niet alle vermogen in liquide vorm aanwezig. Van enige gelieerdheid tussen Henk en de koper is nergens iets gebleken. De voorwaarden voor de koop zijn ook zakelijk, dus volgens het Gerechtshof is er niet zoveel aan de hand. Of de koper wel of niet solvabel is, wordt door de inspecteur aangetoond met een rapport uit 2019. Dit is redelijk waardeloos omdat de vermogenspositie in 2014 relevant is (moment verkoop aandelen).
Tevens stelt de inspecteur dat sprake is van een onzakelijke lening, dit standpunt wordt eenvoudig van tafel geveegd. Het standpunt van de inspecteur dat sprake is van een onzakelijke lening is innerlijk tegenstrijdig met het standpunt van de inspecteur dat een zakelijke rente minimaal 6% bedraagt. Reeds daarom heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat geen rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken aan de aandeelhouder, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden. De inspecteur kiest hier dan ook de verkeerde afslag.
Bron verkoop aandelen en kwijting rekening-courant
Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 22 juni 2022 ECLI:NL:GHSHE:2022:2012
Rechtbank Zeeland - West Brabant d.d. 22 april 2021ECLI:NL:RBZWB:2021:1975
Hoe werkt een vaste inrichting qua belastingheffing?
Nieuw besluit inzake vaste inrichting
Op 1 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Financiën een tweetal nieuwe besluiten bekend gemaakt.
- Een nieuw verrekenprijzenbesluit (het Verrekenprijzenbesluit); en
- Een nieuw winstallocatiebesluit vaste inrichtingen besluit (het VI-besluit).
Met deze nieuwe besluiten ligt de Nederlandse regelgeving meer in lijn met de OESO-richtlijnen van 2022. Belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op 'het zwarte gat', derhalve 'geen heffing'.
Winst gemaakt met buitenlandse activiteiten. Waar belasting te betalen?
Van een vaste inrichting is sprake als u met bijvoorbeeld uw Nederlandse bv in Duitsland activiteiten gaat opzetten vanuit een kantoor of andere vaste bedrijfsinrichting in Duitsland. Een vaste inrichting is dus niet een zelfstandige entiteit in het buitenland. Een dochteronderneming is dit wel. Bij een vaste inrichting is derhalve de Nederlandse bv (ook) aansprakelijk voor de activiteiten in het buitenland. Fiscaal moet de vaste inrichting in het buitenland haar belastingen betalen.
Vanuit Nederlands perspectief moet de Nederlandse bv belasting betalen over haar totale winst (de zogenoemde wereldwinst). Andere landen willen natuurlijk ook belasting heffen over winsten die daar zijn behaald. Om dubbele belastingheffing of niet-heffing te voorkomen, zijn in belastingverdragen afspraken over de winstverdeling (winstallocatie) gemaakt.
Regelgeving vaste inrichting en belastingen
Over de verdeling van de belastingheffing over de winsten van vaste inrichtingen heeft de Belastingdienst (de staatssecretaris van Financiën) diens visie en beleid geactualiseerd in een besluit. Het doel van dit besluit is om duidelijkheid te geven over de wijze waarop de Belastingdienst de winstallocatie aan vaste inrichtingen beoordeelt. In het besluit wordt aansluiting gezocht bij de OESO-richtlijnen. De toerekening van de winst bestaat, kort gezegd, uit de volgende twee stappen:
- Activa, risico’s en vermogen worden toegerekend aan de vaste inrichting
op basis van de functionele analyse. Daarbij zijn in grote lijnen twee
methoden te onderscheiden:
- De ene methode gaat uit van de vermogensstructuur van de gehele bv (capital allocation);
- De andere van de vermogensstructuur van met de vaste inrichting vergelijkbare zelfstandige vennootschappen (thin capitalisation).
De toerekening van rentelasten is in de vennootschapsbelasting een zeer belangrijk issue. Bij de Belastingdienst is er (daarom) een voorkeur voor de eerste methode die uitgaat van een gelijke kredietwaardigheid van de bv als geheel. - Daarna wordt de winst van de vaste inrichting bepaald op basis van
de analyse in de eerste stap en de toepassing van het arm’s-lengthbeginsel
(kortweg: met de vaste inrichting handelen alsof het een derde partij is).
Daarbij kan de rentelast ter zake van het toegerekende vreemd vermogen
worden bepaald aan de hand van twee methoden:
- Of aansluiten bij het rentepercentage van de externe lening die aangetrokken is om het specifieke actief te financieren (tracing approach); óf
- Bij de totale rentelast van de bv in zijn geheel naar rato van het toegerekend vreemd vermogen de vaste inrichting (fungibility approach). De Belastingdienst heeft een voorkeur voor de laatste, omdat die meer rekening houdt met de specifieke omstandigheden van de vaste inrichting.
Het beleid is dus gericht op winsttoerekening aan de vaste inrichting die zoveel mogelijk leidt tot de winst die een onafhankelijk lichaam zou hebben behaald met vergelijkbare activiteiten onder vergelijkbare omstandigheden. Bij de vraag hoeveel winst die (fictief) zelfstandige onderneming kan genereren, verwijst het besluit specifiek naar ‘control over risk’. Dat bestaat uit de volgende elementen:
- De beslissingsbevoegdheid om een risicovolle kans op te pakken, uit te stellen of af te wijzen;
- De mogelijkheid om beslissingen te nemen of, en hoe, opvolging gegeven wordt aan dergelijke risicovolle kansen.
Tevens wordt in het besluit opgemerkt dat van belang is dat niet alleen de capaciteiten voor risicoallocatie aanwezig zijn, maar dat zij ook functioneel kunnen worden uitgevoerd.
De objectvrijstelling bij een vaste inrichting
Met ingang van 1 januari 2012 geldt voor vaste inrichtingen de zogenoemde objectvrijstelling. Daarbij worden zowel de positieve als de negatieve resultaten van de buitenlandse vaste inrichting uit de wereldwinst van een Nederlands lichaam geëlimineerd.
Voorkomen van niet-heffing bij een vaste inrichting
Als de bv in het andere land afwijkende keuzes maakt die ertoe leiden dat een deel van de winst van de vaste inrichting niet in de belastingheffing wordt betrokken, kan de Belastingdienst afwijken van het hiervoor beschreven beleid om te komen tot een uitkomst die niet leidt tot dubbele niet-belasting (er moet dus altijd ergens belasting worden betaald).
Opmerking fiscaal jurist inzake vaste inrichting
De toerekening van winst aan een vaste inrichting is geen sinecure en kan van jaar tot jaar aanzienlijk verschillen. Raadpleeg daarom altijd een deskundig adviseur en voorkom in elk geval dat u over een deel van de winst in twee landen belasting betaalt. Onderstaande adviseurs zijn u graag van dienst bij (complexe) vraagstukken.
Bron vaste inrichting
Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022
Meer over vaste inrichting:
Welk land is fiscaal gunstig om te werken
Belastingtarieven in verschillende landen
Steeds meer mensen kunnen voor hun werk overal in de wereld wonen. Wij adviseren op ons kantoor veel mensen die vanuit verschillende redenen in het buitenland gaan werken of wonen. Welk land is eigenlijk fiscaal aantrekkelijk? In dit artikel een overzicht van enkele fiscaal-vriendelijke en -onvriendelijke landen. De laagste inkomstenbelasting treffen we aan in Chili (7%), Estland (15%) en Zwitserland (17%). In dit artikel ronden wij percentages en bedragen af op ronde getallen (enkel voor de leesbaarheid).
Belastingtarieven voor inkomen in verschillende landen
Toptarieven op arbeid worden geheven in ondermeer Portugal, België, Zweden en Finland. In dit soort landen zijn echter soms de tarieven voor lagere inkomens weer gunstig. Ook moet er worden gekeken naar premies en uw persoonlijke situatie. Soms zijn de tarieven voor getrouwde mensen gunstig en voor singles niet. In dit artikel kijken we met name naar de tarieven voor singles.
Belastingtarieven in Duitsland
Duitsland kent een stijgend (progressief) tarief, dit wil zeggen dat het tarief stijgt als uw inkomen stijgt. Het maximale tarief voor de inkomstenbelasting en vermogensbelasting bedraagt 45%. In Duitsland is er voor vermogensinkomsten, zoals verhuur en beleggingen, een vrijstelling van zo'n € 1.000 per jaar. In Duitsland zijn giften (en ook de kerkbelasting) aftrekbaar tot maximaal 20% van uw inkomen. Mooi in Duitsland is dat u tot een inkomen van € 10.000 geen belasting verschuldigd bent.
Belastingtarieven in Litouwen
Het inkomstenbelastingtarief in Litouwen is gunstig met 20% (tot € 90.000) en 32% over het meerdere. Voor deze veelverdieners geldt ook nog een premieheffing van 7%. Winsten over verkoop van onroerende zaken of inkomsten uit rente of royalty's worden gunstig belast tegen 15% - 20%. In Duitsland mag je belastingvrij € 10.000 verdienen, in Litouwen is dit € 4.800.
Belastingtarieven in Denemarken
Een voorbeeldland in vele opzichten, edoch fiscaal niet. Het maximale inkomstenbelastingtarief in Denemarken bedraagt 56%. De erf- en schenkbelasting is redelijk vergelijkbaar met Nederland (15%). Tot het inkomen wordt naast werk en uitkeringen ook gerekend het inkomen uit beleggingen, huurinkomsten en vermogensinkomsten (belasting in box 1 in plaats van box 3). De winst over de verkoop van een eigen woning is belastingvrij, evenzo als in Nederland. De aftrekposten in Denemarken zijn beperkter dan in Nederland. Denemarken kent ook een expatregeling, dit tarief bedraagt 33%. Wat bijzonder is in Denemarken is, dat de meeste inwoners een belastingvrije jaarlijkse uitkering ontvangen van € 6.000.
Belastingtarieven in België
In België is het hoogste tarief hoger dan in Nederland of Duitsland, namelijk 50%. Ook inkomen uit verhuur van onroerend goed wordt gezien als inkomen. Kosten zijn niet geheel aftrekbaar, slechts voor 80% en de premieheffing bedraagt ruim 13%. Er is in België wel een speciale regeling voor expats, 30% van hun inkomen mag belastingvrij worden ontvangen (ongeveer gelijk aan Nederland). Het minimale inkomen bedraagt dan wel € 75.000.
Wonen in Duitsland en belastingheffing
Woningnood in Nederland: dan maar emigreren, toch?
Maandag 28 maart 2022 verscheen er een artikel in het NRC. In dit artikel werd aandacht besteed aan het wonen in Duitsland (of België) als oplossing voor de het schrijnende woningtekort in Nederland. In het kader van het artikel werden twee van onze collega’s gevraagd naar de fiscale aspecten van het wonen in Duitsland, het werken in Nederland en hun praktische ervaringen. Het betreffende artikel kun je hier teruglezen.
In het artikel van het NRC bestond slechts beperkt de mogelijkheid om de fiscale aspecten van het wonen in Duitsland en werken in Nederland te belichten. Daarom hebben we de fiscale gevolgen van het wonen in Duitsland en werken in Nederland nog eens voor u op een rij gezet.
Stappenplan bij emigreren naar Duitsland
Stel dat u geen geschikte woning in Nederland kunt vinden en u besluit om in Duitsland een woning te kopen. Velen zullen het niet direct beseffen, maar in principe gaat u dan emigreren. Een verhuizing naar het buitenland heeft veel gevolgen. Waar moet u bijvoorbeeld aangifte inkomstenbelasting doen? En waar betaalt u belasting over uw inkomen?
Door te verhuizen naar Duitsland, is er in principe sprake van emigreren. Doordat u voortaan niet langer inwoner bent van Nederland maar van Duitsland, zult u een emigratieaangifte in Nederland moeten indienen, een zogeheten M-aangifte. Dit is een soort laatste afsluitende aangifte. Na het doen van deze aangifte bent u niet langer binnenlands belastingplichtige in Nederland. Wanneer u (bijvoorbeeld) blijft werken in Nederland en inkomen uit Nederland ontvangt, bent u mogelijk nog wel belastingplichtig in Nederland. U wordt dan aangemerkt als buitenlands belastingplichtige in Nederland.
Naast de aangifte inkomstenbelasting in Nederland zult u voortaan ook jaarlijks een aangifte inkomstenbelasting in Duitsland moeten indienen. Ondanks dat het fiscale stelsel in Duitsland overeenkomsten vertoont met de Nederlandse fiscale wetgeving, zijn er uiteraard ook veel verschillen. Laat u daarom altijd goed voorlichten door een (belasting-)adviseur in Duitsland. Uiteraard kunnen wij u hierin helpen. Wij hebben een uitgebreid netwerk van adviseurs in Duitsland.
Belastingplicht bij wonen in Duitsland
Alle landen hebben op basis van hun eigen nationale wetgeving geformuleerd wanneer u in dat land wel of niet belastingplichtig bent, zo ook Duitsland en Nederland. Wanneer u emigreert naar Duitsland, zal Duitsland u aanmerken als inwoner. Gevolg hiervan is, dat u in principe over uw gehele inkomen (wereldinkomen) in Duitsland belasting moet betalen. Het kan echter zo zijn dat ook Nederland wil heffen over uw inkomen, bijvoorbeeld omdat u nog altijd werkzaam ben in Nederland voor een Nederlandse werkgever. Zouden Nederland en Duitsland onderling niets geregeld hebben, dan is sprake van dubbele belastingheffing. In Duitsland omdat u daar uw wereldinkomen moet aangeven en in Nederland omdat het inkomen uit Nederland afkomstig is en u uw werkzaamheden in Nederland verricht.
Om dubbele belastingheffing te voorkomen, heeft Nederland heel veel belastingverdragen gesloten, waaronder met Duitsland. In het belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting is bepaald welk land mag heffen over het betreffende inkomen in grensoverschrijdende gevallen. Simpel gezegd is een belastingverdrag niets meer dan een lange lijst met diverse soorten inkomen. Voor elke soort inkomen bepaalt het belastingverdrag welk land mag heffen over het betreffende inkomen. Als dit het geval is, betaalt u in principe in twee landen belasting. Om het betalen van dubbele belasting te voorkomen, heeft Nederland met veel landen een belastingverdrag gesloten, zo ook met Duitsland. In het belastingverdrag is bepaald welk land over welke inkomsten mag heffen. Zo is in het belastingverdrag onder andere een bepaling opgenomen voor inkomen uit dienstbetrekking, inkomen uit zelfstandige arbeid, dividenden, pensioenen en vermogenswinsten.
Inkomen uit dienstbetrekking en wonen in Duitsland
Wanneer u een woning koopt in Duitsland, maar blijft werken voor een werkgever in Nederland, bepaalt het belastingverdrag waar uw inkomen belast is. Volgens de hoofdregel in het belastingverdrag zijn de inkomsten uit dienstbetrekking in principe belast in het land waar u fiscaal inwoner bent, in ons voorbeeld dus Duitsland.
Op deze hoofdregel gelden een aantal uitzonderingen. Als eerste geldt dat, wanneer de werkzaamheden daadwerkelijk in Nederland uitgevoerd worden voor een in Nederland gevestigde werkgever, Nederland heffingsbevoegd is over het inkomen dat is toe te rekenen aan de werkzaamheden in Nederland.
Een tweede uitzondering is dat, wanneer er geen sprake is van een in Nederland gevestigde werkgever, maar dat de werkzaamheden wél in Nederland worden uitgevoerd gedurende meer dan 183 dagen per jaar. Dit wordt ook wel de 183-dagenregeling genoemd. Belangrijk te vermelden is, dat het niet alleen gaat om werkdagen. Ook de dagen die niet gewerkt worden, maar waarop iemand zich wel in Nederland bevindt, tellen mee voor de grens van 183 dagen. Hierbij is er een uitzondering, namelijk voor de werkzaamheden die in het kader van de dienstbetrekking in de andere staat, het werkland, worden uitgeoefend. Het woonland mag enkel belasting heffen over de in het werkland verrichte werkzaamheden, wanneer aan de volgende (cumulatieve) voorwaarden wordt voldaan.
Dit betekent dat, wanneer u als inwoner van Duitsland werkzaamheden verricht vanuit huis, deze dagen belast zijn in Duitsland. Werkt u voor een Nederlandse werkgever in Nederland, dan zijn deze werkzaamheden vanaf de eerste dag belast in Nederland. Is geen sprake van een Nederlandse werkgever, maar bijvoorbeeld van een Duitse werkgever, dan geldt de 183-dagenregeling en bent u pas belastingplichtig in Nederland na 183 dagen. Let wel, u bent dan belastingplichtig over alle dagen die u in Nederland gewerkt hebt. Zodra u de 183 dagen overschrijdt, wordt u als het ware met terugwerkende kracht belastingplichtig in Nederland.
Inkomen uit vermogen en wonen in Duitsland
Net als voor de inkomsten uit dienstbetrekking, is in het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland een bepaling opgenomen over het inkomen uit vermogen. In Nederland is vermogen in principe belast in box 3. In box 3 is het werkelijk behaalde rendement niet relevant. Er wordt uitgegaan van een fictief behaald rendement. Dit fictieve rendement wordt belast tegen een belastingtarief van 31% (2022).
In tegenstelling tot Nederland is in Duitsland het werkelijk genoten rendement belast met inkomstenbelasting.
Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland bepaalt dat, ingeval van inkomen uit vermogen, alleen het woonland van de betreffende persoon mag heffen over genoten inkomsten. Dit betekent dat in ons voorbeeld Duitsland mag heffen over bijvoorbeeld de ontvangen rente op een spaarrekening of ontvangen dividend op gehouden aandelen. Een uitzondering is gemaakt voor inkomen uit vastgoed. Vastgoed wordt in principe belast in het land waar het vastgoed gelegen is.
Inkomen uit pensioen en wonen in Duitsland
Niet alleen mensen met een baan in Nederland besluiten om te emigreren naar Duitsland. Wij zien veel gepensioneerden die besluiten om de stap naar Duitsland te zetten en aldaar een woning te kopen. Deze mensen hebben hun pensioen vaak opgebouwd bij een Nederlandse werkgever. Zij hebben daarom vaak een AOW-uitkering, aangevuld met een Nederlands (privaatrechtelijk) pensioen. Ook in deze gevallen is het belastingverdrag van toepassing op de inkomsten die deze mensen als inwoner van Duitsland ontvangen uit Nederland.
We hebben al aangegeven dat het belastingverdrag voor diverse inkomenssoorten bepalingen bevat en de heffingsrechten verdeelt tussen Nederland en Duitsland. Zo is er (uiteraard) ook een bepaling opgenomen over pensioenen. Dit artikel kent een aantal lastige bepalingen, echter geldt als hoofdregel dat pensioen, indien gezamenlijk niet meer dan € 15.000 bruto per jaar, wordt belast in het woonland van de betreffende persoon. De genoemde grens is voor alle pensioenen gezamenlijk en inclusief de AOW. Wordt dit bedrag overschreden, dan verschuift het heffingsrecht naar land waar de pensioenen vandaan komen. Dit is geen onlogische gedachte. De pensioenen zijn namelijk ook fiscaal gefaciliteerd opgebouwd in het land waar de betalingen vandaan komen.
Sociale verzekeringsplicht bij wonen in Duitsland
Naast de belastingen, speelt in veel gevallen de sociale verzekeringsplicht een erg belangrijke rol. Met sociale verzekeringsplicht bedoelen we bijvoorbeeld de AOW (inclusief de AOW-opbouw), ziektekostenverzekering en kinderbijslag.
Het is belangrijk te beseffen, dat de sociale verzekeringsplicht afzonderlijk geregeld is en niet valt onder de werking van een belastingverdrag. Een verdrag ziet specifiek en alleen op belastingen. Binnen Europa is de sociale verzekeringsplicht geregeld in een verordening. In deze verordening is vastgelegd in welke lidstaat een persoon sociaal verzekeringsplichtig is ingeval van grensoverschrijdend werken.
Uit de verordening volgt, dat een persoon altijd maar in één lidstaat sociaal verzekeringsplichtig is. Het bepalen waar een persoon sociaal verzekeringsplichtig is, is van vele factoren afhankelijk. Als hoofdregel geldt dat, wanneer een persoon 25% of meer van zijn of haar werkzaamheden verricht in zijn / haar woonstaat, deze persoon ook aldaar verzekeringsplichtig is. Vaak betekent dit voor een buitenlandse werkgever, dat deze werkgever zich verplicht moet registreren in het woonland van de werknemer en daar verplicht sociale verzekeringspremies in moet houden op het salaris en af moet dragen aan de lokale belastingautoriteit.
In de hiervoor geschetste casus zou dit betekenen, dat een in Duitsland woonachtige werknemer die werkzaam is voor een Nederlandse werkgever, in principe in Nederland sociaal verzekeringsplichtig is. Echter, wanneer de werknemer een aantal dagen per week vanuit huis werkt, kan dit de onbedoelde consequentie hebben dat de verzekeringsplicht verschuift van Nederland naar Duitsland. Uiteraard met alle gevolgen van dien, zowel voor de werkgever als voor de werknemer. Belangrijk te vermelden is, dat in tijden van corona er op deze regels enige versoepelingen zijn aangebracht.
Fiscaal advies inzake emigratie naar Duitsland
Veel mensen realiseren zich niet altijd wat de gevolgen (kunnen) zijn wanneer ze naar het buitenland verhuizen. Met name in de grensstreek betekent emigreren naar Duitsland soms letterlijk dat men maar een paar kilometer verderop gaat wonen. Zoals uit dit artikel blijkt, kan dit echter allerlei gevolgen hebben. Niet alleen fiscaal, maar ook voor de sociale verzekeringsplicht is het dus altijd van belang om in grensoverschrijdende gevallen u goed te laten voorlichten. Uiteraard kunnen wij hierbij helpen. Overweegt u om te verhuizen naar Duitsland? Of staat u op het punt om een baan in Duitsland te accepteren? Neem contact met ons op. We leggen u graag uit waar u op moet letten en hoe een en ander voor u persoonlijk uitwerkt!
EK
Portugal pensioen, rentenieren en belastingen
Portugal is een EU-land met een gunstig klimaat, qua prijzen maar soms ook fiscaal. Wij adviseren wekelijks mensen die een vakantiewoning in Portugal kopen of naar Portugal emigreren. Veelal ziet de advisering op de fiscale gevolgen qua inkomen, vermogen en de aangiften inkomstenbelasting in Nederland (M-biljet) en in Portugal. Wij overleggen in voorkomende gevallen ook met een lokale belastingadviseur en / of advocaat.
Belastingtarieven Portugal in 2026
- Voor inwoners van Portugal worden wereldwijde inkomsten uit arbeid, pensioen, huur en overige inkomsten belast tegen een maximaal tarief van 48% (vanaf inkomen € 86.634).
- Beleggingen worden belast tegen een tarief van 28%, dit geldt voor rente inkomsten en dividenden.
- Winsten op vastgoed worden ook belast in Portugal, u moet 50% van de gerealiseerde winst optellen bij uw inkomen. Er geldt een vrijstelling als u de winst zou herinvesteren in een nieuw hoofdverblijf binnen de EU
- Voor specifieke groepen mensen geldt de NHR 2.0 of IFICI regeling (niet voor gepensioneerden of mensen met passief inkomen)
- Erfbelasting 10%
AOW belast in Portugal en WAZ uitkering niet
Gerechtshof 's Hertogenbosch doet op 24 juni 2026 (ECLI:NL:GHSHE:2026:1644) een uitspraak over de belastingheffing van een WAZ uitkering. Henk woont in Portugal en ontvangt een WAZ-uitkering van het UWV. In Portugal maakt Henk gebruik van het gunstige Non Habitual Regime, de NHR regeling. Het hof oordeelt dat een WAZ-uitkering niet vergelijkbaar is met een AOW-uitkering. De WAZ-uitkering valt onder artikel 18 lid 2 van het Verdrag Nederland-Portugal. De cumulatieve voorwaarden van dit artikel zijn vervuld: de aanspraak is fiscaal gefaciliteerd in Nederland, de uitkering wordt in Portugal niet tegen het normale tarief belast en de WAZ-uitkering is hoger dan € 10.000. Nederland is heffingsbevoegd over de WAZ-uitkering. Al met al, AOW is belast in Portugal en WAZ uitkering in Nederland. De uitspraak is in lijn met een eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 29 januari 2025 (ECLI:NL:RBZWB:2025:442).
Stamrecht en wonen in Portugal
De kennisgroep van de belastingdienst heeft in april 2024, een standpunt ingenomen over een stamrecht (ontslagvergoeding) die wordt uitbetaald door een Nederlandse BV aan een inwoner van Portugal. De heer X heeft binnen een concern gewerkt in Frankrijk, Belgie, Nederland en Duitsland. De vraag is welk land - volgens de Nederlandse belastingdienst - mag heffen over de uitkering. Volgens de Nederlandse belastingdienst is op grond van het arbeidsartikel (artikel 15 belastingverdrag Nederland - Portugal) Nederland bevoegd om te heffen, voor zover de uitkering is te relateren aan in Nederland verrichte werkzaamheden.
AOW-uitkering belasting in Portugal
De Hoge Raad heeft in 2020 bepaald dat een AOW-uitkering niet in Nederland mag worden belast. Het Belastingverdrag tussen Nederland en Portugal (oud verdrag, veelal gunstig) bepaalt in artikel 18 hoe de heffing verloopt als er sprake is van in de ene staat opgebouwde pensioenen welke worden uitgekeerd aan een inwoner van een ander land. Normaal gesproken worden pensioenen belast in de woonstaat. In sommige gevallen mag de bronstaat (daar waar het pensioen is opgebouwd) ook heffen. Als een pensioen bijvoorbeeld niet in Portugal zou worden belast, mag Nederland heffen.
Henk woont in Portugal sinds 2016. Zijn AOW-uitkering was in 2016 en de jaren erna volledig belast in Portugal. Henk krijgt bericht van de Sociale Verzekeringsbank dat door een Nederlandse wetswijziging in Nederland ook loonheffing wordt ingehouden op zijn AOW-uitkering. Volgens Henk wordt niet voldaan aan alle voorwaarden in artikel 18 lid 2 van het belastingverdrag tussen Nederland en Portugal. Volgens de Belastingdienst is dit niet nodig omdat wordt voldaan aan letter c van deze bepaling. De Hoge Raad stelt vast dat de bepaling niet helder is. De Engelse tekst van het belastingverdrag is echter wel redelijk duidelijk. Bij een discussie omtrent de uitleg prevaleert de Engelse tekst. De Portugese tekst moet dan ook worden ingezien, omdat deze wellicht meer duidelijkheid geeft over de interpretatie. Het gaat dus om de bedoeling van de bepaling. Letter a en b spreken over "pensioenen en soortgelijke beloningen", letter c voegt hieraan toe: "uitkeringen uit hoofde van een sociaal zekerheidsstelsel" . Voor het standpunt van de Belastingdienst valt best iets te zeggen, edoch de Hoge Raad gaat voor de letterlijke (Engelse) tekst en stelt vast dat aan alle 3 de voorwaarden (cumulatief) moet worden voldaan.
Wanneer inwoner van Portugal?
Voor de fiscale uitleg van een belastingverdrag is in eerste instantie van belang waar iemand woont. Volgens het fiscale recht in Portugal is een persoon inwoner van Portugal als hij / zij aantoonbaar meer dan 183 dagen (in periode van 12 maanden) in Portugal heeft doorgebracht. Dit hoeft niet direct een lange en / of duurzame periode te zijn. Als iemand minder dan 183 dagen in Portugal verblijft, kan hij / zij ook inwoner van Portugal zijn. Dit wordt echter in Nederland en in Portugal op grond van eigen lokale wetgeving beoordeeld. Hiermee zou dus iemand inwoner van Nederland én Portugal kunnen zijn. Laat u derhalve voor uw emigratie goed en juist adviseren.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie naar Portugal
Bij een emigratie naar Portugal moet u een zogenaamde emigratie-aangifte indienen. Tevens zal er in voorkomende gevallen een zogenaamde conserverende aanslag worden opgelegd. Het moment van emigratie is van belang voor het woonplaatsbeginsel. Portugal kan soms fiscaal erg voordelig zijn voor Nederlanders. Zo worden pensioenen vaak lager belast (20%) en wordt er beperkt of niet geheven voor vermogen dat is ondergebracht in bitcoins. Daarnaast kent Portugal een speciaal fiscaal regime voor non-habitual inwoners gedurende de eerste 10 jaar in Portugal. U krijgt dan een vrijstelling voor bepaalde inkomsten. Soms schiet u hier niets mee op, omdat Nederland in een dergelijk geval zal heffen. Portugal werkt gunstig voor Nederlanders met vermogen, dit zowel door het ontbreken van box 3 heffing als een lagere heffing bij overlijden (na 10 jaar). Ook schenkingen vanuit Portugal kunnen (na 1 jaar) voordelig zijn.
Wilt u een vakantiewoning in Portugal kopen of naar Portugal emigreren? Neem gerust contact op met één van onderstaande adviseurs.
Advies inzake met pensioen wonen in Portugal
Als u voor nemende bent om te gaan emigreren naar het buitenland en de fiscale gevolgen hierover - voor uw Nederlandse pensioen - wilt weten en/of uw pensioen wilt laten uitbetalen in Portugal adviseren wij u graag. Wij adviseren veel gepensioneerden die willen emigreren of zijn geëmigreerd over de fiscale gevolgen, hierbij kijken wij zowel naar de Nederlandse als internationale fiscale spelregels. Voor de advisering in Nederland zullen wij u adviseren en voor de lokale advisering in Portugal werken wij samen met een lokale partijen, dit van alle ins en outs in Portugal op de hoogte zijn. Wij beschikken over een netwerk van adviseurs in diverse landen. Stuur ons gerust een e-mailmet uw vraag.
Bron AOW in Portugal en belastingen
Hoge Raad 6 november 2020 ECLI:NL:HR:2020:1733
Mening adviseur Hoge Raad ECLI:NL:PHR:2020:695
Rechtbank d.d. 17 april 2020 ECLI:NL:RBZWB:2020:1814
DJ
DGA koopt woning in Spanje, in privé, SL of bv
Veel klanten van ons kantoor kopen woningen in het buitenland, op dit moment zijn Spanje, Portugal en Griekenland erg in trek. Voor de betaling van de vakantiewoning zal soms geld van de Nederlandse bv worden geleend of een hypotheek in het buitenland worden afgesloten. Doordat er over een paar jaar maximaal € 700.000 uit de eigen bv mag worden geleend, komt steeds vaker de vraag aan de orde wie de vakantiewoning gaat kopen, de meest voor de hand liggende opties zijn:
- Privé (vakantie) woning kopen;
- Nederlandse bv koopt (vakantie-)woning;
- Buitenlandse rechtspersoon koopt de (vakantie-)woning.
Doordat lenen van de bv in de toekomst lastiger gaat worden, zien wij steeds vaker dat DGA's de vakantiewoning in een bestaande Nederlandse bv kopen. Soms worden de aandelen in de bv ook deels gehouden door de kinderen. Een Spaanse SL oprichten voor een vakantiewoning is meestal niet voordelig. Wilt u meerdere woningen in Spanje kopen (bijvoorbeeld om te beleggen), dan kan een Spaanse SL wel voordelig zijn.
Extreme heffing in Spanje voor inwoners van buiten de EU
Spanje wil vanaf 2025 een extreem hoge belasting invoeren voor mensen vanuit buiten de EU die speculatief vastgoed in Spanje kopen, dit geldt voor mensen die niet in Spanje gaan wonen (en dus buiten de EU wonen), aldus een artikel op diverse media (zoals BNR).
1. DGA koopt Spaanse vakantiewoning in privé
Fiscale heffingen in Spanje bij privé bezit vakantiewoning
Als de woning enkel voor privédoeleinden wordt gebruikt en er niet meerdere woningen in Spanje worden gekocht, verdient deze optie de voorkeur. Met welke betalingen moet u rekening houden?
- Bij eigen gebruik moet u jaarlijks een aangifte inkomstenbelasting indienen, waarbij u belasting moet betalen over het bezit van de eigen woning. Dit is ongeveer 1,1% van de kadastrale waarde x 19% belasting. Bij een woning van € 500.000 is dit ongeveer € 1.000 per jaar.
- Soms moet naast de aangifte inkomstenbelasting ook nog een aangifte vermogensbelasting worden ingediend (vermogen in Spanje hoger dan € 700.000).
- Bij verhuur van de vakantiewoning moet u eens per kwartaal een aangifte inkomstenbelasting indienen en 19% belasting betalen over de netto huur (kosten zijn dus aftrekbaar).
- Tevens moet u jaarlijks onroerendezaakbelasting (vraag dit op bij de gemeente, kan zomaar € 2.000 en meer zijn) en veelal ook vuilnisheffingen betalen.
- Bij verkoop moet u 19% belasting betalen over de verkoopwinst. Bewaar alle bonnen van verbouwingen dus goed. Bepaalde kosten mogen met de verkoopwinst worden verrekend, zoals notariskosten, advieskosten, makelaarskosten.
- In sommige gevallen is er ook nog gemeentelijke belasting verschuldigd (plusvalia municipal) over de waardestijging van de grond. Deze heffing valt meestal mee en is beperkt tot enkele honderden euro's (tenzij u de woning lang in bezit heeft). In oktober 2021 is deze belasting door het EU-hof ongrondwettelijk verklaard.
Financiering vakantiewoning in Spanje
U kunt een hypotheek in Spanje afsluiten, ga hierbij er vanuit dat een financiering van 50% van de aankoopsom (met kosten) haalbaar is. De hypotheek moet veelal worden afgelost vóór uw 75e verjaardag (annuïteit). De meeste DGA's zullen het restant van de koopsom financieren bij hun eigen bv. Dit moet dan wel op grond van zakelijke voorwaarden. Door een financiering wordt de Spaanse vermogensbelasting lager. Let op dat een DGA vanaf 2024 nog maar € 700.000 van zijn eigen bv mag lenen (met uitzondering van leningen voor een eigen woning). Eventueel kan de DGA ook dividend uitkeren uit zijn bv en dus met eigen geld de vakantiewoning kopen. Over de dividenduitkering is echter wel (direct) 26,9% belasting verschuldigd (in Nederland).
Welke kosten zijn bij verhuur aftrekbaar?
De huurinkomsten die in privé of in de bv of SL worden ontvangen zijn belast. De volgende kosten mag u hierop in mindering brengen:
- Hypotheekrente
- Onroerendezaakbelasting (IBI)
- Huisvuilbelasting
- Gemeenschappelijke kosten (vereniging eigenaren)
- Verzekeringen aangaande de woning
- Commissies (voor schoonmaak / verhuur)
Let op dat de aftrek op grond van een redelijke verhouding (evenredigheid) moet plaatsvinden. Stel dat de woning 3 maanden wordt verhuurd, dan mogen 25% van de algemene kosten en 100% van de specifieke kosten worden afgetrokken van de ontvangen huur. Bij verhuur uit een bv of SL zijn tevens de afschrijvingskosten aftrekbaar.
2. DGA koopt Spaanse vakantiewoning in Nederlandse bv
Via deze route hoeft er geen vermogen uit de bv worden geleend en / of hoeft geen dividenduitkering aan de DGA plaats te vinden. Hierdoor voorkomt u discussie met de Belastingdienst over de leningsvoorwaarden en hoeft er ook geen dividenduitkering plaats te vinden.
Wordt de woning in Spanje verhuurd, dan moet er over de huurinkomsten (-/- de kosten) door de bv in Spanje aangifte worden gedaan. Bij gebruik van de vakantiewoning door de DGA moet er een zakelijke huur worden betaald (vanuit privé aan de bv). Er is in Spanje geen vermogensbelasting verschuldigd, de onroerendezaakbelasting en gemeentelijke heffingen blijven gelijk en worden betaald door de bv.
De jaarrekening en aangifte vennootschapsbelasting in Nederland worden iets complexer, de Nederlandse bv moet dus ook in Spanje aangifte doen en zich dus melden in Spanje. De jaarlijkse kosten voor het verzorgen van de aangifte zullen iets hoger zijn dan bij een privé-aangifte.
Bij aankoop van een (buitenlandse) vakantiewoning door een bv is de zakelijkheid een vereiste. Bij onzakelijk handelen wordt de aankoop namelijk als uitdeling aan de DGA gezien (veelal met boete). Zorg er dus voor dat de woning (aantoonbaar en goed vastgelegd) zakelijk wordt gebruikt. Dit kan via verhuur aan derden, kantoorlocatie, vergaderruimte, B&B, etc.
De Belastingdienst zal scherp letten op het privégebruik en de leegstand. Leg dit dus goed vast en tevens moet de DGA tijdens privégebruik een zakelijke vergoeding betalen.
Door de aankoop in een bv (of SL) wordt toekomstige erfbelasting in Spanje voorkomen (tenzij fraus legis) en kan tevens de winstbelasting bij verkoop worden ontgaan (door verkoop aandelen in de bv) .
Tevens kan de DGA overwegen om een bv door zijn kinderen (met STAK) op te richten, de toekomstige waardestijgingen worden hierdoor vanaf aankoop ondergebracht bij de kinderen en daarnaast is in de toekomst minder overdrachtsbelasting / erfbelasting verschuldigd. Deze bv wordt voor de aankoop gefinancierd door de holding van de DGA en eventueel door een bancaire instelling. Dergelijke structureren verdienen advisering en een zorgvuldige opzet.
3. DGA koopt Spaanse vakantiewoning in Spaanse SL
In dergelijke gevallen zal de Nederlandse holding van de DGA een Spaanse Sociedad Limitada (SL) oprichten. Dit is enkel interessant als er meerdere woningen of appartementen in Spanje worden verkocht. De reden hiervoor is dat de extra kosten van een Spaanse SL redelijk kunnen oplopen (oprichting, jaarrekeningen, aangiften, boekhouding, etc.). Evenzo als bij een Nederlandse bv moet de SL zakelijke huurafspraken maken met de DGA (inzake huur van de vakantiewoning).
De SL moet jaarlijks een jaarrekening opstellen en tevens een aangifte winstbelasting indienen. De aftrekmogelijkheden binnen een SL zijn wel ruimer dan bij privébezit. Er kan namelijk over de vakantiewoning worden afgeschreven. De winstbelasting in Spanje bedraagt 25% (in Nederland veelal 19%). Over de verkoopwinst moet ook winstbelasting worden voldaan in Spanje. De eerste 2 jaar is het VPB tarief in Spanje 15%.
Voordeel is wel dat bij een toekomstige verkoop (bijvoorbeeld aan de kinderen) ook de aandelen in de SL kunnen worden verkocht. In dat geval is er geen winstbelasting over de boekwinst verschuldigd, er worden immers aandelen verkocht en geen vakantiewoning. Als de aandelen in de SL worden gehouden door de holding van de DGA, is er geen belasting verschuldigd door de Nederlandse holding (dit op grond van de moederdochter richtlijn / deelnemingsvrijstelling).
Overweeg eventueel ook een winstdelende lening vanuit uw Nederlandse holding naar de Spaanse SL. Hiermee voorkomt u dat er tussentijds rente moet worden berekend (verlies in SL), bij een grote verbouwing zijn er vaak in het begin beperkt inkomsten en ontstaat er winst in de Nederlandse BV (rente) en verlies in de SL, dit is fiscaal niet gunstig.
Als er bedrijfsmatige activiteiten in een SL worden uitgevoerd, kan de btw in Spanje worden verrekend. In voorkomende gevallen kan ook de btw op een vakantiewoning worden verrekend. Advisering in Spanje is dan wel noodzakelijk. In dergelijke gevallen moet de woning wel aan derden worden verhuurd.
Hypotheek vakantiewoning in Spanje
Een hypotheek in Spanje kan ook worden aangevraagd voor een vakantiewoning. In vogelvlucht de voorwaarden:
- Voor niet inwoners maximaal 65% - 70% (voor inwoners 80%) van de netto aankoopwaarde (exclusief kosten). Dit is ongeveer 45% - 50% van de koopsom inclusief kosten.
- Je mag maximaal 35% van je netto inkomen besteden aan vaste lasten aangaande de woning. Hierbij wordt ook de bestaande hypotheek (woning Nederland) meegenomen. Huuropbrengsten in Spanje of Nederland worden niet als inkomen meegenomen.
- Hypotheek is altijd volgens een annuïteit met looptijd van 25-30 jaar (max tot 75 jaar)
- Hypotheekrente voor niet inwoners is ongeveer 1% hoger dan voor inwoners.
Fiscaal advies inzake vakantiewoning in Spanje
Als de vakantiewoning enkel privé wordt gebruikt, is aankoop in een SL / bv niet direct voordeliger resp. zal de Belastingdienst dit niet snel accepteren. Dit is echter wel sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Laat u altijd in Nederland en Spanje adviseren door een deskundige fiscalist. Onze specialisten helpen u graag en hebben goede contacten met advocaten en belastingadviseurs in Spanje.
Onroerendezaakbelasting in Spanje
Evenzo als in Nederland moet u in Spanje belasting betalen over het in bezit hebben van een woning. In dit artikel geven wij u een overzicht van de belastingheffingen bij een vakantiewoning in Spanje. De belangrijkste belastingen waar u mee te maken krijgt zijn de inkomstenbelasting en de onroerendezaakbelasting. Bij een woning van € 500.000 moet u rekenen op een totale heffing van ongeveer € 4.000 per jaar. Zijn er vragen, neem dan gerust contact op met één van onze specialisten. Bij advisering inzake Spanje werken wij altijd samen met een lokale specialist.
1. Onroerendezaakbelasting in Spanje
De zogenaamde IBI (Impuesto sober Bienes Inmuebles) in Spanje is best fors en bedraagt 0,3% - 0,7% van de waarde. Het percentage is afhankelijk van de gemeente. Bij een achterstand (niet-betaling) van deze belasting volgt een redelijk forse boete. Bij verkoop van een woning is het zelfs verplicht om aan te tonen dat de IBI voor het lopende jaar is betaald. Indien de IBI niet is betaald, zal de notaris geen goedkeuring geven over de verkoop.
Welke waarde geldt voor de onroerendezaakbelasting in Spanje
Dit heeft geen betrekking op de bouwkosten of de aankoopwaarde, maar de grondslag is de zogenaamde kadastrale waarde (een administratieve waarde, de zogenaamde Valor Catastral). Deze waarde wordt door de gemeente bepaald op grond van de locatie, de constructie en de waarde van de grond. De kadastrale waarde is nooit hoger dan de aankoopwaarde / marktwaarde. Voor uw eigen rekensom kunt u uitgaan van ongeveer 60% van de marktwaarde. Bij een woning van € 500.000 is dit - afhankelijk van uw gemeente - ongeveer € 2.500 - € 3.500 per jaar.
Korting op onroerendezaakbelasting in Spanje
In sommige gemeenten krijgt u 50% korting op uw IBI belasting als u de woning zou voorzien van energiebesparende maatregelen, zoals zonne-energie. Vraag dit na bij de gemeente (of uw advocaat).
Nieuwe wetgeving in de maak inzake IBI in Spanje
Het is denkbaar dat er in de toekomst extra onroerendezaakbelasting (IBI) wordt geheven op leegstaande woningen. Lees meer.
2. Inkomstenbelasting bij bezit vakantiewoning (model 210)
Naast de onroerendezaakbelasting krijgt u ook te maken met inkomstenbelasting in Spanje, de zogenaamde Impeusto Sobre La Renta de No Residentes of IRNR belasting (model 100). Dit is inkomstenbelasting voor niet-inwoners met een (vakantie-)woning in Spanje, welke niet wordt verhuurd. De grondslag is de kadastrale waarde van uw woning of appartement. Deze belasting bedraagt ongeveer ongeveer 1% van de kadastrale waarde en hierover moet u 19% inkomstenbelasting betalen (EU-inwoner). Bij een woning van € 500.000 is dit ongeveer € 1.000 per jaar. Deze aangifte moet worden ingediend in het jaar volgende op het kalenderjaar, dus voor 2021 moet de aangifte vóór 1 juli 2022 zijn ingediend.
3. Vermogensbelasting bij bezit vakantiewoning (model 714)
Daarnaast moet er soms ook nog een aangifte vermogensbelasting (model 714) worden ingediend. Dit speelt als uw woning -/- de zakelijke schuld een hogere waarde heeft dan € 600.000 (kan per gemeente verschillen). De grondslag voor de vermogensbelasting is anders dan de grondslag voor de inkomstenbelasting en onroerendezaakbelasting. Hiervoor moet de hoogste waarde worden genomen (dus óf kadastrale waarde, óf aankoopwaarde of marktwaarde).
4. Huurinkomsten vakantiewoning Spanje (model 210)
Als u ook huurinkomsten zou ontvangen van uw vakantiewoning, dan moet u hierover ook inkomstenbelasting in Spanje betalen. U moet hiertoe zelf het initiatief nemen en dus zelf aangifte verzorgen. Deze aangifte moet eens per kwartaal worden ingediend. Lees hier meer over dit onderwerp.
Overige tips bij aankoop onroerende zaak in Spanje
Het kopen van een (vakantie-)woning in Spanje is geen feest. De regels zijn geheel anders dan in Nederland en zekerheid is zeker geen garantie. De belangrijkste aandachtspunten uit de praktijk zijn de volgende:
- De notaris heeft een geheel andere rol dan in Nederland, de notaris controleert eigenlijk niks. Voor deze controle is een advocaat nodig.
- Makelaar is een vrij beroep, hoewel er wel beroepsorganisaties zijn. Kijk of een makelaar hierbij is aangesloten (de API of de GIPE).
- Huizen worden vaak bij meerdere makelaars tegelijk aangeboden, soms zelfs voor verschillende prijzen. De makelaar kan extreem hoge provisie (2,5% - 10%) rekenen (voor de verkoper, maar soms wordt de koopsom hiermee verhoogd).
- Voor de aankoop is een Spaans BSN-nummer vereist, het zogenaamde NIE-nummer. Een boekhouder (gestor) kan dit voor u regelen. Uw advocaat of notaris werkt meestal samen met een boekhouder.
- De kosten voor de aankoop zijn hoger dan in Nederland, reken met ongeveer 10% - 12% (voor kadastrale rechten, overeenkomsten, overdrachtsbelasting, etc.).
- Over verhuurinkomsten moet u belasting betalen in Spanje.
- Over verkoopwinst moet u belasting betalen in Spanje.
- U moet jaarlijks een aangifte inkomstenbelasting indienen, meestal regelt u boekhouder dit. De aangifte moet u aanvragen en vóór 30 juni indienen.
- De notariskosten bij een aankoop bedragen ongeveer 0,5% - 1% van de koopsom.
Feitelijke leiding vennootschap
Wat is de fiscale vestigingsplaats van een rechtspersoon?
Waar een vennootschap voor fiscale doeleinden gevestigd is, is van groot belang. Bij de toepassing van verdragsbepalingen wordt namelijk voor de toewijzing van het heffingsrecht vaak verwezen naar de ‘vestigingsplaats’ of de ‘woonplaats’. Het is belangrijk dat deze plaats dus zonder twijfel vaststaat. De vraag waar een bedrijf is gevestigd, lijkt op het eerste gezicht niet al te complex. De Belastingdienst kijkt in de basis naar de woonplaats van de feitelijke leiding van de vennootschap. In dit artikel behandelen wij een aantal procedures.
Is een bv altijd in Nederland gevestigd?
Is een besloten vennootschap die naar Nederlands recht is opgericht (artikel 2 lid 4 VPB), met een statutaire zetel te Enschede altijd in Nederland gevestigd? Nee, dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Onder de werking van belastingverdragen wordt vaak gekeken naar hele andere elementen, zoals de plaats waarvandaan de feitelijke leiding wordt uitgeoefend over de vennootschap. Meer hierover weten? Of lees deze scriptie over de Exitheffing
Vestigingsplaats vennootschap op Curaçao in Nederland
De inspecteur legt navorderingsaanslagen en boeten op aan een vennootschap uit Curaçao. De vennootschap maakt onderdeel uit van een belastingbesparende structuur omdat de werkelijke leiding in Nederland is gelegen. De Rechtbank Gelderland gaat er op 12 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10888) eens goed voor zitten en is het met de inspecteur eens. De informatie wordt uiteindelijk verkregen bij belastingplichtige en via een derdenonderzoek bij de accountant en de belastingadviseur. Ook is er door de inspecteur informatie van de FIOD ontvangen. De kern discussie is "waar worden de feitelijke beslissingen genomen?" Volgens de rechtbank en de inspecteur is dit Nederland, hiertoe wordt ondermeer verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:47.
Feitelijke leiding op Curaçao of in Nederland
Een DGA, we noemen hem Fred, woont sinds 2005 in Spanje en emigreert in 2013 naar het nog zonniger Curaçao. Er is met de inspecteur afgesproken dat de rekening-courantschuld binnen 10 jaar zou worden afgelost. Fred heeft zich niet aan deze afspraak gehouden en de inspecteur legt een aanslag op. Fred stapt naar de Rechtbank met als belangrijkste wapenfeit: "de bv is niet meer in Nederland gevestigd", hiermee kan er geen navorderingsaanslag worden opgelegd. De rechtbank is van mening dat de bv in Nederland is gevestigd. Fred heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de feitelijke leiding niet meer in Nederland zou zijn gelegen. Als de feitelijke leiding al zou zijn verplaatst, dan zou op grond van een fictiebepaling de bv vanaf 2013 (emigratie Curaçao) nog 10 jaar geacht worden in Nederland gevestigd te zijn.
Fred is het niet eens met de Rechtbank en gaat in hoger beroep, bij de rechters in Amsterdam krijgt hij (terecht) wél zijn gelijk. Het Gerechtshof in Amsterdam vond het aannemelijk dat de plaats van de werkelijke / feitelijke leiding van de bv in 2005 was verplaatst naar Spanje en in 2013 naar Curaçao. De stelling van de inspecteur dat een adviseur in Nederland de feitelijke leiding zou uitoefenen vindt het Gerechtshof niet aannemelijk. De adviseur heeft de aangiften ingediend, maar hiermee ben je nog "de baas". De fictiebepaling ( artikel 7.5 lid 6 Wet IB) is van toepassing, maar deze 10-jaarstermijn begint in 2005. De bv was dus vanaf 2015 niet meer in Nederland gevestigd. De verkapte winstuitdeling (inlossen rekening-courant) kan pas eind 2015 worden vastgesteld, aldus de rechters. Op dat moment was de bv gevestigd op Curaçao. Nederland heeft dus geen heffingsrecht meer.
Feitelijke leiding in Singapore of Nederland?
De Hoge Raad heeft zich in het kader van het verdrag tussen Nederland en Singapore recent uitgelaten over de plaats van de feitelijke leiding. De uitkomsten van dit arrest zijn in het algemeen voor het internationaal belastingrecht relevant. Redenen genoeg om het arrest dus te bespreken in een artikel. De inspecteur moest in deze casus aannemelijk maken dat de bv in Nederland was gevestigd, dat doet hij op de best mogelijke wijze. Dan is belanghebbende aan zet, klopt het bewijs van de inspecteur? De belanghebbende doet niet echt zijn best (levert te weinig informatie).
De kernvraag waar het hier om ging is, of een bepaalde beslissing is genomen als bestuurder, als aandeelhouder of als uitvoerder. Om te kunnen spreken van het geven van leiding / het managen van een vennootschap, dient sprake te zijn van een bestuurders- of uitvoerdersbeslissing. Dat is ook de reden dat het hof tot het oordeel is gekomen dat de vestigingsplaats Nederland is. Henk bevond zich weliswaar op Sint-Maarten, maar Henk heeft onvoldoende bewezen dat hij ook belangrijke beslissingen als bestuurder nam. Voor zover Henk beslissingen heeft aangedragen die ondubbelzinnig te kwalificeren zijn als bestuurdersbeslissingen, geldt dat Henk niet inzichtelijk heeft gemaakt vanaf welke locatie hij die beslissingen heeft genomen. De Advocaat-Generaal merkt op dat de juiste rechtsregels zijn toegepast en dat de toetsing op zichzelf bezien sterk feitelijk van aard is. De Hoge Raad past dan terughoudendheid en ingrijpen geschiedt slechts als een oordeel ongemotiveerd / onbegrijpelijk is. Dat doet zich volgens de Advocaat-Generaal hier niet voor.
Een andere bijzonderheid in deze zaak is gelegen in de rol van de belastingadviseur van Henk en belanghebbende. Het gerechtshof oordeelde dat de leiding bij het belastingadvieskantoor te Nederland en de zoon van Henk liggen. Belanghebbende meent echter dat het belastingadvieskantoor geen ondernemingsbeslissingen neemt en daarom niet ‘meetelt’ bij het bepalen van de vestigingsplaats van de vennootschap. Het hof kwam onder meer tot haar oordeel door te wijzen op de betrokkenheid van het belastingadvieskantoor bij het overdragen van certificaten, aangaan van aandeelhoudersleningen en het instellen van vermogensbeheer. De Advocaat-Generaal kijkt kritisch naar het bewijs, maar acht deze uitkomst acceptabel. Dat een belastingadvieskantoor onderdeel uitmaakt van de leiding van de vennootschap is ongebruikelijk, maar niet minder ongebruikelijk dan dat een relatief goedkoop Singaporees kantoor de leiding uit zou oefenen.
Advies inzake fiscale vestigingsplaats
De feitelijke leiding van een vennootschap is gevestigd op de plek waar de beslissingen worden genomen, dus waar het hoofdbestuur van de vennootschap woont of gevestigd is. Dit is in de praktijk niet altijd goed of eenvoudig te bepalen. Zo is het mogelijk dat bepaalde besluiten op plaats A worden genomen en bepaalde besluiten op plaats B. Soms kan er dus ook sprake zijn van een dubbele vestigingsplaats of kan Nederland stellen: "vestigingsplaats Nederland" en het buitenland "vestigingsplaats alhier". Dergelijke discussies kunnen forse belastingaanslagen veroorzaken.
De fiscale gevolgen voor een vennootschap of aandeelhouder kunnen extreem zijn als er discussie is over de feitelijke leiding. Het kan nogal een verschil maken of er belasting moet worden betaald op Curaçao, in Singapore of Nederland.
Discussies over de woonplaats van individuen en / of de vestigingsplaats van vennootschappen zijn aan de orde van de dag. De feiten zijn hierbij de bouwstenen voor de fiscale procedure. Door het internet, eenvoudig kunnen vliegen, VPN-verbindingen vanuit verschillende landen, etc. is het soms niet geheel duidelijk vanuit welke plaats een beslissing is genomen.
Wij zien dat het in de praktijk vaak misgaat (dus moet er vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting en / of dividendbelasting worden betaald) omdat de uitvoering verre van perfect is. Op papier is een emigratie eenvoudig, maar de praktijk is weerbarstig. Een ervaren fiscaal jurist en jaarlijkse controle van de bestuurshandelingen is van cruciaal belang, de theorie (het advies) moet namelijk wel aansluiten bij de praktijk.
Neem gerust eens contact op met één van onderstaande auteurs voor een vrijblijvende kennismaking.
Uitspraak en conclusie
Rechtbank Noord-Holland d.d. 5 maart 2020 ECLI:NL:RBNHO:2020:1592
Gerechtshof Amsterdam d.d. 13 januari 2021 ECLI:NL:GHAMS:2022:90
Hoge
Raad 2 juli 2021 ECLI:NL:HR:2021:1044
Advocaat-Generaal
1 december 2020 : ECLI:NL:PHR:2020:1150
Rechtbank Den Haag d.d. 6 maart 2014 ECLI:NL:RBDHA:2014:3183
Gebruikelijk loon internationale en grensoverschrijdende situaties
Voor een Nederland wonende directeur-grootaandeelhouder (DGA) geldt de gebruikelijkloonregeling (2026: € 58.000, behoudens uitzonderingen en maatwerk). Voor een DGA die in het buitenland woont en in Nederland een aanmerkelijk belang heeft, geldt deze regeling ook. Op grond van de meeste belastingverdragen is de beloning van een DGA die in het buitenland woont (en als bestuurder werkt voor zijn Nederlandse bv) de Nederlandse heffing van toepassing. Op grond van een arrest van de Hoge Raad is de gebruikelijkloonregeling voor in het buitenland wonende DGA's niet van toepassing.
Ondernemers geven massaal te laag DGA loon op aan Belastingdienst
Directeuren groot aandeelhouders geven vaak een loon onder de wettelijke drempel van € 58.000 op. De controle hierop is thans beperkt en zal de komende jaren toenemen. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Financiën heeft dit inzichtelijk gemaakt. De Belastingdienst mist hierdoor ongeveer 20% van de verwachte loonsom. Het rapport is op 15 mei 2025 bekend gemaakt. De evaluatie van het DGA loon is uitgevoerd door SEO. Ruim 50% van de DGA's geeft een salaris op van rond de ondergrens voor het gebruikelijke loon ad € 58.000. Van de circa 330.000 DGA's in Nederland gaf in 2023 zelfs 40% een lager loon op, meestal zonder vooroverleg met de Belastingdienst. De reden hiervoor - die geen hout snijden - is dat de DGA in deeltijd werkt of net met zijn BV is begonnen. Voor sommige start ups gold een soepel regeling in het verleden, nu niet meer. Ook voor verliessituaties kan het DGA loon niet altijd lager worden vastgesteld. Controle door de belastingdienst op het DGA loon is lastig en arbeidsintensief, aldus het rapport. Door een lager DGA loon neemt de winst toe, dus de belastingdienst krijgt "rechtsom" nog wel een deel aan belastingen binnen. De komende jaren zal de controle op het DGA loon vast toenemen. Over dit onderwerp stond ook een artikel in het financieel dagblad (abonnement)
DGA in grensoverschrijdende situaties
Henk woont in Portugal en heeft een zogenaamd aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde bv. In de opgelegde aanslag inkomstenbelasting wordt door de inspecteur rekening gehouden met de gebruikelijkloonregeling (artikel 12a wet Loonbelasting). De Hoge Raad is het hier niet mee een. De belangrijkste redenen:
- De Nederlandse gebruikelijkloonregeling zorgt ervoor dat Nederland (eventueel) over meer inkomen mag heffen dan Portugal;
- Portugal heeft de gebruikelijkloonregeling niet aanvaard (geen kenbare aanvaarding);
- Portugal kent een gebruikelijkloonregeling niet (geen wederkerigheid).
DGA en emigratie België
Bij een emigratie van een DGA naar België mag de gebruikelijkloonregeling wel worden toepast door Nederland. Dit komt omdat deze regeling bij de verdragsonderhandelingen aan de orde is geweest. Lees arrest Hoge Raad uit 2012.
DGA en emigratie Portugal
De gebruikelijkloonregeling kan in de situatie bij een emigratie naar Portugal niet worden toegepast.
Noot fiscaal jurist inzake DGA en buitenland
Een in het buitenland wonende DGA is aan te merken als zogenaamde buitenlands belastingplchtige voor de Nederlandse inkomstenbelasting. De DGA is slechts belastingplichtig in Nederland voor inkomsten en vermogen die op grond van het toepasselijke belastingverdrag aan Nederland zijn toe te rekenen. Als een DGA werkzaamheden verricht voor een in Nederland gevestigde bv (waarin hij of zij een aanmerkelijk belang heeft), zal de Nederlandse bv normaal gesproken inhoudingsplichtig zijn voor de Nederlandse loonbelasting. De heffing over DGA-beloningen (bestuurders) kan per belastingverdrag verschillen, de berekening van de voorkoming van dubbele belasting ook.
Het is dus bij elk belastingverdrag weer de vraag of de gebruikelijkloonregeling van toepassing is. In belastingverdragen met Portugal en Polen niet en bij België wel. Het feit dat een belastingverdrag is afgesloten na de invoering van de gebruikelijkloonregeling wil nog niet zeggen dat de Nederlandse regeling ook van toepassing is. De goede verdragstrouw moet altijd - per belastingverdrag - worden beoordeeld. Instemming voor de Nederlandse DGA-regeling is eigenlijk in alle gevallen een vereiste (kenbare aanvaarding, aldus de Hoge Raad).
Jongbloed Fiscaal Juristen adviseert vele ondernemers, DGA's en particulieren inzake een emigratie of bij internationale situaties. Tevens verzorgen wij emigratieaangiften (M-biljet) en reguliere aangifte biljetten voor buitenlands belastingplichtigen. Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met één van onderstaande specialisten.
Bron DGA en emigratie
Hoge Raad d.d. 18 november 2016 ECLI:NL:HR:2016:2497
Hoge Raad inzake emigratie DGA naar België 9 november 2012 ECLI:NL:HR:2012:BW4756
Hoge Raad inzake emigratie DGA naar België 15 april 2011 ECLI:NL:HR:2011:BN8728
Advies specialisten
Een steeds groter deel van onze klanten zijn dienstverleners. Hierbij kunt u denken aan:
- Advocaten
- Notarissen
- Medisch specialisten
- Huisartsen
- Tandartsen
- Fysiotherapeuten
- Accountants, etc.
Fiscale advisering van advocaten, medici, accountants, etc.
Onze collega's hebben hun sporen binnen de fiscale wereld ruimschoots verdiend en dit is dan ook de reden dat wij sinds enkele jaren een speciaal team hebben voor specialisten. Of u als zelfstandige of in maatschapsverband werzaam bent, maakt voor onze adviseurs eigenlijk geen verschil. Wij beginnen met een eenvoudige fiscale scan. Een oriënterend gesprek bij ons op kantoor kan kosteloos plaatsvinden en voor een eerste scan moet u rekenen op ongeveer € 1.000 aan kosten (exclusief omzetbelasting).
Cliënten wonen in geheel Nederland, dit maakt onze praktijk afwisselend en dynamisch. De meeste advisering start bij het fiscaal optimaliseren van uw situatie, hierbij kunt u denken aan:
- Inbrengen in de bv;
- Renteloze lening via bv;
- Estate planning;
- Beleggen in vastgoed;
- Optimaliseren pensioen;
- Inventariseren risico's en herstructureren;
- Voorbereiding mogelijke verkoop;
- Emigratie.
Het Duitse ministerie van financiën heeft een korte samenvatting gemaakt van de fiscale wetten die begin volgend jaar in werking treden
Alleenstaande ouders
Alleenstaande ouders zullen verder worden vrijgesteld van loon- en inkomstenbelasting - met een speciale toelage, het zogenaamde “Entlastungsbetrag”. Dit om rekening te houden met de buitengewone lasten van alleenstaande ouders tijdens de pandemie. Het steunbedrag voor de jaren 2020 en 2021 wordt nu meer dan verdubbeld: van oorspronkelijk € 1.908 tot nu €4.008 per jaar. Het bedrag zal nu vanaf 2022 voor onbepaalde tijd gelden.
Advisering ondernemers Duitsland / Nederland
Wij adviseren vele Duitse ondernemers die in Nederland ondernemen maar ook Nederlandse ondernemers die in Duitsland willen starten. Ons team van specialisten helpt u graag bij de eerste stappen en/of doorontwikkeling. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak.
Werknemers en zelfstandigen
Het zogenaamde bestaansminimum moet voor iedereen belastingvrij zijn. Daarom is er een persoonlijke basisaftrek voor de inkomstenbelasting. Na een verhoging van € 9.408 tot € 9.696 in 2021, zal het in 2022 opnieuw worden verhoogd: tot € 9.984. Op die manier houdt de Bondsregering rekening met de gestegen kosten van levensonderhoud in Duitsland. Het maximumbedrag voor de aftrek van alimentatiebetalingen zal met ingang van 1 januari 2022 eveneens dienovereenkomstig worden verhoogd.
De zogenaamde koude progressie zal verder worden verminderd
Een loonsverhoging moet ook merkbaar zijn in de portemonnee van de werknemer. Daarom zal het tarief van de inkomstenbelasting voor 2022 zodanig worden aangepast, dat het effect van de zogenaamde koude progressie wordt gecompenseerd. Dit betekent dat de lonen en salarissen niet zwaarder zullen worden belast, aangezien de stijging ervan slechts de inflatie compenseert.
Belastingvrije bonus kan blijven worden uitbetaald
Om rekening te houden met de vaak moeilijkere omstandigheden tijdens de pandemie, heeft de federale regering het voor werkgevers mogelijk gemaakt om hun werknemers een bijzondere vergoeding toe te kennen: sinds 01-03-2020 kan extra tot € 1.500 aan toelage en steun belastingvrij worden uitbetaald. Deze verordening is nog geldig tot en met 31-03-2022.
Ondernemingen en zelfstandigen in tijden van pandemie
Corona-steun wordt verlengd
Ondernemingen en zzp'ers kunnen profiteren van uitgebreide steun als zij te maken krijgen met coronagerelateerde beperkingen. Dit geldt voorlopig tot eind maart 2022. Het gaat dan om:
- Overbruggingssteun IV voor bedrijven en zelfstandigen: tot 90% vergoeding van de vaste kosten;
- Betere aanvulling van het eigen vermogen aan ondernemingen die bijzonder hard zijn getroffen door sluitingen in verband met corona;
- Steun voor startende zelfstandigen: deze kunnen verder tot € 1.500 per maand aan rechtstreekse subsidies ontvangen.
Daarnaast zullen tot 31 maart 2022 ook belangrijke bijzondere regelingen voor werktijdverkorting gelden. Voorts is de aanvraagtermijn voor het bijzondere KfW-programma verlengd tot 30 april 2022 en zijn de toepasselijke leningsmaxima opnieuw verhoogd. Dit betekent dat het programma beschikbaar is voor ondernemingen van elke omvang en uit alle sectoren om hun liquiditeitsbehoeften te dekken.
Meer tijd voor geplande investeringen
Als kleinere bedrijven van plan zijn in de komende drie jaar machines of dergelijke aan te schaffen, kunnen zij reeds een deel van de kosten aftrekken bij hun winstbepaling met de zogenaamde investeringsaftrek. Als gevolg van de corona-crisis waren veel ondernemingen echter niet in staat te investeren zoals gepland, en daarom dreigden zij na het verstrijken van de periode van drie jaar het bedrag van de investeringsaftrek met terugwerkende kracht te moeten afrekenen. Daarom was er al een verlenging tot eind 2021 overeengekomen voor deze investeringen met een termijn tot eind 2020. Deze periode wordt nu opnieuw met een jaar verlengd tot eind 2022. Zo kunnen bedrijven hun investeringen alsnog plegen zonder negatieve fiscale gevolgen.
Huiseigenaren
Op 1 januari 2025 zal de nieuwe onroerendgoedbelasting in werking treden als een bureaucratische, billijke en daarmee grondwetbestendige regeling. Dit zal ook betekenen dat oude berekeningssystematiek voor de berekening van de eerdere “Grundsteuer” haar geldigheid zal verliezen. Deze wordt vervangen door de waarde van het onroerend goed in alle federale staten die geen afwijkende regelingen hebben vastgesteld. Het wordt door het betrokken belastingkantoor vastgesteld op basis van enkele gegevens die de eigenaren van het onroerend goed aan hun belastingkantoor moeten verstrekken. De uiterste datum voor de status van deze informatie is 01-01-2022. Voorlopig hoeven de eigenaren echter niets te doen op deze datum. Zij zullen waarschijnlijk eind maart 2022 verder worden geïnformeerd via een openbare bekendmaking.
Bescherming van de gezondheid
De tabaksaccijnstarieven worden per 01-01-2022 aangepast. De belasting op sigaretten en tabak zal tot 2026 in vier stappen worden verhoogd. Voorts zal de belasting op verwarmde tabak ("Heat not Burn") en in e-sigaretten verbruikte stoffen worden aangepast. Ook waterpijptabak zal in de toekomst aan een aangepaste, hogere belasting worden onderworpen.
Grensoverschrijdende arbeid
In onze fiscale praktijk adviseren wij steeds vaker bedrijven op het gebied van grensoverschrijdende arbeid. In dit artikel een toelichting en nadere beschouwing. Als er vragen zijn, stuur ons gerust een e-mail of neem telefonisch contact op.
Grensoverschrijdende arbeid in belastingverdragen
In het modelverdrag (van de OESO) wordt arbeid opgenomen in artikel 15. De heffingsbevoegdheid wordt in dit artikel besproken en in vele landen is dit ook het uitgangspunt. Het blijft echter maatwerk omdat sommige belastingverdragen al jaren geleden zijn opgesteld. Wat betreft de toewijzingsregels is de hoofdregel binnen het internationale recht dat het heffingsrecht over de inkomsten uit dienstbetrekking wordt toegewezen aan de woonstaat, tenzij de dienstbetrekking fysiek in de werkstaat wordt uitgeoefend (inkomsten uit werkzaamheden door piloten of zeelieden worden anders behandeld).
Als er niks tussen het werkland en woonland zou zijn geregeld, loopt u het risico dat er in beide landen wordt geheven. Nederland heeft gelukkig meer dan 100 belastingverdragen gesloten, waardoor dit risico in Nederland zal meevallen.
De 183-dagenregeling in internationale situaties
Als aan de volgende 3 voorwaarden (cumulatief) is voldaan, heeft de woonstaat het exclusieve heffingsrecht:
- als de werknemer binnen 12 maanden (aaneengesloten) minder dan 183 dagen in de werkstaat verblijft, en
- de werknemer wordt betaald door een werkgever die niet in de werkstaat is gevestigd, en
- het salaris niet ten laste komt van een vaste inrichting van de werkgever in de werkstaat.
Inlener en grensoverschrijdende arbeid
In internationale uitleensituaties wordt vaak niet voldaan aan de hiervoor als tweede genoemde voorwaarde. Dat is het geval als de Nederlandse inlener door de Nederlandse Belastingdienst als werkgever wordt gezien. Nederland mag dan als werkland belasting heffen. Als formele werkgever moet u dan vanaf de eerste werkdag in Nederland loonbelasting betalen. Wordt er door de buitenlandse werkgever geen loonheffing afgedragen, dan kan de Nederlandse inlener in voorkomende gevallen wel aansprakelijk worden gesteld.
De Nederlandse inlener wordt als werkgever gezien (de zogenoemde materiële werkgever) als aan de volgende 3 voorwaarden wordt voldaan:
- Er is sprake van een gezagsverhouding tussen de werknemer en de inlener.
- De werkzaamheden zijn voor rekening en risico van de inlener.
- Het loon komt ten laste van de inlener.
Dagencriterium bij grensoverschrijdende arbeid
Niet alleen de dagen dat u werkzaam bent in het buitenland tellen mee, maar ook de overige dagen welke u in het werkland hebt doorgebracht. Het gaat dus eigenlijk om vast te kunnen stellen waar het zwaartepunt van uw activiteiten is gelegen. In een arrest van de Hoge Raad uit 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1326) kwam de vraag aan de orde welke dagen meetellen. De Hoge Raad stelt vast dat de reden waarom u in het werkland verblijft niet zo van belang is. Als de dagen welke u in het werkland aanwezig bent tellen uw werkdagen en ook de dagen welke hiermee "enig verband houden" mee. Hierbij kunt u denken aan ziektedagen of vrije dagen.
Binnen welke periode (12 maanden, kalenderjaar, belastingjaar, etc.) moet worden berekend zal afhangen van het land waar wordt gewerkt. In het handboek loonheffing van de Belastingdienst treft u een overzicht per land aan.
Bepalen waar belasting te betalen in grensoverschrijdende gevallen
Bij grensoverschrijdende arbeid moet de werkgever voordien bepalen waar er belasting moet worden betaald. Hiervoor spelen de volgende feiten:
- Woont de werknemer in Nederland?
- Is er een belastingverdrag gesloten?
- Lees het belastingverdrag en kijk wat er is opgenomen in het werknemersartikel (kan per verdrag verschillen).
- Bepaal of de werknemer meer dan 183 dagen in het buitenland verblijft. Zo ja, dan belasting betalen in het buitenland.
- Is de werkgever in het buitenland gevestigd en / of worden de kosten doorbelast, dan is ook in het buitenland belasting verschuldigd.
Directeur bij grensoverschrijdende arbeid
De regels voor een bestuurder, directeur of commissaris zijn net weer iets anders als bij een werknemer. Dit kan echter ook weer per belastingverdrag verschillen. Voor het begrip (wie / wat is een bestuurder?) moeten we kijken naar de formele regels, aldus de Hoge Raad in 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0746, ook recentelijk is dit nog eens toegelicht in een arrest van de Hoge Raad in 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1317). Er wordt dus door rechters veelal gekeken naar de formele kant. Om het complex te maken, in belastingverdragen (zoals met Zwitserland en België) wordt gekeken naar de materiële kant (dus de feiten).
De heffing bij een directeur / bestuurder komt veelal toe aan het werkland (dus de vestigingsplaats van de onderneming). Waar de bestuurder daadwerkelijk zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd doet er minder toe. Een splitsing in de vergoeding aanbrengen is dus van belang. Als een directeur / bestuurder in Nederland woont, dan kan hij / zij in Nederland voorkoming vragen voor de vergoeding uit het buitenland. In de notitie verdragsbeleid 2020 (geen wet) is opgenomen dat de (veelal gunstige) vrijstellingsmethode niet meer van toepassing is. De reden hiervoor is dat bestuurders soms in het buitenland vrijwel geen belasting betalen en Nederland dan niet kan "bij heffen".
In de meeste Nederlandse belastingverdragen is een verrekeningsmethode opgenomen voor de inkomsten van bestuurders en directeuren. Als er geen sprake is van het ontgaan van belastingen en er is geen sprake van een begunstigend fiscaal regime in het buitenland, kan via het besluit voorkoming dubbele belasting wellicht een beroep worden gedaan op de vrijstellingsmethode. Het lijkt erop dat onze staatssecretaris via zijn hiervoor genoemde notitie de werking van dit besluit wil beperken of intrekken. In de antwoorden van onze staatssecretaris komt hij hierop nog terug.
Conclusie fiscaal jurist inzake grensoverschrijdende arbeid
De fiscale merites bij internationale situaties zijn vaak complex en altijd dynamisch. Soms kunnen er - bijvoorbeeld via een salary split - ook voordelen worden behaald bij het werken in het buitenland. Het lijkt er soms op dat bestuurders en directeuren fiscaal minder gunstig worden behandeld dan reguliere werknemers. In voorkomende gevallen is het dus verstandig dat u geen bestuurder gaat worden in het buitenland. Wanneer de vrijstellingsmethode wordt ingetrokken is nog niet duidelijk. In sommige verdragen is de vrijstellingsmethode opgenomen (bijvoorbeeld Luxemburg), of het besluit dan wel of niet wordt ingetrokken is niet van belang.
In het verdrag met andere landen (bijvoorbeeld Duitsland) is de verrekeningsmethode opgenomen, ook dat is dan duidelijk. De verrekeningsmethode wil zeggen dat u de daadwerkelijk in het buitenland betaalde belasting mag verrekenen met de in Nederland betaalde belastingen. Als de in het buitenland betaalde belasting lager is dan in Nederland (is meestal zo), dan is dit nadelig. Nederland zal dan namelijk - na Nederlandse maatstaven - bij heffen. Vergeleken met de gunstige vrijstellingsmethode is dit "balen". Bij de vrijstellingsmethode wordt het buitenlandse inkomen niet in de Nederlandse heffing betrokken.
Neem gerust contact met ons op als er vragen zijn.
Bitcoin-paradijs Portugal
Wij krijgen wekelijks vele vragen over de fiscale gevolgen verbonden aan cryptomunten, zoals de bitcoin. Dit in allerlei vormen en voor allerlei heffingen. Het mooie vakantieland Portugal heeft voor bitcoinbezitters en -handelaren een speciaal regime, slim bedacht!
In Portugal wordt er geen vermogensbelasting of inkomstenbelasting (en ook geen omzetbelasting) geheven over het bezit of de handel in bitcoins (of beter cryptovaluta). Ook inkomen uit het buitenland (rente, huur, dividend, etc.) is in de meeste gevallen vrijgesteld van heffing. Voor creatieve ondernemers geldt in sommige gevallen een aantrekkelijk tarief van 20%. Portugal begint voor emigrerende buitenlanders dus op een belastingparadijs te lijken.
Beste landen voor crypto beleggers
De beste landen voor crypto beleggers zijn Portugal (inkomsten vrijgesteld, tenzij verkoop binnen 1 jaar dan 28% heffing (sinds 2023)), Singapore (geen belasting), Malta (geen vermogensbelasting, maximale inkomstenbelasting 35%) en Zwitserland (max 10% vermogensbelasting, geen inkomstenbelasting)
Portugal en de Non Habitual Tax regeling
Sinds vele jaren kent Portugal een voordelig belastingregime voor nieuwe inwoners, de zogenaamde Non Habitual Tax regeling. Deze regeling werkt fiscaal gezien erg gunstig voor vermogende buitenlanders (Nederlanders) die naar Portugal emigreren. Inkomen met de bron buiten Portugal (zoals inkomen / pensioen uit Nederland) wordt vrijgesteld van heffing in Portugal. Daarnaast worden bepaalde ondernemersactiviteiten in Portugal belast tegen een aantrekkelijk tarief van 20%. Ook erfenissen en schenkingen aan uw echtgenoot / partner zijn in de meeste gevallen belastingvrij of belast tegen een laag tarief (bijvoorbeeld onroerende zaken tegen tarief van 0,8%).
Bitcoiner met woonplaats in Portugal
Een belegger of handelaar in cryptovaluta kan fiscaal voordeliger in Portugal wonen. Via de hiervoor genoemde regeling kunt u een afspraak maken met de Portugese belastingdienst voor de periode van 10 jaar. Ook inkomen van buiten Portugal kan in veel gevallen buiten de heffing in Portugal blijven. Overleg met een lokale belastingadviseur is hierbij wel noodzakelijk.
Voor wie is Portugal een belastingparadijs
Ondernemers met online bedrijven of ondernemers die locatie-onafhankelijk kunnen werken kunnen - met vooroverleg met de belastingdienst in Portugal - gedurende 10 jaar gebruik maken van een fiscaal gunstig tarief van 20% (of in sommige gevallen zelfs 0%). U moet dan wel in Portugal wonen en een woonplaatsonderzoek door een Nederlandse fiscaal jurist is wenselijk.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie en vermogen
Veel Nederlanders emigreren naar Spanje, Portugal of Italie. Ook Bonaire en Curaçao komen steeds vaker in beeld. Elk land kent zijn eigen fiscale regels, formaliteiten en voordelen / nadelen. Laat u door een deskundige fiscalist meenemen in dit traject. Hierbij is het verstandig om in beide landen een fiscalist in de hand te nemen, iedereen kent immers zijn eigen fiscale achtertuin het beste. Voor cryptobezitters of -handelaren zijn ondermeer Portugal, Frankrijk en Duitsland aantrekkelijke landen. Wij adviseren vele particulieren en bedrijven over hun emigratieplannen. Neem gerust contact op met onderstaande adviseurs.
Bron crypto in Portugal
Emigratie uit Duitsland, laat u goed adviseren!
Vertrek uit Duitsland? Begin het nieuwe jaar niet verkeerd!
Aanmerkelijk belang in Duitsland
Verhuizen binnen Europa moet eigenlijk zonder beperkingen kunnen. In diverse verdragen zijn o.a. vrijheid van kapitaalverkeer en vestiging beschreven. Voor iemand die een vennootschap heeft waarvan de reserves nog niet als dividend zijn belast, wordt het iets ingewikkelder. Er is dan al wel vennootschapsbelasting geheven, maar nog geen Box 2 belasting. In Duitsland noemen we de Box 2 heffing "Kapitalertragsteuer" of "Einkommensteuer". Omdat de winsten in het woonland zijn behaald, moet hierover nog een keer worden afgerekend. Vandaar dat veel landen bij de grens afrekenen over deze belastingclaim.
Nederland kent de conserverende aanslag en Duitsland de zogeheten "Wegzugsbesteuerung". In den beginne kreeg je nog renteloos uitstel van betaling, maar moest je wel zekerheid stellen. Na procederen door een volhardende Fransman tot voor het Europese Hof verviel het stellen van zekerheid bij een emigratie binnen de EU. Nederland kende tot voor een paar jaar terug een regeling waarbij je na 10 jaar van de aanslag af was. Dat hebben we echter al weer teruggedraaid. Bij vertrek uit Nederland worden deze Box 2 reserves belast met een conserverende aanslag. Deze aanslag heeft tegenwoordig een onbeperkte geldigheidsduur.
Wegzugsbesteuering of conserverende aanslag in Duitsland
Net als Nederland, kent ook Duitsland een regeling die bij emigratie een renteloze conserverende aanslag oplegt. Onder invloed van diverse internationale projecten tegen belastingmisbruik wil Duitsland deze regeling echter gaan aanscherpen. Per 1 januari 2022 wordt een aanslag opgelegd, die dan in 7 jaren renteloos en met het verstrekken van zekerheid daadwerkelijk moet worden betaald.
Duitse emigratieregeling in strijd met Europees recht?
Duitsland verdedigt de aanpassing door een verwijzing naar het Europese Hof. Nadat eerder bleek dat Duitsland ook voor verhuizingen naar Zwitserland (niet EU) de soepele regeling moest toepassen, zocht men in Duitsland naar een oplossing. Het Europese Hof heeft aangegeven dat Duitsland twee dingen kan doen. Of de soepele regeling geldt voortaan ook voor niet-EU-landen (waaronder Zwitserland), of men verscherpte de regeling voor EU-landen. Het Europese Hof bepaalde dat een betaling van de aanslag is toegestaan als er maar minstens 5 termijnen werden gesteld. Duitsland koos voor de verscherping en een betaling in 7 jaar.
Diverse geleerden stellen dat de voorgestelde regeling desondanks in strijd is met Europees recht. Duitsland heeft vaker regelingen die uiteindelijk worden teruggefloten. Het wachten is op een vrijwilliger die weer de tijd en het geld heeft om dit uit te procederen.
Duitse emigratieheffing voorkomen?
Mocht u in een dergelijke situatie verkeren, overweeg dan nog vóór het einde van het jaar uit Duitsland te emigreren. Dat houdt in dat u zich niet alleen uitschrijft en elders inschrijft, maar dat u ook echt het duurzame middelpunt van uw leven verplaatst. Daar is nog veel meer over te schrijven. Samengevat moet u "echt" emigreren en niet slechts op papier. Ook zijn Duitse collega’s momenteel druk met mogelijke oplossingen ("Gestaltungen") om de heffing te voorkomen. Of dit slaagt hangt echter sterk van de individuele situatie af. Wij bekijken dat graag samen met u.
Fiscaal advies over Duitsland
Onze Duitsland desk adviseert u graag over mogelijke fiscale merites in Duitsland en / of bij grensoverschrijdende transacties tussen Nederland en Duitsland. Bel of mail gerust met één van onze specialisten.
Ondernemen in het buitenland
Veel van onze klanten kijken naar de mogelijkheden om in het buitenland te (gaan) ondernemen. Wij adviseren wekelijks ondernemers die activiteiten in het buitenland willen opzetten. Als je vanuit Nederland werkt, geldt meestal het belastingstelsel in Nederland. Als er een vestiging in het buitenland is en / of er een vertegenwoordiger in het buitenland verkoopt, ontstaat een grensgebied waarbij veelal de fiscale regels in het buitenland in beeld komen.
Artikel Kamer van Koophandel "internationaal zakendoen"
In dit artikel van de Kamer van Koophandel wordt ingegaan op het zakendoen in het buitenland. In dit artikel wordt duidelijk gekeken naar de juridische en fiscale gevolgen van het internationaal ondernemen.
Vragen over zakendoen in het buitenland
Vraag gerust een vrijblijvend gesprek aan met één van onze specialisten. Wij adviseren particulieren (emigratie etc.) en bedrijven bij het opzetten van ondernemingsactiviteiten in het buitenland.
Emigratie DGA of ondernemer
Regelmatig adviseren wij ondernemers en directeuren-grootaandeelhouders (DGA) bij hun emigratie. Bij een emigratie verliest Nederland zijn heffingsrecht over de Nederlandse bv's. Om dit te voorkomen, wordt een emigratie als (fictieve) vervreemding gezien (4.16 lid 1 onderdeel h Wet Inkomstenbelasting 2001). Ook wordt er een zogenaamde conserverende aanslag opgelegd over een deel van het vermogen van de DGA. Wat zijn de fiscale gevolgen en mogelijkheden bij een emigratie van een DGA?
Conserverende aanslag DGA
Het kan zijn dat de bv in Nederland gevestigd blijft. De DGA is na emigratie buitenlands belastingplichtig. Als verkrijgingsprijs voor de aandelen in de bv geldt alsdan de waarde op het moment van de emigratie. Nederland wil haar heffingsrecht behouden op het vermogen dat in Nederland is opgebouwd en doet dit via een zogenaamde conserverende aanslag. Bij een emigratie binnen de EU (en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) hoeft er geen zekerheid voor de conserverende aanslag te worden gesteld. Als de emigratie buiten dit gebied gaat plaatsvinden, eist de Belastingdienst zekerheid. Veelal wordt deze zekerheid gesteld via een verpanding van de aandelen in de bv (of via een bankgarantie). Sinds 2015 zal een conserverende aanslag niet meer na 10 jaar komen te vervallen, is dus voor onbepaalde tijd (derhalve geen kwijtschelding na 10 jaar).
De vraag is of Nederland dergelijke aanslagen mag opleggen omdat deze vaak strijdig zijn met diverse belastingverdragen. Op grond van vele verdragen heeft Nederland namelijk - na emigratie - over vele inkomsten geen heffingsrecht. Een conserverende aanslag kan dus in strijd zijn met de goede verdragstrouw. De conserverende aanslag wordt ingevorderd als de aandelen in de bv geheel of gedeeltelijk worden verkocht / vervreemd.
Heffing zal ook plaatsvinden als er dividend wordt uitgekeerd door de bv. De conserverende aanslag wordt dan verminderd met de bronheffing in Nederland en de feitelijk in het buitenland geheven belastingen over de dividenduitkering.
Voorbeeld emigratie DGA en dividenduitkering
Henk is eigenaar van Last Resort Holding B.V. De holding heeft een waarde van € 1.000.000 en bij oprichting is € 100.000 gestort (verkrijgingsprijs). Henk emigreert in 2019 naar Spanje, dit om heerlijk van de zon te genieten. Er wordt een conserverende aanslag aan Henk opgelegd van € 242.000 (€ 900.000 x 26,9%). De verkrijgingsprijs voor Henk bedraagt (op moment emigratie) € 1.000.000. De directie van de bv wordt overgenomen door de zus van Henk, zij woont nog in Nederland. In 2021 wordt er een dividend uitgekeerd van € 300.000. Nederland zal 15% heffing willen ontvangen op deze uitkering, derhalve € 45.000. Deze dividendbelasting wordt ingehouden en afgedragen door de Last Resort Holding B.V. In Spanje is de heffing over de dividenduitkering 19%. Er zal dus nog 4% in Spanje worden "bijgeheven", derhalve € 15.000. Henk stuurt een brief naar de Belastingdienst en verzoekt om gedeeltelijke kwijtschelding van de betaalde dividendbelasting. De in Spanje betaalde inkomstenbelasting wordt niet kwijtgescholden (geen dividendbelasting maar inkomstenbelasting).
Bij een verkoop van de aandelen kan een fiscaal nadeel ontstaan. De conserverende aanslag is immers na de dividenduitkering nog € 242.000 -/- € 45.000 = € 197.000. Bij een verkoop van de aandelen voor € 700.000 (€ 1.000.000 -/- € 300.000 dividend) zal deze € 197.000 door Nederland worden geheven (tarief 28%), gevolg artikel 26 Invorderingswet 1990 (geen kwijtschelding van de heffing in Spanje). Dit is in strijd met de bedoeling van het belastingverdrag. Procedures over dit onderwerp zijn mij nog niet bekend. Wel heeft de Hoge Raad in 2017 aangegeven dat heffing over pensioenaanspraken soms niet in strijd is met de goede gedragstrouw.
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Noot fiscaal jurist inzake emigratie DGA
In veel belastingverdragen tussen Nederland en EU-landen is geen sprake van een zogenoemd aanmerkelijkbelangvoorbehoud (een termijn voor vervreemding van AB-aandelen). In nieuwe verdragen met Duitsland en Portugal is dit wel opgenomen. Bij een dividenduitkering door een in Nederland gevestigde bv aan een in het buitenland wonende DGA kan Nederland de heffingsbevoegdheid over de dividenden - op grond van oudere verdragen - meestal niet of niet volledig effectueren. De feitelijk in het buitenland geheven belasting wordt niet in mindering gebracht op de Nederlandse conserverende aanslag. Als het buitenland niet heft, zal Nederland meer willen heffen dan de reguliere bronbelasting van 10% of 15%.
Nederland is van mening dat een conserverende aanslag is opgelegd op de dag voor vertrek naar het buitenland. Deze aanslag zou dan volgens de Nederlandse Belastingdienst niet onder verdragstoepassing vallen, de DGA was toen namelijk nog gewoon binnenlands belastingplichtig. Dit standpunt lijkt ons niet juist. De Hoge Raad heeft immers in juni 2009 bepaald dat inning van de conserverende aanslag over inkomen dat is toegewezen aan het buitenland een strijdigheid met de goede verdragstrouw zal opleveren.
Er is nog geen jurisprudentie over de inning van een conserverende aanslag buiten de termijn van 5 of 10 jaar welke in verdragen is opgenomen (aanmerkelijkbelangvoorbehoud).
Bron DGA en emigratie
Portugal fiscaal aantrekkelijk
Bij ons op kantoor zijn onderstaande specialisten vaak betrokken bij advisering inzake een emigratie naar, of tweede woning in Portugal. Als u een vraag hierover heeft, kunt u hen geheel vrijblijvend e-mailen. Onze advisering ziet met name op de fiscale gevolgen van een emigratie voor de Nederlandse belastingen en de verdeling van de heffingsbevoegdheid over uw inkomen en vermogen na emigratie. Wij adviseren niet over het Portugese belastingrecht, dit regelen we voor u met een adviseur aldaar.
Wij hebben diverse klanten die in Portugal een tweede woning hebben of hier permanent wonen. Meestal wordt de keuze gemaakt op basis van het weer of de belastingheffing (geen successieheffing, lage inkomstenbelasting en geen vermogensbelasting). De meeste pensioenen en de AOW zijn belast in Portugal, meestal tegen een lager tarief dan in Nederland. Over gerealiseerde winsten bij verkoop (bijvoorbeeld van onroerende zaken of beleggingen) moet wel belasting worden betaald. Hierbij worden inwoners gunstiger behandeld dan niet-inwoners, dit is door EU-wetgeving langzaam aan het veranderen.
Belastingtarieven Portugal in 2026
- Voor inwoners van Portugal worden wereldwijde inkomsten uit arbeid, pensioen, huur en overige inkomsten belast tegen een maximaal tarief van 48% (vanaf inkomen € 86.634).
- Beleggingen worden belast tegen een tarief van 28%, dit geldt voor rente inkomsten en dividenden.
- Winsten op vastgoed worden ook belast in Portugal, u moet 50% van de gerealiseerde winst optellen bij uw inkomen. Er geldt een vrijstelling als u de winst zou herinvesteren in een nieuw hoofdverblijf binnen de EU
- Voor specifieke groepen mensen geldt de NHR 2.0 of IFICI regeling (niet voor gepensioneerden of mensen met passief inkomen)
- Erfbelasting 10%
Wonen in Portugal
Het wonen in Portugal bevalt de meeste van onze klanten goed. Het kopen van een woning aldaar noopt u - evenzo als in Spanje - veelal tot het eerst verdiepen in de markt. Bij de aankoop van een woning heeft u een advocaat nodig en daarna moet een lokale accountant (of belastingadviseur) u jaarlijks helpen bij uw aangifte (dit is door de overheid verplicht gesteld). Wij doen dit niet zelf, maar hebben wel informatie over deskundige adviseurs aldaar. Er bestaat in Portugal, evenals in elk ander Europees land, een aantal belastingen. Er zijn aankoopbelastingen, jaarlijkse onroerendgoedbelasting, inkomstenbelasting, wegenbelasting en nog meer belastingen. Regelt u als eerste een verblijfsvergunning en vervolgens een sofinummer.
Portugal is een ontwikkeld land en arm. Bij de verkoop van woningen moest capital gain tax worden betaald. De belastingdienst moet zich binnen 4 jaar bij u melden en doet dit meestal ook. De meeste Nederlanders wonen in het dunbevolkte zuiden van Portugal (zoals de Algarve).
Belastingplichtig in Portugal
Waar iemand woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld. U bent inwoner van Portugal indien u aantoonbaar meer dan 183 dagen (in periode van 12 maanden) in Portugal hebt doorgebracht. Als iemand minder dan 183 dagen in Portugal heeft doorgebracht, kan in bijzondere omstandigheden nog steeds sprake zijn van inwonerschap aldaar. U moet dan wel over een permanente woonplek beschikken in Portugal. U moet zich dan melden bij de DSRC (de belastingdienst in Portugal). Probleem kan zijn dat u naast inwoner van Portugal (volgens wetgeving aldaar) ook inwoner bent van Nederland (volgens wetgeving in Nederland). Advisering hierover is noodzakelijk. Gelukkig kent het verdrag tussen Portugal en Nederland wel een dwingende rangorderegeling. U krijgt bij uw vertrek een conserverende aanslag van de Nederlandse Belastingdienst, deze hoeft niet te worden betaald.
Belastingen in Portugal zijn soms gunstig
Natuurlijke personen die in de laatste 5 jaar niet in Portugal hebben gewoond kunnen in aanmerking komen voor het non habitual inwonerschap. Dit regime mag u gedurende 10 jaar toepassen. U hoeft dan geen belasting te betalen over inkomen van buiten Portugal. Nederlanders schieten hier niks mee op omdat Nederland dan zal gaan heffen. Als u naast uw pensioen ook inkomen in Portugal zou verdienen, dan is het belastingtarief hierover 20%. Portugal kent gelukkig ook geen box 3 heffing. Voor vermogende particulieren is dit dus gunstig. Ook het stelsel voor de erfbelasting is gunstig in Portugal. Er is namelijk geen erfbelasting, wel een alternatieve belasting van 10%, maar deze geldt enkel voor Portugese bezittingen. U moet dan wel eerst 10 jaar uit Nederland vertrokken zijn. Schenkingen zijn ook vrij van schenkbelasting, hiervoor is de termijn 1 jaar.
Download
30% Regeling en de Belastingdienst
De 30% regeling is bedoeld om Nederland aantrekkelijk te maken voor (veel speciale of hoogopgeleide) buitenlandse collega's (werknemers). De oorspronkelijke regeling komt uit 1970 en was toen nog onderbracht in de Inkomstenbelasting. In 2001 is de regeling vervangen en vervolgens in de jaren erna (2012 en 2019 en 2023) minder gunstig geworden. Verdere versobering zal ook nog wel plaatsvinden.
Wettelijke inkorting 30% regeling is rechtmatig
De Hoge Raad oordeelt dat het Gerechtshof terecht heeft geoordeeld dat de wijziging van de 30% per 1 januari 2019 binnen de beoordelingsmarge van de wetgever valt. De termijn voor de 30% regeling is in 2019 verkort van 8 jaar tot 5 jaar. Deze aanpassing gold direct voor nieuwe aanvragen en er is een overgangsregeling getroffen voor bestaande gevallen, waardoor de maximale looptijd ook voor lopende gevallen vervroegd afliep per 31 december 2020. De Hoge Raad kwam in diverse uitspraken tot deze conclusie (evenzo als de AG), dit betroffen:
- Arrest Hoge Raad d.d. 13 februari 2026: ECLI:NL:HR:2026:123: 30% regeling voor 10 jaar tot 30 november 2021, door wetswijziging vervalt de regeling eerder namelijk per 31 december 2020. Niet in strijd met EU wetgeving.
- Arrest Hoge Raad d.d. 13 februari 2026: ECLI:NL:HR:2026:244: eerste stoppen 30% regeling is akkoord.
- Arrest Hoge Raad d.d. 13 februari 2026: ECLI:NL:HR:2026:245: idem ad 3
- Arrest Hoge Raad d.d. 13 februari 2026: ECLI:NL:HR:2026:124: idem ad 1
- Arrest Hoge Raad d.d. 13 februari 2026: ECLI:NL:HR:2026:246: idem ad 3
- Arrest Hoge Raad d.d. 13 februari 2026: ECLI:NL:HR:2026:247: idem ad 3
Standpunt kennisgroep inzake 30% regeling
In een standpunt van de kennisgroep van de Belastingdienst d.d. 17 oktober 2025 (KG:202:2025:21) wordt ingegaan op de toerekening van gezamenlijke inkomensbestanddelen en box 3 vermogen aan een partiële buitenlandse belastingplichtige. Dit standpunt is gebaseerd op een voorbeeld casus inzake fiscale partners waarvan één partner de partiële buitenlandse belastingplicht heeft toegepast. Er geldt voor 2025 en 2026 overgangsrecht voor personen die al eerder gebruik hebben gemaakt van de 30% regeling. Volgens onze fiscale afdeling (en die van andere fiscaal juristen) is dit standpunt niet juist, zie ook een artikel in het FD d.d. 19 november 2025 (abonnement nodig). Vaanf 1 januari 2027 is het genoemde standpunt wel relevant. In andere standpunten van de kennisgroep van de belastingdienst wordt ook een toelichting gegeven, de belangrijkste zijn:
- Step up bij einde 30% regeling (KG:003:2022:17)
- Aftopping vergoeding en eindejaarsberekening 30% regeling (KG:041:2024:22)
- Correctie bij onjuiste toepassing 30% regeling (KG:204:2023:21)
- Expatregeling einde looptijd (KG:041:2023:6)
- Step up bij einde 30% regeling (KG:003:2022:17)
- Expatregeling en wisseling van werkgever (KG:041:2025:5)
- Expatregeling vergoeding schoolgelden bij school buiten Nederland (KG:041:2023:12)
- 30% regeling en beschikking loon (KG:204:2022:16)
Salariseisen kennismigranten
- Kennismigrant jonger dan 30 jaar (exclusief vakantiegeld) € 4.171 (2024 € 3.909)
- Kennismigrant ouder dan 30 jaar (exclusief vakantiegeld) € 5.688 (2024 € 5.331)
- Verlaagd salaris voor kennismigrant die nog studeren of promotie maken € 2.989 (2024: 2.801)
- Minimaal belastbaar jaarloon (exclusief vrijstelling) € 46.660 (2024: € 46.107)
- Minimaal belastbaar jaarloon (exclusief vrijstelling) tot 30 jaar met masterdiploma € 35.468 (2024: € 35.048)
- Bovengrens 30% regeling (WNT norm) € 246.000 (2024 € 233.000)
Formulier 30% regeling 2025
Werkgevers kunnen een werknemer uit het buitenland een onbelaste vergoeding geven voor de extra kosten voor tijdelijk verblijf in Nederland. Werkgevers die de Expatregeling gebruiken mogen zonder nader bewijs maximaal 30% van het loon – inclusief vergoeding – aanwijzen als gericht vrijgestelde vergoeding voor extraterritoriale kosten. Om gebruik te maken van de regeling is toestemming nodig van de Belastingdienst. Werkgevers die vanaf de eerste werkdag gebruikmaken van de Expatregeling moeten het verzoek binnen vier maanden na die dag indienen bij de Belastingdienst. Anders mag de werkgever pas gebruikmaken van de regeling vanaf de eerste dag van de maand waarin het verzoek gedaan wordt. Met dit formulier kan de werkgever ook een aanvraag doen om de regeling voor een nieuwe werknemer toe te passen die bij zijn vorige werkgever de regeling al liet toepassen. Het formulier voor de 30% regeling over 2025 is beschikbaar op de site van de belastingdienst.
Wetswijziging expatregeling (30% regeling) in 2025
De expatregeling is de nieuwe term voor de 30% regeling. Deze geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Met ingang van 1 januari 2024 is de regeling voor ingekomen werknemers versoberd, namelijk 30% voor eerste 20 maanden, dan 20% voor volgende 20 maanden en 10% voor laatste 20 maanden (totaal dus 60 maanden). Deze wijziging wordt per 2025 weer teruggedraaid. Het maximale percentage wordt in 2027 wel verlaagd van 30% naar 27%, dit geldt voor ingekomen en uitgezonden werknemers. Het percentage van 27% geldt dan gedurende de gehele looptijd. Voor 2025 en 2026 blijft voor alle ingekomen en uitgezonden werknemers het percentage nog gewoon 30%. Verdere wijzigingen zijn:
- Salarisnorm wordt per 2027 verhoogd van € 46.107 naar € 50.43 (voor werknemers jonger dan 30 jaar en masterdiploma van € 35.048 naar € 38.338). Dit wel met jaarlijkse index.
- Partiële buitenlandse belastingplicht: vanaf 2025 vervalt voor aantal werknemers de mogelijkheid om in de aangifte inkomstenbelasting te kiezen voor de toepassing van de partiële buitenlandse belastingplicht. Voor werknemers die al gebruik maken van de regeling in 2023 geldt een overgangsregeling (tot en met eind 2026). Voor werknemers die niet in Nederland wonen (en hier wel werken) kan soms de regeling nog wel gelden.
Voor vragen over de 30% regeling (of expatregeling) kunt u onze collega's om advies vragen, stuur ons hiertoe een e-mail.
De 30% regeling of 27% regeling
Onder voorwaarden kunnen buitenlandse werknemers in aanmerking komen voor de expatregeling. Als de regeling kan worden toegepast kan maximaal 30% (dadelijk 27%) van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking onbelast (belastingvrij) worden vergoed. Deze vergoeding ziet op extra kosten die de werknemer moet maken voor huisvesting en levensonderhoud. De regeling zou vanaf 2024 worden afgebouwd. De eerste 20 maanden kan nog maximaal 30% van het WNT norm bedrag (233.000 euro) worden vergoed en de daarop volgende 20 maanden nog 20% en de laatste 20 maanden nog 10%. Na 60 maanden stopt de 30% regeling dan definitief. Deze versobering is teruggedraaid. Als een werkgever kan aantonen dat de kosten hoger zijn dan het forfait mogen ook de werkelijke extraterritoriale kosten (ET Kosten) worden vergoed.
Kennisgroep belastingdienst inzake 30% regeling
De kennisgroep van de belastingdienst heeft op diverse vragen over de 30% regeling haar visie opgenomen. Dit betreft de volgende vraagstukken:
- Rechtsvormwijziging en 30% regeling (KG:041:2023:1) Hoe wordt de herziening van de premie Algemeen Werkloosheidsfonds (premie AWf) op grond van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b, Besluit Wfsv, ook wel de 30%-herziening genoemd, vastgesteld als de rechtsvorm van een werkgever in de loop van een kalenderjaar wijzigt?
- Step ip bij einde 30% regeling (KG:003:2022:17) Moet bij het einde van de looptijd van de 30%-regeling de verkrijgingsprijs voor belastingplichtige van de aandelen op basis van artikel 4.25 Wet IB 2001 juncto artikel 16 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 (hierna: UBIB 2001) worden gesteld op de waarde in het economisch verkeer?
- 30% regeling en elders belast loon (KG:041:2023:5) Doet de inhoudingsplichtige een juiste aangifte loonheffingen als bij de vaststelling van de 30%-vergoeding geen rekening wordt gehouden met het recht op voorkoming van dubbele belasting en de 30%-vergoeding wordt vastgesteld op € 60.000?
- Overgangsregeling, vergoeding genoten (KG:041:2024:11) : wat wordt verstaan onder vergoeding waarop artikel 31a van toepassing is? In welke periode dienst de vergoeding te zijn genoten?
- Overgangsregeling en onderbreking 30% regeling (KG:041:2024:6) toelichting op begrip onderbreking bij de 30% regeling
- versobering wisseling van inhoudingsplichtige (KG:041:2024:4). Hoe wordt de 30% regeling toegepast bij een nieuwe werkgever/ inhoudingsplichtige? Lees ook KG:041:2024:2
- Jaarlijkse keuze en keuzemoment (KG:041:2024:12): in welk loontijdvak de keuze uit artikel 31a 17e lid nemen? Kan je een keuze herzien?
- kortingsregelingen 30% regeling (KG:041:2024:23) Indien gebruik wordt gemaakt van de uitzondering van de éénmalige, aaneengesloten periode van verblijf van drie maanden, kan in datzelfde kalenderjaar dan daarnaast ook nog gebruik worden gemaakt van de uitzondering van de jaarlijkse periode van verblijf van zes weken?
- Aftopping 30% regeling (KG:041:2024:22) mag de vergoeding op jaarbasis evenredig worden verdeeld over de loontijdvakken? Mag je de 30% regeling optimaliseren via een eindjaarberekening?
30% Regeling wordt 27% regeling
Eind 2023 heeft de tweede kamer voorgesteld om de 30% regeling af te bouwen. Dit wordt in het belastingplan 2025 teruggedraaid (voor groot deel). In 2025 en 2026 blijft de 30% regeling nog gelijk en in 2027 gaat de 30% regeling naar een nieuwe 27% regeling.
30% regeling in 2024 en 2025
Per 1 januari 2024 wordt de 30% regeling aangepast (amendement 30% regeling). Voor ingekomen werknemers die voldoen aan de voorwaarden blijft de 30% regeling voor de eerste 20 maanden zoals deze was. Voor de volgende 20 maanden wordt het percentage gesteld op 20% van het loon en voor de daaropvolgende 20 maanden op ten hoogste 10%. Na 60 maanden is de maximale periode met betrekking tot de 30% regeling verstreken. Bij een beschikking voor een kortere periode dan 60 maanden gelden dezelfde percentages en perioden. Er geldt een overgangsregeling (zie standpunt kennisgroep belastingdienst d.d. 17 april 2024) voor werknemers die in het laatste tijdvak van 2023 een vergoeding genoten en beschikking hiervoor hadden. De 30% regeling moet voor toepassing van het overgangsregime wel in 2022 of 2023 zijn toegepast, zie standpunt kennisgroep belastingdienst d.d. 23 april 2023.
De regeling wordt in 2025 wellicht weer teruggedraaid (brief belastingplan 2024), dit zwalkende beleid zal niet helpen bij het behouden van internationaal opererende bedrijven.
30% regeling in 2023
Per 1 januari 2024 wordt de 30% wederom ingeperkt, nu tot de zogenoemde Balkenende-norm. Hiermee wordt verwezen naar de bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen in de Wet normering topinkomens (WNT-norm). In 2022 bedraagt deze WNT-norm € 216.000 op jaarbasis. Aftopping binnen de 30%-regeling komt dus aan de orde als de grondslag voor de 30%-regeling hoger is dan € 216.000. Er wordt wel een overgangsregeling voorgesteld op basis waarvan voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt dat de aftopping van de 30%-regeling pas toepassing vindt vanaf 1 januari 2026. Voor deze groep ingekomen werknemers geldt dat bij aanvang van toepassing van de 30%-regeling nog niet definitief vaststond dat het binnen de regeling maximaal in aanmerking te nemen bedrag vanaf 1 januari 2024 zou worden afgetopt.
Wat zijn de fiscale voordelen van de 30% regeling?
Werkgevers (inhoudingsplichtigen) kunnen extra kosten voor het tijdelijk verblijven buiten het woonland belastingvrij aan de werknemer vergoeden, dit zijn de zogenaamde extraterritoriale kosten (ET-kosten) De werkgever mag hierbij de werkelijke kosten van de werknemer vergoeden. De werkgever mag er ook voor kiezen om 30% van het bruto loon aan de werknemer te vergoeden. Voordeel van de 30% regeling is dan ook dat de administratieve rompslomp minder groot is. Vooraf even uitrekenen wat gunstiger is, is wel aan te bevelen. Er gelden een paar regels:
- Als een werkgever aannemelijk maakt dat de ET-kosten meer bedragen dan 30%, kunnen de werkelijk gemaakte kosten vrij worden vergoed.
- Het is niet mogelijk om naast de 30% regeling ook de werkelijke ET-kosten te vergoeden.
- Als een werkgever de 30% te fors zou vinden, mag de werkgever ook minder vergoeden.
- Er geldt een salarisnorm van € 38.961. Op grond van dit minimum kom je op bruto loon + vergoeding van € 55.659. Is de werknemer jonger dan 30 jaar, dan bedraagt de salarisnorm € 29.616 (cijfers 2021).
- De vergoeding moet in de arbeidsovereenkomst (of een bijlage) worden opgenomen.
- Reiskosten mogen niet naast de 30% vergoeding worden betaald (zie arrest Hoge Raad).
- De 30% regeling moet juist in de loonadministratie worden opgenomen.
- Het geniet de voorkeur om de arbeidsovereenkomst te sluiten als de werknemer nog in het buitenland woont of verblijft. Er moet namelijk sprake zijn van een werknemer die in het buitenland wordt aangeworven. Soms is de lijn een dunne, lees hiertoe deze uitspraak van het Gerechtshof uit 2019. Een studente kwam naar Nederland en ging daarna in Nederland werken, edoch ze had wel een aflopende verblijfsvergunning. Hiermee ontbrak de duurzame band met Nederland.
- De werknemer moet gedurende 16 van de laatste 24 maanden voor de start van zijn werk in Nederland op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens hebben gewoond. Voor werknemers uit Duitsland, België, Frankrijk en het VK is de regeling dus veelal niet van toepassing. In dergelijke gevallen kan de 30% regeling niet worden toegepast, de vrije vergoeding van de werkelijke ET-kosten is dan wel mogelijk.
- De werknemer moet over specifieke deskundigheid beschikken. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op bepaalde deskundigheid welke volgt uit een diploma, zie hiertoe deze lijst uit een WOB-verzoek. De deskundigheid en schaarste worden beoordeeld op grond van de opleiding, de werkervaring en het salarisniveau van de functie in Nederland (in vergelijking met salaris in land van herkomst).
- De 30% regeling wordt toegepast voor een periode van maximaal 60 maanden.
Welke kosten behoren tot de extraterritoriale kosten?
De volgende kosten vallen onder de zogenaamde ET-kosten:
- Extra privé gesprekskosten voor bellen met land van herkomst.
- Reiskosten naar land van herkomst, bijvoorbeeld om gezin te bezoeken.
- Extra kosten voor invullen van de aangifte inkomstenbelasting (alleen de extra kosten).
- Taalcursus Nederlands.
- Dubbele huisvestingskosten (hotel).
- Huisvestingskosten mits meer dan 18% van het loon uit dienstbetrekking.
- Kosten voor opslag van meubels en huisraad.
- Medische keuring en vaccinaties.
- Kosten voor aanvragen vrijstelling sociale zekerheid.
- Kosten voor aanvragen verblijfsvergunning etc.
- Kosten kennismakingsreis naar Nederland (met gezin).
- Extra kosten levensonderhoud (eten, energie, etc.) als deze in Nederland duurder zijn.
- Reguliere vrije vergoedingen binnen de werkkostenregeling (zoals verhuiskosten, woon-werkvergoeding, telefoonabonnementen, zakelijke maaltijden, etc.).
Voorbeeld 30% regeling
Een werknemer ontvangt een bruto salaris van € 150.000, hiervan mag € 45.000 onbelast worden verstrekt. Over de resterende € 105.000 moet regulier loonheffing worden berekend.
Extra voordelen en nadelen van de 30% regeling
Naast de belastingvrije vergoeding van 30% van zijn of haar loon heeft de deskundige werknemer nog een voordeel. Gedurende de looptijd van maximaal 60 maanden is de werknemer partieel buitenlands belastingplichtig voor de inkomstenbelasting. Dit wil zeggen dat de werknemer alleen over zijn box 1 inkomen als binnenlands belastingplichtige wordt belast. Over het box 2 en box 3 inkomen wordt de werknemer als buitenlands belastingplichtige belast. Dit betekent dat er geen belasting hoeft te worden betaald over beleggingen of spaarrekeningen.
Een nadeel van de 30% regeling kan zijn dat de hypotheekrenteaftrek minder gunstig werkt (lager tarief), maar ook is de grondslag voor uitkeringen lager.
Geen recht op de 30% regeling, en dan?
Als een werknemer niet in aanmerking komt voor de 30% regeling, dan mag de werkgever wel de werkelijk gemaakte ET-kosten vergoeden. Daarnaast kan de werkgever gewoon gebruik maken van de reguliere regelingen binnen de werkkostenregeling.
De werkgever mag ook de schoolgelden (internationale school) van de kinderen van de werknemer belastingvrij vergoeden. De schoolgelden (en vervoerskosten) van het basisonderwijs, voortgezet onderwijs of een internationale school mogen belastingvrij door de werkgever worden vergoed (niet de kosten voor kost en inwoning). De kosten voor de school vallen niet onder de 30% regeling en kunnen dus ook separaat worden vergoed.
Aanvragen 30% regeling bij de Belastingdienst
De 30% regeling kan door de werkgever en de werknemer (samen verzoeken) bij de Belastingdienst worden aangevraagd (aanvraag formulier 30% regeling). Externe hulp van een deskundige voorkomt vaak problemen en zorgt voor een juiste aanvraag, wij kunnen u hier prima mee van dienst zijn. Het verzoek moet binnen 4 maanden na aanvang van de tewerkstelling worden aangevraagd. Later aanvragen kan ook, maar maakt de 60-maandsperiode korter. Eventueel kunt u de aanvraag ook pro forma indienen.
Fiscaal advies over 30% regeling
Wilt u meer weten over de 30% regeling of andere mogelijkheden, zoals de WBSO verminderingen? Neem gerust contact op met één van onze adviseurs of stuur een e-mail aan info@jongbloed.tv.
Bron 30% regeling
Hoekstra en de Maagdeneilanden
Als in Google "Hoekstra Maagdeneilanden" wordt getypt, verschijnen er 94.000 resultaten. Er zijn dus meningen genoeg over dit onderwerp. Maar hoe kijkt een fiscalist naar dit onderwerp?
Kan een minister van Financiën in de fraudedatabank komen?
Uit de Pandora Papers (een soort Panama Papers voor politici) blijkt dat Wopke Hoekstra (en nog 400 politici) via een brievenbusmaatschappij op de Maagdeneilanden heeft geïnvesteerd in ecotoerisme in Afrika. Naar verluidt gaat het voornamelijk om investeringen in vastgoed en safari’s. Inmiddels doet Hoekstra er niet meer geheimzinnig over, heeft hij het belang verkocht - in het zicht van de aanvaarding van zijn ministerschap in 2017 - en de winst geschonken aan een goed doel. In 2009 was deze constructie nog niet besmet, maar sinds enkele jaren worden dergelijke structuren met argusogen gevolgd.
Investeringen via belastingparadijs door mensen met voorbeeldfunctie
Zoveel vragen komen op. Kennelijk hoefde het belang niet gemeld te worden in zijn vorige functie als Eerste Kamerlid. Als voorzitter van de commissie Financiën zou je toch roomser moeten zijn dan de paus, maar ja, Wopke is geen katholiek.
Is de constructie geadviseerd door Frank Oranje, de dubieuze notaris van Landsadvocaat Pels Rijcken, van wie dinsdag duidelijk werd dat hij ook een aantal ministers (ook Hoekstra) adviseerde om hun vermogen ‘op afstand te zetten’?
Heeft hij het wel keurig in zijn aangiften inkomstenbelasting vermeld? Dat is verplicht, ook al is de belastingheffing over vastgoed doorgaans belast daar waar het gelegen is. Dus waarom via de Maagdeneilanden? In Afrika mogen ze heffen en in Nederland moet het worden opgegeven (of wilde hij de bronbelasting in Afrika ontgaan?).
Sinds 1 januari 2017 blijft er bovendien wat belasting te betalen in Nederland. Ook kan het een boete opleveren. Als het om een aanzienlijk bedrag gaat, kan het ook verder gaan: verwerping van de aangifte en omkering van de bewijslast. Dan moet je bewijzen dat de belastinginspecteur je inkomen niet te hoog heeft vastgesteld. Ook kan over dat hogere inkomen een vergrijpboete worden opgelegd (maximaal 300% van de te weinig geheven belasting).
Positie minister bij beleggen via belastingparadijs?
Het hoeft niet per se illegaal te zijn om via een belastingparadijs te beleggen. De zweem die dan wordt opgeroepen en het risico op reputatie en integriteitsschade zijn er echter wel. Of Hoekstra heeft geweten dat de belegging via de Maagendeilanden is opgezet, is ook nog maar de vraag. Bij de verkoop is dit zeker bekend geweest en een tikje naïef is het ook.
Onze minister was wel in goed gezelschap. Op de lijst komen onder meer de koning van Jordanië en president Poetin voorbij. Ook ruim 100 miljardairs staan de op de lijst. Er zal nog wel stof opwaaien omdat de info pas sinds 3 oktober 2021 openbaar is geworden en het gaat om 12 miljoen documenten (ongeveer gelijk aan de Panama Papers). Er staan nog meer Nederlanders op de lijst die opvallend genoeg hoge posities bekleden bij Nederlandse banken.
Dat bedrijven moeten stoppen met belasting ontwijken, is al lang een bekend hoofdstuk in de internationale politieke wereld. Het ontwijken van belastingen is een lastig onderwerp, dat is immers iets anders dan het ontduiken van belastingheffing. Belasting ontwijken is namelijk toegestaan omdat het binnen de wet valt. Er zit echter - volgens vele politici - wel een lijn tussen "wetten en gedrag". Je hoeft niet alles te doen wat wettelijk is toegestaan. Ethiek is een groot goed, de vraag is alleen voor wie dit dan zou moeten gelden. Al met al, wat Hoekstra heeft gedaan, hoeft nog niet direct in strijd te zijn met Nederlandse wetgeving.
Maar ook de minister van Financiën is toch onschuldig tot het tegendeel is bewezen? Jazeker, maar in de fiscaliteit wordt daar bij de hoogte van de boete rekening mee gehouden, niet bij de hoogte van de belasting. Ook kan verhuld buitenlands vermogen aanleiding zijn voor opname in de fraudedatabank. De fraudedatabank? Daar kom je toch niet onschuldig in? Door onoplettendheid. Of op basis van onjuiste gegevens? Of omdat je contractpartner verdacht is? Nou, dat kunnen we het beste vragen bij al die toeslagenouders.
Zou het aflopen met een sisser?
Grote kans dat de demissionaire status binnenkort wordt opgeheven, hiermee lijkt het probleem ook opgelost.
Belastingverdrag Oeganda
Nieuws belastingverdrag met Oeganda
Via een zogenaamd WOB-verzoek is er informatie beschikbaar gekomen inzake de onderhandelingen met Oeganda, deze zijn in september 2021 bekendgemaakt (raadpleeg hier). Er is slechts beperkt informatie bekendgemaakt, omdat partijen nog met elkaar onderhandelen. Als er dan informatie openbaar bekend zou worden, kan dit de onderhandelingspositie schaden.
Belastingverdrag Oeganda of Uganda
Het bestaande belastingverdrag kunt u hier raadplegen.
Fiscale voordelen belastingverdrag Oeganda
Nederland heeft veel belastingverdragen afgesloten. Soms wordt een belastingverdrag afgesloten om investeringen in één land te stimuleren. Dit was mede de reden voor een belastingverdrag met Uganda / Oeganda. Dit unieke belastingverdrag zorgt er echter voor dat bedrijven met een moedermaatschappij in Nederland in Oeganda geen bronbelasting hoeven te betalen. Veel internationale concerns met een vestiging in Oeganda hebben een holding in Nederland. Dit komt in veel meer internationale situaties voor. De wetgeving in Nederland zal de komende jaren dan ook worden aangepast (en is al deels aangepast). Zo is in 2021 de Wet Bronbelasting 2021 ingevoerd, hierdoor wordt er bronheffing geheven op rente- en royaltybetalingen aan gelieerde entiteiten in aangewezen laagbelaste landen / jurisdicties (en als er sprake is van misbruik), de lijst kunt u hier raadplegen.
Inzake de kwestie in Oeganda kunt u dit artikel in de Volkskrant lezen (2020)
SPF Schenking en belastingen
De Stichting Particulier Fonds wordt vaak gebruikt binnen estateplanning, bij emigraties en/of om vermogen in het buitenland onder te brengen. De belastingdienst heeft dergelijke structuren redelijk op de korrel als het gaat om het verstoppen van vermogen in het buitenland. De aanpak van "verhuld buitenlands vermogen" is de laatste jaren geïntensiveerd. Er zijn adviseurs en trustkantoren die van dergelijke structuren een business model hebben gemaakt. Een SPF kan echter ook binnen Nederlandse structuren als een familiefonds worden gebruikt of eenvoudig worden ingesteld voor een vakantiewoning in het buitenland.
Schenkbelasting en box 2 heffing bij SPF
In veel gevallen wordt een SPF (Stichting Privaat Fonds) als fiscaal transparant aangemerkt, dit in ieder geval als de bestuurder van de SPF over het vermogen kan beschikking als ware het zijn eigen vermogen (artikel 2.14a Wet IB), vorenstaande kwam aan de orde in een Hoge Raad uitspraak van 14 februari 2025 (ECL::NL:HR:2025:241). In een arrest van de Hoge Raad d.d. 24 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1641) is geoordeeld dat de zoon van de bestuurder schenkbelasting moest betalen over de schenking, hierbij volgt de Hoge Raad het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 1 maart 2023 ECLI:NL:GHSHE:2023:1013. De Rechtbank Zeeland West Brabant heeft 17 februari 2025 (ECLI:NL:RBZWB:2025:849) bepaald dat er naast schenkbelasting ook box 2 heffing is verschuldigd.
Kort overzicht inzake SPF
SPF is een buitenlands rechtsvorm, een soort stichting (trust)
Het bestuur is veelal in handen van een buitenlandse partij
Belastingdienst kijkt door de SPF als het bestuur niks voorstelt, geen aansprakelijkheid draagt, een kleine vergoeding krijgt en/of als stroman fungeert
De schenking vanuit de trust wordt vaak toegerekend aan de oprichter of UBO
Nederlandse belastingdienst en SPF
Nederland is niet zo enthousiast over een SPF. De Antilliaanse Stichting Particulier Fonds (ook wel: Private Foundation) moet als een trust worden beschouwd. Anders dan de Nederlandse stichting kent de SPF geen uitkeringsverbod. Voor de IB en SW wordt deze rechtsvorm als APV (afgezonderd particulier fonds) aangemerkt. In Nederland wordt door de trust heen gekeken, dus als je komt te overlijden wordt het trustvermogen belast bij de erfgenamen.
Nederland heeft haar regime aangescherpt in 2010, dit om zogenaamd zwevend vermogen te voorkomen (vermogen wat van niemand is). Het vermogen moet worden aangegeven bij de inbrenger (jij). In je aangifte Inkomstenbelasting wordt gevraagd of je betrokken bent bij een trustvermogen, dit moet (beetje afhankelijk van de trust) altijd met “ja” worden beantwoord. Gevolg hiervan is dat er een vragenlijst komt of een informatiebeschikking. Veelal valt het trustvermogen gewoon in box 3. Inbrengen van vermogen in de SPF is (veelal) voor de inkomstenbelasting of successie geen belaste verkrijging.
In een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam in 2021 wordt dit nog eens duidelijk, het vermogen in een SPF behoort -veelal - tot het box 3 vermogen van een belastingplichtige. Ook in een procedure bij de rechtbank in 2023 .
Schenking vanuit een SPF
Schenkingen door een buitenlander aan een in Nederland wonende persoon zijn als hoofdregel niet in Nederland belast. Vaak is in geschil of een SPF (meestal gevestigd op de Curacao) ook daadwerkelijk daar is gevestigd. In een procedure bij het Gerechtshof (2019) was Henk geemigreerd naar Spanje in 2002, de SPF wordt ook in dit jaar opgericht. Omdat de SPF mede wordt bestuurd door een in Nederland wonende persoon (belastingadviseur) wordt de SPF geacht in Nederland gevestigd te zijn.
In een procedure bij de Rechtbank Zeeland West Brabant (2021) was in geschil of een schenking vanuit een SPF belast is bij de in Nederland wonende zoon. Een vader richt in 2001 een SPF op en in de jaren 2007 tot en met 2009 worden er schenkingen gedaan aan de zoon van de vader. Er wordt verder geen aangifte gedaan. De FIOD komt deze geldtransacties in 2017-2018 op het spoor. Het bestuur van de SPF was niet onafhankelijk genoeg om te kunnen spreken van een SPF die in economische en fiscale zin apart kan worden gezien van de vader. De vader was - volgens de rechtbank - feitelijk bestuurder van de SPF en kon hiermee vrij over het vermogen van de SPF beschikken. De schenking uit het vermogen van de SPF zijn hiermee schenkingen van vader aan zoon. Vader was in 2007 - 2009 in Nederland woonachtig. De zoon moet hiermee schenkingsrecht betalen in Nederland
Belastingadviseur aansprakelijk gesteld
In een procedure bij de Rechtbank (in 2016) wordt een belastingadviseur strafrechtelijk vervolgd wegens zijn betrokkenheid bij een Antilliaanse SPF. De SPF wordt buiten het gezichtsveld van de Belastingdienst gehouden en in de aangifte Inkomstenbelasting in Nederland wordt de betrokkenheid bij de SPF niet gemeld.
Noot fiscaal jurist over SPF
Vaak is er discussie over de vestigingsplaats en de feitelijk bestuurder van een SPF. Gelukkig is de Belastingdienst scherp op dit soort structuren die nog steeds door malafide adviseurs worden opgezet. Tot 2010 was een verkrijging door een SPF (of trust) vrij van schenk- en erfbelasting. Sinds 2010 wordt er door een trust of SPF heen gekeken en wordt gedaan alsof wordt verkregen van de inbrenger van de trust (artikel 2.14a Wet IB / artikel 16 Successiewet). Een trust of SPF wordt gezien als een afgezonder particulier vermogen (APV). Woont de inbrenger in Nederland dan is de verkrijging door de trust dus belast. Als de inbrenger komt te overlijden dan wordt het vermogen toegerekend aan de erfgenamen. Het zogenaamde zwevende vermogen wordt hiermee voorkomen (zie Hoge Raad in 2021).
Bezwaar maken tegen schenkbelasting eenvoudiger
Sinds 2026 is het eenvoudiger om bezwaar te maken tegen een aanslag schenkbelasting, dit kan via een speciaal formulier op de site van de belastingdienst. Via dit formulier wordt alle relevante informatie direct uitgevraagd. Bezwaar moet binnen 6 weken - nadat de aanslag is opgelegd - worden ingediend, soms is een machtigingsformulier van de ontvanger nodig. Wilt u uw schenking wijzigen (voordat de aanslag is ontvangen) stuur dan een brief aan de belastingdienst (Belastingdienst Schenkbelasting/ Postbus 4670 te 5601 ER Eindhoven).
Uitspraak op uw bezwaarschrift ontvangt u binnen 90 dagen. Bent u te laat? Stuur dan een verzoek tot ambtshalve herziening aan de belastingdienst (dit kan tot 5 jaar na de schenking). Vragen over schenking of bezwaar? Stuur ons gerust een e-mail.
Bron SPF
Brief Staatssecretaris van Financiën 18 september 2018, nr. 2018-00001581108 inzake Verhuld vermogen
Rechtbank Oost Brabant d.d. 21 juli 2016 ECLI:NL:RBOBR:2016:3916
Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 15 oktober 2019 ECLI:NL:GHARL:2019:8482
Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 18 mei 2021 (ECLI:NL:RBZWB:2021:3282
Hoge Raad d.d. 26 maart 2021 ECLI:NL:HR:2021:367
Rechtbank Gelderland 15 februari 2023 inzake SPF
Gerechtshof Amsterdam d.d. 12 oktober 2021 ECLI:NLGHAMS:2021:3596
Afkoop alimentatie en emigratie
Fiscaal nieuws alimentatie
In het verleden was alimentatie aftrekbaar tegen het maximale tarief van 51,95%. De aftrek van alimentatie (en hypotheekrente) is de afgelopen jaren verlaagd. Vanaf 2020 ging dit sneller. Alimentatie (en hypotheekrente etc.) is in de toekomst tegen een lager tarief aftrekbaar de afbouw ziet er als volgt uit:
- 2019: 46%
- 2020: 46%
- 2021: 43%
- 2022: 40%
- 2023: 37%
Afkoop van alimentatie kan dus beter vlot plaatsvinden. Als u alimentatie moet betalen aan uw voormalig partner dan kunt u eens overwegen om deze te herzien, de netto last neemt immers door de lagere aftrek toe. Heeft u vragen stuur dan gerust een e-mail of neem contact met ons op.
De duur van de partneralimentatie is in 2020 aangepast, het vertrekpunt is op dit moment dat er 5 jaar partneralimentatie moet worden betaald. In dit schema (van SDU) kunt u kijken over welke periode er partneralimentatie moet worden betaald.
Afkoop en emigratie
Een echtscheiding is veelal een vervelende periode voor de betrokkenen. Wij adviseren wekelijks ondernemers / DGA's en / of diens ex-partner (dit laatste komt nog vaker voor). Advocaten zijn geen fiscaal juristen en dit kan soms voor problemen zorgen. Vanuit fiscaal en financieel oogpunt is het verstandig om naast uw advocaat een fiscaal jurist in te schakelen. Dit is niet praten voor eigen parochie, maar echt verstandig.
Bij een echtscheiding is een combinatie tussen fiscaal jurist (belastingadviseur) en Nederlandsrechtjurist (advocaat) meestal zeer nuttig. Vele fiscale zaken kunnen spelen zonder dat dit door de adviseurs wordt erkend.
Afkoop en emigratie
De afkoopsom voor partneralimentatie is voor de in Nederland wonende ontvanger belast in Nederland en voor de betaler (die in Nederland woont) aftrekbaar (artikel 6.3 Wet IB 2001). Als de ontvanger in het buitenland woont, zal de afkoopsom - op grond van het belastingverdrag (als deze er is) ter heffing worden toegewezen aan het buitenland. Soms is de heffing in het buitenland lager of nihil. Een emigratie (voor betaling van de afkoopsom) is daarom soms erg voordelig. Wel aftrek in Nederland en geen of een beperkte heffing in het buitenland.
Afkoop alimentatie soms niet aftrekbaar
De afkoopsom van een alimentatieverplichting aan een ex-echtgenoot is aftrekbaar als de betaler in Nederland woont. Als de ontvanger van de partneralimentatie niet in Nederland woont (op het moment van de betaling), mag Nederland niet heffen over de afkoopsom. Als de ontvanger van de alimentatie wordt overbedeeld bij de scheiding, is het verstandig om in het convenant op te nemen dat sprake is van een afkoopalimentatie. Afkoopsommen die worden betaald voordat de echtelieden zijn gescheiden zijn niet aftrekbaar. Afkoopsommen die worden betaald vóór emigratie zijn gewoon in Nederland belast.
Essentieel is dat het tijdstip van betaling of het rentedragend worden van de schuld vóór het moment van wijziging van de woonplaats ligt. In een tweetal procedures bij het Gerechtshof (zie onder) ging dit fout en goed, het moment is dus van cruciaal belang. Een goed advies en juiste en tijdige emigratie is dus van belang.
Termijn partneralimentatie sinds 2020
De termijn voor de partneralimentatie is sinds 2020 aangepast in standaard 5 jaar. Er bestaan op deze termijn veel uitzonderingen. De belangrijkste:
- Termijn korter: als het huwelijk korter dan 10 jaar heeft geduurd, is de termijn 50% van de duur van het huwelijk of het geregistreerde partnerschap. Bij 6 jaar gehuwd zijn is de termijn dus 3 jaar. Hierop bestaan weer uitzonderingen. De belangrijkste is dat als u samen kinderen heeft (einde alimentatie als jongste kind 12 jaar is geworden).
- Heeft huwelijk (of partnerschap) minimaal 15 jaar geduurd? Krijgt uw ex-partner binnen 10 jaar AOW? Dan moet u alimentatie betalen tot dat uw partner AOW ontvangt.
- Bent u geboren vóór 1 januari 1970? Duurde uw huwelijk of partnerschap langer dan 15 jaar? Krijgt u over meer dan 10 jaar AOW? Dan is de termijn 10 jaar.
De partneralimentatie stopt als uw ex-partner opnieuw gaat trouwen. De alimentatie kan hoger of lager worden als u of uw ex-parter meer of minder gaat verdienen. U kunt ook anders overeenkomen in het echtscheidingsconvenant.
Bron afkoop alimenatie
Dividendbelasting in Spanje
Bij uitkeringen aan Spaanse privé- en rechtspersonen moet het bedrijf dat uitkeert 19% bronbelasting inhouden (Nederland 15%). Op uitkeringen aan rechtspersonen die meer dan 5% van de aandelen in bezit hebben in de uitkerende rechtspersoon, is het tarief 0%.
Dividendbelasting / box 2 heffing in Spanje
Bij uitkeringen vanuit rechtspersonen aan privé personen bedraagt het tarief 19%, in Nederland is dit tarief thans 26,9%. Bij hogere dividenduitkering (boven 300.000 euro) is het tarief 28%.
Internationaal concern en Spanje
Bij dividenduitkeringen aan EU-moederbedrijven is de dividendbelasting (op grond van de zogenaamde moeder-dochterrichtlijn) 0%, mits het moederbedrijf tenminste 5% van de aandelen in de Spaanse dochteronderneming bezit.
Inkomstenbelasting in Spanje
Spanje is geen belastingparadijs maar vaak wel iets gunstiger dan Nederland. Als voorbeeld bij een inkomen van € 60.000 is de inkomstenbelasting in Spanje ongeveer € 18.000 en in Nederland € 22.000. Het algemene tarief voor BV's is redelijk gelijk met Nederland (25%), de box 2 heffing is met 23% iets lager dan in Nederland (31%).
Niet inwoners (binnen de EU) betalen over hun inkomen in Spanje een tarief van 19% (bijvoorbeeld over huurinkomsten). Voor niet EU inwoners is dit tarief 24%.
Advies over emigratie of vakantiewoning in Spanje? Vraag gerust een vrijblijvende offerte
De box 3 heffing is redelijk gelijk met Nederland edoch geldt er een vrijstelling van € 700.000 per persoon (sommige regio's iets lager). Voor de eigen woning geldt nog een extra vrijstelling van € 300.000
Inkomstenbelasting 2026
Reguliere inkomsten uit arbeid en pensioen worden progressief belast volgens de onderstaande tabel. Ondernemersinkomen en inkomsten uit vastgoed (o.a. huur) vallen ook onder de reguliere inkomsten.
- tot € 12.450: 19%
- € 12.450 - € 20.200: 24%
- € 20.200 - € 35.200: 30%
- € 35.200 - € 60.000: 37%
- € 60.000 - € 300.000 : 45%
- € 300.000 > : 47% (verschilt per regio)
De toptarieven kunnen per regio verschillen, in Madrid bedragen deze 45,5%, maar in Catalonië zelfs 48% ... De voordeligste regio is Andalusië met 48,2% en de duurste is Valencia met 50%. Er geldt een algemene belastingvrije voet van € 5.500 per persoon
Vakantiewoning in Spanje
Let erop dat u de Spaanse woning in uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting moet aangeven (mij vrijstelling) en dat u ook in Spanje aangifte moet worden gedaan voor de Inkomstenbelasting. Indien de woning in Spanje wordt verhuurd moet u ieder kwartaal aangifte doen over uw (netto) inkomsten, kosten zijn aftrekbaar. Voor niet residenten (bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk) zijn kosten niet aftrekbaar.
Vermogenswinstbelasting 2026
De vermogenswinstbelasting heft belasting over de "rendementen uit beleggingen". Dit zijn bijvoorbeeld dividenden, rente op bankproducten en inkomsten uit (levens-)verzekeringen, maar ook winsten op verkoop van onroerend goed (soms vrijgesteld).
- € 0 - € 6.000: 19%
- € 6.000 - € 50.000: 21%
- € 50.001 - € 200.000: 23%
- € 200.001 - € 300.000: 27%
- € 200.001 > 30%
Voor niet-residenten binnen de EU is het tarief 19% en voor niet-residenten buiten de EU 24%.
Vermogensbelasting 2026 in Spanje
- € 0 - € 167.000: 0,3%
- € 167.000 - € 334.000: 0,5%
- € 334.000 - € 668.500: 0,6%
- € 668.500 - € 1.337.000: 1,0%
- € 1.337.000 - € 2.674.000: 1,3%
- € 2.674.000 - € 5.348.000: 1,7%
- € 5.348.000 - € 10.696.000: 2,1%
- € 10.696.000 > 3,5%
Bovenstaande zijn afgeronde bedragen (voor de leesbaarheid). Er geldt een algemene vrijstelling van € 700.000 voor residenten en non-residenten plus nog eens € 300.000 voor residenten met een eigen woning en geldt per persoon. Iedere Spaanse "autonome" regio kan zelf afwijkende belastingschijven en vrijstellingen vaststellen.
Inkomstenbelasting in Spanje
Iedere buitenlander die resident is in Spanje moet belastingaangifte doen met betrekking tot zijn persoonlijke verplichtingen en over het wereldwijde inkomen. De inkomstenbelasting, of Renta, IRPF, moet u betalen als u langer dan 6 maanden per jaar in Spanje verblijft. Op dit moment zijn er bepaalde soorten inkomsten (zoals overheidspensioenen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen betaald door het sociale verzekerheidsstelsel, etc.) die vrijgesteld zijn van inkomstenbelasting.
Niet residenten die in Spanje een (vakantie) woning bezitten moeten ook in Spanje (en hun woonland, bijvoorbeeld Nederland) aangifte doen en hierin de woning opnemen. Als de woning in Spanje wordt verhuurd moet er eens per kwartaal aangifte worden gedaan over de (netto) inkomsten, derhalve inkomsten -/- kosten. Voor niet residenten die buiten de EU wonen zijn de kosten niet aftrekbaar.
De tarieven in Spanje lijken op de tarieven in Nederland (tussen 24% - 43%). Als u minder verdient dan € 8.000, hoeft u in Spanje geen belasting te betalen, soms is dit zelfs € 21.000. De tarieven zullen, evenzo als in vele landen, in de toekomst dalen. De aangifte doet u in mei / juni van enig jaar.
Niet-inwoner Spanje en belastingen
Een niet-inwoner van Spanje moet inkomstenbelasting betalen op de verhuurwaarde van zijn eigendom, ook als de woning leegstaat. De huurwaarde wordt berekend als 2% van de fiscale waarde (valor catastral). Een niet-inwoner betaalt daar ieder jaar 19% belasting op. Meestal wordt deze niet betaald, omdat de Spaanse belastingdienst geen biljetten zal versturen, u moet hierom vragen. De aangifte mag u gedurende het gehele jaar indienen, inwoners moeten dit in mei / juni regelen.
Bij verhuur van de vakantiewoning moet zelfs eens per kwartaal aangifte worden gedaan over de (netto) inkomsten.
Fiscale vestigingsplaats vennootschap
Waar een vennootschap voor fiscale doeleinden gevestigd is, is van groot belang. Bij de toepassing van verdragsbepalingen wordt namelijk voor de toewijzing van het heffingsrecht vaak verwezen naar de ‘vestigingsplaats’ of de ‘woonplaats’. Het is belangrijk dat deze plaats dus zonder twijfel vaststaat. De vraag waar een bedrijf is gevestigd, lijkt op het eerste gezicht niet al te complex. Zo zal een besloten vennootschap naar Nederlands recht met een statutaire zetel te Enschede, toch in Nederland gevestigd zijn? Nee, dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Onder de werking van belastingverdragen wordt vaak gekeken naar hele andere elementen, zoals de plaats waarvandaan de feitelijke leiding wordt uitgeoefend over de vennootschap. Dat kan een heel andere plaats zijn.
In eerste instantie kijkt u naar de Nederlandse wetgeving omtrent de vestigingsplaats. De vervolgstap is om te kijken of er een belastingverdrag is gesloten tussen Nederland en het land waar de vennootschap wellicht ook is gevestigd. Als er een belastingverdrag van toepassing is moet worden gekeken wat hierin is bepaald over de vestigingsplaats.
De Hoge Raad heeft zich in het kader van het verdrag tussen Nederland en Singapore uitgelaten over deze materie. De uitkomsten van dit arrest zijn in het algemeen voor het internationaal belastingrecht relevant. Redenen genoeg om het arrest dus te bespreken in een artikel.
Het wijzigen van de rechtsvorm na zetelverplaatsing wil nog niet zeggen dat de oprichtingsfictie niet meer van toepassing is, dit volgt mede uit een besluit uit 2018.
Vestigingsplaats vennootschap op Curaçao in Nederland
De inspecteur legt navorderingsaanslagen en boeten op aan een vennootschap uit Curaçao. De vennootschap maakt onderdeel uit van een belastingbesparende structuur omdat de werkelijke leiding in Nederland is gelegen. De Rechtbank Gelderland gaat er op 12 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10888) eens goed voor zitten en is het met de inspecteur eens. De informatie wordt uiteindelijk verkregen bij belastingplichtige en via een derdenonderzoek bij de accountant en de belastingadviseur. Ook is er door de inspecteur informatie van de FIOD ontvangen. De kern discussie is "waar worden de feitelijke beslissingen genomen?" Volgens de rechtbank en de inspecteur is dit Nederland, hiertoe wordt ondermeer verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:47.
Fiscale vestigingsplaats naar Nederlands recht
De algemene regels omtrent een vestigingsplaats zijn in de Nederlandse wetgeving opgenomen in artikel 4 AWR (wordt naar omstandigheden beoordeeld). Deze extreem open norm wordt ingevuld in besluiten en in de rechtspraak. Basis is de plaats waar feitelijk leiding wordt gegeven aan een vennootschap, zie Hoge Raad d.d. 23 september 1992 (ECLI:NL:HR:1992:ZC5105). Over dit onderwerp zijn vele uitspraken gepubliceerd hierin is bepaald dat wordt gekeken naar een adres, de aandeelhoudersvergadering, de plaats waar beslissingen worden genomen, plaats waar de administratie wordt gevoerd, etc. Deze worden dan ook weer onderling gewogen. Feitelijk gaat het erom waar de daadwerkelijke (feitelijke) beslissingen worden genomen. De belastingdienst moet aannemelijk maken dat een buitenlands belastingplichtige in Nederland is gevestigd. Als een belastingplichtige van mening is dat hij/zij niet in Nederland is gevestigd moet hij/zij dit bewijzen.
Om het complex te maken kent de Nederlandse wetgeving ook nog specifieke bepalingen, zoals de wet op de Vennootschapsbelasting en dividendbelasting, dit zijn ficties. Dus als een rechtspersoon niet in Nederland is gevestigd kan dit toch weer anders liggen. De belangrijkste ficties zijn:
- Dividendbelasting: naar Nederlands recht opgericht dan is de rechtspersoon ook in Nederland gevestigd
- Vennootschapsbelasting: naar Nederlands recht opgericht dan is de rechtspersoon ook in Nederland gevestigd
Bepalen fiscale vestigingsplaats van een lichaam
Bij het bepalen van de feitelijke leiding wordt gekeken naar:
- statutaire zetel;
- woonplaats merendeel aandeelhouders
- bestuurderswoonplaats;
- land van oprichting van de BV
- waar is het hoofdkantoor gevestigd
- woonplaats bestuur en commissarissen
- land waar de boekhoudering wordt opgesteld
- land waar de feitelijke bedrijfsuitoefening heeft plaatsgevonden
- land waarin de algemene vergadering van aandeelhouders;
- land waarin het vermogen zich bevindt;
Vestigingsplaats van een rechtspersoon (lichaam) op grond van belastingverdrag
Nederland heeft met ruim 100 landen een belastingverdrag gesloten, meestal is het OESO modelverdrag de basis voor dergelijke verdragen, edoch elk verdrag is anders (sommige belastingverdragen zijn ouder). Soms zien beide landen een lichaam als inwoner, dan is sprake van zogenaamde dual resident. Een belastingverdrag bevat in dergelijke situaties een zogenaamde tie breaker bepaling, dit was (tot 2017) de plek van de feitelijke/werkelijke leiding (de eindverantwoordelijke voor kernbeslissingen en waar instructies voor de vennootschap/ diens werknemers wordt genomen, zie Hoge Raad 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:48). Na dit moment geldt een zogenaamde MAP bepaling (onderling overleg). Veel Nederlandse belastingverdragen zijn ouder dan 2017, derhalve kennen deze (nog) geen MAP bepaling. Ook als er geen MAP bepaling is opgenomen wordt deze vaak toegepast op oudere belastingverdragen (MLI instrument, Multilateraal Instrument).
Discussie over de vestigingsplaats ontstaat na adreswijziging
Belanghebbende is een naar Nederlands recht opgerichte bv en tot 2006 doen zich geen vestigingsplaatsproblemen voor. Echter, eind 2006 wijzigt het adres van belanghebbende naar een adres te Singapore. Gelijktijdig wordt een natuurlijk persoon aangesteld als statutair bestuurder. Deze aanstelling vindt plaats namens een Singaporees trustkantoor. Het kantoor zelf wordt de managing director. Vanaf dat moment wordt de vennootschap als inwoner van Singapore in de belastingheffing betrokken.
De aandeelhouder van Belanghebbende, voor het gemak noemen we die Henk, is in 2006 ook vertrokken uit Nederland. Henk is naar Sint-Maarten geëmigreerd. Sindsdien meent hij in Nederland buitenlands belastingplichtig te zijn. Belanghebbende wordt in de periode 2006 – 2010 begeleid door twee belastingadvieskantoren (gevestigd te Nederland, met een vestiging op de Antillen). Dit kantoor adviseert Henk ook in privé. De belastingadvieskantoren leveren – zoals verderop ook blijkt – bovengemiddeld veel werkzaamheden en inspanningen. De zoon van Henk is vanuit Nederland ook betrokken bij Belanghebbende.
In 2010 wordt flink dividend uitgekeerd door Belanghebbende aan Henk. Steeds wordt aangifte dividendbelasting gedaan en aangegeven dat niets is verschuldigd. Het lijkt erop dat dat ook het doel is geweest van het ‘schuiven’ met de vestigingsplaats: het vermijden van belasting. De inspecteur is het met de ingediende aangiften oneens en heft dividendbelasting na. Over die aanslagen is het geschil ontstaan.
Er liggen een aantal geschilpunten voor. Wij richten ons in dit artikel op het geschil over de vestigingsplaats van de vennootschap. De rechtbank Den Haag gaf aan dat het erom gaat waar de vennootschap geleid en bestuurd wordt. Over de uitleg van dit begrip ontstaat een geschil.
Eerdere uitspraken inzake vestingsplaats
In 2004 deed de Hoge Raad een uitspraak inzake een Antilliaanse NV (gevestigd op Curacao) die deelnam in andere bedrijven. De bedrijven kopen, verkopen en exploiteren schepen. De inspecteur stelt dat de NV in Nederland is gevestigd, hoewel het bestuur op Curacao was gevestigd. De belangrijkste reden was dat de "feitelijke leiding" in Nederland is gevestigd. Het Gerechtshof was het hier niet mee eens omdat de bestuur ook de werkelijke leiding was (arrest Hoge Raad 1992). De bewijslast ligt bij de inspecteur, hij moet aannemelijk maken dat ook anderen feitelijk leiding geven binnen het concern. De Hoge Raad denkt hetzelfde als het gerechtshof.
In 2018 kroop de Hoge Raad ook weer in de pen over een vestigingsplaats van een rechtspersoon. In deze casus ging de feitelijke leiding over aan een trustkantoor, de aandeelhouder zou dit trustkantoor hebben aangestuurd waardoor wordt besloten dat de "echte" leiding nog in Nederland zat. De vraag was "waar worden de kernbeslissingen feitelijk genomen". De beslissingen van het trustkantoor worden op verzoek van de Nederland wonende aandeelhouder genomen, hiermee is het trustkantoor uitvoerend van aard.
Juridische kader vestigingsplaats vennootschap en leiding
In het nationale recht kennen we een bepaling die inhoudt dat een bv, opgericht naar Nederlands recht, steeds wordt geacht in Nederland gevestigd te zijn. Deze fictiebepaling kan internationaal uiteraard voor wrijving zorgen op het moment dat een andere staat – zoals Singapore – meent dat een vennootschap juist daar gevestigd is. Dat doet zich hier ook voor; Singapore ziet de vennootschap als inwoner en wil de vennootschap in de belastingheffing betrekken. Zo komt het dat twee landen van mening zijn dat de vennootschap daar is gevestigd.
Het belastingverdrag tussen Nederland en Singapore moet dan uitsluitsel bieden. In het verdrag is opgenomen dat voor de belastingheffing de vestigingsplaats dan wordt gesteld op de plaats waarin de vennootschap wordt geleid en bestuurd. De meeste belastingverdragen zijn gebaseerd op het modelverdrag van de OESO. In dat verdrag was, op het moment dat Nederland en Singapore afspraken maakten, opgenomen dat de vestigingsplaats wordt gesteld op de plaats van het effective management. Nederland en Singapore hebben deze bepaling als basis gebruikt, doch in de Engelse versie van het verdrag is opgenomen dat het gaat om: managed and controlled.
In 2018 sprak de Hoge Raad zich al eens uit over de term geleid en bestuurd. Ook toen in het kader van het verdrag tussen Nederland en Singapore. Hij gaf toen aan dat het bij deze term gaat om het bepalen van de plaats waar de kernbeslissingen met betrekking tot de activiteiten van de vennootschap worden genomen, waar de eindverantwoordelijkheid voor de beslissingen wordt gedragen en van waaruit in voorkomende gevallen instructie wordt gegeven aan werkzame personen. Wie de dagelijkse leiding bij de uitvoering heeft, is voor het bepalen van de plaats van de leiding van een lichaam niet relevant. Deze rechtspraak sluit aan bij eerdere rechtspraak. Feitelijk komt het erop neer dat het tussenplaatsen van een stroman geen gevolg heeft. Immers: die gaan niet over de kernbeslissingen en dragen veelal niet de eindverantwoordelijkheid.
Advocaat-Generaal over vestigingsplaats vennootschap
Op 1 december 2020 is de conclusie van de Advocaat-Generaal in deze zaak gepubliceerd. Hij gaat op een aantal elementen in. Over de bewijslastverdeling schrijft hij het volgende. De inspecteur diende te bewijzen dat de belanghebbende (vooral) vanuit Nederland werd bestuurd, althans dat dient hij aannemelijk te maken. Het hof kwam tot het oordeel dat de inspecteur daarin was geslaagd. Dat betekent dat stap 2 is het beoordelen van het tegenbewijs dat de Belanghebbende heeft geleverd. Daarbij weegt ook mee dat het de belanghebbende is die de ‘ingewikkelde’ situatie in het leven heeft geroepen. Dit heeft het hof eveneens gedaan, alvorens tot de conclusie te komen dat Belanghebbende er niet in geslaagd is om onaannemelijk te maken dat de leiding in Nederland lag.
De kernvraag waar het om steeds om gaat is, of een bepaalde beslissing is genomen als bestuurder, als aandeelhouder of als uitvoerder. Om te kunnen spreken van het geven van leiding / het managen van een vennootschap, dient sprake te zijn van een bestuurders- of uitvoerdersbeslissing. Dat is ook de reden dat het hof tot het oordeel is gekomen dat de vestigingsplaats Nederland is. Henk bevond zich weliswaar op Sint-Maarten, maar Henk heeft onvoldoende bewezen dat hij ook belangrijke beslissingen als bestuurder nam. Voor zover Henk beslissingen heeft aangedragen die ondubbelzinnig te kwalificeren zijn als bestuurdersbeslissingen, geldt dat Henk niet inzichtelijk heeft gemaakt vanaf welke locatie hij die beslissingen heeft genomen. De Advocaat-Generaal merkt op dat de juiste rechtsregels zijn toegepast en dat de toetsing op zichzelf bezien sterk feitelijk van aard is. De Hoge Raad past dan terughoudendheid en ingrijpen geschiedt slechts als een oordeel ongemotiveerd / onbegrijpelijk is. Dat doet zich volgens de Advocaat-Generaal hier niet voor.
Een andere bijzonderheid in deze zaak is gelegen in de rol van de belastingadviseur van Henk en Belanghebbende. Het gerechtshof oordeelde dat de leiding bij het belastingadvieskantoor te Nederland en de zoon van Henk liggen. Belanghebbende meent echter dat het belastingadvieskantoor geen ondernemingsbeslissingen neemt en daarom niet ‘meetelt’ bij het bepalen van de vestigingsplaats van de vennootschap. Het hof kwam onder meer tot haar oordeel door te wijzen op de betrokkenheid van het belastingadvieskantoor bij het overdragen van certificaten, aangaan van aandeelhoudersleningen en het instellen van vermogensbeheer. De Advocaat-Generaal kijkt kritisch naar het bewijs, maar acht deze uitkomst acceptabel. Dat een belastingadvieskantoor onderdeel uitmaakt van de leiding van de vennootschap is ongebruikelijk, maar niet minder ongebruikelijk dan dat een relatief goedkoop Singaporees kantoor de leiding uit zou oefenen.
De Hoge Raad heeft op 2 juli 2021 uitspraak gedaan in deze zaak.
De Hoge Raad over de vestigingsplaats van de vennootschap
De Hoge Raad herhaalt eerst wat de Belanghebbende aandraagt: het gerechtshof heeft de termen geleid en bestuurd verkeerd uitgelegd. Dit punt haalt de Hoge Raad echter onderuit. Met ‘geleid en bestuurd’ wordt hetzelfde bedoeld als met ‘feitelijke leiding’. Deze – op het oog kleine – uitspraak van de Hoge Raad schept voor de praktijk weer de nodige duidelijkheid.
De Hoge Raad gaat ook in op de rol van de belastingadviseur. Belanghebbende voert steeds aan dat een adviseur geen ondernemingsbeslissingen kan nemen voor zijn klanten. Dus kan de vestigingsplaats van de adviseur geen invloed hebben op de fiscale vestigingsplaats. Ook dit punt houdt geen stand. De Advocaat-Generaal verwoordde dit al pakkend door te stellen: dat iets onwaarschijnlijk is, wil niet zeggen dat het niet gebeurt.
Correct is dat het aan de inspecteur is om aannemelijk te maken dat Belanghebbende fiscaal gevestigd is te Nederland. Wat Belanghebbende in deze situatie vervolgens ook niet helpt, is dat Henk niet meewerkt aan het verlenen van voldoende inzicht in stukken die mogelijk tot een ander oordeel kunnen leiden.
Belanghebbende trekt dus aan het kortste eind.
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Fiscaal jurist over woon- en vestigingsplaatsonderzoeken
Discussies over de woonplaats van individuen en / of de vestigingsplaats van vennootschappen zijn aan de orde van de dag. Het is van belang om daarbij steeds te kijken naar alle feiten en omstandigheden. Waar vroeger ‘eenvoudigerwijs’ kon worden gewezen naar de locatie waar de schoorstenen rookten, is dat tegenwoordig anders. Kapitaal is steeds mobieler geworden en ook fysieke aanwezigheid is in tijden van digitalisering geen doorslaggevende factor meer. Soms kan een belastingadviseur - die beslissingen neemt - zelf zorgen voor een bestuurder in een land (Hoge Raad 2 juli 2021)
De overduidelijke opzet om de holding buiten Nederland te houden en zo dividendbelasting te voorkomen, mislukt onder andere door lacunes in de uitvoering. Dit is geen zeldzaamheid, maar komt regelmatig voor. Het is op papier eenvoudiger om een banksaldo te verplaatsen dan een rij schoorstenen, doch indien uw bedrijf Nederland binnenkomt of verlaat, is het toch verstandig een adviseur in de arm te nemen.
Niet zelden loopt zo’n discussie met de Belastingdienst over de woonplaats of de vestigingsplaats namelijk uit op een geschil. De uitkomst van dit geschil is voor de belastingheffing van zeer groot belang. Laat u daarom altijd bijstaan door een deskundige. Neem gerust eens contact op met één van onderstaande auteurs voor een vrijblijvende kennismaking.
Bron vestigigingsplaats vennootschap
Hoge Raad d.d. 23 september 1992 ECLI:NL:HR:1992:ZC5105
Hoge Raad d.d. 17 december 2004 ECLI:NL:HR:2004:AP5230
Hoge Raad d.d. 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:48
Hoge Raad d.d. 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:47
Hoge Raad d.d. 2 juli 2021 ECLI:NL:HR:2021:1044
Advocaat-Generaal d.d. 1 december 2020 ECLI:NL:PHR:2020:1150
Vaste inrichting bij verhuur van onroerend goed
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft een vraag beantwoord van een Oostenrijkse rechter over het vaste inrichting-begrip voor de omzetbelasting (btw). De vraag was of het begrip vaste inrichting zo moet worden uitgelegd, dat er altijd sprake moet zijn van de inzet van personeel en technische middelen en er dus noodzakelijkerwijs eigen personeel van de dienstverlener in de inrichting aanwezig moet zijn. Het ging in deze zaak om de belastbare verhuur van onroerend goed, die enkel bestond uit het gedoogd gebruik. De vraag is of het onroerend goed ook zonder inzet van personeel als vaste inrichting kan worden gezien.
In dit artikel beschrijven wij het antwoord van het Hof van Justitie en gaan wij kort in op het vaste inrichting-begrip in de btw.
Het antwoord van het Hof van Justitie in het Titanium-arrest
Een verhuurd onroerend goed vormt geen vaste inrichting wanneer de eigenaar van het onroerend goed niet over eigen personeel beschikt om de dienst in verband met de verhuur te verrichten.
Het belang van de vaste inrichting voor de btw
De btw kent een eigen vaste inrichting-begrip. Dit begrip is in de nationale wetgeving niet nader gedefinieerd. Deze wetgeving is gebaseerd op de btw-richtlijn. In de btw-richtlijn zijn de volgende twee hoofdregels opgenomen:
- De plaats van een dienst, verricht voor een btw-belastingplichtige, is de plaats waar de belastingplichtige (de afnemer) de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft. Indien de diensten worden verricht voor een vaste inrichting van de afnemer die zich elders bevindt, dan geldt de plaats van de vaste inrichting als plaats van dienst;
- De plaats van dienst, verricht voor een niet-btw-belastingplichtige, is de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft. Indien de diensten worden verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, dan geldt de plaats van de vaste inrichting.
Op deze hoofdregel bestaan de nodige uitzonderingen. Eén van deze uitzonderingen ziet op onroerend goed. De plaats van een dienst die betrekking heeft op onroerend goed is de plaats waar het onroerend goed is gelegen. Wat precies een dienst is die betrekking heeft op onroerend goed, is nader uitgewerkt in de richtlijn aan de hand van enkele voorbeelden, zoals makelaarsdiensten en diensten van experts.
De zetel van bedrijfsuitoefening is de plaats waar de centrale bestuurstaken van het bedrijf worden uitgeoefend. Om als die plaats te worden aangemerkt, is het enkel hebben van een postadres ontoereikend. In twijfelachtige situaties kan worden aangesloten bij de plaats waar de voornaamste beslissingen betreffende de algemene leiding van het bedrijf worden genomen.
Het vaste inrichting-begrip in de btw-richtlijn
Zoals aangegeven is van het begrip vaste inrichting geen sluitende definitie gegeven. Wel bevatten de btw-richtlijn en de onderliggende btw-uitvoeringsverordening aanknopingspunten. In de uitvoeringsverordening is opgenomen dat een vaste inrichting iedere andere inrichting dan de zetel van bedrijfsuitoefening is, die gekenmerkt wordt door een voldoende mate van duurzaamheid en een – wat personeel en technische middelen betreft – geschikte structuur om de voor haar eigen behoeften verrichte diensten te kunnen afnemen en ter plaatse te kunnen gebruiken. Dit vaste inrichting-begrip geldt alleen ingeval de eerstgenoemde hoofdregel (de afnemer is btw-belastingplichtig) van toepassing is.
In alle andere gevallen geldt een afwijkend vaste inrichting-begrip. Gekeken moet dan worden naar iedere andere inrichting dan de zetel van bedrijfsuitoefening, die wordt gekenmerkt door een voldoende mate van duurzaamheid en een – wat personeel en technische middelen betreft – geschikte structuur om de door haar te verrichten diensten te kunnen verstrekken. Dit begrip geldt in de volgende gevallen:
- De afnemer is een niet-btw-belastingplichtige (de tweede hoofdregel van hiervoor);
- Onder voorwaarden bij kortdurende verhuur van een pleziervaartuig aan een niet-btw-belastingplichtige;
- Onder voorwaarden en onder oud recht (tot en met 31 december 2014) bij langs de elektronische weg verrichte diensten, verricht voor een niet-btw-belastingplichtige;
- Bij toepassing van verleggingsregelingen.
Het enkel hebben van een btw-identificatienummer is onvoldoende om een vaste inrichting te vormen.
Omstandigheden in het Titanium-arrest
Titanium is een vennootschap die zijn zetel van bedrijfsuitoefening op Jersey heeft. Jersey is een eiland bij de Franse kust. Titanium houdt zich bezig met onroerend goed, vermogensbeheer en wonen / huisvesting. Het bedrijf verhuurt met toepassing van btw een onroerend goed dat gelegen is te Oostenrijk. Het onroerend goed wordt verhuurd aan Oostenrijkse ondernemers. Het betreft dus een btw-belaste dienst aan een btw-belastingplichtige.
Dit zijn de enige activiteiten van Titanium in Oostenrijk. Het bedrijf besluit om een Oostenrijkse vastgoedbeheerder te machtigen om als tussenpersoon op te treden. Deze tussenpersoon brengt de huursommen en exploitatiekosten in rekening, houdt het handelsregister bij en bereidt de btw-aangiften voor. De vastgoedbeheerder verricht deze werkzaamheden (diensten) in ruimten die niet toebehoren aan Titanium.
De beslissingsbevoegdheid om huurovereenkomst aan te gaan lag onverkort bij Titanium. Dat geldt ook voor het verrichten van investeringen en reparaties en het regelen van financiering. Titanium had in feite nog steeds alles te zeggen.
Het geschil in het Titanium-arrest
Titanium meent geen btw verschuldigd te zijn over de verhuur van het onroerend goed. Er is namelijk geen sprake van een vaste inrichting in Oostenrijk. De Oostenrijkse belastingdienst is een ander oordeel toegedaan en meent dat een verhuurd onroerend goed een vaste inrichting vormt. Als gevolg daarvan is wel btw verschuldigd. Titanium verzet zich tegen dit standpunt en meent dat het verhuurde gebouw niet kan worden beschouwd als vaste inrichting, aangezien zij daar geen personeel inzet.
Hof van Justitie over verhuurd onroerend goed als vaste inrichting
Het Hof vat eerst de zaak kernachtig samen: het gaat erom of een in een lidstaat verhuurd onroerend goed een vaste inrichting kan vormen wanneer de eigenaar van het onroerend goed niet over eigen personeel beschikt om de diensten in verband met de verhuur te verrichten.
Als uitgangspunt geldt dat een vaste inrichting een zekere bestendigheid moet vertonen. Deze bestendigheid volgt uit het duurzaam over personeel en technische middelen beschikken die voor bepaalde diensten noodzakelijk zijn. Er moet dus een voldoende mate van duurzaamheid zijn en een – wat personeel en technische middelen betreft – geschikte structuur om zelfstandige verrichting van de betrokken diensten mogelijk te maken. Een structuur zonder eigen personeel kan niet onder het begrip vaste inrichting vallen. Het voorgaande volgt reeds uit twee eerdere arresten van het Hof: Planzer Luxembourg en ARO Lease.
In deze casus heeft Titanium geen eigen personeel. De personen die de beheerstaken verrichten zijn contractueel gemachtigd. Daarbij heeft Titanium zich alle belangrijke beslissingen over de verhuur voorbehouden. Een gebouw waarvoor geen personeel ter beschikking is, voldoet niet aan de geformuleerde criteria om als vaste inrichting te worden aangemerkt.
Gevolgen Titanium-arrest
Uit de beantwoording van deze vraag komt naar voren dat eigen personeel een vereiste is, ook als de activiteit waar het om gaat – zoals verhuur van onroerend goed – slechts beperkte mankracht vereist. Het Hof lijkt er waarde aan te hechten om op te merken dat de vastgoedbeheerder niet gemachtigd is om belangrijke beslissingen te maken. De vraag is of dit arrest anders uit had kunnen vallen, indien alle belangrijke beslissingen eveneens uit handen waren gegeven. Daar zal in de toekomst ongetwijfeld nog duidelijkheid over komen.
Voor de praktijk is dit arrest slechts van belang voor B2B-situaties, omdat de plaats van dienst gerelateerd aan vastgoed het land is waar het vastgoed is gelegen. Als een btw-ondernemer de afnemer is, wordt de af te dragen btw meestal verlegd naar de afnemer. Zonder verleggingsregeling, zoals bij het verlenen van diensten aan niet-ondernemers, moet de dienstverlener zich ook zonder vaste inrichting melden in het land waar het vastgoed is gelegen en aldaar omzetbelasting afdragen.
Vaste inrichting btw en advisering
Het vaste inrichting-begrip voor de btw is met name in de jurisprudentie uitgewerkt. Indien u veel zaken in het buitenland doet en daar personeel en technische middelen heeft om uw diensten te verrichten, kan het raadzaam zijn te onderzoeken of u een vaste inrichting aldaar heeft of anderszins registratieplicht voor de omzetbelasting. Dit kan voor de btw-heffing grote gevolgen hebben. Neem gerust eens vrijblijvend contact op met één van onderstaande adviseurs om over uw situatie te sparren.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft een vraag beantwoord van een Oostenrijkse rechter over het vaste inrichting-begrip voor de omzetbelasting (btw).
Fiscale woonplaats volgens Belastingdienst
Waar iemand woont is vaak een discussie met de Belastingdienst. De belangen zijn groot en regelmatig adviseren wij belastingplichtigen bij dergelijke geschillen. De inspecteur stelt al snel dat iemand in Nederland woont. Uit interne informatie van de Belastingdienst volgt ook de reden, de Belastingdienst kijkt enkel (met een loep) naar de feiten in Nederland en zoekt hier haar gelijk.
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
WOB-verzoek fiscale woonplaats
Hoe bepaalt de Belastingdienst eigenlijk waar u woont? Is dit redelijk? In dit artikel een overzicht. Er is ook interne informatie van de Belastingdienst bekend zodat we weten hoe er intern wordt beoordeeld. Dit WOB-verzoek is door ons kantoor ingediend.
Fiscale woonplaats met woning in Nederland en in buitenland
Waar iemand woont is een feitelijke vraag. De inwonersvraag moet op grond van artikel 4 lid 1 AWR worden beoordeeld (feiten en omstandigheden). Dit is maatwerk en kan per situatie en rechter dan ook verschillen. Als u niet het risico wilt lopen dat u in Nederland woont is het van belang dat uw persoonlijke en economische belangen met Nederland beperkt zijn. Dus bij voorkeur geen beleggingen, activiteiten of woningen in Nederland. Vaak stelt een belastingplichtige de vraag "mag ik dan mijn woning in Nederland niet behouden?" Dit is een lastig te beantwoorden vraag. Uit onderstaande volgt dat de rechters hier kritisch naar kijken.
In situaties waarbij iemand nog een eigen woning in Nederland heeft komen wij soms bijzondere beoordelen tegen (uitspraak Gerechtshof Amsterdam 2024). Als uitgangspunt zou de materiële werkelijkheid de doorslag moeten geven. De rechter stelt vast of een persoon een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft. Hierbij is de band met de buitenland - in eerste instantie - minder van belang (voor de belastingdienst). Sterke banden met het buitenland zeggen nog niet direct iets over het inwonerschap in Nederland. Dit komt pas aan de orde bij de zogenaamde verdragsinwonervraag. Als een inwoner een duurzame band met Nederland heeft die niet wordt onderbroken zien we vaak discussie ontstaan over de fiscale woonplaats. Wat speelde in de hiervoor genoemde casus:
- De persoon heeft een eigen woning in Nederland die gedurende 2 jaar wordt verhuurd.
- Zijn vakantiewoning in Nederland wordt af en toe verhuurd.
- Belanghebbende heeft het recht van gebruik van de eigen woning gedurende ruim 60 dagen per jaar, hiervan maakt hij ook gebruik.
- Belanghebbende was dus soms in Nederland en was ook betrokken bij de verbouwing van de vakantiewoning in Nederland.
- Belanghebbende heeft pensioen en lijfrente uitkeringen uit Nederland
- De belangrijkste bezittingen van belanghebbende liggen of zijn ondergebracht in Nederland (economische activiteit)
- Belanghebbende heeft een appartement in Spanje en een eigen woning in Duitsland.
Omdat er woningen en duurzame betrekkingen zijn met Nederland en Duitsland moet via de tiebreaker regel voor het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland worden bepaald waar hij nu echt fiscaal woonachtig is. Centraal hierbij staat met welk land de persoonlijke en economische betrekkingen het sterkst zijn (middelpunt levensbelangen). De rechtbank en het gerechtshof vinden dat deze met Nederland het sterkst zijn.
Fiscale woonplaats ondernemer België
Henk is Nederlander en hij stelt dat hij medio 2015 is geëmigreerd naar België. De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 25 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1232) is het met de inspecteur eens dat Henk (in 2017 en 2018) nog gewoon in Nederland woont. De duurzame band van persoonlijke aard is met Nederland het grootst". De belangrijkste redenen zijn:
- De nieuwe partner van Henk woont in Nederland
- De kinderen van Henk wonen nog in Nederland
- Henk heeft een woning in Nederland en
- Henk is eigenaar van meerdere Nederlandse woningen in Nederland
- Henk is eigenaar van meerdere ondernemingen in Nederland.
Het box 2 inkomen wordt met ruim € 4.400.000 verhoogd en de conserverende aanslag komt te vervallen. Met alle gezeur omtrent (a) misbruik van recht (b) niet verstrekken relevante stukken (c) stukken met verschoningsrecht, doet de rechter niks.
Fiscale woonplaats werknemer Brunei
Piet is Nederlander en werkt voor cypriotische werkgever in Brunei (periode 2008-2011). Piet is van mening dat hij in 2009 in Brunei woont. Via een derdenonderzoek komt de belastingdienst Piet op het spoor, in 2011 volgt een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (met vergrijpboete). Deze zaak was redelijk kansloos omdat
- Piet in Nederland bleef ingeschreven (deel van het jaar),
- hij in Nederland een hoofdverblijf had dat hem ter beschikking stond,
- hij ook nog in Nederland werkte voor Nederlandse werkgever,
- het in Nederland verzekerd was voor de zorgverzekeringen en
- hij in Brunei een woning huurde (tijdelijk) voor een korte periode
De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 11 september 2023 (ECLI:NL:RBZWB:2023:6396) en het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 26 februari 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:544) . De aanslag blijft in stand (dus woonplaats Nederland) en de vergrijpboete wordt vernietigd. Ook is geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden en/of winst uit onderneming.
Omtrent de boete (ruim € 50.000) stelt de inspecteur eerst dat Piet een "boefje is en listig gedrag heeft vertoodn", later wordt dit aangepast in "voorwaardelijke opzet" en vlak voor zitting (10 dagen stuk) verder aangepast in "grove schuld". De rechtbank acht opzet niet bewezen, immers geen sprake van " willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaarden om te weinig belasting te betalen". Het beroep op grove schuld (vlak voor zitting) is te laat.
Fiscale woonplaats directeur CFO van bedrijf
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Beoordeling woonplaats door Belastingdienst
De Belastingdienst kijkt bij de beoordeling waar iemand woont enkel naar de Nederlandse omstandigheden. Hiermee wordt een te beperkte en onjuiste uitleg gegeven aan de wet (artikel 4 AWR). De drempel voor de feitenbeoordeling wordt daardoor beperkt uitgelegd. In een procedure bij de Rechtbank in 2020 wordt de inspecteur over zijn vingers getikt. De weergegeven omstandigheden zijn onvoldoende om te concluderen dat de belastingplichtige in Nederland zou wonen. De rechter oordeelt dat belastingplichtige in 2015 niet in Nederland woonde. De feiten zijn gelukkig belangrijker dan de formele spelregels.
Woonplaats natuurlijke personen
Waar een mens woont is in de huidige tijd soms lastig te bepalen. De Hoge Raad heeft een open norm gegeven (feiten en omstandigheden). Het belangrijkste is of er een duurzame band van persoonlijke aard is met Nederland. De bewijslast ligt bij de inspecteur. In procedures waar wij bij betrokken zijn zien we echter dat er soms steeds meer op het bordje van belastingplichtige terechtkomt, ook belastingplichtige moet met bewijzen en feiten komen en kan niet achterover gaan leunen. Omkering van de bewijslast (dus belastingplichtige moet bewijzen) mag echter niet aan de orde komen.
Het gaat volgens de wet om de feiten en omstandigheden. De Belastingdienst kijkt dan naar:
- Waar woont uw gezin / kinderen?
- Waar woont uw partner?
- Bent u verzekerd in Nederland?
- Heeft u een woonadres in Nederland?
- U doet belangrijke dingen in Nederland (huisarts, ziekenhuis bezoek, lid verenigingen, opleidingen, sporten, etc.).
Bovenstaande onderdelen lijken relevant, maar waar de kinderen of uw (ex-)partner wonen is niet relevant voor de beoordeling van uw eigen woonplaats. Ook beperkte aanwezigheid in Nederland of een bankrekening bij de Rabobank of ABN AMRO zegt niks over uw woonplaats. De praktijk is echter weerbarstig, dit zijn namelijk wel de feiten die de inspecteur laat meewegen.
Maar wat is dan wel belangrijk?
- Waar bent u het meeste?
- Waar besteedt u de meeste vrije tijd? Waar sport u en bent u lid van een vereniging?
- Waar werkt u?
- Waar bouwt u een leven op?
- Met welk land heeft u een duurzame band?
Er moet dus worden gekeken naar de feiten in Nederland, maar wellicht nog meer naar de feiten in het buitenland. Dit laatste doet de inspecteur zelden of nooit. Zo krijg je via een trechtervisie een onjuist beeld van het totale beeld van belastingplichtige.
Fiscale woonplaats voetballer
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Wat waren de aanwijzigingen voor een woonplaats in Nederland?
- Nog ingeschreven in de basisadministratie
- Woning in Nederland (eerst een huurwoning en vanaf 2022 een koopwoning)
- Familie van Henk woont in Nederland
- Nederlandse bankrekening
- Abonnementen in Nederland (Ziggo, Netflix, mobiele telefoon, sportschool, huur woning, diverse verzekeringen, etc.
Wat waren de aanwijzingen voor een woonplaats in Duitsland?
- Dienstbetrekking in Duitsland
- Ziektekostenverzekering in Duitsland
- Auto op Duits kenteken
- Verklaringen van derden dat Henk meestal in Duitsland was voor zijn werk
- Inschrijving Duits woonadres
- Certificate of residence van de Duitse belastingdienst
De Rechtbank weegt alle omstandigheden en kijkt hierbij met name naar:
- Hoge Raad d.d. 4 maart 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6285 : Bij de uitleg van het woonplaatsbegrip uit artikel 4 van de AWR moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en het desbetreffende land. Hierbij dient geen bijzondere betekenis te worden toegekend aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land.
- Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824: Verder geldt dat de duurzame band met één land niet sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven, ofwel het middelpunt van iemands persoonlijke levensbelangen, zich in Nederland bevindt. Daardoor bestaat (in uitzonderlijke gevallen) de mogelijkheid dat iemand zowel in Nederland als in een ander land woont.
De feiten afwegende komt de Rechtbank (RO 36) tot de volgende conclusie:
De rechtbank is op grond van de onderhavige feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat - zoals verweerder heeft gesteld - eiser in de onderhavige periode een (bepaalde) duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en beschikte in Nederland onder meer over (huur)woning 2 en over de (te bouwen) woning 3. Verder woont familie van eiser in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel niet worden gezegd dat eiser daarmee in de onderhavige periode, alle omstandigheden in aanmerking nemend, (alleen) in Nederland woonde. Eiser woonde, zoals ook hierna zal worden geoordeeld, in die periode namelijk in Duitsland. Hij werkte daar fulltime en heeft het overgrote deel van zijn tijd (met de vriendin) in Duitsland doorgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee geen sprake zijn van de zich alleen in uitzonderlijke gevallen voordoende situatie van een dubbele woonplaats. Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat eiser in de onderhavige periode (ook) in Nederland woonde, is eiser voor de toepassing van het Verdrag in de onderhavige periode inwoner van Duitsland. Kijkende naar de Tie Breaker regel (artikel 4 derde lid verdrag) zijn de persoonlijke en economische banden met Duitsland het grootst.
Duurzame band met Bulgarije maar fiscale woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije.
- Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en ze waren sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland.
- In 2009 is erflater met zijn echtgenote geemigreerd en uitgeschreven uit de basisadministratie.
- In 2013 koopt erflater een woning in Bulgarije. Erflater is in Bulgarije niet geregistreerd als inwoner.
- In het kader van een boekenonderzoek komt de inspecteur in 2013 bij de woning. Tijdens het gesprek geven beide personen aan om in 2014 weer in Nederland te gaan wonen.
- In 2016 is erflater plotseling overleden.
- In Vanaf 2017 woont de echtgenote (volgens de basisadministratie) weer op dit adres.
- In geschil is of erflater in 2014 en 2015 in Nederland woont en hier aangifte inkomstenbelasting moet doen.
De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiele belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Het betaalgedrag van de erflater, de beschikbare woning en auto’s in Nederland, zijn familiebanden, vastgoed in Nederland, zijn aanwezigheid bij het boekenonderzoek en zijn functie als bestuurder van Nederlandse vennootschappen speelden hierbij een belangrijke rol. De erfgenamen stellen dat erflater in Bulgarije woont omdat hij daar met zijn vriendin (en hun gemeenschappelijke dochter) woonden en hij daar ook een onderneming dreef. De pin betalingen zouden niet door erflater zijn gedaan maar door zijn echtgenote. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Bulgarije werd vastgesteld dat de erflater voor belastingdoeleinden als inwoner van Nederland moest worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd ongegrond verklaard.
Feiten voor woonplaats waarderen of wegen?
In een arrest van de Hoge Raad (2019) en nog meer in de conclusie van de AG worden hier richtlijnen voor gegeven. Het hebben van een woning is van essentieel belang. In de hiervoor genoemde procedure bij de rechtbank had belastingplichtige geen woning, maar stond hem wel een (ouderlijke) woning ter beschikking, aldus de inspecteur. Belastingplichtige stelt dat zijn ouders in Nederland wonen, maar dat hij niet zomaar "te pas en te onpas" kan binnenwandelen en dat er op de kamer geen persoonlijke spullen staan. Als hij in de ouderlijke woning wil verblijven, moet dit altijd in en na overleg en toestemming.
Woonplaats met eigen woning in Nederland
In een uitspraak van het Hof Amsterdam d.d. 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:721) wordt de complexiteit van de fiscale woonplaatsbepaling binnen de Nederlandse belastingwetgeving onderstreept. Deze casus, waarbij een belastingplichtige, hierna te noemen X, zowel in Nederland als in Duitsland substantiële banden had, illustreert de nuances van de fiscale woonplaatsbepaling en de consequenties daarvan voor de belastingplicht.
De Casus in Vogelvlucht
X, met de Nederlandse nationaliteit, stond gedurende de jaren 2015 en 2016 grotendeels ingeschreven in Duitsland, maar behield het recht om tot 62 dagen per jaar in zijn verhuurde Nederlandse woningen te verblijven. Ondanks zijn inschrijving in Duitsland, bleef X economische activiteiten in Nederland verrichten en had hij familiebanden in Nederland. De inspecteur stelde dat X fiscaal inwoner van Nederland bleef, wat door zowel de rechtbank als het Hof Amsterdam werd bevestigd. De kern van deze bevestiging lag in de duurzame banden van persoonlijke aard die X met Nederland behield.
Aandachtspunten voor de Bepaling van de Fiscale Woonplaats
Hieronder volgt een checklist met aandachtspunten die van belang zijn bij de beoordeling van de fiscale woonplaats:
- Persoonlijke banden: De aanwezigheid van familie in Nederland weegt zwaar mee in de beoordeling van de fiscale woonplaats. Het behouden van nauwe persoonlijke relaties in Nederland kan duiden op een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
- Economische activiteiten: Het blijven verrichten van economische activiteiten in Nederland, zoals het verhuren van onroerend goed, speelt een significante rol in de bepaling van de fiscale woonplaats.
- Verblijfsduur: De daadwerkelijke verblijfsduur in Nederland versus het buitenland is een belangrijke factor. Regelmatig verblijf in Nederland, zelfs voor korte perioden, kan wijzen op het behoud van duurzame banden met Nederland.
- Woningbezit en gebruik eigen woning in Nederland: Het aanhouden en gebruiken van een woning in Nederland, zelfs als deze tijdelijk wordt verhuurd, kan indicatief zijn voor een fiscale woonplaats in Nederland.
- Inschrijving en administratieve hHandelingen: Hoewel inschrijving in het buitenland een indicatie kan zijn van verplaatsing van de woonplaats, is het niet doorslaggevend. Administratieve handelingen, zoals het openen van een bankrekening of inschrijving in het buitenland, moeten in samenhang met andere factoren worden bekeken.
- Intentie en toekomstplannen: De intentie van de belastingplichtige, zoals blijkt uit contracten voor tijdelijke verhuur en toekomstplannen om terug te keren naar Nederland, zijn relevant voor de beoordeling van de fiscale woonplaats.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een holistische benadering bij de bepaling van de fiscale woonplaats, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in acht worden genomen. Voor fiscaal juristen en belastingadviseurs is het essentieel om zich bewust te zijn van de complexiteit van deze materie en de mogelijke impact op de belastingplicht van hun cliënten. Het zorgvuldig documenteren en beoordelen van de banden met Nederland speelt een cruciale rol in het adviseren over en het bepalen van de fiscale woonplaats.
Fiscale woonplaats vader met Thaise zoon
Henk heeft een zoon (geboren 2010), samen met zijn in Thailand wonende vrouw, ze zijn niet getrouwd. De zoon heeft de Nederlandse en Thaise nationaliteit en bij zijn moeder in Thailand. In 2012 heeft Henk zijn appartement - tegen schulderkenning - verkocht aan zijn zoon en ook diverse bankrekeningen op zijn naam gezet (geschonken?). In 2016 was Henk 226 dagen in Nederland en 140 dagen in Thailand. Bij zijn verblijf in Nederland woont het in het appartement van zijn zoon. Henk is van mening dat hij in Thailand woont en buitenlands belastingplichtig in Nederland is. De inspecteur is van mening dat Henk in Nederland woont en dus ook belasting moet betalen over het vermogen van zijn zoon (50%) omdat hij het ouderlijk bezag heeft uitgeoefend. De rechtbank is het (deels) met Henk eens. Het Gerechtshof Den Haag is het op 27 juni 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2023:1296) niet met Henk eens. Voor de woonplaats moet worden gekeken naar het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand en voor de definitie van het ouderlijk bezag is het Thaise recht van belang. Het Thaise recht stelt dat beide ouders het ouderlijk gezag uitoefenen over hun kind. Het box 3 vermogen van de zoon moet niet voor 100% maar slechts voor 50% worden meegenomen (artikel 2.15 lid 4 Wet IB 2001)
Waar iemand woont wordt na omstandigheden beoordeeld (artikel 4 lid 1 AWR). Kwalificeert een persoon als inwoner van Nederland dan ontvouwt zich een bak aan wetgeving en regels met vele fiscale consequenties en verplichtingen. Er worden dus veel procedures gevoerd over de fiscale woonplaats van een natuurlijk persoon. Doorgaans is het succes voor belastingplichtige niet zo groot. In deze procedure is Henk veel in Nederland, woont zijn moeder in Nederland, heeft hij een een woning tot zijn beschikking en heeft Henk nog een adviespraktijk in Nederland. Ook heeft Henk in Thailand geen aangifte gedaan. Henk stelt dat hij alleen voor zijn werk (en vele procedures) en de afwikkeling van het overlijden van zijn moeder, in Nederland verblijft en zijn gezin in Thailand woont. Zijn persoonlijke band met Thailand is dus - voor zijn gevoel - vele malen groter.
De volgende uitspraken zijn hierbij van belang:
- Hoge Raad 13 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6824) : duurzame band met hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland zou bevinden.
- Hoge Raad 12 mei 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AR5759): voor woonplaats ook kijken naar recht in buitenlandse staat, hierbij mee wegen of de persoon in het buitenland aangifte heeft gedaan. Een persoon wordt alleen als ingezetene van Thailand beschouwd als hij in Thailand verblijft voor een totale periode van niet minder dan 180 dagen in een kalenderjaar. Voor de periode in Thailand wordt gekeken naar de inreis- en vertrekstempel in het paspoort. Omdat Henk geen inwoner is van Thailand kom je niet toe aan de tiebreakbepaling.
- Gerechtshof Den Haag 8 december 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:2762) en Hoge Raad d.d. 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:84) deze procedure gaat over dezelfde casus edoch over de periode 2011 tot en met 2015.
- Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 22 april 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:1272) en Hoge Raad 18 augustus 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1101)
Fiscale woonplaats van een butler
Een butler werkt sinds 2017 voor een sjeik in Dubai (contract voor 4 jaar), hiervoor reist hij de hele wereld over. Tot 1 juni 2017 heeft de butler een woning in Nederland. Zijn loon wordt gestort op een Nederlandse bankrekening. Volgens de butler woont hij vanaf juli 2017 in het buitenland. De sjeik is nooit langer dan 60 dagen in een land omdat hij geen fiscaal inwoner wil zijn buiten Dubai. De butler reist mee naar Engeland, Dubai en verblijft ook regelmatig op de immense boot van de sjeik. Volgens de rechter en de inspecteur woont de Butler in Nederland (terwijl hij hier zelden is). Deze procedure maakt duidelijk dat er via feiten moet worden aangetoond waar iemand woont. Rechtbank Noord Nederland 2 november 2021 ECLI:NL:RBNNE:2021:4648
Fiscale woonplaats DGA
De heer X heeft de Nederlandse nationaliteit en heeft in Nederland aangifte gedaan als binnenlands belastingplichtige. X ontvangt inkomen uit diverse Nederlandse BV's en is daarnaast DGA van een aantal Nederlandse rechtspersonen. X brengt een deel van het jaar door in Marokko waarbij hij ook een woning en sociaal leven heeft. In zijn aangifte inkomstenbelasting geeft X niet zijn wereldinkomen aan maar enkel zijn binnenlands inkomen. X is van mening dat hij in Marokko woont. De rechter en de inspecteur denken hier anders over omdat X niet slaagt in zijn bewijslast omtrent zijn woonplaats in Marokko. X maakt niet aannemelijk dat hij in 2015 (ook) fiscaal inwoner is van Marokko; hij maakt niet aannemelijk dat is voldaan aan één van de drie daarvoor geldende criteria, te weten:
- het beschikken in Marokko over een permanente verblijfsplaats (‘The place of permanent home’), of
- het aldaar hebben liggen van het middelpunt van (de sociale en) economische belangen (‘The centre of economic interest’), of
- het in een periode van 365 dagen aldaar meer dan 183 dagen verblijven.
Rechtbank Den Haag d.d. 15 december 2021 ECLI:NL:RBDHA:2021:14719
Fiscale woonplaats CFO
Henk is sinds 2012 statutair bestuurder van een concern, ongeveer 20% van zijn tijd. Henk wordt via zijn eigen holding ingehuurd via een management vergoeding (overeenkomst van opdracht). Daarnaast was Henk - voor 80% - ook nog in dienstbetrekking bij een dochteronderneming, als CFO. Henk ontving een salaris en daarnaast nog een bonus via aandelen (zogenaamde Restricted Stock Units). In 2014 wordt het hoofdkantoor van het concern naar Nederland verplaatst. Henk verhuist in april 2016 naar Nederland. De vraag is of Henk over geheel 2016 in Nederland belastingplichtig is. De inspecteur was zelfs van mening dat Henk al sinds 2012 in Nederland belastingplichtig is. De redenen hiervoor zijn:
- Henk heeft een duurzame band met Nederland;
- Henk heeft de Nederlandse nationaliteit
- Er stond Henk een huis ter beschikking in Nederland (woning van zijn echtgenote);
- Henk heeft een auto (met verzekering) in Nederland (gekocht in april 2016).
- De kinderen van Henk (uit een eerder huwelijk) wonen in Nederland.
De Rechtbank oordeelt in 2022 dat Henk voor 2016 niet in Nederland heeft gewoond. Volgens de rechter woont Henk vanaf april 2016 in Nederland (en dus ook niet vanaf 1 januari 2016). De argumenten van de inspecteur overtuigen de Rechter hierbij niet.
Onderzoek Belastingdienst naar woonplaats (woonplaatsonderzoek)
De Belastingdienst stelt soms een diepgaand onderzoek in om te bepalen waar een belastingplichtige woont. Een dergelijk onderzoek kijkt strikt naar de feiten en omstandigheden. De Inspecteur moet bewijzen dat een persoon in Nederland woont. De Belastingdienst kijkt dan op grond van nationale wetgeving of u in Nederland woont. Belangrijk bij een woonplaatsonderzoek is of u duurzame banden met Nederland heeft. Volgens de interne stukken van de Belastingdienst is het hierbij blijkbaar minder van belang of het middelpunt van uw maatschappelijk leven zich in Nederland bevindt. De belangrijkste overwegingen zijn:
- Heeft u sociale en beroepsmatige bindingen met Nederland?
- Beschikt u over een huis (duurzaam)?
- Waar verblijft uw gezin (partner) of u regulier?
- Heeft u financiële banden met Nederland (beleggingen, bedrijven, etc.)?
- Wat volgt uit uw pingedrag / bestedingen in Nederland?
Er zit geen vast patroon in de onderzoeken van de Belastingdienst naar uw woonplaats. Het is ook niet duidelijk welke zaken het zwaarst wegen, vaak is het een combinatie van factoren. De verblijfplaats van uw gezin of partner is meestal wel van belang. Aan de materiële omstandigheden (hiervoor onder 1 - 5) moet meer waarde worden gehecht dan aan de formele (inschrijving basisadministratie gemeente, uw nationaliteit, etc.).
Procedure over woonplaats natuurlijk persoon
De Belastingdienst kijkt naar zaken die haar juist lijken en beoordeelt deze statisch. Zo wordt er niet gekeken naar de situatie in het buitenland of naar zaken die ervoor zorgen dat u wellicht niet zoveel binding met Nederland heeft. Alles wat u een binding met Nederland geeft is voor de Belastingdienst van belang. U bent ook verplicht om vragen van de Belastingdienst te beantwoorden (meestal, edoch niet altijd).
Fiscale woonplaats zonder woning
Henk heeft geen woning in Nederland en woont formeel op Guernsey. In een procedure bij het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden (ECLI:N::GHARL:2019:4321) moest worden vastgesteld waar Henk zijn fiscale woonplaats had. De feiten:
- Henk heeft de Nederlandse nationaliteit.
- In 1993 is Henk gescheiden van zijn vrouw, sinds 1996 heeft Henk een relatie met een vrouw die in Engeland woont.
- Volgens de gemeentelijke basisadministratie woont Henk op Guernsey.
- De kinderen van Henk wonen in België en Schotland.
- Henk is voor zijn ziektekosten verzekerd in Nederland.
- De meest consumptieve uitgaven doet Henk in Nederland.
- Henk is Ultimate Beneficiair Owner van de Gibraltarese vennootschap Y Ltd.
- Henk heeft een boot in Nederland.
- Henk heeft een tweetal abonnementen voor een mobiele telefoon in Nederland.
- Aan Henk zijn navorderingsaanslagen opgelegd i.v.m. buitenlandse bankrekeningen / inkomsten.
Zowel de rechtbank als het Gerechtshof zijn van mening dat Henk in Nederland woont en hier ook belasting moet betalen.
Noot fiscaal jurist over fiscale woonplaats
Wij zien de laatste jaren steeds vaker dat de Belastingdienst onderzoeken instelt naar de feitelijke woonplaats van iemand. Belangrijkste aandachtspunten en fouten zijn:
- De persoon is vaak bij zijn gezin in Nederland.
- De Belastingdienst kijkt met een tunnelvisie naar de feiten.
- Men is niet ingeschreven in het buitenland en heeft nog veel banden met Nederland.
Als u echt wilt emigreren, denk dan aan het volgende:
- Doe een emigratie-aangifte (M-aangifte).
- Zorg voor uitschrijving uit Nederland.
- Knip eenvoudige bindingen met Nederland door (ziektekosten, auto, verzekeringen, lidmaatschappen, etc.).
- Stop uw telefoonabonnement in Nederland.
- Aanhouden van een woning (die niet extern wordt verhuurd) heeft niet direct de voorkeur (let op gebruik van de woning dat is te herleiden door gebruik gas / water / elektra / telefoon / tv / internet).
- Let op gebruik van creditcards / pinbetalingen, etc.
- Sociale media kan een tijdlijn weergeven.
- Hou gedurende de eerste jaren een duidelijke agenda bij (waar was u, wat deed u, etc.).
- Overweeg om (ook) een buitenlandse nationaliteit aan te nemen (besparen erfbelasting).
- Breng uw beleggingen (bank) buiten Nederland.
Soms stuurt de Belastingdienst een vragenbrief of een informatiebeschikking met veel vragen. Deze gaan vaak over: bankafschriften, beleggingen, creditcardinformatie, stortingen en opnamen, overzicht bedrijven en panden, etc. Beoordeel vanaf het begin of u de informatie moet verstrekken en schakel een specialist in.
Bron fiscale woonplaats
Rechtbank Zeeland - West Brabant d.d. 5 november 2020 ECLI:NL:RBZWB:2020:5436
Interne stukken Belastingdienst (WOB verzoek januari 2019)
Hof Amsterdam 22 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5750
Rechtbank Noord-Nederland 4 april 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1229
Rechtbank Den Haag 8 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15731
Hof Den Haag 25 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2182
Hof Den Haag 10 maart 2015, nummer BK-14/00457
Exploitatie schip in het internationaal verkeer
In grensoverschrijdende situaties kan dubbele belastingheffing optreden. Daarom hebben landen verdragen met elkaar gesloten. Op grond van deze verdragen wordt het heffingsrecht over bepaalde inkomens- en vermogensbestanddelen aan een (of beide) land(en) toegewezen. Veel verdragen die Nederland heeft gesloten zijn gebaseerd op het modelverdrag van de OESO. Daarom kan de uitleg die aan de inhoud van een verdrag wordt gegeven ook van toepassing zijn op andere verdragen. In dit artikel betreft het een tweetal kwesties over het verdrag Nederland - Zwitserland.
Voorkoming dubbele belasting ook voor opgebouwde verlofdagen
De aftrek ter voorkoming van dubbele belasting betreft niet alleen het loon over de fysiek aan boord (bijvoorbeeld van schip of vliegtuig) gewerkte dagen maar ook over de verlofdagen die de werknemer met zijn werk opbouwt en op een later moment opneemt, dit aldus een uitspraak van de Rechtbank Noord Nederland d.d. 20 mei 2025 ECLI:NL:RBNNE:2025:1923. In dit voorbeeld ging het om iemand die op een schip werkte en aftrek ter voorkoming van dubbele belasting claimde. In de kern gaat het om de uitleg van belastingverdragen, meestal staat hierin opgenomen "de ter zake daarvan verkregen beloning". De inspecteur was van mening dat dit enkel op "geld" ging en dus niet om verlofuren. De rechtbank keek bij deze uitspraak mede naar een arrest van de Hoge Raad d.d. 23 september 2005 ECLI:NL:HR:2005:AP1424, omdat de belastingplichtige 12 uur per dag werkte.
Werken op een schip en belastingen
Het gaat om geschil over de uitleg van het verdragsartikel inzake niet-zelfstandige arbeid. Dit artikel bevat een uitzonderingsbepaling die van belang is bij schepen en luchtvaartuigen. Indien iemand loon ontvangt voor werkzaamheden aan boord van een schip / luchtvaartuig dat in het internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, mag het land heffen waar de plaats van leiding van de onderneming is gelegen. De actuele discussie spitst zich toe op het begrip exploitatie in het internationaal verkeer. De Advocaat-Generaal heeft in de twee zaken recent een conclusie genomen. Wij beschrijven hierna eerst de beide geschillen en gaan daarna in op de uitleg van het begrip exploitatie in het internationaal verkeer.
Wij merken hier reeds op dat de bepaling in het modelverdrag die hier in geding is in 2017 is gewijzigd. De reikwijdte van het begrip exploitatie in het internationaal verkeer is niet gewijzigd. Aangezien veel verdragen van vóór 2017 dateren, zal de aanstaande uitspraak van de Hoge Raad daarom nog steeds van belang zijn. Onder het modelverdrag per 2017 mag de woonstaat heffen en niet de staat waar de onderneming is gevestigd.
Zaak 1: de overbrenging van een schip
In deze zaak gaat het om iemand die werkzaam is aan boord van een schip. Het schip kan platforms vervoeren en leidingen leggen. Het schip wordt eerst vervoerd om te worden afgebouwd. Daarna vaart het voor tests uit op de Noordzee. De belanghebbende werkt aan boord van het schip, zowel tijdens de bouw, de overbrenging als tijdens de afbouw. Er zijn geen werkzaamheden verricht in het land waar de leiding van de onderneming is gelegen. Belanghebbende meent dat sprake is van exploitatie in het internationaal verkeer; de Belastingdienst is een ander oordeel toegedaan.
Zaak 2: het leggen van pijpleidingen
In deze zaak gaat het om iemand die werkt aan boord van een schip dat gebruikt wordt voor het leggen van pijpleidingen. Ook deze persoon verricht geen werkzaamheden in het land waar de leiding van de onderneming is gelegen. Belanghebbende meent dat sprake is van exploitatie in het internationaal verkeer; de Belastingdienst is een ander oordeel toegedaan.
Heffing inkomstenbelasting bij schipper
In de meeste gevallen is het belang gelegen bij het wel / niet in Nederland verschuldigd zijn van belasting. De hoofdregel die bij het Zwitserland verdrag geldt is dat Nederland heft over inkomen uit niet-zelfstandige arbeid, tenzij de dienstbetrekking in Zwitserland is uitgeoefend. Indien geen werkzaamheden in Zwitserland zijn verricht, mag Nederland dus over het loon heffen. Dat is anders indien de uitzondering van toepassing is waar deze kwesties op zien: dan mag het land van vestiging van de onderneming heffen: Zwitserland. Nederland is dan gehouden om dubbele belastingheffing te voorkomen.
Het begrip exploitatie in het internationaal verkeer
Nederland en Zwitserland hebben hun verdrag gebaseerd op het modelverdrag van de OESO. Het verdrag bevat een definitie van de term internationaal verkeer, maar niet van de term exploitatie. Wij behandelen hierna eerst de term internationaal verkeer en daarna de term exploitatie.
Internationaal verkeer wordt in het verdrag beschreven als vervoer met een schip / luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de werkelijke leiding in een verdragsstaat is gelegen, behalve wanneer het schip / luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere verdragsluitende staat zijn gelegen. De onderneming waar het in deze kwesties om draait is gevestigd te Zwitserland. Dat betekent dat de werkelijke leiding in één van de verdragstaten is gelegen. De activiteiten zien in ieder geval niet uitsluitend op verkeer tussen plaatsen in Nederland (de andere verdragsstaat), zodat aan die regel niet zal worden toegekomen. De OESO heeft in het commentaar opgemerkt dat de uitleg van het begrip internationaal verkeer ruimer is dan in het ‘spraakgebruik’.
Het begrip exploitatie wordt in het verdrag niet behandeld. De Advocaat-Generaal sluit in zijn conclusie aan bij de uitleg van het begrip exploitatie in een ander artikel van het verdrag. Het gaat dan specifiek om het artikel dat ziet op zeevaart, binnenvaart en luchtvaart. De Advocaat-Generaal geeft aan dat onder exploitatie moet worden verstaan het behalen van winst met commerciële vervoersactiviteiten. Het verschil tussen het artikel in kwestie en het artikel waar de Advocaat-Generaal zich op beroept is niet gelegen in de (mogelijke) betekenis van dit begrip, maar in de aard van het inkomen. Het artikel in kwestie ziet op arbeidsbeloningen en het andere artikel op voordelen uit zeevaart. Dat de Advocaat-Generaal aansluit bij de uitleg van het begrip in het andere artikel, komt ons daarom redelijk voor.
Exploitatie in het internationaal verkeer en arbeidsbeloning
Het artikel in kwestie gaat over arbeidsbeloningen en is door de OESO voorzien van uitgebreid commentaar. Het commentaar op de regels bij exploitatie in het internationaal verkeer van een schip / luchtvaartuig is echter bijzonder kort. Deze begrippen zijn – zoals eerder opgemerkt – uitgebreider toegelicht in het artikel over voordelen uit zeevaart. Mede daarom wordt de toelichting bij het voordeelartikel ook bij de zaak betrokken.
In deze toelichting wordt aangegeven welke voordelen tot exploitatie in het internationaal verkeer worden gerekend. Het gaat dan in de eerste plaats om voordelen die direct voortvloeien uit het vervoeren van passagiers of goederen door schepen / luchtvaartuigen. Door de jaren heen is de transportwereld echter doorontwikkeld. Daarom behoren tot de voordelen in de tweede plaats ook die voordelen die voortvloeien uit activiteiten die direct verbonden zijn met het vervoeren van passagiers of goederen. Tot slot mogen ook voordelen die niet direct verbonden zijn met het vervoeren van passagiers of goederen tot het begrip worden gerekend, zolang deze maar bijkomstig zijn aan het vervoeren van passagiers of goederen. De term bijkomstigheid is nog iets verder verduidelijkt. Van bijkomstigheid is sprake als de activiteit niet gezien kan worden als afzonderlijke bezigheid of afzonderlijke bron van inkomen voor de onderneming. Het zal er vermoedelijk op uitdraaien dat dit beoordeeld moet worden vanuit het oogpunt van een fictieve, gemiddelde buitenstaander, doch daarover bestaat nog geen zekerheid. Dit lijkt ook geen onderdeel van het geschil te zijn en zal vermoedelijk in de uitspraak niet aan de orde komen.
De Advocaat-Generaal haalt nog een andere, interessante bron aan. Deze bron beschrijft dat voordelen uit activiteiten voor de constructie (bouw) van schepen buiten het begrip vallen. Het begrip ziet alleen op transportgerelateerde aangelegenheden.
De conclusie fiscale heffing schip
Vaststaat dat de periode waarin de kwestie speelt, de periode is voordat het schip voor de eerste keer commercieel is gebruikt. Naar spreektaal is sprake van internationaal verkeer; het schip gaat namelijk van land 1 naar land 2. Dat is echter onvoldoende, zo blijkt uit bovenstaande uiteenzetting over de begrippen. De Advocaat-Generaal merkt op dat:
- het schip nog niet klaar was voor commercieel gebruik;
- het schip verplaatsen van land 1 naar land 2, waarbij ook goederen en personen aan boord waren, niet een op voordeelgerichte activiteit is waarbij de uitleg van het begrip op wordt gedoeld. Het gaat in deze kwestie namelijk om de afbouw en de afbouw hangt verder niet (voldoende) samen met de exploitatie.
Tot slot wordt nog opgemerkt dat deze periode geen dienst is verricht die ziet op het vervoeren van passagiers / goederen. De belanghebbende trekt hier dus aan het kortste eind.
De conclusie bij het leggen van pijpleidingen
Het leggen van pijpleidingen gebeurt op diverse wijzen. Bij een aantal van de methodes worden twee schepen gebruikt. Het eerste schip vervoert de pijpleiding en het tweede schip (gelijktijdig) de bemanning / arbeidskrachten. De vraag is dan of het tweede schip wordt meegetrokken met de activiteiten van het eerste (of andersom).
De Advocaat-Generaal weet te putten uit een scala aan bronnen waaruit naar voren komt dat dit niet het geval is. Daar komt nog bij dat in de lagere rechtspraak in Nederland over dit type vraag niet altijd op dezelfde wijze wordt geantwoord. Uit het feitencomplex komt naar voren dat het schip waar de belanghebbende op heeft gewerkt, als hoofdactiviteit het leggen van pijpleidingen heeft. Dat wordt als iets anders beschouwd dan het vervoeren van pijpleidingen. Dat het schip voldoende geschikt is om pijpleidingen te vervoeren doet daaraan niet af. Het vervoer is slechts een ondersteunende taak in het kader van de hoofdtaak: het leggen van pijpleidingen. De uitzonderingsbepaling is dus niet van toepassing.
Toetsingskader bij exploitatie in het internationaal verkeer
Uit de conclusie leiden wij af dat de voornaamste vraag steeds zal zijn of sprake is van commerciële vervoersactiviteiten, daarmee samenhangende activiteiten en / of bijkomstige activiteiten. Indien daarvan geen sprake is, kan ook geen sprake zijn van de uitzonderingsbepaling over loon uit dienstbetrekking bij de exploitatie van een schip / luchtvaartuig in het internationaal verkeer.
Internationale dienstbetrekking en advisering
Indien u woont in Nederland en werkt in het buitenland (of andersom), krijgt u te maken met het risico op dubbele belastingheffing. Het voordeel aan Nederland is het uitgebreide verdragennetwerk. Het verdragennetwerk kent als nadeel dat de toepassing ervan vaak complex is. Indien u in zich in deze situatie bevindt, kunt u gerust eens vrijblijvend contact opnemen met één van onderstaande auteurs, om te kijken wat wij voor u kunnen betekenen.
ECLI:NL:PHR:2021:476,
Parket bij de Hoge Raad, 20/03228 (rechtspraak.nl)
ECLI:NL:PHR:2021:478,
Parket bij de Hoge Raad, 20/03227 (rechtspraak.nl)
Werken in twee of meer EU-landen en premieheffing
Premieheffing is een ingewikkeld onderwerp, zeker als het gaat over grensoverschrijdende situaties. In dit artikel gaan wij in op de regels bij premieheffing op het moment dat u (of uw klant) in de EU in twee verschillende landen werkt. Dat kan bijvoorbeeld voorkomen op het moment dat iemand werkzaamheden in Nederland en in Spanje verricht. In dit artikel gaan wij in op de hoofdregels, maar wij wijzen er vooraf al op dat een uitputtend overzicht geven bijna ondoenlijk is. Zo gelden aparte regels voor bijvoorbeeld ambtenaren en wegvervoerders. Dit artikel behandelt alleen het werken in loondienst. Onder het werken in loondienst wordt, vanuit Nederlands perspectief, verstaan: het zijn van werknemer voor de werknemersverzekeringen. Let op! Het is belangrijk een duidelijk onderscheid te maken met detachering. Daarvoor gelden namelijk andere regels. Wij gaan in een ander artikel in op het verrichten van werkzaamheden anders dan in loondienst en detacheringswerkzaamheden.
Werken in twee of meer EU-landen en regelgeving
Dit artikel is geschreven voor de situatie dat sprake is van werken in twee EU-landen. In deze situatie is meestal de Verordening 883/2004 van toepassing, alsmede de hierbij behorende uitvoeringsverordening 987/2009. Het doel van deze verordening is om aan te wijzen in welk land iemand sociaal verzekeringsplichtig is. Deze verordening kent zogenaamde exclusieve werking. Dit houdt in dat, als iemand onder de verordening valt, slechts het stelsel van één lidstaat op hem van toepassing is.
Werkenden vallen eerder onder deze bepaling dan zij denken. Indien iemand een werkgever in Duitsland heeft, maar hij regelmatig werkzaamheden vanuit Nederland verricht, dan kan deze bepaling al aan bod komen.
Werken in twee of meer EU-landen: waar sociaal verzekerd?
Er zijn veel mensen die in twee of meer EU-landen werken, soms zonder het zelf echt door te hebben. Dit artikel gaat specifiek over de situaties dat in twee of meer landen arbeid wordt verricht. Het kan zijn dat de persoon dit doet voor één werkgever, maar de situatie kan zich ook voordoen dat sprake is van meerdere werkgevers.
De verordening wijst aan in welk land de werkende verzekeringsplichtig is. De bepalingen kennen een duidelijke rangorde. De eerste stap is daarom altijd om te kijken of de persoon in kwestie een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht in zijn woonstaat. Indien dit het geval is, dan is de wetgeving van de woonstaat van toepassing.
Bij de beoordeling of sprake is van een substantieel gedeelte moet worden gekeken naar de relevante feiten en omstandigheden en in ieder geval naar de arbeidstijd en / of het loon. Dit is geregeld in de eerdergenoemde uitvoeringsverordening. Indien blijkt dat ten minste 25% van de arbeidstijd in de woonstaat wordt ingevuld en / of dat 25% van het loon in de woonstaat wordt verdiend, dan geldt dit als een belangrijke indicator voor het voldoen aan het vereiste van een substantieel gedeelte.
Werken in twee of meer EU-landen: geen substantieel gedeelte in de woonstaat
Het kan zijn dat geen sprake is van het verrichten van arbeid voor een substantieel gedeelte in het woonland. De verordening bevat voor deze situatie diverse regels, die zich als volgt laten weergeven:
- Indien wordt gewerkt voor één werkgever, geldt de wetgeving van het land waar de werkgever is gevestigd.
- Indien wordt gewerkt voor meer dan één werkgever die in hetzelfde land zijn gevestigd, geldt de wetgeving van het land waar de werkgevers zijn gevestigd.
- Indien wordt gewerkt voor twee werkgevers, waarvan er één is gevestigd in het woonland, dan geldt de wetgeving van de werkgever die niet in het woonland is gevestigd.
- Indien wordt gewerkt voor twee of meer werkgevers, waarvan er niet één in de woonstaat van de werknemer is gevestigd en die werkgevers in verschillende lidstaten zijn gevestigd, dan geldt de wetgeving van het woonland.
- Indien de werkgever buiten de EU is gevestigd en de werkzaamheden worden in twee of meer lidstaten verricht, dan geldt de wetgeving van het woonland.
Werken in twee of meer EU-landen: vestigingsplaats werkgever
Er is hiervoor een aantal keren verwezen naar de vestigingsplaats van de werkgever. Maar waar is die nu gelegen? Vaak zal dit niet ter discussie staan en blijken uit de feitelijke situatie. Bij complicaties dient echter te worden gekeken naar de plaats waar de voornaamste beslissingen betreffende de onderneming worden genomen en waar de centrale bestuurstaken worden uitgevoerd.
Werken in twee of meer EU-landen: zekerheid krijgen
Het is logisch dat uzelf of uw klanten zekerheid willen over waar premies zijn verschuldigd. Premies zijn immers een kostbare aangelegenheid en niemand wil gedoe met bestuursorganen. Daarom is er een duidelijke, administratieve procedure om die zekerheid te krijgen. Deze procedure werkt op hoofdlijnen als volgt.
De werknemer stelt het aangewezen orgaan (in Nederland de SVB) in kennis van de situatie. De SVB (of haar buitenlandse collega) beoordeelt dan in ieder geval de volgende elementen:
- In welke landen worden werkzaamheden verricht;
- In welke landen zijn de werkgevers gevestigd.
De SVB beoordeelt vervolgens de situatie op basis van de aangeleverde stukken en stelt vast van welk land de wetgeving van toepassing is. De SVB informeert de andere betrokken lidstaten hierover. De werknemer krijgt vervolgens een document met deze vaststelling. Dit wordt een A1-verklaring genoemd. Er zijn landen die zo’n verklaring voor buitenlandse werknemers verplicht hebben gesteld.
Advies bij premieheffing
Premieheffing blijft vaak onderbelicht, maar kan verstrekkende gevolgen hebben. Laat u daarom voorlichten over de gevolgen van grensoverschrijdende arbeid. Dat geldt als u zelf een buitenlandse werkgever vindt, u in Nederland komt werken of als u, bijvoorbeeld in de vorm van detachering, in het buitenland te werk wordt gesteld. De auteurs van dit artikel helpen u graag.
Emigratie en fiscale woonplaats
Waar iemand fiscaal woont, is vaak onderwerp van onderzoek en discussie met de Belastingdienst. Het komt voor dat iemand gevoelsmatig in het buitenland woont, maar dat de Nederlandse fiscus hier anders over denkt. Hof Den Haag heeft in mei 2018 een uitspraak (ECLI:NL:GHDHA:2018:1780) gedaan die heel mooi aangeeft hoe hier naar gekeken dient te worden. De Hoge Raad heeft op 21 december 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2420) deze uitspraak bevestigd.
Wanneer ben je inwoner volgens de nationale wetgeving?
De vraag die uiteindelijk beantwoord moet worden is waar iemand belastingplichtig is voor zijn wereldinkomen en vermogen. Wanneer er banden zijn met meerdere staten geeft een belastingverdrag de richtlijnen op basis waarvan de vraag beantwoord kan worden. Om te kwalificeren als inwoner volgens een belastingverdrag is het noodzakelijk dat je ingevolge de wetgeving van een staat onderworpen bent aan belasting op grond van een woonplaats, verblijf of soortgelijke omstandigheid.
Voor Nederland is dit bepaald in artikel 4 van de Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR). Hierin staat dat waar iemand woont naar omstandigheden wordt beoordeeld. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer er sprake is van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland, er sprake is van inwonerschap in Nederland. Hierdoor word je vrij snel aangemerkt als inwoner van Nederland.
Fiscale woonplaats ondernemer België
Henk is Nederlander en hij stelt dat hij medio 2015 is geëmigreerd naar België. De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 25 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1232) is het met de inspecteur eens dat Henk (in 2017 en 2018) nog gewoon in Nederland woont. De duurzame band van persoonlijke aard is met Nederland het grootst". De belangrijkste redenen zijn:
- De nieuwe partner van Henk woont in Nederland
- De kinderen van Henk wonen nog in Nederland
- Henk heeft een woning in Nederland en
- Henk is eigenaar van meerdere Nederlandse woningen in Nederland
- Henk is eigenaar van meerdere ondernemingen in Nederland.
Het box 2 inkomen wordt met ruim € 4.400.000 verhoogd en de conserverende aanslag komt te vervallen. Met alle gezeur omtrent (a) misbruik van recht (b) niet verstrekken relevante stukken (c) stukken met verschoningsrecht, doet de rechter niks.
Fiscale woonplaats werknemer Brunei
Piet is Nederlander en werkt voor cypriotische werkgever in Brunei (periode 2008-2011). Piet is van mening dat hij in 2009 in Brunei woont. Via een derdenonderzoek komt de belastingdienst Piet op het spoor, in 2011 volgt een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (met vergrijpboete). Deze zaak was redelijk kansloos omdat
- Piet in Nederland bleef ingeschreven (deel van het jaar),
- hij in Nederland een hoofdverblijf had dat hem ter beschikking stond,
- hij ook nog in Nederland werkte voor Nederlandse werkgever,
- het in Nederland verzekerd was voor de zorgverzekeringen en
- hij in Brunei een woning huurde (tijdelijk) voor een korte periode
De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 11 september 2023 (ECLI:NL:RBZWB:2023:6396) en het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 26 februari 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:544) . De aanslag blijft in stand (dus woonplaats Nederland) en de vergrijpboete wordt vernietigd. Ook is geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden en/of winst uit onderneming.
Omtrent de boete (ruim € 50.000) stelt de inspecteur eerst dat Piet een "boefje is en listig gedrag heeft vertoodn", later wordt dit aangepast in "voorwaardelijke opzet" en vlak voor zitting (10 dagen stuk) verder aangepast in "grove schuld". De rechtbank acht opzet niet bewezen, immers geen sprake van " willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaarden om te weinig belasting te betalen". Het beroep op grove schuld (vlak voor zitting) is te laat.
Fiscale woonplaats directeur CFO van bedrijf
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Fiscale woonplaats voetballer
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Wat waren de aanwijzigingen voor een woonplaats in Nederland?
- Nog ingeschreven in de basisadministratie
- Woning in Nederland (eerst een huurwoning en vanaf 2022 een koopwoning)
- Familie van Henk woont in Nederland
- Nederlandse bankrekening
- Abonnementen in Nederland (Ziggo, Netflix, mobiele telefoon, sportschool, huur woning, diverse verzekeringen, etc.
Wat waren de aanwijzingen voor een woonplaats in Duitsland?
- Dienstbetrekking in Duitsland
- Ziektekostenverzekering in Duitsland
- Auto op Duits kenteken
- Verklaringen van derden dat Henk meestal in Duitsland was voor zijn werk
- Inschrijving Duits woonadres
- Certificate of residence van de Duitse belastingdienst
De Rechtbank weegt alle omstandigheden en kijkt hierbij met name naar:
- Hoge Raad d.d. 4 maart 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6285 : Bij de uitleg van het woonplaatsbegrip uit artikel 4 van de AWR moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en het desbetreffende land. Hierbij dient geen bijzondere betekenis te worden toegekend aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land.
- Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824: Verder geldt dat de duurzame band met één land niet sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven, ofwel het middelpunt van iemands persoonlijke levensbelangen, zich in Nederland bevindt. Daardoor bestaat (in uitzonderlijke gevallen) de mogelijkheid dat iemand zowel in Nederland als in een ander land woont.
De feiten afwegende komt de Rechtbank (RO 36) tot de volgende conclusie:
De rechtbank is op grond van de onderhavige feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat - zoals verweerder heeft gesteld - eiser in de onderhavige periode een (bepaalde) duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en beschikte in Nederland onder meer over (huur)woning 2 en over de (te bouwen) woning 3. Verder woont familie van eiser in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel niet worden gezegd dat eiser daarmee in de onderhavige periode, alle omstandigheden in aanmerking nemend, (alleen) in Nederland woonde. Eiser woonde, zoals ook hierna zal worden geoordeeld, in die periode namelijk in Duitsland. Hij werkte daar fulltime en heeft het overgrote deel van zijn tijd (met de vriendin) in Duitsland doorgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee geen sprake zijn van de zich alleen in uitzonderlijke gevallen voordoende situatie van een dubbele woonplaats. Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat eiser in de onderhavige periode (ook) in Nederland woonde, is eiser voor de toepassing van het Verdrag in de onderhavige periode inwoner van Duitsland. Kijkende naar de Tie Breaker regel (artikel 4 derde lid verdrag) zijn de persoonlijke en economische banden met Duitsland het grootst.
Duurzame band met Bulgarije maar fiscale woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije.
- Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en ze waren sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland.
- In 2009 is erflater met zijn echtgenote geemigreerd en uitgeschreven uit de basisadministratie.
- In 2013 koopt erflater een woning in Bulgarije. Erflater is in Bulgarije niet geregistreerd als inwoner.
- In het kader van een boekenonderzoek komt de inspecteur in 2013 bij de woning. Tijdens het gesprek geven beide personen aan om in 2014 weer in Nederland te gaan wonen.
- In 2016 is erflater plotseling overleden.
- In Vanaf 2017 woont de echtgenote (volgens de basisadministratie) weer op dit adres.
- In geschil is of erflater in 2014 en 2015 in Nederland woont en hier aangifte inkomstenbelasting moet doen.
De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiele belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Het betaalgedrag van de erflater, de beschikbare woning en auto’s in Nederland, zijn familiebanden, vastgoed in Nederland, zijn aanwezigheid bij het boekenonderzoek en zijn functie als bestuurder van Nederlandse vennootschappen speelden hierbij een belangrijke rol. De erfgenamen stellen dat erflater in Bulgarije woont omdat hij daar met zijn vriendin (en hun gemeenschappelijke dochter) woonden en hij daar ook een onderneming dreef. De pin betalingen zouden niet door erflater zijn gedaan maar door zijn echtgenote. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Bulgarije werd vastgesteld dat de erflater voor belastingdoeleinden als inwoner van Nederland moest worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd ongegrond verklaard.
Onderworpen aan belastingheffing bij emigratie
Vervolgens moet worden beoordeeld of je ook als inwoner van de andere staat wordt aangemerkt en op grond daarvan bent onderworpen aan belastingheffing. Het beste bewijs is natuurlijk dat je daadwerkelijk belasting hebt betaald. Dit is echter geen vereiste. De inspecteur en / of de rechtbank moet zich zelf een oordeel vormen op basis van de wetgeving van de betreffende staat. Het kan dus voorkomen dat je op grond van de plaatselijke wetgeving belasting zou moeten betalen, maar dat dit feitelijk niet gebeurt. Je bent dan alsnog fiscaal inwoner van die staat op basis van het verdrag.
Het Hof geeft in deze zaak een mooi voorbeeld hoe dit vastgesteld dient te worden. Omdat belanghebbende niet met overtuigend bewijs komt, gaat het Hof op basis van de VS wetgeving beoordelen of er sprake is van onderworpenheid. Zij komt tot de conclusie dat dit niet het geval is.
Woonplaats met eigen woning in Nederland
In een uitspraak van het Hof Amsterdam d.d. 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:721) wordt de complexiteit van de fiscale woonplaatsbepaling binnen de Nederlandse belastingwetgeving onderstreept. Deze casus, waarbij een belastingplichtige, hierna te noemen X, zowel in Nederland als in Duitsland substantiële banden had, illustreert de nuances van de fiscale woonplaatsbepaling en de consequenties daarvan voor de belastingplicht.
De Casus in Vogelvlucht
X, met de Nederlandse nationaliteit, stond gedurende de jaren 2015 en 2016 grotendeels ingeschreven in Duitsland, maar behield het recht om tot 62 dagen per jaar in zijn verhuurde Nederlandse woningen te verblijven. Ondanks zijn inschrijving in Duitsland, bleef X economische activiteiten in Nederland verrichten en had hij familiebanden in Nederland. De inspecteur stelde dat X fiscaal inwoner van Nederland bleef, wat door zowel de rechtbank als het Hof Amsterdam werd bevestigd. De kern van deze bevestiging lag in de duurzame banden van persoonlijke aard die X met Nederland behield.
Aandachtspunten voor de Bepaling van de Fiscale Woonplaats
Hieronder volgt een checklist met aandachtspunten die van belang zijn bij de beoordeling van de fiscale woonplaats:
- Persoonlijke banden: De aanwezigheid van familie in Nederland weegt zwaar mee in de beoordeling van de fiscale woonplaats. Het behouden van nauwe persoonlijke relaties in Nederland kan duiden op een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
- Economische activiteiten: Het blijven verrichten van economische activiteiten in Nederland, zoals het verhuren van onroerend goed, speelt een significante rol in de bepaling van de fiscale woonplaats.
- Verblijfsduur: De daadwerkelijke verblijfsduur in Nederland versus het buitenland is een belangrijke factor. Regelmatig verblijf in Nederland, zelfs voor korte perioden, kan wijzen op het behoud van duurzame banden met Nederland.
- Woningbezit en gebruik eigen woning in Nederland: Het aanhouden en gebruiken van een woning in Nederland, zelfs als deze tijdelijk wordt verhuurd, kan indicatief zijn voor een fiscale woonplaats in Nederland.
- Inschrijving en administratieve hHandelingen: Hoewel inschrijving in het buitenland een indicatie kan zijn van verplaatsing van de woonplaats, is het niet doorslaggevend. Administratieve handelingen, zoals het openen van een bankrekening of inschrijving in het buitenland, moeten in samenhang met andere factoren worden bekeken.
- Intentie en toekomstplannen: De intentie van de belastingplichtige, zoals blijkt uit contracten voor tijdelijke verhuur en toekomstplannen om terug te keren naar Nederland, zijn relevant voor de beoordeling van de fiscale woonplaats.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een holistische benadering bij de bepaling van de fiscale woonplaats, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in acht worden genomen. Voor fiscaal juristen en belastingadviseurs is het essentieel om zich bewust te zijn van de complexiteit van deze materie en de mogelijke impact op de belastingplicht van hun cliënten. Het zorgvuldig documenteren en beoordelen van de banden met Nederland speelt een cruciale rol in het adviseren over en het bepalen van de fiscale woonplaats.
Fiscale woonplaats vader met Thaise zoon
Henk heeft een zoon (geboren 2010), samen met zijn in Thailand wonende vrouw, ze zijn niet getrouwd. De zoon heeft de Nederlandse en Thaise nationaliteit en bij zijn moeder in Thailand. In 2012 heeft Henk zijn appartement - tegen schulderkenning - verkocht aan zijn zoon en ook diverse bankrekeningen op zijn naam gezet (geschonken?). In 2016 was Henk 226 dagen in Nederland en 140 dagen in Thailand. Bij zijn verblijf in Nederland woont het in het appartement van zijn zoon. Henk is van mening dat hij in Thailand woont en buitenlands belastingplichtig in Nederland is. De inspecteur is van mening dat Henk in Nederland woont en dus ook belasting moet betalen over het vermogen van zijn zoon (50%) omdat hij het ouderlijk bezag heeft uitgeoefend. De rechtbank is het (deels) met Henk eens. Het Gerechtshof Den Haag is het op 27 juni 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2023:1296) niet met Henk eens. Voor de woonplaats moet worden gekeken naar het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand en voor de definitie van het ouderlijk bezag is het Thaise recht van belang. Het Thaise recht stelt dat beide ouders het ouderlijk gezag uitoefenen over hun kind. Het box 3 vermogen van de zoon moet niet voor 100% maar slechts voor 50% worden meegenomen (artikel 2.15 lid 4 Wet IB 2001)
Waar iemand woont wordt na omstandigheden beoordeeld (artikel 4 lid 1 AWR). Kwalificeert een persoon als inwoner van Nederland dan ontvouwt zich een bak aan wetgeving en regels met vele fiscale consequenties en verplichtingen. Er worden dus veel procedures gevoerd over de fiscale woonplaats van een natuurlijk persoon. Doorgaans is het succes voor belastingplichtige niet zo groot. In deze procedure is Henk veel in Nederland, woont zijn moeder in Nederland, heeft hij een een woning tot zijn beschikking en heeft Henk nog een adviespraktijk in Nederland. Ook heeft Henk in Thailand geen aangifte gedaan. Henk stelt dat hij alleen voor zijn werk (en vele procedures) en de afwikkeling van het overlijden van zijn moeder, in Nederland verblijft en zijn gezin in Thailand woont. Zijn persoonlijke band met Thailand is dus - voor zijn gevoel - vele malen groter.
De volgende uitspraken zijn hierbij van belang:
- Hoge Raad 13 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6824) : duurzame band met hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland zou bevinden.
- Hoge Raad 12 mei 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AR5759): voor woonplaats ook kijken naar recht in buitenlandse staat, hierbij mee wegen of de persoon in het buitenland aangifte heeft gedaan. Een persoon wordt alleen als ingezetene van Thailand beschouwd als hij in Thailand verblijft voor een totale periode van niet minder dan 180 dagen in een kalenderjaar. Voor de periode in Thailand wordt gekeken naar de inreis- en vertrekstempel in het paspoort. Omdat Henk geen inwoner is van Thailand kom je niet toe aan de tiebreakbepaling.
- Gerechtshof Den Haag 8 december 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:2762) en Hoge Raad d.d. 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:84) deze procedure gaat over dezelfde casus edoch over de periode 2011 tot en met 2015.
- Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 22 april 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:1272) en Hoge Raad 18 augustus 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1101)
Praktijk inzake emigratie en woonplaats
In de praktijk kan meestal door het overleggen van een belastingaangifte of een verklaring van de lokale belastingdienst worden aangetoond dat je door een land als fiscaal inwoner wordt gezien. Dan ben je er echter nog niet. Je bent dan namelijk fiscaal inwoner van twee landen. De volgende leden in het zogenaamde tie breaker artikel moeten dan uitsluitsel geven. Navolgende stappen moeten dan één voor één doorlopen worden totdat er een woonstaat uitkomt:
1. Waar heeft men de beschikking over een duurzaam tehuis?
2. Waar bevindt zich het middelpunt van iemands levensbelangen?
3. Waar wordt doorgaans verbleven?
4. Van welke staat is men onderdaan?
Trailing tax in Nederland
De laatste tijd wordt er veel gesproken over een extra fictie, de trailing tax. Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Tot slot, emigratie en woonplaats
Mocht u in een discussie met de Belastingdienst terecht komen, dan kunnen wij u hierbij helpen. Bedenk echter wel dat het achteraf bewijzen van de woonplaats veel werk is waarbij meestal heel veel feiten en omstandigheden beoordeeld moeten worden. Beter is het daarom om vooraf advies bij ons in te winnen.
Duitsland desk van Jongbloed Fiscaal Juristen
Werken en ondernemen in Duitsland
Wij adviseren regelmatig Nederlandse en Duitse bedrijven bij grensoverschrijdende activiteiten. Hierbij kunt u denken aan:
- Ik wil in Duitsland een bedrijf openen, hoe doe ik dit?
- Ik ga werken in Duitsland wat zijn de fiscale gevolgen?
- Wat zijn de fiscale gevolgen en voordelen van ondernemen in Duitsland?
- Is een Duitse GmbH of AG voor mij interessant?
- Salary split
- Voordelen auto op Duits kenteken
- Sociale verzekeringen in Duitsland
- Intercompany pricing Nederland en Duitsland
Hoe werkt onze Duitsland desk
De Duitsland desk bestaat uit een aantal adviseurs die regelmatig ondernemers adviseren bij grensoverschrijdende zaken. Hierbij wordt naar fiscale en juridische zaken gekeken en veelal samengewerkt met ons eigen netwerk met fiscalisten, advocaten en accountants in Duitsland. Het team spreekt altijd Duits en Nederlands. De zaak wordt volledig opgepakt en u krijgt een helder en duidelijk advies. Ook zorgen wij voor de uitvoering en aanmeldingen in Nederland en Duitsland.
Vragen over Duitsland
Als u vragen of opmerkingen heeft of meer wilt weten over zaken doen in Duitsland kunt u altijd een vrijblijvende afspraak met één van onze specialisten maken. U kunt gewoon bij uw huidige accountant of fiscalist blijven, wij zorgen ervoor dat alle partijen zorgvuldig en volledig worden geïnformeerd.
Werken in de golfstaten
Voorkoming dubbele belasting
Inwoners van Nederland die werken in de Golfstaten lopen vaak tegen het probleem aan dat ze over de inkomsten uit de werkzaamheden die zij verrichten in de Golfstaten in Nederland belasting moeten betalen.
Dit volgt uit het principe dat in de woonstaat het wereldinkomen aangegeven moet worden. Nederland verleent vervolgens onder voorwaarden voorkoming van dubbele belasting. Voor bepaalde werkzaamheden is de voorkoming echter gelijk aan de in het werkland betaalde belasting. Daar wringt de schoen omdat in de golfstaten niet of nauwelijks belasting wordt geheven. Per saldo wordt dan belasting betaald tegen de in Nederland geldende tarieven.
Concurrentiepositie
De Staatssecretaris is van mening dat bovenstaande tot gevolg heeft dat inwoners van Nederland in een ongunstige concurrentiepositie verkeren ten opzichte van niet-inwoners van Nederland.
Oplossing golfstatenbesluit
Om de concurrentiepositie van de Nederlandse werknemers te verbeteren heeft de Staatssecretaris een besluit (nr. IZV 2017-0000015971, 7 september 2017) uitgevaardigd op grond waarvan inwoners van Nederland voor bepaalde werkzaamheden voorkoming van dubbele belasting mogen claimen volgens de vrijstellingsmethode, dit in het zogenaamde golfstatenbesluit.
Dit betekent dat, ongeacht de vraag of er belasting is betaald in het werkland, men in Nederland een vrijstelling van belasting krijgt die gelijk is aan de uitkomst van de breuk Inkomen werkland / Totaal wereldinkomen.
Versimpeld betekent dit het volgende. Stel dat je wereldinkomen € 100.000 is waarover je in Nederland € 40.000 belasting bent verschuldigd en € 80.000 van het wereldinkomen wordt verdiend in een golfstaat. Dan krijg je een belastingvrijstelling van 80% van € 40.000, oftewel € 32.000.
Het mag duidelijk zijn dat, als 100% van het inkomen in de golfstaat wordt verdiend, de vrijstelling ook 100% is.
Golfstaten en belastingheffing
Met Golfstaten worden bedoeld: Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.
Bepaalde werkzaamheden zijn vrijgesteld van belastingheffing
Het besluit is bedoeld voor bepaalde werkzaamheden. Dit komt doordat voor veel reguliere werkzaamheden de voorkoming dubbele belasting al geregeld is in belastingverdragen. Met name voor piloten, zeevarenden of werknemers in de offshore is dit niet het geval. Voor deze werknemers is het besluit met name bedoeld.
Terugwerkende kracht tot en met 2015
Dit besluit kan worden toegepast met terugwerkende kracht tot en met 2015. Dus ook als al aangifte is gedaan en er al een aanslag is opgelegd in Nederland kun je er nog een beroep op doen.
Procedure over golfstatenbesluit
De Hoge Raad heeft op 12 juni 2026 - in lijn met de mening van de advocaat-Generaal Pauwels (ECLI:NL:PHR:2025:1043) - geconcludeerd dat een in Nederland woonachtige piloot die werkt voor een Turkse luchtvaartmaatschappij geen beroep kan doen op de vrijstellingsmethode uit het zogenoemde Golfstatenbesluit.
De Hoge Raad heeft (ECLI:NL:HR:2026:917) geoordeeld dat het Gerechtshof ten onrechte het beroep van X op het gelijkheidsbeginsel - in het kader van het golfstatenbesluit - heeft gehonoreerd. De staatssecretaris heeft volgens ons hoogste rechtscollege een grote mate van vrijheid bij het vaststellen van begunstigend beleid met betrekking tot toepassing van belastingverdragen.
Het golfstatenbesluit voor piloten, hoe zit dit ook al weer?
- Belastingverdrag Nederland Turkije stelt "verrekeningsmethode"
- X dient aangifte inkomstenbelasting in met toepassing vrijstellingsmethode
- Aanslag wordt opgelegd
- Er volgt een navorderingsaanslag (onder verwijziging naar belastingverdrag)
- Gerechtshof stelt dat op grond van het gelijkheidsbeginsel de vrijstellingsmethode van toepassing is.
- Volgens staatssecretaris is geen sprake van gelijke gevallen en is er een rechtvaardiging voor beperkte toepassing begunstigend beleid voor de golfstaten.
- Conclusie: golfstatenbesluit is van toepassing op bepaalde belastingverdragen.
- De zaak wordt verwezen naar Gerechtshof in 's Hertogenbosch voor nog een paar openstaande geschilpunten (die nog niet zijn behandeld)
Meer weten?
Bent u benieuwd of er belastingvoordeel te behalen is naar aanleiding van voornoemde besluit, dan zoeken wij dat uiteraard graag voor u uit. Daarbij kunnen wij zowel de teruggaafverzoeken met betrekking tot oude jaren als nog in te dienen aangiften voor u verzorgen.
Fiscale emigratie en pensioen
Bij emigratie moet u in beginsel afrekenen over de meerwaarde in vermogensbestanddelen die u bij de emigratie "meeneemt". De fiscale wetgeving in Nederland kent voor natuurlijke / rechtspersonen een eindafrekeningsmoment (de emigratie).
Emigratie van mensen (natuurlijke personen)
Bij de emigratie van natuurlijke personen moet er een verschil worden gemaakt tussen DGA's (aanmerkelijk belanghouders) en IB-ondernemers. Als een IB-ondernemer zijn onderneming verplaatst, dan moet er worden afgerekend. Bij een DGA is er sprake van een fictieve vervreemding (van de aandelen in zijn B.V.).
Emigratie B.V.
Als de DGA zou emigreren, dan verplaatst de feitelijke leiding van de B.V. zich. Hierbij emigreert de B.V. feitelijk ook mee met de DGA. De B.V. moet afrekenen (vennootschapsbelasting) over de vermogensbestanddelen in de B.V. Dit is anders als de B.V. in Nederland blijft en of er over de vermogensbestanddelen na emigratie nog gewoon in Nederland belasting wordt betaald.
Noot fiscaal jurist
Emigratie DGA en dividenduitkering
Nieuws box 2 in 2024
Vanaf 2024 komen er 2 tarieven voor de box 2 heffing. Wellicht gaat het tarief voor box 2 omhoog van 26,9% tot 29,5%. Over een dividend uitkering tot € 67.000 gaat het tarief omlaag, namelijk naar 26%. Voor de DGA is het dan nog voordeliger om te kiezen voor een dividend uitkering. Een hoger loon is belast in box 1 en voor dividenden geldt het gecombineerde tarief voor de Vennootschapsbelasting (15% tot € 395.000) en box 2. Let er ook op dat vanaf 2023 de maximale rekening courant schuld nog € 700.000 mag bedragen (wetsvoorstel excessief lenen DGA). Wilt u een berekening ontvangen van een optimaal salaris of een fiscale scan van uw prive en/of BV situatie? Stuur ons dan gerust een e-mail voor een vrijblijvende offerte.
Aangifte dividendbelasting kan digitaal in 2024
De aangifte dividendbelasting die een BV moet indienen als er dividend wordt uitgekeerd kan ook digitaal worden ingediend. Vanaf 1 juli 2024 moet dit zelfs digitaal. Als een rechtspersoon dividend uitkeert aan bijvoorbeeld een DGA dan moet binnen 1 maand na het besluit een aangifte dividendbelasting worden ingediend. De af te dragen dividendbelasting door de rechtspersoon bedraagt 15%. U kunt de aangifte digitaal indienen via mijn belastingdienst zakelijk. De papierenversie kunt u hier downloaden.
Emigratie DGA en belastingen
Als een directeur-grootaandeelhouder (DGA) emigreert, wordt er een conserverende aanslag opgelegd. De DGA moest gedurende 10 jaar in Nederland nog belasting betalen als hij / zij zogenaamde verboden transacties zou verrichten, bijvoorbeeld de gehele B.V. "leeghalen" of pensioen afkopen. De termijn van 10 jaar is in 2015 komen te vervallen, deze termijn geldt nu voor onbepaalde tijd.
Als de B.V. - na emigratie van de DGA - dividend gaat uitkeren aan de DGA, dan zal de heffing in het woonland plaatsvinden, meestal met inhouding van bronheffing (veelal 10% - 15%) in Nederland.
Conserverende aanslag DGA.
Het leeghalen van de B.V. (tot 90%) kost Nederland veel geld, immers als de DGA niet zou emigreren, wordt er in Nederland 26,9% (cijfers 2021) box 2 heffing betaald. Na emigratie kan Nederland meestal nog maar 15% bronheffing heffen over een dividenduitkering. In 2015 is de wetgeving in Nederland aangepast, de conserverende aanslag werd na 10 jaar buiten invordering gesteld, deze termijn bestaat nu niet meer en de conserverende aanslag is onbeperkt te verhalen.
Trailing tax in Nederland
Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Emigratie DGA
Emigratie van een DGA heeft tot gevolg dat er sprake is van een fictieve vervreemding van de aandelen (4.16 lid 1 letter h Wet IB 2001). Er wordt door de Belastingdienst een conserverende aanslag opgelegd aan de DGA. Deze aanslag kwam tot 2015 na 10 jaar te vervallen, deze geldt nu voor onbepaalde tijd. Over de aanslag wordt geen rente berekend en bij een emigratie binnen de EU hoeft er geen zekerheid voor betaling te worden gesteld. De Belastingdienst moet de conserverende aanslag binnen 3 jaar opleggen. Als de aandelen na emigratie in waarde dalen kan een verzoek om vermindering van de conserverende aanslag worden gevraagd.
Buitenlandse belastingplicht DGA (na emigratie)
Als een DGA is geemigreerd naar het buitenland dan is de heffing in principe toegewezen aan het buitenland. In Nederland is de DGA dan buitenlands belastingplichtig. Het heffingsrecht van Nederland is van toepassing over de tot het moment van emigratie opgebouwde winst (conservende aanslag). Het heffingsrecht van Nederland is afhankelijk van het land waarheen de DGA zal emigreren (afhankelijk van het belastingverdrag, een overzicht treft u hier aan) .
Fiscale woonplaats bepalen
Om de belastingplicht en de sociale zekerheid te bepalen, is de woonplaats van groot belang. De woonplaats bepaalt veelal waar een persoon of werknemer belastingplichtig is. Ieder land kent ook nog zijn eigen regels zodat altijd gekeken moet worden naar de bepaling van het relevante land. Als de belastingdienst denkt dat u in Nederland woont dan moet de Belastingdienst/ inspecteur dit aannemelijk maken. Dit vermoeden moet de belastingplichtige dan weer ontzenuwen/ ontkrachten. Een praktische en vaak leuke zaak om te onderzoeken. Ook in een kwestie bij een DJ (Afrojack) was er discussie over de fiscale woonplaats, dit onderdeel is van essentieel belang bij een mogelijke emigratie (Rechtbank Rotterdam d.d. 16 juli 2024 ECLI:NL:RBROT:2024:6658)
Fiscale woonplaats ondernemer België
Henk is Nederlander en hij stelt dat hij medio 2015 is geëmigreerd naar België. De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 25 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1232) is het met de inspecteur eens dat Henk (in 2017 en 2018) nog gewoon in Nederland woont. De duurzame band van persoonlijke aard is met Nederland het grootst". De belangrijkste redenen zijn:
- De nieuwe partner van Henk woont in Nederland
- De kinderen van Henk wonen nog in Nederland
- Henk heeft een woning in Nederland en
- Henk is eigenaar van meerdere Nederlandse woningen in Nederland
- Henk is eigenaar van meerdere ondernemingen in Nederland.
Het box 2 inkomen wordt met ruim € 4.400.000 verhoogd en de conserverende aanslag komt te vervallen. Met alle gezeur omtrent (a) misbruik van recht (b) niet verstrekken relevante stukken (c) stukken met verschoningsrecht, doet de rechter niks.
Fiscale woonplaats werknemer Brunei
Piet is Nederlander en werkt voor cypriotische werkgever in Brunei (periode 2008-2011). Piet is van mening dat hij in 2009 in Brunei woont. Via een derdenonderzoek komt de belastingdienst Piet op het spoor, in 2011 volgt een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (met vergrijpboete). Deze zaak was redelijk kansloos omdat
- Piet in Nederland bleef ingeschreven (deel van het jaar),
- hij in Nederland een hoofdverblijf had dat hem ter beschikking stond,
- hij ook nog in Nederland werkte voor Nederlandse werkgever,
- het in Nederland verzekerd was voor de zorgverzekeringen en
- hij in Brunei een woning huurde (tijdelijk) voor een korte periode
De Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 11 september 2023 (ECLI:NL:RBZWB:2023:6396) en het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 26 februari 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:544) . De aanslag blijft in stand (dus woonplaats Nederland) en de vergrijpboete wordt vernietigd. Ook is geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden en/of winst uit onderneming.
Omtrent de boete (ruim € 50.000) stelt de inspecteur eerst dat Piet een "boefje is en listig gedrag heeft vertoodn", later wordt dit aangepast in "voorwaardelijke opzet" en vlak voor zitting (10 dagen stuk) verder aangepast in "grove schuld". De rechtbank acht opzet niet bewezen, immers geen sprake van " willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaarden om te weinig belasting te betalen". Het beroep op grove schuld (vlak voor zitting) is te laat.
Fiscale woonplaats directeur CFO van bedrijf
Henk werkt sinds 2012 voor een internationaal bedrijf en woont in Monaco. Het hoofdkantoor wordt in 2016 verplaatst naar Nederland. Henk is van mening dat hij sinds april 2016 in Nederland woont (en dus niet eerder). Volgens de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 21 april 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:2156) woonde Henk in 2016 niet in Nederland. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch kwam op 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) tot een ander oordeel, Henk woonde in geheel 2016 in Nederland omdat hij ook voor de verhuizing naar Nederland een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland zou hebben. De advocaat Generaal (Parket Hoge Raad) geeft op 25 april 2025 een uitgebreide toelichting op het woonplaatsbegrip en het open karakter van artikel 4 AWR (ECLI:NL:PHR:2025:500) . Bij discussie over de woonplaats en een mogelijke woonplaats in 2 landen moet de tiebreaker regel uitleg geven. Er wordt in deze casus met name gekeken naar de duurzame band met Nederland (Zie ook Hoge Raad 9 juni 2023 ECLI:NL:HR:2023:873). Al met al zal de fiscale woonplaats discussie altijd een feitelijke beoordeling zijn, deskundig advies (en hierna handelen en leven) is essentieel.
Fiscale woonplaats voetballer
De Rechtbank Den Haag doet op 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6307) uitspraak over de woonplaats van een voetballer. De Rechtbank is van mening dat een voetballer (met familie in Nederland) in Duitsland woont en niet (zoals de inspecteur stelt) in Nederland. De voetballer heeft een woning in Nederland en in Duitsland, Henk (fictieve naam) stond nog ingeschreven bij de gemeente in Nederland. Henk is profvoetballer (salaris € 1,5 mln per jaar) en speelt na de zomer (vanaf augustus 2018) voor een Duitse voetbalclub. In 2022 maakt hij een transfer naar een andere Duitse voetbalclub. De vraag is waar Henk in 2018 tot en met 2020 woont. Volgens de inspecteur woont Henk in Nederland. Henk maakt volgens de rechtbank voor 2018 aannemelijk dat hij in Duitsland woont en voor de jaren erna is sprake van "doet blijken". Henk verbleef namelijk vanaf dat moment met zijn vriendin in een huurwoning in Duitsland en de afstand tot de huurwoning in Nederland was veel te groot. Duitsland ziet Henk ook als inwoner van Duitsland. De huurovereenkomst voor de woning in Nederland is afgesloten voordat Henk het contract in Duitsland sloot. Henk moet wel over zijn box 3 vermogen in Nederland belasting betalen (maar dat is gebruikelijk).
Wat waren de aanwijzigingen voor een woonplaats in Nederland?
- Nog ingeschreven in de basisadministratie
- Woning in Nederland (eerst een huurwoning en vanaf 2022 een koopwoning)
- Familie van Henk woont in Nederland
- Nederlandse bankrekening
- Abonnementen in Nederland (Ziggo, Netflix, mobiele telefoon, sportschool, huur woning, diverse verzekeringen, etc.
Wat waren de aanwijzingen voor een woonplaats in Duitsland?
- Dienstbetrekking in Duitsland
- Ziektekostenverzekering in Duitsland
- Auto op Duits kenteken
- Verklaringen van derden dat Henk meestal in Duitsland was voor zijn werk
- Inschrijving Duits woonadres
- Certificate of residence van de Duitse belastingdienst
De Rechtbank weegt alle omstandigheden en kijkt hierbij met name naar:
- Hoge Raad d.d. 4 maart 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6285 : Bij de uitleg van het woonplaatsbegrip uit artikel 4 van de AWR moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en het desbetreffende land. Hierbij dient geen bijzondere betekenis te worden toegekend aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land.
- Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824: Verder geldt dat de duurzame band met één land niet sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven, ofwel het middelpunt van iemands persoonlijke levensbelangen, zich in Nederland bevindt. Daardoor bestaat (in uitzonderlijke gevallen) de mogelijkheid dat iemand zowel in Nederland als in een ander land woont.
De feiten afwegende komt de Rechtbank (RO 36) tot de volgende conclusie:
De rechtbank is op grond van de onderhavige feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat - zoals verweerder heeft gesteld - eiser in de onderhavige periode een (bepaalde) duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en beschikte in Nederland onder meer over (huur)woning 2 en over de (te bouwen) woning 3. Verder woont familie van eiser in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel niet worden gezegd dat eiser daarmee in de onderhavige periode, alle omstandigheden in aanmerking nemend, (alleen) in Nederland woonde. Eiser woonde, zoals ook hierna zal worden geoordeeld, in die periode namelijk in Duitsland. Hij werkte daar fulltime en heeft het overgrote deel van zijn tijd (met de vriendin) in Duitsland doorgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee geen sprake zijn van de zich alleen in uitzonderlijke gevallen voordoende situatie van een dubbele woonplaats. Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat eiser in de onderhavige periode (ook) in Nederland woonde, is eiser voor de toepassing van het Verdrag in de onderhavige periode inwoner van Duitsland. Kijkende naar de Tie Breaker regel (artikel 4 derde lid verdrag) zijn de persoonlijke en economische banden met Duitsland het grootst.
Duurzame band met Bulgarije maar fiscale woonplaats in Nederland
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 16 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4520) stond de vraag centraal of de erflater (geboren in 1960) in 2014 en 2015 in Nederland woonachtig was. De rechtbank concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat de erflater ook banden had met Bulgarije.
- Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en ze waren sinds 1998 eigenaar van een woning in Nederland.
- In 2009 is erflater met zijn echtgenote geemigreerd en uitgeschreven uit de basisadministratie.
- In 2013 koopt erflater een woning in Bulgarije. Erflater is in Bulgarije niet geregistreerd als inwoner.
- In het kader van een boekenonderzoek komt de inspecteur in 2013 bij de woning. Tijdens het gesprek geven beide personen aan om in 2014 weer in Nederland te gaan wonen.
- In 2016 is erflater plotseling overleden.
- In Vanaf 2017 woont de echtgenote (volgens de basisadministratie) weer op dit adres.
- In geschil is of erflater in 2014 en 2015 in Nederland woont en hier aangifte inkomstenbelasting moet doen.
De vraag is of erflater een duurzame band met Nederland heeft (zie ook Hoge Raad d.d. 12 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). De wetgever heeft geen bijzondere betekenis willen toekennen aan bepaalde (categorieën) omstandigheden, zoals bijvoorbeeld iemands sociale of economische binding met een land (zie ook Hoge Raad d.d. 21 januari 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP1416). Uit het beleid van de belastingdienst volgt dat er wordt gekeken naar; het duurzame tehuis, verblijfplaats gezin en belastingplichtige, sociale banden, bedrijfsmatige binding, financiele belangen, bestedingspatroon, intenties, inschrijving basisadministratie en nationaliteit.
Het betaalgedrag van de erflater, de beschikbare woning en auto’s in Nederland, zijn familiebanden, vastgoed in Nederland, zijn aanwezigheid bij het boekenonderzoek en zijn functie als bestuurder van Nederlandse vennootschappen speelden hierbij een belangrijke rol. De erfgenamen stellen dat erflater in Bulgarije woont omdat hij daar met zijn vriendin (en hun gemeenschappelijke dochter) woonden en hij daar ook een onderneming dreef. De pin betalingen zouden niet door erflater zijn gedaan maar door zijn echtgenote. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Bulgarije werd vastgesteld dat de erflater voor belastingdoeleinden als inwoner van Nederland moest worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd ongegrond verklaard.
Fiscale woonplaats met woning in Nederland en in buitenland
Waar iemand woont is een feitelijke vraag. De inwonersvraag moet op grond van artikel 4 lid 1 AWR worden beoordeeld (feiten en omstandigheden). Dit is maatwerk en kan per situatie en rechter dan ook verschillen. Als u niet het risico wilt lopen dat u in Nederland woont is het van belang dat uw persoonlijke en economische belangen met Nederland beperkt zijn. Dus bij voorkeur geen beleggingen, activiteiten of woningen in Nederland. Vaak stelt een belastingplichtige de vraag "mag ik dan mijn woning in Nederland niet behouden?" Dit is een lastig te beantwoorden vraag. Uit onderstaande volgt dat de rechters hier kritisch naar kijken.
In situaties waarbij iemand nog een eigen woning in Nederland heeft komen wij soms bijzondere beoordelen tegen (uitspraak Gerechtshof Amsterdam 2024). Als uitgangspunt zou de materiële werkelijkheid de doorslag moeten geven. De rechter stelt vast of een persoon een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft. Hierbij is de band met de buitenland - in eerste instantie - minder van belang (voor de belastingdienst). Sterke banden met het buitenland zeggen nog niet direct iets over het inwonerschap in Nederland. Dit komt pas aan de orde bij de zogenaamde verdragsinwonervraag. Als een inwoner een duurzame band met Nederland heeft die niet wordt onderbroken zien we vaak discussie ontstaan over de fiscale woonplaats. Wat speelde in de hiervoor genoemde casus:
- De persoon heeft een eigen woning in Nederland die gedurende 2 jaar wordt verhuurd.
- Zijn vakantiewoning in Nederland wordt af en toe verhuurd.
- Belanghebbende heeft het recht van gebruik van de eigen woning gedurende ruim 60 dagen per jaar, hiervan maakt hij ook gebruik.
- Belanghebbende was dus soms in Nederland en was ook betrokken bij de verbouwing van de vakantiewoning in Nederland.
- Belanghebbende heeft pensioen en lijfrente uitkeringen uit Nederland
- De belangrijkste bezittingen van belanghebbende liggen of zijn ondergebracht in Nederland (economische activiteit)
- Belanghebbende heeft een appartement in Spanje en een eigen woning in Duitsland.
Omdat er woningen en duurzame betrekkingen zijn met Nederland en Duitsland moet via de tiebreaker regel voor het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland worden bepaald waar hij nu echt fiscaal woonachtig is. Centraal hierbij staat met welk land de persoonlijke en economische betrekkingen het sterkst zijn (middelpunt levensbelangen). De rechtbank en het gerechtshof vinden dat deze met Nederland het sterkst zijn.
Waar woont iemand?
Een Nederlandse werknemer die in België werkt en in Nederland woont wordt voor de Nederlandse wetgeving geacht binnenlands belastingplichtig te zijn. Als België dit ook zo ziet, is er een probleem (dubbele belastingheffing). Omtrent de fiscale woonplaats kijkt Nederland naar de volgende onderdelen:
- Waar verblijft het gezin?
- Waar wordt arbeid verricht?
- Waar wordt een woning aangehouden?
- Waar ingeschreven in de gemeentelijke administratie?
- Is er sprake van gebruik van gas en water op het woonadres?
- Waar wordt geld opgenomen van de bank resp. pin opnamen gedaan?
- Waar is uw bank en vermogensbeheerder gevestigd?
- Hoe lang werkt / woont / verblijft men in een land?
- Plaats van lidmaatschappen, abonnementen, bankrekeningen, verzekeringen, ziektebehandelingen, etc.
Woonplaats met eigen woning in Nederland
In een uitspraak van het Hof Amsterdam d.d. 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:721) wordt de complexiteit van de fiscale woonplaatsbepaling binnen de Nederlandse belastingwetgeving onderstreept. Deze casus, waarbij een belastingplichtige, hierna te noemen X, zowel in Nederland als in Duitsland substantiële banden had, illustreert de nuances van de fiscale woonplaatsbepaling en de consequenties daarvan voor de belastingplicht.
De Casus in Vogelvlucht
X, met de Nederlandse nationaliteit, stond gedurende de jaren 2015 en 2016 grotendeels ingeschreven in Duitsland, maar behield het recht om tot 62 dagen per jaar in zijn verhuurde Nederlandse woningen te verblijven. Ondanks zijn inschrijving in Duitsland, bleef X economische activiteiten in Nederland verrichten en had hij familiebanden in Nederland. De inspecteur stelde dat X fiscaal inwoner van Nederland bleef, wat door zowel de rechtbank als het Hof Amsterdam werd bevestigd. De kern van deze bevestiging lag in de duurzame banden van persoonlijke aard die X met Nederland behield.
Aandachtspunten voor de Bepaling van de Fiscale Woonplaats
Hieronder volgt een checklist met aandachtspunten die van belang zijn bij de beoordeling van de fiscale woonplaats:
- Persoonlijke banden: De aanwezigheid van familie in Nederland weegt zwaar mee in de beoordeling van de fiscale woonplaats. Het behouden van nauwe persoonlijke relaties in Nederland kan duiden op een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
- Economische activiteiten: Het blijven verrichten van economische activiteiten in Nederland, zoals het verhuren van onroerend goed, speelt een significante rol in de bepaling van de fiscale woonplaats.
- Verblijfsduur: De daadwerkelijke verblijfsduur in Nederland versus het buitenland is een belangrijke factor. Regelmatig verblijf in Nederland, zelfs voor korte perioden, kan wijzen op het behoud van duurzame banden met Nederland.
- Woningbezit en gebruik eigen woning in Nederland: Het aanhouden en gebruiken van een woning in Nederland, zelfs als deze tijdelijk wordt verhuurd, kan indicatief zijn voor een fiscale woonplaats in Nederland.
- Inschrijving en administratieve hHandelingen: Hoewel inschrijving in het buitenland een indicatie kan zijn van verplaatsing van de woonplaats, is het niet doorslaggevend. Administratieve handelingen, zoals het openen van een bankrekening of inschrijving in het buitenland, moeten in samenhang met andere factoren worden bekeken.
- Intentie en toekomstplannen: De intentie van de belastingplichtige, zoals blijkt uit contracten voor tijdelijke verhuur en toekomstplannen om terug te keren naar Nederland, zijn relevant voor de beoordeling van de fiscale woonplaats.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een holistische benadering bij de bepaling van de fiscale woonplaats, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in acht worden genomen. Voor fiscaal juristen en belastingadviseurs is het essentieel om zich bewust te zijn van de complexiteit van deze materie en de mogelijke impact op de belastingplicht van hun cliënten. Het zorgvuldig documenteren en beoordelen van de banden met Nederland speelt een cruciale rol in het adviseren over en het bepalen van de fiscale woonplaats.
Fiscale woonplaats vader met Thaise zoon
Henk heeft een zoon (geboren 2010), samen met zijn in Thailand wonende vrouw, ze zijn niet getrouwd. De zoon heeft de Nederlandse en Thaise nationaliteit en bij zijn moeder in Thailand. In 2012 heeft Henk zijn appartement - tegen schulderkenning - verkocht aan zijn zoon en ook diverse bankrekeningen op zijn naam gezet (geschonken?). In 2016 was Henk 226 dagen in Nederland en 140 dagen in Thailand. Bij zijn verblijf in Nederland woont het in het appartement van zijn zoon. Henk is van mening dat hij in Thailand woont en buitenlands belastingplichtig in Nederland is. De inspecteur is van mening dat Henk in Nederland woont en dus ook belasting moet betalen over het vermogen van zijn zoon (50%) omdat hij het ouderlijk bezag heeft uitgeoefend. De rechtbank is het (deels) met Henk eens. Het Gerechtshof Den Haag is het op 27 juni 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2023:1296) niet met Henk eens. Voor de woonplaats moet worden gekeken naar het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand en voor de definitie van het ouderlijk bezag is het Thaise recht van belang. Het Thaise recht stelt dat beide ouders het ouderlijk gezag uitoefenen over hun kind. Het box 3 vermogen van de zoon moet niet voor 100% maar slechts voor 50% worden meegenomen (artikel 2.15 lid 4 Wet IB 2001)
Waar iemand woont wordt na omstandigheden beoordeeld (artikel 4 lid 1 AWR). Kwalificeert een persoon als inwoner van Nederland dan ontvouwt zich een bak aan wetgeving en regels met vele fiscale consequenties en verplichtingen. Er worden dus veel procedures gevoerd over de fiscale woonplaats van een natuurlijk persoon. Doorgaans is het succes voor belastingplichtige niet zo groot. In deze procedure is Henk veel in Nederland, woont zijn moeder in Nederland, heeft hij een een woning tot zijn beschikking en heeft Henk nog een adviespraktijk in Nederland. Ook heeft Henk in Thailand geen aangifte gedaan. Henk stelt dat hij alleen voor zijn werk (en vele procedures) en de afwikkeling van het overlijden van zijn moeder, in Nederland verblijft en zijn gezin in Thailand woont. Zijn persoonlijke band met Thailand is dus - voor zijn gevoel - vele malen groter.
De volgende uitspraken zijn hierbij van belang:
- Hoge Raad 13 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6824) : duurzame band met hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in Nederland niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland zou bevinden.
- Hoge Raad 12 mei 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AR5759): voor woonplaats ook kijken naar recht in buitenlandse staat, hierbij mee wegen of de persoon in het buitenland aangifte heeft gedaan. Een persoon wordt alleen als ingezetene van Thailand beschouwd als hij in Thailand verblijft voor een totale periode van niet minder dan 180 dagen in een kalenderjaar. Voor de periode in Thailand wordt gekeken naar de inreis- en vertrekstempel in het paspoort. Omdat Henk geen inwoner is van Thailand kom je niet toe aan de tiebreakbepaling.
- Gerechtshof Den Haag 8 december 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:2762) en Hoge Raad d.d. 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:84) deze procedure gaat over dezelfde casus edoch over de periode 2011 tot en met 2015.
- Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 22 april 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:1272) en Hoge Raad 18 augustus 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1101)
Fiscale woonplaats advocaat
Als de Belastingdienst denkt dat iemand in Nederland woont dan moet de inspecteur dit aannemelijk maken, de belastingplichtige moet vervolgens deze vermoedens tegenspreken (en aannemelijk maken dat dit niet klopt). In een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam d.d. 22 december 2016 ECLI:GHAMS:2016:5750kwam een leuke zaak voorbij. Een advocaat stelt dat hij sinds 1997 in Zwitserland woont. De inspecteur denkt dat de advocaat in de periode 2002 tot en met 2006 in Nederland woont. De advocaat doet aangifte als buitenlands belastingplichtige en is het niet met de inspecteur eens. De rechter is het met de inspecteur eens, de redenen:
- echtgenoot (en kinderen) wonen in Nederland
- de echtgenoot door de advocaat wordt onderhouden (voorzien in levensonderhoud)
- de advocaat in de woning van de echtgenoot verbleef
- beide echtelieden met elkaar op vakantie gingen
- de advocaat werkzaamheden in Nederland heeft verricht (inschreven bij de balie en geen werknemers in dienstbetrekking bij zijn eenmanszaak)
- weinig binding met Zwitserland
- diverse luxe auto's van de advocaat in Nederland aanwezig
- er diverse abonementen op zijn naam staan (voor kranten etc)
- een Nederlands email account
- uit vluchtgegevens volgt dat de advocaat vaak kort in Zwitserland was
- telefoonnummer op naam van de advocaat
- facturen van opticien en apotheek in Nederland voor oogmetingen en medicijnen
- veel data uit derdenonderzoeken (onder meer over financieringsaanvragen etc)
- diverse e-mails waaruit volgt dat de advocaat niet zo vaak in Zwitserland is
- creditcard betalingen die duiden op verblijf in Nederland
Een leuke procedure om te lezen, er is veel onderzoek verricht en de advocaat heeft te weinig argumenten aangedragen om de feiten die door de inspecteur zijn gesteld te ontzenuwen. Een slecht gevoerde procedure die uiteindelijk geen andere uitkomst had gehad, is onze mening.
Procedure over fiscale woonplaats
In een procedure bij het Gerechthof in Den Haag (d.d. 25 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2182) ging het om een huisarts (en zijn partner) die zowel in Nederland als in het buitenland (in casu België) een woning hadden. In eerste aanleg ging dit voor de huisarts - bij de Rechtbank in Den Haag d.d. 23 december 2011- fout, de rechter was van mening dat ze in Nederland wonen.
De Nederlandse belastinginspecteur is van mening dat het "stel" in Nederland woont, dit op grond van artikel 4 AWR en artikel 4 van het belastingverdrag tussen Nederland en België (oude verdrag uit 1970). Doordat het stel in Nederland zou wonen, zouden ze belasting moeten betalen over de afkoop van een lijfrente en een stamrecht en tevens een ontvangen liquidatie-uitkering.
In artikel 4 AWR staat dat waar iemand woont naar omstandigheden wordt beoordeeld, dit is een uiterst vaag begrip dat in de jurisprudentie langzaam is ontwikkeld / ingevuld. Het gaat dus om de feiten en omstandigheden. Een rechter kijkt hierbij naar de volgende zaken:
- Waar leeft de persoon?
- Waar verblijft zijn gezin?
- Waar gaan de kinderen naar school?
- Waar wordt een (gemeubileerde) woning aangehouden?
- Waar wordt het meest gas, electra, water gebruikt?
- Waar neemt men deel aan het sociale en maatschappelijke leven?
- Waar gaat de persoon naar de dokter, sport, etc.?
- Waar heeft men zijn of haar commerciële en financiële belangen?
Uiteindelijk bepalen de feiten het middelpunt van iemands leven en hiermee de woonplaats.
In deze kwestie stelde de belastingplichtige het volgende:
- Het bezit van een gemeubileerde woning in België.
- Er waren verklaringen uit België dat het stel hier vaak was (vaste klant bij de bakker).
- De (aanzienlijke) leveringen van gas in België.
- Telefoonrekeningen uit België.
De inspecteur komt nog met een paar stellingen (boot in Nederland, creditcard in Nederland, boodschappen in Nederland gekocht, krant in Nederland, bezoek fysio in Nederland).
Uiteindelijk is de rechter van mening dat de huisarts in Nederland woont. Waarom? Geen flauw idee. Is de fysiotherapeut belangrijker dan de bakker? Ging het om te grote belangen? Was de structuur iets te "slim" opgezet en slecht uitgevoerd?
Fiscale woonplaats DGA
De heer X heeft de Nederlandse nationaliteit en heeft in Nederland aangifte gedaan als binnenlands belastingplichtige. X ontvangt inkomen uit diverse Nederlandse BV's en is daarnaast DGA van een aantal Nederlandse rechtspersonen. X brengt een deel van het jaar door in Marokko waarbij hij ook een woning en sociaal leven heeft. In zijn aangifte inkomstenbelasting geeft X niet zijn wereldinkomen aan maar enkel zijn binnenlands inkomen. X is van mening dat hij in Marokko woont. De rechter en de inspecteur denken hier anders over omdat X niet slaagt in zijn bewijslast omtrent zijn woonplaats in Marokko. X maakt niet aannemelijk dat hij in 2015 (ook) fiscaal inwoner is van Marokko; hij maakt niet aannemelijk dat is voldaan aan één van de drie daarvoor geldende criteria, te weten:
- het beschikken in Marokko over een permanente verblijfsplaats (‘The place of permanent home’), of
- het aldaar hebben liggen van het middelpunt van (de sociale en) economische belangen (‘The centre of economic interest’), of
- het in een periode van 365 dagen aldaar meer dan 183 dagen verblijven.
Rechtbank Den Haag d.d. 15 december 2021 ECLI:NL:RBDHA:2021:14719
Fiscale woonplaats CFO
Henk is sinds 2012 statutair bestuurder van een concern, ongeveer 20% van zijn tijd. Henk wordt via zijn eigen holding ingehuurd via een management vergoeding (overeenkomst van opdracht). Daarnaast was Henk - voor 80% - ook nog in dienstbetrekking bij een dochteronderneming, als CFO. Henk ontving een salaris en daarnaast nog een bonus via aandelen (zogenaamde Restricted Stock Units). In 2014 wordt het hoofdkantoor van het concern naar Nederland verplaatst. Henk verhuist in april 2016 naar Nederland. De vraag is of Henk over geheel 2016 in Nederland belastingplichtig is. De inspecteur was zelfs van mening dat Henk al sinds 2012 in Nederland belastingplichtig is. De redenen hiervoor zijn:
- Henk heeft een duurzame band met Nederland;
- Henk heeft de Nederlandse nationaliteit
- Er stond Henk een huis ter beschikking in Nederland (woning van zijn echtgenote);
- Henk heeft een auto (met verzekering) in Nederland (gekocht in april 2016).
- De kinderen van Henk (uit een eerder huwelijk) wonen in Nederland.
De Rechtbank oordeelt in 2022 dat Henk voor 2016 niet in Nederland heeft gewoond. Volgens de rechter woont Henk vanaf april 2016 in Nederland (en dus ook niet vanaf 1 januari 2016). De argumenten van de inspecteur overtuigen de Rechter hierbij niet.
Fiscale woonplaats van een butler
Een butler werkt sinds 2017 voor een sjeik in Dubai (contract voor 4 jaar), hiervoor reist hij de hele wereld over. Tot 1 juni 2017 heeft de butler een woning in Nederland. Zijn loon wordt gestort op een Nederlandse bankrekening. Volgens de butler woont hij vanaf juli 2017 in het buitenland. De sjeik is nooit langer dan 60 dagen in een land omdat hij geen fiscaal inwoner wil zijn buiten Dubai. De butler reist mee naar Engeland, Dubai en verblijft ook regelmatig op de immense boot van de sjeik. Volgens de rechter en de inspecteur woont de Butler in Nederland (terwijl hij hier zelden is). Deze procedure maakt duidelijk dat er via feiten moet worden aangetoond waar iemand woont. Rechtbank Noord Nederland 2 november 2021 ECLI:NL:RBNNE:2021:4648
Woonplaatsonderzoeken door de belastingdienst
Bij de belastingdienst zijn er interne instructies voor een woonplaatsonderzoek, deze kunt u hier raadplegen. Deze instructie gaat over de woonplaats van een natuurlijk persoon. Uit deze interne instructie van de belastingdienst valt op te maken dat er met name wordt gekeken naar
- informatie op het internet en sociale media (ook via AI) via speciale afdeling (OSINT), deze werkt volgens de leidraad juridisch kader internetonderzoek.
- medische gegevens
- informatie van derden en
- informatie van buitenlandse autoriteiten.
Vragenbrief belastingdienst over woonplaats ontvangen. Wat moet ik doen?
De start van het onderzoek is veelal een vragenbrief aan de belastingplichtige zelf. Vooraf is het fiscale belang (meestal schenkbelasting, erfbelasting of inkomstenbelasting) al in beeld gebracht. Er wordt informatie in beeld gebracht over:
- het feitelijk verblijf in Nederland
- de economische binding met Nederland
- de sociale binding met Nederland
- de aanwezigheid van duurzame woongelegenheid in Nederland
Bovenstaande volgt uit het rapport. Bijzonder hierbij is dat er kennelijk geen informatie over het buitenland in beeld wordt gebracht. Als er enkel naar de situatie in Nederland wordt gekeken krijgt de belastingdienst nooit een volledig beeld van alle feiten. Kennelijk wordt er enkel een onderzoek gedaan met als doen "wonen in Nederland". Dit lijkt ons niet de juiste invalshoek. Ontvangt u een vragenbrief laat u dan vanaf het eerste moment begeleiden door een specialist.
Vragen over fiscale woonplaats of emigratie
De inspecteur moet bij een geschil over uw woonplaats zijn stelling innemen en bewijzen. Hierbij kan de inspecteur u om informatie vragen (informatiebeschikking). Als u deze informatie niet verstrekt kan de bewijslast worden omgekeerd. Op grond van een redelijke schatting worden dan aanslagen opgelegd. De bal ligt dan weer bij u, u moet aannemelijk maken dat de aanslagen niet kloppen. Bel gerust voor een afspraak als u emigratieplannen heeft of een discussie over uw woonplaats.
Nieuw belastingverdrag met Spanje
Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige aanpassingen zouden prima zijn maar niet strikt noodzakelijk. Met Spanje wordt al tijden gesproken over een nieuw belastingverdrag. De belangrijkste wijzigingen zien op de belastingheffing op pensioenen, deelnemingen (bronbelasting) en diverse kleinere aanpassingen. De gesprekken met Spanje zijn jaren geleden begonnen en de huidige status is niet helemaal duidelijk. Naar verwachting zal de wijziging - als deze doorgaat - op z'n vroegst in 2027 ingaan.
De gevolgen van een aangepast verdrag zijn zichtbaar geworden in de situatie met Duitsland. Dit nieuwe verdrag is ingevoerd en kent ongunstige maatregelen voor Nederlanders (die in Duitsland wonen) met een pensioen, AOW of lijfrente.
Van pensioen genieten in Spanje
Private pensioenen, AOW-uitkeringen en lijfrenten uit Nederland welke worden uitgekeerd aan inwoners van Spanje worden nu belast in Spanje. Spanje kent gunstige regelingen voor dergelijke uitkeringen, de belastingheffing is veelal lager dan in Nederland.
De nieuwe regelingen zullen kleinere pensioenen (tot € 15.000) ontzien en over hogere pensioenen zal Nederland dan willen heffen. De Spaanse overheid zal niet zomaar akkoord gaan met de nieuwe regeling, immers in Spanje wonen veel Nederlanders die de lokale economie prima staande houden. Over dit onderwerp zijn in september 2025 al kamervragen gesteld.
Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige modernisering kan dan prima zijn. In Nederland is de opbouw van pensioen aftrekbaar (premiebetalingen), de uitkeringen zijn belast. Steeds meer Nederlanders laten het echter niet zover komen, ze emigreren zodra hun pensioen ingaat. Volgens het CPB bedraagt de jaarlijkse belastingschade voor Nederland ruim € 100 miljoen. Nederland heeft dan bij de opbouw fiscale voordelen verleend en kan niet heffen over de uitkeringen. Dit wordt nu in ras tempo gerepareerd.
En toen, wat te doen met pensioen in Spanje?
Een eenvoudige oplossing voor dit probleem is er niet. Elke oplossing zal maatwerk zijn (afkoop, stopzetten, etc.; pensioen of emigratie uit Spanje lijken de meest voor de hand liggende oplossingen).
Praten is van alle dagen. Wilt u weg uit Spanje, dan moet u even kijken wat de status is van de bestaande onderhandelingen. Nederland praat op dit moment met België, Turkije, Polen, Costa Rica, Zuid Afrika, Australië, Noorwegen, Indonesië, Frankrijk, Ierland, Canada, China, Malawi en Tanzania.
Probleem erfbelasting Spanje
Als u in Spanje woont en aldaar inkomstenbelasting heeft betaald, dan krijgt u automatisch een extreem hoge vrijstelling voor de erfbelasting. Als Nederland zou mogen heffen over uw pensioen, dan is de kans groot dat de vrijstelling voor de erfbelasting in Spanje ook komt te vervallen.
Noot fiscaal jurist
Nederland denkt door de belastingverdragen aan te passen de belastinginkomsten te laten stijgen. Stel dat de gepensioneerden terugkomen naar Nederland (nadat vermogen belastingvrij is weggeschonken), dan mag Nederland belasting heffen over de pensioenen. Hiervoor krijgen we er in Nederland echter (waarschijnlijk) ook substantieel hogere ziektekosten bij.
Ervaringen met de wijzigingen in Duitsland leren dat de gevolgen als volgt kunnen worden samengevat (grote lijn):
- pensioen (inclusief AOW) lager dan € 15.000: geen gevolgen;
- pensioen (inclusief AOW) € 30.000: nadeel gemiddeld € 1.500 per jaar;
- pensioen (inclusief AOW) € 80.000: nadeel gemiddeld € 10.000 - € 15.000 per jaar.
Neem bij bovenstaande de (tijdelijke) introductie van de vermogensbelasting in Spanje mee en veel mensen zullen dit wellicht de beroemde "druppel" vinden.
Heeft u vragen over fiscale mogelijkheden en onmogelijkheden in Spanje stuur ons dan gerust een e-mail.
Piloten
Jongbloed Fiscaal Juristen heeft ruime ervaring in de advisering van piloten. Wij adviseren daarbij over de gevolgen van emigratie, de uitwerking van belastingverdragen en de mogelijkheden van belastingbesparing. Daarnaast kunnen wij uw (emigratie-)aangifte inkomstenbelasting verzorgen, wij zijn uw contactpersoon voor de Belastingdienst.
U kunt ons altijd bellen of mailen met vragen of om een afspraak te maken voor een vrijblijvend gesprek.
Woo verzoek belastingdienst inzake woonplaats piloten
In een besluit (27 oktober 2025) worden interne documenten van de belastingdienst bekend gemaakt inzake woonplaats onderzoeken van de belastingdienst bij piloten. Er zijn diverse documenten, beleidsstukken en correspondentie bekend gemaakt. Uit de stukken (zie onder) volgt het volgende
- De belastingdienst is een breed onderzoek gestart naar de buitenlandse woonadressen van piloten.
- Aanleiding voor het onderzoek is politieke aandacht voor dit onderwerp en signalen dat piloten ogenschijnlijk zijn geëmigreerd met als oogpunt belastingbesparen. 4 landen worden in beeld gebracht omdat deze een gunstig fiscaal regime kennen en voor piloten. Er wordt getoetst met als insteek "duurzaam tehuis".
- Piloten kunnen relatief eenvoudig fysiek buiten Nederland wonen maar blijven tegelijkertijd in Nederland sociaal verzekerd en werknemer van in Nederland gevestigde luchtvaartmaatschappijen. Sommige piloten hebben ook nog een woning (huur of koop) in Nederland.
- Belastingheffing is toegewezen aan a) woonland b) land waar feitelijke leiding van de luchtvaartmaatschappij is gelegen
- Onderzoek heeft betrekking op de fiscale woonplaats, gezinssituatie, duurzame banden met Nederland en woonplaatsonderzoeken in het algemeen.
- Conclusie belastingdienst "duurzame band met Nederland is in veel gevallen niet verbroken", dus woonland is dan Nederland. De vraag is of dit juist is, soms is de woning in Nederland slechts een pied-a-terre vanwege vlieg rooster. De sociale verzekeringsplicht doet er verder veel minder toe. In sommige verdragen is "de woning" maar 1 onderdeel en niet doorslaggevend.
- Het golfstatenbesluit wordt in de documentatie ook beoordeeld. Ook wordt er gekeken naar het remittance base regime (VK en Ierland). Onder oude verdragen kan Nederland dan niet heffen.
- Document 1 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 2 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 3 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 4 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 5 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 6 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
- Document 7 woonplaats piloten en onderzoek belastingdienst
Wij adviseren veel piloten (en ondernemers) met een discussie over hun fiscale woonplaats. Vragen? Stuur ons gerust een e-mail of vul onderstaand formulier in. U kunt ook bellen met één van onze adviseurs.
Wat kunnen wij - in fiscale zin - voor piloten betekenen?
- Advisering inzake welke landen fiscaal gunstig zijn voor een emigratie
- Belastingadvies inzake eigen woning / vermogen
- Verzorgen aangifte inkosmtenbelasting (M-biljet)
- Afstemming en overleg met de Belastingdienst
- Indienen vrijstelling loonheffing
- Afstemming buitenlandse fiscaal jurist inzake emigratie
Erfbelasting internationaal
De Europese Commissie wil de dubbele successie / erfbelasting aanpakken.
Inleiding
De erfbelasting zorgt voor 0,5% van de inkomsten van de EU-landen. De erfbelasting wordt als uiterst onrechtvaardig gezien, deze 2 feiten zorgen ervoor dat afschaffen de beste optie is.
Als u geld of goederen erf uit het buitenland of zelf in het buitenland woont, wordt u soms geconfronteerd met twee aanslagen: één uit het woonland en één uit het land van waaruit de erfenis komt. Voorbeeld: u schenkt geld aan uw zoon in Frankrijk, Nederland zal heffen (woonland schenker) en Frankrijk ook (woonland ontvanger).
Uit onderzoek blijkt dat soms de gehele erfenis verloren gaat aan belastingen. Dit komt omdat verschillende lidstaten van de EU de heffingsbevoegdheid over de schenking of nalatenschap opeisen. Er kunnen hierdoor problemen ontstaan, soms moeten onroerende zaken of bedrijven worden verkocht om belastingen te kunnen betalen.
De EC onderneemt zelfstandig stappen. Ze hebben de problemen doorgenomen en presenteren tevens oplossingen en aanbevelingen. Het geheel staat in een helder werkdocument.
De knelpunten bij internationale erfbelasting
De EC is er eens echt voor gaan zitten. Ze komen tot 2 grote knelpunten:
- Dubbele of meervoudige heffing van erfbelasting door slechte regelingen in de landen resp. te weinig successiebelasting- / erfbelastingverdragen.
- Burgers worden geconfronteerd met discriminatie. Sommige landen kennen hogere tarieven in situaties waarbij de overledene, de erfgenaam of de nalatenschap zich in het buitenland zou bevinden.
De verdragen moeten tussen landen worden gesloten, de EC kan hier dus niet zoveel mee. De oplossing kan gevonden worden in het sluiten van meer belastingverdragen inzake erfbelasting en / of voorkomingsregels in het land zelf. De EC stelt niet voor dat landen dezelfde fiscale regels inzake erfbelasting in hun nationale wetgeving opnemen. De EC stelt wel voor dat de landen kritischer kijken naar hun eigen regels inzake het voorkomen van dubbele erf- / successiebelasting.
De landen van de Europese Unie mogen geen discriminerende maatregelen of maatregelen die het vrije verkeer beperken in hun wetgeving opnemen. In het werkdocument (zie boven) worden de grondbeginselen nog eens herhaald. Deze wordt via jurisprudentie (uitspraken van rechters) toegelicht.
En nu?
En nu niks, over 3 jaar wordt gekeken of er landen zijn die hun wetgeving hebben aangepast. De EC wil landen die het niet meer weten helpen met nieuwe wetgeving. Conclusie: als u ermee te maken krijgt, heeft u een probleem, leg dit voor aan een fiscaal jurist en probeer via het Ministerie van Financiën van het betreffende land tot een oplossing te komen. Verzoek beide landen met elkaar te overleggen.
Hoeveel erfbelasting moet ik betalen?
Wij kunnen u adviseren over de uitwerking van het testament en de gevolgen voor de erfbelasting, vraag gerust een vrijblijvende offerte. U kunt via de internetsite van de belastingdienst ook eenvoudig berekenen hoeveel erfbelasting er ongeveer verschuldigd is (berekenen erfbelasting). Via de site van de belastingdienst kunt u dan ook een voorlopige aanslag erfbelasting aanvragen.
Jongbloed Fiscaal Juristen Internationaal
Wij adviseren regelmatig vermogende particulieren, DGA's en ondernemers die voornemende zijn een vakantiewoning in het buitenland te kopen en/of te emigreren. Als u emigreert, is uw nationaliteit – fiscaal gezien – niet veel waard. Een enkel land knoopt voor belastingheffing aan bij de nationaliteit (zoals de VS), maar meestal is uw woonplaats doorslaggevend voor belastingheffing.
Wij adviseren bij internationale situaties over de situatie in Nederland. Voor de advisering in het buitenland werken wij altijd samen met een lokale partij, zodat we altijd vanuit beide landen voldoende expertise aan de spreekwoordelijke tafel hebben. Veel voorkomende advisering betreft:
- Emigraties naar Spanje, Portugal, Frankrijk, Italië en Duitsland.
- Grensoverschrijdend werken en ondernemen.
- Besparen belastingheffing bij ondernemers / DGA door emigratie.
- Internationale successieplanning.
- Optimaliseren Nederlandse fiscale positie.
Erfenis en nalatenschap Spanje
Veel klanten van ons kantoor hebben huizen in Spanje of zijn naar Spanje geëmigreerd. Als u bezittingen in Spanje heeft, moet u nadenken over de gevolgen van overlijden. Veelal is het verstandig om zowel in Spanje als in Nederland een testament te laten opstellen. Veelal wordt gekozen voor een wettelijke verdeling of een zogenaamde tweetrapsmaking.
Als een Nederlander met Spaans bezit (zoals een vakantiehuis) komt te overlijden moet er in Spanje belasting worden betaald (Spaanse erfbelasting, de het Impuesto sobre Sucesiones y Donaciones, hierna ISD). Spanje heft deze belasting omdat het vastgoed daar is gelegen, onafhankelijk waar u woont. Nederland zal ook heffen en veelal kan de samenhangende erfbelasting die in Spanje is betaald in Nederland (waar u inwoner bent) worden verrekend.
Groepen erfgenamen in Spanje
Spanje kent 4 soorten erfgenamen
- Groep I: afstammelingen tot 21 jaar
- Groep II: Afstammelingen die ouder zijn dan 21 jaar, echtgenoten en gelijkgestelden
- Groep III: Broers, zussen, ooms, tantes, neven, nichten en aanverwanten
- Groep IV: verdere verwanten en personen zonder verwantschap
Tarieven kunnen oplopen tot 34% en voor groep IV geldt ook nog een vermenigvuldigingsfactor van 2,0. Erkende partners vallen in groep II en niet erkende samenwoners in groep IV.
Erfbelasting in Spanje is per regio anders
De ISD is geregeld in de nationale wet (Ley 29/1987) en in een uitvoeringsbesluit (Real Decreto). De heffingsbevoegdheid is echter grotendeels overgedragen aan de autonome regio. Elke regio mag eigen vrijstellingen, grondslagen, kortingen en tarieven bepalen. Het gevolg hiervan is een lappendeken van regels en extreme verschillen per regio en steeds wisselden wetgeving. Enkele voorbeelden:
- Valencia: geregistreerd partnerschap en inschrijving groep II
- Andalucie: inschrijving in register dan groep II
- Balaren: inschrijving in register dan groep II
- Madrid: idem
- Murcia: idem
Ongehuwd en Spaanse erfbelasting
Dit artikel schrijven we omdat de Spaanse erfbelasting bij ongehuwden fors kan oplopen en er bij gehuwden vaak dingen misgaan. In Spanje vallen ongehuwde partners in de meest ongunstige groep en geldt er geen vrijstelling, dit kan per provincie verschillen. In dergelijke gevallen kan een financiering op de vakantiewoning de heffingsgrondslag beperken (of voorkomen). Voor ongehuwden zijn er de volgende oplossingen:
- Trouwen (dan verhoogde vrijstelling)
- Vakantiewoning onderbrengen in Nederlandse BV
- Grote lening op de vakantiewoning
- Inschrijving in het registro de parejas de hecho (van de betreffende regio) > voor niet ingezetenen soms een probleem, dit verschilt per provincie.
- Stel in Nederland een samenlevingscontract op en bekijk of registratie in Spanje mogelijk is
- Ga in Nederland geregistreerd partnerschap aan en bekijk of registratie in Spanje mogelijk is.
- Overweeg om uw kind erfgenaam voor de woning te laten zijn en regel het vervolgens in Nederland (qua erfenis van de ongehuwde partner)
Zonder bovenstaande valt de ongehuwde erfgenaam in groep IV, dus geen vrijstelling en hoge tarieven die kunnen oplopen tot 34% soms met vermenigvuldigingsfactor. Het Nederlandse geregistreerde partnerschap is thans nog een grijs gebied.
Erfbelasting en schenkbelasting in Spanje
De tarieven in Spanje zijn hoger dan in Nederland. In Nederland is het starttarief 10% en loopt dit op tot 20% met redelijke vrijstellingen (erfenissen voor partner en kinderen). In Spanje is het basis tarief van 7,65% - 34% maar dit kan voor niet verwanten oplopen tot 82%. In Spanje wordt geheven bij de ontvanger en in Nederland bij de schenker/ erflater. Spanje heft ook als de erfgenaam/ ontvanger niet in Spanje woont maar wel bezittingen in Spanje heeft.
Belastingparadijs Spanje?
Er zijn situaties denkbaar dat noch Nederland noch Spanje heft, edoch dubbele heffing is ook mogelijk. Nederland heeft geen belastingverdrag met Spanje inzake erfbelasting of schenkbelasting. Beide landen kennen wel een eenzijdige regeling. Voor de erfbelasting is Spanje zeker geen belastingparadijs.
Algemeen
Erfbelasting is de meest gehate belasting in Nederland en daarbuiten. Men heeft het gevoel dat overal al over is betaald en dat er bij overlijden nogmaals moet worden betaald. U kunt de erfbelasting het beste voorkomen door:
- schenkingen tijdens leven;
- vermogensbestanddelen alvast door de kinderen laten kopen;
- juist testament;
- opheffen huwelijkse voorwaarden;
- emigreren.
De wettelijke verdeling
Een verdeling van uw vermogen volgens de wet. Alles gaat naar uw partner en de kinderen krijgen een vordering op uw partner (voor hun erfdeel). De kinderen krijgen dus vermogen waar ze nog geen gebruik van kunnen maken. Over het vermogen dat de kinderen krijgen moet wel erfbelasting worden betaald. De betaling zal door uw partner moeten plaatsvinden. Normaal gaat dit goed, tenzij het vermogen is ondergebracht in stenen en niet in geld, er kan dan een liquiditeitsprobleem ontstaan.
Tweetrapstestament
Bij deze vorm moet u naar de notaris om een testament te laten opstellen. De kinderen erven in eerste instantie niets bij het overlijden van hun vader / moeder. Bij een erfenis tot zo'n € 800.000 is de (levende) partner geen erfbelasting verschuldigd. Bij een gemeenschap van goederen mag het vermogen zelfs € 1.600.000 zijn, immers 50% hiervan is al van de (levende) partner. Het pensioen en lijfrenten moet u in mindering brengen op de vrijstellingen, dit kan verdacht nadelig uitpakken. Als de langstlevende overlijdt, erven de kinderen het totale vermogen op dat moment. In het testament kunt u een bijzondere bepaling opnemen waardoor de kinderen bij hun verkrijging minder belasting betalen. De kinderen staan in de wachtkamer, ze hebben bij het eerste overlijden wel rechten, maar erven nog niks. De kinderen hoeven pas te betalen als beide ouders zijn overleden. Voordeel is dat de kinderen pas belasting hoeven te betalen als ze ook daadwerkelijk iets krijgen, de overlevende partner kan volledig zijn of haar vrijstelling benutten.
Nadeel van het tweetrapstestament is dat de kinderen uiteindelijk bij het tweede overlijden meer successierechten betalen. Als de langstlevende partner nog een tijd leeft en tijdens dit leven jaarlijks zou schenken, is dit nadeel wel op te heffen.
Overlijden en huis in Spanje
Het is verstandig om in Spanje een testament op te stellen. Spanje kent nog steeds fiscaal gunstige structuren inzake de verdeling van vruchtgebruik en bloot eigendom bij woningen. Tevens is het verstandig in Nederland een testament te laten opstellen waarbij het vermogen naar de langstlevende partner gaat. De partner heeft dan tijd om de woning te verkopen, waardoor er in Spanje feitelijk geen erfbelasting meer verschuldigd is. Spanje heft namelijk enkel over vermogensbestanddelen in Spanje, dus niet over bankrekeningen in Nederland (ook al woont u in Spanje).
Bij een Spaanse woning kunt u voor 2 opties kiezen:
- Aanpassen Nederlands testament: hierin bepaling opnemen over uw woning in Spanje, dit testament is in Spanje rechtsgeldig (voor de liefhebber: op grond van het Haags Testamentvormenverdrag).
- Opstellen Spaans testament: dit testament ziet op uw bezittingen in Spanje. U moet de Spaanse notaris wel even melden dat u al een Nederlands testament heeft en dat dit testament daar een toevoeging / aanvulling op is. De testamenten mogen elkaar niet tegenspreken. Laat dit testament ook in Nederland registreren.
Vakantiehuis Spanje in BV of SL en gevolgen erfbelasting
Als de vakantiewoning is ondergebracht in een Nederlandse BV zal Spanje geen erfbelasting hebben. Als de vakantiewoning is ondergebracht in een Spaanse SL wordt er wel erfbelasting geheven. Als de woning in een rechtspersoon is ondergebracht spelen er wel andere aandachtspunten, zoals het in rekening brengen van huur bij prive gebruik.
Aandachtspunten in Spanje bij erfenissen
Bij ongehuwden kunnen er financiële problemen ontstaan (lees hoge erfbelasting). Soms kunt u zich inschrijven in het register maar soms is dit voor niet inwoners niet mogelijk. Let er ook op dat u zich niet inschrijft in het verkeerde register (dus in uw regio en niet daarbuiten). Sommige regio's eigen ook een minimale samenwoon periode of inschrijvingsduur voor het overlijden. De ISD aangifte periode in Spanje is 6 maanden, sommige Nederlanders doen geen aangifte en hopen op geruisloze verjaring. Uw vakantiewoning wordt gewaardeerd op de kadastrale waarde, deze kan verschillen van de aankoopwaarde.
M-biljet / emigratieaangifte
Wij verzorgen bij Jongbloed Fiscaal Juristen vele emigratieaangiften per jaar. Binnen onze internationale afdeling is veel ervaring ten aanzien van grensoverschrijdende aangiften, wij helpen u dan ook graag bij het invullen en verzorgen van uw belastingaangifte. Wilt u een vrijblijvende offerte ontvangen? Stuur ons gerust een e-mail en binnen 48 uur ontvangt u van ons een offerte.
Het M-biljet
Vanaf het belastingjaar 2020 is het mogelijk om een M-biljet digitaal in te dienen. Het M-formulier is te vinden in de digitale omgeving van 'mijn belastingdienst'. De complexiteit van een M-biljet en de fiscale merites blijven, er hoeven echter minder vragen te worden ingevuld (enkel de vragen die op u van toepassing zijn). Ook zijn er rekenhulpen opgenomen. Het digitale M-formulier is nog in ontwikkeling voor immigratie of emigratie van ondernemers, buitenlandse ondernemingen of mensen die werkzaam zijn in de zeevaart. Het formulier voor deze groep mensen is vanaf 2022 beschikbaar. In 2023 wordt het formulier nog verder uitgebreid (onder meer met een berekening van de aanslag). De papieren versie blijft ook gewoon beschikbaar.
In principe moet het M-biljet vóór 1 juni volgend op het jaar na immi- of emigratie worden ingediend. Uiteraard is het mogelijk om extra uitstel aan te vragen. Doe dit tijdig!
Het M-biljet bij emigratie
Als u gaat emigreren, zult u na uitschrijving uit de Basisregistratie Persoonsgegevens van de Belastingdienst een M-biljet (ook wel M-formulier genoemd) ontvangen. Het M-biljet zult u ontvangen in het jaar na uw emigratie. Ontvangt u het M-biljet niet automatisch van de Belastingdienst, dan kunt u deze aanvragen via de Belastingtelefoon Buitenland te Heerlen (+31 (0)55 5 385 385).
Bij het M-biljet worden bij emigratie enkele specifieke vragen gesteld
over o.a.:
1. De periode van belasting- en premieplicht in Nederland;
2. Fiscaal partnerschap tijdens het emigratiejaar;
3. De kwalificerende buitenlandse belastingplicht;
4. Het heffingsrecht over evt. Nederlandse inkomsten in de buitenlandse
periode;
5. Het heffingsrecht over evt. buitenlandse inkomsten in de Nederlandse
periode;
6. De eigen woning na emigratie;
7. Conserverende waarde van de in Nederland opgebouwde pensioenrechten
(meer over de conserverende aanslag klik hier).
8. Conserverende waarde van in Nederland gehouden aanmerkelijk belang (van
toepassing indien u meer dan 5% van de aandelen in een vennootschap houdt).
Belastingplicht na emigratie in het woonland
Na emigratie zult u binnenlands belastingplichtig worden in uw nieuwe woonland. Indien u inkomen uit Nederland ontvangt, blijft u belastingplichtig in Nederland maar dan als zogeheten buitenlands belastingplichtige. Dat betekent overigens niet dat u ook werkelijk belasting betaalt in Nederland. Nederland heeft met heel veel landen belastingverdragen gesloten waarin is geregeld welk land onder welke omstandigheden het heffingsrecht toekomt over uw inkomen en vermogen.
Let op: in sommige gevallen blijft u, ondanks dat u emigreert, binnenlands belastingplichtig in Nederland. Er hoeft dan geen aangifte gedaan te worden op basis van een M-biljet. U blijft fiscaal inwoner van Nederland voor de wet- en regelgeving. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als u doordeweeks voor uw werk in het buitenland verblijft en in het weekend bij uw familie in Nederland woont. Mocht u zich uitschrijven in Nederland en inschrijven op uw woonadres in het buitenland, dan ontvangt u van de Belastingdienst in eerste instantie waarschijnlijk een M-biljet. Op basis van de wet- en regelgeving blijft u in zo’n geval echter inwoner van Nederland.
Premieheffing bij emigratie en M-biljet
Bij het M-biljet is het de eerste keer dat u wellicht in aanraking komt met enkele specifieke regelingen. Door emigratie bent u in de meeste gevallen niet meer premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen. Vanaf emigratiedatum bouwt u bijvoorbeeld geen AOW-rechten meer op. Het kan voordelig zijn dit vrijwillig te verzekeren. Of dat zinvol is, hangt af van uw persoonlijke situatie.
Het M-biljet bij immigratie
Als u gaat immigreren naar Nederland en zich inschrijft in de Basisregistratie Persoonsgegevens, zult u ook een M-biljet ontvangen. Mocht dit niet het geval zijn, dan moet er contact worden opgenomen met de Belastingtelefoon Buitenland op bovenstaand telefoonnummer.
Het M-biljet bij immigratie is redelijk vergelijkbaar met het M-biljet bij emigratie. Uiteraard hoeft de conserverende waarde van het pensioen niet te worden doorgegeven. Mocht u nog een conserverende aanslag hebben openstaan (in verband met eerdere emigratie), dan kunt u verzoeken om kwijtschelding van de aanslag.
LET OP: op het moment dat u meer dan 10 jaar in het buitenland woont (zonder dat u in de tussentijd fiscaal inwoner van Nederland bent geweest), dan kunt u verzoeken om kwijtschelding van de conserverende aanslag voor wat betreft de pensioenen en lijfrenten, de conserverende aanslag in verband met aanmerkelijk belang kan niet worden kwijtgescholden!
Laat uw M-biljet invullen door Jongbloed Fiscaal Juristen
Zoals u wellicht inmiddels zelf hebt kunnen ondervinden, komt er nogal wat kijken bij het invullen van het M-biljet. Het is dan ook geen overbodige luxe om hiervoor een belastingadviseur in te schakelen. Uiteraard kunt u bij Jongbloed Fiscaal Juristen terecht voor het laten verzorgen van uw M-biljet en het beoordelen van alle gevolgen in het emigratiejaar, maar ook voor de volgende jaren.
Advisering voorafgaand aan het M-biljet
In veel gevallen komen klanten na het immi- of emigratiejaar pas bij ons met het verzoek het M-biljet in te vullen. Wij doen dat dan op basis van het verleden. In sommige gevallen pakt dit ongunstig uit qua belastingheffing, het verleden valt immers niet meer te veranderen. Het is dus zaak om op voorhand goed te kijken naar uw immi- of emigratieplanning! Uiteraard kunnen wij bij Jongbloed Fiscaal Juristen u met advies bijstaan voorafgaand aan uw immi- of emigratie.
Offerte-aanvraag M-biljet
Vraag hier uw offerte aan voor het laten verzorgen van uw M-biljet. Geef bij voorkeur aan wat uw persoonlijke situatie is, zodat wij een goede inschatting van de kosten kunnen maken.
Emigratie en belastingaangifte
Als u gaat emigreren, vervalt de binnenlandse belastingplicht. U wordt aangemerkt als buitenlands belastingplichtige. U doet in Nederland aangifte voor binnenlands inkomen (uitkering, eigen woning in Nederland, etc.). Daarnaast moet u belasting gaan betalen in het land waar u gaat wonen. Het kan zijn dat Nederland niet mag heffen over uw binnenlands inkomen (zoals een uitkering, pensioen, etc.) omdat het belastingverdrag dit niet toestaat. Bij uw vertrek moet u een zogenaamd M Biljet invullen en als DGA krijgt u veelal ook een conserverende aanslag. Zonder voor eigen parochie te praten is het verstandig deze biljetten door een fiscaal jurist te laten verzorgen, hij of zij zal u ook adviseren bij de emigratie en u een helder stappenplan voorleggen. Meestal zijn dit 1 of 2 gesprekken en een helder advies. U kunt eenvoudig een afspraak maken, stuur ons gerust een e-mail en wij nemen contact met u op.
Keuzerecht en emigratie
In sommige gevallen is het mogelijk en aantrekkelijk om bij een emigratie te kiezen voor fictieve belastingplicht in Nederland. U kunt dan gebruik maken van bepaalde aftrekposten in Nederland. Het gaat hierbij om persoonsgebonden aftrekposten en hypotheekrenteaftrek. Op grond van het belastingverdrag wordt bepaald welk land er mag heffen, of dit land ook zal heffen zal afhangen van de lokale wetgeving in dit land. In sommige situaties kunt u ervoor kiezen om in Nederland als binnenlands belastingplichtige te worden gezien, dit wordt het keuzerecht genoemd. Het keuzerecht zal niet bepalen waar u belasting moet betalen, dit staat in het belastingverdrag.
Voordelen keuzerecht na emigratie
U kiest ervoor om uw gehele (wereld-)inkomen in Nederland aan te geven, u mag dan ook alle aftrekposten meenemen. Dit moet u met een deskundige in de hand gaan berekenen, want soms is het voordelig en soms niet. Wanneer is het veelal voordelig:
- Er is inkomen waarover Nederland belasting mag heffen.
- Er is een eigen woning in Nederland of in het buitenland die belast is met een hypotheek.
- Uw partner heeft weinig of geen inkomen.
- U heeft aftrekposten in Nederland (ziektekosten, studiekosten, etc.).
- Directeuren van een B.V. of N.V.
- Diplomaten.
- Grensarbeiders.
Misbruikbepaling
Om misbruik te voorkomen, is er een speciale regeling voor het keuzerecht. Als u kiest voor het keuzerecht en u wilt uw keuze het jaar erop wijzigen, zal de Belastingdienst u een straf opleggen. De Belastingdienst zal kijken naar het inkomen van de laatste 8 jaar en er wordt dan bekeken of uw inkomen moet worden verhoogd. Het genoten voordeel in die periode moet dan worden terugbetaald. Als u niet kunt kiezen maar wordt gedwongen tot een ander standpunt, dan geldt deze regeling niet.
Trailing tax in Nederland
Een trailing tax is een extra verlengde belastingplicht die aan een emigrant wordt opgelegd om hem of haar nog enkele jaren na vertrek als binnenlands belastingplichtige aan te merken. Duitsland, Finland, Spanje, Portugal en Frankrijk kennen al een dergelijke belasting. Als Nederland een trailing tax wil toepassen moet er een wijziging worden aangebracht in het inwonersbegrip maar ook in belastingverdragen (Nederland heeft er ruim 100 gesloten met diverse landen) (artikel FD 4 december 2024, met inlog). Dit is niet eenvoudig, Finland heeft het in een paar belastingverdragen opgenomen maar kan deze ook regelmatig niet afdwingen (overeenkomen) met andere landen. Het effect zal de komende jaren dus beperkt zijn en tevens lang gaan duren. Het zou sneller kunnen als landen gezamenlijk een dergelijke belasting invoeren, dit dus in OESO verband. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel mensen er daadwerkelijk vanuit fiscaal oogpunt naar aantrekkelijke landen emigreren, dit zal de komende jaren worden onderzocht, zie kamerbrief d.d. 4 december 2024 en beslisnota op 21 november 2024.
Dubbele verhuizing via drielanden constructie werkt niet
Een kleine 60 rijke Nederlanders hebben op creatieve wijze gebruik gemaakt van een zogenaamde drielandenpunt constructie. De rijken emigreerden naar Luxemburg of Zwitserland en hun bedrijf (BV) verplaatsen de zetel naar Malta (of Luxemburg). De Belastingdienst ging hier voorliggen via een projectmatige aanpak (sinds 2015) en kwam met diverse aanslagen (110 miljoen aan dividendbelasting). In deze stevige aanpak kreeg de Belastingdienst in veel zaken gelijk. Via deze route was de Vennootschapsbelasting beperkt en de dividendbelasting vrijwel nihil. Als de advisering zorgvuldig is uitgevoerd en ook wordt opgevolgd kan er veel belasting worden bespaard. De praktijk is echter anders, veel rijken laten de uitvoering rommelig verlopen (na enkele jaren). De (trust) directie heeft feitelijk weinig te vertellen en van een "echte" emigratie is ook niet altijd sprake. Gelukkig worden er zelden boetes opgelegd.
Sinds 2015 is de constructie niet meer echt interessant (door wetswijziging). Tot dat moment werden conserverende aanslagen na 10 jaar kwijtgescholden, sindsdien vervalt deze termijn en blijft de conserverende aanslag - zonder termijn - gewoon bestaan. De huidige exitheffing wordt vlak voor emigratie opgelegd en bij een emigratie binnen de EU nog niet direct geïnd (artikel 25 lid 8 invorderingswet). Inning zal plaatsvinden bij een dividenduitkering, overlijden, vervreemding of het liquideren van de vennootschap. Nederland heeft zich met deze regeling permanent het heffingsrecht over het aanmerkelijk belang van de Nederlandse DGA toegeëigend, zelfs als deze op enig moment al vele jaren buiten Nederland woont.
Vorenstaande is de lezen in een artikel van het FD op 31 januari 2025 (inlog). Voorbeelden voor procedures zijn Gerechtshof Den Haag d.d. 24 juni 2020 EC:I:NL:GHDHA:2020:1044 (en later Hoge Raad d.d. 1 juli 2022 ECLI:NL:HR:2022:976), Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 6 juni 2023 (ECLI:NL:GHSHE:2023:2393) en Gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:808).
Belastingtarieven in Spanje
Wij adviseren wekelijks mensen die in spanje een vakantiewoning hebben gekocht of gaan kopen. Ook adviseren we steeds vaker mensen die naar Spanje emigreren.
Heeft u vragen? Stuur gerust een bericht aan onderstaande specialisten. De heer Jongbloed is ook zelf goed bekend met Spanje, dit vanuit eigen ervaring met onroerende zaken aldaar.
Vakantiewoning in Spanje kopen als Nederlander
Wij adviseren wekelijks mensen met een vakantiewoning in Spanje (of die voornemende zijn een vakantiewoning te kopen). Om een woning te kunnen kopen moet u eerst een NIE nummer aanvragen (soort BSN nummer). Dit kan via de Nederlandse ambassade of bij een lokaal politiebureau, ook een advocaat in Spanje kan dit verzorgen. Een spaanse bankrekening is praktisch (niet noodzakelijk).
Bij de aankoop van een nieuwe woning moet u 10% BTW betalen (IVA). Bij een bestaande woning is er overdrachtsbelasting (ITP) verschuldigd van 7-11% (per provincie anders) over de referentiewaarde (kadaster) of de koopsom.
Nadat de woning is gekocht moet u jaarlijks de volgende belastingen betalen:
- Onroerendezaak belasting (IBI) : 0,30 - 0,70 % van de kadastrale waarde (ligt meestal aanzienlijk lager dan de marktwaarde)
- Inkomstenbelasting (IRNR) : u moet jaarlijks een aangifte inkomstenbelasting indienen (ook als de woning niet wordt verhuurd). Het tarief voor niet inwoners uit de EU bedraagt 19%. Bij verhuur voldoet u over de netto huurinkomsten (rentelasten aftrekbaar) een tarief van 19% inkomstenbelasting. Voor de periode van leegstand (of zelfbewoning) geldt een forfatair inkomen (percentage kadastrale waarde, veelal 1,1%. Tarief is 2% als laatste 10 jaar de kadastrale waarde niet is bijgewerkt).
- Vermogensbelasting: wordt geheven over het netto vermogen (schulden dus aftrekbaar). Tarief kan per provincie verschillen en bedraagt 0,2% - 3,5%. Peildatum is 31 december van een belastingjaar. De belastingvrij voet (ook per provincie anders) bedraagt gemiddeld € 400.000 - € 700.000. Buitenlanders (uit EU) mogen een beroep doen op de meest gunstige regeling, derhalve is de vrijstelling altijd € 700.000. De vermogensbelasting kan - onder voorwaarden - worden voorkomen door de woning in een Nederlandse BV te kopen.
Voorbeeld berekening inkomstenbelasting vakantiewoning Spanje
Een woning is gekocht voor € 1.000.000, de kadastrale waarde uit 2020 bedraagt € 800.000, De woning wordt gedurende 10 weken (70 dagen) per jaar verhuurd voor € 10.000. Er zijn verder geen kosten. Voor het overige deel van het jaar staat de woning leeg. De forfaitaire huurinkomsten bedragen dan € 7.112 (€ 800.000 x 295/365 x 1,1%). Het belastbare inkomen bedraagt dan dus € 10.000 + € 7.112 = € 17.112 x 19% = € 3.251 per jaar.
Verkoop van vakantiewoning in Spanje
Bij de verkoop van een vakantiewoning in Spanje moet er belasting worden betaald over de gerealiseerde winst. Dit betreft de zogenaamde grondwaarde belasting (plusvalia municipal), deze is veelal beperkt tot een paar duizend euro. Daarnaast is de vermogenswinstbelasting verschuldigd van 19%. Deze is verschuldigd over de verkoopwaarde (-/- kosten -/- aankoopwaarde -/- overdrachtsbelasting -/- notariskosten -/- verbouwingskosten). Het is verstandig om alle facturen te bewaren.
Inkomstenbelasting Spanje
Reguliere inkomsten uit arbeid en pensioen worden progressief belast volgens de onderstaande tabel. Ondernemersinkomen en inkomsten uit vastgoed (o.a. huur) vallen ook onder de reguliere inkomsten.
- tot 12.450:19%
- 12.450 - 20.200: 24%
- 20.200 - 35.200: 30%
- 35.200 - 60.000: 37%
- 60.000 `- 300.000 : 45%
- 300.000 > : 47% (verschilt per regio)
De top tarieven kunnen per regio verschillen, in Madrid bedragen deze 45,5% maar in Cataluna zelfs 48%. . De voordeligste regio is Andalucia met 48,2% en de duurste is Valencia met 54%. Er geldt een algemene belastingvrije voet van € 5.550 die op basis van de gezinssamenstelling hoger kan zijn. Dit is met name afhankelijk van het aantal nog inwonende kinderen en de leeftijd ervan.
Voor niet residenten buiten de EU (zoals op dit moment het Verenigd Koninkrijk) is het percentage 24%.
Beckham regeling inkomstenbelasting
- tot 600.000 : 24%
- boven 600.000 : 47%
Geldt gedurende 6 jaar. Buitenlandse vermogensinkomsten vallen grotendeels buiten de Spaanse heffing. Is interessant voor DGA's, ondernemers en remote werkers die naar Spanje emigreren en nog wel activiteiten willen verrichten.
Vermogenswinstbelasting in Spanje
De vermogenswinstbelasting heft belasting over de "rendementen uit beleggingen". Dit zijn bijvoorbeeld dividenden, rente op bankproducten en inkomsten uit (levens-)verzekeringen, maar ook winsten op verkoop van onroerend goed (soms vrijgesteld).
- 0 - 6.000 : 9%
- 6.000 - 50.000 : 21%
- 50.000 - 200.000 : 23%
- 200.000 - 300.000 : 27%
- 300.000 > 30%
Voor niet residenten binnen de EU is het tarief 19% en voor niet residenten buiten de EU 24%
Vermogensbelasting in Spanje
- 0 - 167.000: 0,2%
- 167.000 - 334.000 : 0,3%
- 334.000 - 668.500 : 0,5%
- 668.500 - 1.337.000 : 0,9%
- 1.337.000 - 2.674.000 : 1,3%
- 2.674.000 - 5.348.000 : 1,7%
- 5.348.000 - 10.696.000 : 2,1%
- 10.696.000 > 3,5%
Bovenstaande zijn afgeronde bedragen (voor de leesbaarheid). Er geldt een algemene vrijstelling van € 700.000 voor residenten en non-residenten plus nog eens € 300.000 voor residenten met een eigen woning en geldt per persoon. Iedere Spaanse "autonome" regio kan zelf afwijkende belastingschijven en vrijstellingen vaststellen.
Solidariteitsbelasting voor zeer vermogenden
Belastbaar vermogen
- 3.000.000 - 5.000.000 : 1,7%
- 5.000.000 - 10.000.000 : 2,1%
- 10.000.000 > : 3,5%
Successierecht en schenkingsrecht in Spanje
De successierecht en schenkingsrecht zijn nogal verschillend per regio. Er zijn regio's die de successierechten en schenkingstarieven vrijwel tot "nul" verlaagd hebben. De vrijstelling bedraagt € 100.000. Hou rekening met een tarief van 34% over het meerdere. Omdat u in Nederland woont moet u in Nederland erfbelasting (of schenkbelasting) betalen over het wereld vermogen. De heffing in Spanje kan hierop in mindering worden gebracht.
De regionale tarieven gelden alleen voor residenten. Dit nationale tarief begint bij 7,65% en stijgt tot 34%, afhankelijk van de hoogte van de nalatenschap / schenking. Het hoogste tarief geldt vanaf € 797.000. Afhankelijk van de familiegraad van de ontvanger van het vermogen geldt er een vermenigvuldigingsfactor, welke mede bepaald wordt door de hoogte van het vermogen. Afhankelijk van het vermogen en de familiegraad kan het belastingpercentage oplopen tot 81,6% !
Op grond van de Europese Erfrechtverordening is het Nederlandse recht van toepassing (als u in Nederland woont).
Buitenlandse bezittingen en wonen in Spanje
Als u in Spanje woont moet u in maart een aangifte Inkomstenbelasting indienen indien u in het buitenland een vermogen heeft dat hoger is dan € 50.000.
Vennootschapsbelasting in Spanje
Het tarief voor de Vennootschapsbelasting in Spanje bedraagt 25%. Voor nieuwe bedrijven is het tarief de eerste 2 jaar maximaal 15%.
Omzetbelasting in Spanje
De omzetbelasting in Spanje bedraagt 21%, het verlaagde tarief is 4% of 10%. Voor nieuwbouwwoningen is er een lager tarief van 10%.
Overdrachtsbelasting in Spanje
De overdrachtsbelasting in Spanje is met een tarief van 6% - 11% redelijk fors. Voor de notaris en makelaar moet u rekenen met zo'n 2-3%.
Disclaimer
Deze tarieven zijn afkomstig van Spaanse adviseurs.
Emigratie naar Spanje
Wij hebben vele klanten geadviseerd bij de emigratie naar Spanje. Onze advisering bij uw emigratie naar Spanje richt zich op de gevolgen voor de Inkomstenbelasting en successie in Nederland en Spanje.
Informatie over emigratie naar Spanje
Verkoop woning Spanje
Over de winst bij verkoop van een vakantiewoning in Spanje moet u 19% belasting betalen over de winst (vrijwel alle kosten zijn aftrekbaar, mits er bonnen en facturen aanwezig zijn). Daarnaast is er soms nog een gemeentelijke belasting verschuldigd.
Verschillen tussen Spanje en Nederland bij vastgoed
Belastingen kunnen per regio verschillen en het maakt verschil of je in Spanje woont (resident) of niet. Welke belastingen kennen we bij vastgoed in Spanje, een opsomming
- Impeusto de Transmisiones Patrimoniales (ITP) > de overdrachtsbelasting. Tarieven tussen 6% en 10%, kan per regio verschillen. Madrid is met 6% het voordeligst en Valencia is redelijk duur 9% (per 1 juli 2026). Op de eilanden is het nog duurder, kan oplopen tot 13%. In Nederland bij eigen woning 0% of 2% en bij woningen als belegging 8%. Soms zijn speciale regelingen voor woningen als hoofdverblijf, of je bent jonger dan 35 jaar of bij groot gezin.
- Impuesto Sobre Bienes Inmuebles (IBI) > onroerende zaakbelasting. Over de kadastrale waarde, deze is meestal lager dan de werkelijke waarde (vaak 50%). De OZB bedraagt in Spanje ongeveer 200 euro per 100.000 euro waarde, dus bij woning van 300.000 euro is dit 600 euro per jaar. Kan per gemeente verschillen. Voor inwoners en niet inwoners gelijk.
- Belasting over huuropbrengsten: verschilt voor inwoners en niet inwoners. Inwoners betalen via de inkomstenbelasting (IRPF), je moet dan huur als inkomen zien en je mag hier de kosten (ook onderhoud) op in mindering brengen (facturen bewaren). Soms wordt er 60% vrijstelling verleend als je woning voor langere tijd gaat verhuren. Als je niet in Spanje woont moet je 19% betalen over je opbrengsten, de kosten zijn dan niet aftrekbaar. Landelijk gelijk en geen verschillen per regio
- Impuesto Sobre Contrucciones instalaciones y obres (ICIO) : is een belasting die je moet betalen bij een verbouwing (speelt al snel, ook bij kleine verbouwingen is veelal vergunning nodig). De kosten hiervan bedragen 2 - 4% van de verbouwingskosten (kan per regio verschillen), meestal is de offerte van de aannemer het uitgangspunt. Voor inwoner en niet inwoner is gelijk
- Meerwaarde belasting bij verkoop: over de winst moet je belasting betalen, bedraagt 19% en bij winst boven ongeveer 300.000 euro kan dit oplopen tot 28%. Betreft de verkoopprijs -/- aankoopprijs -/- aankoopkosten -/- verbouwingen. Voor inwoners is er soms een vrijstelling (bij verhuizing of leeftijd boven de 65 jaar).
Tweede huis in Spanje verkocht? Vraag 20% belasting terug!
Hebt u in de periode april 2005 tot en met december 2006 uw tweede woning in Spanje verkocht, dan kunt u wellicht nog 20% belasting terugvragen in Spanje. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u contact opnemen met Dennis Jongbloed.
Er zijn de nodige Nederlanders die een tweede huis hebben in een ander land. Spanje is een zeer goed land om tijdelijk te overwinteren of om juist zomers te genieten van vooral de zonovergoten kust.
Maar na een aantal jaren wil de gemiddelde Nederlander dan toch wel weer eens iets anders. De kust kennen ze en graag wordt dan een nieuw stukje Spanje ontdekt, met als gevolg dat de woning wordt verkocht.
Voor deze particuliere verkopers van het (tweede) huis in Spanje is het nu tijd om een aantal zaken te checken.
Wat is nu het geval? In het verleden behandelde Spanje-residenten en niet-residenten verschillend in de belastingheffing. Een resident betaalde 15% vermogenswinstbelasting, een niet-resident 35% over de meerwaarde van de woning bij verkoop. De Europese Commissie heeft Spanje op de vingers getikt over deze ongelijke behandeling en Spanje heeft daarop per 1 januari 2007 de wet gewijzigd, zodat de heffing bij iedereen 18% is.
Echter, iedereen die het tweede huis vóór 2007 heeft verkocht, kan dus ten onrechte teveel belasting hebben betaald in Spanje. De praktijk leert ons dat lang niet altijd de vermogenswinstbelasting van 35% is betaald in Spanje, zeker niet als er geen nieuw tweede huis is gekocht en de verdere banden met Spanje zijn verbroken.
Conclusie
Hebt u de hogere vermogenswinstbelasting van 35% wel afgedragen als niet-resident, dan kunt u het verschil van het teveel betaalde nog steeds terugvragen bij de Spaanse belastingdienst. U moet dan uiteraard kunnen aantonen dat u aangifte hebt gedaan in Spanje en de belasting ook werkelijk hebt betaald. In Spanje kan dit tot 4 jaar terug. Dus hebt u uw tweede huis in Spanje verkocht in de periode apil 2005 tot en met december 2006, vraag dan de 20% teveel betaalde vermogenswinstbelasting terug.
Spaans onroerend goed in een Nederlandse rechtspersoon
Ook hier is in de toekomst wellicht belasting terug te halen. Spanje heft namelijk 3% belasting over de kadastrale waarde van een onroerend goed dat in bezit is van een niet in Spanje gevestigde rechtspersoon. Te denken valt aan een Nederlandse B.V. met onroerend goed in Spanje. In februari 2008 heeft de Europese Commissie aangegeven dat Spanje ook dit soort ongelijke behandelingen moet opheffen. Maak dus in ieder geval bezwaar tegen de betaalde aanslagen van de afgelopen 4 jaar.
Emigratie en conserverende aanslag - vrijheid en blijheid bij emigratie
Emigratie wordt waarschijnlijk fiscaal (nog) vriendelijker behandeld dan nu al het geval is. Op dit moment heeft ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad der Nederlanden, enkele zaken onderhanden betreffende de belastingheffing bij mensen die geëmigreerd zijn uit Nederland.
Conserverende aanslag en excessief lenen
Bij een emigratie wordt meestal een conserverende aanslag opgelegd. Via de conserverende aanslag wordt de belastingclaim van Nederland (voor vertrek) veilig gesteld. Als een DGA zou emigreren zal er over de waarde van de aandelen in zijn BV (meestal de holding) een conserverende aanslag worden opgelegd. Bij een emigratie binnen de EU wordt er dan veelal uitstel van betaling verstrekt (anders wordt veelal volstaan met een bankgarantie of pandrecht op aandelen). Als de DGA na de emigratie geld gaat lenen van een (nieuwe) buitenlandse rechtspersoon kan het verleende uitstel van betaling worden ingetrokken / beëindigd. De wet zal op dit onderdeel worden aangepast, de opzegging geldt alleen indien en voor zover bovenmatig (excessief) wordt geleend van een vennootschap waarop de conserverende aanslag betrekking heeft (en de toename van de schuld niet al eerder het uitstel van betaling heeft beëindigd).
Wat is een conserverende aanslag
De Nederlandse belastingdienst zal bij uw emigratie nog een zogenaamde conserverende aanslag opleggen. Bij uw emigratie doet u de laatste keer aangifte via een zogenaamd M Biljet . Op grond van deze aangifte krijgt u een belastingaanslag die u wellicht in de toekomst moet betalen. De geldigheidsduur van de conserverende aanslag is 10 jaar, met uitzondering voor het aanmerkelijk belang (onbeperkt). Bij emigratie binnen de EU wordt uitstel van betaling verleend, bij emigratie buiten de EU moet er zekerheid worden gesteld, via bijvoorbeeld ene bankgarantie, hypotheekrecht of een verpanding.
Rente over de conserverende aanslag
Over de conserverende aanslag wordt geen (invorderings) rente berekend (artikel 28 lid 3 Invorderingswet).
Waarover wordt de conserverende aanslag berekend?
Pensioenrechten en conserverende aanslag
In Nederland opgebouwde pensioenrechten (of pensioenen waar in Nederland premies zijn afgetrokken) worden meegenomen in de conserverende aanslag. De conserverende aanslag hoeft - bij een emigratie binnen de EU - de eerste 10 jaar niet te worden betaald, mits u zich na uw emigratie houdt aan de Nederlande fiscale wetgeving (bijvoorbeeld geen afkoop). Na deze periode van 10 jaar kunt u om kwijtschelding van de conserverende aanslag vragen. Bij overlijden zal de conserverende aanslag aan de nabestaanden worden verstrekt.
In oude belastingverdragen berust het heffingsrecht over pensioenen doorgaans bij het woonland (dus het land waarheen u zou emigreren). In nieuwe belastingverdragen probeert Nederland voor emigranten het heffingsrecht te behouden. Nederland mag dan heffen als het woonland niet of nauwelijks zou heffen en de uitkeringen een bepaalde drempel (per jaar) overstijgen, de drempels zijn:
- Belgie € 25.000 (AOW wordt in Belgie belast) (Gerechtshof Den Bosch 1 februari 2023)
- Duitsland € 15.000 (ongeacht heffing in Duitsland)
- Curcacao : bronheffing 15% in Nederland
- Ierland € 25.000
- Portugal € 10.000 (procedure Gerechtshof Den Haag 25 maart 2015) (Hoge Raad 6 november 2020 inzake AOW) en WAO)
- Zwitserland € 15.000
Een belastingverdrag (bijvoorbeeld in verband met de afkoop van pensioen) kan niet opzij worden gezet door een latere wetswijziging aldus de Hoge Raad inzake een procedure bij het verdrag met Singapore HR 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8403.
Aanmerkelijk belang aandelen en conserverende aanslag
Bij emigratie is er sprake van een (fictieve) vervreemding van uw aanmerkelijk belang aandelen. De AB winat die het gevolg is van deze fictieve vervreemding wordt gerekend tot uw box 2 inkomen. U ontvangt hiervoor een conserverende aanslag (oneindig). Meestal krijgt u uitstel van betaling voor deze conservende aanslag. Als er dividend wordt uitgekeerd, de aandelen worden verkocht en/of bij liquidatie moet u dit doorgeven aan de belastingdienst. U moet de conserverende aanslag dan deels betalen.
Lijfrenten en conserverende aanslag
Als u in Nederland een lijfrente hebt opgebouwd (en premies afgetrokken) dan wordt over de waarde van de lijfrentepolis een conserverende aanslag opgelegd. Deze werkt verder hetzelfde uit als een pensioen (zie hierboven).
Kapitaalverzekeringen en spaarrekeningen eigen woning
Als de eigen woning niet wordt verkocht dan moet u in de emigratie aangifte de waarde van de polis te verminderen met de gestorte premies opgeven, deze worden meegenomen in de conserverende aanslag (mits het saldo positief is). Voor het overige werkt dit netzo als bij pensioenen.
Standpunt Belastingdienst
De Belastingdienst legt bij emigranten (mensen die buiten Nederland gaan leven en wonen) veelal aanslagen op, de zogenaamde conserverende aanslagen. De aanslagen worden opgelegd over lijfrenten, kapitaalverzekeringen eigen woning, spaarbrieven, pensioenen, waardes in bedrijven, etc. De Belastingdienst wil toekomstige claims die er nog zouden zijn (heffing over lijfrentes, dividenduitkeringen, etc.) hierdoor veiligstellen. Bij emigraties binnen Europa mag geen zekerheid worden gevraagd, daarbuiten wel.
Standpunt rechters
Er zijn op dit moment een aantal uitspraken gedaan door rechters, waaruit volgt dat Nederland te makkelijk is met het opleggen van conserverende aanslagen. Tegen de meeste zaken heeft de Staatssecretaris hoger beroep aangetekend. De Hoge Raad zal eerdaags uitspraak doen in een aantal van deze zaken. De verwachting is dat de Hoge Raad ten voordele van de belastingplichtigen zal beslissen. Emigratie wordt dan fiscaal een stuk gunstiger. Een kort overzicht:
- AB-winsten: Is het Nederlandse systeem (van vóór 2001) strijdig met het EG-recht? Volgens het Hof van Justitie van de EU (en het Gerechtshof in Nederland) is dit zo. De Hoge Raad moet nu duidelijkheid geven, de Hoge Raad heeft in februari 2009 in een drietal uitspraken bepaald dat Nederland de aanslagen mag opleggen!
- Pensioen en lijfrente: Mag Nederland een conserverende aanslag opleggen aan iemand die (met pensioen en lijfrentepolissen) emigreert naar een land buiten de EU? Volgens het Gerechtshof mag dit niet, de Hoge Raad zal het verlossende woord geven, dit laat thans erg lang op zich wachten, onduidelijk is waarom.
- Lijfrente: Nederland heft over de afkoop van een lijfrentepolis terwijl de persoon al in het buitenland woont (binnen de EU) en de heffing aan dit woonland is toegewezen. Het Gerechtshof en de Advocaat Generaal (advies Hoge Raad) zijn van mening dat dit niet mag.
Conclusie
Het kan raar lopen binnen de fiscale wereld. Het lijkt mij echter redelijk
om te veronderstellen dat de Hoge Raad gaat bepalen dat het opleggen van
aanslagen door Nederland bij emigraties moet worden beperkt, bij de AB-winsten
is dit nog niet gebeurd. Een optimaal fiscaal advies bij emigratie wordt
hierdoor nog belangrijker. Binnen ons kantoor kunt u hiertoe contact opnemen
met onderstaande persoon.
(Vakantie) Huis in Spanje
Steeds meer Nederlanders kopen een (vakantie)woning in Spanje: als tweede huis, als belegging en/of om (gedeeltelijk) te verhuren. Fiscaal wijkt Spanje op een aantal essentiële punten af van Nederland. Niet alleen omdat Spanje – óók als u er niet woont – doorgaans een jaarlijkse heffing kent, maar ook omdat tarieven en grondslagen afhangen van uw woonstatus (met name EU/EEA of niet), de kadastrale waardering en de vraag of en hoeveel u verhuurt. Hieronder staat een praktisch, maar inhoudelijk correct overzicht van de belangrijkste fiscale aandachtspunten, toegespitst op de situatie waarin u voor Spaanse belastingdoeleinden als niet-resident kwalificeert.
Nederland (box 3) versus Spanje: waarom vergelijken vaak misgaat
In Nederland valt een Spaanse vakantiewoning in beginsel in box 3 (onder het dan geldende regime). Een vergelijking die uitsluitend kijkt naar “Nederland 36% versus Spanje 19%” is echter misleidend. Spanje werkt bij niet-residenten met een eigen systematiek: naast heffing over daadwerkelijke verhuuropbrengsten kent Spanje doorgaans ook een heffing over een forfaitair inkomen voor perioden van leegstand of eigen gebruik. Bovendien is 19% niet het “algemene” tarief voor iedere niet-resident; voor EU/EEA-inwoners geldt vaak 19%, terwijl voor niet-EU/EEA-inwoners in veel situaties 24% geldt. De uitkomst kan dus gunstig zijn, maar alleen als u de berekening op de juiste grondslag en het juiste tarief maakt.
Verschillen tussen Spanje en Nederland bij vastgoed
Belastingen kunnen per regio verschillen en het maakt verschil of je in Spanje woont (resident) of niet. Welke belastingen kennen we bij vastgoed in Spanje, een opsomming
- Impeusto de Transmisiones Patrimoniales (ITP) > de overdrachtsbelasting. Tarieven tussen 6% en 10%, kan per regio verschillen. Madrid is met 6% het voordeligst en Valencia is redelijk duur 9% (per 1 juli 2026). Op de eilanden is het nog duurder, kan oplopen tot 13%. In Nederland bij eigen woning 0% of 2% en bij woningen als belegging 8%. Soms zijn speciale regelingen voor woningen als hoofdverblijf, of je bent jonger dan 35 jaar of bij groot gezin.
- Impuesto Sobre Bienes Inmuebles (IBI) > onroerende zaakbelasting. Over de kadastrale waarde, deze is meestal lager dan de werkelijke waarde (vaak 50%). De OZB bedraagt in Spanje ongeveer 200 euro per 100.000 euro waarde, dus bij woning van 300.000 euro is dit 600 euro per jaar. Kan per gemeente verschillen. Voor inwoners en niet inwoners gelijk.
- Belasting over huuropbrengsten: verschilt voor inwoners en niet inwoners. Inwoners betalen via de inkomstenbelasting (IRPF), je moet dan huur als inkomen zien en je mag hier de kosten (ook onderhoud) op in mindering brengen (facturen bewaren). Soms wordt er 60% vrijstelling verleend als je woning voor langere tijd gaat verhuren. Als je niet in Spanje woont moet je 19% betalen over je opbrengsten, de kosten zijn dan niet aftrekbaar. Landelijk gelijk en geen verschillen per regio
- Impuesto Sobre Contrucciones instalaciones y obres (ICIO) : is een belasting die je moet betalen bij een verbouwing (speelt al snel, ook bij kleine verbouwingen is veelal vergunning nodig). De kosten hiervan bedragen 2 - 4% van de verbouwingskosten (kan per regio verschillen), meestal is de offerte van de aannemer het uitgangspunt. Voor inwoner en niet inwoner is gelijk
- Meerwaarde belasting bij verkoop: over de winst moet je belasting betalen, bedraagt 19% en bij winst boven ongeveer 300.000 euro kan dit oplopen tot 28%. Betreft de verkoopprijs -/- aankoopprijs -/- aankoopkosten -/- verbouwingen. Voor inwoners is er soms een vrijstelling (bij verhuizing of leeftijd boven de 65 jaar).
Aankoop: welke fiscale kosten spelen bij overdracht?
Bij aankoop krijgt u in Spanje te maken met kosten en belastingen die afhangen van de vraag of u nieuwbouw of bestaande bouw koopt. Bij nieuwbouw is doorgaans btw (IVA) verschuldigd; bij bestaande bouw speelt doorgaans overdrachtsbelasting (ITP). Anders dan in Nederland verschilt de effectieve heffing in Spanje in sterke mate per regio. Daarbovenop komen notariële kosten, registratie- en inschrijvingskosten en – als u zich laat begeleiden – kosten voor juridische due diligence. De kern is dat u bij de aankoop niet één uniform “Spaans tarief” kunt hanteren: u moet de regio, het type object en de contractstructuur meenemen.
Jaarlijkse Spaanse heffingen voor niet-residenten: de praktijk
Wie niet in Spanje woont maar wel een woning aanhoudt, krijgt meestal te maken met een combinatie van lokale lasten en rijksbelastingen. Lokaal is vooral de IBI relevant (vergelijkbaar met onroerendezaakbelasting), aangevuld met gemeentelijke heffingen zoals afval- of reinigingsheffingen. Daarnaast kent Spanje voor niet-residenten de IRNR (Impuesto sobre la Renta de No Residentes), die in de praktijk via Modelo 210 wordt aangegeven. Het belangrijke punt is dat die IRNR niet alleen aan de orde is bij verhuur, maar ook bij leegstand/eigen gebruik door middel van een forfaitaire bijtelling.
Leegstand of eigen gebruik: forfaitaire heffing (imputed income)
Voor perioden waarin de woning niet is verhuurd, rekent Spanje doorgaans een forfaitair inkomen als percentage van de kadastrale waarde (valor catastral). In de praktijk wordt veelal gerekend met 1,1% van de kadastrale waarde, waarbij in bepaalde situaties 2% kan gelden als de kadastrale waarde langere tijd niet is herzien. Vervolgens wordt dit forfaitaire inkomen belast tegen het toepasselijke niet-residententarief. Daarbij is het onderscheid tussen EU/EEA en niet-EU/EEA relevant: voor EU/EEA-niet-residenten is het tarief in veel gevallen 19%, terwijl voor niet-EU/EEA-niet-residenten vaak 24% geldt.
Verhuur: heffing over huurinkomsten en periodieke aangifte
Bij verhuur wordt in beginsel belasting geheven over de huurinkomsten. In de praktijk vindt de aangifte voor niet-residenten vaak per kwartaal plaats via Modelo 210. Voor EU/EEA-niet-residenten is het doorgaans mogelijk om bepaalde kosten die direct samenhangen met de verhuurperiode in aftrek te brengen, mits goed onderbouwd en binnen de Spaanse regels. Voor niet-EU/EEA-niet-residenten is die aftrek in veel gevallen beperkter of anders vormgegeven. Dit is relevant bij de keuze om wel of niet te verhuren, maar vooral ook bij de administratieve inrichting: zonder goede documentatie kan een “netto-berekening” in de praktijk eenvoudig sneuvelen.
Vermogensbelasting in Spanje
Spanje kan daarnaast vermogensbelasting heffen over (kort gezegd) de netto-waarde van de Spaanse woning, waarbij schulden onder voorwaarden in mindering kunnen komen. De uitkomst is hier niet alleen afhankelijk van de waarde en eventuele financiering, maar ook van de regionale uitwerking en – in bepaalde situaties – de mogelijkheid om aan te knopen bij regionale regels.
Praktische randvoorwaarden: NIE en het aankoopproces
Bij aankoop in Spanje doorloopt u doorgaans een traject van reservering, een voorlopige koopovereenkomst (vaak met een aanbetaling) en vervolgens de definitieve levering bij de notaris. In de praktijk heeft u vrijwel altijd een NIE-nummer nodig (fiscaal identificatienummer voor buitenlanders) en is een Spaanse bankrekening vaak praktisch. Minstens zo belangrijk is de juridische controle: eigendomsketen, eventuele beslagen, vergunningen, (toeristische) verhuurbeperkingen en de kadastrale/registratiestatus. Dat is geen “fiscale bijzaak”: juist bij verhuur en latere verkoop werken fouten in de onderliggende documentatie fiscaal door.
Voorbeeldberekening IRNR bij verhuur én leegstand (gecorrigeerd)
Stel: u koopt een woning met een aankoopprijs van € 1.000.000 en de kadastrale waarde bedraagt € 800.000. U verhuurt tien weken (70 dagen) voor € 10.000 en de woning staat de overige 295 dagen leeg of is voor eigen gebruik. Voor de leegstandsperiode wordt het forfaitaire inkomen dan doorgaans berekend als € 800.000 × (295/365) × 1,1% = € 7.112 (afgerond). Het belastbare inkomen bedraagt daarmee € 10.000 + € 7.112 = € 17.112. Als u als EU/EEA-niet-resident onder het 19%-tarief valt, is de verschuldigde belasting € 17.112 × 19% = € 3.251 per jaar (afgerond).
Verkoop: onderscheid tussen plusvalía municipal en vermogenswinstbelasting
Bij verkoop is het belangrijk om twee verschillende heffingen niet door elkaar te halen. Ten eerste kan de gemeente plusvalía municipal heffen (IIVTNU), een gemeentelijke belasting die ziet op de waardestijging van de grond volgens een eigen gemeentelijke systematiek. Ten tweede kan Spanje op rijksniveau belasting heffen over de gerealiseerde vermogenswinst (IRNR capital gains). Voor EU/EEA-niet-residenten is het tarief voor die vermogenswinst in veel gevallen 19%. De grondslag is in beginsel het verschil tussen verkoopopbrengst en de (gecorrigeerde) aankoopbasis, waarin aankoopkosten, bepaalde belastingen en aantoonbare verbeteringskosten een rol kunnen spelen. Juist daarom is het verstandig om facturen en notariële afrekeningen structureel te bewaren: zonder bewijs degradeert een “fiscale optimalisatie” snel tot een papieren exercitie.
Fiscaal advies inzake spanje
Een woning in Spanje kan fiscaal aantrekkelijk uitpakken, maar alleen als u de Spaanse systematiek correct toepast en de relevante nuanceringen (met name EU/EEA-status, kadastrale herwaardering en regionale verschillen) expliciet meeneemt. Wilt u voorkomen dat u achteraf verrast wordt door aangifteplichten, forfaitaire heffing bij leegstand of een onjuist begrip van de heffing bij verkoop, dan is het verstandig om vooraf de feiten in kaart te brengen en de structuur daarop af te stemmen, eventueel met lokale ondersteuning.
Emigratie, en dan?
Bij ons op kantoor hebben wij de kennis over verschillende landen over adviseurs gesplitst. Gespecialiseerd in emigraties naar Spanje en Portugal is Marijke ten Dam, Arjan Hof of Dennis Jongbloed. Ook voor emigraties naar Aziatische en overige Europese landen zijn deze personen uw aanspreekpunt.
Ten aanzien van Duitsland kunt u Eric van Nugteren mailen. Nederlanders emigreren steeds vaker en er gaan meer mensen weg dan dat er binnenkomen. Verhuizen met het hele gezin, gepensioneerden die de rust en zon opzoeken of fiscale emigranten. Vaak is er bij emigratie een belastingvoordeel te behalen.
Algemeen
Als u emigreert, is uw nationaliteit – fiscaal gezien – niet veel waard. Een enkel land knoopt voor belastingheffing aan bij de nationaliteit (zoals de VS), maar meestal is uw woonplaats doorslaggevend voor belastingheffing.
Nederlandse bron
Als u in Nederland woont, moet u over uw binnenlands inkomen in Nederland belasting betalen. Als u in een ander land gaat wonen, moet u aldaar belasting betalen. De Nederlandse fiscus wil u echter blijven belasten over zaken met een Nederlandse bron (zoals een vakantiewoning in Nederland). Er kan soms dubbele belastingheffing optreden, in voorkomende gevallen bestaat hiervoor een belastingverdrag. Bij emigratie moet u een emigratieaangifte invullen en veelal krijgt u een conserverende aanslag, dit is een aanslag die niet betaald hoeft te worden, tenzij u zich niet aan bepaalde spelregels houdt.
Belastingverdragen
Nederland heeft met veel landen (ongeveer 80) een belastingverdrag gesloten. In een dergelijk verdrag wordt afgesproken wie over bepaalde inkomsten mag heffen. Opletten! Een belastingverdrag geeft enkel aan wie mag heffen. Of dit land ook daadwerkelijk heft, zal afhangen van nationale wetgeving. Een belastingverdrag schept dus geen belastingplicht. Het is veelal voor fiscaal juristen de kunst om middels de combinatie (verdrag / nationale wetgeving) te bekijken welke inkomsten tussen wal en schip vallen. Belastingverdragen zijn veelal verschillend, edoch vinden hun basis in het OESO modelverdrag.
Voorbeelden
- Loon: wordt veelal belast in het werkland. Als u in Duitsland of België een goedkope woning gaat bewonen, blijft uw salaris in Nederland gewoon belast. Het woonland mag over de inkomsten heffen, maar het verdrag zal veelal anders bepalen.
- Pensioen: pensioen is veelal belast in het woonland, tenzij het een ambtenarenpensioen betreft. Veelal krijgt u over (toekomstige) pensioenuitkeringen een conserverende aanslag opgelegd, deze is eigenlijk bedoeld om afkoop en manipulatie te voorkomen.
- Onroerende zaken: stenen zijn belast in het land waar de stenen liggen. Als u na emigratie een woning in Nederland heeft aangehouden, zijn de inkomsten hieruit in Nederland belast (box 3). Soms wil het woonland ook heffen, edoch dan wordt de Nederlandse belasting hierop in mindering gebracht. Er wordt dan dus bij geheven tot het tarief in uw woonland, het voordeel van de lage heffing in box 3 geniet u dan dus niet.
- Beleggen en sparen: inkomen uit beleggen en sparen (dividend, rente, etc.) wordt veelal belast in het woonland. Het bronland zal veelal ook heffen. Nederland zal veelal 15% dividendbelasting inhouden op uitgekeerde dividenden. De Nederlandse heffing kunt u veelal verrekenen in uw woonland.
- Soorten belastingen: in het buitenland loopt u soms aan tegen belastingen die wij in Nederland niet kennen. Hierbij moet u denken aan vermogensbelasting, belasting bij verkoop van uw (vakantie)woning, belasting op winst bij verkoop van beleggingen, belastingen op provinciaal en gemeentelijk niveau, belastingen geheven door kerken, etc.
Belastingheffing in Duitsland
In het algemeen is de heffing in Duitsland iets hoger dan in Nederland. Dit komt met name door de extra gemeentelijke belastingen, minder fiscaalgunstige regelingen en vooral de Duitse solidariteitstoeslag. Voor de kleinverdieners is de inkomstenbelasting gunstiger. Bij ons kantoor werken fiscalisten die gespecialiseerd zijn in het Duitse belastingrecht (zie onderaan dit artikel).
Advisering ondernemers Duitsland / Nederland
Wij adviseren vele Duitse ondernemers die in Nederland ondernemen maar ook Nederlandse ondernemers die in Duitsland willen starten. Ons team van specialisten helpt u graag bij de eerste stappen en/of doorontwikkeling. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak.
Ondernemers in Duitsland en belastingen
In Duitsland is ruim 80% van de bedrijven een eenmanszaak, VOF of maatschap, deze vallen onder de inkomstenbelasting. De bedrijven (rechtspersonen) in Duitsland vallen onder de vennootschapsbelasting (Körperschaftsteuer). Naast deze belasting betalen bedrijven een extra belasting (solidariteitstoeslag) van 5,5% van de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting. Sinds 2021 is deze solidariteitstoeslag voor circa 90% van de loon- en inkomstenbelastingplichtigen vervallen (via verhoogde vrij-/drempelgrenzen), maar zij blijft o.a. nog van toepassing voor hogere inkomens, op kapitaalinkomsten en bij de Körperschaftsteuer. Daarnaast kent Duitsland een zogenaamde gemeentebelasting (Gewerbesteuer) over de winst. De tarieven worden per gemeente vastgesteld en variëren (afhankelijk van de gemeentelijke Hebesatz) in de praktijk veelal grofweg van circa 14 - 17,5%.
Inkomstenbelasting Duitsland (42%)
De inkomstenbelasting (Einkommenssteuer) in Duitsland is lager dan in
Nederland, het maximale tarief bedraagt 42%. Bij een inkomen boven circa
€ 277.826 (2026; jaarlijks geïndexeerd) heeft men nog een tarief voor de
rijken van 45%. Er zijn verschillende tariefgroepen (Steuerklassen), deze
zijn:
- Tarief 1: alleenstaanden
- Tarief 2: alleenstaande ouders
- Tarief 3: getrouwd of samenlevingscontract (als partner niet werkt of op aanvraag in tariefgroep 5 ingedeeld);
- Tarief 4: gehuwden die beide inkomen hebben
- Tarief 5: partner van iemand die in tarief 3 is ingedeeld
- Tarief 6: iedereen met 2 of meer dienstbetrekkingen
Vennootschapsbelasting Duitsland (circa 30%)
Kapitaalvennootschappen (een AG (= N.V.) of GmbH (= B.V.)) die in Duitsland gevestigd zijn, zijn voor het gehele wereldinkomen onderworpen aan Duitse vennootschapsbelasting. Een vennootschap is in Duitsland gevestigd als zij in Duitsland is opgericht én haar zetel in Duitsland heeft of als de plaats van de leiding zich in Duitsland bevindt.
Zowel voor ingehouden als uitgekeerde winst ligt het tarief voor vennootschapsbelasting uniform en definitief bij 15%. Een dubbele belastingheffing wordt algemeen d.m.v. het zogenaamde deel-inkomsten-principe vermeden. Daardoor worden bij aandeelhouders de inkomsten uit deelneming slechts 60% in de berekeningsgrondslag voor de inkomstenbelasting meegeteld.
Naast de vennootschapsbelasting (Körperschaftsteuer) kent Duitsland voor GmbH's en AG's gemeentelijke belastingen op winst (Gewerbesteuer). Deze belasting zal per gemeente verschillen en bedraagt gemiddeld circa 14 - 17,5%.
BTW (19%) in Duitsland
Het regeltarief voor BTW (Umsatz- of Mehrwertsteuer) in Duitsland bedraagt 19% (in Nederland 21%), het gereduceerde tarief 7% (in Nederland 9%). Dit laatste geldt overwegend voor bepaalde producten die in de eerste levensbehoeften voorzien, zoals voedingsmiddelen, medische hulpmiddelen en bepaalde diensten op maatschappelijk en cultureel gebied. Nederlandse ondernemers die binnen de Europese Unie exporteren, hoeven geen BTW in rekening te brengen.
Vermogensbelasting in Duitsland
Er wordt beperkt belasting geheven met diverse vrijstellingen.
Belastingverdrag Nederland Duitsland
Belasting betalen is al erg en dubbele belasting helemaal. Om de dubbele belastingheffing te vermijden, bestaat er tussen Nederland en Duitsland sinds 1959 een belastingverdrag. Dit verdrag is met ingang van 2016 vernieuwd. Een aanrader is ook de site van het Ministerie van Financiën in Duitsland. Voor thuiswerkers en grenswerkers is het verdrag in 2025 nog aangevuld.
Werken in Duitsland
Als u in Nederland woont en in Duitsland werkt of als u in Duitsland woont en werkt, loopt u vanzelf aan tegen de ingewikkelde sociale wetgeving in Duitsland.
Wonen in Italië
Een met olijfbomen omringd huis in Toscane, geweldig! De overdrachtsbelasting bedraagt in Italië doorgaans 9%, als u er gaat wonen, is het tarief 2% (bij aankoop van een particulier/een verkoper die niet met btw levert). Woningen zijn in Italië veelal goedkoper dan in Nederland. Als u de woning niet verhuurt, geldt een soort huurwaardeforfait (Rendita Catastale). U moet om een biljet vragen, deze wordt u niet automatisch toegezonden.
Inkomstenbelasting in Italië
Bepaalde gebieden kennen speciale regelingen (zoals € 100.000 betalen en onbeperkt inkomen genieten). Het maximale belastingtarief in Italië is iets lager dan in Nederland (maximum 43%). In Italie kennen we geen box 3 heffing / vermogensbelasting. Bepaalde delen van Italië kennen speciale regelingen voor gepensioneerden, deze gelden veelal in regio's waar nieuw leven moet worden ingeblazen.
Vennootschapsbelasting in Italië
De IRES (vennootschapsbelasting) in Italië is redelijk vergelijkbaar met Nederland (op dit moment 24%).
Overlijden in Italië en belastingen
Successierecht in Italië bedraagt 4% (derden 8%), vrijstelling bedraagt zo’n € 1.000.000.
Tweede woning in Italië
Over tweede woningen betaalt u in Italië doorgaans IMU (gemeentelijke
onroerendezaakbelasting); het wettelijke basistarief is 0,86% en het tarief
is (binnen wettelijke marges) afhankelijk van de gemeente en de situatie.
De verhuurinkomsten worden progressief belast (thans drie schijven: 23%
- 35% - 43%), een vast percentage van de huur is aftrekbaar als kosten
(veelal 5%). Hypotheekrente is niet aftrekbaar van de huurinkomsten. Als
de woning binnen vijf jaar na aankoop wordt verkocht, moet de eigenaar
vermogenswinstbelasting betalen. Deze bedraagt in principe 26% (of naar
keuze tegen het hogere progressieve tarief). Deze heffing moet u bij verkoop
direct betalen.
Bij overlijden geldt in principe het Nederlandse testament, mits dit past
binnen de regels die het toepasselijke erfrecht bepalen (onder meer gewone
verblijfplaats/een rechtskeuze).
Wij hebben een aantal mensen geadviseerd inzake de aankoop van hun vakantiewoning in Italië. Een niet al te complexe advisering, tenzij u de woning binnen 5 jaar wilt verkopen.
Uw vakantiewoning en de Franse fiscus
Elk land kent zijn eigen regels en wetten, zo ook Frankrijk. Ik hoor een klant nog zo zeggen: "Bureaucratie is een Frans woord, ik weet nu waarom." De Franse fiscus gaat iets anders met uw woonhuis om dan de Nederlandse.
Met de verhuur van vakantiewoningen houdt men zich in Frankrijk wél bezig: verhuurinkomsten uit Frans onroerend goed zijn in beginsel belast in Frankrijk, óók als u niet fiscaal in Frankrijk woont. Afhankelijk van de wijze van verhuur vallen de inkomsten doorgaans onder revenus fonciers (on gemeubileerd/“nu”) of onder BIC (gemeubileerd/“meublé”). Daarnaast kunnen Franse sociale heffingen van toepassing zijn. In Nederland betaalt u in beginsel geen inkomstenbelasting over de ontvangen huur als zodanig, maar een (buitenlandse) tweede woning valt doorgaans in box 3 (met voorkoming van dubbele belasting voor zover van toepassing).
Verkoop van een Franse woning
Bij verkoop van uw vakantiewoning moet u in Frankrijk in beginsel over de winst die u op het huis maakt belasting betalen (taxe sur la plus-value). De heffing wordt berekend over de meerwaarde en wordt verminderd door een vermindering (abattement) die oploopt naarmate u de woning langer in bezit heeft.
Verkoopt u uw hoofdwoning (résidence principale) in Frankrijk, dan is de plus-value in beginsel volledig vrijgesteld.
Hoe langer u de woning heeft, hoe lager de heffing in Frankrijk is. De eerste 5 jaar geldt geen vermindering; daarna loopt de vermindering op. De plus-value is in beginsel volledig vrijgesteld van impôt sur le revenu na 22 jaar bezit en volledig vrijgesteld van prélèvements sociaux na 30 jaar bezit.
De belasting die u over de meerwaarde van uw woning na verkoop moet betalen kan worden gedrukt met uitgaven die u in de loop der jaren heeft gedaan ter verbetering van de woning, mits deze onder voorwaarden kwalificeren en u ze (meestal) met facturen kunt onderbouwen. Ook aankoopkosten (bijvoorbeeld notariskosten en bepaalde heffingen) kunnen de verkrijgingsprijs verhogen.
Tips Franse woning
- Laat werkzaamheden bij voorkeur door een onderneming uitvoeren en bewaar facturen goed. Kunt u de werkzaamheden niet (voldoende) onderbouwen en verkoopt u pas na meer dan 5 jaar, dan kan onder voorwaarden een forfaitaire verhoging van 15% van de aankoopprijs voor werkzaamheden worden toegepast.
- De belastingheffing op de verkoopwinst bedraagt in beginsel 19% (impôt sur le revenu) plus 17,2% aan prélèvements sociaux. Voor niet-inwoners die onder een ziektekostenstelsel van een EU/EEE-staat of Zwitserland vallen, geldt voor de prélèvements sociaux in veel gevallen in plaats daarvan alleen een prélèvement de solidarité van 7,5%.
- Het is niet verstandig om een woning in Frankrijk “zwart” te betalen; de Nederlandse fiscus is u al snel op het spoor en uw verkoopwinst is hierdoor al snel erg hoog.
Een woning in Frankrijk
Door wijzigingen in de box 3-systematiek kan een tweede woning in Frankrijk voor Nederlanders fiscaal anders uitpakken dan voorheen. De woning is een bezitting in box 3. Een schuld die niet in box 1 aftrekbaar is (bijvoorbeeld een hypotheek op de vakantiewoning) wordt in box 3 in beginsel wel in aanmerking genomen, maar alleen voor zover deze uitkomt boven de schuldendrempel.
Vakantiewoning in Buitenland en onderzoek belastingdienst
"De Nederlandse Belastingdienst is op jacht naar vakantiewoningen van Nederlanders." "Nederland ontvangt gegevens inzake buitenlandse woningen." Als u de krantenkoppen leest, is het net of het een schande is om een huisje in Frankrijk te bezitten. Het gaat de Belastingdienst echter niet zozeer om het bezit van de vakantiewoning, maar meer om de vraag hoe de woning is gefinancierd; is dit wellicht met zwart geld gebeurd? U als brave burger heeft hier niets mee van doen. Voor u is het vakantieplezier van belang. Bent u op korte termijn van plan een vakantiewoning in Frankrijk aan te schaffen, dan bestaat hiervoor een fiscaal vriendelijke optie. In dit artikel een korte weergave om fiscaal optimaal een woning in Frankrijk te kopen.
Een vakantiehuis in Frankrijk en box 3
Wanneer u een vakantiehuisje in Frankrijk heeft gekocht, dan dient u deze als bezitting aan te geven in box 3. Op grond van artikel 6 van het belastingverdrag met Frankrijk mag Frankrijk heffen over het in Frankrijk gelegen onroerend goed; Nederland moet een voorkoming voor dubbele heffing geven.
De box 3-heffing is in 2026 gebaseerd op forfaitaire rendementspercentages. Voor 2026 gelden (voorlopig/definitief): banktegoeden 1,28%, beleggingen en andere bezittingen (waaronder een 2e woning, ook in het buitenland) 6,00% en schulden 2,70%. Het tarief box 3 is 36% en het heffingsvrij vermogen bedraagt € 59.357 per belastingplichtige (fiscale partners gezamenlijk: € 118.714).
De voorkoming dubbele belasting in box 3 wordt (kort gezegd) berekend volgens een evenredigheidsmethode: de vermindering wordt gebaseerd op de verhouding van het buitenlandse box 3-vermogen ten opzichte van het totale box 3-vermogen. Hierdoor kan in situaties met overige (Nederlandse) box 3-bezittingen en/of schulden de uitkomst afwijken van een “volledige vrijstelling” op alleen de buitenlandse woning.
Vakantiewoning in Frankrijk, een voorbeeld
U heeft een vakantiewoning in Frankrijk. In Nederland valt deze in box 3 onder “beleggingen en andere bezittingen”. Stel: waarde € 500.000 (peildatum 1 januari). Het forfaitaire rendement bedraagt dan € 500.000 x 6,00% = € 30.000. Over dit box 3-inkomen wordt vervolgens (na toepassing van de box 3-systematiek inclusief heffingsvrij vermogen) het tarief van 36% toegepast. Daarna wordt voorkoming dubbele belasting verleend op basis van de evenredigheidsmethode.
Als u een hypotheek op de woning heeft van € 400.000, dan is de hypotheekrente in Nederland niet aftrekbaar (vakantiewoning en geen hoofdverblijf). De schuld zelf telt in box 3 in beginsel wel mee, maar alleen voor zover deze boven de schuldendrempel uitkomt; dat werkt door in zowel de box 3-grondslag als in de evenredigheidsmethode voor voorkoming dubbele belasting.
Franse belastingheffing
In Frankrijk is het belastingstelsel net even anders dan in Nederland. Bij (gedeeltelijke) verhuur kunnen in Frankrijk faciliteiten of regimes van toepassing zijn; laat dit steeds lokaal toetsen. De huurinkomsten zijn uiteindelijk in Frankrijk belast.
Over de verkoopwinst op het vakantiehuis dient in beginsel Franse belasting te worden betaald. Voor onroerend goed (zoals een résidence secondaire) geldt in grote lijnen: 19% inkomstenbelasting en 17,2% sociale heffingen (totaal 36,2%), met een afbouw (abattement) afhankelijk van de duur van het bezit; volledige vrijstelling geldt (kort gezegd) na 22 jaar voor de inkomstenbelasting en na 30 jaar voor de sociale heffingen.
De verkoopwinst is geheel vrijgesteld indien de woning uw hoofdverblijf (résidence principale) is.
De Société Civile Immobilière (SCI)
De SCI is een Franse rechtsvorm die in het Nederlands recht niet voorkomt. Het is een Franse “société civile” die vaak wordt gebruikt voor het houden en beheren van onroerende zaken. U bent aandeelhouder van de SCI; de SCI is eigenaar van de woning. Om niet té juridisch te worden, zal ik hier verder slechts enkele (algemene) aandachtspunten noemen:
- De fiscale behandeling bij verkoop hangt af van de fiscale kwalificatie van de SCI in Frankrijk. Bij een SCI die in Frankrijk is onderworpen aan de inkomstenbelasting (impôt sur le revenu) wordt de plus-value in de basis belast tegen 19% en 17,2% sociale heffingen (en kan bij een hoge plus-value een aanvullende heffing spelen).
- De SCI kan civielrechtelijk/erfrechtelijk (planning)voordelen bieden; laat de Franse en Nederlandse fiscale gevolgen vooraf integraal beoordelen.
Fiscaal advies inzake wonen of beleggen in Frankrijk
Frankrijk is en blijft een mooi vakantieland. Mocht ik ooit het geld hebben om daar een vakantiewoning aan te schaffen, dan doe ik dat zeker via een SCI. Deze methode wordt overigens ook door veel Fransen toegepast. De aankoop van een tweede woning in Frankrijk via een SCI kan tot besparingen leiden. Het is uiteraard wel verstandig u daarbij door een deskundig adviseur te laten bijstaan.
Wonen in Frankrijk
Er is een belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk. De belastingheffing in Frankrijk is vergelijkbaar met het oude Nederlandse stelsel (vóór 2001). Frankrijk is zeker geen belastingparadijs en fiscaal dus meestal niet gunstig als woonland. De inkomstenbelasting is qua tarieven redelijk gelijk aan Nederland (max 45%).
Vakantiewoning in Frankrijk
Over (bepaalde) onroerende zaken in Frankrijk kan in Frankrijk vermogensbelasting verschuldigd zijn (Impôt sur la Fortune Immobilière, IFI) als de waarde van het netto belastbare vastgoedvermogen boven € 1,3 miljoen uitkomt. Het tarief is progressief en loopt (in 2025) van 0,50% tot 1,50% (met een vrijgestelde eerste schijf tot € 800.000).
Als de woning wordt verhuurd, zijn de huurinkomsten in beginsel in Frankrijk belast. Voor niet-inwoners geldt daarbij een minimumtarief van 20% of 30% (met de mogelijkheid van toepassing van het gemiddelde tarief als dat gunstiger is). Omdat veel kosten (onderhoud, financiering, lokale belastingen, etc.) aftrekbaar kunnen zijn, is de effectieve heffing vaak beperkt (afhankelijk van het regime: micro/regime réel).
Bij verkoop van de woning is de meerwaarde in Frankrijk in beginsel belast tegen 19% inkomstenbelasting; daarnaast kunnen sociale heffingen spelen. Na verloop van tijd geldt een afbouw (abattement) waardoor de meerwaarde volledig is vrijgesteld van inkomstenbelasting na 22 jaar bezit en (in de regel) ook van sociale heffingen na 30 jaar bezit.
Estate planning Frankrijk
Nederlandse testamenten hebben in Frankrijk een beperkte werking. Loop even langs een Franse notaris om dit ook aldaar te regelen. Een aantal tips:
- Overweeg een vakantiewoning samen met de kinderen te kopen.
- Koop een woning eventueel in een rechtspersoon.
- Veelal geldt zowel de successie in Nederland als in Frankrijk.
- Samenwoners worden voor de successie in Frankrijk als vreemden behandeld (dus hoog tarief).
Belastingtarief inwoners Frankrijk
Het inkomstenbelastingstelsel is progressief, met een hoogste tarief van 45% (in de hoogste schijf). In Frankrijk kunt u in de praktijk meer (of andersoortige) kosten aftrekken dan in Nederland, afhankelijk van de inkomens- en kostencategorie. De aangifte wordt in het voorjaar van het volgende kalenderjaar ingediend; de exacte deadline verschilt per jaar en (bij online aangifte) per departement/zone. Voor de campagne 2025 (inkomsten 2024) gold o.a. 20 mei 2025 voor papier en 22 mei / 28 mei / 5 juni 2025 voor online (waarbij niet-inwoners onder de eerste online-deadline vallen).
Belastingtarief bedrijven in Frankrijk
Het standaardtarief vennootschapsbelasting bedraagt 25% (voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2022). Onder voorwaarden geldt voor kleinere ondernemingen een verlaagd tarief van 15% over de eerste € 42.500 winst. U kunt in Frankrijk kiezen voor speciale regelingen. Een veel gebruikt voorbeeld hiervan is het micro-regime (micro-entrepreneur), waarbij de administratie en winstbepaling sterk vereenvoudigd zijn en doorgaans met vaste forfaitaire uitgangspunten wordt gewerkt; afhankelijk van de situatie kan ook (een vorm van) btw-vrijstelling spelen.
Belastingen in Polen
De belastingdruk zal de komende jaren gaan stijgen. De huidige belastingdruk is een feestje maar het is geen belastingparadijs. De theoretische belastingdruk zegt niet zoveel over de feitelijk te betalen belasting, dit is lokaal nog redelijk "bespreekbaar".
Belastingstelsel in polen
Het Poolse belastingstelsel bestaat uit verschillende soorten belastingen, waaronder inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, btw en accijnzen.
Inkomstenbelasting in polen
In Polen wordt de inkomstenbelasting (PIT) geheven op individuen en
varieert afhankelijk van het inkomen. Er zijn twee schijven:
- 12% voor inkomens tot 120.000 PLN per jaar (ongeveer € 28.000)
- 32% voor inkomens boven 120.000 PLN per jaar.
Daarnaast is er een solidariteitsheffing van 4% op jaarinkomens boven 1 miljoen PLN (€ 238.0000. Zelfstandigen en freelancers kunnen kiezen voor een vlaktaks van 19% of forfaitaire tarieven op basis van het soort activiteit. De belastingvrije som bedraagt 30.000 PLN (belastingvermindering: 3.600 PLN).
Vennootschapsbelasting in polen
De vennootschapsbelasting (CIT) in Polen bedraagt 19%, maar kleine ondernemingen met een jaaromzet tot 2 miljoen EUR kunnen in aanmerking komen voor een verlaagd tarief van 9%. Polen heeft ook een uitgebreid netwerk van belastingverdragen om dubbele belastingheffing te vermijden. Er is een overweging om voor bepaalde sectoren (zoals banken) het tarief te verhogen tot 30%, dit om de defensie uitgaven te kunnen betalen.
BTW in polen
De btw (VAT) in Polen heeft een standaardtarief van 23%. Er zijn ook verlaagde tarieven van 8% en 5% (en in bepaalde gevallen 0%) voor bepaalde goederen en diensten, zoals levensmiddelen, farmaceutische producten en sommige boeken en tijdschriften.
Andere belastingen in polen
- Andere belangrijke belastingen in Polen zijn accijnzen op alcohol, tabak en brandstoffen, evenals milieubelastingen en lokale belastingen zoals onroerendgoedbelasting.
- Er geldt een partnerregeling in Polen (mits gehuwd)
- Speciale tarieven voor innovatie
- Speciale regeling voor monumenten
- Sociale verzekeringspremies (ZUS) voor werkgevers liggen doorgaans rond ca. 20,48% van het brutoloon (excl. arbeidsongevallenpremie die varieert). Werknemers dragen 13,71% bij (plus 9% zorgverzekering).
- Polen kent voor ingezetenen een schenk en erfbelasting
- Polen kent een exit heffing van 19% (soms 3%) voor bedrijven.
Heffing over huurinkomsten in Polen
Daarnaast wordt er over particuliere huurinkomsten 8,5% belasting geheven tot 100.000 PLN per jaar en 12,5% over het meerdere. Kosten zijn niet aftrekbaar.
Belastingheffing voor niet ingezetenen
Specifieke inkomsten voor niet ingezetenen zijn belast tegen een lokaal tarief van 20%, geen aftrek van kosten (tenzij belastingverdrag van toepassing is). Dit gaat ondermeer om:
- auteursrechten en vergoedingen IE of handelsnaam
- vergoeding lease
- inkomsten uit sport, cultuur, onderwijs, journalistiek
- commissaris vergoedingen
- inkomsten persoonlijke diensten
- management en bestuurswerzaamheden
Fiscale Hervormingen en Beleid in Polen
Polen heeft de afgelopen jaren verschillende fiscale hervormingen doorgevoerd om het belastingstelsel te vereenvoudigen en de belastinginkomsten te verhogen. Een van de belangrijkste hervormingen was de invoering van de zogeheten "Polski Ład" (Pools Akkoord), dat onder andere lagere belastingtarieven voor lage inkomens en hogere belastingvrije drempels omvat. Daarnaast heeft Polen stappen ondernomen om belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan. Dit omvat strengere regels voor transfer pricing, de introductie van een algemene antimisbruikbepaling (GAAR) en verbeterde samenwerking met andere EU-lidstaten en internationale organisaties zoals de OESO.
Wonen in Polen
Polen, gelegen in Centraal-Europa, is een land met een rijke geschiedenis en een diverse cultuur. Het land grenst aan Duitsland in het westen, Tsjechië en Slowakije in het zuiden, Oekraïne en Wit-Rusland in het oosten, en Litouwen en de Russische enclave Kaliningrad in het noordoosten. Het heeft ook een kustlijn aan de Oostzee in het noorden. De hoofdstad en grootste stad van Polen is Warschau, terwijl andere belangrijke steden Krakau, Łódź, Wrocław, Poznań en Gdańsk zijn. Polen heeft een bevolking van ongeveer 38 miljoen mensen, waarmee het een van de grootste landen in de Europese Unie is.
Geschiedenis en Cultuur in Polen
Polen heeft een rumoerige geschiedenis doorgemaakt, gekenmerkt door
periodes van onafhankelijkheid en bezetting. Het Koninkrijk Polen werd
in de 10e eeuw gesticht en vormde later de Pools-Litouwse Gemenebest, een
van de grootste en meest invloedrijke staten van Europa in de 16e en 17e
eeuw. In de 18e eeuw werd Polen echter opgedeeld tussen Pruisen, Oostenrijk
en Rusland, en het land verdween van de kaart tot het opnieuw onafhankelijk
werd in 1918. Na de Tweede Wereldoorlog kwam Polen onder communistische
controle en bleef een satellietstaat van de Sovjet-Unie tot de val van
het communisme in 1989.
De Poolse cultuur is rijk en divers, met een sterke nadruk op muziek, literatuur
en kunst. Polen heeft een aantal wereldberoemde componisten voortgebracht,
zoals Frédéric Chopin, evenals schrijvers als Adam Mickiewicz en Nobelprijswinnaar
Wisława Szymborska. Traditionele volksmuziek en dans blijven populair,
net als moderne kunstvormen.
Fiscaliteit in Polen
Het Poolse belastingstelsel bestaat uit verschillende soorten belastingen, waaronder inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, btw en accijnzen.
Inkomstenbelasting in Polen
In Polen wordt de inkomstenbelasting (PIT) geheven op individuen en
varieert afhankelijk van het inkomen. Er zijn twee schijven:
- 12% voor inkomens tot 120.000 PLN per jaar.
- 32% voor inkomens boven 120.000 PLN per jaar.
Daarnaast is er een solidariteitsheffing van 4% op jaarinkomens boven 1 miljoen PLN. Zelfstandigen en freelancers kunnen kiezen voor een vlaktaks van 19% of forfaitaire tarieven op basis van het soort activiteit. De belastingvrije som bedraagt 30.000 PLN.
Vennootschapsbelasting in Polen
De vennootschapsbelasting (CIT) in Polen bedraagt 19%, maar kleine ondernemingen met een jaaromzet tot 2 miljoen EUR kunnen in aanmerking komen voor een verlaagd tarief van 9%. Polen heeft ook een uitgebreid netwerk van belastingverdragen om dubbele belastingheffing te vermijden.
BTW in polen
De btw (VAT) in Polen heeft een standaardtarief van 23%. Er zijn ook verlaagde tarieven van 8% en 5% voor bepaalde goederen en diensten, zoals levensmiddelen, farmaceutische producten en sommige boeken en tijdschriften, en een 0%-tarief voor onder meer uitvoer en intracommunautaire leveringen.
Noot fiscaal jurist inzake polen
Polen is een dynamisch land met een rijke cultuur en een gevarieerd landschap. Het land heeft een stevig belastingstelsel dat voortdurend wordt aangepast om aan de veranderende economische omstandigheden te voldoen. Met zijn strategische ligging in Europa en zijn lidmaatschap van de Europese Unie, blijft Polen een belangrijke speler op het continent, zowel economisch als politiek.
De verblijfsvergunning in Spanje
Voor onderdanen van Nederland (EU-burgers) geldt dat de klassieke “verblijfsvergunning” niet (meer) aan de orde is, maar dat bij verblijf van langer dan drie maanden in Spanje in beginsel wél registratie verplicht kan zijn (certificado de registro de ciudadano de la Unión). In de eerste drie maanden bestaat geen registratieplicht.
Registratie / het certificaat is (onder meer) aan de orde indien:
- u in loondienst of als zelfstandige werkzaam bent in Spanje;
- u in Spanje studeert;
- u een direct familielid bent van hiervoor genoemde personen;
- u in Spanje werkt, maar u uw woonplaats in een ander EU-land heeft en u minstens één keer per week naar dat land terugkeert;
- u de afgelopen twaalf maanden in Spanje in loondienst of als zelfstandige werkzaam bent geweest, de pensioensgerechtigde leeftijd heeft bereikt met recht op pensioen en gedurende meer dan drie jaar in Spanje heeft gewoond;
- u arbeidsongeschikt bent geworden nadat u tenminste twee jaar ononderbroken in Spanje heeft gewoond. U hoeft dit verblijf van minstens twee jaar niet aan te tonen indien u in Spanje arbeidsongeschikt bent geworden door een bedrijfsongeval of ziekte en daarom recht heeft op een uitkering;
- u na drie jaar in Spanje te hebben gewerkt en gewoond, in een ander EU-land gaat werken, uw woonplaats in Spanje aanhoudt en u minstens één keer per week naar Spanje terugkeert.
Hoewel de registratieplicht (na drie maanden) in beginsel kan gelden, kan het in de praktijk ook los daarvan praktisch zijn om het certificaat te hebben; het kost u wel enige moeite en tijd. Voor mensen die niet onder bovenstaande categorieën vallen, geldt dat zij (afhankelijk van hun situatie) andere formaliteiten kunnen hebben.
Fiscaalnummer in Spanje het zogenaamde NIE nummer
Men is wel verplicht tot de aanvraag van het fiscaalnummer voor buitenlanders, het zogenaamde Número de Identificación de Extranjero (N.I.E.). De aanvraag verloopt via Policía Nacional/Extranjería en gebeurt doorgaans op afspraak (cita previa). Voor de aanvraag wordt in de regel gebruikgemaakt van formulier EX-15 en de bijbehorende betaling (tasa Modelo 790 Código 012). Uitgebreide informatie en formulieren zijn te vinden via de (overheids)websites; wel zo gemakkelijk.
Rijbewijs in Spanje
Houdt u er rekening mee dat u zich dient in te schrijven bij de gemeente. De inschrijving heet “empadronamiento”. Hierom kan onder meer gevraagd worden in het kader van administratieve procedures.
Verder geldt in hoofdlijnen dat een EU-/EER-rijbewijs geldig is in Spanje zolang het geldig is. Om praktische redenen kunt u het rijbewijs (vrijwillig) laten registreren bij de DGT of (vrijwillig) omwisselen. Als u uw “residencia normal” in Spanje heeft, vindt verlenging/afhandeling bij (bijna-)verloop in beginsel via de Spaanse procedure plaats.
Nederlands rijbewijs in Spanje
Zodra u uw normale verblijfplaats in Spanje heeft, kunt u met een geldig Nederlands (EU-)rijbewijs in beginsel gewoon blijven rijden zolang het rijbewijs geldig is. Omzetten naar een Spaans rijbewijs (zgn. canje del carnet) is voor houders van een EU-/EER-rijbewijs in principe vrijwillig.
Let op:
De vaak genoemde “6-maandentermijn” speelt met name bij rijbewijzen van buiten de EU/EER (en kan dan wél leiden tot boete/handhaving als na vestiging in Spanje zonder Spaans rijbewijs wordt doorgereden). Indien u toch wilt omzetten/registreren of een vervolgstap moet zetten (bijvoorbeeld in verband met verlenging), kunt u terecht bij de Jefatura Provincial de Tráfico (Madrid: Calle Arturo Soria 143).
Spaanse regeling in strijd met EU-recht
Voor EU-/EER-rijbewijzen geldt als uitgangspunt dat erkenning plaatsvindt en dat u bij verhuizing naar een andere EU-lidstaat uw rijbewijs doorgaans niet hoeft om te wisselen; omwisseling is in beginsel vrijwillig.
Verlenging rijbewijs
Verloopt uw Nederlandse rijbewijs en bent u officieel woonachtig (normaal verblijvend) in Spanje (en niet meer ingeschreven in Nederland), dan geldt in de praktijk dat verlengen in Spanje leidt tot afgifte van een Spaans rijbewijs (omwisseling bij verlenging).
N.B. U moet uw normale verblijfplaats in Spanje aannemelijk kunnen maken (in de regel via inschrijving/registratie als inwoner, zoals empadronamiento, en overige bewijsstukken waaruit woonplaats blijkt).
Spanje
In Spanje wonen is natuurlijk een feest. In Spanje kent men twee vormen van fiscale tegemoetkoming voor huizenbezitters. De eerste vorm lijkt op de situatie in Nederland, aftrek van belasting over rente en aflossing. Wonen in Spanje was goedkoop, maar wordt steeds duurder. U moet er ook rekening mee houden dat de rente veelal iets hoger is en dat er meer moet worden afgelost op de hypotheek. Voordeel hierbij is wel dat gedurende de eerste twee jaar 25% van de hypotheeklast (aflossing en rente) in mindering mag worden gebracht op de verschuldigde belasting. Vanaf het derde jaar mag 15 - 20% van de hypotheeklast worden afgetrokken. Het maximale aftrekbare bedrag is voor de eerste twee jaar ongeveer € 2.250 en de jaren daarna ongeveer € 1.600. De aftrek geldt alleen voor de eerste woning.
De tweede fiscale tegemoetkoming is voor de nieuwkomers op de huizenmarkt. Zij kunnen een spaarrekening openen, bestemd voor de aankoop van een huis. Het bedrag dat daarop wordt gestort is aftrekbaar voor de belasting. Een soort omgekeerde hypotheekaftrek dus. De spaarder moet wel kunnen aantonen dat hij binnen vier jaar het geld besteedt voor het kopen van een huis. De laatste tijd heeft de Spaanse regering verschillende maatregelen afgekondigd om de aankoop van een eerste huis te vergemakkelijken.
De prijzen zijn de laatste jaren enorm gestegen omdat veel Spanjaarden hun geld in tweede huizen stoppen. De huursector is in ontwikkeling, de eerstkomende jaren zullen er nieuwe fiscaalgunstige regels komen om verhuur te stimuleren. De laatste jaren daalt de waarde van het onroerend goed, dit kon ook niet uitblijven.
Nieuwe woning
Een huis kunt u kopen van een projectontwikkelaar. Op nieuwe woningen moet u btw (IVA) betalen, evenzo als in Nederland. Deze IVA bedraagt 7% over de eigendom en 16% bij het kopen van een stuk grond, een garage of zwembad (als u deze separaat van de woning koopt). In Nederland bent u over een nieuwbouwwoning 21% btw verschuldigd, dit scheelt dus direct 14% op de aankoop van een nieuwe woning.
Bestaande woning
Als u een huis van een privépersoon koopt, betaalt u overdrachtsbelasting (Impuesto de Transmisiones). De overdrachtsbelasting bedraagt 7%, gelijk aan het Nederlandse tarief. Deze belasting bent u verschuldigd over de waarde die in de akte of de eigendomsakte (escritura pûblica) staat. Naast de genoemde belasting moet u ook nog notariskosten en registratiekosten betalen (ongeveer 2%). In normale gevallen betaalt de koper de belasting en de kosten. Sommige provincies kennen een ander percentage voor de overdrachtsbelasting.
Belasting aan gemeente voor bouwen
Ook de gemeente pikt in Spanje een graantje mee. U zult gemeentebelasting moeten betalen bij het bouwen, verbeteren of uitbreiden van een huis en zelfs als u constructiewerk in de tuin laat verrichten. Deze belasting is 2% over de echte kosten van het werk, maar kan per gemeente verschillen. Daarnaast moet u btw betalen over de bouw, de bedraagt veelal 7%.
Verkoopwinst
Maakt u winst op de verkoop van een stuk grond, dan moet u aan de gemeente belasting betalen, de zogenaamde "Plus ValÍa". Voor de waarde gaat men uit van de fiscale waarde op het moment van verkoop, de zogenaamde "valor catastral" van het perceel. De percentages zijn afhankelijk van de periode dat u de grond (of het huis) in uw bezit heeft gehad en daarnaast verschillen deze per gemeente. Dergelijke belastingen kennen wij in Nederland niet, de winst op verkoop van woningen is in Nederland vrijgesteld van belastingen. De belasting wordt door de verkoper betaald, maar u kunt overeenkomen dat de koper deze moet betalen.
Onroerendezaakbelasting
De Spaanse onroerendezaakbelasting (Impuesto de Bienes Inmuebles) is gebaseerd op de fiscale waarde die de provincie heeft bepaald. Deze waarde wordt elke 10 jaar aangepast. Deze belasting is 0,4% op grond (landbouwgrond minder). De gemeenten mogen - evenzo als in Nederland - de percentages verhogen.
Successie
Als u eigendommen in Spanje heeft, moet u bij uw overlijden in Spanje belasting betalen en wellicht ook in Nederland. Evenzo als in Nederland zijn er voor bepaalde familieleden vrijstellingen en reducties. De regels zijn lastig en wijzigen snel. Dit komt doordat ieder belastingdistrict haar eigen vrijstellingen en tarieven mag vaststellen. Als u hierover vragen heeft, belt u mij dan gerust. Het loont zich om in Spanje een testament te laten opstellen, regel dit !!!
Uw auto in Spanje
U kunt in Nederland een auto kopen en deze zonder bpm en btw importeren in Spanje. U moet dan in Spanje de btw betalen (21%). Neemt u uw auto vanuit Nederland mee naar Spanje, dan dient u deze uit te schrijven bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Hierdoor stopt de motorrijtuigenbelasting en kunt u de verzekering ook stopzetten. Neemt u alle papieren (ook kopie deel 3) mee naar de RDW. Uw auto krijgt tijdelijke uitvoerkentekenplaten die 2 weken geldig zijn.
U dient dus bij aankomst in Spanje ervoor te zorgen dat het Spaanse kenteken binnen deze termijn aangevraagd wordt. Dit kan bij de Jefatura Provincial de Tráfico (in Madrid: Calle Arturo Soria, 143). Soms is het voordelig de verzekering in Nederland te laten doorlopen. Dit kan bij een RDW-teststation bij u in de buurt of het hoofdkantoor in Veendam.
Gaat het om een nieuw (binnen de EU) aangeschafte auto, dan dient u de aankoopfactuur zonder btw te tonen (de btw wordt betaald in Spanje). Gaat het om een tweedehands auto, dan dient u de aankoopfactuur met een gelegaliseerde handtekening van de verkoper te kunnen tonen.
Daarnaast bent u een registratiebelasting verschuldigd bij import van een auto welke is gebaseerd op basis van CO2-uitstoot. Het tarief verschilt per autonome regio. Indien de autonome regio geen eigen tarief heeft vastgesteld, geldt het landelijke tarief.
De landelijke tarieven bedragen:
- auto's met minder dan 120 g/km CO2-uitstoot: 0%;
- auto's tussen 120 g/km en 160 g/km CO2-uitstoot: 4,75%;
- auto's tussen 160 g/km en 200 g/km CO2-uitstoot: 9,75%;
- auto's meer dan 200 g/km CO2-uitstoot en auto's zonder opgave van CO2-uitstoot: 14,75%.
Kopers van nieuwe auto's die minder dan 149 g/km CO2-uitstoot hebben krijgen een stimulans van € 2.000 (waarvan 50% wordt betaald door de fabrikant), indien ze een auto hebben die 10 jaar of ouder is (of die meer heeft gereden dan 250.000 km) en deze auto gelijktijdig wordt gesloopt.
Om een auto te kunnen aanschaffen in Spanje terwijl u niet officieel resident bent, dient u een NIE-nummer aan te vragen. Overleg dit met de ambassade in Spanje. Wilt u de invoer en het aanvragen van Spaanse nummerborden zelf doen, raadpleegt u dan de Engelstalige versie van de website van de Dirección General de Tráfico.
Spanje
Bij ons op kantoor adviseren wij regelmatig belastingplichtigen over een mogelijke emigratie en/of het opzetten van een bedrijf in Spanje. Als u een vraag hierover heeft, kunt u hem geheel vrijblijvend e-mailen. Spanje is voor Nederlanders en Belgen het meest populaire land voor een (tweede) woning. In dit onderdeel treft u diverse artikelen aan over het kopen van een (vakantie) woning, de fiscaliteit in Spanje en een mogelijke emigratie. Een collega van ons heeft een vakantiewoning in Spanje en dus is ook ervaring uit eerste lijn beschikbaar. Wij adviseren vrijwel wekelijks mensen die een vakantiewoning in Spanje kopen of naar Spanje emigreren.
Algemeen
De officiële naam is Reino de España, er wonen ruim 49 miljoen mensen en het land is 12,5 keer zo groot als Nederland. Spanje is evenzo als Nederland een Monarchie. De hoofdstad is Madrid en daarnaast zijn er diverse grote tot zeer grote steden. De prijzen zijn er nog steeds gunstig en benzine, sterke drank en sigaretten zijn er goedkoop. Het leven is goedkoper dan in Nederland. Door de economische crisis zijn de woningprijzen in veel regio's gigantisch gedaald. De laatste jaren zijn de woning prijzen in sommige gebieden extreem gestegen.
Wonen in Spanje
Het wonen in Spanje bevalt de meeste mensen goed. Het kopen van een woning aldaar noopt u veelal tot het eerst verdiepen in de markt. Er zijn vele niet betrouwbare makelaarskantoren, maar gelukkig ook voldoende – veelal Nederlands sprekende – adviseurs die hun vak begrijpen.
Er bestaat in Spanje, evenals in elk ander Europees land, een aantal belastingen. Er zijn aankoopbelastingen, jaarlijkse onroerendgoedbelasting, inkomstenbelasting, wegenbelasting en nog meer. Spanje kent daarnaast een vermogensbelasting (Impuesto sobre el Patrimonio), met sterke regionale verschillen. Spanje is belastingtechnisch opgedeeld in autonome regio's, voor Ibiza en de Canarische Eilanden geldt zelfs een speciaal regime. Vrijstellingen en tarieven kunnen per regio enorm verschillen. Zo kent de regio Madrid bijvoorbeeld in de regionale regelgeving een 100%-bonificatie, maar zolang het Impuesto Temporal de Solidaridad de las Grandes Fortunas (ITSGF) van toepassing is, werkt die bonificatie niet (volledig) door.
Praktijk ervaring Spanje
Onze fiscalisten komen regelmatig in Spanje en werken dan samen met lokale partijen, hierbij kunt u denken aan notarissen, advocaten en accountants. Belangrijke aandachtspunten bij het kopen van een (vakantie) woning zijn:
- Koopt u prive of via een (spaanse) rechtspersoon
- Wilt u een hypotheek in Spanje aangaan
- Is de verkoper eigenaar van de grond / opstallen die worden verkocht
- Zijn er nog schulden op de grond / opstallen gevestigd
- Is de kadastrale informatie gelijk aan de eigendomspapieren (Escritura) van de verkoper
- Is er een energie certificaat (CEE). Zonder certificaat is verkoop niet mogelijk (sinds 2013)
- Controleer schulden aan de bank, belastingdienst, gemeente en nutsbedrijven.
Overlijden en woning in buitenland
Het is niet vanzelfsprekend dat, wanneer u in Nederland woont, het Nederlandse erfrecht op uw nalatenschap wordt toegepast. Het is ook niet vanzelfsprekend dat op uw bezittingen in het buitenland het aldaar geldende erfrecht op die bezittingen van toepassing is. Ook wanneer u als Nederlander in het buitenland woont maar wel bezittingen in Nederland heeft, is het niet vanzelfsprekend dat het Nederlandse erfrecht op de bezittingen in Nederland van toepassing is. Of uw nalatenschap vererft volgens Nederlands erfrecht of volgens het erfrecht van een ander land, wordt bepaald door de regels van het internationaal privaatrecht. Dit is knap lastig.
Internationaal erfrecht en privaatrecht
Voor het internationaal privaatrecht met betrekking tot het erfrecht geldt binnen de EU in beginsel de Europese Erfrechtverordening (Verordening (EU) nr. 650/2012). Deze is van toepassing op nalatenschappen van personen die op of na 17 augustus 2015 zijn overleden (met uitzonderingen voor lidstaten die niet deelnemen). Voor overlijdens vóór 17 augustus 2015 geldt (voor Nederland) het nationale conflictenrecht, thans opgenomen in Boek 10 BW. Voor een verdere toelichting verwijs ik u naar de site van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.
Voor de vererving geldt ook het recht dat in het buitenland van toepassing is. In het buitenland heeft de langstlevende echtgenoot over het algemeen niet zo’n sterke positie in het erfrecht als in Nederland, en kunnen de kinderen en overige familieleden juist weer een sterkere positie hebben. Een testament waarin wordt verklaard dat op de woning het Nederlandse erfrecht van toepassing is, is dan van belang. Wellicht kunt u zelfs overwegen de woning alvast op naam van de kinderen te kopen. Hiermee wordt alvast een deel van uw vermogen overgedragen en bespaart u toekomstige erfbelasting.
De per 1 januari 2010 ingevoerde wijzigingen voor zogenoemde afgezonderde particuliere vermogens (zoals bepaalde trusts en buitenlandse particuliere stichtingen) hebben gevolgen voor uw taxplanning vanuit het buitenland. Vermogen en inkomen kunnen onder voorwaarden worden toegerekend aan de inbrenger en na diens overlijden aan diens erfgenamen, met mogelijke gevolgen voor heffing bij verkrijgers.
Noot fiscaal jurist inzake erfbelasting en schenkbelasting na emigratie
Zijn er vragen of opmerkingen inzake grensoverschrijdende situaties bij overlijden of schenken dan kunnen wij u juist en volledig adviseren. Wij zullen bij meerdere landen altijd overleggen met een lokale belastingadviseur. Neem gerust contact op via onderstaand formulier.
Wonen in België of Portugal
Steeds meer Nederlanders emigreren in verband met de box 3 heffing of de erfbelasting naar het buitenland. In dit artikel leggen we twee landen naast elkaar, België en Portugal.
Wonen of emigreren naar België
In de loop der jaren zijn veel Nederlanders naar België verhuisd; in sommige plaatsen vlak over de grens bestaat de bevolking voor 10% uit Nederlanders; in sommige straten loopt dat percentage op tot boven de 50%. De huizen in Vlaanderen zijn goedkoper dan in Nederland; in het Franstalige Wallonië zijn de prijzen nog lager. De Belgische vastgoedmarkt kenmerkt zich door een minder stabiele prijsontwikkeling; forse stijgingen gevolgd door plotse prijsdalingen. Als gevolg hiervan verstrekken de banken liever geen tophypotheken. Regel is dat maximaal 33% van het netto inkomen aan woonlasten mag worden besteed; verder geldt bij meer dan 80% financiering een renteopslag van 0,25%.
Bij aankoop lopen de kosten sterk uiteen per gewest en situatie.
- In Vlaanderen bedraagt de registratiebelasting bij aankoop van de enige eigen woning (onder voorwaarden) 2% (vanaf 1 januari 2025); het standaardtarief in Vlaanderen bedraagt 12%.
- In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest bedraagt het registratierecht in beginsel 12,5%;
- In Wallonië geldt sinds 1 januari 2025 voor de eigen en enige woning (onder voorwaarden) een verlaagd tarief van 3%. Verder is jaarlijks belasting op onroerend goed verschuldigd; deze varieert per gemeente en provincie.
Fiscale redenen om naar België te verhuizen bestaan nog steeds, maar vragen wel zorgvuldige planning. Indien u voornemende bent om uw bedrijf te verkopen, is het relevant dat Nederland bij emigratie van een aanmerkelijkbelanghouder in beginsel een conserverende aanslag oplegt, dit over de waarde op het moment van emigratie.
Bij emigratie naar een EU- of EER-land wordt daarvoor in de regel automatisch uitstel van betaling verleend, maar bij bepaalde handelingen, zoals de vervreemding van aandelen, kan (gedeeltelijke) invordering volgen. Voorts voorkomt u door emigratie de Nederlandse rendementsheffing (box 3) over buitenlands vermogen. België heft doorgaans 30% roerende voorheffing op ontvangen rente, met uitzonderingen en verminderingen afhankelijk van het type inkomsten. België kent geen algemene vermogensbelasting, maar wel onder meer de jaarlijkse taks op effectenrekeningen van 0,15% indien de gemiddelde waarde van een effectenrekening boven € 1.000.000 uitkomt. Tot slot bestaan er mogelijkheden om, onder voorwaarden, vermogen fiscaal vriendelijk over te hevelen naar de volgende generatie. Laat u wel vooraf goed adviseren zodat u aan alle fiscale en juridische voorwaarden voldoet.
Wonen of emigreren naar Portugal
Wonen in Portugal is mooi; het klimaat is goed, veel rust, ruimte, natuur en een gastvrije bevolking. Met name in de Algarve en aan de kust is veel onroerend goed vrij prijzig; in het binnenland is nog wel voor een redelijke prijs onroerend goed aan te schaffen. Voor de aankoop van een woning moet veel geregeld worden. Zo hebt u nodig: een Portugees fiscaal nummer (NIF) en de gebruikelijke kadastrale en registratiedocumentatie rond de woning.
- De kosten bij aankoop bestaan uit notaris- en registratiekosten (afhankelijk van de transactie), IMT (overdrachtsbelasting, progressief; bij een eigen en permanente woning lopen de tarieven van 0% tot 8%, met in 2026 een vrijstelling tot € 106.346 op het vasteland), en
- Imposto do Selo (zegelrecht) van 0,8% over de relevante waarde van het onroerend goed.
- Bij financiering kan daarnaast zegelrecht op de lening verschuldigd zijn. Voorts is jaarlijks onroerendgoedbelasting (IMI) verschuldigd; deze ligt doorgaans tussen 0,3% en 0,45% voor stedelijke objecten en 0,8% voor rurale objecten, afhankelijk van de gemeente.
Verkoopt u de woning in de toekomst, dan wordt de winst in Portugal in beginsel voor 50% in de heffing betrokken en vervolgens belast tegen de progressieve inkomstenbelasting tarieven; sinds 2023 geldt dit voor niet-inwoners in de kern eveneens via aggregatie in de progressieve schaal. Onder bepaalde voorwaarden kan, met name bij herinvestering in een eigen woning, de heffing geheel of gedeeltelijk worden voorkomen.
Verkoopt u niet, maar wilt u uw pensioen of lijfrenten in Portugal gaan genieten, dan kan dit – afhankelijk van uw feiten en het toepasselijke overgangsregime – gunstig uitvallen. Onder het voormalige NHR-regime gold voor buitenlandse pensioenen in hoofdlijnen een vlak tarief van 10% gedurende maximaal tien jaar; dit regime is per 1 januari 2024 beëindigd voor nieuwe toetreders, met overgangsrecht. Het is raadzaam om vóór uw verhuizing te laten onderzoeken of uw uitkeringen aan de voorwaarden voldoen en u niet (ook) onder de Nederlandse heffing valt; het Nederlandse toptarief in box 1 bedraagt in 2026 49,50%.
Noot fiscaal jurist inzake emigratie
Wonen in België kan financieel de moeite waard zijn, zeker voor vermogende particulieren en ondernemers; bedenk echter wel dat u dan daadwerkelijk emigreert. Mocht u denken: “Wij gaan naar Portugal”, laat u vooraf goed informeren en adviseren.
Welk land is fiscaal gunstig om te werken
Belastingtarieven in verschillende landen
Steeds meer mensen kunnen voor hun werk overal in de wereld wonen. Wij adviseren op ons kantoor veel mensen die vanuit verschillende redenen in het buitenland gaan werken of wonen. Welk land is eigenlijk fiscaal aantrekkelijk? In dit artikel een overzicht van enkele fiscaal-vriendelijke en -onvriendelijke landen. De laagste inkomstenbelasting treffen we aan in Chili (7%), Estland (15%) en Zwitserland (17%). In dit artikel ronden wij percentages en bedragen af op ronde getallen (enkel voor de leesbaarheid).
Belastingtarieven voor inkomen in verschillende landen
Toptarieven op arbeid worden geheven in ondermeer Portugal, België, Zweden en Finland. In dit soort landen zijn echter soms de tarieven voor lagere inkomens weer gunstig. Ook moet er worden gekeken naar premies en uw persoonlijke situatie. Soms zijn de tarieven voor getrouwde mensen gunstig en voor singles niet. In dit artikel kijken we met name naar de tarieven voor singles.
Belastingtarieven in Duitsland
Duitsland kent een stijgend (progressief) tarief, dit wil zeggen dat het tarief stijgt als uw inkomen stijgt. Het maximale tarief voor de inkomstenbelasting en vermogensbelasting bedraagt 45%. In Duitsland is er voor vermogensinkomsten, zoals verhuur en beleggingen, een vrijstelling van zo'n € 1.000 per jaar. In Duitsland zijn giften (en ook de kerkbelasting) aftrekbaar tot maximaal 20% van uw inkomen. Mooi in Duitsland is dat u tot een inkomen van € 10.000 geen belasting verschuldigd bent.
Belastingtarieven in Litouwen
Het inkomstenbelastingtarief in Litouwen is gunstig met 20% (tot € 90.000) en 32% over het meerdere. Voor deze veelverdieners geldt ook nog een premieheffing van 7%. Winsten over verkoop van onroerende zaken of inkomsten uit rente of royalty's worden gunstig belast tegen 15% - 20%. In Duitsland mag je belastingvrij € 10.000 verdienen, in Litouwen is dit € 4.800.
Belastingtarieven in Denemarken
Een voorbeeldland in vele opzichten, edoch fiscaal niet. Het maximale inkomstenbelastingtarief in Denemarken bedraagt 56%. De erf- en schenkbelasting is redelijk vergelijkbaar met Nederland (15%). Tot het inkomen wordt naast werk en uitkeringen ook gerekend het inkomen uit beleggingen, huurinkomsten en vermogensinkomsten (belasting in box 1 in plaats van box 3). De winst over de verkoop van een eigen woning is belastingvrij, evenzo als in Nederland. De aftrekposten in Denemarken zijn beperkter dan in Nederland. Denemarken kent ook een expatregeling, dit tarief bedraagt 33%. Wat bijzonder is in Denemarken is, dat de meeste inwoners een belastingvrije jaarlijkse uitkering ontvangen van € 6.000.
Belastingtarieven in België
In België is het hoogste tarief hoger dan in Nederland of Duitsland, namelijk 50%. Ook inkomen uit verhuur van onroerend goed wordt gezien als inkomen. Kosten zijn niet geheel aftrekbaar, slechts voor 80% en de premieheffing bedraagt ruim 13%. Er is in België wel een speciale regeling voor expats, 30% van hun inkomen mag belastingvrij worden ontvangen (ongeveer gelijk aan Nederland). Het minimale inkomen bedraagt dan wel € 75.000.
Emigratie, en dan?
Bij ons op kantoor hebben wij de kennis over verschillende landen over adviseurs gesplitst. Gespecialiseerd in emigraties naar Spanje en Portugal is Marijke ten Dam, Arjan Hof of Dennis Jongbloed. Ook voor emigraties naar Aziatische en overige Europese landen zijn deze personen uw aanspreekpunt.
Ten aanzien van Duitsland kunt u Eric van Nugteren mailen. Nederlanders emigreren steeds vaker en er gaan meer mensen weg dan dat er binnenkomen. Verhuizen met het hele gezin, gepensioneerden die de rust en zon opzoeken of fiscale emigranten. Vaak is er bij emigratie een belastingvoordeel te behalen.
Algemeen
Als u emigreert, is uw nationaliteit – fiscaal gezien – niet veel waard. Een enkel land knoopt voor belastingheffing aan bij de nationaliteit (zoals de VS), maar meestal is uw woonplaats doorslaggevend voor belastingheffing.
Nederlandse bron
Als u in Nederland woont, moet u over uw binnenlands inkomen in Nederland belasting betalen. Als u in een ander land gaat wonen, moet u aldaar belasting betalen. De Nederlandse fiscus wil u echter blijven belasten over zaken met een Nederlandse bron (zoals een vakantiewoning in Nederland). Er kan soms dubbele belastingheffing optreden, in voorkomende gevallen bestaat hiervoor een belastingverdrag. Bij emigratie moet u een emigratieaangifte invullen en veelal krijgt u een conserverende aanslag, dit is een aanslag die niet betaald hoeft te worden, tenzij u zich niet aan bepaalde spelregels houdt.
Belastingverdragen
Nederland heeft met veel landen (ongeveer 80) een belastingverdrag gesloten. In een dergelijk verdrag wordt afgesproken wie over bepaalde inkomsten mag heffen. Opletten! Een belastingverdrag geeft enkel aan wie mag heffen. Of dit land ook daadwerkelijk heft, zal afhangen van nationale wetgeving. Een belastingverdrag schept dus geen belastingplicht. Het is veelal voor fiscaal juristen de kunst om middels de combinatie (verdrag / nationale wetgeving) te bekijken welke inkomsten tussen wal en schip vallen. Belastingverdragen zijn veelal verschillend, edoch vinden hun basis in het OESO modelverdrag.
Voorbeelden
- Loon: wordt veelal belast in het werkland. Als u in Duitsland of België een goedkope woning gaat bewonen, blijft uw salaris in Nederland gewoon belast. Het woonland mag over de inkomsten heffen, maar het verdrag zal veelal anders bepalen.
- Pensioen: pensioen is veelal belast in het woonland, tenzij het een ambtenarenpensioen betreft. Veelal krijgt u over (toekomstige) pensioenuitkeringen een conserverende aanslag opgelegd, deze is eigenlijk bedoeld om afkoop en manipulatie te voorkomen.
- Onroerende zaken: stenen zijn belast in het land waar de stenen liggen. Als u na emigratie een woning in Nederland heeft aangehouden, zijn de inkomsten hieruit in Nederland belast (box 3). Soms wil het woonland ook heffen, edoch dan wordt de Nederlandse belasting hierop in mindering gebracht. Er wordt dan dus bij geheven tot het tarief in uw woonland, het voordeel van de lage heffing in box 3 geniet u dan dus niet.
- Beleggen en sparen: inkomen uit beleggen en sparen (dividend, rente, etc.) wordt veelal belast in het woonland. Het bronland zal veelal ook heffen. Nederland zal veelal 15% dividendbelasting inhouden op uitgekeerde dividenden. De Nederlandse heffing kunt u veelal verrekenen in uw woonland.
- Soorten belastingen: in het buitenland loopt u soms aan tegen belastingen die wij in Nederland niet kennen. Hierbij moet u denken aan vermogensbelasting, belasting bij verkoop van uw (vakantie)woning, belasting op winst bij verkoop van beleggingen, belastingen op provinciaal en gemeentelijk niveau, belastingen geheven door kerken, etc.
