vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

location_on Vestigingen in Almelo, Amsterdam, Den Haag en Enschede
saved_search Specialisaties
4,5 van 5 Google reviews
groups 25 fiscaal juristen / belastingadviseurs

Actueel internationaal

mr. D.J.B. Jongbloed

Kom met Dennis in contact

Wilt u meer weten over Vodafone versus belastingdienst inzake fiscale truc of heeft u hulp nodig?

call 088 027 00 00

mail d.jongbloed@jongbloed.tv

Vodafone versus belastingdienst inzake fiscale truc

Gerechtshof zet streep door deel renteaftrek Vodafone

De belastingdienst en Vodafone zijn al jaren penvrienden inzake rente die het Vodafone in Nederland ten laste van de winst brengt. Volgens de belastingdienst betaalde de Nederlandse tak van Vodafone (de houdster) te hoge en onzakelijke vergoedingen binnen het concern waardoor de Nederlandse winst een stuk lager is uitgevallen. Het woord was eerst aan de Rechtbank Den Haag en daarna kwam een tussenuitspraak van het Gerechthof en op 5 augustus 2026 kwam het Gerechtshof Den Haag tot haar slotconclusie.

In dit artikelen behandelen wij deze casus en geven aan waar de angel zit en welke mogelijkheden er zijn. De rente ging grotendeels van 5% naar 2,21%. Per saldo bleef € 900 miljoen aan aftrek rente en commitments fees in stand en wordt € 380 miljoen niet geaccepteerd.

Renteaftrek binnen internationaal concern

Vodafone heeft enkele jaren op rij winsten verplaatst naar het buitenland (Luxemburg) door in Nederland te hoge rentes te betalen. De belastingdienst legt uiteindelijk voor € 250 miljoen aan aanslagen op, een deel hiervan blijft overeind. Vodafone zou onzakelijke rentes hebben betaald over leningen van een moedermaatschappij (in Luxemburg) waardoor de Nederlandse winst zou worden uitgehold, internationaal een veel voorkomende opzet.

Volgens de rechter had Vodafone de onderliggende interne documentatie niet op orde en is op lichtvaardige wijze aangifte gedaan, een bijzondere conclusie over een bedrijf met deze omvang. Vodafone was al beetje uitgegaan van een probleem, in de jaarrekening wordt een reservering gemaakt van € 27 miljoen (aldus een artikel in het financieel dagblad). Meestal worden procedures over internationale intercompany pricing geschikt, de zaken die voor de rechter komen gaan vaak over veel geld. In een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam d.d. 11 september 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2377) ging het om winstcorrecties van bijna € 2 miljard bij Britisch American Tobacco (BAT), de belastingdienst is grotendeels in het gelijk gesteld, de boete van ruim € 100 miljoen ging wel in de prullenbak.

In deze zaak bij Vodafone ging het om een financieringsopzet van Vodafone Europe en hun Nederlandse dochter. De houdstermaatschappij houdt de belangen in diverse Vodafone dochters in de hele wereld. Om die dochterondernemingen te financieren leent Vodafone Europe  miljarden uit aan andere entiteiten. De belastingdienst legt in deze casus aanslagen op omdat de rentes die worden betaald aan de moedermaatschappij in Luxemburg te hoog (en onzakelijk) zijn. De rechtbank was het nog wel (grotendeels) met Vodafone eens maar het Gerechtshof ging er eens goed voor zitten. De rechters volgen de belastingdienst zeker niet in al haar stellingen maar een groot deel wordt gevolgd. Wat opvalt is dat het Gerechtshof heeft vastgesteld dat diverse transferpricing documenten belangrijke gebreken vertonen. Ook achct het Gerechtshof het niet aannemelijk dat bij het doen van de aangiften vennootschapsbelasting een kredietwaardigheidsanalyse beschikbaar is geweest, dit om de zakelijkheid van de rente te onderbouwen en beoordelen.

Conclusie van het Gerechtshof is dan ook dat er op lichtvaardige wijze aangifte is gedaan, van een groot opererende onderneming mocht - aldus de raadsheren - meer zorgvuldigheid worden verwacht. Betere comparables (zoals obligatiess van concurrenten) hadden volgens het Hof bij Vodafone een lampje moeten laten branden en aanwijzingen moeten opleveren dat all in tarieven onzakelijk waren. Ook is navordering toegestaan (de belastingrente wordt wel verlaagd).

Het at arm's length-beginsel (art. 8b Wet Vpb)

Sinds 1 januari 2002 is het at arm's length-beginsel gecodificeerd in art. 8b Wet Vpb 1969. De bepaling schrijft voor dat gelieerde lichamen - zoals bij Vodafone internationaal - in hun onderlinge rechtsverhoudingen dezelfde voorwaarden — waaronder de prijs — moeten hanteren als onafhankelijke derden onder vergelijkbare omstandigheden zouden overeenkomen.

Vóór de codificatie vloeide hetzelfde beginsel reeds voort uit het totaalwinstbegrip (art. 3.8 Wet IB 2001 jo. art. 8 Wet Vpb). Voor de invulling grijpt de rechter terug op de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen (versie 2022), in het bijzonder Hoofdstuk X inzake financiële transacties, en op het nationale Verrekenprijsbesluit 2022 (Besluit van 14 juni 2022, Stcrt. 2022, 16685). Art. 8b lid 3 legt bovendien een zelfstandige documentatieverplichting op: de belastingplichtige moet in zijn administratie vastleggen hoe de gehanteerde verrekenprijzen tot stand zijn gekomen.


Afbakening: art. 8b is een prijs-, geen kwalificatievraag

Het onderscheid met de „klassieke” renteaftrekbeperkingen is voor de praktijk cruciaal. Bij art. 10a Wet Vpb (winstdrainage) wordt de aftrek van rente op een schuld aan een verbonden lichaam gewéígerd wanneer die schuld verband houdt met een besmette rechtshandeling, tenzij de belastingplichtige slaagt in de dubbele zakelijkheidstoets of aannemelijk maakt dat sprake is van een compenserende heffing.

Bij de onzakelijke lening (Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442) draait het om de vraag of een derde het debiteurenrisico zonder winstdelende rente zou hebben aanvaard; is dat niet zo, dan wordt de rente via de borgstellingsanalogie gefixeerd en is een afwaarderingsverlies niet aftrekbaar. Beide leerstukken raken de kwalificatie of de aftrekbaarheid als zodanig.

De lening wordt fiscaal gerespecteerd; het is en blijft vreemd vermogen. Alleen de hoogte van de vergoeding wordt gecorrigeerd naar een zakelijk niveau. Het hof koos hier bewust voor deze route: geen aftrekweigering wegens misbruik, maar een kwantitatieve prijsaanpassing. A contrario (uit het tegendeel geredeneerd) betekent dit dat de fiscus de zwaardere bewijslast van fraus legis (wetsontduiking) niet hoefde te dragen — een pragmatische keuze die het arrest juist zo bruikbaar maakt als precedent.

Bewijslast en documentatie intercompany pricing Vodafone

De onus probandi (bewijslast) verschuift naarmate de onderbouwing van de belastingplichtige tekortschiet. Voldoet de verrekenprijsdocumentatie niet aan de eisen van art. 8b lid 3, dan kan dat leiden tot omkering en verzwaring van de bewijslast (art. 25 lid 3 en art. 27e AWR), en materieel tot een aanzienlijk bewijsnadeel. In deze zaak constateerde het hof „fundamentele gebreken” in de onderbouwing van de bv — een omstandigheid die de uitkomst mede heeft bepaald.

Fiscaal advies voor internationale bedrijven

  • Documenteer robuust. Een deugdelijke functionele analyse, actuele benchmarkstudie en een onderbouwde credit rating van de debiteur (inclusief implicit support) zijn beslissend; ontbreken zij, dan verschuift de bewijslast in het nadeel van de belastingplichtige.
  • Onderbouw commitment fees afzonderlijk. Omdat het hof rente en fees samenvoegt, moet duidelijk zijn dat óók de beschikbaarstellingsvergoeding zakelijk is; anders „lekt” zij mee in de correctie.
  • Overweeg vooroverleg of een APA. Een advance pricing agreement biedt zekerheid vooraf over de gehanteerde methode en voorkomt jarenlange procedures.
  • Denk aan de doorwerking van earningsstripping. Zelfs een als zakelijk aanvaarde rente kan sinds 2019 alsnog worden beperkt door de generieke earningsstrippingmaatregel (art. 15b Wet Vpb; thans aftrekbeperking van het saldo aan renten voor zover dat 20% van de gecorrigeerde winst/EBITDA of € 1 mln te boven gaat). Voor 2012–2017 speelde dat nog niet, maar de lege ferenda (naar toekomstig recht) is dit een dubbele toets geworden.
  • Kwalificatie. Is sprake van vreemd vermogen? Toets de fiscale herkwalificatie (schijnlening, deelnemerschapslening, bodemlozeputlening).
  • Art. 10a-toets. Bestaat er verband met een besmette rechtshandeling? Zo ja: dubbele zakelijkheidstoets en/of compenserende heffing.
  • Onzakelijke lening. Kan een zakelijke rente worden bepaald zonder dat deze winstdelend wordt, zie hiervoor ook de Hoge Raad uitspraak die hierboven wordt genoemd (uit 2011)
  • Art. 8b-prijstoets. Is de vergoeding at arm's length? Beoordeel rente én commitment fees als één all-in vergoeding per faciliteit.
  • Kredietwaardigheid. Bepaal de rating van de debiteur: stand-alone versus mét impliciete concernsteun.
  • Vergelijkbaarheid. Zijn er bruikbare comparables qua looptijd, valuta, zekerheden, achterstelling en volume?
  • Documentatie. Voldoet de vastlegging aan art. 8b lid 3 (master file, local file, functionele analyse)? Vermijd omkering van de bewijslast.

Noot fiscaal jurist inzake Vodafone arrest en intercompany pricing

Wat dit arrest zo interessant maakt (en hierdoor tof om te lezen), is niet de uitkomst maar de route. De inspecteur had zich kunnen vastbijten in art. 10a of fraus legis — het klassieke, maar bewerkelijke en risicovolle pad. In plaats daarvan koos hij, en het hof volgde, voor de zuivere art. 8b-prijscorrectie.

Dat is fiscaaltechnisch elegant en goed bedacht: de lening blijft staan, de structuur wordt niet als misbruik weggezet, en tóch verdampt € 380 miljoen aan aftrek. De keerzijde is dat de rechter daarmee de facto (feitelijk) op de stoel van de transferpricing-econoom gaat zitten: het hof stelt zélf een zakelijke rente vast (2,21% waar het concern 5% rekende). Dat roept de vraag op hoe ver de rechterlijke schattingsvrijheid reikt binnen een range die per definitie geen exact punt kent. Hier ligt prima facie (op het eerste gezicht) een aantrekkelijk cassatiemiddel voor de belastingplichtige.

De echte les voor het telefoonbedrijf, zit in de onus probandi. Dit dossier is niet verloren op de rentevoet, maar op de documentatie. „Fundamentele gebreken” in de onderbouwing zijn dodelijk: zij verschuiven het bewijsrisico en geven de rechter de ruimte om zijn eigen — voor de fiscus gunstige — schatting te maken. Wie vandaag concernfinanciering opzet, moet de benchmark, de credit rating en de zakelijkheid van de commitment fee mutatis mutandis (met de nodige aanpassingen) even zorgvuldig vastleggen als de leningsovereenkomst zelf. Verdedigbaarheid begint bij het dossier, niet bij de pleitnota. Dictum sapienti sat — voor de goede verstaander is dit voldoende.

Het Vodafone-arrest (maar ook andere uitspraken) bevestigen dat de Belastingdienst winstverschuiving via concernfinanciering effectief kan bestrijden zónder de zware misbruikleerstukken: een gerichte prijscorrectie op grond van art. 8b Wet Vpb volstaat.

Voor de adviespraktijk is de boodschap tweeledig.

  1. Ten eerste is de hoogte van de rente — bepaald door de rating van de debiteur en de zekerheden — het beslissende slagveld, niet langer alleen de vraag óf de rente aftrekbaar is.
  2. Ten tweede is verrekenprijsdocumentatie geen formaliteit maar een materiële verdedigingslinie: zonder deugdelijke onderbouwing verliest de belastingplichtige het bewijsgevecht nog vóór het over de cijfers gaat.

De praktische adviesrichting: benchmark tijdig en realistisch, onderbouw de credit rating expliciet, behandel commitment fees niet als „restpost”, en zoek bij grote financieringsstromen zekerheid vooraf via een APA. Zijn er vragen? Neem gerust contact met ons op!

Oh ja, wij bellen zelf via KPN, maar dat maakt voor de casus geen verschil.

Bron en vindplaatsen inzake renteaftrek Vodafone

Rechtbank Den Haag d.d. 14 juli 2023 ECLI:NL:RBDHA:2023:12061

Gerechtshof Den Haag d.d. 29 oktober 2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:3019

Gerechtshof Den Haag d.d. 5 augustus 2026 ECLI:GHDHA:2026:2462

Besluit van 14 juni 2022, Stcrt. 2022, 16685

Vragen over intercompany pricing of renteaftrek?

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Auteur(s) van vodafone versus belastingdienst over fiscale truc

mr. D.J.B. Jongbloed
mr. D.J.B. Jongbloed (Dennis)
Fiscaal Jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


d.jongbloed@jongbloed.tv

mr. R.A.M. Damhuis
mr. R.A.M. Damhuis (Roy)
Fiscaal jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


r.damhuis@jongbloed.tv

Deel deze pagina

Laatste update op 17-09-2026
Artikel gemaakt op 14-09-2026
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Landendesk Actueel internationaal Vodafone versus belastingdienst over fiscale truc

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap