Volg ons op:

Landendesk

Twitter Updates

VBI of buitenland-route

Wij hebben een aantal vermogende directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) met vrij beschikbare liquide middelen. Vaak wordt er dan gekozen voor vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI). Onze ervaring leert dat DGA’s die willen emigreren beter niet kunnen kiezen voor een VBI, maar voor een buitenlandse structuur. De uiteindelijke keuze is maatwerk.

Wijziging VBI 2017

De VBI wordt door steeds meer DGA's gebruikt en wij hebben er diverse opgericht. Vanaf 20 september 2016 (Prinsjesdag) is de VBI een stuk minder aantrekkelijk geworden. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  1. Direct afrekenen: de VBI kon zonder belasting te betalen tot stand worden gebracht. De AB-claim werd namelijk doorgeschoven naar de toekomst. Vanaf 20 september 2016 moet er direct 25% worden afgerekend over de AB-winst (het vermogen in de VBI). Er blijft dus geen 100% vermogen in de VBI over, maar slechts 75%.
  2. Flits VBI: een gebruikte optie is om box 3 vermogen onder te brengen in een B.V. (hierdoor geen box 3 heffing meer). Als het vermogen kort in box 3 blijft (18 maanden), is er sprake van een zogenaamde flits VBI, dit is niet toegestaan.
  3. Box 3 rendement: er komt een koppeling tussen de box 3 heffing en het rendement waarmee binnen de VBI moet worden gerekend.

Aandachtspunt: er wordt terugwerkende kracht voorgesteld (dus invoering per direct en niet per 1 janauri 2017). Gezien het rechtszekerheidsbeginsel is het nog maar de vraag of dit ook doorgaat. De Raad van State heeft al voorgesteld om de terugwerkende kracht te laten vervallen, tenzij er een beter gefundeerde motivering wordt gegeven voor speculatief gedrag.

Het is niet gezegd dat de VBI maatregel ingaat per 20 september 2016, het is dus zaak dit te volgen en wellicht in december 2016 nog een VBI op te richten. De VBI is een stuk minder aantrekkelijk geworden door deze maatregel, maar hoeft nog niet in de prullenbak. Voor box 3 vermogen dat duurzaam wordt ondergebracht in een VBI zal er niet veel veranderen. Conclusie: rekenen en goed laten adviseren, de berekening is vrij simpel.

Contactpersoon

Voor vragen kunt u contact opnemen met de heer mr. Dennis J.B. Jongbloed of de heer mr. drs. Sanne van den Elst.

De vrijgestelde beleggingsinstelling

De VBI (sinds augustus 2007) heeft als voordeel dat winsten in de B.V. niet meer worden belast tegen een VPB-tarief van 20% of 25,5%. De voorwaarden (beleggingseis en meerdere aandeelhouders) zijn soms een nadeel. Zolang de DGA in Nederland woont, worden de winsten belast in box 2 tegen een tarief van 25%. Tevens is de forfaitaire rendementsregel van toepassing.

Een VBI is een N.V. (naamloze vennootschap) of Fonds voor Gemene rekening. De voorwaarden zijn:

  1. tenminste 2 aandeelhouders (grootste 90% van de aandelen);
  2. geen rechtstreekse beleggingen in onroerende zaken in Nederland;
  3. geen (onderhandse) vorderingen;
  4. geen onroerend goed, pensioenen of stamrechten op de balans;
  5. beleggen in aangewezen bankprodukten.

De VBI is vrijwel altijd financieel gunstiger dan beleggen in een normale B.V. of beleggen in privé.

Emigratie en DGA

Als de DGA met een VBI emigreert, is sprake van buitenlandse belastingplicht. Nederland zal willen heffen over vervreemdingsvoordelen en de forfaitaire voordelen uit de VBI. Strikt formeel mag Nederland niet heffen over voordelen uit de VBI. Een VBI is immers geen inwoner op grond van het verdrag (vrijgestelde B.V.). Heffing op grond van artikel 10 van verdragen (dividend) en het restartikel zal meestal niet succesvol kunnen zijn. Vervreemdingsvoordelen zijn binnen 10 jaar na emigratie wel in Nederland belast, daarna niet meer. Aandachtspunt is dan wel dat het buitenland bij een verkoop ook geen (of minder) belasting gaat heffen over de verkoop van de VBI.

Onzekerheid VBI

Of Nederland over de forfaitaire voordelen mag heffen is thans onzeker, hierover is nog geen jurisprudentie en de overheid heeft hierover nog geen standpunt ingenomen.

Alternatief voor de VBI

In plaats van de VBI kan ook worden gekozen voor een rechtspersoon in een land met een laag VPB-tarief (zoals Luxemburg, de Antillen of Singapore). Voordeel hiervan is dat Nederland in ieder geval niet over de forfaitaire voordelen mag heffen. Daarnaast mag de DGA gedurende de eerste 10 jaar geld lenen van de buitenlandse rechtspersoon, bij een VBI is dit niet zo. Bij een buitenlandse rechtspersoon is een tweede aandeelhouder niet nodig, dit kan een DGA ook als voordeel meenemen.

Belangrijk bij de buitenlandse structuur is dat de feitelijke leiding ook daadwerkelijk in het buitenland wordt uitgevoerd (substance). Voor een bemoeizuchtige DGA is deze route dus niet geschikt, anderzijds moet de DGA met een VBI ook een directie in Nederland zoeken als hij zou emigreren.

Alternatieve route voor buitenlandse structuur

Een ander alternatief voor de VBI is het uitzakken van het vermogen in een dochteronderneming in bijvoorbeeld Cyprus of Zwitserland. Het minimale tarief moet dan wel 10% zijn. Door deze structuur moet u 10% belastingheffing betalen over uw belegd vermogen (in plaats van 20% of 25,5%).


Meer weten van vbi of buitenlandse structuur



Auteur(s) van vbi of buitenlandse structuur


mr. drs. S. van den Elst (Sanne).
Fiscaal Jurist / Fiscaal econoom,

s.vandenelst@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Artikel datum : 21-09-2009 | Artikel laatst gewijzigd : 12-10-2016

© 2018 Jongbloed Fiscaal Juristen