Suppletie omzetbelasting
Het gebeurt regelmatig dat een belastingplichtige, bijvoorbeeld bij het opmaken van de jaarstukken, constateert dat hij minder omzetbelasting heeft aangegeven en voldaan dan hij materieel verschuldigd was. In dat geval kan de belastingplichtige geen afwachtende houding aannemen. De zogenoemde ‘suppletieplicht’ vereist namelijk dat de belastingplichtige onjuistheden in de aangifte omzetbelasting na ontdekking meldt bij de Belastingdienst. Dit geldt voor de laatste vijf kalenderjaren en zowel bij te veel als te weinig betaalde btw. (Artikel 10a AWR, artikel 15 uitvoeringsbesluit omzetbelasting (hierna: UBOB).)
Hoe en wanneer melden van de suppletie omzetbelasting ?
- Een suppletie indienen moet (artikel 15 lid 3 UBOB) op de door de inspecteur aangegeven wijze. Op de website van de belastingdienst is hiervoor een formulier beschikbaar.
- De suppletie moet worden ingediend voordat de belastingplichtige weet of moet vermoeden dat de inspecteur de fout al kent (bijv. bij aangekondigd boekenonderzoek) en uiterlijk binnen acht weken na ontdekking. (Artikel 15 lid 2 UBOB)
- Correcties < € 1.000 mogen in de eerstvolgende btw‑aangifte worden opgenomen.
Gevolgen van supplertie omzetbelasting
- Bij te weinig betaalde btw volgt een naheffingsaanslag (bezwaar mogelijk).
- Bij te veel betaalde btw volgt een ambtshalve teruggaaf (geen bezwaar mogelijk).
Boetes bij suppletie omzetbelasting
- Niet (tijdig) suppleren kan leiden tot een vergrijpboete tot 100% van de te weinig betaalde btw.
- Een tweede boete voor het niet betalen van btw mag óók, zolang het totaal van beide vergrijpboeten niet boven het wettelijke maximum uitkomt.
- De suppletiemelding mag niet worden gebruikt als bewijs voor een boete; aanvullende informatie op grond van art. 47/52 AWR wél.
Nemo‑tenetur bij suppletie omzetbelasting
De suppletieplicht dwingt een belastingplichtige om uit eigen beweging de inspecteur te wijzen op onjuistheden in de aangifte. Dit schuurt met het nemo-tenetur-beginsel, zoals dat tot uitdrukking komt in artikel 6 EVRM. Dat beginsel houdt in dat niemand mag worden gedwongen om mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dit wordt ook wel het verbod op gedwongen zelfincriminatie genoemd.
Uit die jurisprudentie volgt dat het nemo-tenetur-beginsel niet verhindert dat een belastingplichtige informatie moet verschaffen die van belang is voor een juiste belastingheffing. De suppletiemelding zelf mag echter niet worden gebruikt als bewijs voor een boete.
Aansprakelijkheid accountant of belastingadviseur bij suppletie omzetbelasting
Ook de belastingadviseur kan als medepleger een vergrijpboete krijgen wanneer hij bewust nalaat suppleties in te dienen. De belastingadviseur moet er dus op toezien dat een suppletie daadwerkelijk wordt ingediend. Als een klant dit absoluut niet wil, zal de belastingadviseur de dienstverlening voor die klant moeten staken om te voorkomen dat hij als medepleger of medeplichtige zelf een boete krijgt.
