Volg ons op:

Fiscale tips

Twitter Updates

Kamervragen WVA-procedure

De afdrachtvermindering onderwijs (WVA) is volgens de Rechtbank enkel van toepassing op diploma's en niet voor deelkwalificaties of -certificaten. Het Gerechtshof is het niet met de Rechtbank eens. Opleidingen die uiteindelijk certificaten afgeven (en geen diploma) komen volgens het Gerechtshof ook in aanmerking voor een WVA-vermindering. Voor veel bedrijven en organisaties is dit een gunstige uitspraak. De bevoegde ministers en de Staatssecretaris denken anders over de WVA dan de rechter. Er zijn derhalve Kamervragen gesteld naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof.

De Kamervragen van 23 december 2014 zijn op 27 januari 2015 beantwoord. U kunt deze hier raadplegen.

Korte noot beantwoording Kamervragen WVA

De Staatssecretaris is voornemende om tegen de kraakheldere uitspraak van het Gerechtshof in cassatie te gaan, dit lijkt logisch gezien de omvang (honderden miljoenen) van de mogelijke naheffingen. Lopende zaken kunnen eventueel worden aangehouden, edoch dit is aan de inspecteur. Op grond van het besluit van 7 januari 2015 kan een inspecteur een bezwaarprocedure aanhouden in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad. De Belastingdienst blijft vooralsnog van mening dat deelkwalificaties niet volstaan voor een WVA-vermindering.

Procedure inzake certificaten en de WVA

Noot Uitspraak Gerechtshof inzake deelkwalificaties

Anders dan de Rechtbank, is het Gerechtshof van oordeel dat artikel 7.2.3 een nadere uitwerking / invulling is van artikel 7.2.2. In zekere zin draait het Hof de zaken voor de deelkwalificaties om: de wet stelt niet dat deelkwalificaties niet in aanmerking komen, dus ze komen (redelijkerwijs) wel in aanmerking.

Dat lijkt inhoudelijk een erg materiële benadering, die in de traditionele belastingrechtspraak veelvuldig opduikt. Als binnen de strenge kaders aan de doelstelling van de regeling wordt voldaan, zal de belastingrechter soepeler zijn in de interpretatie van de regels bij de concrete toepassing daarvan. Die voor de belastingplichtige gunstige aanpak lijkt het beetje bij beetje af te leggen tegen de meer formele benadering van de algemene bestuursrechter.

Die aanpak klinkt ook door in het vervolg van de uitspraak. Naast het oordeel over de deelkwalificaties oordeelt het Gerechtshof ook dat het tijdstip van ondertekening van overeenkomsten niet bepalend is voor het moment waarop de afdrachtvermindering mag worden toegepast nadat met de beroepspraktijkvorming is begonnen. En, belangrijker: de Belastingdienst moet zich onthouden van inhoudelijke oordeelsvorming over de opleiding zelf.

Het Gerechtshof lijkt wel scherp toe te zien op de door hem zogenoemde constitutieve eisen die worden gesteld aan de afdrachtvermindering (artikel 7.2.8). Aan die eisen moet strikt worden voldaan voor de vermindering. Dus redeneringen als … in de bedoeling lag …, iedereen kan toch zien dat … en … in de geest van … volstaan dus niet. Aan dat bewijs worden dus strenge eisen gesteld. Aan die eisen blijkt de belanghebbende te voldoen. Van de andere kant: eisen die de wet niet expliciet stelt, gelden niet.

Voor de overige eisen en voorwaarden is het Gerechtshof aanmerkelijk soepeler en geldt echt de vrije bewijsleer.

Bron WVA en deelcertificaten

Rechtbank Noord Nederland d.d. 4 juni 2013 (ECLI NL RBNNE: 2014 : 3323).

Gerechtshof Arnhem d.d. 16 december 2014 (ECLI NL GHARL : 2014: 9822).

Wetgeving bij uitspraak Gerechtshof Arnhem d.d. 16 december 2014.

Kamervragen afdrachtvermindering 27 januari 2015.


Meer weten van kamervragen wva procedure



Auteur(s) van kamervragen wva procedure


mr. D.J.B. Jongbloed Dennis).
Fiscaal Jurist, DGA

088 027 00 00
d.jongbloed@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Artikel datum : 27-01-2015 | Artikel laatst gewijzigd : 28-01-2015

© 2018 Jongbloed Fiscaal Juristen