vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

location_on Vestigingen in Almelo, Amsterdam, Den Haag en Enschede
saved_search Specialisaties
4,5 van 5 Google reviews
groups 25 fiscaal juristen / belastingadviseurs

Vastgoed en belastingen

mr. H. Davina

Kom met Henk in contact

Wilt u meer weten over Sloopwoning, bouwgrond en het 2%-tarief of heeft u hulp nodig?

call 088 027 00 00

mail h.davina@jongbloed.tv

Specialisaties Vastgoed
Landinformatie Nederland

Sloopwoning, bouwgrond en het 2%-tarief

De beslissende knip tussen geplande sloop en onvoorziene noodzaak

Wie bouwgrond koopt om daarop zelf te gaan wonen, krijgt niet om die reden het 2%-tarief in de overdrachtsbelasting. Ook bij de aankoop van een sloopwoning is de uitkomst niet vanzelfsprekend. De jongste rechtspraak verlangt dat de koper de verkregen woning zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken; een volledig gesloopte woning kan daaraan niet voldoen. Maar wat als de koper de woning aantoonbaar wilde behouden en pas na de levering door verborgen gebreken of een andere onvoorziene gebeurtenis tot sloop wordt gedwongen? Dan biedt de wettelijke regeling voor onvoorziene omstandigheden een wezenlijk andere en sterkere route.

Van renovatie naar sloop: fiscaal een wereld van verschil

Een bouwval op een aantrekkelijke kavel roept al snel de vraag op of de aankoop onder het lage tarief van de overdrachtsbelasting kan vallen. De koper is immers een particulier die op de locatie zijn hoofdverblijf wil realiseren. Toch is die persoonlijke bestemming niet beslissend. De Wet op belastingen van rechtsverkeer stelt twee cumulatieve eisen: er moet bij de verkrijging een woning worden verkregen én de verkrijger moet die woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Juist het woord 'die' veroorzaakt bij sloopprojecten de spanning. Wie een bestaand huis volledig sloopt en daarna een nieuw huis bouwt, woont uiteindelijk wel op dezelfde grond, maar niet noodzakelijk in dezelfde woning die hij bij de notaris heeft verkregen.

Bouwgrond blijft bouwgrond voor de overdrachtsbelasting

Voor onbebouwde grond is de uitkomst het duidelijkst. Grond die voor woningbouw is bestemd, kwalificeert niet als woning voor het 2%-tarief. De toekomstige bouwplannen en de intentie om de nieuwbouwwoning zelf te bewonen veranderen de aard van het verkregen object niet. In 2026 geldt voor dergelijke grond in beginsel 10,4% overdrachtsbelasting, tenzij de levering met btw is belast en de samenloopvrijstelling van toepassing is.

Verbouwen mag, maar de woning moet herkenbaar de verkregen woning blijven

Een verbouwing vóór de feitelijke verhuizing is geen probleem. Ook een langdurige renovatie kan binnen het lage tarief vallen. De parlementaire geschiedenis  geeft uitdrukkelijk aan dat een koper met een nog lopende verbouwing aannemelijk kan maken dat de woning is gekocht om duurzaam als hoofdverblijf te dienen. Na voltooiing moet hij de woning daadwerkelijk als zodanig gebruiken.
Er is voor de overdrachtsbelasting geen algemene wettelijke driejaarstermijn. Dat getal komt uit de eigenwoningregeling in de inkomstenbelasting. Voor de overdrachtsbelasting draait het om de werkelijke intentie, de objectieve feiten en de uiteindelijke bewoning.

Geplande volledige sloop zorgt voor extra overdrachtsbelasting

De rechtspraak over woningen die al bij aankoop zijn bestemd voor volledige sloop is de afgelopen jaren niet geheel eenduidig geweest. Rechtbanken in Zeeland-West-Brabant  en Gelderland  kozen voor een strikte lezing: de koper gaat niet in de gekochte woning wonen, omdat die wordt gesloopt. Rechtbank Noord-Holland  koos in 2025 nog voor een ruimere, doelgerichte benadering bij een één-op-één vervanging op dezelfde plek.
Hof Amsterdam  heeft die laatste lijn op 2 juli 2026 gecorrigeerd. Bij volledige sloop, inclusief de fundering, gaat de verkregen woning teniet. De later gebouwde woning is een ander object. Volgens het hof is de wettekst duidelijk en biedt het doel van de startersvrijstelling geen basis om het hoofdverblijfcriterium uit te breiden. Voor de praktijk betekent dit dat een vooraf gepland totaal-sloopproject in beginsel niet voor 2% of de startersvrijstelling in aanmerking komt.
Behoud van de fundering of andere wezenlijke delen van de bouwkundige constructie kan relevant zijn voor de vraag of nog sprake is van dezelfde woning. Maar een eenvoudige, algemeen geldende funderingsregel bestaat niet. De bouwkundige continuïteit, de plannen en de werkzaamheden moeten in samenhang worden beoordeeld.

De cruciale uitzondering: sloop die pas later onvermijdelijk blijkt

De strengere lijn voor geplande sloop mag niet zonder meer worden toegepast op de koper die een bestaande woning kocht om haar te renoveren en te bewonen, maar na de levering wordt geconfronteerd met een onverwachte calamiteit of een verborgen technisch gebrek. De wet kent juist voor zulke gevallen een correctie.
Artikel 15a, vijfde lid, WBR bepaalt dat het lage tarief of de startersvrijstelling in stand kan blijven wanneer de koper door een na de verkrijging opgekomen onvoorziene omstandigheid redelijkerwijs niet in staat is geweest de woning duurzaam als hoofdverblijf te gebruiken. In de memorie van toelichting  noemt de wetgever onder meer het duurzaam verloren gaan van de woning. Dat voorbeeld past rechtstreeks bij brand of instorting, maar kan naar zijn strekking ook relevant zijn bij later ontdekte funderingsschade of constructieve gebreken die behoud objectief onmogelijk of onverantwoord maken.

Niet elke kostenoverschrijding is een onvoorziene omstandigheid

Het beroep op de uitzondering is geen vrije keuze tussen verbouwen en nieuwbouwen. De koper moet aannemelijk maken dat de gebeurtenis bij de verkrijging niet was voorzien en dat juist die gebeurtenis redelijkerwijs verhinderde dat de verkregen woning werd behouden en bewoond. Een voorkeur voor een efficiëntere indeling, betere energieprestatie of goedkopere nieuwbouw is daarvoor doorgaans te mager. Een onafhankelijk rapport waaruit volgt dat de bestaande woning constructief niet veilig kan worden hersteld, heeft een geheel ander gewicht.

De bewijsvoering begint vóór het geschil

Bij een latere sloop draait de procedure vaak om de geloofwaardigheid van de oorspronkelijke plannen. De koper moet kunnen laten zien dat bij koop en levering sprake was van een behoudsplan. De meest overtuigende stukken zijn gelijktijdig opgestelde documenten: de eerste architectentekeningen, een renovatiebegroting, offertes voor herstel van bestaande onderdelen, een vergunningaanvraag voor verbouwing en correspondentie met adviseurs en gemeente.

Daarna moet de omslag naar sloop worden gedocumenteerd. Van belang zijn de datum waarop het gebrek zichtbaar werd, het technische onderzoek, de onderzochte herstelalternatieven, de reden waarom die alternatieven afvielen en de datum waarop de plannen en vergunningen zijn gewijzigd. Het woord 'sloopmelding' zegt zonder context weinig: selectieve sloop hoort vaak bij renovatie, terwijl totale sloop een andere fiscale betekenis heeft.

Een bruikbare juridische opbouw

In een bezwaar- of beroepsprocedure ligt de volgende opbouw voor de hand. Eerst wordt vastgesteld dat op de verkrijgingsdatum objectief een woning is verkregen. Vervolgens wordt met de oorspronkelijke stukken aangetoond dat de koper juist die woning na renovatie duurzaam wilde bewonen. Ten slotte wordt het oorzakelijke verband gelegd tussen de later opgekomen onvoorziene gebeurtenis en de noodzaak om van het behoudsplan af te wijken.

Die benadering is sterker dan de stelling dat de vervangende nieuwbouwwoning fiscaal dezelfde woning is. Na de uitspraken van Hof Amsterdam is die gelijkstelling bij volledige sloop moeilijk vol te houden. De onvoorziene-omstandighedenregeling is juist geschreven voor het geval waarin de oorspronkelijke, correcte hoofdverblijfintentie door een latere gebeurtenis niet kan worden uitgevoerd.

Noot fiscaal jurist inzake woning slopen en overdrachtsbelasting

De fiscale grens loopt niet simpelweg tussen 'bewonen' en 'niet bewonen', maar tussen de verkregen woning en een later gerealiseerde woning. Bij vooraf geplande volledige sloop is het 2%-tarief na de hofuitspraak van 2 juli 2026 moeilijk verdedigbaar. Bij een werkelijk voorgenomen renovatie die pas door een onvoorziene, dwingende gebeurtenis omslaat in sloop, ligt dat anders. Dan kan artikel 15a WBR voorkomen dat een koper wordt afgerekend op een ontwikkeling die hij bij de verkrijging niet kon voorzien. De kwaliteit van het technische en chronologische dossier bepaalt uiteindelijk of dat verschil ook overtuigend kan worden bewezen.

Heeft u vragen over uw eigen situatie of twijfelt u ergens over? Neem dan gerust eens contact op met een van onze fiscaal juristen.

Bron en vindplaatsen woning slopen en overdrachtsbelasting

Kamerstukken II 2020/21, 35 576, nr. 6, p. 22 (langdurige verbouwing en bewijs van hoofdverblijfintentie).

Rechtbank Zeeland West Brabant 4 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:48.

Rechtbank Gelderland 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8187.

Rechtbank Noord Holland 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9879.

Gerechtshof Amsterdam 2 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2008

Kamerstukken II 2021/22, 35 927, nr. 3 (onvoorziene omstandigheden tussen koopovereenkomst en  verkrijging).

Vragen over tarief overdrachtsbelasting bij kopen vastgoed?

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Auteur(s) van woning sloop en nieuwbouw in de overdrachtsbelasting

mr. H. Davina
mr. H. Davina (Henk)
Fiscaal jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


h.davina@jongbloed.tv

Deel deze pagina

Laatste update op 29-07-2026
Artikel gemaakt op 29-07-2026
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Vastgoed en belastingen Woning sloop en nieuwbouw in de overdrachtsbelasting

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap