Volg ons op:

Twitter Updates

Verhuurdersheffing

De verhuurdersheffing in tijdlijn

De verhuurdersheffing is ingevoerd in 2013. De nieuwe heffing voor verhuurders over de waarde van voor verhuur bestemde huurwoningen in de gereguleerde sector is met weinig enthousiasme ontvangen. Het gaat hierbij om woningen waarvan de huur niet hoger is dan 710 euro per maand. Vanaf 2018 geldt er een vrijstelling voor de eerste 50 woningen, dit was 10 woningen. Per 1 april 2017 wijzigt de wet op kleine onderdelen. Deze wijzigingen zijn:

De tarieven voor de verhuurdersheffing

Overige regelingen

Verhuurdersheffing en meerdere eigenaren

Volgens de Hoge Raad is de verhuurdersheffing bij meerdere eigenaren in sommige gevallen discriminatoir. Henk is met zijn 2 broers eigenaar (voor gelijke delen) van 13 huurwoningen. De WOZ beschikking wordt aan Henk bekend gemaakt, hiermee moet hij 77 euro aan verhuurdersheffing betalen en zijn 2 broers niks. De Hoge Raad oordeelt dat de verhuurderheffing in situaties van mede-eigendom in strijd is met het discriminatieverbod. Deze discriminatie is niet te rechtvaardigen. Zie hiertoe Hoge Raad 8 juni 2018 ECLI:NL:HR:2018:846.

Verhuurdersheffing 2018

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met een wijziging van de verhuurdersheffing, de kern:

De verhuurdersheffing

U krijgt met de verhuurdersheffing te maken als u eigenaar bent van meer dan 10 huurwoningen waarvan de huurprijs lager is dan de huurtoeslaggrens (2015: € 710).

Deze belasting is ingevoerd in 2013 en de prullenmand ingegaan in 2014. In 2014 is de Wet maatregelen Woningmarkt ingevoerd, dit met een nieuwe heffing. Deze heffing bedraagt ongeveer 0,5% over de WOZ-waarde van sociale huurwoningen (bij minimaal 11 woningen of meer). Deze nieuwe belastingheffing zal in 2017 ruim € 2 miljard opleveren, het percentage lijkt laag, maar de heffing kan redelijk vlot oplopen (zomaar 1 maand huur aan belastingheffing).

De heffing is bedacht voor woningcorporaties, maar raakt ook zorginstellingen, studenten huisvesting en beleggers.

Wie moet belasting betalen?

Verhuurders (natuurlijke personen of rechtspersonen) die meer dan 10 sociale huurwoningen verhuren. Het moet hierbij gaan om woningen onder de grens voor de huurtoeslag. Dat wil zeggen, woningen waarvan de huur lager is dan de grens voor de huurtoeslag, € 710,68 (2015), € 699,48 (2014), € 681,02 (2013). U moet betalen als u per 1 januari de huurwoningen in uw bezit had.

Tarief verhuurdersheffing

Het tarief loopt in de komende jaren langzaam op:

Over de eerste 10 woningen hoeft niet te worden betaald (een soort van drempel).

Grondslag voor de verhuurdersheffing

De grondslag voor de verhuurdersheffing is de WOZ-waarde. Er geldt een zogenaamde heffingsvrije voet van 10x de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen / appartementen. De verhuurdersheffing is een zogenaamde aangiftebelasting. De belasting moet dus worden betaald op een aangifte die digitaal door uzelf (of uw adviseur) wordt ingediend. De aangifte over 2016 moet vóór 1 juli 2016 worden ingediend (de aangifte over 2015 had u dus al moeten indienen, namelijk vóór 1 juli 2015).

Voorbeeld verhuurdersheffing

Een eigenaar van een appartementencomplex met 100 huurappartementen (waarde € 15 miljoen) moet dan dus over 100 -/- 10 = 90 appartementen de verhuurdersheffing betalen. Als de appartementen allemaal € 150.000 zouden kosten, dan moet er dus over € 13.500.000 in totaal 0,381% worden betaald, totaal € 51.435 (dus ruim € 500 per appartement per jaar). In 2017 loopt dit op tot ruim € 700 per appartement per jaar.

Fiscale tips verhuurdersheffing

1) Woningen / appartementen na 1 januari kopen.

2) Woningen / appartementen  gesplitst aankopen (opletten concernregeling).

3) Zorgen voor lage WOZ-waarde.

4) Bij investeringen in de woningen / appartementen bekijken of u in aanmerking komt voor een vermindering.

Rechtspraak over verhuurdersheffing

  1. De belastingplichtige is degene aan wie de WOZ-beschikkingen zijn gericht, ongeacht of hij de volle eigendom of mede-eigendom daarvan heeft, Rechtbank Zeeland - West-Brabant 12 februari 2015, nr. AWB 14/3788.
  2. Verhuurdersheffing is niet in strijd met artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR, aldus de Rechtbank Den Haag op 1 mei 2015 (ECLI NL RBDHA 2015 6282).
  3. Verhuurdersheffing in strijd met artikel 1 eerste protocol EVRM en artikel 26 IVBPR bij stichting die 24 woningen verhuurt tegen een minimale huurprijs en feitelijk de verhuurdersheffing niet kan betalen. Een bijzondere uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 27 september 2016 nr. 15/3694.
  4. De Hoge Raad is van mening dat voor de verhuurderheffing aansluiting moet worden gezocht bij de prijs die is verschuldigd voor het enkele gebruik van de woonruimte, de kale huurprijs. Hoge Raad 2 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:290

Vragen over beleggen in onroerend goed? In BV, box 3 of ..?

Vul uw naam en telefoonnummer in en wij nemen contact met u op.


Meer weten van verhuurdersheffing



Auteur(s) van verhuurdersheffing


mr. D.J.B. Jongbloed Dennis).
Fiscaal Jurist, DGA

088 027 00 00
d.jongbloed@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

mr. drs. S. van den Elst (Sanne).
Fiscaal Jurist / Fiscaal econoom,

s.vandenelst@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Artikel datum : 27-07-2015 | Artikel laatst gewijzigd : 11-06-2018

© 2018 Jongbloed Fiscaal Juristen