print sitemap zoeken disclaimer contact

Geen samenloopvrijstelling voor nog niet afgebouwd bedrijfspand

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing is in verband met de verkrijging van een nog niet afgebouwd bedrijfspand. Het bedrijfspand is namelijk reeds als bedrijfsmiddel in gebruik genomen. Door belanghebbende is derhalve terecht overdrachtsbelasting betaald.

In dit artikel behandelen wij de uitspraak van Rechtbank Gelderland en gaan wij nader in op de samenloopvrijstelling en de uitzondering indien een onroerende zaak reeds in gebruik is als bedrijfsmiddel.

Samenloopvrijstelling btw en ovb

Overdrachtsbelasting is in beginsel verschuldigd indien in Nederland gelegen onroerend goed wordt verkregen. Naast heffing van overdrachtsbelasting is de levering van onroerend goed in sommige gevallen ook aan heffing van omzetbelasting onderworpen. Om dubbele belastingheffing te voorkomen, is de samenloopvrijstelling opgenomen.

De samenloopvrijstelling is onderdeel van de overdrachtsbelasting. Indien de verkrijging van onroerend goed van rechtswege is belast met omzetbelasting, geldt voor die verkrijging een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Er kan echter geen beroep worden gedaan op de samenloopvrijstelling indien de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging reeds als bedrijfsmiddel in gebruik is én de koper de verschuldigde btw geheel of gedeeltelijk in aftrek kan brengen.

Om te bepalen of een onroerende zaak in gebruik is als bedrijfsmiddel, wordt gekeken naar het feitelijke gebruik. In dat kader is niet van belang wat de bestemming van de onroerende zaak is en of de onroerende zaak reeds gereed is voor gebruik. De bewijslast dat sprake is van een (nog) ongebruikt bedrijfsmiddel ligt bij de verkrijger van de onroerende zaak die zich beroept op de samenloopvrijstelling.

In het artikel Samenloopvrijstelling bij btw en overdrachtsbelastingwordt nader ingegaan op de werking van de samenloopvrijstelling.

Feiten en omstandigheden in de rechtbank

Een onderneming is sinds 25 juni 2018 gevestigd in een bedrijfspand. Op 3 juni 2019 koopt Belanghebbende samen met drie anderen het bedrijfspand. Het betreft een nog niet afgebouwd bedrijfspand. Koper en verkoper komen overeen dat verkoper voor diens rekening zal zorgdragen voor de nog uit te voeren werkzaamheden. De levering van het pand is belast met 21% btw en 6% overdrachtsbelasting. Belanghebbende beroept zich op de samenloopvrijstelling. De inspecteur is echter van mening dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing is, gezien het feit dat de onroerende zaak in 2018 reeds als bedrijfsmiddel in gebruik is genomen.

In de koopovereenkomst en akte van levering zijn onder meer de volgende relevante bepalingen opgenomen:

  • “De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze koopovereenkomst bevindt.”
  • Het verkochte betreft, volgens verklaring van verkoper, een gebouw dat reeds als bedrijfsmiddel in gebruik is, zodat terzake de verkrijging omzetbelasting is verschuldigd. Aangezien koper omzetbelasting in aftrek kan brengen en het verkochte in gebruik is genomen, is de samenloopvrijstelling voor de overdrachtsbelasting niet van toepassing, zodat ook wegens de overdracht overdrachtsbelasting is verschuldigd.”

In geschil is de vraag of de samenloopvrijstelling terecht niet is toegepast. Tevens is in geschil of de verkoper het pand reeds in gebruik heeft genomen als bedrijfsmiddel.

Uitspraak van de rechtbank

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing is in verband met de verkrijging van het bedrijfspand. De onroerende zaak is al op 25 juni 2018 als bedrijfsmiddel in gebruik genomen. De rechtbank stelt voorop dat het pand door de verkoper is gebouwd om zijn bedrijfsactiviteiten vanuit dat pand uit te voeren. De rechtbank stelt vast dat de verkoper sinds medio 2018 zijn onderneming heeft gevestigd in het pand, dat de verkoper sinds medio 2018 bedrijfsactiviteiten heeft uitgeoefend in het pand en dat de verkoper nog steeds zijn onderneming uitoefent vanuit het pand. Gelet op deze feiten is de rechtbank van oordeel dat het pand sinds medio 2018 in gebruik is genomen als bedrijfsmiddel. Dat er op dat moment nog de nodige werkzaamheden aan het pand dienden plaats te vinden en de verkoper om die reden niet al zijn activiteiten in het pand kon uitoefenen, is niet van belang. Het gelijk is aan de inspecteur.

Belang voor de praktijk

De belangen bij de koop en verkoop van onroerend goed zijn vaak groot, inmiddels (2022) is het overdrachtsbelastingtarief 8% en dit tarief zal in de toekomst stijgen naar 9%. Het belang voor het wel of niet kunnen toepassen van de samenloopvrijstelling wordt dan ook steeds groter. Indien u meer wilt weten over de fiscale gevolgen bij de koop of verkoop van onroerend goed, neem dan contact op met één van de auteurs.

NS/RD

Meer weten? Stuur ons een e-mail.

Vul uw naam en telefoonnummer in en wij nemen contact met u op.

Deel deze pagina

Laatste update : 10-03-2022
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Actueel Actuele fiscale info Geen samenloopvrijstelling voor niet afgebouwd bedrijfspand

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap