Landinformatie Nederland
Beleggen in de B.V. of toch in box 3?
Sinds duidelijk is geworden dat de box 3-heffing op termijn (zie artikel box 3 in normale mensentaal) zal worden vervangen door een stelsel waarin het werkelijke rendement wordt belast, ontvangen wij regelmatig de vraag of beleggen beter kan plaatsvinden in privé (box 3) dan wel via een B.V.? Op deze vraag bestaat slechts één antwoord: Dat ligt eraan! De optimale keuze is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval. In dit artikel geven wij daarom geen antwoord op de vraag wat gunstiger is, maar bespreken wij de belangrijkste fiscale aandachtspunten die bij deze afweging een rol spelen.
Wet werkelijk rendement vanaf 1 januari 2028
De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement op 12 februari 2026 aangenomen. Het wetsvoorstel is echter nog niet door de Eerste Kamer behandeld. De stemming is uitgesteld tot ten minste Prinsjesdag 2026, maar het is niet uitgesloten dat de behandeling op een later moment zal plaatsvinden. De beoogde inwerkingtreding blijft vooralsnog 1 januari 2028.
Regels Wet werkelijk rendement en gevolgen box 3
Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat jaarlijks belasting wordt geheven over zowel de directe opbrengsten (zoals rente, dividend en huurinkomsten) als over de indirecte opbrengsten in de vorm van ongerealiseerde waardestijgingen.
Voor een beperkt aantal vermogensbestanddelen geldt echter een vermogenswinstbelasting. Daarbij worden de directe opbrengsten jaarlijks belast, terwijl waardeveranderingen pas in de belastingheffing worden betrokken op het moment van realisatie. Dit regime geldt onder meer voor onroerende zaken en aandelen in start-ups en scale-ups. Daarnaast kent het wetsvoorstel een aantal andere uitgangspunten, de belangrijkste staan hieronder opgenomen:
- een heffingsvrij inkomen van € 1.800 per belastingplichtige;
- onbeperkte voorwaartse verliesverrekening;
- aftrek van kosten.
De wetgever heeft bovendien uitgesproken uiteindelijk toe te willen werken naar een volledig stelsel van vermogenswinstbelasting. Vanwege de tijd om dit in te kunnen voeren en de uitvoeringscomplexiteit is daarvoor op dit moment echter nog niet gekozen.
Voor de invoering per 1 januari 2028 zijn daarnaast nog een aantal voorgenomen wijzigingen aangekondigd. De belangrijkste voorgenomen aanpassingen zijn:
- een doorschuiffaciliteit binnen de huwelijksgemeenschap;
- invoering van een carry-backregeling van één jaar;
- verlaging van het box 3-tarief naar 35%.
In een later stadium zal duidelijk worden in hoeverre dit doorgang gaat vinden.
Wat is voordeliger, beleggen in box 3 of in de BV ?
In de praktijk wordt vaak louter gekeken naar de vergelijking aan de hand van de verschillende belastingtarieven tussen box 3 en in de B.V. Dat geeft echter een onvolledig beeld. Voor de Wet werkelijk rendement geldt thans een voorgesteld belastingtarief van 36%.
Bij beleggen via een B.V. bedraagt het vennootschapsbelastingtarief 19% over de eerste € 200.000 winst en 25,8% over het meerdere. Wanneer de behaalde winsten vervolgens aan de aandeelhouder worden uitgekeerd, is tevens box 2-heffing verschuldigd. Afhankelijk van de omvang van het inkomen bedraagt deze 24,5% dan wel 31%. Hierdoor kan de gecombineerde belastingdruk oplopen tussen de 38,85% tot maximaal 48,80%.
Op basis van uitsluitend de nominale tarieven lijkt beleggen in box 3 al sneller aantrekkelijker. Die conclusie is echter te kort door de bocht. Door de invloed van inkomensafhankelijke heffingskortingen kan het effectieve belastingtarief in box 3 aanzienlijk hoger uitvallen dan het tarief van 36%. Daar staat tegenover dat binnen een B.V. de aanvullende box 2-heffing langdurig kan uitstellen. Ook dat uitstel kan een positief effect hebben op het uiteindelijke resultaat die bij een zuivere tariefvergelijking vaak buiten beschouwing blijft. Een vergelijking uitsluitend op basis van belastingpercentages doet daarom onvoldoende recht aan de verschillen tussen beide regimes.
Administratieve lasten bij beleggen in box 3 of de BV
Belastingheffing op basis van vermogenswinstbelasting kent niet alleen maar voordelen. De uitvoerbaarheid van de vermogenswinstbelasting is aanzienlijk complexer dan een heffing op basis van vermogensaanwasbelasting. Een vermogenswinstbelasting vereist een uitgebreidere administratie dan een vermogensaanwasbelasting. Met name wanneer gedurende langere tijd, bijvoorbeeld een effectenportefeuille wordt opgebouwd, door verschillende tranches wordt aan- en verkocht wordt het aanzienlijk complexer. Dat leidt veelal tot hogere kosten voor de administratie en fiscale advisering.
Deze extra uitvoeringskosten verminderen uiteindelijk het nettorendement. Zie hier waar het rendement voor een deel wordt weggesnoept door uw accountant of administrateur. Dit gegeven dient daarom eveneens te worden betrokken bij de keuze tussen beleggen in privé of via een B.V.
Rendement bij beleggen in de BV of prive
Bij gelijke rendementen en een langdurige beleggingshorizon zal het uiteindelijke eindvermogen onder een vermogenswinstbelasting in beginsel hoger zijn dan onder een vermogensaanwasbelasting. De reden hiervoor is dat belastingheffing over waardestijgingen wordt uitgesteld tot het moment waarop deze daadwerkelijk worden gerealiseerd, waardoor langer rendement kan worden behaald over het nog niet afgedragen belastingbedrag. Dit voordeel dient echter steeds te worden afgewogen tegen de hogere administratieve lasten en de uiteindelijke belastingheffing bij realisatie.
Aanvullende uitstelmogelijkheden bij beleggen in de BV
Beleggen via een B.V. kan daarnaast aanvullende fiscale mogelijkheden bieden.
Zo kan onder voorwaarden een gerealiseerde boekwinst worden uitgesteld door middel van het vormen van een herinvesteringsreserve. Door middel van een herinvesteringsreserve wordt de belastingheffing over de boekwinst uitgesteld doordat deze wordt afgeboekt op een vervangend bedrijfsmiddel.
De toepassing van de HIR is echter wel aan voorwaarden gebonden en is niet in iedere situatie mogelijk. Of een herinvesteringsreserve kan worden gevormd, zal steeds afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
Onzekere factoren bij beleggen in de BV
Bij de keuze tussen beleggen in privé dan wel in de B.V. zijn er meerdere factoren waar u als belastingplichtige geen invloed op De belangrijkste onzekere factor blijft het toekomstige rendement. Iedere belastingplichtige kan vooraf een verwachting van een rendement inbeelden, maar niemand heeft een glazen bol. Een keuze van het verleden kan achteraf bezien met de kennis van heden minder gunstig blijken te zijn. Daarnaast kunnen toekomstige wetswijzigingen, tariefswijzigingen en persoonlijke omstandigheden ook de uitkomst van eerder beïnvloeden.
Praktijkvragen bij beleggen in de BV of prive
De vraag of beter in box 3 of via een B.V. kan worden belegd, doet zich in verschillende praktijksituaties voor. Veel voorkomende voorbeelden zijn:
- het overhevelen van bestaand box 3-vermogen naar een B.V.;
- het uitkeren van vermogen vanuit een B.V. naar privé;
- de aankoop van nieuw vastgoed of andere beleggingen, waarbij vooraf moet worden bepaald of de investering het beste in privé of binnen de B.V. kan plaatsvinden.
Met name bij vastgoed verdient deze afweging extra aandacht. Het overbrengen van reeds in bezit hebbend vastgoed overbrengen naar privé dan wel naar de B.V. gaat gepaard met overdrachtsbelasting. In bepaalde gevallen kan dat aantrekkelijk zijn, maar dit dient altijd te worden beoordeeld.
Noot fiscaal jurist inzake beleggen in prive of de BV
Uit dit artikel wordt duidelijk dat beleggen in box 3 of via een B.V. niet kan worden bepaald aan hand van uitsluitend de belastingtarieven. Het één is niet beter dan het ander. Aspecten die daarbij met name een rol spelen zijn de beleggingshorizon en het verwachte rendement
Wij adviseren regelmatig cliënten over de fiscale gevolgen van deze keuze en kunnen desgewenst verschillende scenario's doorrekenen. Uitganspunt blijft waar u zelf ook een goed gevoel bij heeft. Wenst u een rapport waarin wij meedenken met uw situatie en de fiscale gevolgen voor u op een rij zetten? Wij kunnen desgewenst ook een scenario uitwerken met een eindkapitaal onder de verschillende regimes. Neemt u dan contact op met één van de onderstaande adviseurs.
Vragen over beleggen in de BV of prive ?
Meer weten van beleggen in de bv of in box 3
- Beleggen in bv of box 3
- Beleggen in box 3 of in de BV
- Vragen opgaaf werkelijke rendement box 3
- Overtollige liquiditeiten in eenmanszaak of box 3
- Informatieavond beleggen in box 1, 2 of 3
- Werknemersparticipatie in box 2 of box 3
- Verhuizen naar Duitsland om box 3 te ontlopen
- Beleggen in de BV en DGA loon
- DGA advies inzake verlaging box 2 vanaf 2027
- Belasting over vermogen in Europa
