vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

location_on Vestigingen in Almelo, Amsterdam, Den Haag en Enschede
saved_search Specialisaties
4,5 van 5 Google reviews
groups 25 fiscaal juristen / belastingadviseurs

Box 3

T. Borgelink

Kom met Tobias in contact

Wilt u meer weten over Vragen opgaaf werkelijk rendement box 3 of heeft u hulp nodig?

call 0800 027 00 00

mail t.borgelink@jongbloed.tv

Vragen opgaaf werkelijk rendement box 3

Stand van zaken op dit moment

Al bijna vijf jaar sleept het box 3-dossier zich voort. Wie een brief van de Belastingdienst in de bus krijgt over "het doorgeven van uw werkelijk rendement", zit met dezelfde drie vragen:

  1. mag of moet ik het formulier werkelijk rendement invullen
  2. loont het zich om het formulier werkelijk rendement in te vullen
  3. binnen welke termijn moet ik dit document invullen en met welke bijlagen

Op alle drie is sinds deze zomer een scherper antwoord te geven. Dit artikel zet het op een rij — met de valkuilen die in de praktijk het vaakst geld kosten.

De ontwikkeling van het nieuwe box 3 systeem, een terugblik

  • 24 december 2021 — het Kerstarrest (Hoge Raad ECLI:NL:HR:2021:1963). Het forfaitaire box 3-stelsel vanaf 2017 is in strijd met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod (art. 1 EP jo. art. 14 EVRM) voor wie minder rendement maakte dan het forfait veronderstelde.
  • 20 mei 2022 (Hoge Raad ECLI:NL:HR:2022:720). Het Kerstarrest is "nieuwe jurisprudentie". Wie zijn aanslag onherroepelijk had laten worden, hoeft de inspecteur op grond van art. 45aa URIB 2001 niet ambtshalve tegemoet te komen.
  • 6 juni 2024 In de arresten van 6 juni (o.a. ECLI:NL:HR:2024:704 en 705), 14 juni, 2 augustus en 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1788) oordeelde de Hoge Raad dat óók de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet tekortschieten, en formuleerde hij zelf de rekenregels voor het "werkelijk rendement".
  • juni 2025 — codificatie. De Wet tegenbewijsregeling box 3 (Kamerstukken 36 706; aangenomen TK 12 juni 2025, EK 8 juli 2025) legt die rekenregels wettelijk vast. Praktisch instrument: het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR).

Op 25 juni 2026 wees de Hoge Raad arrest in de twee proefprocedures van de massaalbezwaarplusprocedure (ECLI:NL:HR:2026:907 en ECLI:NL:HR:2026:1013), conform de conclusie van A-G Pauwels van 8 mei 2026. De uitkomst:

  • Niet-bezwaarmakers over 2017 t/m 2020 krijgen niets. Stond de aanslag al onherroepelijk vast vóór het Kerstarrest, dan bestaat geen recht op rechtsherstel — ook niet via het EVRM, het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Niet-bezwaarmakers en tijdige bezwaarmakers zijn volgens de Hoge Raad géén gelijke gevallen.
  • De inspecteur heeft dit op 17 juli 2026 overgenomen in een collectieve beslissing op de verzoeken om ambtshalve vermindering en collectieve uitspraak op bezwaar (nr. 2026-280569, Stcrt. 2026, 25867): afwijzing over de hele linie.
  • Gevolg: het OWR-formulier over 2017 t/m 2020 is voorbehouden aan wie destijds tijdig bezwaar heeft gemaakt. Deed u dat niet, of te laat, dan is dat traject definitief gesloten. Hoe zuur ook — verder procederen op dezelfde gronden is kansloos.
Formulier werkelijk rendement per jaar invullen
  • 2017–2019: Alleen bij tijdig bezwaar (massaal bezwaar) én tijdig verzoek om ambtshalve vermindering | Gesloten voor niet-bezwaarmakers
  • 2020 Idem; de vijfjaarstermijn voor een verzoek om ambtshalve vermindering liep af op 31 december 2025
  • 2021 Geen bezwaar vereist. Vijfjaarstermijn art. 9.6 Wet IB 2001 jo. art. 45aa URIB 2001, loopt af op 31 december 2026
  • 2022–2024 Geen bezwaar vereist; u ontvangt een brief, of u dient zelf een verzoek in, Open tot en met 31-12-2027
  • 2025 Geen apart formulier — het werkelijk rendement gaat mee in de aangifte IB
  • 2026 Idem, in de aangifte IB 2026
Twee praktische punten die vaak misgaan:
  1. Per jaar een apart formulier. Er is geen verzamelformulier.
  2. Fiscale partners kiezen los van elkaar. Uitgangspunt is de verdeling zoals in de aangifte. Het kan dus dat de één een aanslag op forfaitaire basis krijgt en de ander op werkelijk rendement. Reken dat door: bij een ongelijke verdeling van beleggingsverliezen loont een andere onderlinge toerekening soms meer dan het tegenbewijs zelf.
Twee data om nu in de agenda te zetten
  1. 1 oktober 2026 — het generale uitstel voor OWR-formulieren over 2021 en later (beconregeling) loopt tot die datum. Wie dossiers via zijn adviseur laat lopen, moet nú gegevens aanleveren; jaaroverzichten van banken en brokers over 2021 zijn niet in een week opgevraagd.
  2. 31 december 2026 — einde van de vijfjaarstermijn voor een verzoek om ambtshalve vermindering over 2021. Dit is de laatste kans voor dat jaar. Ontvangt u geen brief maar denkt u wél recht te hebben, wacht dan niet af: dien zelf tijdig een verzoek in.
Bent u te laat met het formulier zelf?

Dan volgt een aanslag op forfaitaire basis. Maak dan bezwaar tegen die aanslag — daarna kan het formulier alsnog. Is ook de bezwaartermijn verstreken, dan resteert nog de route van de ambtshalve vermindering binnen vijf jaar na afloop van het belastingjaar.

Hoe wordt het werkelijk rendement berekend?

Dit is waar de meeste teleurstellingen ontstaan. De regels zijn strenger dan mensen verwachten:

  1. Het hele box 3-vermogen telt mee. Geen cherry-picking van het slecht presterende deel: een verlieslatend beleggingsfonds wordt gesaldeerd met de spaarrente en de waardestijging van het pand.
  2. Géén heffingsvrij vermogen. De Hoge Raad heeft dat expliciet uitgesloten. Wie een klein overschot boven de vrijstelling heeft, valt daardoor vaak duurder uit dan gedacht.
  3. Direct én indirect rendement. Rente, dividend en huur, plús ongerealiseerde waardestijgingen en -dalingen. Ook papieren winst telt.
  4. Nominaal, geen inflatiecorrectie. In jaren met hoge inflatie is dat pijnlijk, maar het staat vast.
  5. Geen kostenaftrek — met één uitzondering: rente op box 3-schulden is aftrekbaar. Beheerkosten, onderhoud, makelaarskosten, aankoopkosten zijn niet aftrekbaar.
  6. Geen verliesverrekening over de jaargrens. Een verlies in 2022 verdwijnt; het verlaagt 2023 niet.
  7. Vastgoed: waardeontwikkeling in beginsel op basis van WOZ-waarden, met tijdsevenredige toerekening bij aan- of verkoop in het jaar. Verbeterings- en uitbreidingsinvesteringen gelden als storting en behoren dus niet tot het rendement.
  8. Eigen gebruik: t/m 2025 op nihil (HR 20 december 2024: de wetgever had het voordeel niet gekwantificeerd). Vanaf 2026 wél belast, tegen de economische huurwaarde op dagbasis (art. 5.27a Wet IB 2001) — óók over perioden waarin de woning alleen maar leegstaat en ter beschikking stond. Voor eigenaren van een vakantiewoning of een tweede huis verslechtert het tegenbewijs vanaf 2026 dus wezenlijk.
Let op

Let bij verhuur binnen de familie op: een niet-marktconforme huur wordt voor de berekening gecorrigeerd. De "vriendenprijs" aan een kind levert fiscaal geen lager rendement op.

Werkelijk rendement voordelig of niet, reken eerst, dien pas daarna in

Een grove indicatie of tegenbewijs kansrijk is:

Jaar  Forfait waarmee is gerekendd   Gem aandelenrendement  Prijsindex WOZ woningen   
         
2017

 5,39%

 13%

 7%

 
2018

 5,38%

 - 10%

 8%

 
2019

 5,59%

 25%

 9%

 
2020

 5,28%

 -2%

 6%

 
2021

 5,69%

 23%

 8%

 
2022

 5,53%

 -8%

 20%

 
2023

 6,17%

 15%

 2%

 
2024

 6,04%

 8%

 2%

 

Voor de sneller lezer, wanneer is werkelijk rendement wellicht voordelig en wanneer niet?
  • 2018 en 2022 zijn de kansrijke beleggingsjaren
  • 2019, 2021 en 2023 vrijwel kansloos.
  • Vastgoed drukt in 2022 juist tegen (+20% WOZ), maar kan in 2023 en 2024 wél helpen.
  • Bij uitsluitend spaargeld is de kans op teruggaaf zeer klein — het spaarforfait ligt dicht bij de werkelijke rente.

Goed nieuws: **u kunt niet slechter uitkomen.** Blijkt uw werkelijk rendement hoger dan het forfait, dan legt de Belastingdienst de aanslag alsnog op forfaitaire basis vast. Een eerder opgelegde definitieve aanslag blijft in stand. Het formulier verzenden is dus nooit riskant — alleen soms zinloos.

Praktische aandachtspunten bij berekenen werkelijk rendement

  • Niets is voorgevuld. De Belastingdienst heeft uw rendementsgegevens niet. U verzamelt zelf: jaaroverzichten, ontvangen rente en dividend, aan- en verkoopgegevens, WOZ-beschikkingen, huurinkomsten, schuldsaldi.
  • Bijlagen kunnen niet mee. Bewaar de onderbouwing wel — bij betwisting rust de bewijslast (aannemelijk maken) op u.
  • Invullen is nooit verplicht, ook niet na een brief.
  • Correctie? Vul het formulier opnieuw in en verzend het opnieuw. Op papier betekent dat: nieuw formulier bestellen en helemaal overdoen.
  • Geen kostenvergoeding voor het inschakelen van een adviseur voor het formulier. Alleen in een echte bezwaarprocedure kan een proceskostenvergoeding aan de orde zijn.
  • Woont u in het buitenland, of emigreerde/immigreerde u in het jaar? Hetzelfde formulier, met een aparte rubriek daarvoor.
  • Nabestaanden kunnen het formulier indienen voor een overledene (met nabestaandenmachtiging, of op papier).
  • Drempelbedrag: is er al een definitieve aanslag, dan geldt geen teruggaafgrens — elk bedrag wordt uitbetaald. Is er nog geen definitieve aanslag, dan geldt de reguliere teruggaafgrens.

De Wet werkelijk rendement box 3

De stelselwijziging is nog niet rond. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36 748) op 12 februari 2026 aan, maar in de Eerste Kamer bleek onvoldoende steun. Na het debat van 30 juni 2026 is de stemming aangehouden. Het kabinet biedt op Prinsjesdag 2026 een novelle aan; behandeling daarvan in de Eerste Kamer wordt niet vóór januari 2027 verwacht. Beoogde inwerkingtreding blijft 1 januari 2028.

Hoofdlijn van het voorstel:
  • een vermogensaanwasbelasting (jaarlijkse heffing over gerealiseerde én ongerealiseerde waardeontwikkeling) voor sparen en beleggen, met
  • een vermogenswinstbelasting (afrekenen bij realisatie) voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen. Juist dat onderscheid — en de heffing over "papieren winst" — is politiek nog volop in beweging
  • Tot die tijd geldt het forfaitaire stelsel mét tegenbewijsregeling.
  • Voor 2026: heffingsvrij vermogen € 59.357 (€ 118.714 met fiscale partner), forfait overige bezittingen 6,00% (de aangekondigde verhoging naar 7,78% ging níet door), tarief 36%; het spaarforfait wordt pas na afloop van het jaar definitief vastgesteld.

Conclusie inzake berekenen werkelijk rendement, het stappenplan

  1. Check uw jaren. 2017–2020: alleen als u destijds tijdig bezwaar maakte. 2021 en later: open, ongeacht bezwaar.
  2. Bewaak 2021. Vijfjaarstermijn tot 31 december 2026; via de adviseur loopt het generale uitstel tot 1 oktober 2026.
  3. Reken vóórdat u indient. Beleggingsjaren 2018 en 2022 zijn kansrijk; vastgoed in 2023–2024;
  4. Alleen spaargeld vrijwel nooit voordelig
  5. Verzamel de onderbouwing — bijlagen kunnen niet mee, maar de bewijslast ligt bij u.
  6. Anticipeer op 2026. Heeft u een tweede woning of vakantiewoning in eigen gebruik, houd er dan rekening mee dat de economische huurwaarde vanaf dit jaar meetelt en tegenbewijs daardoor minder vaak loont.
  7. Verzenden kan geen kwaad. U betaalt nooit méér dan op basis van het forfait.
  8. De belastingdienst heeft een checklist per jaar opgesteld, raadpleeg deze hier.
  9. Veel gestelde vragen over het werkelijke rendement treft u hier aan

Vragen over berekening werkelijk rendement in box 3 ?

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Auteur(s) van vragen opgaaf werkelijke rendement box 3

T. Borgelink
T. Borgelink (Tobias)
Belastingadviseur

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


t.borgelink@jongbloed.tv

mr. M. Vrij
mr. M. Vrij (Mieke )
Fiscaal Jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


m.vrij@jongbloed.tv

Deel deze pagina

Laatste update op 07-08-2026
Artikel gemaakt op 07-08-2026
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Inkomstenbelasting Box 3 Vragen opgaaf werkelijke rendement box 3

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap