Geen rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers in box 3
Mensen die geen bezwaar hebben gemaakt tegen de ontwettige heffing in box 3 krijgen hun geld niet terug.
De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 (ECLI:NL:HR:2026:907) een langverwachte uitspraak gedaan in de zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure over box 3. Daarmee is definitief duidelijk geworden dat belastingplichtigen die over de jaren 2017 tot en met 2020 niet (tijdig) bezwaar hebben gemaakt tegen hun box 3-heffing, geen aanspraak kunnen maken op rechtsherstel naar aanleiding van het Kerstarrest. De hoogste rechter volgt daarmee het advies van de advocaat-generaal, die eerder ook stelde dat niet iedereen gecompenseerd hoeft te worden voor de onrechtmatige vermogensrendementsheffing over de jaren 2017-2020.
Wat hield de massaalbezwaarplusprocedure in?
Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad in het Kerstarrest geoordeeld dat de box 3-heffing, waarbij wordt uitgegaan van fictieve rendementen, in strijd is met het recht op eigendom en het verbod op discriminatie. Belastingplichtigen die op tijd bezwaar hadden gemaakt tegen de aanslagen kwamen vervolgens in aanmerking voor rechtsherstel en hadden recht op een vermindering, als de box 3-heffing in de aanslag was berekend over een fictief rendement dat hoger was dan het werkelijke rendement.
Belastingplichtigen met aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2017-2020 die onherroepelijk vaststonden op de datum van het Kerstarrest, omdat er niet of niet tijdig bezwaar is aangetekend, hadden in eerste instantie géén enkel recht op rechtsherstel. Dit oordeelde de Hoge Raad in haar uitspraak van 20 mei 2022 (ECLI:NL:HR:2022:720).
Over de vraag of voor deze niet-bezwaarmakers toch recht bestaat op ambtshalve vermindering is een massaalbezwaarplusprocedure aangewezen. Een ambtshalve vermindering van een al definitief vaststaande aanslag is mogelijk als is gebleken dat de aanslag te hoog is. De wettelijke regeling kent hierbij echter een uitzondering. Een vermindering vindt niet plaats als de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit rechtspraak die pas is gewezen nádat de aanslag definitief is geworden. Zulke rechtspraak wordt ook wel ‘nieuwe jurisprudentie’ genoemd.
Hoge Raad over verschil bezwaarmakers en niet bezwaarmakers box 3
In 2022 heeft de Hoge Raad al beslist dat het Kerstarrest is aan te merken als nieuwe jurisprudentie. In de uitspraak van 25 juni 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld geen aanleiding te zien om terug te komen op haar eerdere arrest uit 2022. Het Kerstarrest blijft kwalificeren als nieuwe jurisprudentie. Dat betekent dat de inspecteur niet verplicht is om reeds onherroepelijk vaststaande aanslagen alsnog ambtshalve te verminderen.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad bevinden belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt zich niet in dezelfde rechtspositie als belastingplichtigen die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt en hun aanslag derhalve onherroepelijk hebben laten worden. Van gelijke gevallen is daarom geen sprake.
Gevolgen uitspraak Hoge Raad inzake niet bezwaarmakers
Met de uitspraak van de Hoge Raad is de massaalbezwaarplusprocedure feitelijk ten einde gekomen. Voor belastingplichtigen die over de jaren 2017 tot en met 2020 geen tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen hun box 3-aanslag, bestaat geen recht op rechtsherstel op basis van het Kerstarrest.
Voor belastingplichtigen die destijds wel tijdig bezwaar maakten of van wie de aanslag op het moment van het Kerstarrest nog niet onherroepelijk vaststond, verandert deze uitspraak niets. Hun aanspraken op rechtsherstel blijven gebaseerd op de eerder getroffen herstelregelingen.
Zijn er nog mogelijkheden voor niet bezwaarmakers van de box 3 heffing
Als aanslagen over 2017 - 2020 pas na de datum van het kerstarrest (dit was 24 december 2021) onherroepelijk zijn komen vast te staan en tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering is gedaan, kan de inspecteur nog een ambtshalve vermindering verlenen. De nieuwe jurisprudentie uitzondering staat daaraan dan namelijk niet in de weg. Vanaf 1 januari 2026 kunnen voor deze jaren geen nieuwe verzoeken meer worden ingediend, dit moet namelijk binnen 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de belasting betrekking heeft.
Latere jaren en box 3 belasting
Het arrest ziet op de periode 2017 - 2020. Voor latere jaren liggen de knikkers weer anders op tafel omdat aanslagen over dit jaren - ten tijden van het kerstarrest - in de regel nog niet onherroepelijk vaststonden. Voor die jaren moet daarom nog afzonderlijk worden beoordeeld of, en zo ja op welke manier of wijze, nog rechtsherstel kan worden verkregen. We voelen al een volgende procedure aankomen!
Noot fiscaal jurist inzake box 3
De Hoge Raad oordeelde in 2021 dat de vermogensrendementsheffing in de periode 2017 - 2020 ontwettig was (kerstarrest). Dit wil zeggen dat de belastingplichtigen die bezwaar hadden gemaakt recht hebben op teruggave van de box 3 belasting, dit ging om tienduizenden belastingplichtigen (kosten overheid enkele miljarden). Ook de mensen die geen bezwaar hadden gemaakt waren van mening dat ze kennelijk belasting hebben betaald over wetgeving die niet is toegestaan, een logisch standpunt. De Hoge Raad heeft in dit arrest geoordeeld dat niet bezwaarmakers geen recht hebben op teruggave van de box 3 belasting. De Hoge Raad sluit zich aan bij de mening van de advocaat generaal.
Wat betreft de toetsing van de uitzondering – dat geen ambtshalve vermindering plaatsvindt in geval van nieuwe jurisprudentie – aan het evenredigheidsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel, stelt de Hoge Raad voorop dat de rechter zich bij die toetsing terughoudend moet opstellen. De uitzondering is kennelijk niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Van een schending van andere beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, is ook geen sprake volgens de Hoge Raad. De Hoge Raad deelt nog een sneertje uit richting de staatssecretaris (in haar persbericht), de staatssecretaris kan de wettelijke regeling opzij zetten maar heeft dit niet gedaan.
De uitspraak onderstreept nogmaals het belang van het tijdig indienen van bezwaar wanneer de rechtmatigheid van een belastingheffing ter discussie staat. Ook als de kans van slagen op dat moment nog onzeker lijkt, kan een tijdig bezwaar uiteindelijk bepalend zijn voor de mogelijkheid om van latere, gunstige rechtspraak te profiteren.
Het blijft voor een gemiddelde burger lastig te begrijpen dat de Hoge Raad de fictieve heffing over box 3 vermogen zelf in het kerstarrest als onwettig heeft benoemd en dat diezelfde Hoge Raad nu aangeeft dat u dan maar bezwaar had moeten maken. Eigenlijk komt een overheid dan weg met onwettig handelen.
Heeft u vragen over uw box 3-heffing of wilt u weten welke mogelijkheden u nog heeft? Onze adviseurs kijken graag met u mee en adviseren u over de mogelijkheden.
Vindplaats en bron niet bezwaarmakers box 3
Hoge Raad d.d. 25 juni 2026 ECLI:NL:HR:2026:907
Conclusie AG d.d. 8 mei 2026 ECLI:NL:NL:PHR:2026:456
Rechtbank Den Haag d.d. 26 juni 2025 ECLI:NL:RBDHA:2025:11781 (sprongcassatie)
Vragen over beperking box 3 belasting?
Meer weten van geen rechtsherstel voor niet bezwaarmakers box 3
- Hoge Raad kraakt box 3
- Beleggen in box 3 of in de BV
- Verhuizen naar Duitsland om box 3 te ontlopen
- Geen belastingrente bij rechtsherstel box 3
- Box 3 stelsel in normale mensentaal
- Rechtsherstel niet bezwaarmakers in box 3
- Opgaaf werkelijk rendement box 3 Belastingdienst
- Voorkomen box 3 door emigratie of buitenlands vastgoed
- Box 3 rechtsherstel 2017 - 2023
- Aanpassingen in box 3 in 2023
- Hoge Raad schiet box 3 stelsel af
- Box 3 procedure vanaf 2023
- Box 3 niet altijd buitensporig
- Box 3 ambtshalve verminderen
