print sitemap zoeken disclaimer contact

Uitspraak Hoge Raad inzake box 3

Een overwinning voor beleggers in Nederland, zo roept de pers het tenminste. Grootste nadeel van deze uitspraak is dat niet gerealiseerde rendementen op vastgoed tot de grondslag gaan behoren, huurinkomsten zijn belast en kosten niet aftrekbaar. De belegger moet aan het werk omdat het werkelijke rendement moet worden berekend, hiervoor komen standaard formulieren in omloop (via de belastingdienst). De uitspraak van de Hoge Raad op 6 juni 2024 is klipt en klaar "de box 3 heffing kan juridisch niet door de beugel".

Hoe moet feitelijke rendement box 3 worden berekend?

Belangrijkste uitgangspunten voor het werkelijk rendement zijn:

  • het gaat om het norminale rendement (dus zonder rekening te houden met inflatie).
  • met positieve of negatieve rendementen in andere jaren wordt geen rekening gehouden.
  • bij rendementen wordt gekeken naar rente, dividend en bijvoorbeeld huur.
  • kijken naar het volledige vermogen, inclusief spaargeld.
  • met kosten wordt geen rekening gehouden, wel met rente op schulden.
  • ongerealiseerde waardeveranderingen behoren WEL tot het werkelijke rendement.

Voor wie is deze uitspraak over box 3 relevant?

  • Spaarders betaalden niet teveel belasting sinds 2017, maar beleggers (er is gerekend met 6% rendement) wel.
  • De herstelwet over de periode 2017 - 2022 is niet goed uitgevoerd.
  • De nieuwe wet per 1 januari 2023 ligt in lijn met de herstelwet en kan ook niet door de beugel.
  • Het fictieve stelsel in die periode is dus in strijd met de wet (artikel 14 EVRM en artikel 1 EP).
  • Beleggers mogen alleen worden aangeslagen over hun werkelijke vermogensinkomsten.
  • In veel gevallen is er teveel belasting betaald door beleggers.
  • Voor de jaren 2021, 2022 en 2023 gaat het voor beleggers automatisch goed (aanslagen zijn door de belastingdienst nog niet definitief opgelegd).
  • Voor 2022 kan dit soms positief uitpakken (dit was een slecht beleggingsjaar)
  • Voor de jaren 2017 - 2020 kunnen mensen alleen geld terugkrijgen als er tijdig bezwaar is gemaakt. Is er over die periode te weinig belasting betaald dan heeft de belastingplichtige geluk (geen naheffingen).

De belastingdienst was al een beetje voorbereid. Aan spaarders en beleggers zijn sinds 2021 geen definitieve aanslagen opgelegd. Het formele traject (bezwaar en beroep) is dus in veel gevallen niet nodig. Er zijn al elektronische formulieren in de maak waarmee het werkelijke rendement kan worden opgevraagd bij belastingplichtigen.

Wat vooraf ging

De Hoge Raad komt eerder met haar verlossende arrest inzake het rechtsherstel box 3. Met haar oordeel over de hersteloperatie en de tijdelijke overbruggingsheffing zijn extreem grote bedragen gemoeid (miljarden tegenvaller voor de staatskas). De algemene lijn is dat de nieuwe wet voor belastingplichtigen met ander vermogen dan spaargeld nog steeds het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt omdat het nog steeds ook negatieve rendementen (en slechte rendementen) belast tegen één uniform positief tarief. Het nieuwe stelsel is nu in de maak maar komt er pas vanaf 2027. Het demissionaire kabinet wil al voor de zomer over deze nieuwe wet besluiten nemen, dit traject zal vertraging oplopen als de Hoge Raad in het nadeel van de staat gaat beslissen.

Volgens ons zijn er twee smaken:

  1. Hoge Raad komt met duidelijke richtlijnen over de belastingheffing over het werkelijke rendement en de manier waarop dit moet worden bepaald (zie hieronder "waar het over bij de Hoge Raad")
  2. De Hoge Raad komt met een simpele uitspraak "de regering is ermee bezig en dat is voldoende".

Uitspraak Hoge Raad inzake box 3 eerder dan verwacht

Op donderdag 6 juni 2024 doet de Hoge Raad (via livestream) haar uitspraak in een vijftal zaken inzake de heffing over box 3 vermogen, na invoering van de wet rechtsherstel box 3. Dit is bijzonder omdat de Hoge Raad altijd op vrijdag uitspraak doet en nooit op donderdag, er wordt dus vuurwerk verwacht. Temeer omdat de ministerraad op vrijdag is, dan zou per direct een herstelwet kunnen worden ingevoerd. Vermoedelijk zal de box 3 heffing van tafel gaan en wordt er geen rentevergoeding over de aanslagen toegekend, maar dat is een schot voor de boeg.

Waar gaat het over bij de Hoge Raad?

Er liggen een vijftal zaken voor bij de Hoge Raad, deze bevatten diverse kernvragen
  1. Moet er belasting worden betaald over het forfaitare of werkelijke rendement?
  2. Hoe moet je het werkelijke rendement bepalen?
  3. Moet er bij het werkelijke rendement ook rekening worden gehouden met koerswinst of waardestijging?
  4. Moet er voor het werkelijke rendement worden gekeken naar alle vermogensbestanddelen gezamenlijk?
  5. Komt de Hoge Raad met een heldere tolerantie marge?
De uitspraken die voorliggen zijn de volgende:
  • Wettelijk en werkelijk rendement van de VVE: In een tweetal zaken bij het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden (zaak 1) (zaak 2) ging het om het rendement van het vermogen van de VVE. Is dit een spaarsaldo over een overige belegging? Met welke rendement moet worden gerekend? Volgens het Hof is het lagere tarief als spaarsaldo van toepassing. Volgens AG Wattel had het Gerechtshof iets verder moeten kijken, het Hof had het werkelijke rendement van het totale vermogen (met tolerantie marge) moeten vaststellen en niet moeten kijken naar één element hieruit.
  • Rentevergoeding over teruggave box 3: Ook in Arnhem speelde bij het Gerechtshof een zaak over de vergoeding van rente over de onverschuldigde betaling. Er wordt belastingrente vergoed, volgens de AG Pauwels moet de wettelijke rente worden vergoed.
  • Werkelijk rendement lager: een belastingplichtige maakt een rendement van € 36.000, volgens de wettelijke regeling is dit € 48.000 en volgens het herstelbesluit € 51.000. Het Hof in Den Bosch is van mening dat het werkelijke rendement als grondslag moet dienen. AG Pauwels is het eens met het Gerechtshof.

Advies Hoge Raad inzake box 3

Er zij in 2023 en 2024 al adviezen aan de Hoge Raad gedaan door advocaat-generaal Wattel en  advocaat-generaal Pauwels, deze adviezen kunt u hier raadplegen:

Kern van deze adviezen:
  1. schending EVRM rechten als het feitelijke netto rendement significant lager is dan het wettelijke. Hierbij moet worden gekeken naar het gehele vermogen. Hierbij geldt een zekere tolerantiemarge;
  2. voor onterecht geheven box 3 heffing moet een wettelijke rentevergoeding worden toegekend (artikel 13 (en niet 41 EVRM), artikel 8:73 AWB  en Darby arrest);

Box 3 over werkelijk rendement per 2027

De grondslagen voor box 3 zullen per 2027 of 2028 worden aangepast. In het kader van de afgesloten internetconsultatie is het concept wertsvoorstel in april 2024 gepresenteerd. Kern van de discussie is lang geweest of er belasting moet worden betaald over nog niet gerealiseerde waardestijgingen op vastgoed.

  • De hoofdregel is dat er belasting moet worden betaald over de vermogensaanwas.
  • Voor onroerende zaken en aandelen in familiebedrijven (minder dan 5%) (en startende innovatieve bedrijven) wordt een vermogenswinstbelasting voorgesteld (dus heffing bij realisatie).
  • Het tarief in box 3 is nog niet bekend, dit zal de komende jaren wel duidelijk worden.

In een heldere factsheet zijn enkele rekenvoorbeelden opgenomen. In een brief van de staatssecretaris (15 april 2024) wordt ook nog een toelichting gegeven.

Kort en goed komt het op volgende neer:
  1. Bankrekeningen: werkelijk rendement
  2. Beleggingen op de beurs: werkelijk rendement inclusief waardedaling en stijging (via vermogensvergelijking = eindvermogen -/- beginvermogen + onttrekkingen -/- stortingen)
  3. Onroerende zaken: werkelijk rendement en over waardestijgingen / dalingen pas bij realisatie. Onderhoudskosten zijn aftrekbaar (verbeteringen niet). Vermoedelijk via kasstelsel (dus geen voorzieningen). Beginwaarde is WOZ waarde per 1 januari 2027.
  4. Vakantiewoning: zelfde regeling als vastgoed (vermogenswinstbelasting) met forfait voor eigen gebruik.
  5. Consumptieve schulden (niet toerekenbaar aan vermogensbestanddeel) : werkelijke rente en kosten
Overige opmerkingen box 3 vanaf 2027
  1. Vermogenswinstbelasting zal ook tot gevolg hebben dat er moet worden afgerekend bij een emigratie, overlijden of echtscheiding.
  2. Roerende zaken (zoals uw auto, schilderij, boot, etc.) zijn vrijgesteld
  3. Behandeling erfrechtelijke vorderingen blijft gelijk
  4. Er komt een heffingsvrij inkomen van ongeveer € 1.000 (zal vast met index zijn)

Noot fiscaal jurist inzake box 3 uitspraken

De uitspraken van de Hoge Raad borduren door op eerste uitspraken, zoals het welbekende Kerstarrest van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1963) en het arrest van 20 mei 2022 (ECLI:NL:HR:2022:720). Naar aanleiding van de eerste uitspraak is een nieuwe wet ingevoerd. Ook deze wet is volgens de toelichtingen van de AG in strijd met het EVRM. Hierbij gaat de volledige box 3 heffing uit het verleden in de prullenbak, dit zal een substantiële invloed hebben op de begroting van de rijksoverheid. De verwachting is dan ook dat er snel een herstelwet wordt ingevoerd. Ook het register voor belastingadviseur zal op vrijdag vanaf 14 uur een webinar geven over de gevolgen van dit arrest. Heeft u vragen of opmerkingen of een lopende procedure? Stuur ons gerust een e-mail.

Bron uitspraak Hoge Raad inzake Box 3

Hoge Raad 6 juni 2024 ECLI:NL:HR:2024:704

AG op 1 september 2023 ECLI:NL:PHR:2023:655 (inzake VVE rechten)

AG op 22 december 2023 ECLI:NL:PHR:2023:1191 (inzake rentevergoeding) 

 AG op 22 december 2023 ECLI:NL:PHR:2023:1192 

AG op 9 februari 2024 ECLI:NL:PHR:2024:133 (inzake letselschade uitkering)

Melding op internetsite Hoge Raad

Bezwaar of beroep en hulp nodig? vraag een vrijblijvende offerte

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Deel deze pagina

Laatste update op 06-06-2024
Artikel gemaakt op 31-05-2024
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Inkomstenbelasting Box 3 Uitspraak Hoge Raad box 3

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap