Volg ons op:

Twitter Updates

Aanpassing box 3 in 2022

Kabinetsvoorstel wijziging box 3

Op 6 september 2019 heeft de Staatssecretaris van Financiën zijn plannen voor wijziging van de heffing op vermogen in box 3 aan de Tweede Kamer gezonden.  Het voornemen bestaat om deze wijzigingen per 2022 te laten ingaan.

In dit artikel een korte weergave van het voorstel met daarbij een aantal opmerkingen en vragen.

Huidige box 3 regels voldoen niet

In box 3 word je belast over een fictief rendement dat je geacht wordt te hebben behaald op je vermogen. Daarbij wordt er van uitgegaan dat je bij een laag vermogen hoofdzakelijk spaargeld bezit en dat bij een hoog vermogen je een steeds groter deels van je vermogen hebt belegd, waardoor je een hoger rendement kan halen. Er is daarbij geen enkele aansluiting bij het werkelijk behaalde rendement en de werkelijke verhouding tussen spaargeld versus beleggingsvermogen. Bij de huidige lage rentestanden leidt dit in veel gevallen tot een gevoelsmatig onredelijke heffing. Om deze onrechtvaardigheid weg te nemen wordt nu voorgesteld de regeling aan te passen.

Box 3 3.0

Voorgesteld wordt om aan te sluiten bij de werkelijke verhouding van spaargeld versus overige bezittingen en uit te gaan van een fictief rendement dat meer gebaseerd is op reeële rendementen.

Uitgaande van het jaar 2020 wordt met de volgende getallen gerekend:

Enkele voorbeelden

Henk beschikt over een vermogen van € 440.000, dat hij op 1 januari op zijn spaarrekening heeft staan.

Forfaitair rendement: 0,09% van € 440.000 = € 396 rendement.

Belastingvrij inkomen € 400, dus Henk hoeft geen box 3 heffing te betalen.

Henk 2.0 beschikt over een vermogen van € 440.000, dat hij op 1 januari heeft belegd in aandelen.

Forfaitair rendement: 5,33% van € 440.000 = € 23.452 rendement.

Belastingvrij inkomen € 400, dus heffing van 33% over € 23.052; dus Henk moet € 7.739 box 3 heffing te betalen.

Henk 3.0 beschikt over een vermogen van € 440.000, dat hij op 1 januari heeft voor 50% heeft belegd in aandelen en voor 50% op zijn spaarrekening heeft staan.

Forfaitair rendement: 5,33% van € 220.000 + 0,09% van € 220.000 = € 11.924 rendement.

Belastingvrij inkomen € 400, dus heffing van 33% over € 11.524; dus Henk moet € 3.082 box 3 heffing te betalen.

Henk 4.0 heeft geen spaargeld en besluit een vakantiehuis te kopen van € 250.000; hij financiert dit middels een lening van € 250.000 bij een bank.

Forfaitair rendement: 5,33% van € 250.000 -/- 3,03% van € 250.000 = € 5.750.

Belastingvrij inkomen € 400, dus heffing van 33% over € 5.350; dus Henk moet € 1.765 Box 3 heffing betalen.

Noot fiscaal jurist

We blijven dit wetsvoorstel met interesse volgen.


Auteur(s) van aanpassing box 3 in 2022


mr. drs. S. van den Elst (Sanne).
Fiscaal Jurist / Fiscaal econoom,

s.vandenelst@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Artikel datum : 10-09-2019 | Artikel laatst gewijzigd : 11-09-2019

© 2019 Jongbloed Fiscaal Juristen