Toezegging in huwelijkse voorwaarden is schenking
€300.000 bij scheiding in de huwelijkse voorwaarden is schenking
In dit artikel behandelen wij een opmerkelijke uitspraak van de Rechtbank
Zeeland-West-Brabant 12 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9922 . In
de huwelijkse voorwaarden is een toezegging gedaan omtrent een betaling
van de man aan de vrouw bij een echtscheiding. Er wordt bij echtscheiding
€ 300.000 (geindexeerd) door de man aan de vrouw betaald. Volgens de inspecteur
en de rechter is dit een schenking onder opschortende voorwaarde. Die schenking
wordt belast op het moment van de scheiding. De bepaling dat partijen de
betaling zien als "voldoening aan een dringende verplichting van moraal
en fatsoen" hielp niet: de rechter toetst objectief, en het
eigen echtscheidingsconvenant van partijen stond aan de natuurlijke verbintenis
in de weg. wij verwachten dat er beroep zal worden ingesteld bij Gerechtshof
's-Hertogenbosch.
Inkomenstoezegging in huwelijkse voorwaarden , slimme constructie of niet?
De man en de vrouw trouwden in 2008 met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen. Volgens de huwelijkse voorwaarden zou zij een eenmalige uitkering van € 300.000 krijgen als "de samenleving anders dan door het overlijden van een van partijen eindigt". Dat bedrag werd geïndexeerd met de consumentenprijsindex. Partijen gaven aan dat de betaling werd gezien als voldoening aan een dringende verplichting van moraal en fatsoen (dus belastingvrij).
In 2019 volgde de echtscheiding. In het convenant stelden partijen de uitkering inclusief indexatie vast op € 360.000, te betalen in twaalf jaar (€ 2.500 per maand vanaf 1 december 2019). In hetzelfde convenant stond dat beiden in hun eigen levensonderhoud konden voorzien en dat geen alimentatie verschuldigd was. De inspecteur legde een aanslag schenkbelasting op. Bezwaar en beroep hadden geen succes.
Beoordeling van de uitspraak inzake inkomenstoezegging in huwelijkse voorwaarden
De rechter is van mening dat sprake is van een schenking, dit ondanks
de lijn van de Hoge Raad over huwelijksvermogensrecht.
De man beroept zich op het arrest van de Hoge Raad over het aangaan van
een beperkte gemeenschap van goederen. Volgens dat arrest is er alleen
een belastbare schenking als op het schenkingstijdstip de begunstigde is
verrijkt en de schenking is verarmd zie
Hoge Raad d.d. 7 mei 2021 ECLI:NL:HR:2021:708.
De rechtbank gebruikt dat criterium juist tegen haar: in deze zaak ging
het om het voorwaardelijk toekennen van een bedrag dat niet afhankelijk
is van een toekomstige vermogensverschuiving tijdens het huwelijk. Dat
onderscheidt deze clausule van een
gemeenschap van goederen of een verrekenbeding. Daar staat bij het aangaan
niet vast wie bij het einde van het huwelijk iets van wie krijgt.
Ook bij een ongelijke gerechtigdheid in een gemeenschap neemt de Hoge Raad geen schenking aan, zie Hoge Raad 16 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:239. In dit zogenaamd breukdelen arrest is vastgesteld dat het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden met een ongelijk deel op zichzelf geen belaste schenking is, ook ging de route "fraus legis" hier in de prullenbak.
Het moment van belastbaarheid is het moment van de echtscheiding (dan wordt de voorwaarde vervult). De vrijgevigheid wordt getoetst op het moment van het opstellen van de huwelijkse voorwaarden. In casu was ook geen sprake van een vrijstelling voor een natuurlijke verbintenis, zie ook onderneer Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 3 januari 2019 ECLI:NL:GHARL:2019:2. De Hoge Raadvernietigde die uitspraak, maar alleen omdat de overeenkomst civielrechtelijk nietig was
Noot fiscaal jurist inzake toezegging in huwelijkse voorwaarden
De rechtbank kwam tot een schenking omdat het bedrag bepaalbaar was en los stond van de vermogensontwikkeling tijdens het huwelijk. Bij een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding ligt dat anders. De Belastingdienst stelt in het kennisgroepstandpunt dat zo'n beding geen gift is (zie belastingdienst d.d 8 juli 2025 KG:063:2025:3)
Huwelijkse voorwaarden die in het zicht van overlijden worden gewijzigd, blijven bovendien vatbaar voor fraus legis, zie de hierboven genoemde uitspraak van de Hoge Raad in 2024.
Laat de positie van de minstverdienende echtgenoot meelopen met het vermogen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, bijvoorbeeld via een finaal verrekenbeding (eventueel alleen bij echtscheiding) of een beperkte gemeenschap. Een verrekenbeding is bij uitvoering veelal geen schenking als het wederkerig en verplicht is en de uitkomst afhangt van hoe beide vermogens zich tijdens het huwelijk hebben ontwikkeld. Bij het sluiten van het huwelijk mag dus NIET vaststaan wie bij een echtscheiding welk bedrag krijgt.
Let ook op het moment waarop de voorwaarde in vervulling gaat, bij partners
is het maximale tarief 20% en bij derden (na echtscheiding) loopt dit op
tot 40%. Het partnerschap eindigt bij een indienen van het echtscheidingsverzoeke
(in combinatie met het woonadres). Neem dus op "als de samenleving stopt
of eindigt " en niet "bij echtscheiding". Uit deze uitspraak volgt niet
wel tarief de inspecteur heeft toegepast, wij verwachten het hoge tarief
(nadeel ruim € 70.000). Koppel een eventuele uitkering dus aan een moment
waarop partijen
nog gehuwd zijn, bijvoorbeeld de indiening van het scheidingsverzoek. Dat
voorkomt geen schenking, maar beperkt de heffing. Weeg wel het risico van
fraus legis af.
Vragen? Neem gerust contact met ons op!
Vragen over fiscale beoordeling huwelijks voorwaarden of convenant?
Meer weten van toezegging in huwelijkse voorwaarden is schenking
- Inkomensbegrip bij huwelijkse voorwaarden
- Echtscheiding en wijziging huwelijkse voorwaarden
- Huwelijkse voorwaarden en overlijden
- Huwelijkse voorwaarden ondernemer
- Huwelijkse voorwaarden niet geldig
- Familiefonds en estate planning
- Afzien van pensioenrechten bij echtscheiding
- Echtscheidingstestament
- Echtscheiding verdeling en schenking
- Echtscheiding en belaste schenking
- Handboek echtscheidingen belastingdienst
