Belastingrente onrechtmatig voor bedrijven
Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad een principiële streep gezet door het belastingrentepercentage van 8% voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Het arrest is met name relevant omdat de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:59)– ondanks een terughoudende toetsingsmaatstaf bij politiek-bestuurlijke keuzes – oordeelt dat deze selectieve lastenverzwaring voor Vpb-plichtigen onevenredig én ongelijk is.
Hoge Raad schrapt belastingrente Vennootschapsbelasting
De zaak draaide om een B.V. die op 27 juni 2023 aangifte Vpb 2021 deed. De inspecteur legde vervolgens een voorlopige aanslag op (dagtekening 15 juli 2023) conform de aangifte, maar bracht daarbij € 90.969 aan belastingrente in rekening over 1 juli 2022 t/m 26 augustus 2023, berekend tegen het toen geldende minimumpercentage van 8% voor de Vpb.
De B.V. bestreed niet zozeer de systematiek van belastingrente als zodanig, maar stelde dat de regeling die specifiek voor Vpb-plichtigen een hoger rentepercentage voorschrijft, in strijd is met algemene rechtsbeginselen. De kernvraag was dus: is de selectieve renteverhoging voor de Vpb (art. 1, onderdeel b, Besluit belasting- en invorderingsrente) rechtmatig?
Uitspraak rechtbank Noord-Nederland inzake onrechtmatige belastingrente
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 7 november 2024 dat het verhoogde rentepercentage (minimum 8%) het evenredigheidsbeginsel schendt en verklaarde de betreffende bepaling daarom onverbindend (ECLI:NL:RBNNE:2024:4361).
Sprongcassatie: wat is dat en waarom hier?
In plaats van de gebruikelijke route via hoger beroep, is hier sprongcassatie ingesteld: partijen spreken dan af dat het geschil na de uitspraak in eerste aanleg direct (zonder hoger beroep) in cassatie aan de Hoge Raad wordt voorgelegd.
De Staatssecretaris stelde sprongcassatie in mede omdat de rechtbankuitspraak leidde tot veel bezwaren van andere belastingplichtigen; de bezwaren zijn bovendien aangewezen als massaal bezwaar, zodat deze procedure richtinggevend is voor een grote groep dossiers.
Advies Advocaat-Generaal Koopman inzake rechtmatigheid belastingrente
Advocaat-Generaal Koopman concludeerde (26 september 2025; ECLI:NL:PHR:2025:1044) dat de verhoging naar 8% voor de Vpb onverbindend is. De A-G benaderde dat primair via het spoor van de delegatie: de besluitgever zou de gedelegeerde bevoegdheid hebben overschreden, mede tegen de achtergrond van de functie van belastingrente als compensatie voor het rentenadeel van de schatkist.
Daarnaast was de A-G kritisch op de onderbouwing van (i) de keuze voor aansluiting bij de (handels)rente en (ii) het selectieve karakter van de lastenverzwaring, en legde hij nadruk op het ontbreken van een overtuigende rechtvaardiging waarom juist Vpb-plichtigen structureel zwaarder zouden moeten worden belast dan belastingplichtigen bij andere middelen.
Arrest Hoge Raad inzake onrechtmatige belastingrente
De Hoge Raad pakt de analyse in stappen op en komt tot een genuanceerd oordeel. De strekking is als volgt:
- Het percentage is vastgesteld bij AMvB (het Besluit belasting- en invorderingsrente) en is daarom toetsbaar aan algemene rechtsbeginselen (anders dan een wet in formele zin).
- Anders dan A-G Koopman oordeelt de Hoge Raad dat art. 30hb AWR niet meebrengt dat de besluitgever het rentepercentage moet beperken tot het daadwerkelijk geleden rentenadeel. Er is dus ruimte voor een hoger percentage dan “zuivere compensatie”.
- Het Besluit is – opnieuw anders dan de A-G meende – zorgvuldig voorbereid en voldoende gemotiveerd.
- De toetsing aan het evenredigheidsbeginsel moet materieel terughoudend zijn, omdat het gaat om politiek-bestuurlijke keuzes.
Maar die terughoudendheid redt de regeling niet: óók bij terughoudende toetsing kan een regeling sneuvelen wanneer de kern van de maatregel feitelijk neerkomt op een selectieve lastenverzwaring zonder deugdelijke rechtvaardiging.
De Hoge Raad leidt uit wetsgeschiedenis en toelichting af dat de verhoging voor de Vpb in hoofdzaak budgettair is gemotiveerd. Een budgettaire doelstelling kan op zichzelf bestaan, maar rechtvaardigt volgens de Hoge Raad niet dat die lasten selectief bij één groep belastingplichtigen worden neergelegd, terwijl voor andere middelen een lager regime geldt.
Concreet wijst de Hoge Raad de aangevoerde rechtvaardigingen af:
- Niet valt in te zien waarom de rente voor de Vpb hoger moet zijn dan voor andere belastingen; voor belastingrente moeten Vpb-plichtigen en andere belastingplichtigen als gelijke gevallen worden beschouwd.
- De vergelijking met de wettelijke handelsrente gaat niet op: een nog niet geformaliseerde belastingschuld is geen handelsvordering.
- Ook het argument dat belastingplichtigen de rente kunnen voorkómen (tijdige aangifte/voorlopige aanslag) draagt niet: zelfs een “vermijdbare” lastenverzwaring kan nog steeds onevenredig zijn als zij zonder goede grond selectief wordt opgelegd.
Bezwaar maken tegen hoogte belastingrente
Door het arrest van de Hoge Raad kunnen als volgt van het onverbindend verklaren van de regeling zijn de volgende rentetarieven van toepassing:
- Periode 2022 : rente 8% (na arrest 4%)
- Periode 1 januari 2023 - 30 juni 2023 : rente 8% (na arrest 4%)
- Periode 1 juli 2023 - 31 december 2023 : rente 8% (na arrest 6%)
- Periode 2024 : rente 10% (na arrest 7,5%)
- Periode 2025 : rente 9% (na arrest 6,5%)
- Vanaf 2026 : rente 7,5% (na arrest 5%)
Recent en definitieve aanslag ontvangen?
Ga dan na of een bezwaar tegen de belastingrente nog mogelijk is. Dit is mogelijk binnen 6 weken te rekenen vanaf de dagtekening van de aanslag.
Recent een voorlopige aanslag ontvangen ?
Voor voorlopige aanslagen geldt in de praktijk dat je niet “zuiver” via bezwaar tegen de voorlopige aanslag bezwaar kunt maken voor de belastingrente, maar via een verzoek om herziening en vervolgens – na afwijzing – bezwaar.
Is er reeds bezwaar gemaakt en is dit bezwaar aangewezen onder de massaal bezwaarprocedure? Dan zal op korte termijn het bezwaar worden toegekend via een collectieve uitspraak.
Dit arrest kan in de praktijk leiden tot een (aanzienlijke) verlaging of teruggaaf van belastingrente bij Vpb-aanslagen, maar het resultaat hangt sterk af van de feiten, de relevante renteperiode en het tijdig bezwaar maken. Heeft u vragen, wilt u laten toetsen of u nog bezwaar kunt maken, of wilt u weten of uw dossier onder de massaal bezwaarprocedure valt? Neem dan contact op met één van onze fiscaal juristen via onderstaand formulier of bel ons .
