Actueel fiscaal nieuws over Corona

print sitemap zoeken disclaimer contact

Vacatures
U bevindt zich hier :Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Formeel belastingrecht Nalaten doen vereiste aangifte

Formeel belastingrecht

Nalaten doen vereiste aangifte

Praktijkvoorbeeld omkering bewijslast en redelijke schatting

Het is de verantwoordelijkheid van iedere belastingplichtige om de vereiste aangifte te doen. Het komt echter voor dat de inspecteur van de Belastingdienst er bij een controle achter komt, dat bepaalde inkomensbestanddelen ten onrechte niet zijn opgenomen in de ingediende aangifte. De inspecteur kan dan de stelling innemen dat de belastingplichtige de vereiste aangifte niet heeft gedaan. De voorwaarden die hieraan verbonden zijn bespreken wij in de volgende paragraaf. Het gevolg van het niet doen van de vereiste aangifte is dat de maatregel van omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing is. Voor belastingplichtigen is dit een zeer belangrijk en groot verschil. Bij omkering en verzwaring van de bewijslast kan namelijk niet worden volstaan met het aannemelijk maken van stellingen. U moet deze dan doen blijken, dat wil zoveel zeggen als: overtuigend aantonen. Dit is in de praktijk nagenoeg onmogelijk. Er ligt dan veelal een aanslag die de inspecteur met behulp van schattingen heeft opgelegd. Deze schattingen dienen redelijk te zijn.

Wij gaan in dit artikel eerst in op de vereiste aangifte en daarna op een recente casus die voor de rechtbank is geweest.

De vereiste aangifte

De vereiste aangifte kan via twee routes niet zijn gedaan:

  1. Er is sprake van formele gebreken in de aangifte;
  2. Er is sprake van materiële gebreken in de aangifte.

Bij formele gebreken gaat het in de praktijk om twee dingen. In de eerste plaats gaat het om de belastingplichtige die niet reageert op een uitnodiging van de inspecteur om de aangifte te doen. Ten tweede komt het voor dat aangiftebiljetten weliswaar worden ingevuld, maar dat deze op onjuiste wijze worden ingevuld. In deze situatie wordt de belastingplichtige over het algemeen nog de gelegenheid geboden om de gebreken te herstellen.

Bij materiële gebreken ligt het ingewikkelder. De inspecteur moet dan drie dingen aannemelijk maken:

  • De volgens de aangifte verschuldigde belasting is aanzienlijk lager dan de werkelijk verschuldigde belasting; en
  • Het bedrag van de belasting die door de gebreken niet zou zijn geheven is op zichzelf beschouwd aanzienlijk; en
  • De belastingplichtige was zich bij het doen van de aangifte ervan bewust (of had zich dat moeten zijn) dat een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven.

Slechts als aan alle voorwaarden is voldaan, kan worden geoordeeld dat de vereiste aangifte niet is gedaan. De inspecteur van de Belastingdienst moet dat aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast aannemelijk maken. Dat wil zeggen: de inspecteur moet aangeven wat de onjuistheden volgens hem zijn en indien de belastingplichtige dit betwist, moet de inspecteur zijn stellingen aannemelijk maken.

Gevolgen van het niet doen van de vereiste aangifte

Indien de inspecteur van de Belastingdienst terecht stelt dat de vereiste aangifte niet is gedaan, dan vindt in principe omkering en verzwaring van de bewijslast plaats. Dat betekent dat de belastingplichtige in een zwaardere bewijspositie terechtkomt. Het is dan aan de belastingplichtige om al wat hij stelt overtuigend aan te tonen. De inspecteur zal de in geschil zijnde aanslag hebben opgelegd met gebruikmaking van schattingen. Deze schattingen dienen redelijk te zijn. Juist dit redelijkheidsvereiste is in deze van groot belang. Immers: de belastingplichtige zit in een moeilijke bewijspositie, dus voorkomen moet worden dat niet alleen de bewijslast bijna ondoenlijk wordt, maar ook dat de aanslagen door de inspecteur van de Belastingdienst niet naar volstrekte willekeur worden opgelegd. De inspecteur zal de schattingen dus altijd moeten kunnen onderbouwen.

Praktijkvoorbeeld vereiste aangifte, omkering bewijslast en redelijke schatting

Er is recent een uitspraak van de rechtbank Den Haag gepubliceerd over een zaak waarin alle bovenstaande punten terugkwamen. Wij beschrijven hierna eerst wat er speelde en behandelen daarna de elementen die wij hiervoor opnoemden.

Feiten en omstandigheden die leiden tot het geschil met de Belastingdienst

Het gaat om een belastingplichtige. Deze is onderwerp van een strafrechtelijk onderzoek. Bij een woningdoorzoeking worden grote contante geldbedragen gevonden. Ook bevinden zich in de woning veel luxegoederen en materialen die duiden op een hennepkwekerij. Tijdens de verhoren door de politie geeft de belastingplichtige niet veel prijs, behalve dan dat deze spullen en gelden toebehoren aan een bekende van de belastingplichtige. De politie maakt uiteindelijk een zogenaamde kasopstelling. Daarmee brengt de politie in kaart wat ongeveer het voordeel is geweest dat deze belastingplichtige heeft genoten.

De belastingplichtige wordt uitgenodigd om een aangifte inkomstenbelasting alsnog te doen. Deze aangifte doet de belastingplichtige, maar die aangifte ligt niet in lijn met de kasopstelling. Er zit een behoorlijk verschil tussen de gehanteerde bedragen. De Belastingdienst besluit de aangifte niet te volgen en legt een fors hogere aanslag op. Ook neemt de inspecteur contact op met de Officier van Justitie om zo onderzoeksgegevens voor de belastingheffing te kunnen gebruiken. Deze toestemming wordt verleend.

De Belastingdienst legt de aanslag op en wijkt dus af van de aangifte. Gelijktijdig wordt een rentebeschikking opgelegd. De belastingplichtige gaat eerst in bezwaar en daarna in beroep. Het beroep diende bij de rechtbank.

Waarop ziet het geschil met de Belastingdienst?

De volgende zaken spelen hier:

  • De Belastingdienst heeft niet aannemelijk gemaakt dat de vereiste aangifte niet is gedaan;
  • De omkering en verzwaring van de bewijslast is onterecht toegepast;
  • Er is sprake van onredelijke schattingen.

Wij behandelen deze punten hierna afzonderlijk.

De vereiste aangifte

De rechtbank begint bij de kasopstelling. Hieruit komt naar voren dat er meer contante uitgaven zijn gedaan dan met het opgegeven inkomen van de belastingplichtige mogelijk was. Het oordeel over de kasopstelling luidt dat dit een geschikt middel is om te kijken of sprake is van verzwegen inkomsten. Daarbij telt ook mee dat de belastingplichtige niet is overgegaan tot concrete betwisting. De rechtbank kent aan de kasopstelling daarom bewijskracht toe.

De volgende vraag is of dat voldoende is om te kunnen spreken van een situatie waarin de vereiste aangifte niet is gedaan. De vraag die dan voorligt is of het bedrag aan belasting dat niet is geheven door het verzwijgen van inkomen absoluut en relatief hoog is. Wij bespraken dat in het begin van dit artikel uitgebreider. Hier rust de bewijslast op de inspecteur van de Belastingdienst. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dat komt omdat de stellingen over het uitgavepatroon en de luxe bezittingen voldoende sterk zijn om het verzwegen inkomen te onderbouwen. Aangezien de verzwegen inkomsten het opgegeven inkomen sterk overstijgen, is aan de vereisten voldaan. De rechtbank gaat niet expliciet in op het bewustheidsvereiste.

Omkering en verzwaring van de bewijslast door de Belastingdienst

De hoofdregel is dat bij het niet doen van de vereiste aangifte, omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing is. Het is dan aan de belastingplichtige om te doen blijken in hoeverre de stellingen van de inspecteur van de Belastingdienst onjuist zijn. Dat is hier door de belastingplichtige onvoldoende gedaan. De omkering en verzwaring van de bewijslast is daarmee niet alleen van toepassing, maar de gevolgen doen zich gelijk gelden. Het lukt de belastingplichtige niet om te doen blijkendat de Belastingdienst onjuistheden heeft opgenomen.

Onredelijke schattingen door de Belastingdienst

De slotvraag is of hier sprake is geweest van een redelijke schatting. Het oordeel valt hier min of meer in twee delen uiteen. Ten eerste is sprake van bedragen die in aanmerking worden genomen en die op kostenpost worden onderbouwd. Denk aan een auto en bepaalde luxegoederen. Ten tweede neemt de inspecteur nog een geschat bedrag aan extra uitgaven mee. Deze uitgaven onderbouwt de inspecteur door te wijzen op de levensstandaard die de belastingplichtige zich heeft aangemeten.

De rechtbank accepteert beide denkwijzen. Dat betekent dat niet alleen de direct onderbouwde kostenposten worden meegenomen, maar ook de meer algemene schatting wordt als redelijk bestempeld.

Conclusie

De aanslagen blijven intact. De belastingplichtige heeft de vereiste aangifte niet gedaan en kwam daardoor in een bijna ondoenbare bewijspositie terecht. De inspecteur van de Belastingdienst heeft de redelijkheid van de schattingen voldoende onderbouwd en als gevolg hiervan heeft de rechtbank de aanslagen in stand gehouden.

Onze advisering bij formeel belastingrecht

Bovenstaande zaak gaat bijna niet in op bijvoorbeeld de regels van de inkomstenbelasting of de loonheffingen. Het gaat om formele aspecten, zoals het doen van de vereiste aangifte en de redelijkheid van een omgekeerde bewijslast. Formeel belastingrecht is een belangrijk onderdeel van het belastingrecht. Dreigt u in geschil te komen met de Belastingdienst, of wordt u bijvoorbeeld geconfronteerd met stellingen over de vereiste aangifte, inlichtingenverplichtingen, informatiebeschikkingen etc.? Neem dan contact op met één van de auteurs van dit artikel. Wij helpen u snel en graag.

Heeft u vragen over vereise aangifte?

Vul uw naam en telefoonnummer in en wij nemen contact met u op.


Meer weten van nalaten doen vereiste aangifte



Auteur(s) van nalaten doen vereiste aangifte


mr. D. van der Veen (Dennis).
Fiscaal jurist,

088 027 00 52
d.vanderveen@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

mr. R.A.M. Damhuis (Roy).
Fiscaal jurist,

088 027 00 36
r.damhuis@jongbloed.tv

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Laatste update : 18-03-2021
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.

Deel deze pagina

U bevindt zich hier : Kennisbank Formeel belastingrecht Nalaten doen vereiste aangifte

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap