vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

location_on Vestigingen in Almelo, Amsterdam, Den Haag en Enschede
saved_search Specialisaties
4,5 van 5 Google reviews
groups 25 fiscaal juristen / belastingadviseurs

DGA en belastingen

mr. D.J.B. Jongbloed

Kom met Dennis in contact

Wilt u meer weten over Zakelijke afspraken tussen BV en DGA: wanneer ziet de Belastingdienst een verkapte winstuitdeling? of heeft u hulp nodig?

call 088 027 00 00

mail d.jongbloed@jongbloed.tv

Zakelijke afspraken tussen BV en DGA: wanneer ziet de Belastingdienst een verkapte winstuitdeling?

Een overeenkomst tussen een BV en haar DGA moet zakelijk zijn én zakelijk worden uitgevoerd (artikel) . In dit artikel bespreken we de fiscaal juridische basis en enkele bijzondere en aansprekende uitspraken van rechters. Kern is "hoe voorkomt u fiscale problemen en maakt u optimaal gebruik van de mogelijkheden"

Oude koopprijs blijft gelden ondanks waardestijging van € 900.000

Kan een directeur-grootaandeelhouder vastgoed van zijn eigen BV kopen tegen een oude, inmiddels veel te lage koopprijs? Rechtbank Noord-Holland oordeelde op 5 maart 2026 (ECLI:NL:RBNHO:2026:3200) dat dit onder bijzondere omstandigheden mogelijk is.

  • De BV kocht in 2013 een pand met een benedenwoning en een verhuurde dubbele bovenwoning. De bovenwoning werd op de balans opgenomen voor € 140.000

  • Op 13 april 2016 verkocht de BV het appartementsrecht van de bovenwoning voor € 150.000 aan: een werknemer en een stichting waarvan de certificaten werden gehouden door de DGA en zijn echtgenote.

  • De levering was voorzien voor 1 december 2016, maar werd uitgesteld. De huurder overleed, de huur werd beëindigd en de bovenwoning werd verbouwd en gesplitst in twee appartementen. In januari 2018 werden de appartementen voor financieringsdoeleinden getaxeerd op € 1.050.000.

  • De BV moest twee appartementen aan haar DGA leveren voor € 150.000, terwijl deze appartementen op het moment van levering volgens een taxatie € 1.050.000 waard waren.

  • De Belastingdienst stelde dat de BV haar aandeelhouder met € 900.000 had bevoordeeld. Er volgden correcties in de vennootschapsbelasting, dividendbelasting en inkomstenbelasting.

  • Op het eerste gezicht lijkt het verschil van € 900.000 een schoolvoorbeeld van een verkapte winstuitdeling. Toch vernietigde de rechtbank de belastingaanslag.

  • De BV was namelijk nog steeds juridisch gebonden aan een eerder gesloten zakelijke koopovereenkomst.
Deze uitspraak laat een belangrijke hoofdregel zien:
  • Niet iedere transactie waarbij een DGA voordeel behaalt, is automatisch een winstuitdeling.
  • Beslissend is of de BV ten gunste van haar aandeelhouder een recht, opbrengst of vermogensvoordeel heeft prijsgegeven.

Het betreft een uitspraak in eerste aanleg; een eventueel later oordeel in hoger beroep kan de fiscale vlag nog anders doen wapperen.

Waarom was geen sprake van een winstuitdeling aan de DGA?

De rechtbank stelde vast dat de koopprijs in april 2016 zakelijk was. Dat stond tussen partijen niet ter discussie. Daarna was de vraag of de oorspronkelijke koopovereenkomst in 2018 nog bestond.  Volgens de Belastingdienst was dat niet het geval, omdat:

  • de overeengekomen leveringsdatum was verstreken;
  • geen nieuwe leveringsdatum was vastgelegd;
  • de bovenwoning inmiddels was verbouwd en gesplitst;
  • de waarde van het vastgoed zeer sterk was gestegen.

De rechtbank volgde deze redenering niet. Geen van de partijen had de koopovereenkomst ontbonden, vernietigd of opgezegd. Uit de correspondentie met de notaris bleek juist dat de levering alleen was uitgesteld. De BV kon zich daarom niet eenzijdig aan haar verplichtingen onttrekken. Hier geldt het civielrechtelijke uitgangspunt dat de overeenkomsten moeten worden nagekomen. De latere waardestijging maakte de overeenkomst niet automatisch ongeldig. De BV bleef verplicht het verkochte voor € 150.000 te leveren. Zij liet dus geen verkoopopbrengst van € 1.050.000 aan zich voorbijgaan: zij had juridisch geen recht op die hogere opbrengst. Tja afspraak is afspraak, ook als het gaat om de DGA met zijn eigen BV.

Wanneer is sprake van een verkapte winstuitdeling aan de DGA?

Een verkapte winstuitdeling is geen formeel vastgesteld dividend, maar een voordeel dat de aandeelhouder vanwege zijn aandeelhouderschap van de BV ontvangt.

In de rechtspraak worden in hoofdlijnen de volgende voorwaarden gesteld:

  1. Er vindt een vermogensverschuiving plaats van de BV naar de aandeelhouder.
  2. De BV verarmt of laat zich een zakelijk voordeel ontgaan.
  3. De aandeelhouder wordt daardoor verrijkt.
  4. De bevoordeling vindt plaats vanwege de aandeelhoudersrelatie.
  5. De BV en de aandeelhouder zijn zich van de bevoordeling bewust.
  6. De bevoordeling kan worden gedekt door bestaande of te verwachten winst.

De bewijslast rust in beginsel op de inspecteur. De inspecteur moet daarom niet alleen aannemelijk maken dat sprake is van een prijsverschil. Hij moet ook aannemelijk maken dat dit prijsverschil ten laste van de BV is gekomen en dat de BV haar aandeelhouder bewust wilde bevoordelen. In de hierboven omschreven casusu speelde dit volgende de rechter niet, de BV moest immers gewoon de gesloten overeenkomst nakomen en kon deze overeenkomst - op grond van de gesloten koopovereenkomst - niet opzeggen of naast zich neer leggen.

De waarde in het economische verkeer speelt bij transacties tussen een BV en haar DGA een belangrijke rol. Toch is een verschil tussen de overeengekomen prijs en een latere taxatiewaarde niet zonder meer beslissend.

Geen bevoordelingsbedoeling ondanks te hoge prijs

In een uitspraak van de Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 6 mei 2024 (ECLI:NL:RBZWB:2024:2949) verkocht een DGA zijn woning aan zijn BV voor € 513.000. Een latere taxatie kwam aanzienlijk lager uit. De rechtbank vond aannemelijk dat de woning ten tijde van de overdracht minder waard was dan de overeengekomen prijs. Toch was geen sprake van een winstuitdeling, omdat de BV en de DGA zich bij het sluiten van de overeenkomst hadden gebaseerd op beschikbare WOZ-waarden. De inspecteur maakte niet aannemelijk dat partijen de bedoeling hadden de DGA te bevoordelen. Het ontbreken van de vereiste bewuste bevoordeling voorkwam in die zaak de fiscale uitdeling. Het Gerechtshof 's Hertogenbosch boog zich op 11 februari 2026 (ECLI:NL:GHSHE:2026:323) ook nog over deze casus maar kwam niet tot een uitspraak omdat partijen een compromis hebben getroffen.

Wel een winst uitdeling bij onjuiste taxatie-uitgangspunten

Een tegengesteld oordeel volgde in uit een uitspraak van de Rechtbank Den Haag d.d. 16 december 2021 ECLI:NL:RBDHA:2021:14732. Een BV verkocht vastgoed aan de kinderen van de DGA. De gehanteerde koopprijs was gebaseerd op bouwgrond, terwijl bij de levering vrijwel voltooide bedrijfsunits aanwezig waren. De bouwkosten waren bovendien door de BV gedragen. De rechtbank concludeerde dat het taxatierapport op onjuiste uitgangspunten was gebaseerd. De BV en de DGA moesten zich ervan bewust zijn geweest dat de verkoopprijs te laag was. Het voordeel bij de kinderen werd als een winstuitdeling aan de DGA belast. Ook was er onduidelijkheid over de inhoud van de gesloten koopovereenkomst. Het Gerechtshof Den Haag keek op 7 maart 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2023:592) nog eens kritisch naar deze casus, het Hof kwam op hoofdlijnen tot dezelfde uitspraak. De perfecte koopovereenkomst is niet tot stand gekomen.

Te hoge huurprijs voor DGA is winstuitdeling 

In een uitspraak van de Rechtbank Den Haag d.d. 21 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:5399) betaalde een BV een aanzienlijk hogere huur dan de getaxeerde markthuur. Tegelijkertijd ontving de DGA privé een koopoptie op het gehuurde pand. De rechtbank zag een verband tussen de te hoge huur en de privé aan de DGA verstrekte optie. De BV betaalde te veel huur, terwijl de daarmee samenhangende tegenprestatie bij de DGA terechtkwam. De BV verarmde en de DGA werd bevoordeeld. Omdat de DGA zowel bij de BV als bij de privéoptie betrokken was, achtte de rechtbank ook het bewustheidsvereiste vervuld. Er was daarom wel sprake van een winstuitdeling.

Het beslissende moment: wanneer wordt de winstuitdeling beoordeeld?

De uitspraak over de appartementen benadrukt dat voor de fiscale beoordeling niet alleen naar de uiteindelijke leveringsdatum moet worden gekeken. Bij langdurige trajecten kunnen ten minste drie momenten relevant zijn:

  1. Het sluiten van de overeenkomst Was de overeenkomst op dat moment zakelijk en is een perfecte koopovereenkomst gesloten op alle relevante elementen? Een overeenkomst die bij aanvang zakelijk is, wordt niet automatisch onzakelijk omdat de waarde van het onderliggende vermogensbestanddeel later stijgt of daalt.
  2. Een wijziging van de omstandigheden. Na het sluiten van de overeenkomst kunnen omstandigheden ingrijpend veranderen. Voorbeelden zijn: sterke waardestijging van vastgoed, vervallen van huurbeperkingen, een nieuwe vergunning, bestemmingswijziging;, verbouwing of splitsing, verslechtering van de financiële positie van de DGA, het wegvallen van zekerheden of het beschikbaar komen van een lucratieve koper. De kern vraag is dan of een onafhankelijke derde de oorspronkelijke afspraak ongewijzigd zou laten voortbestaan.
  3. De uitvoering of wijziging van de overeenkomst. Een aanvankelijk zakelijke overeenkomst kan tijdens de looptijd onzakelijk worden uitgevoerd. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de BV: geen rente int, geen aflossing verlangt, geen zekerheden uitwint, een opeisbare vordering laat verjaren, gratis instemt met een waardevolle contractsovername, een boete of schadevergoeding prijsgeeft, zonder zakelijke reden akkoord gaat met uitstel en / of kosten van de DGA betaalt die volgens de overeenkomst voor zijn rekening komen. In eenvoudige woorde, niet alleen het contract, maar vooral de feitelijke uitvoering wordt door de Belastingdienst beoordeeld.

Leningen en rekening-courant: twee fiscale toetsmomenten

Bij leningen van de BV aan de DGA is de civielrechtelijke benaming “lening” niet voldoende. De Hoge Raad heeft op 13 januari 2023 (ECLI:NL:HR:2023:26) twee momenten onderscheiden waarop een geldverstrekking een onttrekking kan vormen.

  1. Onttrekking bij het verstrekken van het geld: Van een onmiddellijke onttrekking kan sprake zijn als op het moment van verstrekking vaststaat of vrijwel zeker is dat de DGA het geld niet kan of niet zal terugbetalen. De lening is dan in wezen slechts schijn. Het geld heeft het vermogen van de BV definitief verlaten.
  2. Onttrekking op een later moment: Ook een aanvankelijk reële lening kan later tot een uitdeling leiden. Dat gebeurt wanneer de BV haar rechten als schuldeiser vanwege de aandeelhoudersrelatie geheel of gedeeltelijk prijsgeeft.

In deze casus had de DGA een rekening courant (578.000 euro) en geldlening (225.000 euro) bij zijn BV afgesloten. De lening kan bij de verstrekking een uitdeling zijn maar ook op een later moment (bijvoorbeeld geen reele lening meer). Hierbij wordt kritisch gekeken naar de aandeelhoudersrelatie en de feiten zoals:

  • structureel niet invorderen;
  • afzien van overeengekomen aflossingen;
  • laten vervallen van zekerheden;
  • kwijtschelding zonder zakelijke reden;
  • accepteren dat terugbetaling feitelijk onmogelijk is geworden.

Niet elke onttrekking is automatisch dus ook een belastbare winstuitdeling. Er moet sprake zijn van een definitieve vermogensverschuiving van de BV naar de DGA en hierbij speelt ook de bedoeling van de DGA om hem als aandeelhouder te bevoordelen. Daarnaast moet de BV zijn omtrent de vermogensverschuiving en de bevoordeling (dubbele bevoordeeldelingstoetst). Vorenstaande had het Gerechtshof op 7 april 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:2879) onvoldoende vastgesteld. Het Hof had beter moeten kijken naar het volgende;

  • wanneer de BV haar rechten als schuldeiser had prijsgegeven;
  • tot welk bedrag dit was gebeurd;
  • dat sprake was van een bevoordelingsbedoeling;
  • dat BV en aandeelhouder zich daarvan bewust waren

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft in KG:003:2023:1 bevestigd dat eerst moet worden vastgesteld of en wanneer sprake is van een onttrekking. Pas daarna komt de vraag aan de orde of deze onttrekking als verkapte winstuitdeling kwalificeert.

Zakelijke lening of onzakelijke lening en winstuitdeling aan DGA, hoe werkt dit?

Een lening kan civielrechtelijk een echte lening zijn, maar fiscaal toch als een onzakelijke lening worden behandeld. Volgens het standaardarrest Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442, is sprake van een onzakelijke lening wanneer geen rente kan worden vastgesteld waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn dezelfde lening onder dezelfde voorwaarden te verstrekken, zonder dat de rente feitelijk winstdelend wordt. In dat geval heeft de BV een debiteurenrisico aanvaard vanuit de aandeelhoudersrelatie.

Belangrijke beoordelingsfactoren zijn:

  • de financiële positie en terugbetalingscapaciteit van de DGA;
  • de hoofdsom;
  • de looptijd;
  • de aflossingsverplichtingen;
  • de verhouding tussen de lening en het onderpand;
  • de zekerheden;
  • de rangorde ten opzichte van andere schuldeisers;
  • de bestemming van het geleende geld;
  • de rente;
  • het daadwerkelijke betalingsgedrag.

De Kennisgroep loonheffing algemeen beschrijft in KG:204:2025:2 onder meer het belang van de loan-to-value, periodieke rentebetaling, aanvullende zekerheden, verhaalsmogelijkheden en verplichte aflossing. Hoewel dit standpunt specifiek ziet op koopsomleningen bij werknemersparticipaties, zijn de genoemde financiële factoren ook relevant bij het beoordelen van andere gelieerde leningen.

In KG:023:2026:3 bevestigt de Belastingdienst bovendien dat voor een onzakelijke lening fiscaal een zakelijke rente moet worden bepaald. Als geen directe vergelijkbare marktrente beschikbaar is, kan de zogenoemde borgstellingsfictie of vuistregelrente een rol spelen.

Ook bij een Woo verzoek uit december 2025 wordt ingegaan op leningen aan de DGA. In deze deelbesluiten staat nuttige informatie als u in discussie zou belanden met de inspecteur.

Noot fiscaal jurist inzake winstuitdeling BV aan DGA

Een BV en haar DGA mogen overeenkomsten met elkaar sluiten, dit zal ook vaak voorkomen. Het kan gaan om leningen, vastgoed transacties of andere zaken. Zowel de BV als de DGA moeten daarbij handelen alsof zij onafhankelijke partijen zijn, dit zal zeker vaak gebeuren maar omdat de personen aan elkaar gelijk zijn bestaat er altijd een risico op onzakelijk handelen. De belangrijkste drie gouden regels:

  1. Maak de afspraak zakelijk en betrek hierbij uw belastingadviseur of fiscaal jurist
  2. Leg de afspraak zorgvuldig, volledig en tijdig vast.
  3. Voer de afspraak gedurende de gehele looptijd zakelijk uit.

Wie achteraf een overeenkomst opstelt, een verouderde taxatie gebruikt of waardevolle rechten gratis aan de DGA laat toevallen, loopt een aanzienlijk risico op correcties, belastingrente en boetes. Vragen of een discussie met de belastingdienst? Neem gerust contact met ons op.

Vrijblijvende offerte bij discussie over winstuitdeling vanuit BV aan de DGA?

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Auteur(s) van zakelijke afspraken tussen bv en dga en verkapte winstuitdeling

mr. D.J.B. Jongbloed
mr. D.J.B. Jongbloed (Dennis)
Fiscaal Jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


d.jongbloed@jongbloed.tv

mr. M. te Riet
mr. M. te Riet (Martijn)
Fiscaal jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


m.teriet@jongbloed.tv

Deel deze pagina

Laatste update op 23-07-2026
Artikel gemaakt op 23-07-2026
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank DGA en belastingen Zakelijke afspraken tussen BV en DGA en verkapte winstuitdeling

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap