Landinformatie Nederland
Onderzoek belastingdienst bij Ogér
Een lezenswaardig artikel in het Financieel Dagblad op 18 augustus 2026 "Belastingdienst onderzoek voordelen voor exclusieve netwerkclub van modezaak Ogér" De belastingdienst eist de ledengegevens van de businessclub van de herenmodeketen. Via het lidmaatschap krijg je korting en de belastingdienst wil in beeld brengen of de leden ontoelaatbare voordelen hebben verkregen (in privé). De prijs voor een lidmaatschap van de business club is lager dan het shop tegoed in de winkel. De gedachte is dat de kosten voor de business club zakelijk worden geboekt en de ondernemer vervolgens een gratis shop tegoed in prive heeft.
Ogér weigert de ledeninformatie te verstrekken en partijen gaan naar de rechter. In dit artikel beschrijven wij deze casus en de fiscale risico's en mogelijkheden voor de aangesloten ondernemers.
Boekenonderzoek belastingdienst bij Ogér
De belastingdienst onderzoekt een businessclub van het herenmodemerk. De club bestaat sinds 2018 en door het lidmaatschap krijgt het lid korting op kleding. Er zijn 3 soorten lidmaatschappen, Silver, Gold en Platinum. Het lidmaatschap kost tussen de € 5.000 en € 10.000. Sinds kort zijn er nog exclusievere leden (Diamond Ambassador) voor € 20.000. Het shop tegoed voor het abonnement is kennelijk substantieel (40% hoger dan de inleg, aldus het FD). Naast het voordelig kopen van kleding zijn er ook events, gezellig business avonden en bijeenkomsten. Voor de duurste leden is er ook nog een reisje naar het buitenland. De leden zijn zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop ze het lidmaatschap boeken, dus in de BV of in privé.
Kernvraagstuk zal zijn "kosten lidmaatschap zakelijk boeken en privé voordelig kleding kopen"
Derdenonderzoek belastingdienst bij modemerk
De belastingdienst stelt het derdenonderzoek in op grond van artikel 53 AWR. Ogér weigert en stelt dat er sprake is van een zogenaamde fishing expedition. De belastingdienst wil via de civiele rechter alsnog de ledenlijst bemachtigen. Voor Ogér speelt vermoedelijk ook artikel 8 EVRM een rol (proportionaliteit en privacy). Voor de leden dreigt navordering, vergrijpboetes, loondiscussies en/of verkapte dividenduitkeringen (als de kosten zakelijk zijn geboekt). Los hiervan zal nog een BTW correctie volgen.
Op grond van artikel 47 AWR moet de inspecteur in beginsel eerst bij belastingplichtige zelf de informatie opvragen. Als dit onvoldoende soelaas biedt (of praktisch niet werkt bijvoorbeeld bij onbekende cliënten) is een derdenonderzoek toegestaan. In deze casus ligt dit voor de hand omdat de belastingdienst bij dit derdenonderzoek en de ledenlijst precies weet bij welke ondernemer moet worden gezocht.
Volgens de Hoge Raad d.d. 12 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1595) gaat de informatieverplichting van een bedrijf (administratieplichtige) best ver. Het moet gaan om informatie die voor de belastingheffing van derden van belang kan zijn. In deze zaak werden brieven gestuurd aan ruim 80 bedrijven. De AG was nog wel kritisch, de proportionaliteit en subsidiariteit liet te wensen over maar bewijs uitsluiting was nog niet het gevolg. Een branchegewijzen of club brede uitvraag door de belastingdienst is dus zo gek nog niet en op zichzelf dus niet snel ultra vires.
Informatiebeschikking of civiele procedure tegen Ogér
De reguliere route voor de belastingdienst is het sturen van een informatiebeschikking, tegen een dergelijk verzoek kan de belastingplichtige in bezwaar en beroep. Deze route speelt enkel alleen voor de belastingplichtige wiens eigen aanslag ter discussie staat en dus niet voor een een derdenonderzoek. Om nakoming van het verzoek vlot af te dwingen kiest de belastingdienst daarom in dergelijke situaties voor een kort geding uit onrechtmatige daad bij de civiele rechter. De Hoge Raad is het met deze route ook wel eens, zie Hoge Raad d.d. 18 september 2009 ECLI:NL:HR:2009:BI5906).
Wat kan en zal Ogér ondernemen tegen het verzoek van de belastingdienst?
Technisch een leuke opdracht met veel formele invalshoeken. Wij wensen de adviseur van Ogér dan ook veel succes in deze lastige procedure, kans van slagen is beperkt.
Welke routes kunnen er worden gekozen?
- of de gevorderde gegevens van belang kunnen zijn voor de belastingheffing (een laagdrempelig criterium — geen zekerheid vereist);
- of het verzoek proportioneel is (staat de omvang van de uitvraag in verhouding tot het beoogde doel?);
- of aan subsidiariteit is voldaan (kon de informatie ook op een minder ingrijpende manier worden verkregen, bijvoorbeeld gefaseerd of met een beperktere reikwijdte?).
- is er sprake van een "fishing expedition", dit is juridisch geen vast omlijnd begrip in de AWR, maar wordt in de praktijk gebruikt om te betogen dat een onderzoek niet gericht is op een concrete derde of verdenking, maar op het massaal opsporen van nieuwe zaken — iets wat artikel 53 AWR naar de letter niet uitsluit (zie 2.2), maar wat wél kan meewegen bij de proportionaliteitstoets en bij de vraag of de Belastingdienst zich aan zijn eigen beginselen van behoorlijk bestuur houdt. Zie ook Hoge Raad 24 april 2015 ECLI:NL:HR:2015:1137 inzake een KB lux zaak waar ongeveer hetzelfde aan de orde was. Hiermee in lijn de uitspraak van de Hoge Raad in 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1562).
- snuffelen in de kasten is niet toegestaan, aldus de Hoge Raad op 21 mei 2021 ECLI:NL:HR:2021:751, hier ging het om een informatiebeschikking in combinatie met het verschoningsrecht. Tijdens een huisbezoek ziet de belastingdienst ordners met informatie over correspondentie tussen de advocaat en de belastingplichtige.
- artikel 8 EVRM: Een aanvullend verweer is het recht op privacy van de leden (art. 8 EVRM, art. 10 Grondwet, AVG). Relevante analogie is het ANPR-arrest (Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:286): grootschalige, stelselmatige gegevensverzameling door de fiscus vereist een specifieke wettelijke grondslag — een algemene taakomschrijving volstaat niet. Dit arrest zag op gegevensverzameling door de Belastingdienst zélf (kentekencamera's), niet op een vordering bij een derde, maar de onderliggende gedachte — hoe indringender de inbreuk, hoe scherper de grondslag moet zijn — is een bruikbaar argument in het pleidooi van Ogér.
- AVG: Ook de Autoriteit Persoonsgegevens heeft in het verleden gewaarschuwd voor privacyrisico's bij derdenonderzoeken; dat rapport kan als ondersteunend, niet doorslaggevend, argument dienen.
- Nemo tenetur en het gebruik van de informatie voor beboeting: voor de ondernemers (leden) is nog relevant dat gegevens die zij onder dwang (via het derdenonderzoek bij Ogér) ter beschikking komen, in een latere procedure tegen henzelf niet zonder meer voor beboeting mogen worden gebruikt als het wilsafhankelijk materiaal betreft (nemo tenetur-beginsel, Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640, en de Saunders-rechtspraak van het EHRM). De navorderingaanslag kan wel gewoon worden opgelegd, de pleister op de wond van de ondernemer is dus de boete.
- Voor navordering van de belasting zelf geldt deze beperking niet — die kan wél op de aldus verkregen gegevens worden gebaseerd.
- Overeenkomst met de belastingdienst sluiten kan ook een route zijn. Hierbij wordt bijvoorbeeld deels informatie verstrekt en/of deels anoniem. Andere insteek is een soort van horizontaal toezicht afspraak waarbij de belastingdienst de informatie maar gedeeltelijk gaat gebruiken.
- Belastingplichtige is niet bekend, dus eerst meer informatie. Dit te vergelijken met de SMS parkeren zaak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:2803) hierin oordeelde het Hof als volgt (r.o. 3.5.2): Daarbij is het niet van belang of de Belastingdienst ten tijde van het opvragen dan wel raadplegen van inlichtingen en gegevens bij een administratieplichtige ten behoeve van belastingheffing van derden nog niet weet of die inlichtingen en gegevens van belang zijn voor de belastingheffing bij een bepaalde belastingplichtige (Hoge Raad, 22 september 2006, BNB 2007, 45). “ In die zaak ging het echter om een wel bekende belastingplichtige alwaar reeds een onderzoek verricht was. Bij het verrichtte derdenonderzoek bij een van de leveranciers van die belastingplichtige was echter vooraf niet duidelijk of er überhaupt gegevens (van de wel bekende belastingplichtige) bij die leverancier aanwezig waren. Hoge Raad: “de inspecteur (…) nog niet weet of die inlichtingen en gegevens van belang zijn voor de belastingheffing van een bepaalde belastingplichtige”. De conclusie van het Hof dat onbekendheid van de belastingplichtige (nog) niet bekend is, de controlebevoegdheid niet in de weg staat, is dus te voorbarig (afgaande op het aangehaalde arrest).
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: ook het Stad-Rotterdam-arrest van de Hoge Raad van 10 december 1974. ECLI:NL:HR:1974:AB4412 (BNB 1975/52) waaruit volgt dat de inspecteur aan een verzekeraar mocht vragen: doe mij de gegevens van personen die bij u een duur bootje verzekerd hebben. Destijds nog onder artikel 49 AWR (inhoudelijk is dat nu artikel 53 AWR). Dat werd door de Hoge Raad dus toegestaan/verplicht. Een beroep op 8 EVRM (privacy/persoonlijke levenssfeer) werd afgewezen. Wel stonden destijds de algemene beginselen van behoorlijk bestuur nog in de kinderschoenen en de vraag is of de Hoge Raad er thans nog zo over denkt.
Risico's voor de klanten van Ogér
Voor de klanten van Ogér (de leden) bestaan er best wel risico's. De belangrijkste risico's zijn
- Correctie kledingkosten in de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Gewone kleding is niet aftrekbaar, tenzij er een bedrijfslogo opstaat van 70 cm2.
- Navordering bij nieuw feit (5 jaar terug)
- Vergrijpboete: kan oplopen tot 100% maar zal regulier 25% - 50% bedragen (over de nagevorderde belastingen)
- Winstuitdeling: een onzakelijke uitgave kan worden gezien als box 2 (dividend) uitkering.
- BTW correctie: BTW op prive aankoop - met overwegend privé karakter - kan worden teruggevorderd
- Strafrecht: bij opzettelijke en omvangrijke fraude kan de belastingdienst ook de zaak doorverwijzen naar het OM voor een strafrechtelijke vervolging (artikel 69 AWR)
Wat kan er spelen bij de ondernemers?
Kern is omkatten van prive consumptie tot zakelijke lidmaatschapskosten, per ondernemer kan het volgende spelen:
- Inkomstenbelasting/ vennootschapsbelasting: kleding is in beginsel prive en niet aftrekbaar (behoudens werkkleding) kosten dus niet aftrekbaar.
- Omzetbelasting: geen recht op vooraftrek op prive kleding (BUA)
- Loonbelasting: verstrekt de onderneming of BV kleding aan een werknemer of DGA dan is dit wellicht loon in natura (wellicht toepassen WKR / vrije ruimte of eindheffing, dit met gebruikelijkheidstoets > luxe kleding valt hier niet onder).
- Dividend / box 2: koopt de BV kleding voor de aandeelhouder zonder zakelijk motief dan is sprake van een verkapte winstuitdeling.
- Boetes / strafrecht: vergrijpboete of wellicht verzuimboete (belastingdienst sluit opzet/ valsheid in geschrifte (strafrecht) niet uit.
- Termijnen: 5 jaar (soms met uitstel termijn te verlengen).
- Kosten business events: zakelijk of prive? gevolgen gelijk aan ad 1 en 2.
Tip voor bedrijven !
- Als de kleding enkel zakelijk kan worden gebruikt en/of als de kleding geen privé voordeel kent (bijvoorbeeld blijft de kleding op de zaak liggen in een afgesloten kast) is er geen fiscaal voordeel en is aftrek mogelijk.
- Ook schade aan kleding mag belastingvrij worden vergoed! Derhalve is een pak - tijdens werktijd - beschadigd en een nieuw pak gekocht dan is belastingvrij vergoeden door de werkgever mogelijk.
- Splits het lidmaatschap in zakelijk en privé
- Documenteer de zakelijkheid
- Una via: via derdenonderzoek verkregen informatie kan soms de boete mogelijkheden beperken.
- Vrijwillige verbetering: voer de correctie zelf door via een vrijwillige verbetering (artikel 67N AWR)
De procedure tussen de belastingdienst en Oger (aanvulling artikel)
In deze aanvulling omschrijven wij de procedure bij de Rechtbank. De belastingdienst is begin 2025 in gesprek gekomen met Oger, dit met het verzoek om informatie over de business club te verstrekken. Algemene informatie is verstrekt maar informatie over de individuele leden niet. Een formeel informatieverzoek van de belastingdienst is in juli 2025 aan Oger gestuurd. Na enkele termijn verlengingen en diverse besprekingen kwamen partijen niet tot elkaar. Op 25 maart 2026 heeft de belastingdienst het kort geding aangekondigd. Uiteindelijk komen partijen - maanden later - bij de rechtbank.
De belastingdienst stelt het volgende:
- De Belastingdienst stelt aanwijzingen te hebben dat het door [gedaagde] aangeboden lidmaatschap mede wordt ingezet om persoonlijke uitgaven (de aanschaf van kleding of deelname aan evenementen) ‘om te katten’ naar een zakelijke kostenpost in de vorm van het lidmaatschapsgeld. De Belastingdienst stelt daarbij voorop dat de aankoop van kleding niet als zakelijke kostenpost kan worden beschouwd, behoudens enkele uitzonderingen, die zich niet snel voordoen. Personen die kleding kopen bij de winkelketen zouden de kosten daarvan daarom in beginsel niet ten laste van het resultaat van hun onderneming mogen brengen en de in rekening gebrachte btw niet mogen terugvragen.
- De Belastingdienst merkt verder op dat, voor zover kleding door een onderneming of rechtspersoon wordt aangeschaft ten behoeve van een werknemer, bestuurder en/of aandeelhouder, loonbelasting en dividendbelasting verschuldigd kunnen zijn. Verder plaatst zij vraagtekens bij de fiscale behandeling van de kosten die verband houden met deelname aan de evenementen. Of die kosten een zakelijk karakter hebben, is volgens de Belastingdienst sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.
- De Belastingdienst stelt dat artikel 47 AWR haar een zeer ruime bevoegdheid biedt om informatie bij de belastingplichtige op te vragen. Van voldoende belang bij de gevraagde gegevens is reeds sprake wanneer deze op zichzelf beschouwd van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. De gegevens mogen ook worden gebruikt om andere gegevens te controleren. Een belastingplichtige kan zich niet aan een informatieverplichting onttrekken met het argument dat de Belastingdienst de informatie ook langs andere weg kan verkrijgen.
De advocaat stelt hiertegenover het volgende;
- vordering belastingdienst afwijzen.
- prejudiciele vragen aan de Hoge Raad stellen over reikwijdte artikel 47 AWR.
- verzoek om info beperken, faseren en clausuleren.
- artikel 53 juncto artikel 47 worden te ruim uitgelegd. Onduidelijk of stukken voor belastingheffing derden van belang kunnen zijn.
- aanleiding voor onderzoek is onduidelijk.
- disproportioneel verzoek, in mening privacy/ AVG
- arrest stad rotterdam is achterhaald (Hoge Raad d.d. 10 december 1974 ECLI:NL:HR:1974:AB4412) en arrest Berlioz (vissen)
De rechter wijst de meeste vorderingen toe, de informatie moet binnen 4 weken worden verstrekt (dwangsom maximaal € 500.000). Bij het niet volledig aanleveren of bij ontbrekende gegevens moet de belastingdienst eerst schriftelijk en concreet aangeven welke info ontbreekt, de dwangsom hierover gaat dan later lopen.
Noot fiscaal jurist inzake de Ogér zaak
Prima facie lijkt Ogér een sterk privacy- en proportionaliteitsargument te hebben, maar volgens de genoemde lijn van de Hoge Raad zal dit vermoedelijk een lastige route worden. De kans van slagen op succes is beperkt, temeer als een civiele rechter over fiscale wetsartikelen moet gaan beslissen. Als de procedure wordt verloren verplaatst de discussie zich naar de leden.
Er valt zeker begrip op te brengen voor het feit dat de belastingdienst misbruik van businessclubs om persoonlijke bestedingen als zakelijk te verhullen tracht te bestrijden. De bevoegdheden daartoe zijn al erg ruim, zeker als daarbij ook de bevoegdheden van FIOD en OM bij worden betrokken.
Uit oogpunt van rechtsbescherming, privacy, zorgvuldigheid en evenredigheid (de algemene beginselen van behoorlijk bestuur), zou het aan te bevelen zijn als de belastingdienst slecht van de bevoegdheid gebruik kan maken als er concrete aanwijzingen zijn dat sprake is van misbruik c.q. verhulling van grote betekenis.
Deze zaak staat niet op zich. Ook in de ‘gewone’ verzoeken om informatie (artikel 47 AWR) gaan de vragen van de belastingdienst verder en verder. Er lijkt sprake van fiscale grensverkenning bij de belastingdienst: hoe ver kunnen we gaan tot de rechter ingrijpt. Laten we hopen dat de Hoge Raad wat duidelijke piketpaaltjes slaat in deze tijd van ongeremde datahonger bij de belastingdienst.
Voor Ogér lijkt een pragmatische, gefaseerde en sympathieke opstelling vermoedelijk verstandiger dan volledig verzet en een civiele procedure. De kans dat dergelijke procedures worden gewonnen is klein.
Voor de leden geldt: wacht niet af tot de Belastingdienst de ledenlijst in handen heeft. Beoordeel nu al, per lidmaatschap, of sprake is van onterecht afgetrokken privékosten, weeg proactieve inkeer, en houd rekening met de volle breedte van het risico — van navordering tot een verkapte winstuitdeling en een vergrijpboete. Qui tacet consentire videtur (wie zwijgt, stemt toe) is in dit dossier geen veilige strategie: stilzitten vergroot het boeterisico eerder dan dat het dit wegneemt. En natuurlijk, beoordeel de omvang, de mogelijkheden (schade aan kleding of kleding blijft op de locatie van de onderneming). Wij zullen deze procedure zeker volgen.
Bron en vindplaatsen Oger en belastingdienst
Rechtbank Noord Holland d.d. 2 september 2026 ECLI:NL:RBNHO:2026:11306
Uitspraak ANPR Hoge Raad 24 februari 2017 ECLI:NL:HR:2017:286
Uitspraak creditcard Hoge Raad 12 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1595
Parkeer app Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 19 augustus 2014 ECLI:NL:GHSHE:2014:2803
Vragen over belastingvrije vergoedingen of derdenonderzoek?
Meer weten van onderzoek belastingdienst bij oger
- Derdenonderzoek Belastingdienst
- Derdenonderzoek Belastingdienst
- Informatie derdenonderzoek verzwegen
- Derdenonderzoek belastingdienst en privacy
- Bewijsvermoeden en vergrijpboete
- Geen vergrijpboete door advies belastingadviseur
- Vergrijpboete en doen plegen bij medepleger
- Geen vergrijpboete door fout adviseur
- Fishing door de Belastingdienst bij Oger
- Hulp ondernemers Oger
- Belastingdienst eist informatie via kort geding
