Landinformatie Nederland
Hulp ondernemers Oger
De Rechtbank Noord Holland heeft op 2 september 2026 het kledingmerk Oger verplicht om binnen 4 weken - dus uiterlijk eind september 2026 - de administratie van al haar business club leden over 2019 tot en met 2025 aan de Belastingdienst verstrekken (derdenonderzoek), Zodra de lijst binnen is, kan de inspecteur per lid gaan beoordelen hoe het lidmaaschap in de aangifte is verwerkt. Door de aflopende termijn zal nog dit jaar een golf van aanslagen "ter behoud van rechten" worden opgelegd aan deze ondernemers. Deze vallen in november en december 2026 op de (digitale) deurmat.
Oger claim procedure
Wij helpen diverse ondernemers en DGA's bij dit traject maar zien ook dat er al kantoren zijn die allerlei claims verzamelen, zoals Oger claim. Deze insteek is meer vanuit de advocatuur en minder vanuit het fiscale domein. Ondernemers kunnen - naar onze mening - beter onderzoeken wat de mogelijkheden zijn en waar eventuele fiscale schade kan worden beperkt. Wij helpen u vlot en met meer dan voldoende ervaring. Stuur ons gerust een e-mail voor een vrijblijvende offerte.
Samenvatting Oger claim, wat kunnen ondernemers doen?
- Kledingdeel - lastig en feiten belangrijk: Het shoptegoed voor kleding is naar zijn aard prive. Gewone kleding (zonder logo en/of specifiek voor een beroep) is niet aftrekbaar, tenzij er sprake is van fiscaal erkende werkkleding (logo 70 cm2 etc.). Een mooi Oger pak uit een modezaak voldoet daar niet aan. Zijn er dan helemaal geen mogelijkheden? Dit moeten we met u overleggen. Voor de beoordeling of uitgaven voor kleding in minder kunnen worden gebracht op de winst is van belang of de kleding een functie vervult binnen uw onderneming, zie ondermeer het kennisgroep standpunt inzake kleding gedragen door infleuncers (KG:213:2025:12). Ook kan het zijn dat u de kleding - aantoonbaar - niet prive gebruikt en dat deze op uw kantoor achterblijft. De insteek van de belastingdienst wordt gebasseerd op een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 14 november 1990 (ECLI:NL:HR:1990:ZC444), kleding is niet aftrekbaar, of op informatie van hun eigen internetsite.
- Netwerkdeel - deels te redden: Diners, evenementen, reizen en netwerkbijeenkomsten kunnen zakelijk zijn, maar vallen wel onder de aftrekbeperking voor gemengde kosten. Dit zal afhangen van uw verhaal (bijv heeft het klanten of relatie opgeleverd).
- Boete - grootste winstkans: niet de belasting zelf maar de verzuim en vermoedelijk vergrijpboete (50% +) bepaalt de omvang van de schade. Bij afwezigheid van opzet, een advies van uw accountant of een pleitbaar standpunt is hier nog wel wat te winnnen.
- Vertrouwensbeginsel: individuele leden kunnen aan het (kennelijke) vooroverleg tussen Oger en de belastingdienst weinig vertrouwen ontlenen, maar dat vooroverleg is wel relevant voor de boete en voor de zorgvuldigheid van de belastingdienst. Een Woo verzoek om deze stukken te krijgen is reeds ingediend maar zal qua uitkomst vermoedelijk te lang duren. Via het opvragen van "het boete dossier" of na overleg met Oger, gaat dit wellicht sneller.
- Accountants lopen eigen risico: op grond van artikel 67o AWR (deelnemersboete) kan ook gedoe bij de accountant veroorzaken, wij denken dat dit uiteindelijk wel zal loslopen.
- Handel nu maar gecontroleerd en met een plan: inventariseer uw dosser en de jaren en verzamel de facturen, brochures, betaalbewijzen en pa de administratie niet achteraf aan. De administratie achter rechtzetten maakt van een boetevraag een strafzaak. Suppleties en correcties in het lopende boekjaar zijn te overwegen, maar hiermee erkent u ook de fout in het verleden. Al met al overleg met een specialist.
De fiscale vraagstukken bij het Oger lidmaatschap
Kern vraagpunten inzake Oger lidmaatschap:
- Hoe is de factuur geboekt – als volledig aftrekbare “netwerkkosten”, of gesplitst?
- Is het kledingtegoed daadwerkelijk gebruikt, en zo ja, voor welk bedrag?
- Zit er een BV tussen (dga), of is het lidmaatschap in de IB-onderneming/zzp-praktijk verwerkt?
- Is de btw op (een deel van) de inleg in aftrek gebracht?
- Welke jaren staan nog open, en is er uitstel verleend?
- Wat wist het lid – en wat wist de accountant – over de aard van het tegoed?
Deze zes vragen bepalen samen de hoogte van de correctie en, vooral, of er een boete bij hoort en hoe hoog die is.
Het kledingdeel: art. 3.16 Wet IB 2001, kennisgroepstandpunt en jurisprudentie
Voor de IB-ondernemer zijn kosten van kleding uitgesloten van aftrek, tenzij sprake is van werkkleding (art. 3.16 Wet IB 2001). Kleding is werkkleding als zij
- uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om in het kader van de onderneming te worden gedragen (zoals een uniform of overall), óf
- is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de onderneming gebonden beeldkenmerken met een oppervlakte van ten minste 70 cm².
Herenmode – een pak, een overhemd, schoenen – voldoet aan geen van beide voorwaarden: de kleding is óók buiten de onderneming te dragen en draagt geen bedrijfslogo van 70 cm². De Kennisgroep van de Belastingdienst heeft dit onlangs nog uitdrukkelijk bevestigd voor representatieve kleding: gewone kleding die zowel zakelijk als privé kan worden gedragen, is géén werkkleding en valt volledig onder de aftrekuitsluiting (kennisgroepstandpunt KG:213:2025:12).
De 70 cm²-eis is bovendien een harde eis: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juni 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:5250) verwierp de aftrek van praktisch noodzakelijke werkkleding louter omdat het vereiste beeldmerk ontbrak. Dat “iedere willekeurige persoon” zulke kledingstukken kan aanschaffen, was doorslaggevend.
Maar zijn we er dan? Zeker niet, als de kleding aantoonbaar enkel op het werk wordt gedragen en ook hier achterblijft en/of er andere specifieke omstandigheden zijn is er een begin voor een verdediging.
Kan het lidmaatschap tóch zakelijk zijn? De verdedigbare posities
Als ervaren fiscalisten benoemen wij ook de argumenten waarmee (een deel van) het lidmaatschap wél te verdedigen valt. Zij zien vrijwel nooit op de kleding zelf, maar op de randen van het dossier:
- Ongebruikt tegoed. Waar het kledingtegoed nooit is verzilverd, is er geen privé-consumptie genoten. De vordering ziet niet voor niets ook op “ongebruikte tegoeden”. Voor niet-benut tegoed is het privévoordeel – en daarmee de grondslag voor correctie en boete – aanzienlijk zwakker.
- Splitsing lidmaatschap. Het netwerkdeel (diners, evenementen, reizen, bijeenkomsten) kan een zakelijk karakter hebben. Een reële splitsing tussen (niet-aftrekbaar) kledingdeel en (beperkt aftrekbaar) netwerkdeel is de kern van de onderhandeling met de inspecteur.
- Zakelijke representatie ≠ kleding. De representatieve functie van het lidmaatschap (relatiebeheer, acquisitie) raakt het netwerkdeel, niet de aftrekbaarheid van de kleding zelf; die blijft afketsen op art. 3.16.
- Pleitbaar standpunt. Als de aftrek ten tijde van de aangifte objectief pleitbaar was – bijvoorbeeld omdat de structuur destijds als zakelijke faciliteit werd gepresenteerd en de fiscus die kende – kan dat een vergrijpboete blokkeren.
- Wees realistisch: deze argumenten verzachten de correctie en richten zich vooral op de boete. Zij maken het kledingdeel - in de meeste gevallen - niet alsnog aftrekbaar.
Het netwerkdeel: aftrekbeperking gemengde kosten (art. 3.15 Wet IB / art. 8 Wet Vpb)
Zakelijke kosten van eten en drinken, recepties, congressen, seminars, evenementen en studiereizen zijn “gemengde kosten”.
- Voor de IB-ondernemer geldt art. 3.15 Wet IB 2001: een vast niet-aftrekbaar drempelbedrag van € 5.700 (2026), of – naar keuze – aftrek van 80% van die kosten.
- Voor de BV geldt art. 8 lid 5 Wet Vpb: een niet-aftrekbaar bedrag van € 5.700 (of, indien hoger, 0,4% van de gezamenlijke loonsom), dan wel beperking van de aftrek tot 73,5%. Het netwerkdeel is dus in beginsel aftrekbaar, maar niet volledig.
De btw: geen aftrek voor privégebruik bij Oger procedure
Voor de btw geldt spiegelbeeldig: voor zover de inleg ziet op privégebruik (de kleding voor de ondernemer zelf) is er geen recht op aftrek van voorbelasting (art. 15 Wet OB 1968; Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting). Bij horecabestedingen (eten en drinken ter plaatse) is de btw sowieso uitgesloten van aftrek; voor relatiegeschenken en personeelsverstrekkingen geldt de BUA-drempel van € 227 per begunstigde per jaar. Een eerder in aftrek gebrachte btw op het kledingdeel zal daarom via naheffing worden gecorrigeerd.
De dga en de BV: loon of (verkapt) dividend bij de Oger procedure
Zit er een BV tussen, dan verschuift het probleem. Een pak dat de BV voor de dga betaalt, is geen aftrekbare bedrijfslast maar een verstrekking aan de aandeelhouder/werknemer:
- ofwel loon in natura (belast in de loonheffing),
- ofwel een winstuitdeling die in box 2 wordt belast (verkapt dividend).
Bij de uitdelingsroute speelt het bewustheidsvereiste – bij bedragen van deze omvang veelal aanwezig. De keuze loon versus dividend heeft gevolgen voor tarief, gebruikelijkloonregeling en eventuele brutering. De belastingdienst zal dit dossier voorleggen aan haar interne kennisgroep zodat voor elke zaak hetzelfde standpunt wordt ingenomen.
De vergrijpboete: opzet of grove schuld, en het pleitbaar standpunt
Fiscaal is iedere ondernemer verantwoordelijk voor zijn eigen aangifte; “Ogér zei dat het kon” haalt de verschuldigde belasting niet weg. Voor de boete ligt dat anders.
- Een vergrijpboete (art. 67e AWR bij navordering IB/Vpb; art. 67f AWR bij naheffing btw/loonheffing) kan alleen worden opgelegd als de inspecteur opzet of grove schuld van u als ondernemer of DGA zelf bewijst. De bewijslast ligt bij de inspecteur.
- De bandbreedte loopt van 25% (grove schuld) via 50% (opzet) tot 100% bij listigheid;
Beslissend is wat het lid wist en wat hem valt te verwijten. De positie verschilt scherp:
- Sterk verweer: wie enkel een factuur “lidmaatschap Business Club” aan de accountant gaf – zonder dat het kledingtegoed op die factuur stond – en die post als netwerkkosten liet boeken, heeft een reëel verhaal tegen de boete.
- Zwak verweer: wie wist dat hij voor duizenden euro’s pakken kocht en die bewust als bedrijfskosten liet opvoeren. Hier zal de inspecteur de woorden van de rechter over het kledingdeel inzetten.
- Daarnaast blokkeert een objectief pleitbaar standpunt de boete: is het standpunt dat de aftrek toelaatbaar was – naar de kennis en jurisprudentie ten tijde van de aangifte – in redelijkheid verdedigbaar, dan is er geen sprake van opzet of grove schuld (zie bijvoorbeeld Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638).
- Vragen die uitsluitend zien op een mogelijke boete hoeven overigens niet te worden beantwoord; de fiscale informatieplicht (art. 47 AWR) reikt niet zover.
Het vertrouwensbeginsel en het vooroverleg Ogér–fiscus
Ogér voerde kennelijk aan dat de Belastingdienst het product al kende: in 2020 zou vooroverleg over de btw-verwerking hebben plaatsgevonden en in 2021 zouden vragen over een concrete factuur en het verloop van het shoptegoed zijn beantwoord. De vraag is of leden zich daarop kunnen beroepen.
Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is in beginsel een toezegging of bewuste standpuntbepaling jegens de belastingplichtige zelf nodig, dan wel algemene voorlichting waarop deze gerechtvaardigd heeft vertrouwd. Individuele leden waren van het vooroverleg niet op de hoogte en waren daarbij geen partij; een rechtstreeks beroep is daarom zwak.
Wél in het voordeel van belastingplichtigen is dat de Hoge Raad het dispositievereiste sterk heeft versoepeld (Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1654): dat een belastingplichtige “daarenboven” schade heeft geleden, is niet langer een zelfstandige eis. Waar een lid daadwerkelijk op een concrete uiting van de fiscus is afgegaan, is dat dus makkelijker in te roepen. Voor de meeste leden ontbreekt echter een tot hén gerichte uiting, tenzij Oger de ondernemer heeft geinformeerd, dan ligt dit weer net iets anders.
De betekenis van het vooroverleg ligt daarom elders, en dáár zit strategische waarde:
- Boete en verwijtbaarheid. Als de fiscus het product sinds 2020 kende en leden jarenlang liet begaan, weegt dat mee bij de vraag of het lid opzet/grove schuld valt te verwijten – en bij de vraag hoe zorgvuldig de dienst zelf is geweest (zorgvuldigheids- en fair-play-beginsel).
- Pleitbaar standpunt. Bekendheid van de fiscus met de structuur en het uitblijven van correcties versterken het betoog dat de aftrek destijds pleitbaar was.
- Feiten boven water. Wat de fiscus in 2020/2021 precies heeft geantwoord en of een standpunt is ingenomen, is nu nog niet bekend. Een Woo-verzoek naar de stukken van het vooroverleg is daarom een verstandige, laagdrempelige eerste stap – die uitkomst kan het verschil maken tussen wél en geen boete, probleem zal zijn dat deze informatie pas over vele maanden beschikbaar zal komen.
De Oger procedure, hoe zit het ook al weer?
- De Ogér Business Club is een lidmaatschapsformule van het herenmodebedrijf Ogér, die uitsluitend aan ondernemers werd aangeboden.
- Tegen een jaarbijdrage (in de praktijk enkele duizenden tot circa € 20.000, oplopend via lidmaatschapsniveaus als Platinum en Diamond) kreeg het lid een shoptegoed voor kleding, aangevuld met netwerkactiviteiten: diners, evenementen, bijeenkomsten en reizen. Volgens de brochures dekte het kledingtegoed het overgrote deel van de inleg. Kenmerkend is dat de factuur alleen het “lidmaatschap” vermeldde; het shoptegoed stond in een aparte brochure. De rechtbank stelde vast dat bijvoorbeeld een inleg van € 12.100 recht gaf op een shoptegoed van € 13.915.
- De Belastingdienst vermoedt dat leden hun lidmaatschap volledig als zakelijke kosten hebben verwerkt, terwijl een groot deel in feite privé-uitgaven voor kleding betreft.
- Nadat Ogér weigerde de ledenadministratie te verstrekken, vorderde de fiscus verstrekking in kort geding. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland (2 september 2026) wees die vordering grotendeels toe. Ogér moet binnen vier weken onder meer verstrekken: namen en adressen, het soort lidmaatschap en bijbehorend shoptegoed, betaalde bedragen, ongebruikte tegoeden, facturen en betaalbewijzen, over 2019–2025. Bij niet-nakoming loopt een dwangsom op van € 5.000 per dag in de eerste week tot uiteindelijk € 20.000 per dag, met een maximum van € 500.000.
- Voor het onderzoek woog mee dat uit een verzoek van Ogér om vooroverleg kan worden afgeleid dat het bedrijf het lidmaatschap zelf zag als een volledig aftrekbare faciliteit. Volgens de rechter diende het lidmaatschapsgeld voor het overgrote deel ter dekking van het shoptegoed en heeft het kledingdeel een “evident onzakelijk karakter”. Die formulering zal de inspecteur in individuele dossiers gebruiken.
Noot fiscaal jurist inzake advisering ondernemers en DGA bij Oger procedure
Er is geen "one size fits all" advies. Wij zien - op basis van de procedure en de fiscale mogelijkheden - vier hoofd routes. Vaak is een combinatie van de opties - na zorgvuldig overleg met de ondernemer - de beste.
- Afwachten en gecontroleerd meewerken aan de vragenbrief: voordeel is dat u alle rechten kunt behouden, de boete wellicht kunt beperken en aan de bal blijft. Nadeel is dat de belastingrente blijft doorlopen.
- Pro actief vooroverleg en vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst sluiten: voordeel is dat u zelf de regie kunt voeren over het proces en de boete kunt matigen, dit geeft rust en hiermee wordt de zaak vlot opgelost. Belangrijk is dat u de gesprekken niet zelf gaat voeren (ondernemer is vaak niet opgewassen tegen ervaren fiscalist van de belastingdienst en zal in zijn eerlijk verkeerde antwoorden geven).
- Vrijwillige verbetering: de boete zal vermoedelijk dan lager zijn, hoewel "inkeren" niet meer kan (fiscus is u immers op het spoor).
- Onderzoek, bezwaar en beroep: u kunt informatie gaan verzamelen uit andere trajecten, nieuwsberichten, info van collega leden, uitspraken van rechters, etc. Nadeel is dat de belastingrente doorloopt en de kosten hoger zijn dan bij optie 1 - 3.
Hulp nodig bij Oger procedure tegen belastingdienst?
Wij begeleiden zowel leden van de business club als hun accountants.
Hierbij nemen wij het gehele traject - inclusief overleg met de belastingdienst
- van u over. Insteek zal zijn om het probleem in redelijkheid - via een
vaststellingsovereenkomst - op te lossen. Lukt dit niet dan kunnen we -
in overleg met u - besluiten voor de formele route (bezwaar / beroep).
Neem vrijblijvend contact op via onderstaand formulier of een directe
mail aan mr Dennis Jongbloed, managing partner van ons kantoor. Al
uw informatie wordt vertrouwelijk behandeld en u krijgt eerst een offerte,
dus geen verrassingen.
Bron en vindplaatsen Oger en belastingdienst
Rechtbank Noord Holland d.d. 2 september 2026 ECLI:NL:RBNHO:2026:11306
Hoge Raad d.d. 14 november 1990 ECLI:NL:HR:1990:ZC4444
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juni 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:5250
Uitspraak ANPR Hoge Raad 24 februari 2017 ECLI:NL:HR:2017:286
Uitspraak creditcard Hoge Raad 12 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1595
Parkeer app Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 19 augustus 2014 ECLI:NL:GHSHE:2014:2803
