print sitemap zoeken disclaimer contact

Geen navordering na boekenonderzoek

Bij een ondernemer wordt een boekenonderzoek ingesteld. Er worden diverse correcties aangekondigd op grond van schattingen door de inspecteur. Een aanslag over 2016 is lager dan hetgeen in het boekenonderzoek is aangekondigd. Er volgt een navorderingsaanslag, mag dit? Volgens de rechter niet!

Boekenonderzoek, nieuw feit en navorderingsaanslag

Henk is eigenaar van een restaurant, zijn administratie is niet op orde (fiscaal noemen we dit gebrekkig). Ook voldoet Henk niet aan de bewaarplicht en heeft Henk geen aangifte inkomstenbelasting over 2015 en 2016 ingediend. Er volgt een boekenonderzoek waarbij diverse correctie door de inspecteur worden aangekondigd, een deel hiervan op grond van schattingen (omdat de administratie deels ontbreekt). De aanslag inkomstenbelasting 2015 wordt conform de voorgestelde correctie uit het boekenonderzoek opgelegd. De aanslag inkomstenbelasting 2016 is lager dan de aangekondigde correctie. De inspecteur wil deze abusievelijk fout herstellen via een zogenaamde navorderingsaanslag. De rechtbank is het met de inspecteur eens, het Gerechtshof pakt de wettekst en kijkt er nog eens kritisch naar. De navorderingsaanslag over 2016 gaat in de prullenbak.

Boekenonderzoek en formaliteiten, noot fiscaal jurist

Het gerechtshof bekijkt nog eens goed wat er is gebeurd. Er worden handmatig (ambtshalve) aanslagen inkomstenbelasting opgelegd nadat het boekenonderzoek is afgerond. De inspecteur kijkt niet goed in het dossier (beoordelingsfout) en kan deze fout niet eenvoudig herstellen door een navorderingsaanslag. Er ontbreekt een nieuw feit en conform vaste jurisprudentie (van de Hoge Raad) komt het Gerechtshof tot de conclusie dat dan niet kan worden nagevorderd.

Er was eventueel nog een andere route, de kenbare fout. Op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is navordering in alle gevallen - dus ook bij afwezigheid van een nieuw feit - mogelijk indien aanvankelijk te weinig belasting is geheven ten gevolge van een fout en dit de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is. Die kenbaarheid wordt wettelijk verondersteld indien de te weinig geheven belasting tenminste 30% van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting bedraagt. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval sprake van een dergelijke fout die kenbaar was voor eiser (volgens  Hoge Raad 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1529). Henk had kunnen en moeten begrijpen of weten dat de aanslag van € 35.000 te laag was, uit het onderzoek volgt immers een geschat inkomen van ruim € 130.000.

Het herstel via de kenbare fout is echter niet mogelijk als een aanslag is vastgesteld als gevolg van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten die bepalend zijn voor de omvang van de belastingplicht (of het recht), aldus de Hoge Raad in 2003 ECLI:NL:2003:AI0921. Dergelijke fouten kunnen niet via de route van de kenbare fout worden hersteld. Het begrip 'fout' moet je hierbij neutraal en ruim uitleggen.

Hier gaat het om een slapende inspecteur die een beoordelingsfout maakt (of de vereiste zorgvuldigheid ontbreekt). Ook andere fouten (zoals een schrijf- of intoetsfout of een fout door de software) kunnen niet meer worden hersteld, zie hiertoe de Hoge Raad in 2014 ECLI:NL:HR:2014:1528.

Termijnoverschrijding en immateriële schadevergoeding

Het verzoek van Henk om een immateriële schadevergoeding gaat in de prullenbak, van een onredelijke termijnoverschrijding is geen sprake. Hoe zit dit eigenlijk? In dit geval verzoekt Henk in hoger beroep om immateriële schadevergoeding  wegens overschrijding van de redelijke termijn.

  • De termijn begint in de regel te lopen op het moment waarop de inspecteur het bezwaarschrift heeft ontvangen (in dit geval oktober 2018).
  • De rechtbank moet dan binnen 2 jaar uitspraak doen, hieraan wordt precies op tijd voldaan. Edoch in deze zitting wordt geen beroep gedaan op de immateriële schadevergoeding.
  • Het Gerechtshof heeft vervolgens ook weer 2 jaar de tijd om binnen 2 jaar nadat het hoger beroep is ingesteld uitspraak te doen (Hoge Raad 12 december 2014 ECLI:NL:HR:2014:3562).

Gelukkig worden de proceskosten - volgens een forfait - nog wel vergoed, deze vergoeding bedraagt € 3.100.

Bron navorderingsaanslag na boekenonderzoek

Gerechtshof Den Haag d.d. 7 december 2021 ECLI:NL:GHDHA:2021:2434

Rechtbank Den Haag d.d., 7 oktober 2020 ECLI:NL:RBDHA:2020:10885

Vragen over boekenonderzoek of navorderingsaanslag?

Vul uw naam en e-mail in en wij nemen contact met u op.

Deel deze pagina

Laatste update : 07-01-2022
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Boekenonderzoek Geen navordering na boekenonderzoek

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap