Landinformatie Nederland
Mag de belastingdienst bankafschriften opvragen?
Waarom een uitspraak uit Straatsburg ondernemers nieuwe munitie geeft!~
De belastingdienst vraagt informatie van u prive of uw onderneming op bij de bank (derdenonderzoek). De bank is wettelijk verplicht om mee te werken aan dit verzoek. Er is door u niet ondertekend, er is u niets gevraagd en er is geen rechter aan te pas gekomen. Toch ligt binnen een paar weken uw bankinformatie (over boodschappen, hypotheeklastem, giften en pin gedrag) bij de inspecteur. Is dit een inbreuk op uw privacy?
Opvragen bankinformatie door de Belastingdienst
De belastingdienst heeft feitelijk 2 opties om uw financiele gegevens te verkrijgen.
- De eerste is gewoon een brief aan u sturen waarin om deze informatie wordt gevraagd (artikel 47 AWR). De inspecteur mag alleen informatie opvragen welke van belang kan zijn voor uw belastingheffing. Als ondernemer heeft u een bewaarplicht voor uw (zakelijke) administratie (gedurende 7 jaar). Via deze route is er nog enige bescherming, immers de informatie moet fiscaal relevant zijn voor de belastingheffing. Als u weigert de informatie te verstrekken kan de inspecteur een zogenaamde informatiebeschikking versturen (artikel 52a AWR). Tegen deze beschikking kunt u in bezwaar en beroep. Risico is wel dat als de rechter de inspecteur gelijk geeft er sprake is van omkering van de bewijslast naar u, dit is vaak een pittige klus.
- De tweede route is dat de inspecteur een derdenonderzoek (artikel 53 AWR) gaat instellen bij uw bancaire instelling. Hierbij staat u er bij de bank gekleurd op en ontbreekt ook de deur voor bezwaar en beroep. U kunt zich niet verzetten tegen dit verzoek, alleen de bank kan achteraf bezwaar maken (maar dit zal zelden plaatsvinden) (kostenbeschikking). Een rechter die vooraf toetst of het verzoek wettelijk is toegestaan (informatie fiscaal relevant) en dit verzoek toetst op "noodzakelijk en proportioneel" zal niet plaatsvinden.
Prive bankrekening van de ondernemer opvragen bij boekenonderzoek
De grens tussen een prive en zakelijke bankrekening van een ondernemer kan best dun zijn. Als de inspecteur twijfelt over uw inkomsten of omzet kan hij de prive bankrekening opvragen. Echter op de prive bankrekening staat veel meer informatie dan alleen deze informatie (dus ook fiscaal niet relevante informatie). En daar wringt de spreekwoordelijke schoen.
In een uitspraak van het Europese Hof op 8 januari 2026 ging het om een kwestie die in Italie speeelde. Het Europese Hof oordeelt in de zaak van Ferrieri en Bonassisa dat de wettelijke bevoegdheid van de Italiaanse Belastingdienst om informatie op te vragen te ruim geformuleerd is en dat er onvoldoende waarborgen zijn opgenomen om het recht op privacy voor belastingplichtige te garanderen. De ingang die hier is gekozen betreft artikel 8 van het Europese verdrag voor de rechten van de mens, elk EU land is hieraan gehouden. Dit artikel bepaalt dat iedereen recht heeft op respect voor zijn prive leven en dat inmenging in het recht op privacy door de Belastingdienst (overheid) wel is toegestaan als daarvoor een wettelijke grondslag bestaat en inmenging noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, openbare orde (of veiligheid) of het economische welzijn van het land zelf.
In Italie is dit nog iets beter geregeld dan in Nederland. Bij het verzoek van de Italiaanse belastingdienst aan de bank moet bij het verzoek een motivering worden gegeven (dus waarom wordt de informatie opgevraagd). Dit kan bijvoorbeeld zijn een vermoeden van fraude of belastingontduiking.
Noot fiscaal jurist inzake opvragen van bankinformatie bij boekenonderzoek
Het opvragen van bankinformatie (prive en zakelijk) is in Nederland gewoon toegestaan. Volgens EU wetgeving moeten er dan wel voldoende en adequate waarborgen zijn die willekeur voorkomen. Dit zou kunnen zijn dat een bank moet kunnen toetsen waarom de informatie wordt opgevraagd. Omdat er geen rechterlijke toetsing hoeft plaats te vinden moet het Hof hier kritisch naar kijken. De enkele mogelijkheid om tegen de uiteindelijke belastingaanslag in bezwaar of beroep te komen biedt hiertoe onvoldoende bescherming. Het Hof was van oordeel dat onder deze omstandigheden niet kan worden gezegd dat de inmenging in het recht op privacy in overeenstemming is met de wet, zoals artikel 8 van het EVRM.
In Nederland ligt de grens kennelijk ruimer aldus de Hoge Raad d.d. 28 januari 1998 (ECLI:NL:HR:1998:AA2391), het voorkomen van belastingfraude en controle in het algemeen kan een rechtvaardiging vormen voor een inbreuk op het recht op privacy. Ook in de recentere FSV arresten (Hoge Raad d.d. 10 december 2021 ECLI:NL:HR:2021:1748) kwam dit aan de orde, ook in dit arrest mochten grondrechten worden geschonden. Soms mogen privacy rechten niet worden geschonden, bijvoorbeeld in de bekende ANPR arrest over politie camera's langs de snelweg (Hoge Raad 24 februari 2017 ECLI:NL:HR:2017:288).
Bij een procedure moet u er goed voor gaan zitten, privacy en wettelijke waarborgen staan soms recht tegenover elkaar. Benoem bij een procedure ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de kenmerken van een zogenaamde fishing expedition.
Wij voeren ook regelmatig procedures over het opvragen van bankafschriften van zogenaamde inkeerders, in deze jurisprudentie komt echter meestal het privacy element niet in beeld.
De Straatsburgse uitspraak legt de vinfer op de zere plek van het AWR stelsen in Nederland, dit ligt met name bij een derdenonderzoek bij de bank. Bij een vraag aan de ondernemer of particulier zelf is er nog een waarborging (informatiebeschikking), maar bij een vraag aan uw bank staat u als ondernemer of particulier altijd met lege handen. Geen toetsing vooraf, geen verweer mogelijk en achteraf kan de belastingdienst kijken of de aanslag (op grond van wellicht onrechtmatig verkregen bewijs) juist blijkt te zijn. Deze onbegrensde bevoegheid - zonder effectieve controle - is volgens het EHRM niet toegestaan.
Hiermee willen wij niet zeggen dat de Belastingdienst nooit uw bankafschriften mag opvragen, belastingheffing is immers van een groot maatschappelijk belang en fraude bestrijding is van cruciaal belang.
Conclusie is dat deze uitspraak ook in Nederland relevant is. De vraag is of onze AWR wetgeving wel EVRM proof is. De uitspraak kan in ieder geval de belastingplichtige mogelijkheden bieden bij informatieverzoeken en derden onderzoeken door de Belastingdienst. Deze moeten kritisch en zorgvuldig worden onderzocht op het recht op privacy.
Hulp nodig bij een boekenonderzoek of fiscale procedure? Neem gerust contact met ons op.
