Redelijke schatting bij omkering van de bewijslast
Als u een aanslag ontvangt die is gebaseerd op een schatting van de belastingdienst dan is de kans groot dat sprake is van omkering van de bewijslast (ex artikel 27e AWR). De belastingdienst mag niet zomaar iets roepen en moet de aanslag basseren op een redelijke schatting. In dit artikel gaan we in op een recente uitspraak van het Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 1 april 2026 ECLI:NL:GHSHE:2026:881.
Wanneer wordt de bewijslast omgekeerd in fiscale zaken?
De bewijslast wordt door belastingdienst omgekeerd als sprake is van de volgende situaties:
- Geen vereiste aangifte gedaan
- Administratie niet op orde of niet aanwezig
- Niet voldoen aan een informatieverzoek (ex artikel 47 AWR)
Normaal gesproken moet de belastingdienst bewijzen dat een aanslag niet juist is. Bij de omkering van de bewijslast moet de belastingplichtige doen blijken dat de aanslag onjuist (dit is een zwaarder bewijs dan dan aannemelijk maken). Dit is bij het ontbreken van voldoende informatie (of een administratie) vaak onmogelijk of knap lastig.
Moet de inspecteur de redelijke schatting aannemelijk maken en hoe?
De inspecteur mag niet zomaar iets roepen en moet de schatting basseren op redelijke aannames. De belangrijkste onderdelen hierbij zijn:
- De aanslag mag niet naar willekeur worden vastgesteld (zie hiertoe Hoge Raad d.d. 31 mei 2013 ECLI:NL:HR:2013:BX7184), in deze procedure ontbrak de administratie. Ook kunt u de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 17 augustus 2018 ECLI:NL:HR:2018:1311 raadplegen, hierin wordt de reikwijdte van de stelplicht nader toegelicht.
