Volg ons op:

Twitter Updates

Vanaf 2010 gelden nieuwe regels voor de waardering van woningen bij overlijden

Deze regels gelden, behalve voor de successiewet, ook voor de waardering van panden in de inkomstenbelasting (box 3).

Een woning die in gebruik is als eigen woning wordt gewaardeerd tegen de WOZ-waarde, zoals die is vastgesteld door de gemeente voor het jaar van overlijden.

Tot 2010 werden verhuurde woningen en andere panden gewaardeerd tegen de waarde in het economisch verkeer. Vanaf 2010 wordt de (nu jaarlijks opnieuw vast te stellen) WOZ-waarde als uitgangspunt genomen. Dat geeft in elk geval meer duidelijkheid.

Tip: de WOZ-waarde, zoals die door de gemeente jaarlijks wordt vastgesteld, wordt steeds belangrijker. Naast de eigen woning geldt deze ook voor overige woningen, in de inkomstenbelasting, maar ook in de successiewet. Beoordeel deze dus goed en maak eventueel tijdig bezwaar.

Indien de woning wordt verhuurd en tevens onder huurbescherming valt, is de zogenaamde leegwaarderatio van toepassing, zeg maar een waardedrukkende factor. Dit is de jaarlijkse huur als percentage van de WOZ-waarde.

Huur is meer dan           maar niet meer dan          is de leegwaarderatio

       0,0%                                1,0%                                60%

       1,0%                                1,5%                                64%

       1,5%                                2,0%                                68%

       2,0%                                2,5%                                72%

       2,5%                                3,0%                                75%

       3,0%                                3,5%                                79%

       3,5%                                4,0%                                82%

       4,0%                                  -                                   85%

De WOZ-waarde

Als de WOZ-waarde van een verhuurde woning die onder de huurbescherming valt € 200.000 bedraagt en de huur bedraagt per maand € 500 oftewel € 6.000 per jaar, is de waardering dus 75% van € 200.000 = € 150.000. Indien de huurder of zijn partner deze deze woning verkrijgt, geldt deze lagere waardering niet.

De WOZ-waarde per 1 januari van het jaar van overlijden is van toepassing. Indien in de loop van het kalenderjaar een ander dan degene ten name van wie de WOZ-beschikking is gesteld eigenaar van de onroerende zaak wordt, bijvoorbeeld als ergenaam, heeft deze ander recht op een eigen (eventueel aangepaste) beschikking. Dit is geregeld in artikel 26 WOZ. Dit biedt de mogelijkheid om in verervingssituaties de WOZ-waarde "open te breken". Wel is men gebonden aan de peildatum, een nadien opgetreden waardedaling kan niet in aanmerking worden genomen.

Men moet dus bezwaar maken tegen de WOZ-beschikking én aannemelijk maken dat op de peildatum (1 januari van het jaar) de waarde lager was dan volgens de WOZ is vastgesteld. Als de waarde nadien lager is geworden, heb je er niets aan. Het gaat dus niet om de waarde op overlijdensdatum.

Tip: kijk bij een overlijden nog eens goed naar de WOZ-waarde, mogelijk is deze te hoog!

Voor de aangifte inkomstenbelasting geldt deze waardering volgens WOZ, eventueel verminderd met de leegwaarderatio ook. Dat kan betekenen, dat de aan te geven waarde vanaf 2010 fors hoger is dan voorheen, of dat de waarde in het verleden te laag is aangegeven! De staatssecretaris van Financiën heeft in november 2011 aangegeven dat, indien deze waardesprong een gevolg is van de te hanteren waarderingsregels, dit geen reden is om over de voorgaande jaren na te vorderen.

Artikel datum : 14-11-2011 | Artikel laatst gewijzigd : 28-11-2012

© 2018 Jongbloed Fiscaal Juristen