vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

Box 3

Prop firms en belastingheffing

Steeds meer traders verdienen geld via zogenoemde prop firms. Maar hoe worden deze inkomsten fiscaal behandeld? Vallen ze in box 1 als resultaat uit werkzaamheden of blijven ze in box 3 als vermogensinkomsten. De praktijk is minder duidelijk dan vaak wordt gedacht. In dit artikel (stand per 2026) analyseren wij de actuele wetgeving en de lijn die de belastingdienst meestal gaat bewandelen. Conclusie is de volgende

  • In de meeste gevallen geen box 1 (ontbreken van de objectieve voordeelsverwachting)
  • Box 3 alleen voor vermogensrechten (niet de tradingwinst)
  • Doorslaggevend : aantoonbare structurele trading edge

Fiscale kwalificatie van een prop firm, hoe werkt dit?

De laatste tijd, waarschijnlijk in samenhang met de aangifteperiode, ontvangen wij regelmatig vragen over de fiscale kwalificatie van inkomen uit zogenoemde prop firms. Bij een prop-firmopzet legt de trader in beginsel geen eigen handelskapitaal in. In de praktijk betaalt hij meestal eerst een challenge fee of evaluation fee om te mogen deelnemen aan een beoordelingsfase.

In die fase moet hij doorgaans handelen binnen vooraf vastgestelde kaders, zoals profit targets en dagelijkse of maximale drawdown-limieten. Slaagt hij voor die evaluatie, dan krijgt hij toegang tot een funded account of, zoals veel aanbieders het zelf noemen, een simulated funded account, waarna hij onder voorwaarden recht heeft op een vooraf afgesproken winstdeling. Het economische risico van de trader zit daarmee in de betaalde fee, het niet behalen van de doelstellingen en het verlies van toegang tot het programma bij overtreding van de regels.

Rangorderegeling wet op de inkomstenbelasting bij prop firms

In box 1 worden de inkomsten uit werk en woning belast. Box 3 ziet op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. De rangorderegeling brengt mee dat eerst moet worden beoordeeld of een voordeel in box 1 valt. Pas als dat niet het geval is, komt box 3 in beeld. Daarbij geldt wel dat box 3 niet zonder meer “de inkomsten” als zodanig belast, maar dat moet worden beoordeeld of en in hoeverre een vermogensrecht, vordering of ontvangen saldo tot het box 3-vermogen behoort. In het klassieke arrest van de Hoge Raad uit 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI0481) wordt ingegaan op de grens tussen normaal vermogensbeheer en box 1 inkomen, waar begint speculatie en waar is een voordeel redelijkerwijs te verwachten.

Logischerwijs zullen wij daarom eerst de voorwaarden toelichten waaronder inkomsten uit prop firms als box 1-inkomen kunnen kwalificeren. Voordelen zijn immers alleen in box 1 belast wanneer sprake is van een bron van inkomen. Voor zover box 1 in beeld komt, ligt bij deze categorie inkomsten eerder resultaat uit overige werkzaamheden voor de hand dan winst uit onderneming.

Uit de rechtspraak volgt dat aan de volgende eisen moet zijn voldaan voor de aanwezigheid van een bron van inkomen in box 1:

  1. er moet sprake zijn van werkzaamheden;
  2. waarmee wordt deelgenomen aan het economische verkeer;
  3. de belastingplichtige moet het verkrijgen van voordeel beogen (subjectief criterium) en
  4. het voordeel moet naar maatschappelijke opvattingen kunnen worden verwacht (objectief criterium).

De derde en de vierde voorwaarde worden gezamenlijk ook wel het voordeelvereiste genoemd. Of aan de genoemde eisen is voldaan, moet worden beoordeeld naar de situatie ten tijde van het verrichten van de werkzaamheden. Onderstaand worden de vereisten afzonderlijk toegelicht.

(1) Werkzaamheden en inkomsten uit prop firms

Het eerste vereiste betreft de werkzaamhedentoets . Daarbij staat de vraag centraal of het behaalde voordeel zijn oorzaak vindt in werkzaamheden die aan de belastingplichtige kunnen worden toegerekend. Juist op dit punt ontstaat in de praktijk vaak discussie. De kernvraag is dan of het voordeel voortvloeit uit arbeid, kennis, kunde of een specifieke methode, of dat het resultaat uiteindelijk vooral wordt verklaard door speculatieve marktbewegingen. Die afbakening speelt ook bij daytrading en cryptohandel een prominente rol. De enkele omstandigheid dat intensief wordt gehandeld, veel tijd wordt besteed en professionele hulpmiddelen worden gebruikt, is daarvoor niet steeds voldoende.

(2) Deelname aan het economisch vekeer bij handel in prop firms

Het tweede vereiste ziet op de deelname aan het economische verkeer. Dit criterium dientter afbakening van activiteiten binnen de privésfeer, die niet als bron van inkomen worden aangemerkt. Zo is er bijvoorbeeld geen sprake van deelname aan het economisch verkeer indien werkzaamheden uitsluitend plaatsvinden binnen de familiesfeer. Bij het handelen via een propfirm zal doorgaans sprake zijn van deelname aan het economische verkeer omdat sprake is van transacties tussen partijen buiten de persoonlijke levenssfeer.

(3) Voordeel beogen bij traden of handel in prop firms

Het derde vereiste betreft het oogmerk om voordeel te behalen. De belastingplichtige moet de intentie hebben om winst te maken. In de context van traden via propfirms zal meestal aan dit vereiste zijn voldaan. De trader neemt immers tegen betaling deel aan een programma dat erop is gericht hem, na succesvolle evaluatie, te laten delen in positieve handelsresultaten.

(4) Voordeel redelijkerwijs te verwachten bij handel in prop firms

Het vierde vereiste is vaak het lastigst te beoordelen en vormt in de praktijk het grootste discussiepunt. Het houdt in dat er ook redelijkerwijs voordeel te verwachten moet zijn. Dit criterium speelt een centrale rol bij het onderscheid tussen normaal vermogensbeheer (box 3) en meer dan normaal vermogensbeheer (box 1).

De Hoge Raad heeft al geoordeeld dat een louter speculatief uitzicht op voordeel onvoldoende is. In recentere rechtspraak over intensieve daghandel is die lijn bevestigd: ook bij zeer actieve handel met professionele tools kan box 1 achterwege blijven als geen objectieve voordeelsverwachting aanwezig is. Daar staat tegenover dat box 1 juist wel in beeld kan komen wanneer het voordeel voortvloeit uit een aantoonbare en reproduceerbare methode, bijvoorbeeld doordat marktimperfecties structureel worden benut.

Als inkomsten uit prop firms niet kwalificeren als een bron van inkomen in box 1, komt box 3 in beeld. Dat betekent echter niet zonder meer dat “de winst uit het traden” als zodanig in box 3 wordt belast. Beoordeeld moet worden of en in hoeverre sprake is van een bezitting, vordering, vermogensrecht of ontvangen saldo dat op de peildatum tot het box 3-vermogen behoort.

Ook in een uitspraak van de Rechtbank Noord Nederland d.d. 4 april 2014 kwam de arbitrage handel bij crypto aan de orde, lees ook dit artikel over daytraden (toch geen onderneming).

Traden via een prop firm

In de kern bezien is het hoogst onzeker of een trader uberhaupt een voordeel gaat realiseren. Hij loopt het risico dat hij de door hem betaalde fee verliest wanneer hij de challenge niet haalt, de drawdown-limieten overschrijdt of anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de prop firm. 

Daarnaast geldt dat bij veel prop firms eerst in een gesimuleerde omgeving wordt gehandeld en dat pas na succesvolle afronding van de evaluatiefase onder voorwaarden aanspraak ontstaat op winstdeling. Juist die opzet maakt dat een objectieve voordeelverwachting in fiscale zin niet zonder meer voor de hand ligt.

Daarom is goed verdedigbaar dat in de standaardpropfirmcasus geen sprake is van een bron van inkomen in box 1. Zolang het resultaat in overwegende mate afhankelijk blijft van onzekere marktbewegingen en niet van een aantoonbare, structurele kennisvoorsprong, marktimperfectie of andere reproduceerbare edge, ontbreekt veelal de objectieve voordeelverwachting die voor box 1 is vereist.

In dat geval moet vervolgens worden beoordeeld of en in hoeverre een vermogensrecht, vordering of ontvangen saldo in box 3 in aanmerking wordt genomen. Dat kan anders zijn indien de trader beschikt over een aantoonbare en structurele voorsprong waarmee het voordeel niet langer hoofdzakelijk speculatief van aard is. In zo’n situatie kan box 1, veelal in de vorm van resultaat uit overige werkzaamheden, alsnog aan de orde komen.

De overweging uit een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland kan daarbij mee in overweging worden betrokken. De Rechtbank overwoog ten aanzien van inkomsten van een daytrader:

  • "De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet aannemelijk is geworden dat het resultaat dat eiser heeft behaald met het beleggen in (c.q. aan- en verkopen van) effecten voortvloeit uit iets anders dan de koersbeweging van de effecten tussen de momenten van aan- en verkoop daarvan. Vaststaat dat eiser een substantiële hoeveelheid arbeid heeft verricht en dat hij beschikt over deskundigheid en ervaring, maar niet vast is komen te staan dat dit meebrengt dat objectief naar maatschappelijke opvattingen beoordeeld, eiser het koersverloop van de effecten heeft kunnen voorspellen of beïnvloeden en daardoor een hoger beleggings-/handelsresultaat heeft behaald."

In deze overweging zit hem de kruks voor het onderscheid tussen inkomen in box 1 en inkomen in box 3. De overweging kan naar onze mening worden doorgetrokken naar inkomsten die een trader uit een prop firm ontvangt. 

Bronnen inzake prop firms en daytraden

Hoge Raad d.d. 9 oktober 2009 ECLI:NL:HR:2009:Bi0481

Hoge Raad 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2071

Rechtbank Noord Nederland d.d. 4 april 2024 ECLI:NL:RBNNE:2024:1216

Rechtbank Noord-Holland 17 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:14105

Vragen over vermogen in box 1 of box 3?

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Deel deze pagina

Laatste update op 19-03-2026
Artikel gemaakt op 19-03-2026
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Inkomstenbelasting Box 3 Prop firms en belastingen

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap