Financiering van werknemersparticipaties
Wekelijks adviseren bij ondernemers, DGA's en familiebedrijven over werknemersparticipaties, bonusstructureren, SAR's en overige opties. De insteek is helder, het op langere termijn belonen en binden van werknemers. Een bonus heeft vaak een korte termijn doelstelling en een participatie een langetermijn doelstelling. Ook vanuit de onderneming heeft een participatie een voordeel, de liquiditeit blijft langer in de onderneming, cash out is pas al doel (bijvoorbeeld verkoop) is gerealiseerd. Het geld blijft dus beschikbaar voor groei en investeringen in de onderneming.
Werknemersparticipaties wat zijn de belangrijkste discussiepunten
In de praktijk botst het ideale beeld met twee discussiepunten:
- Belastingdienst: de waardering van de aandelen
- Bank: de financiering van de verwerving van de aandelen
Het bijzondere is dat volgens de staatssecretaris er geen grote wettelijke of fiscale obstakels zijn, een ontnuchterend standpunt. De brief maakt wel melding van een aantal aandachtspunten.
- waardering van niet beursgenoteerde aandelen
- de doorlooptijd van het vooroverleg over de waardering
- de mogelijke impact van een vermogensaanwas belasting in box 3
- de niet aftrekbaarheid van geschonken aandelen in de vennootschapsbelasting
Financiering van een werknemersparticipatie, hoe werkt dit?
Een werknemer beschikt zelden over voldoende eigen middelen om de aandelen te kunnen kopen. Een bank is daartoe niet altijd bereid. Dan blijft er nog een andere optie, de werkgever (verkoper) gaat de koopsom financieren. De vraag die dan naar voren komt is of de voorwarden (rente/aflossing/zekerheid) marktconform zijn. Is de rente te laag dan geniet de werknemer een voordeel, dit noemen we loon.
Sinds het kennisgroepstandpunt uit 2025 (KG:204:2025:2) is er meer houvast omtrent de financiering van werknemersparticipaties. De kennisgroep ziet 4 categorien:
- Hoofdsom ≤ € 75.000. Voor de rente kan worden aangesloten bij de laagste van de marktrente van een persoonlijke lening en een effectenkrediet. De LTV is dan niet relevant; de werkgever mag de volledige koopsom financieren. Banken verstrekken persoonlijke leningen tot ongeveer dit bedrag immers zonder aanvullende zekerheden, mits er voldoende terugbetalingscapaciteit is.
- Hoofdsom > € 75.000 en LTV tot 70%. Voor de rente kan worden aangesloten bij de voorwaarden en rentes van een effectenkrediet. Dit geldt voor het hele bedrag, niet alleen voor het deel boven € 75.000.
- Hoofdsom > € 75.000 en LTV van 100%. De rentevergoeding wordt afgeleid uit het risico en rendement van het gefinancierde vermogensinstrument zelf en tendeert volgens de Kennisgroep naar de vermogenskostenvoet van de onderliggende aandelen.
- Hoofdsom > € 75.000 en LTV tussen 70% en 100%. De rente ligt tussen de effectenkredietrente en de kostenvoet van het gefinancierde vermogensinstrument, vast te stellen volgens een aldaar genoemde formule.
Is maximaal financieren van een werknemersparticipatie mogelijk?
Voor participaties boven de € 75.000 - die volledig door de werkgever worden gefinancierd - zal er altijd een discussie ontstaan over het zakelijkheidscriterium. Een onafhankelijke financier zal dit immers ook niet staan te springen om 100% te financieren. De onderliggende waarde van de aandelen en eventueel overige zekerheden bepalen of de financiering wordt verstrekt.
De conclusie van het kennisgroep standpunt is dat bij een lage hoofdsom of een LTV van 70% er niet veel aan de hand is.
Bij de andere opties loopt de rente snel op. Bij een LTV van 90% en een rente op effectenkrediet van 5% (en geeiste kostenvoet van 35%) bedraagt de rente 5% + (20%/30%) x 30% = 25%. Dit gaat dus niet werken. Het kennisgroepstandpunt geeft wel een zijweg. De belastingplichtige is vrij een andere werkwijze te volgen, mits de rente zakelijk is (gezien het geheel van de voorwaarden en de financiele situatie bij de werknemer).
De kennisgroep neemt ook een aantal standpunten in die lastig te begrijpen zijn. De belangrijkste
- Kredietrisico versus ondernemersrisico: de kennisgroep veronderstelt dat het kredietrisico op een lening tendeert naar het risico op de verkochte aandelen en dat een geldverstrekker daarom recht zou willen houden op de positieve waarde ontwikkeling van de onderliggende aandelen. Dit is onjuist, een bank kijkt naar het risico dat rente en aflossing niet kunnen worden betaald en zal dus nite de ontwikkeling van aandelen beoordelen.
- Rente wordt verbonden aan de KEL (Kostenvoet eigen vermogen levered). Dit is aan aandeelhoudersmaatstaf en deze is niet bedoeld voor de beoordeling van een financiering. Dit staat ook op gespannen voet met jurisprudentie zoals de Hoge Raad d.d. 9 mei 2008 ECLI:NL:HR:2008:BD1108 en Hoge Raad 25 november 2011 ECLI:NL:HR:2011:BN3442.
- Onzakelijke lening: het standpunt van de kennisgroep suggereert dat bij enkele onzakelijke voorwaarden de gehele lening onzakelijk is. Logisch zou zijn om enkel alleen het deel dat de marktconforme norm te boven gaat als onzakelijk te zien.
Samenhang tussen lucratief belang en werknemersparticipatie hoe werkt dit?
De financier staat niet op zichzelf. Wordt de financiering als onzakelijk aangemerkt dan neemt het rendement op de aandelen toe en kan, bij een hoog rendement, de lucratief belang bepaling voor overige vermogensrechten in beeld komen. In het arrest van de Hoge Raad d.d. 14 april 2023 (ECLI:NL:HR:2023:557) wordt vastgesteld dat vermogensrechten economisch vergelijkbaar zijn met achtergestelde soortaandelen - en dus pas als lucratief belang kwalificeren - als een hefboomeffect van meer dan 1 op 10 ontstaat. Het verwijzigingshof (ECLI:NL:GHDHA:2024:534) oordeelde vervolgens dat geen lucratief belang aanwezig was (waardeverlies niet aftrekbaar).
Recenter kwam de kennisgroep (KG:059:2026:1) met een nadere uitwerking tussen een onzakelijke financiering en het beloningsoogmerk bij incourante aandelen waarbij 90% wordt gefinancierd. De onzakelijke lening kan een aanwijzing zijn dat de geldverstrekker een ander doel nastreeft dan enkel een aankoop van een participatie financieren (dus beloningsoogmerk). Er komt in 2028 nieuwe wetgeving over het lucratief belang, dit zou per 2026 worden ingevoerd maar is dus uitgesteld.
Noot fiscaal jurist inzake werknemersparticipatie
Bij een financiering tot € 75.000 is het kennisgroep standpunt een welkome en werkbare handreiking. Voor grotere financiering moet de ondernemer en de werknemer voorzichtig zijn, vooroverleg heeft dan ook vaak de voorkeur. Het risico dat achteraf sprake is van een lucratief belang (box 1) is immers veel te groot. Wij verwachten de komende periode wel meer kennisgroepstandpunten waardoor de financiering van werknemersparticipaties duidelijker gaat worden.
Vrijblijvende offerte voor werknemersparticipatie ?
Meer weten van financiering werknemersparticipaties
- Werknemersparticipatie bij familiebedrijven
- Werknemersparticipatie in box 2 of box 3
- Kosten werknemersparticipatie niet aftrekbaar
- Werknemersparticipatie en waardering
- Waardering bij werknemersparticipatie
- Lucratief belang werknemersparticipatie
- Advieskosten werknemerparticipatie
- Belonen werknemers via participatie
- Werknemersparticipatie en belastingen
- Fiscale mogelijkheden werknemersparticipatie
- Werknemersparticipatie wat is aftrekbaar en wat niet
- Preferente aandelen bij werknemersparticipatie
- Lucratief belang risico bij werknemersparticipatie
- Bonus werknemer soms niet fiscaal aftrekbaar
- Loon 1.800.000 belastingvrij in Nederland
- Cashbonus gewoon aftrekbaar
