Excessief lenen en wonen in buitenland
DGA’s lenen regelmatig vanuit hun BV geld uit aan hun kinderen. Bijvoorbeeld voor de aankoop van een woning. Maar wat gebeurt er als dat kind in het buitenland woont? Telt die schuld dan mee voor de regeling excessief lenen bij de eigen BV? De Belastingdienst heeft hierover op 4 februari 2026 een kennisgroepstandpunt gepubliceerd. Daaruit blijkt dat een lening aan een in het buitenland wonend kind onder voorwaarden toch kan kwalificeren als eigenwoningschuld. In dat geval telt de lening niet mee voor de grens van excessief lenen in box 2.
De regeling excessief lenen belast schulden boven de drempel bij de eigen BV in box 2. Eigenwoningschulden blijven buiten deze regeling. De regeling excessief lenen heeft als doel te voorkomen dat DGA’s belastingheffing in box 2 langdurig uitstellen door geld te lenen van hun eigen vennootschap. Wanneer de totale schuld van de DGA en verbonden personen boven de drempel van € 500.000 uitkomt, wordt het meerdere belast als fictief regulier voordeel in box 2.
Lening aan kind DGA in buitenland en excessief lenen
Kan een lening van een BV aan een in het buitenland wonend kind worden aangemerkt als een eigenwoningschuld voor de regeling excessief lenen? Dit is belangrijk omdat eigenwoningschulden niet meetellen bij het bepalen van het bovenmatige deel van schulden aan de eigen BV. Als de lening wél meetelt, kan dit leiden tot een fictief dividend in box 2. Als de lening kwalificeert als eigenwoningschuld, wordt die schuld buiten beschouwing gelaten.
Wat is een eigen woning schuld bij excessief lenen?
- de lening is aangegaan voor de aankoop van een eigen woning
- er een annuïtaire of lineaire aflossingsverplichting overeengekomen
- de lening in maximaal 360 maanden wordt afgelost
- er wordt voldaan aan de aflossingseis
Wanneer een eigenwoningschuld wordt aangegaan bij een eigen BV, moet bovendien een hypotheekrecht op de woning aan de vennootschap zijn verstrekt. Soms moet deze informatie ook aan de Belastingdienst worden verstrekt bij de aangifte.
Praktisch stappenplan voor excessief lenen en eigen woning schuld aan familielid
- Bepaal of het kind een verbonden persoon is.
- Controleer of de lening verband houdt met een eigen woning.
- Stel een annuïtair aflossingsschema op.
- Zorg dat de looptijd maximaal 360 maanden bedraagt.
- Vestig een zekerheidsrecht op de woning, meestal via notaris
- Leg alle voorwaarden schriftelijk vast (en ondertekenen). Zorg voor datum stempel en vastlegging datum, bijvoorbeeld door document na ondertekening per mail te versturen aan uw zoon of dochter
- Controleer jaarlijks of aan de aflossingseis wordt voldaan.
- Monitor de totale schuldpositie bij de BV.
- Laat uw fiscaal jurist bij de totstandkoming even meekijken.
Wanneer telt een lening van de BV niet mee voor excessief lenen?
Dat is het geval wanneer de lening kwalificeert als eigenwoningschuld. De lening moet dan zijn aangegaan voor de eigen woning en voldoen aan de aflossings- en looptijdeisen van artikel 3.119a Wet IB 2001.
Geldt dit ook voor woningen in het buitenland?
Ja, volgens het kennisgroepstandpunt kan dit. Voorwaarde is dat de lening zou kwalificeren als eigenwoningschuld als de woning onder de Nederlandse box-1-heffing zou vallen.
Wat controleert de Belastingdienst in de praktijk?
De belastingdienst kijkt vooral naar:
- het gebruik van de lening
- gebruik van de woning, is het eigen woning?
- het aflossingsschema
- de aanwezigheid van een hypotheekrecht
- de totale schuldenpositie bij de BV.
Wanneer is vooraf overleg met de Belastingdienst verstandig?
Bij grote leningen of complexe internationale situaties kan het verstandig zijn om vooraf overleg met de belastingdienst aan te gaan. Dit speelt met name ook bij leningen aan kinderen in landen waarmee geen belastingverdrag bestaat en/of sprake is van complexe leningen.
De fiscale behandeling van leningen tussen een BV en familieleden en/of de DGA blijft sterk afhankelijk van de concrete feiten. Zeker bij internationale situaties spelen naast de Nederlandse regels ook buitenlandse zekerheidsrechten en civielrechtelijke aspecten een rol. In de praktijk blijkt dat de kwaliteit van de leningsovereenkomst, het aflossingsschema en de zekerheden vaak doorslaggevend zijn bij een beoordeling door de Belastingdienst.
Kennisgroep standpunt inzake Eigenwoningschuld van buitenlands verbonden persoon en excessieflenenregeling
Op 4 februari 2026 heeft de kennisgroep van de Belastingdienst een standpunt (KG:003:2026:2) uitgebracht over de vraag of de schuld van een in het buitenland wonende verbonden persoon een eigenwoningschuld kan zijn als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001.
De beoordeling hiervan is van belang voor de regeling excessief lenen. Deze regeling excessief lenen telt naast de schulden van de DGA ook de schulden van verbonden personen. Buiten aanmerking bij excessief lenen blijven de eigenwoningschulden. Het kunnen kwalificeren als eigenwoningschulden van aan buitenlandse verbonden personen verstrekte leningen kan afrekening als fictief regulier voordeel in box 2 verlagen of voorkomen.
In de gepresenteerde casus gaat het om dochter Y, niet belastingplichtig in Nederland, die voor de aankoop van een woning gelden leent van de BV van vader X. Dochter Y kwalificeert als een met X verbonden persoon als bedoeld in artikel 4.14b, eerste lid Wet IB 2001.
De kennisgroep is van mening dat de lening van dochter Y onder voorwaarden kan kwalificeren als eigenwoningschuld voor de excessieflenenregeling in box 2. De kennisgroep is van mening dat dit mogelijk is, als de woning onder de Nederlandse belastingheffing in box 1 zou vallen (hoofdverblijf en duurzaam ter beschikking) en de lening zou kwalificeren als eigenwoningschuld. Daarnaast moet de lening voldoen aan de causaliteitseis (aantoonbaar gebruikt voor de eigen woning) en de fiscale aflossingseis (annuïtair of lineair, maximaal 360 maanden). Daarnaast moet er een recht van hypotheek zijn verstrekt aan de vennootschap.
De kennisgroep stelt dat, omdat een niet in Nederland belastingplichtige persoon niet aan de voorwaarde (informatieverstrekking) gesteld in artikel 3.119a, eerste lid, onderdeel d Wet IB 2001 kan voldoen, het redelijk en passen is binnen doel en strekking van de regeling van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f Wet IB 2001 dat deze voorwaarde buiten beschouwing blijft.
Noot fiscaal jurist inzake excessief lenen
De kennisgroep heeft niet aangegeven in hoeverre een buitenlands zekerheidsrecht aan de eisen van een hypothecaire geldlening voldoet. De Nederlandse wet vereist een zekerheid op de woning. Dit hoeft niet per se een Nederlands hypotheekrecht te zijn, zolang het recht zakelijke zekerheid biedt, het op de woning rust en afdwingbaar is naar lokaal recht. De beoordeling of een lening voldoet aan de eisen van een hypothecaire lening zou dus nog wel tot discussie kunnen leiden. Daarnaast wordt niet duidelijk gemaakt wanneer een buitenlands zekerheidsrecht gelijkwaardig is aan een Nederlands hypotheekrecht. Vragen over excessief lenen of familiefonds? Neem gerust contact met ons op via onderstaand formulier
Vragen over familiefonds of lening aan kinderen?
Meer weten van excessief lenen en wonen in buitenland
- Excessief lenen en buitenland
- Excessief lenen in strijd met EU recht
- Bezwaar tegen excessief lenen
- Vragen excessief lenen
- Excessief lenen bij emigratie en immigratie
- Toelichting wet excessief lenen bij eigen vennootschap
- Excessief lenen bij de eigen vennootschap
- Oplossingen excessief lenen
- Excessief lenen DGA
