Landinformatie Nederland
BV fiscaal sneller voordelig voor ZZPer, eenmanszaak of VOF
De IB-onderneming verliest terrein: wanneer is een BV aantrekkelijker?
De keuze tussen ondernemen als natuurlijk persoon en ondernemen via een besloten vennootschap (hierna: BV) wordt vaak herleid tot één vraag: vanaf welke winst is een BV fiscaal voordeliger? Die benadering is begrijpelijk, maar te eenvoudig. Deze uitgebreide whitepaper kan u hierbij helpen.
Waardoor wordt het omslagpunt bij inbreng in BV bepaald?
Het fiscale omslagpunt wordt bepaald door meerdere omstandigheden, de belangrijkste:
- De jaarwinst in het lopende en komende belastingjaar;
- De privé behoefte (opnamen) van de ondernemer;
- De hoogte van gebruikelijk loon;
- De beloning en het inkomen van de meewerkende partner;
- Het recht op toeslagen bij keuze voor de BV;
- Overweging of de onderneming binnen 5 jaar wordt verkocht;
- De mogelijkheid om (over)winst in de BV te laten en
- De kosten van de gekozen rechtsvorm.
Belangrijke nieuwe overweging bij inbreng in de BV
Een belangrijke nieuwe overweging daarbij is de pseudo-eindheffing voor niet elektrische auto’s waar BV’s vanaf 1 januari 2027 mee te maken krijgen (en eenmanszaken nog niet)!
IB ondernemer fiscaal minder aantrekkelijk
Het is duidelijk dat de fiscale positie van de IB-ondernemer de afgelopen jaren minder aantrekkelijk is geworden. Met name de afbouw van de zelfstandigenaftrek en de beperking van de MKB-winstvrijstellinghebben het verschil tussen ondernemen in de inkomstenbelasting en ondernemen via een BV verkleind. Daardoor kan een BV bij een lagere winst in beeld komen dan in het verleden het geval was.
Waarom een BV sneller interessant is?
Een ondernemer met een eenmanszaak of een aandeel in een personenvennootschap wordt voor zijn aandeel in de ondernemingswinst rechtstreeks belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Het uitgangspunt is daarbij dat de volledige jaarwinst wordt belast, ongeacht of deze winst aan de onderneming wordt onttrokken of binnen de onderneming beschikbaar blijft.
De IB-ondernemer kan onder voorwaarden aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Het financiële belang daarvan is echter afgenomen.
- De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 nog € 1.200. Hiervoor moet de belastingplichtige onder meer ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting en voldoen aan het urencriterium. Het belastingvoordeel van de aftrek wordt bovendien berekend tegen maximaal 37,56%.
- Daarnaast geldt de MKB-winstvrijstelling. Deze bedraagt in 2026 12,7% van de winst nadat deze is verminderd met de ondernemersaftrek. Ook het voordeel van deze vrijstelling wordt in 2026 berekend tegen maximaal 37,56%. De MKB-winstvrijstelling blijft daarmee een relevante faciliteit, maar compenseert slechts gedeeltelijk voor de belastingheffing in box 1. De vrijstelling verlaagt bovendien ook een eventueel ondernemingsverlies. In een verliesjaar kan zij daardoor juist nadelig uitwerken.
De fiscale positie van de IB-ondernemer wordt vanaf 2027 verder versoberd.
De zelfstandigenaftrek daalt in 2027 naar € 900, terwijl de MKB-winstvrijstelling naar verwachting 12,7% blijven bedragen. Daarnaast is voorgesteld om ook andere ondernemersfaciliteiten, waaronder de startersaftrek en stakingsaftrek, verder af te bouwen. Hierdoor neemt het fiscale voordeel van ondernemen in de inkomstenbelasting verder af en kan de overstap naar een BV eerder aantrekkelijk worden.
Een andere heffingssystematiek bij de inbreng in de BV
Bij een BV wordt de ondernemingswinst in eerste instantie belast met vennootschapsbelasting. Voor zover de aandeelhouder werkzaamheden voor de BV verricht, moet daarnaast rekening worden gehouden met de gebruikelijk-loonregeling van artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964. Een latere uitkering van de na vennootschapsbelasting resterende winst wordt bij de aandeelhouder belast in box 2.
De fiscale aantrekkelijkheid van een BV ligt daarom niet uitsluitend in een vergelijking van de tarieven. Van groter belang is dat de belastingheffing over winst die niet als loon of dividend wordt uitgekeerd, gedeeltelijk kan worden uitgesteld. Na betaling van vennootschapsbelasting kan de winst binnen de BV beschikbaar blijven voor investeringen, versterking van het werkkapitaal of vermogensopbouw. De heffing in box 2 vindt in beginsel pas plaats zodra winst aan de aandeelhouder wordt uitgekeerd. Lees ook dit artikel over salaris of dividend uitkeren, wat is voordeliger?
Dit uitstelvoordeel is met name relevant voor ondernemers die niet de volledige ondernemingswinst nodig hebben voor hun privé-uitgaven. Wie de winst ieder jaar vrijwel geheel aan de BV moet onttrekken in de vorm van loon en dividend, heeft veel minder profijt van deze heffingssystematiek.
Omslagpunt eenmanszaak inbrengen in de BV
In de praktijk wordt regelmatig gewerkt met een vast winstniveau waarboven een BV voordeliger zou zijn. Een dergelijk algemeen omslagpunt bestaat echter niet. Voor een goede overweging is in ieder geval de volgende informatie relevant:
- De structurele winst vóór ondernemersbeloning;
- De omvang van het gebruikelijk loon;
- De privé-uitgaven van de ondernemer;
- Het gedeelte van de winst dat binnen de BV kan worden behouden;
- De toepasselijke ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling;
- De belastingheffing over toekomstige dividenduitkeringen;
- De aanvullende oprichtings-, loonadministratie- en jaarrekeningkosten;
- De gewenste investerings- en vermogensopbouw;
- De mogelijkheid van verkoop, staking of bedrijfsopvolging.
Van IB-ondernemer naar BV: ruisend of geruisloos?
Wanneer een IB-ondernemer besluit zijn onderneming voort te zetten in de vorm van een BV, moet worden bepaald op welke wijze de bestaande onderneming fiscaal wordt overgedragen. Daarbij kan in hoofdlijnen worden gekozen tussen een geruisloze omzetting en een ruisende inbreng. Het belangrijkste verschil is het moment waarop wordt afgerekend over de in de onderneming aanwezige stille reserves, fiscale reserves en goodwill en de mogelijkheden ten aanzien van de fiscaal terugwerkende kracht.
Geruisloze inbreng in de BV
Bij een geruisloze inbreng op grond van artikel 3.65 Wet IB 2001 hoeft
niet direct te worden afgerekend over de stille reserves, fiscale reserves
en goodwill. De bestaande fiscale claims worden doorgeschoven naar de BV.
Onder voorwaarden kan daarbij gebruik worden gemaakt van een voorperiode
en terugwerkende kracht. Met een tijdig opgestelde en geregistreerde intentieverklaring
of voorovereenkomst wordt het voornemen tot omzetting en het gewenste overgangstijdstip
vastgelegd. Dit moet worden onderscheiden van het verzoek om toepassing
van de geruisloze omzetting: de intentieverklaring legt het voornemen vast,
maar vormt niet zelf het verzoek om toepassing van artikel 3.65 Wet IB
2001. Bij een geruisloze omzetting kan onder voorwaarden maximaal 9 maanden
terugwerkende kracht worden verkregen, als de intentieverklaring voor deze
9 maanden is geregistreerd bij de belastingdienst is deze termijn zelfs
15 maanden.
- Tip: overweegt u een omzetting naar een BV? Dan kan omzetting nog in 2026 extra interessant zijn. Vanaf 2027 geldt de pseudo-eindheffing voor niet-elektrische personenauto’s, terwijl voor bestaande situaties overgangsrecht geldt. Wanneer de BV na 1 januari 2027 wordt opgericht geldt naar verwachting het overgangsrecht niet, hierdoor wordt u geconfronteerd met een eindheffing van 12% over de cataloguswaarde per jaar. Dit terwijl de auto al in 2026 (of eerder) al in uw bezit was. In dit artikel kunt u meer lezen over de pseudo-eindheffing voor niet-elektrische personenauto’s.
Ruisende inbreng in de BV
Bij een ruisende inbreng wordt de IB-onderneming fiscaal gestaakt en moet in beginsel worden afgerekend over de aanwezige stille reserves, fiscale reserves en goodwill. Daartegenover staat dat de BV de onderneming tegen de hogere overdrachtswaarden kan verkrijgen, hetgeen invloed kan hebben op de toekomstige afschrijvingsmogelijkheden.
Bij een ruisende inbreng kan de onderneming onder voorwaarden vanaf een eerder fiscaal overgangstijdstip voor rekening en risico van de BV worden gedreven. Voor de voorovereenkomst of intentieverklaring geldt daarbij een terugwerkende kracht van maximaal drie maanden. De BV kan vervolgens op een later moment worden opgericht, echter niet later dan 9 maanden als terugwerkende kracht naar 1 januari van dat jaar wenselijk is.
Noot fiscaal jurist inzake inbreng in de BV
De keuze voor een omzetting naar een BV blijft maatwerk en is niet alleen afhankelijk van fiscale overwegingen. Daarbij is de naderende pseudo-eindheffing voor niet-elektrische personenauto’s een nieuw aanknopingspunt om een BV te heroverwegen en kan het raadzaam zijn om dit jaar nog tot oprichting van de BV over te gaan waardoor nog gebruik kan worden gemaakt van het overgangsrecht. Laat daarom tijdig beoordelen welke rechtsvorm en wijze van inbreng in uw situatie het meest passend is.
Vrijblijvende offerte voor inbreng eenmanszaak of VOF in de BV?
Meer weten van bv fiscaal sneller voordelig
- Geruisloze inbreng in BV
- Terugwerkende kracht inbreng BV
- Geruisloze inbreng bij samenwerking
- Voordelen en advies inbreng in de BV
- Nieuw besluit geruisloze inbreng in de BV
- Inbreng in de BV en bedrijf verkopen
- Geruisloze inbreng met holdingstructuur
- Inbreng in bv en loonbelastingsubsidie
- Ruisende of geruisloze inbreng
