Dividenduitkering in 2026 voor de DGA niet altijd voordelig
Hoewel het lage box 2-tarief aantrekkelijk lijkt bij het uitkeren van dividend, kan de uiteindelijke belastingdruk aanzienlijk hoger uitvallen door de afbouw van de heffingskortingen. Vanaf 2025 telt een dividenduitkering vanuit de eigen bv namelijk mee voor de hoogte van deze heffingskortingen, waardoor de kans groot is dat de heffingskortingen aanzienlijk worden afgebouwd of zelfs geheel komen te vervallen. In dit artikel lichten wij nader toe hoe dit uitwerkt in de praktijk.
DGA en dividenduitkering in box 2
Wie meer dan 5 procent van de aandelen in een bv bezit, wordt voor de inkomstenbelasting aangemerkt als aanmerkelijkbelanghouder. De voordelen uit het aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld een dividenduitkering) worden belast in box 2, waarbij twee tariefschijven gelden. Een voordeel tot € 68.843 (voor fiscaal partners geldt een bedrag van € 137.686) wordt belast tegen 24,5 procent, het meerdere wordt belast tegen 31 procent.
De daadwerkelijke belastingdruk op dividenduitkeringen kan echter vele malen hoger uitvallen. Dit heeft namelijk te maken met de afbouw van de heffingskortingen.
Heffingskortingen en gevolgen dividenduitkering DGA in box 2
Een heffingskorting is een vermindering op het te betalen bedrag aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Welke heffingskortingen je krijgt, hangt af van de persoonlijke situatie. Zo heeft iedereen recht op de algemene heffingskorting. Als je daarnaast ook nog eens werkt in loondienst of als zzp’er, dan heb je tevens recht op de arbeidskorting.
Naast de algemene heffingskorting en arbeidskorting kun je onder voorwaarden recht hebben op één of meer van de volgende heffingskortingen:
- Inkomensafhankelijke combinatiekorting;
- Ouderenkorting;
- Jonggehandicaptenkorting; en
- Heffingskorting voor groene beleggingen.
De algemene heffingskorting en ouderenkorting zijn afhankelijk van de hoogte van het verzamelinkomen. Het verzamelinkomen is het totale inkomen uit box 1, box 2 en box 3. Naarmate het verzamelinkomen stijgt, dalen de heffingskortingen.
De algemene heffingskorting bedraagt € 3.115, of € 1.556 indien de AOW-leeftijd reeds is bereikt. Deze korting wordt verminderd met 6,398 procent van het inkomen boven de € 29.736. Voor AOW-gerechtigden is dit percentage 3,195 procent. Hierdoor is bij een inkomen van € 78.426 de algemene heffingskorting helemaal afgebouwd.
Voor AOW’ers komt daar nog de afbouw van de ouderenkorting van € 2.067 bij. Bij een inkomen vanaf € 46.002 wordt deze korting met 15 procent per euro afgebouwd. De ouderenkorting is bij een inkomen van € 59.782 volledig afgebouwd.
Indien het inkomen van de aanmerkelijkbelanghouder in box 1, 2 en 3 als gevolg van een dividenduitkering boven de grensbedragen voor de heffingskortingen uitkomt, kost een dividenduitkering hem niet alleen het box 2-tarief maar ook het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting. Voor de aanmerkelijkbelanghouder die reeds de AOW-leeftijd heeft bereikt komt hier het afbouwpercentage van de ouderenkorting nog eens bij op. De belastingdruk over de dividenduitkering kan in die laatste situatie oplopen tot ruim 42 procent (= 24,5 procent + 3,19 procent + 15 procent).
Voorbeeld dividenduitkering DGA in 2026
X is 70 jaar en geniet zowel een AOW-uitkering als pensioeninkomsten. Zijn totale inkomen in box 1 bedraagt € 25.000. Als aanvulling op het inkomen keert X een bedrag van € 55.000 aan dividend uit vanuit zijn beleggings-bv. Het totale verzamelinkomen van X bedraagt hierdoor € 80.000.
Op basis van de tarieven voor 2026 wordt de dividenduitkering tegen het volgende tarief belast:
| Box 2 heffing | 24,5% |
|
| Afbouw algemene heffingskorting | 3,19% |
|
| Afbouw ouderenkorting | 15% |
|
| Totale belastingdruk | 42,69% |
|
Praktijktip voor DGA bij dividenduitkering
Het uitkeren van dividend kan in sommige situaties ook juist voordelig uitpakken, bijvoorbeeld in de situatie waarin de fiscaal partner géén inkomsten geniet. Door een deel van het dividend ter grootte van de maximale heffingskorting aan de partner toe te rekenen, kan de heffingskorting optimaal worden benut en wordt gedeeltelijk een ‘belastingvrij’ dividend genoten. Voor 2026 gaat het dan om een dividend van € 12.714. De box 2-heffing hierover bedraagt namelijk € 3.115, en dat is gelijk aan de maximale algemene heffingskorting.
Verdeling bij fiscaal partners bij dividenduitkering
Fiscaal partners hebben de mogelijkheid om onder meer het box 2-inkomen onderling vrij te verdelen. Zo kunnen zij tweemaal profiteren van de lage tariefschijf van 24,5 procent, indien aan beide partners een bedrag van € 68.843 wordt toegerekend. Beide partners krijgen in dat geval echter ook te maken met de afbouw van de heffingskortingen. Hierdoor kan het soms voordeliger zijn om een dividenduitkering niet te verdelen maar het volledige bedrag slechts aan één van beide partners toe te rekenen.
Naast het verdelen van de dividenduitkering is het ook mogelijk om de bijbehorende dividendbelasting tussen fiscaal partners onderling te verdelen. Dit hoeft niet in dezelfde verhouding te zijn. Door het optimaal verdelen van zowel de dividenduitkering als de dividendbelasting, kan de belastingheffing worden beperkt.
Noot fiscaal jurist inzake fiscaal advies voor de DGA
Het advies aan aanmerkelijkbelanghouders luidt al snel om jaarlijks dividend uit te keren tegen het lage tarief in box 2. Het jaarlijks uitkeren van dividend kan echter vervelend uitpakken indien dit de afbouw van heffingskortingen tot gevolg heeft. Hierdoor kan de belastingheffing flink oplopen, namelijk tot ruim 42 procent. Het optimaal verdelen van de dividenduitkering en betaalde dividendbelasting tussen fiscaal partners kan deze hoge belastingdruk deels beperken, maar desondanks dient voor elke situatie jaarlijks opnieuw beoordeeld te worden of het voordelig is om dividend uit te keren. Wij kijken hier graag met u in mee, stuur ons gerust een e-mail of neem contact met ons op.
