DGA uitdeling of lening
Een directeur-grootaandeelhouder had een bv en een eenmanszaak. In de vorige eeuw leende de directeur-grootaandeelhouder voor zijn eenmanszaak bedragen van zijn eigen bv. In de leningsovereenkomsten zijn weliswaar zekerheden opgenomen, maar de bv heeft deze zekerheidsrechten nooit uitgeoefend.
- Belastingplichtige stelt: Belastingdienst is te laat, uitdeling was al in de jaren negentig.
- Belastingdienst stelt: uitdeling in 2015 (moment afwaardering).
- Rechtbank en Gerechtshof stellen: Belastingdienst heeft gelijk! Uitdeling € 800.000. Formele kwijtscheling pas in 2015 en niet eerder.
In de aangifte vennootschapsbelasting 2015 van de bv is de vordering van de bv op de eenmanszaak afgewaardeerd ( met ruim € 800.000). De Belastingdienst heeft de afwaardering in de aangifte gecorrigeerd. De afwaardering wordt gezien als uitdeling aan de de directeur-grootaandeelhouder (hierna DGA). De DGA is in 2017 overleden.
Handreiking belastingdienst inzake onzakelijke lening tussen gelieerde partijen
Binnen de Belastingdienst is een handreiking opgesteld waarin aandacht wordt besteed aan de bepaling van de omvang van de bevoordeling bij het verstrekken van een onzakelijke lening aan een bv. Deze handreiking is specifiek bedoeld voor het bepalen van de omvang van de gift die besloten ligt in het verstrekken van een lening met onzakelijke voorwaarden of een onzakelijke lening en het bedrag dat op grond van de Successiewet verschuldigd is. De handreiking van 16 pagina's kunt u hier raadplegen.
Optie aankoop pand tegen te lage prijs is uitdeling aan DGA
Henk is aandeelhouder in X Holding BV en deze BV bezit alle aandelen in Y Werkmij BV. Y Werkmij BV verhuurt een bedrijfspand aan X Holding BV. In 2018 verkoopt Y Werkmij BV het bedrijfspand aan een derde. X BV blijft het bedrijfspand huren, echter tegen een te hoge huur (ruim, € 80.000) (meer dan marktconform, ongeveer € 40.000). Tevens verstrekt de derde aan Henk een koopoptie die maandelijks daalt. De inspecteur stelt dat X BV teveel huur voldoet en dat hierdoor Henk tegen een te lage waarde het bedrijfspand (in de toekomst) kan kopen. Dit noemen we een uitdeling ! De inspecteur komt achter de afspraken door een derdenonderzoek.
Er wordt een navorderingsaanslag met boete opgelegd. Volgens de Rechtbank Den Haag d.d. 21 maart 2025 ECLI:NL:RBDHA:2025:5399 heeft de inspecteur gelijk, de huurprijs die de derde in rekening brengt aan X BV is hoger dan de getaxeerde markthuur en de optie dekt het verschil tussen een normale huur en de betaalde huur. X BV wordt hierdoor armer en Henk wordt bevoordeeld (vermogensverschuiving waarbij de BV armer is geworden en de DGA rijker, aldus Hoge Raad d.d. 24 oktober 2003 ECLI:NL:HR:2003:AI0411) . De Rechtbank stelt dat Henk zich bewust moet zijn geweest van dit voordeel. Door de lange duur (redelijke termijn) wordt de boete gematigd, de basis vergrijpboete bij opzet is normaal 50% (aldus Hoge Raad d.d. 8 april 2022 ECLI:NL:HR:2022:526) en wordt bij overschrijding van de redelijk gematigd met 15% aldus het Gerechtshof Amsterdam d.d. 17 juli 2024 ECLI:NL:GHAMS:2024:2297, dit is ambtshalve toegekend en leidt dus niet tot een gegrond beroep, aldus Hoge Raad d.d. 10 februari 2023 ECLI:NL:HR:2023:175.
Het geschil (uitdeling aan DGA of niet)
In geschil is of de winstuitdeling in 2015 heeft plaatsgevonden of dat de winstuitdeling al veel eerder heeft plaatsgevonden. Als er een winstuitdeling is geweest, moet deze dan voor 50% worden toegerekend aan de echtgenote of niet?
Procedure Gerechtshof inzake uitdeling DGA
Bij het Gerechtshof is in geschil of de winstuitdeling in 2015 heeft plaatsgevonden, of dat hiervan al eerder sprake is geweest. Het belang voor de erfgenamen is uiteraard gelegen in de vraag of de correctie over een eerder jaar nog wel mogelijk was (navorderingstermijn bedraagt 5 jaar). Doorslaggevend voor de vraag of dat aan de orde is, is de vraag wanneer de gelden het vermogen van de bv definitief hebben verlaten.
Het Gerechtshof oordeelt dat de DGA en de bv zich gedurende een zeer lange periode als schuldenaar en schuldeiser hebben gedragen. Immers, in de rekening-courantverhouding tussen de DGA en de bv werd rente op de schuld steeds bijgeboekt en aflossingen werden afgeboekt. Het is dan ook aan de erfgenamen om aan te tonen dat de DGA bij het aangaan van de leningen de opgenomen gelden nooit zou kunnen terugbetalen. De erfgenamen slagen niet in deze bewijslast. Daarbij kent het Gerechtshof ook betekenis toe aan de ingediende aangiften vennootschapsbelasting van de bv; hierin is nooit een winstuitdeling aangegeven.
Noot fiscaal jurist inzake uitdeling DGA
Als geen sprake is van een nieuw feit, kan de Belastingdienst geen verkapte
dividend-correctie opleggen voor verstreken jaren.
Bij het oplopen van de rekening-courantschuld hebben in dit geval de erfgenamen
er uiteraard belang bij dat niet (meer) kan worden nagevorderd. De erfgenamen stellen
daartoe dat, zo al sprake was van dividend, hiervan in het verleden al
sprake was, en dat daardoor heffing niet meer mogelijk is; ofwel er is
geen nieuw feit, ofwel het dividend is genoten buiten de navorderingstermijn
van vijf jaren (te verlengen met eventueel uitstel voor het doen van aangifte
inkomstenbelasting).
De staatssecretaris van Financiën heeft in dit verband aangegeven dat het
opzettelijk doen van een onjuiste aangifte er niet toe kan leiden dat men
zich kan beroepen op het ontbreken van een nieuw feit. De vraag is uiteraard
of sprake is van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte. Immers,
bij controle en een voorgenomen correctie van verkapt dividend dient te
worden beoordeeld wanneer de situatie is ontstaan en wanneer dan sprake
moet zijn van verkapt dividend.
In de gevallen waarin de DGA stelt dat het verkapte dividend buiten de
navorderingstermijn is genoten, gaat de Belastingdienst er met gestrekt been
in. Zij stellen zich op het standpunt dat in die gevallen een bewust onjuiste
aangifte is gedaan, die strafrechtelijk moet worden vervolgd. Strafrechtelijke
vervolging van de DGA is in dit geval niet mogelijk, omdat hij in 2017
was overleden. De stelling van de erfgenamen was in dit geval dan ook een
'spel zonder nieten'.
Als de Belastingdienst vanwege de hoogte van de rekening-courantschuld
verkapt dividend stelt, moet altijd worden gekeken welke strategie in het
concrete geval het verstandigste is c.q. de minste risico’s met zich brengt.
Deze risico’s zijn derhalve niet uitsluitend belastingtechnisch van aard,
maar ook strafrechtelijk.
Bron uitdeling DGA
Gerechtshof
Arnhem - Leeuwarden d.d. 18 oktober 2022 ECLI:NLGHARL:2022:8889
Meer weten van dga uitdeling of lening
- Lening DGA en winstuitdeling
- DGA en rekening-courantschuld
- Rekening-courantschuld DGA
- Rekening Courant & Leenverhoudigen DGA in de BV
- DGA-salaris en rekening-courant
- Emigratie DGA en dividenduitkering
- Rekening courant overeenkomst
- Winstuitdeling DGA
- Rekening courant en uitdeling DGA
- DGA loon niet tijdsevenredig
- Lening DGA 2% niet onzakelijk
- Verzekeringsplicht DGA bij minderheidspakket
- Onzakelijke lening DGA
- Lening aan DGA kan fiscaal uitdeling zijn