vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

DGA en belastingen

Fiscale aspecten onzakelijke leningen

Binnen elk concern komen geldleningen voorbij. Civielrechtelijk is dit eenvoudig, van een geldlening is sprake als er een terugbetalingsverplichting is. In de basis volgt de fiscale wereld de civiele wereld (zie ook Hoge Raad 27 januari 1988 ECLI:NL:HR:1988:ZC3744). Er zijn echter ook uitzonderingen, fiscaal liggen leningen vaak gevoelig op het moment dat deze worden afgewaardeerd. Soms worden leningen gezien als eigen vermogen en soms als vreemd vermogen. In de genoemde procedure worden 3 uitzonderingen gemaakt, dit zijn:

  1. De bodemloze put lening : een lening onder zodanige voorwaarden en omstandigheden dat het voor de schuldeiser vanaf het begin duidelijk had moeten zijn dat aan de vordering geen waarde toekomt, dit omdat het bedrag (de vordering met rente) niet of niet volledig zal worden terugbetaald, zie ook Hoge Raad d.d. 29 oktober 2004 ECIL:NL:HR:2004:AR4761)
  2. De schijnlening: Partijen hebben in werkelijkheid een kapitaalstorting / verstrekking voor ogen gehad
  3. De deelnemerschapslening: een lening waarbij de schuldeiser in zekere mate deelneemt in de onderneming van de schuldenaar. Deze vorm is uiteindelijk ook opgenomen in de wet, zie ook Hoge Raad d.d. 25 november 2005 ECLI:NL:HR:2005:AT5958

Onzakelijke lening binnen concern: afwaardering niet aftrekbaar

De fiscale kwalificatie van leningen binnen concernverhoudingen blijft een terugkerend discussiepunt met de Belastingdienst. Met name bij structurele verliezen of afwaarderingen rijst regelmatig de vraag of sprake is van een zakelijke lening, dan wel van een zogenoemde onzakelijke lening. In een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland d.d. 10 oktober 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:5461) wordt deze problematiek opnieuw scherp afgebakend. De rechtbank oordeelt dat X BV de afwaardering op een lening aan een gelieerde vennootschap niet ten laste van haar winst kan brengen, omdat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een onzakelijke lening.

In dit artikel wordt ingegaan op de feiten, de fiscale beoordeling door de rechtbank en de aandachtspunten voor de praktijk.

Wie draagt de bewijslast bij een onzakelijke lening?

De bewijslast voor een onzakelijke lening ligt in beginsel bij de inspecteur. De inspecteur moet aannemelijk maken dat geen derde onder vergelijkbare omstandigheden een dergelijke financiering zou verstrekken. Als deze hobbel wordt genomen ligt de bewijslast daarna bij belastingplichtige om het tegendeel aannemelijk te maken.

Wanneer gaat het mis bij een lening binnen concern

❌ rekening-courant laten oplopen zonder limiet

❌ geen zekerheden of veel te lage rente

❌ winst zit elders, risico in Nederland

❌ geen periodieke krediettoets

❌ pas documenteren bij controle

Praktijkcasus van een onzakelijke lening

X BV is moedermaatschappij van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Tot deze fiscale eenheid behoort onder meer A BV. Het X-concern houdt zich bezig met online gokactiviteiten. A BV heeft gelden uitgeleend aan Q, een gelieerde vennootschap gevestigd op Malta.

In de aangifte VPB 2019 waardeert X BV de door A BV aan Q verstrekte lening af met een bedrag van € 267.017. De inspecteur accepteert deze afwaardering niet en stelt zich op het standpunt dat, voor zover het betreft de na 31 januari 2016 in rekening-courant verstrekte bedragen, sprake is van een onzakelijke lening. Na bezwaar accepteert de inspecteur slechts een beperkte afwaardering van € 28.928.

Volgens de inspecteur heeft X BV een debiteurenrisico aanvaard dat een onafhankelijke derde onder vergelijkbare omstandigheden niet zou hebben genomen, ook niet tegen een hogere rentevergoeding. De afwaardering is daarom fiscaal (grotendeels) niet aftrekbaar.

Wat is het juridische kader van een onzakelijke lening ?

Van een onzakelijke lening is sprake indien een geldverstrekking plaatsvindt onder zodanige voorwaarden en omstandigheden dat daarbij een debiteurenrisico wordt aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, terwijl dat risico ook niet kan worden gecompenseerd door een (hogere) rente. In dat geval wordt verondersteld dat het risico is aanvaard vanuit de aandeelhoudersrelatie. Latere verliezen op een dergelijke lening, waaronder afwaarderingen, blijven dan buiten aanmerking bij de winstbepaling.

De bewijslast rust in beginsel op de inspecteur, die aannemelijk moet maken dat geen sprake is van een zakelijke lening.

De Rechtbank Gelderland volgt de inspecteur in diens standpunt. De rechtbank acht doorslaggevend dat de inspecteur voldoende feiten en omstandigheden heeft aangedragen waaruit volgt dat een onafhankelijke derde de lening niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben verstrekt.

De rechtbank acht daarbij onder meer van belang:

  • Ontbreken van zekerheden: Voor de verstrekte gelden zijn geen zekerheden bedongen, terwijl het gaat om substantiële bedragen binnen een concernverhouding.
  • Financieringsstructuur van de debiteur: Q is volledig met vreemd vermogen gefinancierd. Eigen vermogen ontbreekt, waardoor het risico voor de crediteur van meet af aan aanzienlijk is.
  • Structureel negatieve solvabiliteit: De solvabiliteit van Q is vanaf het begin negatief en blijft dat ook gedurende de relevante periode. Van enige verbetering of realistisch herstelperspectief is geen sprake.
  • Economische toerekening van opbrengsten: De opbrengsten uit de gokactiviteiten komen niet toe aan A BV of X BV, maar aan de economisch rechthebbenden. Daarmee ontbreekt een directe economische rechtvaardiging voor het aanvaarden van het volledige debiteurenrisico door de Nederlandse vennootschappen.

Gelet op deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat X BV een debiteurenrisico heeft gelopen dat zodanig groot is, dat geen onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest de gelden te verstrekken, ook niet tegen een hogere rente of met een risico-opslag. De lening is dus niet at arm's length overeengekomen, zie ook Hoge Raad d.d. 25 november 2011 ECLI:NL:HR:2011:BN3442. Daarmee kwalificeren de na 31 januari 2016 verstrekte bedragen als onzakelijke lening. De afwaardering op deze lening kan daarom niet in aftrek worden gebracht op de fiscale winst. Het beroep van X BV wordt ongegrond verklaard.

Volledige lening onzakelijk of een deel van de lening onzakelijk

Dat de inspecteur uiteindelijk nog een afwaardering van € 28.928 accepteert, terwijl het grootste deel van de lening als onzakelijk wordt aangemerkt, hangt samen met het feit dat de beoordeling van de zakelijkheid per afzonderlijke geldverstrekking plaatsvindt. Met name bij een rekening-courantverhouding wordt niet de lening als geheel beoordeeld, maar moet per opname worden vastgesteld of een onafhankelijke derde onder vergelijkbare omstandigheden bereid zou zijn geweest de financiering te verstrekken.

In deze zaak stelt de inspecteur zich op het standpunt dat uitsluitend de na 31 januari 2016 verstrekte bedragen het karakter van een onzakelijke lening hebben. Daaruit volgt dat de tot dat moment uitgeleende bedragen nog als zakelijk zijn aangemerkt. Voor dit zakelijke deel van de vordering blijft een afwaardering fiscaal mogelijk. De door de inspecteur geaccepteerde afwaardering van € 28.928 ziet dan ook op dit deel van de lening.

Vanaf het moment waarop het debiteurenrisico zodanig is toegenomen dat geen onafhankelijke derde nog zou hebben gefinancierd, wordt het aanvaarden van dat risico geacht te zijn ingegeven door aandeelhoudersmotieven. Verliezen op de nadien verstrekte bedragen, waaronder afwaarderingen, blijven in dat geval fiscaal buiten aanmerking. Deze knip in de tijd verklaart waarom een beperkte afwaardering wordt toegestaan, terwijl het merendeel van de afwaardering wordt geweigerd.

Het kan soms ook zo zijn dat een zakelijke lening tijdens de looptijd een onzakelijk karakter krijgt, dit door het handelen van de een partij. Een voorbeeld hiervan is te vinden bij de Hoge Raad d.d. 1 maart 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ2735.

Advies en aandachtspunten bij een fiscaal onzakelijke lening

Deze uitspraak bevestigt opnieuw dat bij financieringen binnen een concern goed moet worden gekeken of leningen zakelijk zijn vormgegeven. In de praktijk zijn met name de volgende aandachtspunten van belang:

  1. Documenteer waarom een lening onder vergelijkbare voorwaarden ook door een derde zou zijn verstrekt;
  2. Leg de lening schriftelijk vast met een heldere datum stempel en/of opslaan op de harde schijf;
  3. Beoordeel structureel de financiële positie en solvabiliteit van de debiteur;
  4. Zorg voor passende zekerheden of een realistische risico-vergoeding;
  5. Reken een marktconforme rente;
  6. Let op situaties waarin opbrengsten niet (volledig) toekomen aan de crediteur of het concern.

Indien het debiteurenrisico feitelijk wordt gedragen vanuit aandeelhoudersmotieven, ligt het oordeel “onzakelijke lening” snel op de loer, met als gevolg dat afwaarderingen fiscaal niet aftrekbaar zijn.

Kennisgroep belastingdienst en onzakelijke leningen

De onzakelijke lening heeft ook bij de kennisgroep zijn intrede gedaan. De belangrijkste standpunten zijn de volgende:

  1. Schenking of gift bij een onzakelijke lening aan een kind (KG:063:2024:9)
  2. De invloed van een onzakelijke lening op het opgeofferde bedrag wordt in een kennisgroep standpunt uitgewerkt (KG:023:2025:5)
  3. Nagekomen rente bij een onzakelijke lening (KG:023:2024:7).

Noot fiscaal jurist inzake onzakelijke leningen binnen concernverband

De kwalificatie van een lening als zakelijk of onzakelijk is sterk feiten- en omstandighedenafhankelijk en vormt een belangrijk risico binnen concernstructuren, zeker bij internationale financieringen en structureel verlieslatende activiteiten. Deze uitspraak benadrukt dat de inspecteur, mits goed onderbouwd, met succes kan stellen dat een afwaardering buiten aanmerking moet blijven. De invloed van een onzakelijke lening op het opgeofferde bedrag wordt in een kennisgroep standpunt uitgewerkt (KG:023:2025:5), in een ander standpunt wordt ingegaan op nagekomen rente bij een onzakelijke lening (KG:023:2024:7).

Indien binnen uw concern sprake is van (rekening-courant) leningen aan gelieerde vennootschappen, of indien afwaarderingen worden overwogen, is het verstandig tijdig te beoordelen of het risico bestaat dat de lening fiscaal als onzakelijk wordt aangemerkt.

Op onze website (webshop) zijn overeenkomsten beschikbaar die kunnen helpen de lening zakelijk vorm te geven en de kans op een kwalificatie als onzakelijk te beperken. Desgewenst kunnen wij u hierbij ook inhoudelijk begeleiden en adviseren.

Discussie met de belastingdienst over onzakelijke lening? Vraag gerust vrijblijvende offerte

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Deel deze pagina

Laatste update op 09-02-2026
Artikel gemaakt op 09-02-2026
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank DGA en belastingen Onzakelijke lening en fiscale aspecten

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap