Volg ons op:

U bevindt zich hier : Fiscale tips Auto van de zaak Geen administratie


Twitter Updates

Geen kilometeradministratie

Inleiding

Indien aan de belastingplichtige ook voor privédoeleinden een personen- of bestelauto (hierna: auto) ter beschikking staat, respectievelijk is gesteld (hierna: staat), wordt het voordeel op jaarbasis gesteld op 0% - 25% van de cataloguswaarde van de auto. De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te staan, tenzij blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. In dat geval bedraagt de bijtelling nihil. De woon- / werkkilometers kwalificeren als zakelijke kilometers.

Degene aan wie de auto ter beschikking staat, moet desgevraagd laten blijken dat de auto voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Hierbij is de vrije bewijsleer van toepassing. Daarbij zijn verschillende vormen van bewijs mogelijk. Zo kan een sluitende rittenregistratie worden bijgehouden, maar het bewijs mag ook op een andere wijze worden geleverd.

In de rittenregistratie moet de gereden route worden ingevuld, indien deze afwijkt van de gebruikelijke route. Desgewenst kan de werkgever met de werknemer een afspraak maken om het bewijs te leveren, eventueel in overleg met de inspecteur. Dit besluit geldt voor zover relevant ook voor een ondernemer, medegerechtigde, resultaatgenieter, of directeur-grootaandeelhouder (degene die een aanmerkelijk belang heeft in de vennootschap waarvan hij directeur is, hierna digra).

Kunnen over de toepassing van het autokostenforfait vooraf afspraken gemaakt worden met de inspecteur?

Over de wijze waarop aan uit de wet volgende bewijsopdrachten kan worden voldaan, kunnen belanghebbenden desgewenst afspraken maken met de inspecteur. Er is een centraal punt in Nederland (de Belastingdienst in Almelo). Zo kunnen er bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden over de interpretatie van feiten die zich op dit moment al voordoen en die relevant zijn voor de toepassing van het autokostenforfait. Hierbij mag echter niet uit het oog worden verloren dat de belastingheffing uiteindelijk behoort aan te sluiten bij de feiten die zich daadwerkelijk hebben voorgedaan.

Voorbeelden van aanvaardbaar bewijs

Voorbeelden van geen aanvaardbaar bewijs

Voorbeelden van mogelijke afspraken tussen de werkgever en de werknemer

In zijn algemeenheid geldt een vrije bewijsleer bij het leveren van aanvaardbaar bewijs. Hierna volgt een aantal voorbeelden van mogelijke afspraken. Deze opsomming is niet limitatief. Indien aan meer van de genoemde voorwaarden wordt voldaan, zal een afspraak tussen werkgever en werknemer eerder volstaan als aanvaardbaar bewijs.

Nader bewijs

Uiteraard moeten de werkgever en werknemer beiden feitelijk handelen overeenkomstig de afspraak. Indien de Belastingdienst constateert dat de afspraak door één van de betrokkenen niet wordt nageleefd, kan aan de afspraak niet het bewijs worden ontleend dat de auto niet privé wordt gebruikt. Bij gegronde twijfel aan het handhavingsbeleid kan de inspecteur naast de afspraak nader bewijs verlangen, waarbij ook het antwoord op de vraag telt hoe belanghebbende en zijn gezin de normaal te achten privékilometers afleggen als dat niet met de auto gebeurt. Aan dat nader bewijs zal het hebben van en rijden in een eigen auto, die voor privégebruik evenzeer of zelfs meer geschikt is dan de auto, sterk bijdragen. Steeds zal echter het geheel van feiten en omstandigheden in hun onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld.

Een black-box-rapportage als rittenregistratie

De meest gangbare black-box-systemen leggen nauwkeurig de met de auto verreden kilometers vast. Veelal is in de, op deze vastleggingen gebaseerde schriftelijke rapportage, elke afzonderlijke rit terug te vinden. In dat opzicht kan de black-box een bijdrage leveren aan het inperken van de administratieve inspanningen omdat automatisch een veelheid van ritgegevens wordt vastgelegd.

De aanduiding of het in casu om een zakelijke of privérit gaat, wordt aangegeven door de bestuurder zelf. Net als bij een handmatig bijgehouden rittenadministratie kan daarom een relatie tussen de rapportage en andere bescheiden (agenda's, e.d.) nodig blijven.

Het samenspel van rapportage én onderliggende bescheiden vormt de (controleerbare) rittenregistratie die als bewijs van het feitelijke privégebruik dient.

Rittenregistratie bij proefritten voor auto’s die mede in gebruik zijn bij werknemers van autodealers

Als een auto behalve door de vaste berijder ook door klanten wordt gebruikt om een proefrit te maken, geldt voor de registratie het volgende. Indien de rit een proefrit is, geldt het (getekende) bewijs van uitlenen aan de klant (waar begin- en eindkilometerstand op staan) als onderdeel van de rittenregistratie. Een afschrift van de rittenregistratie blijft achter in de auto, zodat door een volgende gebruiker kan worden 'doorgeschreven' tot het moment waarop de auto wordt verkocht. Controle bestaat er in dat de laatst genoteerde kilometerstand in de administratie van belanghebbende overeenkomt met de kilometerstand op datum aflevering.

Ondernemer, medegerechtigde, resultaatgenieter en directeur-grootaandeelhouder

Praktisch gesproken kunnen deze personen geen reële afspraken maken, zoals in een normale arbeidsverhouding een werkgever dat met zijn werknemer kan doen over het te leveren bewijs en kunnen zij daardoor in zoverre niet op één lijn gesteld worden met een gewone werknemer (zie ook de Hoge Raad in zijn arrest van 15 december 1999, nr. 32 263).

Het blijft voor deze personen uiteraard wel mogelijk te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld om af te mogen zien van de bijtelling. Op grond van punt 1 van dit besluit kunnen daarover desgewenst afspraken worden gemaakt met de inspecteur.


 


Auteur(s) van geen administratie


mr. D.J.B. Jongbloed Dennis).
Fiscaal Jurist, DGA

088 027 00 00
d.jongbloed@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Artikel datum : 25-10-2004 | Artikel laatst gewijzigd : 17-02-2017

© 2018 Jongbloed Fiscaal Juristen