Fiscale waardering van een familiebedrijf
Wekelijks hebben wij overleg met de belastingdienst en register valuators over de waarde van een familiebedrijf. Bij de waardering van een familiebedrijf is de insteek bij de waardering dat het bedrijf wordt voortgezet. Bij familiebedrijven zal de belastingdienst (inspecteur) vaak meer aandacht besteden aan de waardering. Ook zal de belastingdienst bij een bedrijfsopvolging binnen de familiesfeer de zakelijkheid van de overdrachtsprijs en voorwaarden toetsen. Er wordt ook altijd kritisch gekeken naar vastgoed, beleggingsvermogen en overtollige liquiditeiten. Als de fiscale belangen substantieel zijn kan de inspecteur een beroep doen op het BVT (Business Valuation Team), dit is een landelijk team die zich met register valuators, accountants en fiscalisten speciaal richt op bedrijfswaarderingen. Steeds vaker zien wij dat de belastingdienst een waardering volgens de DCF standaarden opzet.
Wat is het belang van een juiste waardering van een familiebedrijf
De Belastingdienst is natuurlijk niet de enige partij die belang heeft bij een juiste en volledige waardering van het familiebedrijf. Ook erfgenamen en familieleden willen zeker weten dat de waardering juist is. Dit is nog belangrijker als het betreffende familielid niet direct actief of betrokken is bij de onderneming. Bij familiebedrijven spelen bij de waardering bijzondere omstandigheden, denk hierbij aan:
- familie ondernemers gaan meestal niet voor een maximale winst, maar voor het voortbestaan en de stabiliteit van de onderneming.
- loyaliteit van de ondernemer naar zijn personeel en de directe omgeving is vaak groot. De binding met de omgeving, klanten en personeel is hiermee hoger.
- familiebedrijven worden vaak met eigen geld gefinancieerd. De financieringsvoorwaarden zijn dan meestal minder strak geregeld. Door financiering met eigen geld kan de groei ook weer worden beperkt.
- afhankelijkheid van de familie is bij familiebedrijven vaak groter, soms is ook sprake van persoonlijke goodwill.
Hoe wordt de waarde van een familiebedrijf bepaald?
Bij de overdracht van een familiebedrijf naar de volgende generatie wordt vaak niet de spreekwoordelijke hoofdprijs gevraagd. Als het bedrijf echter niet aan alle kinderen wordt overgedragen is het van belang dat er een prijs wordt betaald die zowel voor de opvolgers als de niet opvolgende kinderen redelijk en acceptabel is. Wij werken bij de waardering van een bedrijf altijd met een erkende register valuator. In de meeste gevallen treden wij daarna in overleg met de belastingdienst.
Voor het bepalen van de waarde van een onderneming zijn meerdere wegen naar Rome. In de overname praktijk wordt vaak gewerkt met een EBITDA x factor methode. Dit gaat dan om de gecorrigeerde winst en een factor die afhankelijk is van de omvang van het bedrijf en de sector waarbinnen deze werkzaam is. De Belastingdienst werkt meestal met een de DCF Methode, deze is complex en komt vaak uit op een hogere waardering dan de EBITDA methode. Soms kan het helpen dat er al een geïnteresseerde partij is die een bieding heeft gedaan, dit kan dan als richtlijn worden gebruikt.
Valkuilen bij de waardering zijn de normalisaties, hierbij wordt gekeken naar hoe het bedrijf in normale omstandigheden zou opereren. Hierbij kunt u denken aan bijzondere eenmalige kosten of opbrengsten, hoge of lage management fee, hoge of lage huur, gratis meewerkende kinderen of echtgenoten, etc.
Waardering familiebedrijf door de belastingdienst
De belastingdienst gebruikt veelal de DCF methode en meestal wordt hierin ook rekening gehouden met een korting voor beperkte verhandelbaarheid van de aandelen (discount for lack of marketability DLOM) en ook een korting voor een beperking van invloed op de aandelen (discount for lack of control DLOC). In een uitspraak door het Gerechtshof Amsterdam d.d. 18 juli 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:1951) wordt door het Gerechthof geoordeeld over de waarde van ingekochte aandelen, belastingplichtige stelt dat het box 2 voordeel € 1.500.000 bedraagt, de inspecteur stelt deze AB winst op € 5.100.000. Hof Amsterdam oordeelt dat aannemelijk is dat de tegenprestatie voor de ingekochte aandelen is overeengekomen met het oog op kunstmatige verkleining van winsten in een transactie tussen, in feite, familieleden. De tegenprestatie voor de ingekochte aandelen is dan bedongen bij een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst. Het Hof stelt de waarde iets lager vast namelijk op € 4.900.000. Belastingplichtige gaat in cassatie bij de Hoge Raad die op 27 maart 2026 uitspraak doet (ECLI:NL:HR:2026:518), omdat de procedure van feitelijke aard is wordt het beroep ongegrond verklaard.
Bedrijfsopvolgingsregeling en waardering van familiebedrijf
De bedrijfsopvolgingsregeling is de meest gunstige regeling om vermogen over te dragen naar de volgende generatie. Een groot deel van de waarde van de onderneming is vrijgesteld voor de schenk/erfbelasting. Hierdoor blijft er meer liquiditeit binnen de onderneming en/of de familie. Daarnaast kan via de doorschuifregeling (DSR) ook een inkomstenbelasting claim in box 2 worden uitgesteld (doorgeschoven naar de volgende generatie.
Waarom is de BOR/ DSR bedacht? (zie kennisgroep standpunt belastingdienst)
- Voorkomen liquiditeitsproblemen: De BOR is in het leven geroepen om de heffing van erf- en schenkbelasting - bij het verkrijgen van een onderneming - te beperken
- Belang: onbelemmerde voorzetting familiebedrijf
- Reden: behouden werkgelegenheid, stabiliteit bedrijfsleven
- Doel: voorkomen acute belastingheffing bij reële bedrijfsoverdrachten en continuïteit niet in gevaar brengen.
Wanneer is sprake van ondernemingsvermogen?
- Als vermogen / bezitting op het moment van verkrijgen echt ondernemingsvermogen is (max 10% prive gebruik)
- De Hoge Raad heeft in het arrest van 18 augustus 2023 geoordeeld dat voor de BOR alleen vermogensbestanddelen tot het ondernemingsvermogen worden gerekend die ten tijde van de verkrijging voor ondernemingsdoeleinden worden aangehouden.
Duurzaam overtollige liquiditeiten of beleggingen en de bedrijfsopvolgingsregeling
- Geld wat zich opstapelt binnen bedrijf (uit winsten)
- Er is een algemene of vage bestemming voor het geld (geen concrete plannen) > voorbeelden “continuïteit / toekomstige kansen / zekerheid”
- Overtollige beleggingen of liquiditeiten kunnen meestal niet als ondernemingsvermogen worden aangemerkt (voor toelichting zie deze uitspraak uit 2025)
Bezitseis bij uitbreiding van een onderneming
- De ondernemer moet de onderneming minimaal 5 jaar in bezit hebben voordat deze kan worden geschonken.
- Wat gaat goed? Aankoop activa/passiva die opgaan in de huidige onderneming (in dezelfde branche) Hoge Raad 29 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:867
- Wat gaat fout? Aankoop aandelen in een BV (deelneming) Hoge Raad 20 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:990 > er gaat nieuwe bezitstermijn lopen
- Discussie uitbreiding aandelenbelang: volgens belastingdienst nieuwe bezitseis (standpunt helder gemaakt in kennisgroep standpunt), standpunt kun je over discussiëren (Gerechtshof 2024).
Liquide middelen aanhouden voor toekomstige investeringen in het bedrijf
- Geld dat dient als buffer of ter versteviging van het bedrijf (en niet dienstbaar zijn voor de persoonlijke belangen van de DGA) kunnen als ondernemingsvermogen worden gezien.
- Conjunctuur gevoelige bedrijven hebben soms een grotere buffer (stootkussen nodig) zie uitspraak Gerechtshof 2025 (onder 4.25)
- Sterkte argumenten: (1) buffer is nodig voor werkkapitaal, seizoensschommelingen of convenant ruimte bij banken (2) concreet bestemd voor nabije investeringen binnen de bestaande onderneming (3) geld wordt gebruikt als financieringsfunctie binnen het concern (4) voor uitbreiding middels activa’/ passiva transactie
Liquide middelen aanhouden voor toekomstige overnames door het bedrijf (pas op!)
- Minder sterke argumenten: (1) geld staat al lang binnen bedrijf en wordt wellicht nog keer gebruikt (zie hof 2025, hier stond 42.000.000 voor toekomstige overnames), (2) overname kas voor wellicht toekomstige uitbreidingen (die nog niet concreet zijn) > kern: structurele kasbuffer zonder concreet ondernemingsdoel zijn sneller overtollige liquiditeiten. Geld moet binnen bedrijf functioneren voor concrete plannen !
Aandachtspunten bedrijfsopvolgingsregeling
- Zitten er ergens in de structuur nog soort aandelen? Soort aandelen kunnen niet onder de BOR en DSR. Deze wellicht omturnen naar gewone aandelen, wederom problemen met de bezitstermijn maar kan dan wel onder de DSR.
- Zitten er nog financieringen in de groep? Financieringen zo veel mogelijk aflossen met eigen middelen zodat beleggingsvermogen wordt omgeturnd naar ondernemingsvermogen > hier kan een substantieel voordeel worden behaald
Noot fiscaal jurist inzake waardering familiebedrijf
Bij een bedrijfswaardering vliegen de (engelse) termen je om de oren. Waarderingen volgens de Discounted Cashflow methode (DCF), Advance Tax Ruling (ATR), etc. Normaal zal de markt de prijs bepalen. De verkoper wil de hoogste prijs en de koper de laagst mogelijke prijs. Uiteindelijk hebben we het dan over de waarde in het economische verkeer (WEV). Bij een externe transactie is er weinig discussie over de prijs en de waarde. Bij een transactie tussen "verbonden personen" (bijvoorbeeld familieleden) kan dat onzakelijke of fiscale motief een reden zijn om een andere transactieprijs overeen te komen. Dan wordt het fiscaal een stuk complexer. Verbonden partijen moeten zakelijk met elkaar omgaan (At arm's Length). Meestal is er geen externe referentiewaarde (dus u bent met uw bedrijf de markt op geweest), dan moet de WEV worden berekend. De waarde is geen exacte wetenschap en niet één waardering is de juiste. Dit verklaart ook de rol van de Landelijke Business Valuation Teams (LBVT) van de belastingdienst. Deze deskundigen kijken voor de waardering vaak naar de toekomst, welke kasstromen kan uit de investering worden verwacht (de DCF methode). Tevens spelen nog een aantal facetten:
- Bezitseis: erfenis minimaal 1 jaar en bij schenking minimaal 5 jaar (met extra leeftijdcorrectie voor oudere aandeelhouders)
- Minimumleeftijd bij schenking: 21 jaar (voor de verkrijger)
- Actieve onderneming: een lopende en materiele onderneming
- Voortzettingeis: sinds 1 januari 2025 is dit 3 jaar (was 5 jaar).
De belastingdienst geeft zelf ook een toelichting op de BOR/DSR in haar BOR memo 2026. Ook in kennisgroepstandpunten wordt een toelichting gegeven op de BOR en de zienswijze van de belastingdienst (kennisgroep KG:003:2024:12 en omtrent de bezitseis KG:063:2023:36 en mogelijke afslag bij een waardering KG:204:2023:9 ). Insteek voor de waardering en de bepaling van het beleggings- en ondernemingsvermogen is het moment van de verkrijging, zie hiertoe ook Hoge Raad 29 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:867. Soms is er ruimte voor lagere waardering bij een vreemdingsverbod (zie KG:204:2023:9)
Bij een bedrijfsopvolging spelen feitelijk 2 zaken de hoofdrol. Als eerste de waarde van de aandelen en als tweede de discussie over beleggingsvermogen en ondernemingsvermogen. De actieve onderneming valt immers onder de BOR/ DSR en beleggingen nite.
In onze praktijk overleggen we meestal met de Belastingdienst over de waarde van uw bedrijf (via een advance Tax Ruling). Met dit proces overleggen we met de inspecteur en veelal ook met de speciale LBVT afdeling. Via deze route komen we dan tot een vaststellingsovereenkomst omtrent de waarde van uw bedrijf. Dit proces duurt veelal 2-3 maanden.
Vrijblijvende offerte voor bedrijfsopvolging binnen de familie?
Meer weten van fiscale waardering familiebedrijf
- Werknemersparticipatie en waardering
- Waardering bij werknemersparticipatie
- Waardering bv bij echtscheiding
- Waarderingsproblematiek overgang woning
- Waardering van het bedrijf
- Bedrijfsopvolging bij uitbreiding aandelenbelang
- Beleggingsvermogen en bedrijfsopvolging
- Bedrijfsopvolgingsregeling en vastgoed
- Bedrijfsopvolging of verkoop
