print sitemap zoeken disclaimer contact

Op de zaak betrekking hebbende stukken  

De belastingplichtige heeft in bezwaar recht op inzage in zijn dossier (controle en boete). In de praktijk zien wij dat deze dossierinzage frequent lastig verloopt. Er lijkt een diepgeworteld idee te bestaan bij medewerkers van de Belastingdienst dat het aan hen is te bepalen welke stukken wel en welke stukken niet tot de zaak behoren. Een misconceptie. In de jurisprudentie heeft de Belastingdienst al herhaaldelijk lik op stuk gehad. Vooralsnog leidt dit lik-op-stuk-beleid van de Hoge Raad nog niet tot aangepast gedrag bij de Belastingdienst. Wij zijn veel betrokken bij bezwaar- en beroepsprocedures, onze ervaringen hieruit worden opgenomen in dit artikel.

Dossierinzage tijdens bezwaar en ontbreken stukken

Het (evident) achterhouden van stukken ontneemt een belastingplichtige de mogelijkheid zijn zaak optimaal te bepleiten en te voorzien van tegenbewijs. Bovendien sluit het de mogelijkheid uit dat de belastingplichtige uit die niet-verstrekte stukken informatie put, die aanleiding kan vormen de aanslagen op andere gronden aan te vechten.   

Hoe zit het nu met die 'op de zaak betrekking hebbende stukken' ?

Wettelijk kader bij op de zaak betrekking hebbende stukken

Vertrekpunt voor een discussie is de wet. Laten we hier eens doorheen wandelen.

Artikel 7:4 Algemene Wet Bestuursrecht luidt als volgt:   

  1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.  
  2. Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende tenminste een week voor belanghebbende ter inzage. (…)

De Belastingdienst moet de op de zaak betrekking hebbende stukken bij een gerechtelijke procedure ook toezenden aan de rechtbank (8:42 Algemene Wet Bestuursrecht). Voldoet de belastinginspecteur niet aan deze inlichtingenplicht, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die haar geraden voorkomen (8:31 Algemene Wet Bestuursrecht).

Rechtspraak inzake op de zaak betrekking hebbende stukken

Er zijn diverse uitspraken en arresten met betrekking tot (de gevolgen van het niet) verstrekken van de op de zaak betrekking hebbende stukken.     

  • Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2018:2591) oordeelde bijvoorbeeld al: “Indien een belanghebbende zich - voldoende gemotiveerd - op het standpunt stelt dat een bepaald aan de inspecteur ter beschikking staand stuk dient te worden overgelegd omdat het op de zaak betrekking heeft, kan geen doorslaggevende betekenis toekomen aan de betwisting van dat laatste door de inspecteur. Diebetwisting - evenals haar eventuele onderbouwing - berust immers mede op feitelijke gegevens (de inhoud van dat stuk) die aan de belanghebbende en de rechter niet bekend zijn, zodat zij door de belanghebbende niet kunnen worden weerlegd, en door de rechter niet op juistheid kunnen worden getoetst. Daarbij komt dat, indien de inspecteur meent dat gewichtige redenen zich tegen overlegging van het stukverzetten, hij zich kan beroepen op artikel 8:29 van de Awb. In het licht van dit een en ander dient artikel 8:42 van de Awb aldus teworden uitgelegd dat, behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 van de Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, tegemoet dient te worden gekomen aan een verzoek van de belanghebbende tot overlegging van een bepaald stuk indien deze voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn (geweest) voor de besluitvorming in zijn zaak (zie HR 25 april 2008, nr. 43448, ECLI:NL:HR:2008:BA3823, BNB 2008/161).”   
  • De Hoge Raad geeft voor de te overleggen stukken het volgende kader: i) Tot de op grond van artikel 8:42, lid 1, Awb over te leggen stukken behoren alle stukken die de inspecteur ter raadpleging ter beschikking staan of hebben gestaan en die van belang kunnen zijn voor de beslechting van de (nog) bestaande geschilpunten. Tot de door de inspecteur over te leggen stukken behoren niet stukken die zich bevinden onder derden (bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie) en die niet aan hem zijn verstrekt, ook al is hij bekend met het bestaan daarvan (vgl. HR 12 juli 2013, nr. 11/04625, ECLI:NL:HR:2013:29, BNB 2013/226, rechtsoverweging 3.3.1.3).  ii) Een redelijke strekking van artikel 8:42, lid 1, Awb strokende, uitleg van die bepaling brengt mee dat de daarin opgenomen verplichting tot overlegging van stukken zich ook uitstrekt tot stukken die pas in de loop van het beroep of hoger beroep ter beschikking van de inspecteur zijn gekomen. Indien dergelijke stukken ter beschikking van de inspecteur komen na afloop van de in artikel 8:42 Awb bedoelde termijn, dient hij deze alsnog onverwijld aan de rechter toe te zenden. iii) Tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren niet slechts de stukken die de inspecteur heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn besluit. Daartoe behoren in beginsel ook stukken als hiervoor onder i) en ii) bedoeld die de inspecteur wel ter beschikking staan of hebben gestaan maar die hij niet heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn besluit.Stukken die de inspecteur wel heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn besluit, maar die voor de beoordeling van de zaak door de rechter niet (langer) van belang zijn, behoren niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Dit is bijvoorbeeld het geval ten aanzien van stukken die betrekking hebben op een element van de aanslag dat in beroep niet (meer) ter discussie staat.  iv) Als een stuk passages bevat die op de zaak betrekking hebben, is dit stuk als geheel een op de zaak betrekking hebbend stuk. De verplichting om dit stuk over te leggen, ziet daardoor niet slechts op de voor de beoordeling van de zaak relevante passages.  v) Ook ten aanzien van hetgeen hiervoor onder i tot en met iv is overwogen geldt hetgeen is neergelegd in overweging 2.3.2 van het arrest van de Hoge Raad van 10 april 2015, nr. 14/01189, ECLI:NL:HR:2015:874, BNB 2015/129: indien de inspecteur verzuimt te voldoen aan de verplichting om op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen is het op grond van artikel 8:31 Awb aan de rechter om daaruit de gevolgtrekkingen te maken die hem geraden voorkomen. Dit voorschrift staat toe dat de rechter onder omstandigheden de gevolgtrekking maakt dat voorbijgegaan moet worden aan dit verzuim. Beslist de rechter niet aanstonds aan het verzuim voorbij te gaan, dan mag hij over de toepassing van artikel 8:31 Awb niet beslissen alvorens partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten.”  

Noot inzake op de zaak betrekking hebbende stukken

Recent heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de rechter moet onderzoeken of alle op de zaak betrekking hebbende stukken ook zijn overlegd. Het Gerechtshof had in deze procedure overwogen dat belanghebbende de door haar gestelde inkomensprognoses niet had onderbouwd met stukken. Op de zitting bij het Gerechtshof stelt belanghebbende deze stukken al in de bezwaarfase aan de Inspecteur te hebben verstrekt. De Hoge Raad concludeert dat het Gerechtshof had moeten onderzoeken of de stukken de belastinginspecteur ter beschikking hadden gestaan. Zo dat het geval was, hadden deze stukken als stukken van de zaak door de belastinginspecteur aan de rechter moeten worden verstrekt. De inspecteur moet alle stukken die hij / zij tot de beschikking heeft gehad aan de belastingplichtige verstrekken. Of deze stukken ook zijn gebruikt doet niet terzake.

Als de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan belastingplichtige verstrekt, is het aan de rechter om daar consequenties aan te verbinden (artikel 8:31 AWB). Een mogelijke consequentie van het niet verstrekken van stukken kan zijn dat de aanslag wordt vernietigd. Ook kan de zaak worden terugverwezen en / of kan er een schadevergoeding worden toegekend.

In bezwaar- en beroepszaken kan de belastingplichtige zijn / haar dossier inzien. Wij zien dat, los van de echte discussie (materiële belastingschuld), ook de formele aspecten steeds vaker voor een gelijk bij belastingplichtige kunnen zorgen. Jongbloed Fiscaal Juristen is gespecialiseerd in fiscale bezwaar- en beroepszaken en heeft ruime ervaring met voeren van procedures tegen de Belastingdienst.

Laat u eens bijstaan door een fiscaal jurist in bezwaar- of beroepszaken (of bij een boekenonderzoek). Vrijblijvende afspraak of second opinion? Mail of bel ons gerust.

Bronnen op de zaak betrekking hebbende stukken

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:2591

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:874

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2018:672

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2022:278

MB

Bezwaar of beroepsprocedure? Hulp nodig? Second opinion?

Vul uw naam en e-mail in en wij nemen contact met u op.

Deel deze pagina

Laatste update : 04-03-2022
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Formeel belastingrecht Rechtspraak formeel belastingrecht Op de zaak betrekking hebbende stukken

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap