Verblijf in verpleeg- of verzorgingshuis en de eigenwoningregeling
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of artikel 3.111, vijfde lid, Wet IB 2001 van toepassing is als tijdens de opname in een verpleeg- of verzorgingshuis een ander in de woning van de belastingplichtige verblijft.
Artikel 3.111, vijfde lid, Wet IB 2001 bevat een regeling waardoor de eigenwoningregeling gedurende maximaal twee jaar van toepassing kan blijven voor belastingplichtigen die vanwege medische redenen of ouderdom zijn opgenomen in een verpleeg- of verzorgingshuis. In de praktijk komt het regelmatig voor dat tijdens deze opname een ander in de woning verblijft, bijvoorbeeld een partner, familielid of derde.
Fiscale vraag over opname in verpleegtehuis? Hoe box 3 vermogen verlagen? Jaarlijkse scheningen? Stuur gerust een e-mail voor een verblijvende offerte
Wanneer blijft de woning een eigen woning?
De vraag die voorlag, is of de eigenwoningregeling in die situatie behouden blijft.
- De Kennisgroep bevestigt dat dit mogelijk is, mits de woning nog steeds ter beschikking staat aan de belastingplichtige, dit in lijn met Hoge Raad d.d. 27 mei 2022 ECLI:NL:HR:2022:765. Daarbij is van belang dat de belastingplichtige nog vrijelijk over de woning kan beschikken en de woning op ieder gewenst moment weer als hoofdverblijf kan betrekken.
- Volgens de Kennisgroep moet steeds worden gekeken naar de feiten en omstandigheden van het geval. Wanneer bijvoorbeeld de fiscale partner in de woning blijft wonen, kan de woning doorgaans als eigen woning worden aangemerkt.
Verhuur leidt tot overgang naar box 3
Anders ligt dit bij verhuur van de woning. Door het gebruiksrecht van de huurder staat de woning dan niet langer ter beschikking aan de belastingplichtige. In dat geval verhuizen zowel de woning als de daarop rustende schuld naar box 3.
