vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

location_on Vestigingen in Almelo, Amsterdam, Den Haag en Enschede
saved_search Specialisaties
4,5 van 5 Google reviews
groups 25 fiscaal juristen / belastingadviseurs
mr. D.J.B. Jongbloed

Kom met Dennis in contact

Wilt u meer weten over Werknemersparticipatie bij een familie bedrijf of heeft u hulp nodig?

call 088 027 00 00

mail d.jongbloed@jongbloed.tv

Werknemersparticipatie bij een familie bedrijf

Waarom medewerkersparticipatie nu op de agenda hoort

Wij adviseren wekelijks mooie familiebedrijven in Nederland. Vaak gaat het om de een bedrijfsopvolging of familie statuut maar steeds vaker wordt dit gecombineerd met een werknemersparticipatie. Waarom?

  • We zijn toch al in onderhandeling en gesprek met de belastingdienst over de structuur en de waarde;
  • Het binden en behouden van key personeel wordt steeds belangrijker;
  • Als werknemers of het management aandelen bezitten is de prestatie veelal (nog) beter en de betrokkenheid groter.
  • Werknemers die mede-eigenaar zijn, blijven langer, zijn gemotiveerder en doen meer dan van hen wordt verwacht. Dat zeggen familiebedrijven die medewerkersparticipatie al hebben ingevoerd. Toch doet slechts 17% van de grotere familiebedrijven dit.

Waarom geen werknemersparticipatie bij familiebedrijf?

De rem zit in zorgen over zeggenschap en fiscale complexiteit, en juist die drempels zijn met een goed ontwerp te nemen. Deze cijfers komen uit het onderzoek Binden en boeien van personeel bij familiebedrijven (2026) van Nyenrode Business Universiteit, RSM en Van Lanschot Kempen. Daarvoor zijn in juni 2026 directeuren en eigenaren van 113 grotere familiebedrijven bevraagd. Meer dan 70% van hen maakt zich zorgen over de krapte op de arbeidsmarkt. Bij bedrijven met 51 tot 100 medewerkers ziet 73% zelfs de continuïteit van productie of dienstverlening in gevaar.

Betrokkenheid bij een familiebedrijf vergroten door participatie management

Medewerkersparticipatie raakt de kern van het familiebedrijf: eigendom en regie. Goed ingericht scheidt u de economische rechten van de zeggenschap, legt u de instapprijs fiscaal vast en regelt u vooraf hoe en wanneer een werknemer weer uitstapt of beter mag uitstappen.

Slordig ingericht van een participatie heeft al vlot naheffingsaanslagen loonheffingen, een lucratief belang discussie (box 1 heffing tegen het toptarief) tot gevolgt. Dit artikel vertaalt het onderzoek naar de fiscale en juridische praktijk van de DGA. U leest welk kader geldt, welke lijnen de Hoge Raad en de kennisgroepen van de Belastingdienst hanteren, welke vormen er zijn en waar de risico's zitten. Het artikel sluit af met een stappenplan en een checklist.

Wat het onderzoek van Nyenrode over familiebedrijven laat zien

  • Familiebedrijven met medewerkersparticipatie zijn er vrijwel unaniem positief over;
  • Familiebedrijven zonder participatie schatten het effect veel lager in;
  • Tegelijk blijkt participatie vooral een instrument voor sleutelfiguren. De bezwaren zijn grotendeels ontwerpvragen.
Wie doet het, en hoe?

Van de 113 onderzochte familiebedrijven heeft 17% medewerkersparticipatie. Bij 89% daarvan staat die alleen open voor topmanagement en sleutelfiguren, bij 11% voor alle medewerkers. Werknemers bezitten gemiddeld 13,4% van het bedrijf; nergens hebben zij een meerderheid, vaak is de participatie zonder stemrecht.

Waarom geen werknemersparticipatie?

Van de familiebedrijven zonder participatie heeft 27% het ooit overwogen. Het zwaarst weegt de wens om geen eigendom buiten de familie te brengen. Opvallend is dat bijna een op de vijf de fiscale regels rond lucratief belang en zakelijke waarde als belemmering noemt.
De zwaarste bezwaren gaan over regie, complexiteit, uittreding en liquiditeit: stuk voor stuk ontwerpvragen die u met structuur, documentatie en vooroverleg oplost.

Wat betekent een werknemersparticipatie voor het familiebedrijf? 
  • Richt participatie op sleutelfiguren en mogelijke opvolgers.
  • Voor andere werknemers werkt een winstdelingsregeling vaak eenvoudiger.
  • De grootste bezwaren (zeggenschap, complexiteit, uittreding, liquiditeit) lost u op in het ontwerp: certificering, leaverregelingen en een inkoopregeling.
  • Juist de 'gunstige' elementen zijn fiscaal riskant. Een lening onder marktvoorwaarden of het vergoeden van belasting is loon.

Het fiscale kader: van instap tot exit

Fiscaal draait een medewerkersparticipatie om één vraag: is het voordeel beloning voor werk of rendement op vermogen? Beloning valt in box 1, tegen maximaal 49,5%. Rendement op vermogen valt in box 2 (24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven, 2026) of in box 3.

Instap: koopprijs en waardering
  • Alles wat een medewerker uit zijn dienstbetrekking geniet, is loon (art. 10 Wet LB 1964). Dat geldt ook als de aandelen van de familieholding of een groepsmaatschappij komen, of via een STAK of persoonlijke holding worden gehouden.
  • Betaalt de werknemer minder dan de waarde in het economische verkeer, dan is het verschil loon in natura (art. 13 Wet LB 1964). De werkgever moet daarover loonheffingen inhouden en afdragen.
  • Neemt de werkgever die belasting voor zijn rekening, dan is ook dat loon. Bij het toptarief wordt dan gebruteerd: op € 1.000 aan aandelen betaalt de werkgever circa € 980 loonbelasting in plaats van € 495.
  • De wet schrijft geen waarderingsmethode voor; de Belastingdienst geeft de voorkeur aan een DCF-waardering. Laat de waarde vaststellen door een onafhankelijke waardeerder, bijvoorbeeld een Register Valuator, en stem haar bij voorkeur vooraf af met de inspecteur, dit doen wij in vrijwel alle gevallen.
  • Reken niet op een korting voor leaverbepalingen. Volgens de Belastingdienst is het bad-leaverrisico een subjectieve factor die de waarde in het economische verkeer niet verlaagt (KG:204:2025:6).

Financiering van een werknemersparticipatie, het grootste risico

Leent de werknemer van de werkgever, de familie of de holding (Vendor Loan), dan moeten de voorwaarden zakelijk zijn: rente, looptijd, aflossing en zekerheden. Een rentevoordeel of een kwijtschelding is loon. Het kennisgroepstandpunt KG:204:2025:2 geeft houvast voor de rente als een vergelijkbare marktlening ontbreekt:

  • Tot € 75.000: De laagste van de marktrente voor een persoonlijke lening en voor een effectenkrediet
  • Boven € 75.000, LTV 70%: Voorwaarden en rente van een effectenkrediet
  • Boven € 75.000, LTV tussen 70% en 100%: Tussen de rente van een effectenkrediet en de kostenvoet van het gefinancierde instrument
  • Boven € 75.000, LTV 100%: Afgeleid van risico en rendement van het gefinancierde instrument.

Zo beperkt je het lucratief-belang risico

Een werknemer die tegen de werkelijke waarde gewone aandelen koopt, zakelijk financiert en zonder bijzondere rechten of leaverprijzen participeert, valt in de regel buiten de lucratiefbelangregeling. Via een eigen BV met minstens 5% geniet hij dan de deelnemingsvrijstelling en betaalt hij pas box 2 als hij geld uit zijn bv haalt.

  1. De werknemer richt een eigen BV op.
  2. Die BV koopt minstens 5% van de gewone aandelen in de werkmaatschappij of tussenholding, tegen de waarde in het economische verkeer (voorkeur afstemming met de belastingdienst)
  3. De koopsom komt uit eigen geld en een zakelijke lening van de bank, de familie of de werkgever (KG:204:2025:2), zonder kwijtschelding of 'restschuld vervalt'-clausule.
  4. Dividend en verkoopwinst zijn in de BV vrijgesteld (deelnemingsvrijstelling), zodat het dividend volledig kan worden gebruikt om de lening af te lossen.
  5. Box 2 volgt pas bij uitdeling aan de werknemer zelf: 24,5% en 31% in 2026, met een voorgestelde verlaging van de tweede schijf naar 29,2% in 2027 tot en met 2030.
  6. Omdat de werknemer middellijk een aanmerkelijk belang in zijn werkgever heeft, geldt de gebruikelijkloonregeling (art. 12a Wet LB 1964).


Belangrijke aandachtspunten bij een werknemersparticipatie

  1. Eén soort gewone aandelen. Geef werknemers dezelfde aandelen als de familie, met gelijke rechten op dividend en liquidatieopbrengst. Een aparte, achtergestelde soort van minder dan 10% van het kapitaal is de klassieke hefboom (art. 3.92b lid 2 onderdeel a Wet IB 2001).
  2. Geen hoge preferentie of prestatieafhankelijke vorderingen. Preferente aandelen met minstens 15% dividend, en vorderingen of rechten waarvan het rendement afhangt van management- of aandeelhoudersdoelen, vallen onder de regeling (art. 3.92b lid 2 onderdeel b, lid 3 en lid 4).
  3. Toets de hele kapitaalstructuur. Preferente aandelen, agio en leningen van de familie of de verkopers kunnen de gewone aandelen alsnog tot een hefboom maken. Sinds de reparatie, tellen ook leningen mee die geen informeel kapitaal zijn. Reken het 10%-criterium vooraf door.
  4. Een zakelijke prijs. Koop tegen de waarde in het economische verkeer, onderbouwd met een onafhankelijke waardering en bij voorkeur afgestemd met de inspecteur. Een lage prijs voor een beperkte kring werknemers was al genoeg voor een lucratief belang.
  5. Zakelijke financiering. Rente volgens KG:204:2025:2, een aflossingsschema, zekerheden en volledig verhaal. Een schuld met een tegemoetkoming bij kwijtschelding kan zelf een lucratief belang zijn (art. 3.92b lid 1 onderdeel b).
  6. Geen leaverprijzen. Laat een vertrekkende medewerker tegen de waarde verkopen, of regel alleen een aanbiedingsplicht tegen waarde. Good- en bad-leaverkortingen wijzen op beloning (KG:059:2026:1) en leiden tot loon of negatief loon.
  7. Geen koppeling aan prestaties. Geen ratchets, geen 'envy ratio' en geen vesting die afhangt van omzet- of EBITDA-doelen.
  8. Geen exit-horizon. Het oogmerk is blijvend mede-eigenaarschap, niet een verkoop binnen enkele jaren. Neem drag- en tag-alongbepalingen alleen op als ze nodig zijn, en koppel ze niet aan een geplande exit.
  9. Geen disproportionele upside. Een liquidatievoorkeur van latere investeerders maakt gewone aandelen niet automatisch lucratief, zolang de opbrengst gelijk over de aandelen wordt verdeeld (Rb. Den Haag, juli 2026).
  10. Let op verbonden personen. Ook een partner of kind kan een lucratief belang houden voor het werk van een ouder of partner (art. 3.92b lid 6). Bij groeiaandelen voor de volgende generatie is dat een reëel risico.
  11. Leg het motief vast. Beschrijf in het participatiereglement en de notulen waarom de medewerker mede-eigenaar wordt (binding, continuïteit, opvolging) en dat hij instapt op dezelfde voorwaarden als de familie.
  12. Blijf toetsen. De kwalificatie kan veranderen, bijvoorbeeld als de familie later preferente aandelen uitgeeft of een investeerder instapt. Toets bij elke kapitaalwijziging opnieuw. Het lucratief belang moet namelijk doorlopend worden getoetst.
Bij twijfel de doorstoor structuur opzetten

Bij twijfel is vooroverleg met de belastingdienst wenselijk. Soms is het te overwegen om te kiezen voor een alternatieve route, de zogenaamde doorstoot structuur Is een lucratief belang niet uit te sluiten, laat de BV dan minstens 95% van de voordelen in hetzelfde jaar uitdelen en doe in de aangifte een beroep op art. 3.95b lid 5. Zonder dat beroep blijft box 1 van toepassing. Vanaf 2028 telt de box 2-grondslag dan voor 36/31 mee.

Hoe kun je een werknemer meer betrekken bij een familiebedrijf?

Niet elk bedrijf is gelijk en een beste vorm voor een werknemersparticipatie bestaat niet. Welke opties zien wij bij Jongbloed Fiscaal Juristen het meeste voorbij komen?

  1. Winstdeling of bonus in geld: Loon in box 1 bij uitbetaling. Eenvoudig; geen eigendom buiten de familie; kosten aftrekbaar
  2. Fantoomaandelen of stock appreciation rights: Loon in box 1 bij uitbetaling, niet bij toekenning. Volgt de waardegroei zonder aandeelhouderschap; geen STAK of notaris nodig. Alle waardegroei belast tot 49,5%; uitbetaling drukt op de kas bij exit of vertrek; jaarlijkse waardering blijft nodig en er zijn maxima (750.000 euro).
  3. Aandelenopties: Loon bij verhandelbaarheid of, naar keuze, bij uitoefening; daarna box 2 of 3. Medewerker betaalt pas bij uitoefening; prikkel tot waardegroei. Heffing zonder opbrengst; verhandelbaarheid bij een familie-bv lastig;
  4. Certificaten via een STAK: Tegen waarde verkregen: box 3, of box 2 bij 5% of meer; Familie houdt het stemrecht; echt economisch eigenaarschap; in- en uitstap via de STAK.
  5. Stemrechtloze aandelen: Als certificaten; vormen ze een aparte soort, dan geeft 5% van die soort al een aanmerkelijk belang. Geen STAK nodig; zeggenschap blijft bij de familie.
  6. Gewone aandelen, direct of via een eigen bv: Box 2 of box 3; via een eigen bv met 5% of meer: deelnemingsvrijstelling en heffing pas bij uitdeling. Volwaardig mede-eigenaarschap; geschikt voor opvolgers en een management buy-in. Aandeelhoudersovereenkomst onmisbaar; financiering en excessief lenen zijn aandachtspunten
  7. Groeiaandelen of een aparte soort voor waardestijging: Groot risico op lucratief belang door de hefboom, zouden wij niet snel voor kiezen, tenzij na vooroverleg met de Belastingdienst. Voordeel is een lage instapprijs.

Risico's en valkuilen bij een werknemersparticipatie bij een familiebedrijf

Onze ervaring leert dat de opstart veel tijd en vergaderingen kost, met name als wordt gekozen voor een fiscaal voordelige bedrijfsopvolging en een werknemersparticipatie. De meeste problemen ontstaan echter niet in deze fase (bij de instap), maar jaren later: bij een vertrek, een verkoop of de overdracht aan de volgende generatie. Daarom hieronder een paar aandachtspunten:

  • Naheffing bij de werkgever. Een te lage koopprijs of een onzakelijke lening (bij de start) leidt tot loon. De werkgever is inhoudingsplichtig; een naheffing komt met boete en, als u de belasting alsnog draagt, met brutering.
  • Een ongemerkt lucratief belang. Een hefboom ontstaat snel en feitelijk moet dit doorlopend worden getoetst (dus elk jaar, als er wijzingingen zijn in de leningen of het eigen vermogen);
  • Verwatering van familieleden. Een familielid met een klein belang kan door de uitgifte onder de 5% zakken. Dat raakt zijn ab-positie en mogelijk zijn BOR- en doorschuifpositie bij latere overdracht.
  • Geen vaste waarderingsmethode. Zonder afgesproken formule wordt elke uitstap een onderhandeling. Leg de methode vast en wijs een deskundige aan als bindend adviseur bij geschil.
  • Te harde leaverbepalingen. Een bad-leaverclausule die een medewerker bij ontslag zijn hele belang kost, lokt discussie uit. De rechter toetst zo'n clausule aan redelijkheid en billijkheid. Werk liever met vesting en een redelijke leaverprijs.
  • Informatie en governance. Mede-aandeelhouders willen cijfers zien. Regel vooraf welke informatie medewerkers krijgen en wie het STAK-bestuur benoemt. Regel ook of werknemers wel of niet bij een aandeelhoudersvergadering aanwezig mogen zijn (of niet);

Stappenplan: in tien stappen naar een werknemersparticipatie bij een familie bedrijf 

  1. Reken voor een zorgvuldige invoering op enkele maanden, vooral door waardering, documentatie en vooroverleg met de Belastingdienst.
  2. Bepaal doel en doelgroep. a) Binden, belonen of opvolging voorbereiden? b) Wie komt in aanmerking, en welk belang mogen medewerkers samen maximaal krijgen?
  3. Leg de familiekaders vast. a) Bespreek in de familie welk percentage buiten de familie mag b) welke zeggenschap de familie houdt en c) welk dividendbeleid geldt. Veranker dit in het familiestatuut, een directiestatuut en een aandeelhoudersovereenkomst.
  4. Kies de juiste structuur en vorm. a) Certificaten, stemrechtloze of gewone aandelen b) Werkmaatschappij of tussenholding; vergelijk de netto-uitkomst voor medewerker én bedrijf c) overweeg een koopholding waarbij de bank mede financier wordt (aandelen ligt maken en deel koopsom direct aan de senioren waardoor ze economisch minder afhankelijk van het bedrijf worden.
  5. Doe een fiscale scan. a) Loon, box 2 of 3, lucratief belang (soorten, hefboom, leningen, verbonden personen) b) Soortbenadering ab, gebruikelijk loon, excessief lenen, dividendbelasting bij inkoop, aftrekbeperking in de Vpb (van rente) c) Combinatie met BOR- en doorschuifpositie van de familie.
  6. Laat de onderneming waarderen. a) Onafhankelijke DCF-waardering op basis van een onderbouwde prognose. b) Leg dezelfde methode vast voor toekomstige in- en uitstap.
  7. Regel de financiering. a) eigen middelen, bank of een zakelijke lening (bekijk het kennisgroep standpunt voor de rente voorwaarden  KG:204:2025:2) b) Leg rente, looptijd, aflossing, zekerheden en financieringsgraad schriftelijk vast, eventueel met zekerheden via de notaris (en/of borgstellingen met borgstellingsvergoedingen, in prive)
  8. Stel de documentatie op. a) Participatiereglement, STAK-statuten en administratievoorwaarden, statutenwijziging (soorten aandelen, blokkeringsregeling). b) Aandeelhoudersovereenkomst met leaver-, lock-up-, drag- en tag-alongbepalingen en informatierechten c) Check het instemmingsrecht van de ondernemingsraad (art. 27 lid 1 onderdeel a WOR) en tenslotte maak een directiestatuut.
  9. Vraag zekerheid vooraf. a) Vooroverleg met de Belastingdienst over waardering, loonheffingen en lucratief belang. 
  10. Implementeer en communiceer. a) Informeer overige werknemers tijdig, juist en volledig over kansen en risico's b) zorg ervoor dat de toetredende werknemers een eigen adviseur hebben met onafhankelijk advies, dit voorkomt gezeur achteraf.
  11. Borg een exit, overlijden (overlijdensrisico verzekering) en overweeg om jaarlijks tijdens de AvA de aandelen te waarderen.

Noot fiscaal jurist inzake werknemersparticipatie bij een familiebedrijf

Een werknemersparticipatie is voor het familiebedrijf geen principe kwestie, maar een ontwerpvraag of toekomstvraag. Het onderzoek van Neyenrode laat zien dat er verschillende mogelijkheden zijn en veel familiebedrijven hierin nog veel te winnen hebben. Meestal wordt van een participatie afgezien vanwege gedoe, complexiteit, fiscale onzekerheid of gewoon "geen tijd of prioriteit".

Fiscaal is de sleutel causaliteit: instappen tegen de werkelijke waarde, zakelijk financieren, geen onbedoelde hefboom en leaverprijzen die u bewust kiest. Wie dat regelt, houdt het rendement van de medewerker in box 2 of box 3 en voorkomt naheffingen bij het bedrijf. Wie het niet regelt, ziet het voordeel jaren later alsnog als loon belast.

Hulp nodig? Jongbloed Fiscaal Juristen begeleidt DGA's en familiebedrijven bij het ontwerp van participatieregelingen, de waardering, de documentatie en het vooroverleg met de Belastingdienst. Neem contact op voor een eerste verkenning van wat bij uw bedrijf past.

Fiscale vragen over uw familiebedrijf?

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Auteur(s) van werknemersparticipatie bij familiebedrijf

mr. D.J.B. Jongbloed
mr. D.J.B. Jongbloed (Dennis)
Fiscaal Jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


d.jongbloed@jongbloed.tv

mr. M.J. Bik
mr. M.J. Bik (Marco)
Fiscaal jurist

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel


m.bik@jongbloed.tv

Deel deze pagina

Laatste update op 21-10-2026
Artikel gemaakt op 20-10-2026
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Familiebedrijf en belastingen Werknemersparticipatie bij familiebedrijf

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap