Geen vergrijpboete door advies gerenommeerd belastingadvieskantoor
De belastingdienst legt steeds vaker een boete op aan een accountant, belastingadviseur of notaris. We zien de laatste jaren ook dat er boete worden opgelegd aan een deelnemer, zoals in dit geval de DGA van een groep rechtspersonen. De zogenaamde deelnemersboete vereist wel meer onderzoek en expertise bij de belastingdienst. In onderstaande uitspraak draait het om een Curaçao / Nederland structuur waarbij de vestigingsplaats ter discussie staat. De DGA dacht dat de rechtspersonen waren gevestigd op Curaçao en dat er niet verzocht hoeft te worden op een aangifte vennootschapsbelasting (uitreiking aangiftebiljet). Volgens de rechtbank mocht de DGA (als fiscale leek) vertrouwen op zijn belastingadvieskantoor. Er is voor een deelnemersboete tenminste opzet (dubbele opzet) nodig, dit heeft de inspecteur niet aangetoond.
Deelnemersboete en bewijslast wat is van belang?
In dit artikel behandelen wij de uitspraak van de Rechtbank Gelderland d.d 12 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10887) over en vergrijpboete van € 167.500 die is opgelegd aan directeur groot aandeelhouder (DGA) die als feitelijk leidinggever als medepleger of medeplichtige wordt aangemerkt bij het onjuist (niet) doen van aangifte Vennootschapsbelasting van een rechtspersoon. De rechtbank gooit uiteindelijk de vergrijpboete in de prullenbak. De rechtbank overweegt hierbij het volgende:
- heeft de rechtspersoon het beboetbare feit begaan (of)
- is de gedraging aan de DGA als feitelijk leidinggevende toe te rekenen (of)
- heeft de DGA opzettelijk de verboden gedraging verricht.
Er moet voor medeplegen sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking door de DGA met een ander of anderen. Dit vereist dan ook dubbele opzet bij de medepleger.
Wannneer kan de belastingdienst de DGA in prive een vergrijpboete opleggen?
De belastingdienst (boete inspecteur) kan aan de DGA in privé een boete opleggen. In de eerste plaats moet er sprake zijn van een beboetbare gedraging van de vennootschap zelf. De inspecteur stelt hierover het volgende:
- de vennootschap heeft niet om uitreiking van aangiftebiljetten vennootschapsbelasting gevraagd
- er is geen aangifte vennootschapsbelasting over 2014 ingediend
- er is onjuiste informatie verstrekt omtrent de vestigingsplaats.
De rechtbank gaat er eens goed voor zitten. Dat er onjuiste inlichtingen zijn verstrekt wordt onvoldoende onderbouwd (wie, wat, waar en wanneer vragen worden niet geconcretiseerd). Om vervolgens de stap te maken naar een deelnemersboete voor de feitelijk leidinggevende moeten diverse vragen worden beantwoord (zie ook Hoge Raad d.d. 26 april 2016 ECLI:NL:HR:2016:733).
- Er moet sprake zijn van een beboetbaar feit door de vennootschap
- Er moet sprake van zijn leidinggevende gedragingen over dit feit
- Aan de DGA moet opzet kunnen worden verweten over de verboden gedraging
- Tevens moet er sprake zijn van medeplegen, hiervoor is een nauwe en bewuste samenwerking vereist en de zogenaamde dubbele opzet (op samenwerking en op beboetbare feit), zie hiertoe Gerechtshof Den Haag d.d. 2 maart 2022 ECLI:NL:GHDHA:2022:314.
- Alternatieve route is dat sprake is van medeplichtigheid, ook hiervoor is de dubbele opzet vereist. Zie hiertoe de Hoge Raad op 14 september 2021 ECLI:NL:HR:2021:1237.
Waarom kan aan de DGA in privé als feitelijk leidinggevende geen vergrijpboete worden opgelegd?
De rechtbank is het niet eens met de bewijsvoering van de inspecteur en stelt ook vast dat de DGA een fiscale leek is en dat de DGA heeft vertrouwd op de adviezen van het (gerenommeerde) belastingadvieskantoor. Tevens is de DGA niet actief betrokken geweest en is geen sprake van een actieve samenwerking tussen de vennootschap en de DGA.
Noot fiscaal jurist inzake boete aan feitelijk leidinggevende
Als het beboetbare feit van de vennootschap al wankel is kan eigenlijk het hele dossier wel in de prullenbak. In deze uitgebreide uitspraak vormen de correspondentie met de belastingadviseur ook nog voldoende bewijs voor de DGA. In dit geval wordt de bijdrage van de DGA en zijn opzet niet overtuigend bewezen. Het enkele feit dat er discussie is over de vestigingsplaats en het niet doen van de aangifte vennootschapsbelasting is veel te matig voor een een boete, ook niet bij de vennootschap. In deze zaak vond de rechtbank het verwijt onbegrijpelijk omdat de inspecteur later instemde met het achterwege laten van de aangifte. Daarnaast moet de inspecteur de bestanddelen van het beboetbare feit overtuigend aantonen en moeten deze buiten iedere redelijke twijfel ook vaststaan. Een beetje een verhaal ophangen is hierbij niet voldoende, het moet gaan om harde feiten en correspondentie (vastleggingen).
In beginsel kan de opzet of grove schuld van de belastingadviseur of accountant niet worden toegerekend aan de DGA. Als de DGA geen reden had om te twijfelen aan de zorgvuldige taakververvulling en alle relevante informatie aan zijn adviseur heeft verstrekt gaat de DGA als snel vrijuit. De deelnemersboete is in de praktijk altijd sterk feiten- en dossiergedreven. Fiscale procedures over dit onderwerp zullen de komende jaren vaker voorbij komen. Als u te maken krijgt met een fiscale procedure en/of vergrijpboete is het inschakelen van een specialist wenselijk. Neem hiertoe gerust contact met ons op (via onderstaand formulier).
