Rechtspraak verhuurdersheffing
In dit onderdeel worden diverse uitspraken van fiscale rechters over de verhuurdersheffing behandeld en besproken.
Nieuws verhuurdersheffing 2022-2023
De verhuurdersheffing wordt volgens het regeerakkoord Rutte IV (bekend geworden in december 2021) afgeschaft. Wanneer de heffing wordt afgeschaft is nog niet bekend, wij verwachten dat de afschaffing in 2022 zal plaatsvinden.
Hoge Raad over rechtvaardiging verhuurdersheffing
De achtergrond van deze uitspraak ligt in een arrest van de Hoge Raad uit 2018 (ECLI:NL:HR:2018:846). Destijds besliste de Hoge Raad dat de verhuurderheffing voor mede-eigenaren niet mocht worden geheven, omdat dit in strijd was met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht. Daardoor hoefden mede-eigenaren in 2019 geen verhuurderheffing te betalen, terwijl volledige eigenaren deze belasting wel verschuldigd waren.
In de nieuwe procedure voerden volledige eigenaren aan dat dit juist leidde tot ongelijke behandeling. De Hoge Raad geeft hen gelijk: voor de verhuurderheffing zijn volledige eigenaren en mede-eigenaren in beginsel vergelijkbare gevallen. Het doel van de verhuurderheffing is immers om eigenaren van gereguleerde huurwoningen te belasten naar verhouding van de waarde van hun vastgoed.
Vervolgens beoordeelt de Hoge Raad of de tijdelijke ongelijke behandeling in 2019 gerechtvaardigd was. Volgens de Hoge Raad mag een tijdelijke ongelijkheid bestaan als de wetgever het probleem binnen een redelijke termijn herstelt. Dat is volgens de Hoge Raad gebeurd. Opvallend is echter dat de reparatiewet pas ongeveer anderhalf jaar na het arrest van 2018 concreet werd aangekondigd en vervolgens in maart 2020 bij de Tweede Kamer werd ingediend. De Hoge Raad vindt deze termijn nog steeds voldoende voortvarend. Daarmee lijkt de Hoge Raad de wetgever relatief veel ruimte te geven om onrechtmatige wetgeving te herstellen.
De Hoge Raad laat daarnaast de verhuurderheffing over de jaren 2020 en 2021 eveneens in stand, zie Hoge Raad d.d. 26 juni 2026 ECLI:NL:HR:2026:804. Daarmee zijn de belangrijkste juridische bezwaren tegen deze belasting definitief verworpen.
