Verhuurdersheffing over leegstaande woning
Volgens de Belastingdienst is de verhuurdersheffing ook van toepassing bij leegstand. Als een woning op peildatum wordt gereno-veerd (of bij een verbouwing) is de verhuurdersheffing niet van toepassing. Er loopt echter een procedure over leegstand en ver-huurdersheffing bij de Rechtbank, in dit artikel een toelichting.
Nieuws verhuurdersheffing 2022-2023
De verhuurdersheffing wordt volgens het regeerakkoord Rutte IV (bekend geworden in december 2021) afgeschaft. Wanneer de heffing wordt afgeschaft is nog niet bekend, wij verwachten dat de afschaffing in 2022 zal plaatsvinden.
Verhuurdersheffing als woning leeg staat
De Rechtbank is in een tussenuitspraak tot een voorlopige conclusie gekomen. Bij leegstand moet aan de hand van de bestemming worden bepaald of er verhuurdersheffing moet worden betaald. Er is geen verhuurdersheffing verschuldigd als woningen bestemd zijn voor sloop of verkoop en op dat moment leegstaan of tijdelijk worden verhuurd. Dan is er dus geen verhuurdersheffing verschuldigd.
Als woningen gerenoveerd worden en de bestemming hebben om na de renovatie te worden verhuurd (tegen sociale huurprijs) vallen ze wel onder de verhuurdersheffing.
In deze procedure was een woningcorporatie van mening dat er geen verhuurdersheffing is verschuldigd. Een woning die tijdelijk leegstaat (door wachten op nieuwe huurder, renovatie of onderhoud) valt gewoon onder de verhuurdersheffing. Als de woningcor-poratie aannemelijk kan maken dat de woning niet langer bestemd is om te worden verhuurd (tegen sociale huurprijs), dan kan dit anders zijn. Partijen gaan met elkaar in overleg. De zaak is aangehouden.
Hoge Raad over rechtvaardiging verhuurdersheffing
De achtergrond van deze uitspraak ligt in een arrest van de Hoge Raad uit 2018 (ECLI:NL:HR:2018:846). Destijds besliste de Hoge Raad dat de verhuurderheffing voor mede-eigenaren niet mocht worden geheven, omdat dit in strijd was met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht. Daardoor hoefden mede-eigenaren in 2019 geen verhuurderheffing te betalen, terwijl volledige eigenaren deze belasting wel verschuldigd waren.
In de nieuwe procedure voerden volledige eigenaren aan dat dit juist leidde tot ongelijke behandeling. De Hoge Raad geeft hen gelijk: voor de verhuurderheffing zijn volledige eigenaren en mede-eigenaren in beginsel vergelijkbare gevallen. Het doel van de verhuurderheffing is immers om eigenaren van gereguleerde huurwoningen te belasten naar verhouding van de waarde van hun vastgoed.
Vervolgens beoordeelt de Hoge Raad of de tijdelijke ongelijke behandeling in 2019 gerechtvaardigd was. Volgens de Hoge Raad mag een tijdelijke ongelijkheid bestaan als de wetgever het probleem binnen een redelijke termijn herstelt. Dat is volgens de Hoge Raad gebeurd. Opvallend is echter dat de reparatiewet pas ongeveer anderhalf jaar na het arrest van 2018 concreet werd aangekondigd en vervolgens in maart 2020 bij de Tweede Kamer werd ingediend. De Hoge Raad vindt deze termijn nog steeds voldoende voortvarend. Daarmee lijkt de Hoge Raad de wetgever relatief veel ruimte te geven om onrechtmatige wetgeving te herstellen.
De Hoge Raad laat daarnaast de verhuurderheffing over de jaren 2020 en 2021 eveneens in stand, zie Hoge Raad d.d. 26 juni 2026 ECLI:NL:HR:2026:804. Daarmee zijn de belangrijkste juridische bezwaren tegen deze belasting definitief verworpen.
Bron verhuurdersheffing bij leegstand
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2017, nr. 16/4598T.
