Volg ons op:

Twitter Updates

Voorkoming van dubbele belasting bij piloten

Op onze site hebben wij al vaker aandacht besteed aan dit vraagstuk. Vorige maand hebben wij hierover geschreven in relatie tot een piloot die gestationeerd was in Frankrijk.  Zie het artikel 

In maart 2018 hebben we geschreven over de Nederlandse piloot die voor zijn werkgever EasyJet is gestationeerd in Italië, (zie artikel)

Op deze uitspraak is nu een vervolg gekomen door een uitspraak in hoger beroep van het Gerechtshof Den Bosch, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:170

Casus

In het kort gaat het om de vraag of een piloot die inwoner is van Nederland recht heeft op voorkoming van dubbele belasting voor de inkomsten die hij heeft ontvangen uit dienstbetrekking bij EasyJet, waarbij zijn thuisbasis Italië is, Milaan / Malpensa om precies te zijn.

Rechtbank Zeeland-West Brabant heeft al geoordeeld dat dit het geval is, Hof Den Bosch heeft in haar uitspraak bevestigd dat er recht bestaat op voorkoming van dubbele belasting. Deze uitspraak maakt des te meer duidelijk hoe complex en ongunstig de situatie kan zijn voor piloten, maar ook voor cabinepersoneel en zeevarenden. In de onderhavige casus is er namelijk nog steeds sprake van gedeeltelijke dubbele belasting.

Welk verdragsartikel is van toepassing?

In meerlandensituaties moet altijd bekeken worden welk verdragsartikel van toepassing is, van daaruit kan worden bepaald welk land heffingsbevoegd is en of er recht is op voorkoming van dubbele belasting.

Wanneer de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is in het woonland of het thuisland, wordt niet voldaan aan de definitie voor internationaal verkeer zoals deze in de meeste verdragen staat, met uitzondering van Frankrijk. Gevolg hiervan is dat niet het artikel van toepassing is dat speciaal bedoeld is voor werknemers in het internationale verkeer (meestal artikel 15 lid 3), maar het artikel voor de gewone werknemer (meestal artikel 15 lid 1 en lid 2). Dit laatste is in de casus met EasyJet en Italië ook het geval en speelt ook bij werknemers van Ryan Air, Norwegian, etc.

De hoofdregel is dan dat het woonland belasting mag heffen tenzij de werknemer meer dan 183 dagen per jaar in het werkland verblijft of zijn inkomen ten laste komt van een in het werkland gevestigde vaste inrichting. Het is dus zaak om te beginnen met dagen tellen, voldoe je aan de 183-dagenregel, dan is verder kijken niet nodig en bestaat er recht op voorkoming van dubbele belasting. Voldoe je hier niet aan, dan wordt het lastiger want dan moet je aantonen dat er sprake is van een vaste inrichting in Italië. De EasyJet piloot in deze casus verbleef 73 dagen in Italië en moet dus aantonen dat er sprake is van een vaste inrichting.

Eigenlijk een onmogelijke bewijslast voor een werknemer van een grote luchtvaartorganisatie. Je zou mogen verwachten dat de verschillende landen dit in onderling overleg samen met de werkgever afstemmen (vooral binnen Europa) om te voorkomen dat de werknemer de dupe wordt. Dat gebeurt blijkbaar niet. In de onderhavige casus is de piloot er toch in geslaagd om aan te tonen dat EasyJet een vaste inrichting in Italië heeft. Gevolg: er bestaat recht op voorkoming van dubbele belasting.

Voor welke inkomsten voorkoming van dubbele belasting?

Nu duidelijk is dat er recht bestaat op voorkoming van dubbele belasting, is de vraag waarover de voorkoming moet worden berekend. In deze casus is de voorkoming berekend naar evenredigheid van het aantal door belanghebbende in Italië verbleven dagen ten opzichte van het totaal aantal gewerkte dagen. Feitelijk heeft belanghebbende een contract gesloten met de Italiaanse branch en is op zijn volledige inkomen in Italië belasting ingehouden.

De Nederlandse Belastingdienst geeft in dit geval dus voorkoming van dubbele belasting op het inkomen dat ziet op de nationale vluchten en op de internationale vluchten. Volgens de letter van het belastingverdrag is Italië echter alleen bevoegd om te heffen over het inkomen dat ziet op de in of boven Italië gewerkte dagen. Voor de werkzaamheden buiten Italië (internationaal verkeer) heeft Nederland het heffingsrecht. Wanneer Nederland dit consequent toepast, ontstaat er dubbele heffing omdat Italië blijkbaar niet bereid is om het inkomen dat ziet op de internationale vluchten vrij te stellen. 

Hoop voor de toekomst van piloten die werkzaam zijn in het buitenland

In de toekomst zal dit probleem hopelijk minder vaak voorkomen. In het nieuwe OESO-modelverdrag uit 2017 is de definitie van internationaal verkeer aangepast. Het is daarin niet langer noodzakelijk dat de feitelijke leiding van de maatschappij is gevestigd in het woonland of het werkland, eigenlijk de situatie die nu al bestaat met Frankrijk. Hierdoor is een opsplitsing van het inkomen niet langer nodig en kan of het woonland of het werkland (thuisbasis) heffen. Zolang er echter geen nieuwe verdragen zijn of de OESO-landen gezamenlijk besluiten om zich hieraan te conformeren, blijft de fiscale positie van een piloot, cabinepersoneel of een zeevarende een uitdaging.

Ook piloot e

Vul uw naam en telefoonnummer in en wij nemen contact met u op.


Meer weten van voorkoming van dubbele belasting bij piloten



Auteur(s) van voorkoming van dubbele belasting bij piloten


A. Hof RB (Arjan).
Register Belastingadviseur ,

088 027 00 00
a.hof@jongbloed.tv



Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Artikel datum : 04-04-2019 | Artikel laatst gewijzigd : 04-04-2019

© 2019 Jongbloed Fiscaal Juristen