Herinvesteringsreserve
Als u in 2019 een bedrijfsmiddel met winst heeft verkocht, hoeft u de winst nog niet direct te nemen. U moet dan wel binnen drie jaar een nieuwe investering verrichten. De boekwinst kunt u op deze aanschafwaarde afboeken. Let erop dat u het voornemen om te herinvesteren uitgebreid in notulen of een verslag schriftelijk gaat vastleggen (en ondertekenen).
Inleiding herinvesteringsreserve
U mag gemaakte boekwinst op bedrijfsmiddelen (bijvoorbeeld bij verkoop) opnemen in de herinvesteringsreserve. Dit voorkomt het direct afrekenen over de winst. U moet op balansdatum, meestal 31 december, een herinvesteringsvoornemen hebben. Dit moet u schriftelijk vastleggen en kan ook volgen uit gespreksverslagen (zie uitspraak Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 3 november 2015). De boekwinst neemt u dan niet op in uw fiscale winst maar in een herinvesteringsreserve op de balans.
Afboeken herinvesteringsreserve
U moet de herinvesteringsreserve verminderen als u een nieuw bedrijfsmiddel koopt. Bij een nieuwe aankoop moet u eerst de herinvesteringsreserve afboeken op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Door de afboeking mag de boekwaarde van het nieuw gekochte bedrijfsmiddel niet lager worden dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel (dat is verkocht). Door de afboeking kunt u minder afschrijven.
Voorbeeld herinvesteringsreserve
Als u een herinvesteringsreserve heeft gevormd voor een bedrijfsmiddel waar u niet op afschrijft of waarvoor de afschrijvingstermijn meer dan 10 jaar is, dan geldt een speciale regeling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verkoop van een bedrijfspand. U hoeft de herinvesteringsreserve die u hiervoor gebruikt niet direct aan te wenden als u bijvoorbeeld een bedrijfsbus koopt. U mag de herinvesteringsreserve dan gebruiken voor een investering met eenzelfde economische functie. Gelukkig, dit mag wel.
Omgekeerd, u mag niet de boekwinst op een bedrijfsbus afboeken op de aanschafkosten van een bedrijfspand.
Herinvesteringsvoornemen bij vormen HIR
Een BV heeft na verkoop van haar onderneming ten onrechte een herinvesteringsreserve gevormd, het is niet aannemelijk dat op balansdatum sprake was van een concreet (en aan de BV toe te rekenen) herinvesteringsvoornemen, aldus Rechtbank Zeeland West Brabant d.d. 8 december 2025 ECLI:NL:RBZWB:2025:8593. In deze procedure wordt een VOF in 2005 in 2018 ingebracht in een BV. In 2019 verkoopt de BV de onderneming (assurantiebedrijf) aan een cooperatie voor krap € 1.000.000. Er wordt een HIR gevormd voor de verkoopwinst. Pas in 2022 (na vragen van de inspecteur) wordt er werk gemaakt van het herinvesteringsvoornemen. Eind 2019 heeft er verder geen vastlegging plaatsgevonden.
Vrijval herinvesteringsreserve
De herinvesteringsreserve valt in een aantal gevallen vrij:
- Bij een herinvestering.
- Als u geen herinvesteringsvoornemen meer heeft.
- Als u binnen 3 jaar niet tot een herinvestering bent overgegaan (soms kan deze termijn langer zijn, bijvoorbeeld bij bijzondere omstandigheden of als voor het herinvesteren simpelweg een langere termijn vereist is, wel even afstemmen met de Belastingdienst).
