Aandelenfusie direct gevolgd door splitsing: wordt dan nog wel voldaan aan het stemrechtvereiste?
Een opluchting voor onze fiscale adviespraktijk. De kennisgroep van de belastingdienst geeft duidelijkheid over het antwoord op de vraag of u een aandelenfusie bij meerdere aandeelhouders onmiddelijk mag laten volgen door een (juridische) splitsing van de nieuwe holding om zo een persoonlijke holding te creëren. Hopelijk behoort nu de discussie over aandeelhoudersmotieven en ondernemingsmotieven tot het verleden.
Herstructurering nieuwe holdingstructuur, hoe werkt dit?
Ondernemers die de ondernemingsstructuur wensen te herstructureren, kiezen vaak voor een holdingstructuur met persoonlijke houdstermaatschappijen. Zo’n structuur biedt voordelen op het gebied van risicospreiding en fiscale flexibiliteit. Wanneer in de praktijk sprake is van meerdere aandeelhouders, kan een dergelijke holdingstructuur gecreëerd worden via een aandelenfusie gevolgd door een juridische splitsing. Onder voorwaarden kan zowel de aandelenfusie als juridische splitsing plaatsvinden zonder belastingheffing.
Maar hoe zit het fiscaal als die stappen vrij kort na elkaar plaatsvinden? Voldoet u dan nog wel aan alle voorwaarden voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit? De Belastingdienst heeft hierover onlangs een kennisgroepstandpunt gepubliceerd (Belastingdienst 16 februari 2026, KG:003:2026:03). In dit artikel lichten wij de inhoud van het kennisgroepstandpunt toe en leggen wij uit wat dit betekent voor de praktijk.
Wat is een aandelenfusie?
Een aandelenfusie is in feite een aandelenruil. Bij een aandelenfusie vindt namelijk een overdracht van aandelen tussen fuserende ondernemingen plaats. Eén van beide ondernemingen draagt aandelen over aan de andere onderneming, waartegenover de laatstgenoemde onderneming zijn eigen aandelen weer uitreikt aan de inbrengende onderneming. Op het moment van levering van de aandelen tegen de uitreiking van de nieuwe aandelen van de andere onderneming is sprake van een vervreemdingsresultaat. Over het vervreemdingsresultaat moet in beginsel belasting worden betaald.
Om de belastingheffing te beperken c.q. voorkomen, kent de wet een aandelenfusiefaciliteit. Deze faciliteit is van toepassing indien de aandelenfusie voldoet aan de in de wet gestelde voorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat voldaan moet worden aan het stemrechtvereiste. Een andere belangrijke voorwaarde is dat de aandelenfusie niet in overwegende mate mag zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, aldus artikel 3.55, lid 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Het stemrechtvereiste bij een aandelenfusie, hoe werkt dit?
De wet bepaalt dat de aandelenfusiefaciliteit alleen kan worden toegepast indien de verkrijgende onderneming als gevolg van de aandelenfusie meer dan de helft van de stemrechten kan uitoefenen in de overgenomen onderneming. Met andere woorden: de verkrijgende onderneming moet daadwerkelijk de zeggenschap verkrijgen over de andere onderneming.
Het idee achter deze voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een reële overname. De faciliteit is dus niet bedoeld voor situaties waarin alleen formeel aandelen worden uitgewisseld, om bijvoorbeeld een fiscaal voordeel te behalen, zonder dat er echte zeggenschap wordt verkregen.
In de praktijk komt het regelmatig voor dat een aandelenfusie onderdeel is van een bredere herstructurering waarbij meerdere stappen kort na elkaar plaatsvinden. In dat geval kan de vraag zich voordoen of op dat moment nog wel aan het stemrechtvereiste wordt voldaan voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit. Volgens een arrest van de Hoge Raad d.d. 14 mei 2004 ECLI:NL:HR:2004:AO3339 wordt voor de bedoeling van het stemrecht vereiste gekeken naar alle afspraken die samenhangen met de aandelenfusie.
Voorbeeld aandelenfusie en direct daarna een juridische splitsing
In het gepubliceerde standpunt van de Belastingdienst deed zich de volgende situatie voor.
- Drie aandeelhouders – X, Y en Z – bezitten gezamenlijk alle aandelen in een werkmaatschappij (A BV). X heeft 40% van de aandelen en Y en Z hebben ieder 30%. De aandeelhouders willen een structuur creëren waarin ieder via een persoonlijke holding participeert in de werkmaatschappij
- Om dat te bereiken wordt eerst een aandelenfusie uitgevoerd. Een nieuw opgerichte vennootschap (B BV) verwerft alle aandelen in A BV. In ruil daarvoor ontvangen de aandeelhouders aandelen in B BV, in dezelfde verhouding: 40%, 30% en 30%
- Vervolgens wordt B BV anderhalve maand later juridisch gesplitst in drie persoonlijke holdings: Holding X, Holding Y en Holding Z. Elk van deze holdings houdt vervolgens een belang in A BV.
De vraag was of in deze situatie nog wel wordt voldaan aan het stemrechtvereiste voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit. Immers: de structuur waarin B BV alle aandelen in A BV houdt, bestaat slechts tijdelijk omdat er al een splitsing gepland is. Daartegenover staat dat B BV in de periode tussen de aandelenfusie en de splitsing haar stemrechten die verbonden zijn aan haar aandelen in A BV vrijelijk heeft kunnen uitoefenen.
Standpunt Belastingdienst inzake aandelenfusie en dan splitsing
De Belastingdienst komt tot de conclusie dat wel degelijk aan het stemrechtvereiste wordt voldaan. Doorslaggevend is dat B BV in de periode tussen de aandelenfusie en de juridische splitsing daadwerkelijk meer dan de helft van de stemrechten in A BV kon uitoefenen. B BV bezat immers alle aandelen in A BV en kon de bijbehorende stemrechten vrijelijk uitoefenen.
Dat op voorhand vaststond dat deze situatie tijdelijk zou zijn, maakt volgens de Belastingdienst niet uit. Zolang er geen beperkingen waren op het uitoefenen van de stemrechten door B BV, voldoet de aandelenfusie aan de wettelijke eis. De Belastingdienst merkt wel op dat daarnaast óók aan de voorwaarde moet zijn voldaan dat de aandelenfusie niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
Stemrechtvereiste bij aandelenfusie gevolgd door uitgifte aandelen
In een eerder kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst (Belastingdienst 6 oktober 2025, KG:003:2025:12) is de situatie aan bod gekomen waarbij een aandelenfusie heeft plaatsgevonden tussen X BV en Y BV. Als gevolg van de aandelenfusie heeft X BV alle aandelen verkregen in Y BV, tegen uitreiking van eigen aandelen.
Direct na de aandelenfusie geeft Y BV nieuwe aandelen uit aan een derde partij, Z BV. Als gevolg van deze uitgifte verkrijgt Z BV een belang van 40% in Y BV en verwatert het aandelenbelang van X BV in Y BV van 100% naar 60%. Ook worden tegelijkertijd de statuten van Y BV gewijzigd. Voortaan is voor alle aandeelhoudersbesluiten een gekwalificeerde meerderheid van 2/3 van stemmen vereist. De vraag die voorlag, is of in deze situatie nog wel voldaan wordt aan het stemrechtvereiste voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit.
Volgens de Belastingdienst wordt in deze situatie nog steeds voldaan aan het stemrechtvereiste, ondanks de uitgifte van aandelen en de statutenwijziging die direct na de aandelenfusie hebben plaatsgevonden. X BV kan immers ook na de uitgifte van aandelen en statutenwijziging nog steeds door middel van haar aandelenbezit (60%) meer dan de helft van de stemrechten in Y BV uitoefenen. Dat vanwege de plaatsgevonden statutenwijziging voor alle aandeelhoudersbesluiten een gekwalificeerde meerderheid van 2/3 van stemmen is vereist, maakt dit niet anders.
Advisering inzake herstructurering via aandelenfusie en splitsing
Dit kennisgroepstandpunt is relevant voor situaties waarin ná een aandelenfusie nog aanvullende stappen plaatsvinden in het kader van een herstructurering. In die situaties kan namelijk onduidelijkheid ontstaan over het feit of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, met name wanneer bepaalde stappen kort na elkaar volgen.
Uit het kennisgroepstandpunt kan worden opgemaakt dat het feit dat slechts voor een korte periode wordt voldaan aan het stemrechtvereiste, niet leidt tot het niet kunnen toepassen van de aandelenfusiefaciliteit. Ook het feit dat op voorhand reeds bekend was dat een juridische splitsing zou plaatsvinden leidt niet tot een andere uitkomst. Van belang blijft wel dat het stemrechtvereiste daadwerkelijk kan worden uitgeoefend nadat de aandelenfusie heeft plaatsgevonden, ook al is dit slechts voor korte duur. Indien er beperkingen zijn gesteld met betrekking tot de uitoefening van de stemrechten, dan kan dit leiden tot een andere uitkomst. Het advies blijft altijd om de voorgenomen herstructurering vooraf af te stemmen met de Belastingdienst, teneinde op voorhand zekerheid te verkrijgen over de toepassing van de verschillende faciliteiten. Dit voorkomt onduidelijkheid en vervelende verrassingen achteraf.
Bent u voornemens om een herstructurering te laten plaatsvinden, of bent u juist benieuwd of uw huidige ondernemingsstructuur toe is aan een herstructurering? Neem dan gerust contact met ons op en wij helpen u graag!
Aandelenfusie direct gevolgd door splitsing: wordt dan nog wel voldaan aan het stemrechtvereiste?
Ondernemers die de ondernemingsstructuur wensen te herstructureren, kiezen vaak voor een holdingstructuur met persoonlijke houdstermaatschappijen. Zo’n structuur biedt voordelen op het gebied van risicospreiding en fiscale flexibiliteit. Wanneer in de praktijk sprake is van meerdere aandeelhouders, kan een dergelijke holdingstructuur gecreëerd worden via een aandelenfusie gevolgd door een juridische splitsing. Onder voorwaarden kan zowel de aandelenfusie als juridische splitsing plaatsvinden zonder belastingheffing.
Maar hoe zit het fiscaal als die stappen vrij kort na elkaar plaatsvinden? Voldoet u dan nog wel aan alle voorwaarden voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit? De Belastingdienst heeft hierover onlangs een kennisgroepstandpunt gepubliceerd (Belastingdienst 16 februari 2026, KG:003:2026:03). In dit artikel lichten wij de inhoud van het kennisgroepstandpunt toe en leggen wij uit wat dit betekent voor de praktijk.
Wat is een aandelenfusie?
Een aandelenfusie is in feite een aandelenruil. Bij een aandelenfusie vindt namelijk een overdracht van aandelen tussen fuserende ondernemingen plaats. Eén van beide ondernemingen draagt aandelen over aan de andere onderneming, waartegenover de laatstgenoemde onderneming zijn eigen aandelen weer uitreikt aan de inbrengende onderneming. Op het moment van levering van de aandelen tegen de uitreiking van de nieuwe aandelen van de andere onderneming is sprake van een vervreemdingsresultaat. Over het vervreemdingsresultaat moet in beginsel belasting worden betaald.
Om de belastingheffing te beperken c.q. voorkomen, kent de wet een aandelenfusiefaciliteit. Deze faciliteit is van toepassing indien de aandelenfusie voldoet aan de in de wet gestelde voorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat voldaan moet worden aan het stemrechtvereiste. Een andere belangrijke voorwaarde is dat de aandelenfusie niet in overwegende mate mag zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, aldus artikel 3.55, lid 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Het stemrechtvereiste bij een aandelenfusie, hoe werkt dit?
De wet bepaalt dat de aandelenfusiefaciliteit alleen kan worden toegepast indien de verkrijgende onderneming als gevolg van de aandelenfusie meer dan de helft van de stemrechten kan uitoefenen in de overgenomen onderneming. Met andere woorden: de verkrijgende onderneming moet daadwerkelijk de zeggenschap verkrijgen over de andere onderneming.
Het idee achter deze voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een reële overname. De faciliteit is dus niet bedoeld voor situaties waarin alleen formeel aandelen worden uitgewisseld, om bijvoorbeeld een fiscaal voordeel te behalen, zonder dat er echte zeggenschap wordt verkregen.
In de praktijk komt het regelmatig voor dat een aandelenfusie onderdeel is van een bredere herstructurering waarbij meerdere stappen kort na elkaar plaatsvinden. In dat geval kan de vraag zich voordoen of op dat moment nog wel aan het stemrechtvereiste wordt voldaan voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit. Volgens een arrest van de Hoge Raad d.d. 14 mei 2004 ECLI:NL:HR:2004:AO3339 wordt voor de bedoeling van het stemrecht vereiste gekeken naar alle afspraken die samenhangen met de aandelenfusie.
Voorbeeld aandelenfusie en direct daarna een juridische splitsing
In het gepubliceerde standpunt van de Belastingdienst deed zich de volgende situatie voor.
- Drie aandeelhouders – X, Y en Z – bezitten gezamenlijk alle aandelen in een werkmaatschappij (A BV). X heeft 40% van de aandelen en Y en Z hebben ieder 30%. De aandeelhouders willen een structuur creëren waarin ieder via een persoonlijke holding participeert in de werkmaatschappij
- Om dat te bereiken wordt eerst een aandelenfusie uitgevoerd. Een nieuw opgerichte vennootschap (B BV) verwerft alle aandelen in A BV. In ruil daarvoor ontvangen de aandeelhouders aandelen in B BV, in dezelfde verhouding: 40%, 30% en 30%
- Vervolgens wordt B BV anderhalve maand later juridisch gesplitst in drie persoonlijke holdings: Holding X, Holding Y en Holding Z. Elk van deze holdings houdt vervolgens een belang in A BV.
De vraag was of in deze situatie nog wel wordt voldaan aan het stemrechtvereiste voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit. Immers: de structuur waarin B BV alle aandelen in A BV houdt, bestaat slechts tijdelijk omdat er al een splitsing gepland is. Daartegenover staat dat B BV in de periode tussen de aandelenfusie en de splitsing haar stemrechten die verbonden zijn aan haar aandelen in A BV vrijelijk heeft kunnen uitoefenen.
Standpunt Belastingdienst inzake aandelenfusie en dan splitsing
De Belastingdienst komt tot de conclusie dat wel degelijk aan het stemrechtvereiste wordt voldaan. Doorslaggevend is dat B BV in de periode tussen de aandelenfusie en de juridische splitsing daadwerkelijk meer dan de helft van de stemrechten in A BV kon uitoefenen. B BV bezat immers alle aandelen in A BV en kon de bijbehorende stemrechten vrijelijk uitoefenen.
Dat op voorhand vaststond dat deze situatie tijdelijk zou zijn, maakt volgens de Belastingdienst niet uit. Zolang er geen beperkingen waren op het uitoefenen van de stemrechten door B BV, voldoet de aandelenfusie aan de wettelijke eis. De Belastingdienst merkt wel op dat daarnaast óók aan de voorwaarde moet zijn voldaan dat de aandelenfusie niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
Stemrechtvereiste bij aandelenfusie gevolgd door uitgifte aandelen
In een eerder kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst (Belastingdienst 6 oktober 2025, KG:003:2025:12) is de situatie aan bod gekomen waarbij een aandelenfusie heeft plaatsgevonden tussen X BV en Y BV. Als gevolg van de aandelenfusie heeft X BV alle aandelen verkregen in Y BV, tegen uitreiking van eigen aandelen.
Direct na de aandelenfusie geeft Y BV nieuwe aandelen uit aan een derde partij, Z BV. Als gevolg van deze uitgifte verkrijgt Z BV een belang van 40% in Y BV en verwatert het aandelenbelang van X BV in Y BV van 100% naar 60%. Ook worden tegelijkertijd de statuten van Y BV gewijzigd. Voortaan is voor alle aandeelhoudersbesluiten een gekwalificeerde meerderheid van 2/3 van stemmen vereist. De vraag die voorlag, is of in deze situatie nog wel voldaan wordt aan het stemrechtvereiste voor toepassing van de aandelenfusiefaciliteit.
Volgens de Belastingdienst wordt in deze situatie nog steeds voldaan aan het stemrechtvereiste, ondanks de uitgifte van aandelen en de statutenwijziging die direct na de aandelenfusie hebben plaatsgevonden. X BV kan immers ook na de uitgifte van aandelen en statutenwijziging nog steeds door middel van haar aandelenbezit (60%) meer dan de helft van de stemrechten in Y BV uitoefenen. Dat vanwege de plaatsgevonden statutenwijziging voor alle aandeelhoudersbesluiten een gekwalificeerde meerderheid van 2/3 van stemmen is vereist, maakt dit niet anders.
Advisering inzake herstructurering via aandelenfusie en splitsing
Dit kennisgroepstandpunt is relevant voor situaties waarin ná een aandelenfusie nog aanvullende stappen plaatsvinden in het kader van een herstructurering. In die situaties kan namelijk onduidelijkheid ontstaan over het feit of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, met name wanneer bepaalde stappen kort na elkaar volgen.
Uit het kennisgroepstandpunt kan worden opgemaakt dat het feit dat slechts voor een korte periode wordt voldaan aan het stemrechtvereiste, niet leidt tot het niet kunnen toepassen van de aandelenfusiefaciliteit. Ook het feit dat op voorhand reeds bekend was dat een juridische splitsing zou plaatsvinden leidt niet tot een andere uitkomst. Van belang blijft wel dat het stemrechtvereiste daadwerkelijk kan worden uitgeoefend nadat de aandelenfusie heeft plaatsgevonden, ook al is dit slechts voor korte duur. Indien er beperkingen zijn gesteld met betrekking tot de uitoefening van de stemrechten, dan kan dit leiden tot een andere uitkomst. Het advies blijft altijd om de voorgenomen herstructurering vooraf af te stemmen met de Belastingdienst, teneinde op voorhand zekerheid te verkrijgen over de toepassing van de verschillende faciliteiten. Dit voorkomt onduidelijkheid en vervelende verrassingen achteraf.
Bent u voornemens om een herstructurering te laten plaatsvinden, of bent u juist benieuwd of uw huidige ondernemingsstructuur toe is aan een herstructurering? Neem dan gerust contact met ons op en wij helpen u graag!
Vragen over herstructurering?
Meer weten van aandelenfusie en splitsing gevolgen stemrechtvereiste
- Aandelenfusie en splitsing gevolgen stemrechtvereiste
- Aandelenfusie en splitsing gevolgen stemrechtvereiste
- Fiscale splitsing met zakelijke overwegingen
- Splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting
- Bedrijfsopvolging en juridische splitsing
- Ruziesplitsing en overdrachtsbelasting
- Splitsing bv bij echtscheiding
- Aandelenfusie bij opvolging kinderen
- Fiscale aandachtspunten aandelenfusie
