vertaal/translate print sitemap zoeken disclaimer contact

Bedrijfsopvolging

Bezitseis schenk- en erfbelasting bij bedrijfsopvolging

De bedrijfsopvolgingsregeling ziet op verschillende belastingmiddelen. Zo kent de inkomstenbelasting (Wet inkomstenbelasting 2001) een regeling die op een aantal punten afwijkt van de regeling zoals deze (voor de Successiewet 1956) geldt. Een belangrijk verschil is dat de bedrijfsvolgingsregeling in de inkomstenbelasting leidt tot het doorschuiven van de belastingclaim, terwijl de regeling voor de schenk- en erfbelasting een (gedeeltelijke) vrijstelling inhoudt.

Voor de schenk- en erfbelasting, hierna ‘Successiewet 1956’, is de bezitseis een belangrijke voorwaarde om een beroep te kunnen doen op de vrijstelling. De bezitseis houdt in dat de erflater of de schenker de onderneming één, respectievelijk vijf jaar moet hebben gedreven. Daaronder wordt mede verstaan het houden van een aanmerkelijk belang in een vennootschap waarin zich een onderneming bevindt. Daarbij wordt voor het begrip ‘onderneming’ verwezen naar het drijven van een materiële onderneming. De Successiewet 1956 borduurt voort op de Wet inkomstenbelasting 2001 voor wat betreft de definitie van een materiële onderneming.

Een discussie die al langere tijd loopt en waar recent meer duidelijkheid in is verschaft betreft de situatie waarbij een ondernemer in een B.V.-structuur reeds een onderneming drijft en een bestaande onderneming overneemt. Een overname kan doorgaans op twee manieren: de aandelen van de B.V. waarin de onderneming zich bevindt worden overgenomen of de bezittingen en schulden van de onderneming worden overgenomen, ook wel een activa /passiva overname genoemd. De Belastingdienst was daarin van mening dat in beide gevallen een nieuwe bezitstermijn moet gaan lopen voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling die opgenomen is in de Successiewet 1956.

Bezitseis bij bedrijfsopvolging en uitspraak Gerechtshof

Gerechtshof Den Haag (29 januari 2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:114) en Rechtbank Den Haag d.d. 5 december 2024 ECLI:NL:RBDHA:2024:20487) oordelen dat de BOR (art. 35c lid 1, letter c en art. 35d lid 1, letter c SW) slechts van toepassing is op het deel van de aandelen dat de schenker gedurende vijf jaar onafgebroken in bezit heeft gehad.

  • Moeder hield oorspronkelijk 49% van de aandelen in Holding BV; vader 51%.
  • Na overlijden van vader in 2016 verkreeg moeder diens 51%.
  • In 2020 volgde een juridische splitsing, waarna moeder alle aandelen in de nieuwe BV aan haar dochter schonk.
  • De inspecteur paste de BOR slechts toe op 49%, omdat moeder het resterende 51%-belang nog geen vijf jaar bezat.

Het Hof bevestigt dit standpunt. De wettekst is duidelijk: de bezitseis geldt per vermogensbestanddeel. Bij uitbreiding van een aandelenbelang start voor dat deel een nieuwe vijfjaarstermijn. Doel en strekking (misbruikpreventie) bevestigen dit. De Uitvoeringsregeling noch het BOR-besluit biedt ruimte voor doorkijk of samenvoeging van bezitstermijnen bij vererving binnen vijf jaar.

Heldere tips voor de praktijk inzake bezitseis voor de BOR
  1. Let op bij interne verschuivingen vóór schenking: elke uitbreiding van het AB start een nieuwe vijfjaarstermijn.
  2. Erfrechtelijke verkrijging ≠ voortzetting bezitstermijn voor de BOR bij latere schenking.
  3. Plan tijdig: wacht vijf jaar na vererving voordat wordt geschonken.
  4. Controleer splitsingen en herstructureringen: bezitseis werkt door na juridische splitsing.
  5. Hardheidsclausule is geen vangnet: rechter kan die niet toepassen.
  6. Conclusie: strikte toepassing van de bezitseis; planning is cruciaal.
  7. Vanaf 2026 leidt een verandering van de juridische structuur niet tot een nieuwe bezitseis. Voor AOW ondernemers is de bezitseis in 2026 verlengd met 3 jaar (erflater) en 7 jaar (schenker).

Bezitseis bij verkrijging aandelen van een B.V.

Een discussie ten aanzien van de bezitseis zou kunnen ontstaan indien een erflater of schenker, stel reeds 8 jaar, in bezit is van een holding en werkmaatschappij en drie jaar geleden een andere B.V. met daarin een materiële onderneming heeft verworven. In dat geval heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:990) geoordeeld dat niet aan de bezitseis is voldaan, de bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor de Successiewet 1956 vindt daardoor geen toepassing. Om de bedrijfsopvolgingsfaciliteit wel te kunnen claimen, had men ervoor kunnen kiezen een tweetal jaren te wachten of om de holding juridisch te splitsen waarbij de meest recent verkregen B.V. achterblijft.

Bezitseis bij verkrijging activa / passiva

Een discussie zou ook kunnen ontstaan over de bezitseis indien een erflater of schenker, stel reeds 8 jaar, in bezit is van een holding met een werkmaatschappij en deze werkmaatschappij drie jaar geleden middels een activa / passiva transactie een materiële onderneming heeft verkregen. In dat geval heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:867 en ECLI:NL:HR:2020:993) geoordeeld dat voor de verkrijging van deze activa / passiva geennieuwe vijfjaarstermijn gaat lopen voor de bezitseis. Ook niet ingeval de overgenomen activa / passiva voorafgaand aan de overname een zelfstandige onderneming betrof.

Voor de praktijk is hierin van belang dat voorafgaand aan de schenking van de aandelen in een holding getoetst moet worden of alle afzonderlijke deelnemingen voldoen aan de bezitseis. Daarbij is het nog steeds van belang om ook de in de afgelopen jaren overgenomen bedrijfsactiviteiten van derden afzonderlijk te toetsen. De Hoge Raad heeft namelijk nog een aantal vragen onbeantwoord gelaten.

Wilt u meer weten over de bezitseis zoals deze geldt in de Successiewet 1956 of heeft u behoefte aan een gesprek waarin u bijgepraat wordt over de bedrijfsopvolgingsregeling en welke mogelijkheden daarin voor u liggen? Neem dan contact op met de auteur van dit artikel.

Deel deze pagina

Laatste update op 12-02-2026
Artikel gemaakt op 03-07-2020
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Actueel Bedrijfsopvolging Bezitseis schenk- en erfbelasting

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap