Vrijstelling vennootschapsbelasting voor zorginstellingen

De thuiszorginstellingen, ongeacht hun rechtsvorm, zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting wanneer de statuten én de feitelijke werkzaamheden voldoen aan de door de wet daaraan gestelde voorwaarden. Private zorginstellingen mogen de winst uitsluitend aanwenden voor kwalificerende (thuiszorg)activiteiten of een algemeen maatschappelijk belang.

De thuiszorginstelling die statutair ook niet-kwalificerende activiteiten mag verrichten komt hierdoor niet voor de vrijstelling in aanmerking. Aan de voorwaarde dat de winst uitsluitend voor kwalificerende activiteiten kan worden aangewend wordt dan namelijk niet meer voldaan. Daadwerkelijke uitvoering en winstrealisatie zijn dan niet van belang. Ondanks verweer van de betreffende instelling besliste Rechtbank Arnhem onlangs conform die wetgeving.

De procedure

In de procedure voor de Rechtbank was één van de statutaire doelen van de betreffende thuiszorginstelling het financieren van, deelnemen in, samenwerken met andere ondernemingen van welke aard dan ook. Deze bepaling werd de thuiszorginstelling fataal: geen vrijstelling van vennootschapsbelasting. Derhalve diende de thuiszorginstelling over haar volledige resultaat vennootschapsbelasting te betalen.

Procedure Hoge Raad inzake zorginstelling (zorg verlenen)

Op 10 januari 2013 heeft het Gerechtshof in Amsterdam bepaald dat een stichting (erkende zorginstelling) geen gebruik kon maken van de vrijstelling voor de Vennootschapsbelasting ex artikel 5 lid 1 letter c van de Wet VPB. De Hoge Raad heeft de zaak op 28 maart 2014 in de prullenbak gegooid. De procedure in het kort:

  • De werkzaamheden bij de zorgvragers worden verricht door ZZP'ers.
  • Bij de thuiszorginstelling zijn mensen in dienstbetrekking die zorgen voor de administratie.
  • Er wordt geen rechtstreekse zorg verleend aan de zorgvragers, belanghebbende is een steunpunt.

Procedure Hoge Raad inzake zorginstelling (winstbestemming)

Een thuiszorginstelling (onderdeel van een groep) maakt voor de uitvoering van thuisverzorging / verpleging gebruik van zogenaamde steunpunten. Dit zijn zelfstandige bedrijven. De zorgverlening wordt verricht door ZZP'ers. De Rechtbank in Arnhem heeft geoordeeld dat deze thuiszorginstelling niet in aanmerking komt voor de vrijstelling voor de Vennootschapsbelasting ex artikel 5 lid 1 letter c wet VPB. Het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden kwam tot ditzelfde oordeel, onder meer via de route van artikel 4 uitvoeringsbesluit VPB. De redenen die hiervoor werden aangevoerd zijn:

  • De statuten stellen dat de behaalde winst ter vrije beschikking staat van de algemene vergadering van aandeelhouders.

De Hoge Raad (uitspraak d.d. 4 april 2014) is het eens met het Gerechtshof (en de Rechtbank) en kent de vrijstelling voor de Vennootschapsbelasting niet toe, dit met als belangrijkste reden dat de "zorg, gezien vanuit de zorgvrager(s), niet wordt verricht door de zorginstelling". Dit ligt redelijk in lijn met de hierboven genoemde uitspraak in cassatie. Om voor de vrijstelling voor de Vennootschapsbelasting in aanmerking te komen is vereist dat de werkzaamheden van de belastingplichtige uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan uit het genezen, verplegen of verzorgen van zieke mensen.

Opmerkelijk bij deze uitspraak is dat de Hoge Raad ook heeft vastgesteld dat de winstbestemming (artikel 4 uitvoeringsbesluit Vennootschapsbelasting 1971) niet van belang is. In artikel 4 uitvoeringsbesluit Vennootschapsbelasting 1971 staat dat de vrijstelling voor de Vennootschapsbelasting van toepassing is indien:

  • werkzaamheden moeten aansluiten bij het doel van artikel 5.1.c (onderdeel 1e): het genezen van mensen etc.;
  • lichaam van publieke aard is (dan wel) het lichaam dat niet is dat dan de winst wordt aangewend voor dit doel (genezen van mensen etc.) of het algemeen maatschappelijk belang.

Besluit over belastingen en zorginstelling

In zijn besluit van 16 december 2009 heeft de Staatssecretaris van Financiën beleid bekendgemaakt omtrent de gevallen waarin thuiszorginstellingen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Uitdrukkelijk is hierin aangegeven welke activiteiten van thuiszorginstellingen in ieder geval kwalificeren voor de toepassing van de vrijstelling. De thuiszorginstelling mag voor een zeer beperkt gedeelte (maximaal 10%) niet-kwalificerende activiteiten verrichten zonder dat de vrijstelling daarmee komt te vervallen. Statutair mag dit echter niet worden opgenomen.

Vragen over belastingen en zorginstelling

Twijfelt u over de vrijstelling van uw instelling of heeft u andere fiscale vragen, neemt u dan vrijblijvend contact op met ons kantoor.


Meer weten van zorginstelling en vrijstelling vpb



Auteur(s) van zorginstelling en vrijstelling vpb


mr. D.J.B. Jongbloed Dennis).
Fiscaal Jurist, DGA

088 027 00 00
d.jongbloed@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede
, Overijssel

Artikel datum : 27-08-2012 | Artikel laatst gewijzigd : 08-04-2014

Meer over Jongbloed Fiscaal juristen

Twitter Updates

Volg ons op: