Navorderingsaanslag door ontvangen steekpenningen
In dit artikel bespreken we een boefjes casus. Een commissaris bij een vastgoedgroep is betrokken bij een vastgoedtransactie van € 20.000.000. In 2008 en 2009 ontvangt de commissaris ruim € 350.000 op zijn privé bankrekening, insteek was € 500.000. De reden hiervoor is de verkoop van een schilderij uit zijn privé collectie, de waarde van dit schilderij blijkt € 15.000 te zijn (inschatting tussen de € 9.000 en € 20.000). De commissaris wordt veroordeeld wegen ambtelijke omkoping (taakstraf 240 uur tuinieren en 4 maanden voorwaardelijk). De commissaris is schadeplichtig richting de betalende partij, in 2023 wordt hiertoe een overeenkomst gesloten (terugbetalen € 520.000). Maar moet de commissaris belasting betalen over de ontvangen gelden ad € 350.000?
Steekpenningen, ambtelijke omkoping en belastingen
De inspecteur stelt dat er belasting moet worden betaald over € 150.000 in 2008 en € 195.000 in 2009 (kasstelsel). De Rechtbank Noord Holland doet op 30 september 2025 (ECLI:NL:RBNHO:2025:15824) uitspraak. De ontvangen bedragen hebben geen betrekking op het schilderij maar zijn in werkelijkheid provisies. De commissaris maakt niet aannemelijk dat het schilderij meer waard is dan € 15.000. Taxaties van andere schilderwerken overtuigen niet. De navorderingsaanslag over de ontvangen gelden (resultaat uit overige werkzaamheden) is dus terecht. Afrekening moet plaatsvinden op grond van kasbasis (dus moment ontvangen). Er mag geen voorziening worden gevormd voor de advocaatkosten (zijn ook van aftrek uitgesloten op grond van 3.14 Wet IB).
Noot fiscaal jurist inzake strafrecht en belastingheffing
Integriteitsincidenten (zoals omkoping en steekpenningen) zijn zelden alleen een strafrechtelijk probleem. Deze uitspraak laat klip en klaar zien dat de fiscale afwikkeling vaak evenzo hard kan aankomen. De toepassing van het kasstelsel bij resultaat uit werkzaamheden is in dit geval logisch (zie besluit uit 2001) . De commissaris wilde nog een voorziening vormen voor de latere advocaatkosten. De rechtbank wijst dit resoluut af, dergelijke kosten zijn niet aftrekbaar en in 2008 en 2009 was hierover nog geen zekerheid. Volgens een kennisgroep standpunt (KG:213:2024:5) zijn kosten van juridische bijstand zelden onder de aftrekbare kosten. Binnen de vastgoed wereld is wel vaker sprake van omkoping of andere strafbare feiten, zoals de Vestia zaak in 2021 . In deze casus zijn de financiële wonden stevig, de commissaris moet belasting betalen, zijn advocaatkosten bedroegen € 920.000 en tevens moet de commissaris € 520.000 terugbetalen aan de betalende partij. Misdaad loont gelukkig niet altijd. Een voorziening voor de advocaatkosten wordt vrijwel altijd afgewezen, zie hiertoe bijvoorbeeld de Hoge Raad d.d. 23 september 2011 ECLI:NL:HR:2011:BT2299. Omdat het geheel uiteindelijk verliesgevend is geweest zet de commissaris ook nog in op de buitensporige last, ook via deze route wordt hij niet in het gelijk gesteld, zie hiertoe ondermeer de Hoge Raad d.d. 6 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:511. De Hoge Raad heeft op 18 december 2020 ECLI:NL:HR:2020:2048 een heldere visie gegeven op de aftrekbare kosten bij een misdrijf. De commissaris heeft de procedure ook niet echt sterk gevoerd, in de latere betalingen inzake de vaststellingsovereenkomst, de route naar verliesverrekening ging hierdoor dicht.
