Actueel fiscaal nieuws over Corona

print sitemap zoeken disclaimer contact

Vacatures
U bevindt zich hier :Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Formeel belastingrecht Informatiebeschikking Terechte informatiebeschikking?

Terechte informatiebeschikking?

De informatiebeschikking is sinds 2011 opgenomen in de wet. Met zo’n informatiebeschikking maakt de inspecteur kenbaar dat hij vindt dat de belastingplichtige (of administratieplichtige) bepaalde verplichtingen niet of onvoldoende is nagekomen. Wat het meeste voorkomt is dat de inspecteur vindt dat u de inlichtingenverplichtingen en / of de administratie- en bewaarverplichtingen onvoldoende nakomt. Deze stelling maakt de inspecteur kenbaar in de informatiebeschikking. De belastingplichtige kan vervolgens de informatiebeschikking aanvechten in bezwaar en beroep. Het belang hiervan is gelegen in de bewijslastverdeling. Indien de informatiebeschikking onherroepelijk wordt, dan is de kans groot dat u bij het bestrijden van de aanslag en de correcties van de inspecteur wordt geconfronteerd met omkering en verzwaring van de bewijslast. Dit komt er kortgezegd op neer dat u niet langer kunt volstaan met het aannemelijk maken van uw standpunten, maar u zult deze overtuigend moeten aantonen. Het is alleen al daarom zeer belangrijk om de informatiebeschikking te bestrijden of in ieder geval uit te laten zoeken of het bestrijden ervan zinvol kan zijn. De inspecteur is overigens niet verplicht een informatiebeschikking af te geven. Hij heeft op grond van de wet ook andere mogelijkheden om tot omkering en verzwaring van de bewijslast te komen. Op die andere mogelijkheden gaan wij in dit artikel niet nader in.

Aangezien de informatiebeschikking de gemoederen nog altijd flink bezighoudt, geven wij hierna een weergave van een recent gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.

Feiten en omstandigheden bij deze informatiebeschikking

In het kader van een geschil over de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting, verzoekt de inspecteur de belastingplichtige om nadere informatie. Het gaat om documenten en correspondentie. Deze verzoeken worden gedaan voor diverse belastingjaren. Er worden door de belastingplichtige ook documenten aangeleverd, maar in de ogen van de inspecteur is het aangeleverde onvoldoende. Dat leidt er uiteindelijk toe dat de inspecteur diverse informatiebeschikkingen oplegt. Hij doet dit wegens vermeende schending van artikel 47 AWR. Wij lichten hierna eerst kort artikel 47 AWR toe en gaan daarna in op de uitspraak van de rechtbank.

Inlichtingverplichting van artikel 47 AWR?

Artikel 47 AWR bevat de inlichtingenverplichting ten behoeve van de eigen belastingheffing. Het gebruikmaken van dit artikel door de Belastingdienst vereist altijd een belangenafweging. De Belastingdienst moet enerzijds de juiste aanslag kunnen vaststellen, maar anderzijds moet de belastingplichtige niet teveel worden geconfronteerd met een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer.

De kern is dat de belastingplichtige desgevraagd gegevens moet verstrekken en inzage moet verlenen in informatie die voor de heffing van belang kanzijn. De staatssecretaris van Financiën merkte in 1988 op dat het artikel beoogt om de belastingplichtige niet met meer verplichtingen te confronteren dan die voor een verantwoorde controle door de Belastingdienst nodig zijn. Ondanks de nadruk in de toelichtingen op de belangenafweging, komt deze in de wettekst niet terug. De enige begrenzing is dat de informatie voor de heffing van belang moet kunnen zijn. In de praktijk ontstaat regelmatig discussie over de precieze reikwijdte van deze verplichting. Die reikwijdte kan onder meer na het afgeven van een informatiebeschikking door de inspecteur voor de rechter worden betwist. Dat gebeurt in deze zaak ook.

Informatiebeschikking: standpunten in deze casus

De belastingplichtige is van mening dat de informatiebeschikkingen niet opgelegd mochten worden. De Belastingdienst heeft volgens de belastingplichtige namelijk bij de informatiebeschikkingen geen enkel belang. De bewijslast met betrekking tot het geschil over de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting ligt immers al bij de belastingplichtige. Ook meent de belastingplichtige dat aan het informatieverzoek is voldaan en dat - voor zover dat niet is gebeurd - sprake is van informatie die onder het verschoningsrecht valt. Tot slot merkt de belastingplichtige op dat, zelfs als de informatiebeschikking terecht is, de bewijslast niet verzwaard moet worden.

De inspecteur is uiteraard het tegenovergestelde oordeel toegedaan.

Overwegingen van de rechtbank betreffende de informatiebeschikking

Het gaat hier om een zeer uitgebreid dossier. Voor de leesbaarheid van dit artikel behandelen wij daarom de diverse overwegingen zoveel als mogelijk in afzonderlijke kopjes.

De relevante rechtsregels

De rechtbank brengt eerst de rechtsregels in kaart. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de reikwijdte van artikel 47 AWR. De Hoge Raad oordeelde hierover dat slechts vereist is dat de gevraagde informatie relevant kan zijn voor de belastingheffing van de betrokken belastingplichtige. De vraag is of de gevraagde informatie als zodanig kwalificeert. Dat is niet voor alle gevraagde informatie het geval. De rechtbank komt op basis van het dossier tot het oordeel dat een deel van de vragen zien op het nogmaalsverkrijgen van al bekende informatie. Die vragen zijn niet van belang voor de belastingheffing van de belastingplichtige.

Heeft de Belastingdienst belang bij de informatiebeschikking?

De belastingplichtige geeft aan dat er geen belang is bij de informatiebeschikking, omdat het verzwaren van de bewijslast geen gevolg kan hebben. De bewijslast ligt bij hetgeen in geschil is namelijk al volledig bij de belastingplichtige. De rechtbank stapt over dit argument min of meer heen, door tot de conclusie te komen dat de gevraagde informatie relevant is voor de inspecteur om het geschil te kunnen beoordelen.

Is er niet al voldoende informatie verstrekt aan de Belastingdienst?

Kern van deze informatiebeschikking is dat de inspecteur vindt dat er onvoldoende inlichtingen zijn verstrekt. De belastingplichtige vindt dat er voldoende vragen zijn beantwoord en dat de gestelde vragen verder in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel. Het evenredigheidsbeginsel houdt kort gezegd in dat het gebruiken van een bevoegdheid niet mag leiden tot een onevenredige uitkomst voor de belastingplichtige. De rechtbank merkt daarbij direct op dat het feit dat gelijksoortige belastingplichtigen bepaalde documenten in hun bezit hadden, niet maakt dat deze belastingplichtige die dan ook moet hebben. Daarvoor moet de inspecteur toch op zijn minst aanwijzingen hebben dat die documenten ook bij deze belastingplichtige ook bestaan.

De rechtbank gaat vervolgens per vraag na of deze strijdigheid zich voordoet. Illustratief is het feit dat de inspecteur heeft gevraagd naar informatie waarvan hij niet weet of die informatie überhaupt bestaat. In zoverre is het informatieverzoek dan ook onrechtmatig. Daar komt nog bij dat de inspecteur ook onnodig heeft doorgevraagd op andere onderdelen. De belastingplichtige heeft met betrekking tot bepaalde posten, zoals kapitaalstortingen, in de ogen van de rechtbank voldoende informatie aangeleverd waaruit de situatie kan worden afgeleid. Gezien het geschilpunt van de fiscale eenheid, was verdere informatie voor de inspecteur niet nodig.

Ook heeft de inspecteur van bepaalde documenten gevraagd naar de definitieve versies. De belastingplichtige heeft opgemerkt dat die er niet (altijd) zijn. Illustratief is dat de inspecteur vraagt naar een definitieve leningsovereenkomst, inclusief ondertekening.

De informatiebeschikking en het (informele) verschoningsrecht

Wij gaan hier niet nader in op het verschoningsrecht. Een link met nadere informatie hierover treft u onderaan deze pagina. De rechtbank komt met betrekking tot de informatie tot het volgende oordeel. Het is van belang een onderscheid te maken naar de aard van de informatie. E-mails met bijvoorbeeld de advocaat en adviesrapporten van externe adviseurs hoeven niet overlegd te worden. Het gaat dan om stukken die de fiscale positie van de belastingplichtige belichten en / of daarover adviseren. Andere correspondentie doet zich in dit dossier ook voor. Het gaat dan om adviezen van de eigen belastingadviseur (intern). De rechtbank stelt dat, nu geen sprake is van een externe adviseur, die informatie gewoon aan de inspecteur gegeven dient te worden. Dit is alleen anders indien de informatie een weergave bevat van met (bijvoorbeeld) de advocaat uitgewisselde informatie.

De inspecteur moet wel in staat worden gesteld om te toetsen of niet-verstrekking terecht is. Daarom moet de belastingplichtige met betrekking tot die informatie aangeven:

  • De datum en tijdsaanduiding;
  • De afzender;
  • De geadresseerde;
  • Het onderwerp;
  • Een globale duiding van de inhoud.

Voor een deel van de informatie beroept de belastingplichtige zich terecht op het (informele) verschoningsrecht. Wij merken hier nog op dat wij deze paragraaf zeer beknopt hebben behandeld en dat oordelen over verschoningsrecht zeer nauw komen.

Het omkeren en verzwaren van de bewijslast

Indien een informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat, dan leidt dat vrijwel altijd tot het omkeren en verzwaren van de bewijslast. De vraag of dit wel proportioneel is, kan zowel in de informatiebeschikkingsprocedure als in de procedure over de belastingaanslag aan de orde komen.

De belastingplichtige vindt de maatregel niet terecht. De rechtbank is het hiermee oneens. De vragen die terecht bleken te zijn, zijn van belang voor de belastingheffing. De rechtbank gaat niet expliciet in op de vraag of toepassing van de maatregel in dit geval disproportioneel is.

Informatiebeschikking: conclusie van de rechtbank

De informatiebeschikkingen zijn deels onterecht. Voor dat deel worden ze vernietigd. Er blijven echter vragen over die de inspecteur onder artikel 47 AWR mocht stellen en die de belastingplichtige niet heeft beantwoord. De belastingplichtige krijgt een termijn van zes weken om deze vragen alsnog te beantwoorden. Daarmee kan toepassing van de maatregel van omkering en verzwaring van de bewijslast nog worden voorkomen.

Informatiebeschikking van de Belastingdienst en advies

Indien u een informatiebeschikking ontvangt van de Belastingdienst, dan is er daarvoor vaak al van alles voorgevallen. Het is dan zaak om snel te handelen en een specialist in te schakelen. Vragen? Neem dan gerust contact op met een van de auteurs.

Uitspraak

Verschoningsrecht

Heeft u vragen over informatiebeschikking?

Vul uw naam en telefoonnummer in en wij nemen contact met u op.


Meer weten van terechte informatiebeschikking?



Auteur(s) van terechte informatiebeschikking?


mr. D. van der Veen (Dennis).
Fiscaal jurist,

088 027 00 52
d.vanderveen@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

mr. R.A.M. Damhuis (Roy).
Fiscaal jurist,

088 027 00 36
r.damhuis@jongbloed.tv

Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

().
,


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Marthalaan 5
7511 AZ Enschede
, Overijssel

Laatste update : 15-03-2021
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.

Deel deze pagina

U bevindt zich hier : Kennisbank Formeel belastingrecht Informatiebeschikking Terechte informatiebeschikking?

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap