Prejudiciële vragen Hoge Raad
Bij het voeren van een procedure is de inhoud en de fiscaal-juridische kennis essentieel. Ook ervaring met het voeren van procedures is van essentieel belang. Denk hierbij aan het claimen van immateriële schadevergoeding, het weerspreken van alle standpunten, verminderen van boetes, bezwaren tegen heffingsrente / belastingrente etc. Sinds 2016 is hier iets nieuws bijgekomen, het stellen van vragen aan de de Hoge Raad.
Moet de Hoge Raad bij afwijzing verplicht prejudiciele vragen stellen?
De Europese rechter (EHRM) heeft in de zaak Gondert versus Germany C-34701/21 in december 2025 geoordeeld dat op grond van artikel 6 EVRM en gelet op het europese vereiste van een eerlijk proces de Hoge Raad (de hoogste rechter) helder moet motiveren waarom er geen prejudiciele vragen zijn gesteld. Er moet dan wel (door belastingplichtige) een concreet, helder en onderbouwd verzoek hierom worden gedaan. Als dergelijke vragen door de belastingplichtige zijn gesteld mag de Hoge Raad de zaak niet zonder verdere toelichting via artikel 81 RO afdoen. De toekomstige praktijk zal leren hoe dit gaat uitwerken.
Stellen prejudiciële vragen in fiscale procedures
De feitenrechter (Rechtbank en Gerechtshof) kunnen sinds 2016 een rechtsvraag voorleggen aan de Hoge Raad. In civiele zaken kan dit al sinds 2012. Het juridische kader is opgenomen in artikel 27ga - artikel 27ge van de AWR. De voorwaarden en spelregels:
- Het moet gaan om een rechtsvraag.
- Het is niet vereist dat deze rechtsvraag in meerdere procedures aan de orde is.
- Het moet gaan om rechtsvragen die potentieel ook in vergelijkbare gevallen aan de orde kunnen komen.
- De rechter kan dit ambtshalve doen of op verzoek van een partij.
- Een rechter zal de vraag, het geschil, de feiten en de standpunten van partijen opnemen in zijn brief aan de Hoge Raad. De feitenrechter mag ook al een antwoord geven (richting geven aan de beantwoording).
- Als de vraag is gesteld aan de Hoge Raad, dan wordt de zaak geschorst (in afwachting van het antwoord van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen).
- De procedure bij de Hoge Raad is grotendeels schriftelijk. Partijen mogen ook schriftelijk hun standpunten kenbaar maken. Of u ook mondeling of schriftelijk verder mag reageren is aan de Hoge Raad (niet aan de feitenrechter of partijen). Dit is dus anders als bij een normale cassatieprocedure.
- In sommige gevallen wordt de procureur-generaal om een mening gevraagd. Als een mening wordt gevraagd, wordt door de PG een conclusie geschreven, hierop mogen partijen reageren.
- In sommige gevallen mogen ook derden (niet partijen) schriftelijk hun mening geven. Dit wordt meestal via de site van de Hoge Raad kenbaar gemaakt. Dit onderdeel is nieuw binnen onze rechtspraak.
- De uitspraak van de Hoge Raad wordt aan de feitenrechter en aan partijen gestuurd.
Noot fiscaal jurist over prejudiciële vragen
In de praktijk wordt er zelden gebruik gemaakt van deze optie (stellen prejudiciële vragen). In de eerste 2 jaar zijn er slecht een paar vragen door feitenrechters voorgelegd. Onbekend maakt nog onbemind.
