Volg ons op:

U bevindt zich hier : Kennisbank Overig Verpakkingenbelasting: wel of geen verpakking? Verpakkingbelasting bij kokers en worsten voor afdichtingskit


Twitter Updates

Verpakkingenbelasting en procedure

Actueel 2015

Op 12 juni 2015 (publicatie 16 juli 2015): onderstaande uitspraak is door het Gerechtshof 's Hertogenbosch vernietigd. De kokers vallen onder de uitzonderingsbepalingen en zijn geen verpakking. Lees hier meer over de overwegingen van het Hof! 

Uitspraak Rechtbank Zeeland: Kokers om afdichtingskit is verpakking

Kokers en worsten die zijn afgevuld met afdichtingskit voldoen niet aan de vereisten van de uitzonderingsbepalingen voor de verpakkingenbelasting. De inspecteur heeft terecht verpakkingenbelasting nageheven. Lees hier meer over verpakkingenbelasting.

De casus

Belanghebbende is een fabrikant en leverancier van afdichtingskitten, welke worden gebruikt in de bouw, industrie en doe-het-zelf sector. De kit wordt doorverkocht in kokers en zogenaamde "worsten" die bestaan uit kunststof, aluminium en overig metaal. In geschil is of de kokers en worsten verpakkingen zijn in de zin van de verpakkingenbelasting. Niet in geschil is dat de kokers en worsten voldoen aan de definitie van verpakkingen. Belanghebbende beroept zich echter op de uitzonderingsbepaling.

Het oordeel van de Rechtbank

Rechtbank Zeeland - West Brabant is van mening dat de kokers en worsten aangemerkt moeten worden als verpakkingen voor de verpakkingenbelasting. De uitzondering van art. 80, onderdeel a, onder 1 Wbm dat nu niet wordt voldaan aan het derde criterium, namelijk dat alle elementen zijn bedoeld om samen gebruikt, verbruikt of verwijderd te worden. Evenals bijvoorbeeld een tube tandpasta worden de kokers of worsten niet samen met de kit gebruikt, verbruikt of verwijderd. De kit heeft immers een langere levensduur dan de koker en heeft na gebruik een bestaan los van de koker. De vergelijking van X B.V. met toners en inktcartridges wordt door de Rechtbank verworpen. De Rechtbank verklaart het beroep van X B.V. ongegrond, de naheffing van verpakkingenbelasting is terecht.

In hoger beroep is bovenstaande uitspraak vernietigd!

Opmerkingen

1. Niet ter discussie staat dat er sprake is van verpakking. Gezien het feit dat hier naar verwachting sprake is van een primaire verpakking / verkoopeenheid is dat wel begrijpelijk. Vaak is het nog maar de vraag of er sprake is van verpakking. De Europese richtlijn 94/62/EG heeft bepaald dat uitsluitend de volgende zaken als verpakking worden aangemerkt:

De vraag is bijvoorbeeld of een aluminium houder van een waxinelichtje als verpakking kan worden aangemerkt, of alleen de doos waarin deze per bijvoorbeeld 10 stuks verpakt zitten.

2. Ten aanzien van de inkcartridges heeft de brancheorganisatie een afspraak gemaakt.

3. De uitzonderingsbepaling is voor discussie vatbaar.

Met name de derde bepaling kan op meerdere wijzen worden uitgelegd. Discussie met de Belastingdienst ligt dan voor de hand.

Brondocument.

Artikel datum : 08-07-2013 | Artikel laatst gewijzigd :

© 2018 Jongbloed Fiscaal Juristen