print sitemap zoeken disclaimer contact

U bevindt zich hier :Jongbloed Fiscaal Juristen Banners Internationaal zaken doen?
7185 Internationaal zaken doen? https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/contact/e-mail_ons/

Fiscale vraag over buitenland?

Spanje

Bij ons op kantoor adviseren wij regelmatig belastingplichtigen over een mogelijke emigratie en/of het opzetten van een bedrijf in Spanje. Als u een vraag hierover heeft, kunt u hem geheel vrijblijvend e-mailen. Spanje is voor Nederlanders en Belgen het meest populaire land voor een (tweede) woning. In dit onderdeel treft u diverse artikelen aan over het kopen van een (vakantie) woning, de fiscaliteit in Spanje en een mogelijke emigratie.

Algemeen

De officiële naam is Reino de España, er wonen dik 47 miljoen mensen en het land is 12,5 keer zo groot als Nederland. Spanje is evenzo als Nederland een Monarchie. De hoofdstad is Madrid en daarnaast zijn er diverse grote tot zeer grote steden. De prijzen zijn er nog steeds gunstig en benzine, sterke drank en sigaretten zijn er goedkoop. Het leven is iets goedkoper dan in Nederland. Door de economische crisis zijn de woningprijzen in veel regio's gigantisch gedaald. Ook de werkloosheid is hoog.

Wonen in Spanje

Het wonen in Spanje bevalt de meeste mensen goed. Het kopen van een woning aldaar noopt u veelal tot het eerst verdiepen in de markt. Er zijn vele niet betrouwbare makelaarskantoren, maar gelukkig ook voldoende – veelal Nederlands sprekende – adviseurs die hun vak begrijpen. Er bestaat in Spanje, evenals in elk ander Europees land, een aantal belastingen. Er zijn aankoopbelastingen, jaarlijkse onroerendgoedbelasting, inkomstenbelasting, wegenbelasting en nog meer. Spanje kent daarnaast een vermogensbelasting die een tijdje afgeschaft is geweest. Spanje is belastingtechnisch opgedeeld in autonome regio's, voor Ibiza en de Canarische Eilanden geldt zelfs een speciaal regime. Vrijstellingen en tarieven kunnen per regio enorm verschillen. Zo kent de regio Madrid bijvoorbeeld een algehele vrijstelling voor de vermogensbelasting.

Praktijk ervaring Spanje

Onze fiscalisten komen regelmatig in Spanje en werken dan samen met lokale partijen, hierbij kunt u denken aan notarissen, advocaten en accountants.  Belangrijke aandachtspunten bij het kopen van een (vakantie) woning zijn:

  • Koopt u prive of via een (spaanse) rechtspersoon
  • Wilt u een hypotheek in Spanje aangaan
  • Is de verkoper eigenaar van de grond / opstallen die worden verkocht
  • Zijn er nog schulden op de grond / opstallen gevestigd
  • Is de kadastrale informatie gelijk aan de eigendomspapieren (Escritura) van de verkoper
  • Is er een energie certificaat (CEE). Zonder certificaat is verkoop niet mogelijk (sinds 2013)
  • Controleer schulden aan de bank, belastingdienst, gemeente en nutsbedrijven.
Spanje [news] 179

Inkeerregeling Spanje

Op 31 maart 2012 (Royal Decree Law 12/2012) is er in Spanje een amnestieregeling in werking getreden voor zwartspaarders in Spanje. De regeling is te vergelijken met de Italiaanse inkeerregeling.

Voorwaarden

De regeling staat open voor particulieren en voor bedrijven die in Spanje wonen / zijn gevestigd, en geldt voor niet aangegeven inkomsten en / of vermogen. Door het alsnog aangeven van deze inkomsten en vermogens worden boetes voorkomen, hoeft er geen rente betaald te worden en zal er geen strafvervolging ingesteld worden. De belasting die afgedragen dient te worden bedraagt eenmalig 10% van het vermogen / inkomen. Het vermogen moet al vóór 31 december 2010 in het bezit zijn geweest van de belastingplichtige. De regeling geldt ook voor non-residenten die geen belasting betaald hebben over Spaanse broninkomsten (bijvoorbeeld huurinkomsten van Spaans onroerend goed).

Spanje heeft in 1984 en in 1991 ook al tijdelijke amnestieregelingen gekend. Deze zijn geen succes geweest, aangezien er toen tevens de voorwaarde werd gesteld dat het vermogen ook overgebracht moest worden naar Spanje. Deze eis wordt in de amnestieregeling van 2012 niet meer gesteld. De Spaanse overheid hoopt op deze manier dat deze regeling wel een succes zal worden.

De aangifte moet ingediend worden vóór 30 november 2012 samen met de benodigde bewijsstukken. Ook het bedrag van de 10% belasting moet vóór 30 november 2012 betaald zijn.

In het kader van het anti-belastingfraudeplan zal na deze amnestieregeling harder opgetreden worden door strengere controles en hogere boetes voor zwartspaarders die na 30 november 2012 gepakt worden.

Kritiek

In Spanje zelf is veel kritiek ontstaan over deze regeling. In tijden van economische crisis vinden steeds meer Spanjaarden het ongepast dat zwartspaarders door deze amnestieregeling minder belasting betalen in vergelijking tot de "eerlijke mensen" die altijd alles hebben aangegeven.

[news] 2012-05-04 0000-00-00 0000-00-00 3465

Spanje jaagt op non-resident huizenbezitters

De Spaanse Belastingdienst (AEAT) heeft onlangs naar duizenden huizenbezitters een brief verzonden om alsnog aangifte inkomstenbelasting te doen van de (tweede) woning in Spanje. Vooral veel non-residenten met een tweede huis in Spanje hebben nog nooit aangifte gedaan van de woning in Spanje.

De AEAT heeft inmiddels rechtstreeks de beschikking over de gegevens van het kadaster (Registro de Propiedad) en van diverse energieleveranciers. De eigenaren zijn dus bekend.  

Herinnering tot doen van aangifte

De brief die is verzonden betreft een herinnering om alsnog aangifte te doen. Wordt gehoor gegeven aan dit verzoek, dan zal de AEAT geen boetes opleggen. U wordt normaal niet uitgenodigd door de AEAT om aangifte te doen, in Spanje bent u verplicht aangifte te doen indien u Spaans onroerend goed bezit. Non-residenten moeten uiterlijk in december van ieder jaar de aangifte indienen. Levert u geen aangifte in en komt de AEAT alsnog bij u aankloppen, dan kunt u naast een belastingaanslag tevens een aanzienlijke boete van soms wel 150% verwachten.

Belastingen over het Spaans onroerend goed

Non-residenten moeten 24% inkomstenbelasting betalen over de huurwaarde (valor cadastral). Het inkomen wordt bepaald door 1% of 2% van de "huurwaarde" als inkomen aan te merken, waarover dan 24% belasting is verschuldigd. Dit geldt alleen voor niet-verhuurde woningen (eigen gebruik).

Wordt de woning tevens verhuurd, dan is er tevens belasting verschuldigd over de huurinkomsten. Op moment van ontvangst van de huur dient u de belasting al te betalen. Indien u gebruik maakt van een verhuurkantoor, dan moet officieel dit verhuurkantoor de belasting afdragen. Dit gebeurt echter vaak niet! Vraag daarom altijd om betalingsbewijzen van het verhuurkantoor.

Daarnaast heeft Spanje weer de vermogensbelasting ingevoerd. Deze zal voor het eerst effectief zijn in 2012. Ook voor non-residenten geldt een vrijstelling van € 700.000, maar er zullen heel wat onroerende zaken zijn die een aanzienlijk hogere waarde hebben.

Alsnog aangifte indienen, ook als u geen brief hebt ontvangen

Bezit u dus onroerend goed in Spanje en hebt u nog nooit aangifte gedaan, dan adviseer ik u om dit alsnog zo spoedig mogelijk te doen, ook als u op dit moment nog geen brief van de AEAT hebt ontvangen. Ik adviseer om hiervoor altijd een Spaanse gestor in te schakelen. 

Spanje jaagt op huizenbezitters non-residenten [news] 3406

Herinvoering vermogensbelasting Spanje 2011 en 2012

In 2011 heeft Spanje de vermogensbelasting (Impuesto sobre el patrimonio) voor 2011 en 2012 weer ingevoerd. Dit zal dus gaan gelden voor de aangifte 2012 en 2013.

Gevolgen residenten

De grondslag is uw wereldvermogen inclusief uw woning. De maatregel moet ruim € 1 miljard opbrengen. De eerste € 700.000 van uw nettowaarde is vrijgesteld voor de vermogensbelasting. Het gaat uiteindelijk om het wereldvermogen (obligacion personal) van residenten (inwoners). Er geldt een extra ontheffing van € 300.000 indien de eerste woning in Spanje is gelegen, al met al dus een vrijstelling van € 1.000.000.

Gevolgen niet-residenten

Voor niet-residenten geldt dat enkel het vermogen in Spanje als dusdanig onder de Spaanse vermogensbelasting valt, ook zij mogen gebruik maken van de vrijstelling van € 700.000. De vrijstelling van € 300.000 voor de eigen woning geldt niet, aangezien de niet-resident geen eerste eigen woning in Spanje heeft. De niet-resident dient een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen.

Tarieven

De landelijke tarieven van de vermogensbelasting bedragen tussen de 0,2% en 2,5% van het vermogen.

0,2% over de eerste € 167.129;

0,3% tussen € 167.129 en € 334.252;

0,5% tussen € 334.252 en € 668.499;

0,9% tussen € 668.499 en € 1.336.999;

1,3% tussen € 1.336.999 en € 2.673.999;

1,7% tussen € 2.673.999 en € 5.347.998;

2,1% tussen € 5.347.998 en € 10.695.996;

en 2,5% over alles boven de € 10.695.996.

Aangifte doen

De aangiften dienen in juni 2012 en juni 2013 te worden ingediend. Indien het netto vermogen (bezittingen minus schulden) lager is dan de vrijstellingen hoeft er geen aangifte gedaan te worden. Indien het vermogen (alleen de bezittingen) groter is dan € 2 miljoen, dan dient er altijd aangifte gedaan te worden, ook als na aftrek van de schulden u binnen de vrijstelling blijft.

Regionale verschillen

Per regio kan de maatregel andere gevolgen hebben. De autonome regio's kunnen afwijken van de landelijke tarieven. Madrid en Andalusië hebben al aangekondigd niet tot heractivering van de vermogensbelasting over te gaan. Van de regio Valenciana (Valancia, Alicante en Castellon) is die verwachting er ook, echter is dat nog niet bevestigd / officieel.

Tip: voorkom de vermogensbelasting door te verhuizen

Om de vermogensbelasting te voorkomen, is het te overwegen om te verhuizen naar een autonome regio die de vermogensbelasting zeker niet zal invoeren. Of dat zinvol is, is uiteraard erg afhankelijk van uw persoonlijke situatie en uw vermogen.

[news] 2011-10-17 0000-00-00 0000-00-00 3379

Belastingvoordeel internationale managers in Spanje 

Spanje kent een gunstige fiscale regeling om internationale managers naar Spanje te krijgen. Onder bepaalde voorwaarden kunnen werkende buitenlanders zich in Spanje vestigen, terwijl hun inkomen voor een periode van 5 volle belastingjaren belast wordt naar het vaste "non-residents"-tarief van 24% in plaats van het progressieve tarief (oplopend tot 47% in 2015 en 45% in 2016).

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • U mag de afgelopen 10 jaar geen resident zijn geweest in Spanje.
  • U moet naar Spanje verhuizen als gevolg van de uitvoering van een arbeidscontract.
  • Uw arbeid wordt werkelijk in Spanje verricht (tot maximaal 15% in het buitenland is toegestaan).
  • U werkt voor een in Spanje gevestigde onderneming of rechtspersoon of voor een buitenlandse onderneming met een vaste inrichting in Spanje.
  • Uw inkomen is niet vrijgesteld in Spanje op grond van de Spaanse "non-resident tax act".
  • Indien u kiest voor de behandeling als "non-resident", bent u wel vermogenswinstbelasting in Spanje verschuldigd voor vermogenswinsten en rente- en dividendinkomsten behaald in Spanje. Deze inkomsten worden belast tegen tussen de 20% en 24% (19% en 23% in 2016).
  • Bent u na 1 januari 2010 verhuisd, dan mag uw inkomen niet meer bedragen dan € 600.000; maakte u al gebruik van de regeling vóór 1 januari 2010, dan geldt de beperking van het maximale inkomen van € 600.000 niet.
  • Vanaf 2015 zijn professionele topsporters uitgesloten van de regeling.
  • Vanaf 2015 mag het inkomen wel meer bedragen dan € 600.000. Echter geldt het 24% tarief alleen over het inkomen tot € 600.000. Het inkomen daarboven wordt belast tegen het progressieve toptarief van 47% (45% in 2016).

[news] 2011-02-01 0000-00-00 0000-00-00 3247

Erfenis en nalatenschap Spanje

Veel klanten van ons kantoor hebben huizen in Spanje of zijn naar Spanje geëmigreerd. Als u bezittingen in Spanje heeft, moet u nadenken over de gevolgen van overlijden. Veelal is het verstandig om zowel in Spanje als in Nederland een testament te laten opstellen. Veelal wordt gekozen voor een wettelijke verdeling of een zogenaamde tweetrapsmaking.

Erfbelasting en schenkbelasting in Spanje

De tarieven in Spanje zijn hoger dan in Nederland. In Nederland is het starttarief 10% en loopt dit op tot 20% met redelijke vrijstellingen (erfenissen voor partner en kinderen). In Spanje is het basis tarief van 7,65% - 34% maar dit kan voor niet verwanten oplopen tot 82%.

In Spanje wordt geheven bij de ontvanger en in Nederland bij de schenker/ erflater. Spanje heft ook als de erfgenaam/ ontvanger niet in Spanje woont maar wel bezittingen in Spanje heeft.

Belastingparadijs Spanje?

Er zijn situaties denkbaar dat noch Nederland noch Spanje heft, edoch dubbele heffing is ook mogelijk. Nederland heeft geen belastingverdrag met Spanje inzake erfbelasting of schenkbelasting. Beide landen kennen wel een eenzijdige regeling.

Algemeen

Erfbelasting is de meest gehate belasting in Nederland en daarbuiten. Men heeft het gevoel dat overal al over is betaald en dat er bij overlijden nogmaals moet worden betaald. U kunt de erfbelasting het beste voorkomen door:

  • schenkingen tijdens leven;
  • vermogensbestanddelen alvast door de kinderen laten kopen;
  • juist testament;
  • opheffen huwelijkse voorwaarden;
  • emigreren.

De wettelijke verdeling

Een verdeling van uw vermogen volgens de wet. Alles gaat naar uw partner en de kinderen krijgen een vordering op uw partner (voor hun erfdeel). De kinderen krijgen dus vermogen waar ze nog geen gebruik van kunnen maken. Over het vermogen dat de kinderen krijgen moet wel erfbelasting worden betaald. De betaling zal door uw partner moeten plaatsvinden. Normaal gaat dit goed, tenzij het vermogen is ondergebracht in stenen en niet in geld, er kan dan een liquiditeitsprobleem ontstaan.

Tweetrapstestament  

Bij deze vorm moet u naar de notaris om een testament te laten opstellen. De kinderen erven in eerste instantie niets bij het overlijden van hun vader / moeder. Bij een erfenis tot zo'n € 600.000 is de (levende) partner geen erfbelasting verschuldigd. Bij een gemeenschap van goederen mag het vermogen zelfs € 1.200.000 zijn, immers 50% hiervan is al van de (levende) partner. Het pensioen en lijfrenten moet u in mindering brengen op de vrijstellingen, dit kan verdacht nadelig uitpakken. Als de langstlevende overlijdt, erven de kinderen het totale vermogen op dat moment. In het testament kunt u een bijzondere bepaling opnemen waardoor de kinderen bij hun verkrijging minder belasting betalen. De kinderen staan in de wachtkamer, ze hebben bij het eerste overlijden wel rechten, maar erven nog niks. De kinderen hoeven pas te betalen als beide ouders zijn overleden. Voordeel is dat de kinderen pas belasting hoeven te betalen als ze ook daadwerkelijk iets krijgen, de overlevende partner kan volledig zijn of haar vrijstelling benutten.

Nadeel van het tweetrapstestament is dat de kinderen uiteindelijk bij het tweede overlijden meer successierechten betalen. Als de langstlevende partner nog een tijd leeft en tijdens dit leven jaarlijks zou schenken, is dit nadeel wel op te heffen.

Overlijden en huis in Spanje

Het is verstandig om in Spanje een testament op te stellen. Spanje kent nog steeds fiscaalgunstige structuren inzake de verdeling van vruchtgebruik en bloot eigendom bij woningen. Tevens is het verstandig in Nederland een testament te laten opstellen waarbij het vermogen naar de langstlevende partner gaat. De partner heeft dan tijd om de woning te verkopen, waardoor er in Spanje feitelijk geen erfbelasting meer verschuldigd is. Spanje heft namelijk enkel over vermogensbestanddelen in Spanje, dus niet over bankrekeningen in Nederland (ook al woont u in Spanje).

Bij een Spaanse woning kunt u voor 2 opties kiezen:

  1. Aanpassen Nederlands testament: hierin bepaling opnemen over uw woning in Spanje, dit testament is in Spanje rechtsgeldig (voor de liefhebber: op grond van het Haags Testamentvormenverdrag).
  2. Opstellen Spaans testament: dit testament ziet op uw bezittingen in Spanje. U moet de Spaanse notaris wel even melden dat u al een Nederlands testament heeft en dat dit testament daar een toevoeging / aanvulling op is. De testamenten mogen elkaar niet tegenspreken. Laat dit testament ook in Nederland registreren.

Erfenis en nalatenschap Spanje [news] 3346

Inkomstenbelasting in Spanje 

Iedere buitenlander die resident is in Spanje moet belastingaangifte doen met betrekking tot zijn persoonlijke verplichtingen en over het wereldwijde inkomen. De inkomstenbelasting, of Renta, IRPF, moet u betalen als u langer dan 6 maanden per jaar in Spanje verblijft. Op dit moment zijn er bepaalde soorten inkomsten (zoals overheidspensioenen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen betaald door het sociale verzekerheidsstelsel, etc.) die vrijgesteld zijn van inkomstenbelasting.

Tip 

Uw pensioen of WAO-uitkering wordt veelal aan Spanje toegewezen. Deze kunt u – mits goed geregeld en waarbij om een vrijstelling in Nederland is verzocht – soms belastingvrij genieten. Dat is vooral afhankelijk van de hoogte van de uitkeringen.

De tarieven in Spanje lijken op de tarieven in Nederland (tussen 24% - 43%). Als u minder verdient dan € 8.000 hoeft u in Spanje geen belasting te betalen, soms is dit zelfs € 21.000. De tarieven zullen, evenzo als in vele landen, in de toekomst dalen. De aangifte doet u in mei / juni van enig jaar.

Niet-inwoner

Een niet-inwoner van Spanje moet inkomstenbelasting betalen op de verhuurwaarde van zijn eigendom, ook als de woning leegstaat. De huurwaarde wordt berekend als 2% van de fiscale waarde (valor catastral). Een niet-inwoner betaalt daar ieder jaar 25% belasting op. Meestal wordt dit niet betaald omdat de Spaanse belastingdienst geen biljetten zal versturen, u moet hierom vragen. De aangifte mag u gedurende het gehele jaar indienen, inwoners moeten dit in mei / juni regelen.

Inkomstenbelasting in Spanje [news] 2021-07-26 0000-00-00 0000-00-00 2162

Vermogensbelasting in Spanje tot 2008

De vermogensbelasting in Spanje, de zogenaamde "Patrimonio", is een belasting op uw bezittingen (hoofdzakelijk onroerend goed, bankrekening, auto, aandelen en obligaties). De vermogensbelasting is met terugwerkende kracht per 1 januari 2008 afgeschaft. Tot en met 2007 gold dat, als het vermogen minder is dan € 150.000, u niets hoeft te betalen (tenzij u geen inwoner van Spanje bent). De tarieven zijn laag (0,2%) en u moet zich er niet teveel bij voorstellen.

Vermogenswinstbelasting 2006

Capital gain tax of vermogensgroeibelasting (in Spanje Incremento Patrimonial) kennen wij in Nederland eigenlijk niet. U moet dus belasting betalen over de winst die u maakt bij de verkoop van onder meer woningen, maar ook op ontvangen rente en dividend. Op deze winst mag u bepaalde kosten in aftrek brengen. Daarnaast krijgt u een korting als u de woning langer in uw bezit heeft, deze korting loopt steeds verder op. Als u de woning al in 1986 in uw bezit had, heeft u van deze regeling geen last. Als u na 1996 een woning heeft gekocht, moet u de aankoopwaarde corrigeren met inflatie om tot de investeringswaarde te komen, een pleister op de wond lijkt me. De kosten voor de aankoop van de nieuwe woning mag u in mindering brengen op de winst. Tot en met 2006 werden inwoners en niet-inwoners verschillend behandeld. Het tarief voor inwoners bedroeg 15% en voor niet-inwoners was dit 35%. De verkoper betaalt 5% van de koopsom aan de Belastingdienst als garantie voor de betaling van belastingen. Een inwoner moet dit zelf regelen in zijn aangifte.

Vermogenswinstbelasting 2007

Het verschil in behandeling tussen inwoners en niet-inwoners is op basis van Europese regelgeving opgeheven. De vermogenswinstbelasting bedraagt nu altijd 18%. De vrijstelling voor "oud" onroerend goed, gekocht vóór 1996, is geheel komen te vervallen. Wel vindt er een inflatiecorrectie plaats die afhankelijk is van de aankoopdatum. De waardevermeerdering wordt alleen berekend op de opstal, niet over de grond. Kosten voor verkoop van de woning en aankoop van een nieuwe woning zijn aftrekbaar. De verkoper betaalt 3% van de koopsom aan de Belastingdienst als garantie voor de betaling van belastingen als de koper niet-inwoner is. In de praktijk blijft het vaak bij de voorheffing van 3%. De verschillende regio's gaan hier ieder op hun eigen manier mee om: sommigen zijn blij met de 3%, andere regio's behouden nadrukkelijk het recht om nog gedurende 5 jaar na verkoop de berekening te verlangen en eventueel na te heffen indien de 3% voorheffing niet voldoende blijkt.

Inwoners die een eigen woning verkopen en een nieuwe eigen woning kopen, kunnen in aanmerking komen voor een vrijstelling of vermindering van vermogenswinstbelasting. U moet dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Inwoners ouder dan 65 jaar en die minimaal 3 jaar in een eigen woning hebben gewoond dat als hoofdverblijf geldt, zijn vrijgesteld voor de vermogenswinstbelasting op het huis.

Vermogensbelasting in Spanje tot 2008 [news] 2021-07-02 0000-00-00 0000-00-00 2163

Spanje

In Spanje wonen is natuurlijk een feest. In Spanje kent men twee vormen van fiscale tegemoetkoming voor huizenbezitters. De eerste vorm lijkt op de situatie in Nederland, aftrek van belasting over rente en aflossing. Wonen in Spanje was goedkoop, maar wordt steeds duurder. U moet er ook rekening mee houden dat de rente veelal iets hoger is en dat er meer moet worden afgelost op de hypotheek. Voordeel hierbij is wel dat gedurende de eerste twee jaar 25% van de hypotheeklast (aflossing en rente) in mindering mag worden gebracht op de verschuldigde belasting. Vanaf het derde jaar mag 15 - 20% van de hypotheeklast worden afgetrokken. Het maximale aftrekbare bedrag is voor de eerste twee jaar ongeveer € 2.250 en de jaren daarna ongeveer € 1.600. De aftrek geldt alleen voor de eerste woning.

De tweede fiscale tegemoetkoming is voor de nieuwkomers op de huizenmarkt. Zij kunnen een spaarrekening openen, bestemd voor de aankoop van een huis. Het bedrag dat daarop wordt gestort is aftrekbaar voor de belasting. Een soort omgekeerde hypotheekaftrek dus. De spaarder moet wel kunnen aantonen dat hij binnen vier jaar het geld besteedt voor het kopen van een huis. De laatste tijd heeft de Spaanse regering verschillende maatregelen afgekondigd om de aankoop van een eerste huis te vergemakkelijken.

De prijzen zijn de laatste jaren enorm gestegen omdat veel Spanjaarden hun geld in tweede huizen stoppen. De huursector is in ontwikkeling, de eerstkomende jaren zullen er nieuwe fiscaalgunstige regels komen om verhuur te stimuleren. De laatste jaren daalt de waarde van het onroerend goed, dit kon ook niet uitblijven.

Nieuwe woning

Een huis kunt u kopen van een projectontwikkelaar. Op nieuwe woningen moet u btw (IVA) betalen, evenzo als in Nederland. Deze IVA bedraagt 7% over de eigendom en 16% bij het kopen van een stuk grond, een garage of zwembad (als u deze separaat van de woning koopt). In Nederland bent u over een nieuwbouwwoning 21% btw verschuldigd, dit scheelt dus direct 14% op de aankoop van een nieuwe woning.

Bestaande woning

Als u een huis van een privépersoon koopt, betaalt u overdrachtsbelasting (Impuesto de Transmisiones). De overdrachtsbelasting bedraagt 7%, gelijk aan het Nederlandse tarief. Deze belasting bent u verschuldigd over de waarde die in de akte of de eigendomsakte (escritura pûblica) staat. Naast de genoemde belasting moet u ook nog notariskosten en registratiekosten betalen (ongeveer 2%). In normale gevallen betaalt de koper de belasting en de kosten. Sommige provincies kennen een ander percentage voor de overdrachtsbelasting.

Belasting aan gemeente voor bouwen

Ook de gemeente pikt in Spanje een graantje mee. U zult gemeentebelasting moeten betalen bij het bouwen, verbeteren of uitbreiden van een huis en zelfs als u constructiewerk in de tuin laat verrichten. Deze belasting is 2% over de echte kosten van het werk, maar kan per gemeente verschillen. Daarnaast moet u btw betalen over de bouw, de bedraagt veelal 7%.

Verkoopwinst

Maakt u winst op de verkoop van een stuk grond, dan moet u aan de gemeente belasting betalen, de zogenaamde "Plus ValÍa". Voor de waarde gaat men uit van de fiscale waarde op het moment van verkoop, de zogenaamde "valor catastral" van het perceel. De percentages zijn afhankelijk van de periode dat u de grond (of het huis) in uw bezit heeft gehad en daarnaast verschillen deze per gemeente. Dergelijke belastingen kennen wij in Nederland niet, de winst op verkoop van woningen is in Nederland vrijgesteld van belastingen. De belasting wordt door de verkoper betaald, maar u kunt overeenkomen dat de koper deze moet betalen.

Onroerendezaakbelasting 

De Spaanse onroerendezaakbelasting (Impuesto de Bienes Inmuebles) is gebaseerd op de fiscale waarde die de provincie heeft bepaald. Deze waarde wordt elke 10 jaar aangepast. Deze belasting is 0,4% op grond (landbouwgrond minder). De gemeenten mogen - evenzo als in Nederland - de percentages verhogen.

Successie

Als u eigendommen in Spanje heeft, moet u bij uw overlijden in Spanje belasting betalen en wellicht ook in Nederland. Evenzo als in Nederland zijn er voor bepaalde familieleden vrijstellingen en reducties. De regels zijn lastig en wijzigen snel. Dit komt doordat ieder belastingdistrict haar eigen vrijstellingen en tarieven mag vaststellen. Als u hierover vragen heeft, belt u mij dan gerust. Het loont zich om in Spanje een testament te laten opstellen, regel dit !!!

Belasting in Spanje [news] 182

Verkoop woning Spanje

Tweede huis in Spanje verkocht? Vraag 20% belasting terug!

Voor wie?

Hebt u in de periode april 2005 tot en met december 2006 uw tweede woning in Spanje verkocht, dan kunt u wellicht nog 20% belasting terugvragen in Spanje. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u contact opnemen met Dennis Jongbloed.

Hoe steekt het in elkaar?

Er zijn de nodige Nederlanders die een tweede huis hebben in een ander land. Spanje is een zeer goed land om tijdelijk te overwinteren of om juist zomers te genieten van vooral de zonovergoten kust.

Maar na een aantal jaren wil de gemiddelde Nederlander dan toch wel weer eens iets anders. De kust kennen ze en graag wordt dan een nieuw stukje Spanje ontdekt, met als gevolg dat de woning wordt verkocht.

Voor deze particuliere verkopers van het (tweede) huis in Spanje is het nu tijd om een aantal zaken te checken.

Wat is nu het geval? In het verleden behandelde Spanje-residenten en niet-residenten verschillend in de belastingheffing. Een resident betaalde 15% vermogenswinstbelasting, een niet-resident 35% over de meerwaarde van de woning bij verkoop. De Europese Commissie heeft Spanje op de vingers getikt over deze ongelijke behandeling en Spanje heeft daarop per 1 januari 2007 de wet gewijzigd, zodat de heffing bij iedereen 18% is.

Echter, iedereen die het tweede huis vóór 2007 heeft verkocht, kan dus ten onrechte teveel belasting hebben betaald in Spanje. De praktijk leert ons dat lang niet altijd de vermogenswinstbelasting van 35% is betaald in Spanje, zeker niet als er geen nieuw tweede huis is gekocht en de verdere banden met Spanje zijn verbroken.

Conclusie

Hebt u de hogere vermogenswinstbelasting van 35% wel afgedragen als niet-resident, dan kunt u het verschil van het teveel betaalde nog steeds terugvragen bij de Spaanse belastingdienst. U moet dan uiteraard kunnen aantonen dat u aangifte hebt gedaan in Spanje en de belasting ook werkelijk hebt betaald. In Spanje kan dit tot 4 jaar terug. Dus hebt u uw tweede huis in Spanje verkocht in de periode apil 2005 tot en met december 2006, vraag dan de 20% teveel betaalde vermogenswinstbelasting terug.

Spaans onroerend goed in een Nederlandse rechtspersoon

Ook hier is in de toekomst wellicht belasting terug te halen. Spanje heft namelijk 3% belasting over de kadastrale waarde van een onroerend goed dat in bezit is van een niet in Spanje gevestigde rechtspersoon. Te denken valt aan een Nederlandse B.V. met onroerend goed in Spanje. In februari 2008 heeft de Europese Commissie aangegeven dat Spanje ook dit soort ongelijke behandelingen moet opheffen. Maak dus in ieder geval bezwaar tegen de betaalde aanslagen van de afgelopen 4 jaar.

Verkoop woning Spanje [news] 2133

(Vakantie) Huis in Spanje

Steeds meer clienten van ons kantoor kopen een (vakantie) woning in Spanje. Dit komt mede door de stijgende prijzen van woningen in Nederland. De verhuurmarkt in Spanje is prima en als belegging is een woning in Spanje al snel rendabel. De fiscaliteit in Spanje werkt anders dan in Nederland, in dit artikel enige uitleg hierover. Heeft u vragen, stel deze gerust vrijblijvend via de e-mail of neem contact met ons op.

Belastingen op arbeid

Als u in Spanje woont, zult u merken dat de tarieven ongeveer gelijk zijn met Nederland (loopt van 19% tot maximaal 48%). Sommige pensioenen en uitkeringen (WAO) worden vriendelijk belast. Bepaalde arbeidsinkomsten van niet-inwoners worden zwaarder belast dan het inkomen van de Spanjaard (of de in Spanje wonende Nederlander). In sommige gevallen zijn niet-inwoners 20% meer aan belastingen kwijt.

Woningen in Spanje

Naast overheidsbelastingen zijn er ook gemeentelijke belastingen die wij in Nederland niet kennen. Hypotheekrente is beperkt aftrekbaar, tot zo'n € 1.900 per jaar kan rente worden afgetrokken.

Als inwoners van Spanje verhuizen, gaat dit meestal zonder noemenswaardige belastingheffing over de boekwinst. Het is dan wel van belang dat men het ene huis verkoopt en het andere koopt, en niet in woningen handelt. Niet-inwoners daarentegen betalen een vast tarief van 35% over de winst.

Huur inkomsten Spaanse vakantiewoning

Niet-inwoners kennen tevens een soort huurwaardeforfait, Spanjaarden hebben hier niks mee van doen. Over 2% van de waarde moet de niet-inwoner 19% belasting betalen. Over de netto huurinkomsten moet in Spanje 24% belasting worden betaald. De algemene belastingvrije voet in Spanje bedraagt € 5.600.

Verdere regels zijn:

  • Verhuur van een vakantiewoning is niet altijd toegestaan, vraag dus wel toestemming van de gemeente (soms provincie)
  • Bij verhuur moet u over de huurinkomsten 19% belasting betalen.
  • Kosten die worden gemaakt voor de verhuurde woning zijn aftrekbaar, edoch beperkt. De kosten zijn aftrekbaar in de verhouding dat u de woning verhuurt, dus bij verhuur gedurende 100 dagen is 100/365 van de kosten aftrekbaar.
  • De kosten die aftrekbaar zijn : verhuurderskosten, rente op leningen, onderhoudskosten, water, electricititeit, gas (of olie), onroerende zaak belastinge (IBI), milieubelasting (basura) etc.
  • U moet per kwartaal de belastingen over de netto huurinkomsten afdragen, dit moet via een zogenaamd 210 formulier. U moet zelf aangifte doen en het initiatief nemen
  • Als u vergeet de belasting af te dragen krijgt u naast de heffing ook rente en een boete (vaak 50%) in rekening gebracht door de Spaanse belastingdienst.
  • Over de waardestijging van de grond moet u altijd (inwoner of niet) belasting betalen aan de gemeente. Geen spannende percentages (en per gemeente anders) maar dan toch, u moet wel betalen.
  • Voor perioden dat niet is verhuurt geldt een forfaitair inkomen (opgeven via model 210). Over de niet verhuurde maanden moet u 1,1% van de kadastrale waarde van de woning betalen (als deze waarde al 10 jaar gelijk is bedraagt het percentage 2%)
  • U moet een aangifte vermogensbelasting indienen als de aankoopwaarde -/- de hypothecaire lening hoger is dan €700.000 (per belastingplichtige). Soms is de regionale vrijstelling nog hoger. Aangifte doet u via een zogenaamd 714 formulier. Indienen moet voor 1 juli van het jaar volgende op het kalenderjaar waarin u eigenaar was.
  • Verhuur van (vakantie) woningen is vrijgesteld van BTW, tenzij u het geheel door extern bedrijf laat verzorgen.

Spaanse vakantiewoning in BV kopen

Dit is meestal niet verstandig en fiscaal en financieel niet voordelig. Er kan veelal geen hypotheek in Spanje worden verkregen (door de BV) en over de periode dat de woning niet extern wordt verhuurd wordt de woning geacht te zijn verhuurd aan de directeur / aandeelhouder (DGA) van de BV. Dit kan aardig in de papieren lopen. Het is beter om de vakantiewoning in prive (of door uw kinderen) of via een spaanse SL te kopen.

Bron:  Europese Commissie, 16-01-1006, nr. IP/06/43.
Huis in Spanje [news] 1814

Uw auto in Spanje

U kunt in Nederland een auto kopen en deze zonder bpm en btw importeren in Spanje. U moet dan in Spanje de btw betalen (18%). Neemt u uw auto vanuit Nederland mee naar Spanje, dan dient u deze uit te schrijven bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Hierdoor stopt de motorrijtuigenbelasting en kunt u de verzekering ook stopzetten. Neemt u alle papieren (ook kopie deel 3) mee naar de RDW. Uw auto krijgt tijdelijke uitvoerkentekenplaten die 2 weken geldig zijn. U dient dus bij aankomst in Spanje ervoor te zorgen dat het Spaanse kenteken binnen deze termijn aangevraagd wordt. Dit kan bij de Jefatura Provincial de Tráfico (in Madrid: Calle Arturo Soria, 143). Soms is het voordelig de verzekering in Nederland te laten doorlopen. Dit kan bij een RDW-teststation bij u in de buurt of het hoofdkantoor in Veendam.

Gaat het om een nieuw (binnen de EU) aangeschafte auto, dan dient u de aankoopfactuur zonder btw te tonen (de btw wordt betaald in Spanje). Gaat het om een tweedehands auto, dan dient u de aankoopfactuur met een gelegaliseerde handtekening van de verkoper te kunnen tonen.

Daarnaast bent u een registratiebelasting verschuldigd bij import van een auto welke is gebaseerd op basis van CO2-uitstoot. Het tarief verschilt per autonome regio. Indien de autonome regio geen eigen tarief heeft vastgesteld, geldt het landelijke tarief. De landelijke tarieven bedragen:

- auto's met minder dan 120 g/km CO2-uitstoot: 0%;

- auto's tussen 120 g/km en 160 g/km CO2-uitstoot: 4,75%;

- auto's tussen 160 g/km en 200 g/km CO2-uitstoot: 9,75%;

- auto's meer dan 200 g/km CO2-uitstoot en auto's zonder opgave van CO2-uitstoot: 14,75%.

Kopers van nieuwe auto's die minder dan 149 g/km CO2-uitstoot hebben krijgen een stimulans van € 2.000 (waarvan 50% wordt betaald door de fabrikant), indien ze een auto hebben die 10 jaar of ouder is (of die meer heeft gereden dan 250.000 km) en deze auto gelijktijdig wordt gesloopt.

Om een auto te kunnen aanschaffen in Spanje terwijl u niet officieel resident bent, dient u een NIE-nummer aan te vragen. Overleg dit met de ambassade in Spanje. Wilt u de invoer en het aanvragen van Spaanse nummerborden zelf doen, raadpleegt u dan de Engelstalige versie van de website van de Dirección General de Tráfico.

Auto in Spanje [news] 181

Nederlands rijbewijs in Spanje

Zodra u een verblijfsvergunning heeft, stellen de Spaanse autoriteiten dat u binnen 6 maanden uw rijbewijs ofwel laat registreren in Spanje, of omzetten naar een Spaans rijbewijs (zgn. canje del carnet). Dit kunt u doen bij de Jefatura Provicincial de Tráfico (in Madrid gevestigd aan: Arturo Soria, 143). Als u dit niet doet, krijgt u een boete en daar zijn ze gek op in Spanje. In sommige gevallen (rijbewijs uit ander land dan Nederland) moet u opnieuw een rijexamen in Spanje afleggen.

Spaanse regeling in strijd met EU-recht

De Spaanse regeling is in strijd met Europese wetgeving. De EU stelt hierover:

U hoeft uw Nederlands rijbewijs in Spanje niet te laten registeren. De verplichte registratie van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs is in strijd met artikel 1, lid 2, van Richtlijn 91/439/EEG, die door Richtlijn 2006/126/EG zal worden ingetrokken (zaken C-195/02, r.o. 55 en C-246/00).

Vorenstaande is ons medegedeeld door een lezer die deze vraag heeft voorgelegd aan de Europese Ombudsman. Neemt u dit formulier mee voor de politieagent !

Verlenging rijbewijs

Verloopt uw Nederlandse rijbewijs en bent u officieel woonachtig in Spanje (en niet meer ingeschreven in Nederland), dan dient u verlenging van het rijbewijs aan te vragen bij Tráfico. U krijgt dan een Spaans rijbewijs.

N.B. Aangezien het niet meer verplicht is een Spaanse verblijfsvergunning te hebben, dient u door middel van de inschrijving bij de gemeente (empadronamiento), alsmede bijvoorbeeld een bankafschrift of huurcontract te kunnen aantonen dat u woonachtig bent in Spanje.

Rijbewijs in Spanje [news] 183

De verblijfsvergunning in Spanje

In veel gevallen, de "residencia"-plicht afgeschaft voor onderdanen van Nederland. De verblijfsvergunning is niet meer verplicht indien:

  • u in loondienst of als zelfstandige werkzaam bent in Spanje;
  • u in Spanje studeert;
  • u een direct familielid bent van hiervoor genoemde personen;
  • u in Spanje werkt, maar u uw woonplaats in een ander EU-land heeft en u minstens één keer per week naar dat land terugkeert;
  • u de afgelopen twaalf maanden in Spanje in loondienst of als zelfstandige werkzaam bent geweest, de pensioensgerechtigde leeftijd heeft bereikt met recht op pensioen en gedurende meer dan drie jaar in Spanje heeft gewoond;
  • u arbeidsongeschikt bent geworden nadat u tenminste twee jaar ononderbroken in Spanje heeft gewoond. U hoeft dit verblijf van minstens twee jaar niet aan te tonen indien u in Spanje arbeidsongeschikt bent geworden door een bedrijfsongeval of ziekte en daarom recht heeft op een uitkering;
  • u na drie jaar in Spanje te hebben gewerkt en gewoond, in een ander EU-land gaat werken, uw woonplaats in Spanje aanhoudt en u minstens één keer per week naar Spanje terugkeert.

Hoewel de verplichting is afgeschaft, kan indien gewenst de verblijfsvergunning wel aangevraagd worden. Ik moet eerlijk zeggen, het is wel zo praktisch om een vergunning aan te vragen, het kost u wel enige moeite en tijd. De verblijfsvergunning is nog wel verplicht voor mensen die niet onder bovenstaande categorieën vallen. Hierbij kunt u met name denken aan gepensioneerden en mensen die niet in Spanje gaan werken.

Fiscaalnummer

Men is wel verplicht tot de aanvraag van het fiscaalnummer voor buitenlanders, het zogenaamde Número de Identificación de Extranjero (N.I.E.). In Madrid dient men zich voor aanvraag of verlenging van de verblijfsvergunning en het NIE-nummer te melden. Comisaría de Extranjeros, Calle General Pardiñas 90, Geopend: maandag t/m donderdag van 09:00 t/m 14:00 uur en van 16:00 t/m 19:00 uur. Vrijdag van 09:00 t/m 14:00 uur. Telefonische informatie: 900 150 000. Uitgebreide informatie over dit onderwerp kunt u vinden op de website. Hier kunt u ook aanvraagformulieren downloaden. Wel zo gemakkelijk.

Rijbewijs

Houdt u er rekening mee dat u zich dient in te schrijven bij de gemeente. De inschrijving heet "empadronamiento". Hierom kan nl. gevraagd worden bij bijv. de verlenging van het rijbewijs.

Verblijfsvergunning Spanje [news] 184

Nieuw belastingverdrag met Spanje

Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige aanpassingen zouden prima zijn maar niet strikt noodzakelijk.

Met Spanje wordt al tijden gesproken over een nieuw belastingverdrag. De belangrijkste wijzigingen zien op de belastingheffing op pensioenen, deelnemingen (bronbelasting) en diverse kleinere aanpassingen.

De gesprekken met Spanje zijn jaren geleden begonnen en de huidige status is niet helemaal duidelijk. Naar verwachting zal de wijziging - als deze doorgaat - op z'n vroegst in 2022 ingaan.

De gevolgen van een aangepast verdrag zijn zichtbaar geworden in de situatie met Duitsland. Dit nieuwe verdrag is ingevoerd en kent ongunstige maatregelen voor Nederlanders (die in Duitsland wonen) met een pensioen, AOW of lijfrente.

Van pensioen genieten in Spanje

Private pensioenen, AOW-uitkeringen en lijfrenten uit Nederland welke worden uitgekeerd aan inwoners van Spanje worden nu belast in Spanje. Spanje kent gunstige regelingen voor dergelijke uitkeringen, de belastingheffing is veelal lager dan in Nederland.

De nieuwe regelingen zullen kleinere pensioenen (tot € 15.000) ontzien en over hogere pensioenen zal Nederland dan willen heffen. De Spaanse overheid zal niet zomaar akkoord gaan met de nieuwe regeling, immers in Spanje wonen veel Nederlanders die de lokale economie prima staande houden.

Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige modernisering kan dan prima zijn. In Nederland is de opbouw van pensioen aftrekbaar (premiebetalingen), de uitkeringen zijn belast. Steeds meer Nederlanders laten het echter niet zover komen, ze emigreren zodra hun pensioen ingaat. Volgens het CPB bedraagt de jaarlijkse belastingschade voor Nederland ruim € 100 miljoen. Nederland heeft dan bij de opbouw fiscale voordelen verleend en kan niet heffen over de uitkeringen. Dit wordt nu in ras tempo gerepareerd.

En toen, wat te doen met pensioen in Spanje?

Een eenvoudige oplossing voor dit probleem is er niet. Elke oplossing zal maatwerk zijn (afkoop, stopzetten, etc.; pensioen of emigratie uit Spanje lijken de meest voor de hand liggende oplossingen).

Praten is van alle dagen. Wilt u weg uit Spanje, dan moet u even kijken wat de status is van de bestaande onderhandelingen. Nederland praat op dit moment met België, Turkije, Polen, Costa Rica, Zuid Afrika, Australië, Noorwegen, Indonesië, Frankrijk, Ierland, Canada, China, Malawi en Tanzania.

Probleem erfbelasting Spanje

Als u in Spanje woont en aldaar inkomstenbelasting heeft betaald, dan krijgt u automatisch een extreem hoge vrijstelling voor de erfbelasting. Als Nederland zou mogen heffen over uw pensioen, dan is de kans groot dat de vrijstelling voor de erfbelasting in Spanje ook komt te vervallen.

Noot fiscaal jurist

Nederland denkt door de belastingverdragen aan te passen de belastinginkomsten te laten stijgen. Stel dat de gepensioneerden terugkomen naar Nederland (nadat vermogen belastingvrij is weggeschonken), dan mag Nederland belasting heffen over de pensioenen. Hiervoor krijgen we er in Nederland echter (waarschijnlijk) ook substantieel hogere ziektekosten bij.

Ervaringen met de wijzigingen in Duitsland leren dat de gevolgen als volgt kunnen worden samengevat (grote lijn):

  • pensioen (inclusief AOW) lager dan € 15.000: geen gevolgen;
  • pensioen (inclusief AOW) € 30.000: nadeel gemiddeld € 1.500 per jaar;
  • pensioen (inclusief AOW) € 80.000: nadeel gemiddeld € 10.000 - € 15.000 per jaar.

Neem bij bovenstaande de (tijdelijke) introductie van de vermogensbelasting in Spanje mee en veel mensen zullen dit wellicht de beroemde "druppel" vinden.

Heeft u vragen over fiscale mogelijkheden en onmogelijkheden in Spanje stuur ons dan gerust een e-mail.

Nieuw belastingverdrag Spanje [news] 4175

Inkomstenbelasting in Spanje

Inkomstenbelasting 2021

Reguliere inkomsten uit arbeid en pensioen worden progressief belast volgens de onderstaande tabel. Ondernemersinkomen en inkomsten uit vastgoed (o.a. huur) vallen ook onder de reguliere inkomsten.

  • tot € 12.450: 19%
  • € 12.450 - € 20.200: 24%
  • € 20.200 - € 35.200: 30%
  • € 35.200 - € 60.000: 37%
  • € 60.000 - € 300.000 : 45%
  • € 300.000 > : 47% (verschilt per regio)

De toptarieven kunnen per regio verschillen, in Madrid bedragen deze 45,5%, maar in Catalonië zelfs 48% ... De voordeligste regio is Andalusië met 48,2% en de duurste is Valencia met 54%. Er geldt een algemene belastingvrije voet van € 5.500 per gezin. 

Vermogenswinstbelasting 2021

De vermogenswinstbelasting heft belasting over de "rendementen uit beleggingen". Dit zijn bijvoorbeeld dividenden, rente op bankproducten en inkomsten uit (levens-)verzekeringen, maar ook winsten op verkoop van onroerend goed (soms vrijgesteld).

  • € 0 - € 6.000: 9%
  • € 6.000 - € 50.000: 21%
  • € 50.000 - € 200.000: 23%
  • € 200.000 > 26%

Voor niet-residenten binnen de EU is het tarief 19% en voor niet-residenten buiten de EU 24%.

Vermogensbelasting 2021 in Spanje

  • € 0 - € 167.000: 0,3%
  • € 167.000 - € 334.000: 0,5%
  • € 334.000 - € 668.500: 0,6%
  • € 668.500 - € 1.337.000: 1,0%
  • € 1.337.000 - € 2.674.000: 1,3%
  • € 2.674.000 - € 5.348.000: 1,7%
  • € 5.348.000 - € 10.696.000: 2,1%
  • € 10.696.000 > 3,5%

Bovenstaande zijn afgeronde bedragen (voor de leesbaarheid). Er geldt een algemene vrijstelling van € 700.000 voor residenten en non-residenten plus nog eens € 300.000 voor residenten met een eigen woning en geldt per persoon. Iedere Spaanse "autonome" regio kan zelf afwijkende belastingschijven en vrijstellingen vaststellen.

Inkomstenbelasting in Spanje 

Iedere buitenlander die resident is in Spanje moet belastingaangifte doen met betrekking tot zijn persoonlijke verplichtingen en over het wereldwijde inkomen. De inkomstenbelasting, of Renta, IRPF, moet u betalen als u langer dan 6 maanden per jaar in Spanje verblijft. Op dit moment zijn er bepaalde soorten inkomsten (zoals overheidspensioenen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen betaald door het sociale verzekerheidsstelsel, etc.) die vrijgesteld zijn van inkomstenbelasting.

De tarieven in Spanje lijken op de tarieven in Nederland (tussen 24% - 43%). Als u minder verdient dan € 8.000, hoeft u in Spanje geen belasting te betalen, soms is dit zelfs € 21.000. De tarieven zullen, evenzo als in vele landen, in de toekomst dalen. De aangifte doet u in mei / juni van enig jaar.

Niet-inwoner Spanje en belastingen

Een niet-inwoner van Spanje moet inkomstenbelasting betalen op de verhuurwaarde van zijn eigendom, ook als de woning leegstaat. De huurwaarde wordt berekend als 2% van de fiscale waarde (valor catastral). Een niet-inwoner betaalt daar ieder jaar 25% belasting op. Meestal wordt deze niet betaald, omdat de Spaanse belastingdienst geen biljetten zal versturen, u moet hierom vragen. De aangifte mag u gedurende het gehele jaar indienen, inwoners moeten dit in mei / juni regelen.

Inkomstenbelasting Spanje [news] 2021-07-26 0000-00-00 0000-00-00 7097

Dividendbelasting in Spanje

Bij uitkeringen aan Spaanse privé- en rechtspersonen moet het bedrijf dat uitkeert 19% bronbelasting inhouden (Nederland 15%). Op uitkeringen aan rechtspersonen die meer dan 5% van de aandelen in bezit hebben in de uitkerende rechtspersoon, is het tarief 0%.

Dividendbelasting / box 2 heffing in Spanje

Bij uitkeringen vanuit rechtspersonen aan privé personen bedraagt het tarief 19%, in Nederland is dit tarief thans 26,9%.

Internationaal concern en Spanje

Bij dividenduitkeringen aan EU-moederbedrijven is de dividendbelasting (op grond van de zogenaamde moeder-dochterrichtlijn) 0%, mits het moederbedrijf tenminste 5% van de aandelen in de Spaanse dochteronderneming bezit.

Dividendbelasting in Spanje [news] 2021-07-26 0000-00-00 0000-00-00 7098

Nieuw belastingverdrag met Spanje

Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige aanpassingen zouden prima zijn maar niet strikt noodzakelijk.

Met Spanje wordt al tijden gesproken over een nieuw belastingverdrag. De belangrijkste wijzigingen zien op de belastingheffing op pensioenen, deelnemingen (bronbelasting) en diverse kleinere aanpassingen.

De gesprekken met Spanje zijn jaren geleden begonnen en de huidige status is niet helemaal duidelijk. Naar verwachting zal de wijziging - als deze doorgaat - op z'n vroegst in 2022 ingaan.

De gevolgen van een aangepast verdrag zijn zichtbaar geworden in de situatie met Duitsland. Dit nieuwe verdrag is ingevoerd en kent ongunstige maatregelen voor Nederlanders (die in Duitsland wonen) met een pensioen, AOW of lijfrente.

Van pensioen genieten in Spanje

Private pensioenen, AOW-uitkeringen en lijfrenten uit Nederland welke worden uitgekeerd aan inwoners van Spanje worden nu belast in Spanje. Spanje kent gunstige regelingen voor dergelijke uitkeringen, de belastingheffing is veelal lager dan in Nederland.

De nieuwe regelingen zullen kleinere pensioenen (tot € 15.000) ontzien en over hogere pensioenen zal Nederland dan willen heffen. De Spaanse overheid zal niet zomaar akkoord gaan met de nieuwe regeling, immers in Spanje wonen veel Nederlanders die de lokale economie prima staande houden.

Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige modernisering kan dan prima zijn. In Nederland is de opbouw van pensioen aftrekbaar (premiebetalingen), de uitkeringen zijn belast. Steeds meer Nederlanders laten het echter niet zover komen, ze emigreren zodra hun pensioen ingaat. Volgens het CPB bedraagt de jaarlijkse belastingschade voor Nederland ruim € 100 miljoen. Nederland heeft dan bij de opbouw fiscale voordelen verleend en kan niet heffen over de uitkeringen. Dit wordt nu in ras tempo gerepareerd.

En toen, wat te doen met pensioen in Spanje?

Een eenvoudige oplossing voor dit probleem is er niet. Elke oplossing zal maatwerk zijn (afkoop, stopzetten, etc.; pensioen of emigratie uit Spanje lijken de meest voor de hand liggende oplossingen).

Praten is van alle dagen. Wilt u weg uit Spanje, dan moet u even kijken wat de status is van de bestaande onderhandelingen. Nederland praat op dit moment met België, Turkije, Polen, Costa Rica, Zuid Afrika, Australië, Noorwegen, Indonesië, Frankrijk, Ierland, Canada, China, Malawi en Tanzania.

Probleem erfbelasting Spanje

Als u in Spanje woont en aldaar inkomstenbelasting heeft betaald, dan krijgt u automatisch een extreem hoge vrijstelling voor de erfbelasting. Als Nederland zou mogen heffen over uw pensioen, dan is de kans groot dat de vrijstelling voor de erfbelasting in Spanje ook komt te vervallen.

Noot fiscaal jurist

Nederland denkt door de belastingverdragen aan te passen de belastinginkomsten te laten stijgen. Stel dat de gepensioneerden terugkomen naar Nederland (nadat vermogen belastingvrij is weggeschonken), dan mag Nederland belasting heffen over de pensioenen. Hiervoor krijgen we er in Nederland echter (waarschijnlijk) ook substantieel hogere ziektekosten bij.

Ervaringen met de wijzigingen in Duitsland leren dat de gevolgen als volgt kunnen worden samengevat (grote lijn):

  • pensioen (inclusief AOW) lager dan € 15.000: geen gevolgen;
  • pensioen (inclusief AOW) € 30.000: nadeel gemiddeld € 1.500 per jaar;
  • pensioen (inclusief AOW) € 80.000: nadeel gemiddeld € 10.000 - € 15.000 per jaar.

Neem bij bovenstaande de (tijdelijke) introductie van de vermogensbelasting in Spanje mee en veel mensen zullen dit wellicht de beroemde "druppel" vinden.

Heeft u vragen over fiscale mogelijkheden en onmogelijkheden in Spanje stuur ons dan gerust een e-mail.

Nieuw belastingverdrag Spanje [news] 4175

Crypto en software

Het komt steeds vaker voor dat particulieren met behulp van software handelen in crypto. Deze software neemt vaak taken als aan- en verkoop over, maar monitort soms ook de markt op zoek naar potentieel goede handelsmogelijkheden. Wij worden de afgelopen tijd regelmatig benaderd met vragen over dit fenomeen en wat de gevolgen zijn voor de belastingheffing. In dit artikel gaan wij daar nader op in. De kwestie die steeds voorligt komt neer op de vraag of sprake is van belastingheffing in box 1 (werk en wonen) of box 3 (sparen en beleggen).

Handelen in crypto met software een bron van inkomen?

Bij de vraag of sprake is van resultaten uit cryptohandel die in box 1 vallen, is steeds de vraag of sprake is van een bron van inkomen. Om te kunnen spreken van een bron van inkomen, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan:

  • De belastingplichtige neemt deel aan het economisch verkeer;
  • Met die deelname beoogt de belastingplichtige een voordeel te behalen;
  • Het voordeel dat belastingplichtige beoogt te behalen, is naar maatschappelijke opvattingen redelijkerwijs te verwachten.

Deze voorwaarden volgen (meest recent) uit een arrest van de Hoge Raad uit 2018. Wij behandelen hierna deze voorwaarden afzonderlijk op een korte wijze. Daarna passen wij de voorwaarde toe op het gebruik van software.

Deelname aan het economisch verkeer

De voorwaarde van deelname aan het economisch verkeer werkt als een vangnet om zuivere privéaangelegenheden buiten de belastingheffing te houden. Illustratief is het aanleggen en benutten van een moestuin in de eigen achtertuin. Bij de handel in crypto is echter vrijwel altijd sprake van deelname aan het economisch verkeer, omdat wordt gehandeld op diverse platforms. Van deelname aan het economisch verkeer zal over het algemeen dus sprake zijn, ongeacht of gebruik wordt gemaakt van software.

Indien sprake is van deelname aan het economisch verkeer, kan dat voldoende zijn om een bron van inkomen aan te nemen. De voordeeltoetsen (voorwaarden twee en drie) hoeven dus niet altijd uitgevoerd te worden. De Hoge Raad heeft bepaald dat de voordeeltoetsen met name zien op de situatie waarin het gaat om de afbakening van belaste transacties in de sfeer van inkomstenverwerving tegenover louter speculatieve activiteiten. De vraag naar het speculatief karakter is echter bij crypto van belang en derhalve dienen de twee voordeeltoetsen te worden aangelegd.

Voordeel beoogd door belastingplichtige

Voorwaarde twee gaat om de vraag of belastingplichtige beoogt een voordeel te behalen. Strikt genomen een moeilijke toets om aan te leggen, omdat gekeken moet worden naar intenties. In de praktijk zien wij daarom dat aan deze voorwaarde niet te zwaar wordt getild. Over het algemeen zal de handel in crypto – in ieder geval deels – zijn gericht op het behalen van geldelijke voordelen.

Voordeel naar maatschappelijke opvattingen redelijkerwijs te verwachten

Deze derde toets is meer objectief van aard en krijgt daarom in de praktijk meer aandacht. De vraag die centraal staat is of het voordeel redelijkerwijs te verwachten is. Hier zien wij duidelijk terug dat gekeken moet worden naar het afbakenen van winstgevende activiteiten tegenover louter speculatieve activiteiten. Daarbij geldt dat speculatieve activiteiten niet snel omslaan in niet-speculatieve activiteiten. Hierover is in de loop der jaren een behoorlijk aantal procedures gevoerd.

Uit deze jurisprudentie komt naar voren dat het er steeds om zal gaan of de voordelen die worden behaald kunnen worden verklaard uit inspanningen van de belastingplichtige. Daarbij is de omvang van de arbeid niet doorslaggevend. In een zaak waarin de nadruk werd gelegd op de omvang en intensiteit van de belastingplichtige, oordeelde het gerechtshof – en hield de Hoge Raad in stand – dat geen sprake was van een bron van inkomen. De belastingplichtige was er namelijk niet in geslaagd om te voldoen aan de bewijslast dat hij een meer dan speculatief uitzicht had op voordeel. Dat oordeel zou anders uit kunnen vallen indien hij als gevolg van bijvoorbeeld deskundigheid en ervaring het koersverloop kon beïnvloeden.

Dit geldt ook bij de handel in crypto. Belastingplichtigen zijn – op bepaalde machtige personen na – niet in staat om het koersverloop te beïnvloeden. Dat betekent dat belastingplichtigen geen uitzicht hebben op een redelijkerwijs te verwachten voordeel. Dit kan anders zijn indien op enige wijze de koers en de opbrengst kunnen worden beïnvloed.

Cryptohandel met software en bron van inkomen

De vraag die bij gebruikers van software steeds opkomt, is of de software ertoe leidt dat wel sprake is van een bron van inkomen. Wij zien in de praktijk dat de variërende software deels een overlap vertoont. Daaruit komt naar voren dat het veelal gaat om het handmatig instellen van de software, die vervolgens handelingen uitvoert die de belastingplichtige voorheen zelf verrichte. Hierdoor kan sneller / efficiënter gehandeld worden.

Het enkele gebruik van software maakt echter in de meeste gevallen niet dat het speculatief karakter van de transactie wegvalt. Dat blijft volledig behouden. De software kan immers niet het koersverloop beïnvloeden en de software heeft geen specifieke deskundigheid / voorkennis. In feite is sprake van niet veel meer dan een (digitaal) verlengstuk van de belastingplichtige. Zoals wij hiervoor reeds aangaven, gaat het steeds om de vraag of door inspanningen van de belastingplichtige een voordeel wordt behaald. Die situatie doet zich echter niet voor bij het enkele gebruik van software die handelingen uit handen neemt. Oftewel: het speculatief karakter blijft volledig behouden. Eventuele inspanningen staan in feite volledig los van het mogelijke resultaat.

Cryptohandel met software in box 1 of box 3

In verreweg de meeste gevallen zal de cryptohandel met behulp van software niet leiden tot een bron van inkomen. Dat betekent dat belastingheffing in box 1 niet aan de orde is. De crypto die u bezit zal steeds op 1 januari van het kalenderjaar deel uitmaken van de grondslag sparen en beleggen (box 3).

Fiscaal jurist over cryptohandel met software

Over de vraag of sprake is van een bron van inkomen zouden nog tien artikelen geschreven kunnen worden. De rechtspraak van de afgelopen vijftig jaar is uitgebreid en kent vele nuanceringen. Ondanks al deze kleine nuances – die in bovenstaande niet allemaal terugkomen – zal veelal sprake zijn van een situatie waarin geen sprake is van een bron van inkomen die tot belastingheffing in box 1 leidt. Daarvoor blijft het speculatief karakter te overheersend.

Het komt ook voor dat belastingplichtigen de software – vaak zelfontwikkeld – gaan verhuren. Deze verhuur is dan echter niet speculatief van aard. De inkomensstroom uit de verhuur staat immers vast. Deze vaste inkomstenbron kan wel tot een bron van inkomen in box 1 leiden. Dat betekent echter ook dat u, overeenkomstig het belastingrecht, kosten in aftrek mag brengen.

Voor veel handelaren is het financieel belang bij crypto groot. Het gaat vaak om forse bedragen en volledig uitgekristalliseerd is de materie nog zeker niet. Indien u daarover vooraf zekerheid wenst, dan kunnen wij dit voor u afstemmen met de Belastingdienst. Wij nemen dan een standpunt in en leggen dit voor. Aan de reactie van de Belastingdienst kunt u, onder voorwaarden, rechten ontlenen. Dit geeft u zekerheid over het opnemen van uw cryptobezittingen in box 3. Dat kan uiteraard ook indien u geen software gebruikt.

Vragen? Neem dan gerust rechtstreeks contact op met een van onderstaande auteurs.

Crypto en software [news] 7088

Crypto inkeren of melden bij de Belastingdienst

Boete crypto kan oplopen tot 300%

Steeds meer Nederlanders bezitten cryptovaluta, zoals de Bitcoin. Wij staan in de praktijk vaak belastingplichtigen bij die de belastingheffing bij deze cryptovaluta over het hoofd hebben gezien. In de loop van 2021 komt er nieuwe wetgeving binnen de Europese Unie, waardoor de bezitter van bitcoins of andere cryptomunten bekend worden bij de Belastingdienst. Crypto moet in de meeste gevallen in box 3 (waarde per 1 januari) worden aangegeven, soms zelfs in box 1.

Hebt u crypto's? Wij zien dat veel mensen deze (nog) niet melden bij de Belastingdienst, soms bewust, soms onbewust. Er is op dit moment Europese regelgeving op komst die het verbergen van cryptomunten voor de Belastingdienst complexer maakt.

Nieuwe Europese wetgeving inzake crypto en melding Belastingdienst

De Europese Unie is met een richtlijn bezig  waardoor lidstaten van de EU eenvoudiger spontaan informatie kunnen en moeten uitwisselen over de bezitter / eigenaar van cryptomunten. Het voorstel staat voor 2021 op de agenda. Nadat de wetgeving binnen de EU is aangenomen, moet deze worden opgenomen in de Nederlandse wetgeving, dit zal nog wel even duren. Binnen de nieuwe wetgeving worden cryptobedrijven gedwongen om persoonlijke gegevens van zenders en ontvangers op te slaan en uiteindelijk aan de EU of het woonland te verstrekken. Het is zelfs denkbaar dat anonieme cryptowallets worden verboden.

In dit artikel leggen wij de gevolgen uit als u crypto niet in uw aangifte hebt aangegeven en bijvoorbeeld wordt betrapt. 

Cryptovaluta en Belastingdienst

Cryptovaluta vertegenwoordigen een waarde. Deze waarde varieert sterk. De waarde die voor uw heffing relevant is, is afhankelijk van de wijze waarop u de cryptovaluta aanhoudt. Bezit van crypto hoort in de basis thuis in box 3. Bent u een actieve particulier (bijvoorbeeld door minen of veel handel), dan kan sprake zijn van heffing in box 1. De kosten zijn dan ook aftrekbaar.

Het kopen van crypto is zelden zichtbaar voor de Belastingdienst. Als de crypto (met forse winst) wordt verkocht, is er echter wel een vermogensstijging zichtbaar, deze kan de Belastingdienst via een vermogensvergelijking wel zien. De Belastingdienst zal dan vragen stellen over de door u ingediende aangifte Inkomstenbelasting.

De Belastingdienst kan dan tot 5 jaar terug een navorderingsaanslag opleggen, als de crypto via het buitenland is aangehouden, kan dit ook 12 jaar zijn. Wij denken dat de Belastingdienst gaat stellen dat crypto kwalificeert als buitenlands vermogen (dus 12 jaar navorderingstermijn).

Tevens zal de Belastingdienst een boete opleggen. Omdat de crypto veelal bewust niet is opgenomen, zal de basisstelling zijn dat sprake is van opzettelijk niet aangeven van vermogen. De boete bedraagt dan tenminste 100% van de opgelegde aanslag. Er kan ook een verhoogde boete van 300% worden opgelegd, deze wordt meestal verminderd tot 150%.

Advies inzake crypto bij onderzoek Belastingdienst

De Belastingdienst zal u een vragenformulier sturen. U bent verplicht de fiscaal relevante vragen te beantwoorden, andere vragen dus niet. Als u niet zou antwoorden of dit weigert, zal de Belastingdienst een zogenaamde informatiebeschikking afgeven. Gevolg hiervan is dat u aanloopt tegen een omkering en verzwaring van de bewijslast. Al uw stellingen moet u in dit traject overtuigend aantonen, dit gaat verder dan de normale toets (aannemelijk maken).

Het is verstandig om een specialist in te schakelen als de Belastingdienst u op het spoor komt. Wij hebben ruime ervaring met dit soort trajecten en adviseerden ook honderden cliënten bij het vooraf melden van nog onbekend vermogen (inkeerregeling).

"Ik heb crypto niet in mijn aangifte staan, wat nu?"

Mede door de aangekondigde EU-wetgeving zal de Belastingdienst binnen enkele jaren veel informatie ontvangen over cryptobeleggingen. Als dit nog niet bekend is in uw aangifte, dan loopt u een fors financieel risico (boetes kunnen oplopen tot 300%). U kunt vrijwillig een opgave doen aan de Belastingdienst inzake de verzwegen cryptobeleggingen. Als u dit binnen 2 jaar doet, dan wordt er veelal geen vergrijpboete opgelegd. Voor cryptobeleggingen gelden er echter wel uitzonderingen, in voorkomende gevallen wordt er wel een vergrijpboete opgelegd, maar deze is dan lager dan de genoemde 150%.

Als de Belastingdienst u al op het spoor is, dan is vrijwillige verbetering niet meer mogelijk. Inkeren is dan immers niet meer vrijwillig.

Op korte termijn is het voor de Belastingdienst een stuk eenvoudiger om cryptomunten in het vizier te krijgen.

Advies inzake inkeren bij cryptobeleggingen

Wij hebben in de loop der jaren veel inkeertrajecten begeleid. Dat waren eerst vooral zaken met betrekking tot buitenlandse bankrekeningen, maar steeds vaker gaat het om (aanzienlijke) cryptoportefeuilles. De belastingplichtige die vrijwillig wil verbeteren en alsnog juiste aangiften uit zichzelf doet, kan er vaak met een goede deal vanaf komen. Wij helpen u graag om die deal te bereiken. Neem gerust eens contact op met één van de auteurs van dit artikel. Een eerste gesprek is altijd vrijblijvend.

Bron crypto en inkeerregeling

Vragen en antwoorden EU inzake crypto

Richtlijn EU inzake crypto 20 juli 2021

Voorgestelde EU wetgeving inzake crypto



EU wetgeving voor crypto [news] 7208

Crypto inkeren of melden bij de Belastingdienst

Boete crypto kan oplopen tot 300%

Steeds meer Nederlanders bezitten cryptovaluta, zoals de Bitcoin. Wij staan in de praktijk vaak belastingplichtigen bij die de belastingheffing bij deze cryptovaluta over het hoofd hebben gezien. In de loop van 2021 komt er nieuwe wetgeving binnen de Europese Unie, waardoor de bezitter van bitcoins of andere cryptomunten bekend worden bij de Belastingdienst. Crypto moet in de meeste gevallen in box 3 (waarde per 1 januari) worden aangegeven, soms zelfs in box 1.

Hebt u crypto's? Wij zien dat veel mensen deze (nog) niet melden bij de Belastingdienst, soms bewust, soms onbewust. Er is op dit moment Europese regelgeving op komst die het verbergen van cryptomunten voor de Belastingdienst complexer maakt.

Nieuwe Europese wetgeving inzake crypto en melding Belastingdienst

De Europese Unie is met een richtlijn bezig  waardoor lidstaten van de EU eenvoudiger spontaan informatie kunnen en moeten uitwisselen over de bezitter / eigenaar van cryptomunten. Het voorstel staat voor 2021 op de agenda. Nadat de wetgeving binnen de EU is aangenomen, moet deze worden opgenomen in de Nederlandse wetgeving, dit zal nog wel even duren. Binnen de nieuwe wetgeving worden cryptobedrijven gedwongen om persoonlijke gegevens van zenders en ontvangers op te slaan en uiteindelijk aan de EU of het woonland te verstrekken. Het is zelfs denkbaar dat anonieme cryptowallets worden verboden.

In dit artikel leggen wij de gevolgen uit als u crypto niet in uw aangifte hebt aangegeven en bijvoorbeeld wordt betrapt. 

Cryptovaluta en Belastingdienst

Cryptovaluta vertegenwoordigen een waarde. Deze waarde varieert sterk. De waarde die voor uw heffing relevant is, is afhankelijk van de wijze waarop u de cryptovaluta aanhoudt. Bezit van crypto hoort in de basis thuis in box 3. Bent u een actieve particulier (bijvoorbeeld door minen of veel handel), dan kan sprake zijn van heffing in box 1. De kosten zijn dan ook aftrekbaar.

Het kopen van crypto is zelden zichtbaar voor de Belastingdienst. Als de crypto (met forse winst) wordt verkocht, is er echter wel een vermogensstijging zichtbaar, deze kan de Belastingdienst via een vermogensvergelijking wel zien. De Belastingdienst zal dan vragen stellen over de door u ingediende aangifte Inkomstenbelasting.

De Belastingdienst kan dan tot 5 jaar terug een navorderingsaanslag opleggen, als de crypto via het buitenland is aangehouden, kan dit ook 12 jaar zijn. Wij denken dat de Belastingdienst gaat stellen dat crypto kwalificeert als buitenlands vermogen (dus 12 jaar navorderingstermijn).

Tevens zal de Belastingdienst een boete opleggen. Omdat de crypto veelal bewust niet is opgenomen, zal de basisstelling zijn dat sprake is van opzettelijk niet aangeven van vermogen. De boete bedraagt dan tenminste 100% van de opgelegde aanslag. Er kan ook een verhoogde boete van 300% worden opgelegd, deze wordt meestal verminderd tot 150%.

Advies inzake crypto bij onderzoek Belastingdienst

De Belastingdienst zal u een vragenformulier sturen. U bent verplicht de fiscaal relevante vragen te beantwoorden, andere vragen dus niet. Als u niet zou antwoorden of dit weigert, zal de Belastingdienst een zogenaamde informatiebeschikking afgeven. Gevolg hiervan is dat u aanloopt tegen een omkering en verzwaring van de bewijslast. Al uw stellingen moet u in dit traject overtuigend aantonen, dit gaat verder dan de normale toets (aannemelijk maken).

Het is verstandig om een specialist in te schakelen als de Belastingdienst u op het spoor komt. Wij hebben ruime ervaring met dit soort trajecten en adviseerden ook honderden cliënten bij het vooraf melden van nog onbekend vermogen (inkeerregeling).

"Ik heb crypto niet in mijn aangifte staan, wat nu?"

Mede door de aangekondigde EU-wetgeving zal de Belastingdienst binnen enkele jaren veel informatie ontvangen over cryptobeleggingen. Als dit nog niet bekend is in uw aangifte, dan loopt u een fors financieel risico (boetes kunnen oplopen tot 300%). U kunt vrijwillig een opgave doen aan de Belastingdienst inzake de verzwegen cryptobeleggingen. Als u dit binnen 2 jaar doet, dan wordt er veelal geen vergrijpboete opgelegd. Voor cryptobeleggingen gelden er echter wel uitzonderingen, in voorkomende gevallen wordt er wel een vergrijpboete opgelegd, maar deze is dan lager dan de genoemde 150%.

Als de Belastingdienst u al op het spoor is, dan is vrijwillige verbetering niet meer mogelijk. Inkeren is dan immers niet meer vrijwillig.

Op korte termijn is het voor de Belastingdienst een stuk eenvoudiger om cryptomunten in het vizier te krijgen.

Advies inzake inkeren bij cryptobeleggingen

Wij hebben in de loop der jaren veel inkeertrajecten begeleid. Dat waren eerst vooral zaken met betrekking tot buitenlandse bankrekeningen, maar steeds vaker gaat het om (aanzienlijke) cryptoportefeuilles. De belastingplichtige die vrijwillig wil verbeteren en alsnog juiste aangiften uit zichzelf doet, kan er vaak met een goede deal vanaf komen. Wij helpen u graag om die deal te bereiken. Neem gerust eens contact op met één van de auteurs van dit artikel. Een eerste gesprek is altijd vrijblijvend.

Bron crypto en inkeerregeling

Vragen en antwoorden EU inzake crypto

Richtlijn EU inzake crypto 20 juli 2021

Voorgestelde EU wetgeving inzake crypto



EU wetgeving voor crypto [news] 7208

Bitcoin en BTW

Moet u BTW betalen over de inkoop / verkoop van bitcoins (en / of andere crypto valuta)?

Omzetbelasting en bitcoin

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bepaald dat over de verkoop van bitcoins geen BTW is verschuldigd. De bitcoin wordt niet gezien als geld, maar heeft wel eenzelfde functie, een bijzondere status voor de BTW derhalve.

Vragen over bitcoin en belastingen

Heeft u vragen over de fiscale behandeling van bitcoins? Bel gerust vrijblijvend met één van onze adviseurs.

Bron Bitcoin en BTW

Hof van Justitie d.d. 22 oktober 2015.

Bitcoin en BTW [news] 5243

Bitcoin in box 1

Er zijn verschillende soorten inkomsten, bij bitcoins kan sprake zijn van box 1 (arbeid / winst) of box 3 (vermogen) inkomsten. Deze discussie speelt veelal bij de verhuur van panden en minder vaak bij beleggen in aandelen en / of bitcoins. Bitcoins worden meestal belast in box 3, maar bij hoge winsten zal de Belastingdienst proberen te stellen dat sprake is van box 1 inkomsten.

Nieuws : gegevensuitwisseling Bitcoin in EU 

Binnenkort vallen crypto valuta onder de Europese uitwisseling van fiscale gegevens. Onder de zogenaamde DAC wetgeving (we zijn al bij DAC 7) worden binnen de EU gegevens tussen landen uitgewisseld. Zo wordt er al informatie uitgewisseld over bankrekeningen, inkomen, pensioenen, onroerende zaken, anti witwas info, advisering bij constructies, etc. Recent is DAC 7 ingevoerd, onder deze wetgeving wordt geregeld dat digitale platformen verplicht worden fiscale informatie over hun gebruikers te verstrekken aan de Belastingdienst (en dat deze informatie wordt uitgewisseld met andere EU lidstaten). Crypoto valuta vallen nog niet onder de gegevensuitwisseling, dit zal gebeuren in DAC 8. Vorenstaande staat in een kamerbrief d.d. 18 februari 2021.

Bitcoin belast als inkomen

Als een natuurlijk persoon zich bezig gaat houden met het beleggen in bitcoins kan sprake zijn van winst uit onderneming (of resultaat uit overige werkzaamheden). Een harde lijn is er niet en het blijft een grijs gebied waarbij de feiten de doorslag moeten geven. De kern van de discussie is: "wat doet u zelf ?" Bij een box 1 belegging is de winst belast en zijn het verlies en de kosten aftrekbaar. De signalen voor een box 1 belegging in bitcoins zijn:

  • veel eigen werk, onderzoek, etc.;
  • snelle winst;
  • voorkennis;
  • veel mutaties / arbeidsinzet door uzelf;
  • is er een organisatie / bedrijf / internetsite.

Als er sprake is van daytrading of het structureel handelen in bitcoins, kan er sprake zijn van box 1 inkomen. Maar ook daytrading kan gezien worden als normaal vermogensbeheer. Een rechter overweegt hierbij als volgt:

  • Het handelen in opties moet een meer dan speculatief karakter hebben met als doel het behalen van voordeel. Hierbij moet de de bitcoinhandelaar deskundigheid, ervaring en relaties hebben binnen deze wereld. Tevens moet hij het koersverloop via de deskundigheid en ervaringen kunnen beïnvloeden.

Bitcoin niet in aangifte opgenomen

Als u de bitcoin niet in uw aangifte hebt opgenomen, dan heeft u onjuist aangifte gedaan. Het vermogen of inkomen wordt dan als zwart inkomen / vermogen gezien. Dit kan een misdrijf opleveren. U kunt het vermogen alsnog opgeven door dit in uw aangifte te vermelden en voor oudere jaren alsnog met de Belastingdienst in overleg te treden (inkeren). Sinds 1 januari 2018 is de formele route om in te keren afgeschaft, deskundige begeleiding is verstandig.

Vragen over bitcoins

Heeft u vragen of opmerkingen over bitcoins, dan kunt u hierover één van onze deskundige fiscaal juristen vragen. Maak gerust een vrijblijvende afspraak.

Bitcoin in box 1 [news] 5244

Bitcoins in de eenmanszaak

Fiscale aspecten cryptovaluta in een eenmanszaak of VOF

Er wordt veel geschreven over de fiscale aspecten van bitcoins, of beter: cryptovaluta. Op de internetsite van de Belastingdienst staat dat deze worden belast in box 3. Recentelijk heeft de Staatssecretaris van Financiën vragen uit de Eerste Kamer beantwoord. Ook hij (de heer Snel) concludeert dat er normaliter sprake is van box 3 vermogen. Wat nu als u binnen uw eenmanszaak of VOF bitcoins of crypto muntenkoopt?

Cryptocurrency in eenmanszaak of VOF

Bij de aankoop van cryptovaluta door een natuurlijk persoon die kwalificeert als IB-ondernemer speelt het leerstuk van de vermogensetikettering. Als sprake is van duurzaam overtollige liquide middelen waarmee de cryptovaluta worden aangeschaft, worden zij tot de rendementsgrondslag van box 3 gerekend.

Als de aankoop van de cryptovaluta met ondernemingsvermogen niet plaatsvindt binnen de normale ondernemingsuitoefening en er geen sprake is van het beleggen van tijdelijke overtollige middelen op een zodanige wijze dat zij weer tijdig binnen de onderneming beschikbaar kunnen zijn, is sprake van verplicht privévermogen (box 3).

Heffing in box 3 over cryptocurrency

Als u in Nederland woont of in Nederland vermogen heeft, moet u uw vermogen opgeven aan de Belastingdienst. Het gaat hierbij om het vermogen per begin van het jaar (1 januari). De Belastingdienst ziet bitcoins, cryptovaluta, ethers en andere digitale geldmiddelen als "overige bezittingen in box 3". Als dit vermogen meer is dan € 30.846 (2020), dan moet u hierover in box 3 belasting betalen.

  • Van € 30.846 - € 103.643: 0,59%;
  • Van € 103.643 - € 1.036.418: 1,26%;
  • Vanaf € 1.036.418: 1,58%.

Voor de waarde van de cryptomunt moet volgens de Staatssecretaris worden aangesloten bij de waarde (geldende koers) op peildatum (1 januari van het belastingjaar, dus 1 januari 2020 voor de aangifte over 2020 moet hiertoe kijken op het door u gebruikte omwisselplatform.

Wat zeggen fiscale rechters over bitcoins

Er zijn nog geen procedures bekend over bitcoins en belastingen. Echter wel over speculatieve transacties en het inkomen dat hiermee wordt verdiend. In jurisprudentie is al uitgemaakt dat geen sprake is van box 1 inkomen als het een speculatieve transactie betreft en het eindresultaat niet te beïnvloeden is door arbeid. Als er echter structureel positieve resultaten worden behaald die kunnen worden verklaard door arbeid van de persoon, is wellicht wel sprake van een bron van inkomen.

Bron fiscale aspecten crypto valuta

Beantwoording vragen fiscale aspecten cryptovaluta.

Bitcoins in de eenmanszaak [news] 5363

Bitcoins in de B.V.

Fiscale aspecten cryptovaluta in een B.V.

Er wordt veel geschreven over de fiscale aspecten van bitcoins, of beter: cryptovaluta. Op de internetsite van de Belastingdienst staat dat deze worden belast in box 3. Eind 2018 heeft de Staatssecretaris van Financiën vragen uit de Eerste Kamer beantwoord. Hij concludeert dat er normaliter sprake is van box 3 vermogen. Wat nu als u binnen uw B.V. cryptovaluta koopt?

Nieuws : gegevensuitwisseling Bitcoin in EU 

Binnenkort vallen crypto valuta onder de Europese uitwisseling van fiscale gegevens. Onder de zogenaamde DAC wetgeving worden binnen de EU gegevens tussen landen uitgewisseld. Zo wordt er al informatie uitgewisseld over bankrekeningen, inkomen, pensioenen, onroerende zaken, anti witwas info, advisering bij constructies, etc. Recent is DAC 7 ingevoerd, onder deze wetgeving wordt geregeld dat digitale platformen verplicht worden fiscale informatie over hun gebruikers te verstrekken aan de Belastingdienst (en dat deze informatie wordt uitgewisseld met andere EU lidstaten). Crypto valuta vallen nog niet onder de gegevensuitwisseling, dit zal gebeuren in de reeds aangekondigde DAC 8. Vorenstaande staat in een kamerbrief d.d. 18 februari 2021.

Cryptocurrency in uw B.V.

Op grond van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 drijft een rechtspersoon (B.V. / N.V.) een onderneming met zijn gehele vermogen. Anders dan bij een IB-ondernemer speelt bij een B.V. / N.V. het leerstuk van de vermogensetikettering geen rol. Dit betekent dat het minen en de aankoop (al dan niet gevolgd door verkoop) van cryptovaluta zich in de winstsfeer afspelen. De resultaten daarvan moeten volgens goed koopmansgebruik in aanmerking worden genomen. Het kan wel weer zo zijn dat de Belastingdienst gaat stellen dat verliezen niet aftrekbaar zijn omdat een weldenkende ondernemer niet zou beslissen om dergelijke valuta te kopen.

Wat zeggen fiscale rechters over bitcoins

Er zijn nog geen procedures bekend over bitcoins en belastingen, echter wel over speculatieve transacties en het inkomen dat hiermee wordt verdiend. In jurisprudentie is al uitgemaakt dat geen sprake is van box 1 inkomen als het een speculatieve transactie betreft en het eindresultaat niet te beïnvloeden is door arbeid. Als er echter structureel positieve resultaten worden behaald die kunnen worden verklaard door arbeid van de persoon, is wellicht wel sprake van een bron van inkomen.

Er komt binnenkort een nadere toelichting over de fiscale aspecten rondom de cryptocurrency.

Bron fiscale aspecten crypto valuta

Beantwoording vragen fiscale aspecten cryptovaluta.

Bitcoins en BV [news] 5364

Cryptovaluta in de jaarrekening

Bitcoin en accountant

De opkomst van cryptovaluta en bitcoins biedt ook volop kansen voor accountants. Na het papieren-geld-tijdperk kwamen de pinpas en de digitale financiële wereld. Dit is in een stroomversnelling gekomen door ondermeer Apple Pay en cryptovaluta. Het beheer en de vastlegging hiervan kunnen veel ruimte bieden voor accountants.

Bitcoin en de rol van de accountant

Naast de stijging van de block chain technologie zien wij als Jongbloed Accountants ook steeds meer betalingsverkeer via bitcoins en andere crypto's. Het vertrouwen in deze valuta is wisselend en is hiermee volop in beweging. De cryptovaluta gaan een grote rol spelen in de ontwikkeling van onze economie en de financiële wereld. Het procesmatig bijhouden van de cryptotransacties wordt alleen maar groter en complexer. De vraag naar nieuwe innovaties in accountancy-land zal moeten volgen, de reguliere boekhouding en de cryptoboekhouding moeten naast elkaar (en eigenlijk gezamenlijk) worden opgezet.

Accountancyregels aangaande crypto's

In Europa wil men eenduidige accountancyregels aangaande cryptovaluta. De Europese banken willen dat er onderlinge afspraken worden gemaakt over de regulering van de cryptohandel, lees hiertoe deze notitie. De AFM heeft in 2018 reeds een adviesrapport geschreven over het vergunningenstelsel bij crypto's. Ook omtrent de belastingheffing over crypto's is er veel beweging te zien.

Crypto in een bv

Als cryptovaluta worden ondergebracht in een bv of andere rechtspersoon, is de belastingheffing redelijk eenvoudig. Er moet vennootschapsbelasting worden betaald als de winst is behaald, dus bij een daadwerkelijke verkoop. Verlies mag worden genomen als de cryptovaluta in waarde zouden dalen (onder de kostprijs). Dit is feitelijk gelijk aan de behandeling van normale effecten, waardering per balansdatum op kostprijs of lagere marktwaarde.

Crypto in de jaarrekening

De Raad voor de jaarverslaggeving heeft in 2018 over dit onderwerp een rapport geschreven (hier te raadplegen). Het betreft nog een "soort van advies", maar geeft in ieder geval enige richting binnen accountancy-land. De algemene gedachtenlijn op dit moment is dat crypto's geen liquide middelen of financiële instrumenten zijn, maar moeten worden gezien als immateriële vaste activa / andere beleggingen. Dergelijke activa moeten worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en onder voorwaarden tegen lagere of hogere actuele waarde. De waardeveranderingen komen dan ten bate of laste van de winsten / verliezen (en dus het eigen vermogen) van de vennootschap. Dat het niet eenvoudig is volgt uit een artikel in het FD. Het zal nog wel even duren voordat er volledige duidelijkheid komt omtrent het opnemen van crypto's in de jaarrekening.

Bitcoin in jaarrekening [news] 7030

Bitcoin en belastingen

De Belastingdienst ziet bitcoins als "bezittingen". Een bitcoin moet u dan ook opgeven in box 3. Voor de aangifte inkomstenbelasting over 2020 geeft u dus de waarde op per 1 januari 2020. De vraag is wel hoe de Belastingdienst gaat beoordelen / zien of je ook bitcoins hebt en hoeveel.

De aangifte vraagt echter sinds kort om "virtuele betaalmiddelen". Als u hier niets zou invullen, is dit het opzettelijk onjuist doen van aangifte, dit met alle gevolgen van dien.

Bitcoin in box 3

Volgens de Belastingdienst moet u virtuele betaalmiddelen opnemen in box 3. Dit per de waarde aan het begin van het belastingjaar, derhalve op 1 januari.

Crypto munt en belastingen [news] 5242

Fiscale aspecten cryptovaluta

Er wordt veel geschreven over de fiscale aspecten van bitcoins, of beter: cryptovaluta. Op de internetsite van de Belastingdienst staat dat deze worden belast in box 3. Recentelijk heeft de Staatssecretaris van Financiën vragen uit de Eerste Kamer beantwoord. Ook hij (de heer Snel) concludeert dat er normaliter sprake is van box 3 vermogen.

Belastingen en cryptocurrency box 3

Als u in Nederland woont of in Nederland vermogen heeft, moet u uw vermogen opgeven aan de Belastingdienst. Het gaat hierbij om het vermogen per begin van het jaar (1 januari). De Belastingdienst ziet bitcoins, cryptovaluta, ethers en andere digitale geldmiddelen als "overige bezittingen in box 3". Als dit vermogen meer is dan € 25.000, dan moet u hierover vermogensbelasting / box 3 belastingen betalen.

  • Tot € 75.000: 0,86%;
  • Van € 75.001 - € 975.000: 1,38%;
  • Vanaf € 975.001: 1,61%.

Voor de waarde van de cryptomunt moet volgens de Staatssecretaris worden aangesloten bij de waarde (geldende koers) op peildatum (1 januari van het belastingjaar, dus 1 januari 2017 voor de aangifte over 2017). U moet hiertoe kijken op het door u gebriukte omwisselplatform.

Belastingen en cryptocurrency box 1

Bij het handelen in cryptovaluta of het minen door een natuurlijke persoon is er volgens de Staatssecretaris van Financiën niet snel sprake van een bron van inkomen (box 1). Aan de hand van feiten en omstandigheden kan de Belastingdienst echter anders oordelen. De overwegingen hierbij zijn:

  1. Er moet arbeid worden verricht;
  2. Het voordeel moet worden beoogd (subjectief element);
  3. Het voordeel moet redelijkerwijs te verwachten zijn (objectief element);
  4. De omvang van de investeringen (computers etc.).

Er zijn op dit moment veel mensen bezig met het voordeel proberen te behalen met de handel in cryptovaluta. Mede doordat er een beperkt aantal cryptomunten per dag kunnen worden gemined / verhandeld, is het al snel de vraag of er een voordeel kan worden verwacht.

Wat zeggen fiscale rechters over bitcoins

Er zijn nog geen procedures bekend over bitcoins en belastingen. Echter wel over speculatieve transacties en het inkomen dat hiermee wordt verdiend. In jurisprudentie is al uitgemaakt dat geen sprake is van box 1 inkomen als het een speculatieve transactie betreft en het eindresultaat niet te beïnvloeden is door arbeid. Als er echter structureel positieve resultaten worden behaald die kunnen worden verklaard door arbeid van de persoon, is wellicht wel sprake van een bron van inkomen.

Loon via cryptovaluta

Loon dat door een werkgever wordt uitbetaald via cryptovaluta wordt gezien als loon in natura. Dit soort salaris / loon moet worden omgerekend in euro's op het moment dat het loon / de cryptomunt wordt genoten.

Bron fiscale aspecten crypto valuta

Beantwoording vragen fiscale aspecten cryptovaluta.

Fiscale aspecten crypto valuta [news] 5362

Crypto's vergeten bij belastingaangifte?

Steeds meer Nederlanders bezitten cryptovaluta, zoals de Bitcoin. Wij staan in de praktijk vaak belastingplichtigen bij die de belastingheffing bij deze cryptovaluta over het hoofd hebben gezien. In dit artikel leggen wij de gevolgen uit. Daarvoor geven wij eerst op hoofdlijnen aan wat de spelregels zijn, daarna beschrijven wij de risico’s van het vergeten op te geven van cryptovaluta.

Cryptovaluta en belastingen: hoofdregels

Cryptovaluta vertegenwoordigen een waarde. Deze waarde varieert sterk. De waarde die voor uw heffing relevant is, is afhankelijk van de wijze waarop u de cryptovaluta aanhoudt. De volgende hoofdregels kunt u aanhouden.

Bezit van cryptovaluta als particulier: box 3

U bezit als particulier cryptovaluta. Deze bezitting valt in box 3. Daarbij is relevant wat de waarde op 1 januari van het jaar was waarover u aangifte doet. Onze ervaring leert dat het achteraf boven tafel krijgen van de koers op 1 januari niet bij ieder platform even eenvoudig is. Zorg daarom dat u dit tijdig doet.

Bezit van cryptovaluta als gevolg van particulier minen of handelen: mogelijk box 1

U bent een actieve particulier, want u verkrijgt de crypto door te minen of bovengemiddeld veel te handelen. Er kan dan sprake zijn van inkomen uit onderneming of een resultaat uit overige werkzaamheid. In dat geval dient u de bezitting niet in box 3 aan te geven, maar in box 1. Zowel voor de ondernemer als voor de resultaatgenieter kent de wet een aantal faciliteiten, bijvoorbeeld in de vorm van de aftrek van kosten. Let op! Hierbij is ook van belang of u überhaupt enige winst of vooruitzicht op winst heeft. Bent u eenvoudigweg altijd meer kosten kwijt aan het minen / handelen dan dat het u opbrengt, dan is geen sprake van ondernemerschap of een werkzaamheid. Deze regels kunnen in andere vorm gelden indien de activiteiten van de onderneming niet aansluiten bij de handel in valuta. Bij ondernemerschap en cryptovaluta is het daarom raadzaam altijd advies in te winnen van een deskundige.

Loon in crypto: box 1 en Wet op de Loonbelasting 1964

Uw werkgever betaalt u uit in cryptovaluta. De werkgever is de inhoudingsplichtige (via de Wet op de Loonbelasting 1964). De werkgever dient steeds de crypto om te rekenen naar euro’s voor de loonaangifte. Het is raadzaam in de gaten te houden of uw werkgever dit goed op orde heeft. Strikt genomen bent u niet aansprakelijk bij fouten van uw werkgever, maar de Belastingdienst kan u uiteindelijk wel in het dossier betrekken.

U bent ondernemer en wordt in cryptovaluta betaald

U bent ondernemer en laat u betalen in cryptovaluta. U dient de waarde steeds om te rekenen naar euro’s en in euro’s aan te geven. Dit wordt in de praktijk ervaren als een administratieve lastenverzwaring. Bedenk daarom vooraf goed of u hier de benodigde energie in wilt steken.

U onderneemt via een rechtspersoon en betaalt / handelt in crypto

Rechtspersonen die onder de vennootschapsbelasting vallen worden, uitzonderingen daargelaten, geacht met hun hele vermogen een onderneming te drijven. De cryptovaluta komen dan op in de ondernemingssfeer van de rechtspersoon.

Cryptovaluta vergeten in de aangifte: waar ontstaan problemen?

Cryptovaluta worden vaker dan andere vermogensbronnen ten onrechte niet opgenomen in de aangifte. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen twee type belastingplichtigen: degene die dit met opzet doen en degene die het eenvoudigweg vergeten. Op de sancties na, waar wij later op ingaan, geldt het navolgende voor beide groepen.

Cryptovaluta vergeten in de aangifte: hoe komt de Belastingdienst erachter?

Op dit moment komt de Belastingdienst vaak achter cryptovaluta door vermogensvergelijkingen te maken. Het aankopen van cryptovaluta is een transactie die vaak niet zichtbaar is, maar zodra u de crypto te gelde maakt, veelal met een mooie winst, is dit vermogen zichtbaar op uw bankrekening(en). Naar aanleiding van een onverklaarbare vermogensstijging zal de Belastingdienst u dan gerichte vragen gaan stellen over uw ingediende aangifte en uw voorgaande aangiften. Wij bespreken in de volgende paragraaf wat de gevolgen zijn van deze vraagtrajecten, indien daaruit volgt dat cryptovaluta eerder niet zijn opgenomen.

Cryptovaluta vergeten in de aangifte: wat mag de Belastingdienst doen?

De Belastingdienst kan de volgende maatregelen / sancties opleggen, indien u ten onrechte cryptovaluta buiten de aangifte hebt gelaten:

Navorderen

In de sfeer van de inkomstenbelasting zal de Belastingdienst overgaan tot navordering. Uw box 3 vermogen, dat wij hier als voorbeeld gebruiken, was namelijk hoger dan u hebt aangegeven. De Belastingdienst mag normaliter tot 5 jaar terug in de tijd. Echter, voor vermogen dat wordt aangehouden in het buitenland geldt dat er een verlengde termijn is opgenomen in de wet. Deze termijn bedraagt 12 jaar. Wij verwachten dat de Belastingdienst zich op het standpunt zal stellen dat de cryptovaluta kwalificeren als in het buitenland opgekomen / aangehouden vermogen. De Belastingdienst zal dan tot 12 jaar terug in de tijd willen navorderen. De Hoge Raad zal zich hier ongetwijfeld in de komende jaren over uitspreken, doch wij achten het standpunt van de Belastingdienst verdedigbaar.

Boeten

De Belastingdienst zal overgaan tot boeteoplegging. Daarbij zal al snel het standpunt worden ingenomen dat u met opzet hebt gehandeld. Normaliter bedraagt de maximale boete hier 100% van het bedrag van de aanslag. Voor box 3 vermogen geldt echter een verhoogde boete, namelijk van 300%. Bij beleid is aangegeven dat de Belastingdienst de boete in beginsel, dus behoudens uitzonderingen, op 150% zal stellen. Nog altijd een boel geld. In de praktijk ontstaat vaak discussie over de kwalificatie als opzet. Het voeren van deze discussie kunt u het best doen met bijstand van een deskundige.

Bewijslast

De Belastingdienst kan u vragen gaan stellen over de cryptovaluta. U kunt dit bijna zien als een soort belastingcontrole in het klein. Reeds daarom is het verstandig hierbij advies in te winnen. De vragen van de Belastingdienst bent u, voor zover deze relevant zijn voor uw belastingheffing, verplicht te beantwoorden. Doet u dit niet, dan kan de Belastingdienst een zogenaamde informatiebeschikking afgeven, waarmee u in het vervolgtraject (bezwaar / beroep) vrijwel altijd geconfronteerd zult worden met omkering en verzwaring van de bewijslast. Al uw stellingen dient u dan overtuigend aan te kunnen tonen, in tegenstelling tot het meer gebruikelijke aannemelijk maken.

De Belastingdienst kan deze omkering en verzwaring van de bewijslast ook bereiken door het standpunt in te nemen dat u de vereiste aangifte niet heeft gedaan. De Hoge Raad heeft bepaald dat de Belastingdienst daarvoor drie elementen aannemelijk dient te maken:

  • De volgens de aangifte verschuldigde belasting is verhoudingsgewijs aanzienlijk lager dan de werkelijk verschuldigd belasting;
  • Het verschil is in absolute zin aanzienlijk;
  • De belastingplichtige was zich ten tijde van het doen van de aangifte ervan bewust dat een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven.

Cryptovaluta vergeten in de aangifte: kan ik dit nog herstellen?

Ja, dat kan. U kunt te allen tijde uit uzelf verbeteringen aanbrengen. Let hier echter goed bij op. Wij gaven eerder al aan dat de verwachting is dat cryptovaluta als buitenlands vermogen gelden. Dat betekent dat vrijwillige verbetering weliswaar mogelijk is, maar bij de Belastingdienst met bovengemiddelde aandacht wordt behandeld. Voor deze situaties is de inkeerregeling relevant. Wij bespreken de inkeerregeling in de volgende paragraaf. Een uitgebreider artikel over de inkeerregeling treft u via de link onderaan deze pagina.

Cryptovaluta vergeten in de aangifte: vrijwillige verbetering

Inkeren wordt ook wel aangeduid als vrijwillig verbeteren. De wet kent een tegemoetkoming voor vrijwillige verbeteraars. De hoofdregel daarbij is dat, indien u binnen twee jaar verbetert, het opleggen van een vergrijpboete achterwege blijft. Let op! Hierop zijn in het kader van cryptovaluta relevante uitzonderingen. Het zit namelijk zo. Het inkeren voor vermogen dat in box 2 of box 3 thuishoort leidt nooit tot afwezigheid van een boete op grond van de wet. Wel is het een strafverminderende omstandigheid. Hierdoor is het zo dat de vrijwillige verbeteraar minder pijn voelt dan iemand die niet vrijwillig verbetert.

Bevinden uw cryptovaluta zich niet in box 2 of box 3, dan kan het zo zijn dat boeteoplegging bij inkeer volledig achterwege blijft, maar dat is afhankelijk van alle feiten en omstandigheden. Wij merken nog wel het volgende op. Vrijwillig verbeteren is gebonden aan een belangrijke termijn. Zodra u weet of moet weten dat de Belastingdienst uw bezit op het spoor is, kunt u niet meer vrijwillig verbeteren. De gedachte is dan namelijk dat er van vrijwilligheid geen sprake is. Daarnaast is het inzenden van nieuwe aangiften niet per se vrijwillig verbeteren. Dat vereist een meer expliciete handeling, meestal in de vorm van een brief aan de Belastingdienst met deugdelijke onderbouwing. Zowel van uw cryptopositie als fiscaalrechtelijk.

Cryptovaluta vergeten in de aangifte: de toekomst

Momenteel is het voor de Belastingdienst nog lastig om cryptovaluta te ontdekken, behalve als u overgaat tot uitbetaling of een flinke investering. Naar de toekomst toe gaat dit veranderen. Onder de DAC-regels zal vermoedelijk binnen enkele jaren internationale gegevensuitwisseling met betrekking tot cryptovaluta tot stand komen. Daarop gaan wij in een afzonderlijk artikel in. Houd er rekening mee dat de Belastingdienst dan vermoedelijk tot 12 jaar geleden terug mag om na te vorderen. Navorderen gaat vaak gepaard met boeten en renten.

Cryptovaluta vergeten in de aangifte: advies

Wij hebben in de loop der jaren veel inkeertrajecten begeleid. Dat waren eerst vooral zaken met betrekking tot buitenlandse bankrekeningen, maar steeds vaker gaat het om (aanzienlijke) cryptoportefeuilles. De belastingplichtige die vrijwillig wil verbeteren en alsnog juiste aangiften uit zichzelf doet kan er vaak met een goede deal vanaf komen. Wij helpen u graag om die deal te bereiken. Neem gerust eens contact op met één van de auteurs van dit artikel. Een eerste gesprek is altijd vrijblijvend.



Crypto's vergeten bij aangifte? [news] 6921

Crypto en software

Het komt steeds vaker voor dat particulieren met behulp van software handelen in crypto. Deze software neemt vaak taken als aan- en verkoop over, maar monitort soms ook de markt op zoek naar potentieel goede handelsmogelijkheden. Wij worden de afgelopen tijd regelmatig benaderd met vragen over dit fenomeen en wat de gevolgen zijn voor de belastingheffing. In dit artikel gaan wij daar nader op in. De kwestie die steeds voorligt komt neer op de vraag of sprake is van belastingheffing in box 1 (werk en wonen) of box 3 (sparen en beleggen).

Handelen in crypto met software een bron van inkomen?

Bij de vraag of sprake is van resultaten uit cryptohandel die in box 1 vallen, is steeds de vraag of sprake is van een bron van inkomen. Om te kunnen spreken van een bron van inkomen, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan:

  • De belastingplichtige neemt deel aan het economisch verkeer;
  • Met die deelname beoogt de belastingplichtige een voordeel te behalen;
  • Het voordeel dat belastingplichtige beoogt te behalen, is naar maatschappelijke opvattingen redelijkerwijs te verwachten.

Deze voorwaarden volgen (meest recent) uit een arrest van de Hoge Raad uit 2018. Wij behandelen hierna deze voorwaarden afzonderlijk op een korte wijze. Daarna passen wij de voorwaarde toe op het gebruik van software.

Deelname aan het economisch verkeer

De voorwaarde van deelname aan het economisch verkeer werkt als een vangnet om zuivere privéaangelegenheden buiten de belastingheffing te houden. Illustratief is het aanleggen en benutten van een moestuin in de eigen achtertuin. Bij de handel in crypto is echter vrijwel altijd sprake van deelname aan het economisch verkeer, omdat wordt gehandeld op diverse platforms. Van deelname aan het economisch verkeer zal over het algemeen dus sprake zijn, ongeacht of gebruik wordt gemaakt van software.

Indien sprake is van deelname aan het economisch verkeer, kan dat voldoende zijn om een bron van inkomen aan te nemen. De voordeeltoetsen (voorwaarden twee en drie) hoeven dus niet altijd uitgevoerd te worden. De Hoge Raad heeft bepaald dat de voordeeltoetsen met name zien op de situatie waarin het gaat om de afbakening van belaste transacties in de sfeer van inkomstenverwerving tegenover louter speculatieve activiteiten. De vraag naar het speculatief karakter is echter bij crypto van belang en derhalve dienen de twee voordeeltoetsen te worden aangelegd.

Voordeel beoogd door belastingplichtige

Voorwaarde twee gaat om de vraag of belastingplichtige beoogt een voordeel te behalen. Strikt genomen een moeilijke toets om aan te leggen, omdat gekeken moet worden naar intenties. In de praktijk zien wij daarom dat aan deze voorwaarde niet te zwaar wordt getild. Over het algemeen zal de handel in crypto – in ieder geval deels – zijn gericht op het behalen van geldelijke voordelen.

Voordeel naar maatschappelijke opvattingen redelijkerwijs te verwachten

Deze derde toets is meer objectief van aard en krijgt daarom in de praktijk meer aandacht. De vraag die centraal staat is of het voordeel redelijkerwijs te verwachten is. Hier zien wij duidelijk terug dat gekeken moet worden naar het afbakenen van winstgevende activiteiten tegenover louter speculatieve activiteiten. Daarbij geldt dat speculatieve activiteiten niet snel omslaan in niet-speculatieve activiteiten. Hierover is in de loop der jaren een behoorlijk aantal procedures gevoerd.

Uit deze jurisprudentie komt naar voren dat het er steeds om zal gaan of de voordelen die worden behaald kunnen worden verklaard uit inspanningen van de belastingplichtige. Daarbij is de omvang van de arbeid niet doorslaggevend. In een zaak waarin de nadruk werd gelegd op de omvang en intensiteit van de belastingplichtige, oordeelde het gerechtshof – en hield de Hoge Raad in stand – dat geen sprake was van een bron van inkomen. De belastingplichtige was er namelijk niet in geslaagd om te voldoen aan de bewijslast dat hij een meer dan speculatief uitzicht had op voordeel. Dat oordeel zou anders uit kunnen vallen indien hij als gevolg van bijvoorbeeld deskundigheid en ervaring het koersverloop kon beïnvloeden.

Dit geldt ook bij de handel in crypto. Belastingplichtigen zijn – op bepaalde machtige personen na – niet in staat om het koersverloop te beïnvloeden. Dat betekent dat belastingplichtigen geen uitzicht hebben op een redelijkerwijs te verwachten voordeel. Dit kan anders zijn indien op enige wijze de koers en de opbrengst kunnen worden beïnvloed.

Cryptohandel met software en bron van inkomen

De vraag die bij gebruikers van software steeds opkomt, is of de software ertoe leidt dat wel sprake is van een bron van inkomen. Wij zien in de praktijk dat de variërende software deels een overlap vertoont. Daaruit komt naar voren dat het veelal gaat om het handmatig instellen van de software, die vervolgens handelingen uitvoert die de belastingplichtige voorheen zelf verrichte. Hierdoor kan sneller / efficiënter gehandeld worden.

Het enkele gebruik van software maakt echter in de meeste gevallen niet dat het speculatief karakter van de transactie wegvalt. Dat blijft volledig behouden. De software kan immers niet het koersverloop beïnvloeden en de software heeft geen specifieke deskundigheid / voorkennis. In feite is sprake van niet veel meer dan een (digitaal) verlengstuk van de belastingplichtige. Zoals wij hiervoor reeds aangaven, gaat het steeds om de vraag of door inspanningen van de belastingplichtige een voordeel wordt behaald. Die situatie doet zich echter niet voor bij het enkele gebruik van software die handelingen uit handen neemt. Oftewel: het speculatief karakter blijft volledig behouden. Eventuele inspanningen staan in feite volledig los van het mogelijke resultaat.

Cryptohandel met software in box 1 of box 3

In verreweg de meeste gevallen zal de cryptohandel met behulp van software niet leiden tot een bron van inkomen. Dat betekent dat belastingheffing in box 1 niet aan de orde is. De crypto die u bezit zal steeds op 1 januari van het kalenderjaar deel uitmaken van de grondslag sparen en beleggen (box 3).

Fiscaal jurist over cryptohandel met software

Over de vraag of sprake is van een bron van inkomen zouden nog tien artikelen geschreven kunnen worden. De rechtspraak van de afgelopen vijftig jaar is uitgebreid en kent vele nuanceringen. Ondanks al deze kleine nuances – die in bovenstaande niet allemaal terugkomen – zal veelal sprake zijn van een situatie waarin geen sprake is van een bron van inkomen die tot belastingheffing in box 1 leidt. Daarvoor blijft het speculatief karakter te overheersend.

Het komt ook voor dat belastingplichtigen de software – vaak zelfontwikkeld – gaan verhuren. Deze verhuur is dan echter niet speculatief van aard. De inkomensstroom uit de verhuur staat immers vast. Deze vaste inkomstenbron kan wel tot een bron van inkomen in box 1 leiden. Dat betekent echter ook dat u, overeenkomstig het belastingrecht, kosten in aftrek mag brengen.

Voor veel handelaren is het financieel belang bij crypto groot. Het gaat vaak om forse bedragen en volledig uitgekristalliseerd is de materie nog zeker niet. Indien u daarover vooraf zekerheid wenst, dan kunnen wij dit voor u afstemmen met de Belastingdienst. Wij nemen dan een standpunt in en leggen dit voor. Aan de reactie van de Belastingdienst kunt u, onder voorwaarden, rechten ontlenen. Dit geeft u zekerheid over het opnemen van uw cryptobezittingen in box 3. Dat kan uiteraard ook indien u geen software gebruikt.

Vragen? Neem dan gerust rechtstreeks contact op met een van onderstaande auteurs.

Crypto en software [news] 7088

Vragenbrief cryptomunt of bitcoin

Wij adviseren sinds enkele jaren belastingplichtigen met zogenaamde cryptomunten. Zodra een cryptomunt in een aangifte inkomstenbelasting wordt gemeld, leert de praktijk dat de aangifte in een andere bak terecht komt en er vrijwel altijd vragen worden gesteld. Soms worden wij zelfs penvrienden van de Belastingdienst en volgen er diverse - soms onnodige - vragen en vele brieven. In dit artikel een weergave van uw rechten. Zonder voor eigen parochie te praten, schakel een deskundige in en laat de Inspecteur altijd vragen schriftelijk stellen, niet per telefoon!

Nieuws : gegevensuitwisseling Bitcoin in EU 

Binnenkort vallen crypto valuta onder de Europese uitwisseling van fiscale gegevens. Onder de zogenaamde DAC wetgeving worden binnen de EU gegevens tussen landen uitgewisseld. Zo wordt er al informatie uitgewisseld over bankrekeningen, inkomen, pensioenen, onroerende zaken, anti witwas info, advisering bij constructies, etc. Recent is DAC 7 ingevoerd, onder deze wetgeving wordt geregeld dat digitale platformen verplicht worden fiscale informatie over hun gebruikers te verstrekken aan de Belastingdienst (en dat deze informatie wordt uitgewisseld met andere EU lidstaten). Crypto valuta vallen nog niet onder de gegevensuitwisseling, dit zal gebeuren in de reeds aangekondigde DAC 8. Vorenstaande staat in een kamerbrief d.d. 18 februari 2021.

Vragenbrief over crypto's door de Belastingdienst

De Belastingdienst denkt nog te snel dat bij cryptomunten (of litecoin, etherium, etc.) er iets niet klopt. Dan gaan er blijkbaar computersystemen aan het werk binnen het systeem van de Belastingdienst. De belastingplichtige hoeft niet alle vragen te beantwoorden. De vragen moeten namelijk betrekking hebben op de belastingheffing en moeten feitelijk zijn. In de basis moet de belastingplichtige alle voor de belastingheffing relevante vragen beantwoorden. Dit moet netjes, stellig en zonder voorbehoud. De onderliggende informatie moet worden meegestuurd. Doet de Belastingplichtige hier niet aan mee, dan kan de bewijslast worden omgekeerd of kan een zogenaamde informatiebeschikking worden uitgereikt. Het kan zelfs strafbaar zijn om gevraagde informatie niet te verstrekken. Meestal wordt door de blauwe enveloppe of de dreiging met allerlei rechtsmaatregelen teveel informatie verstrekt door de belastingplichtige.

Welke informatie moet u over cryptomunten verstrekken

De Belastingdienst / Inspecteur mag alle vragen stellen die in hem opkomen. Intern liggen er ook een memo en voorbeeldbrieven welke vragen er worden gesteld. De Inspecteur moet zich echter wel beperken tot fiscaal relevante en feitelijke informatie. Of u bijvoorbeeld de cryptomunt ziet als box 1 of box 3 vermogen is niet relevant. Ook informatie van derden of betrokken personen mogen in principe niet bij u worden opgevraagd. Soms is het niet meer mogelijk om nog bij uw cryptomunt of domein te komen als u deze heeft verkocht. Transacties en mutaties zijn dan niet meer op te vragen. Als u niet meer over de informatie kunt beschikken, is dit - als uitgangspunt - niet direct uw probleem. Soms kan de Inspecteur deze informatie heel eenvoudig zelf opvragen. Tevens moet u dingen in de tand van de tijd plaatsen, in 2014 was er nog niet zoveel te doen over de cryptomunt en wist niemand dat hij of zij deze moest melden in een aangifte inkomstenbelasting. Als particulier bent u geen boekhouder of ondernemer en heeft u in principe ook geen administratieplicht. Een normale inspanning mag van een belastingplichtige worden verwacht, maar het moet niet te ver gaan, een onevenredige inspanning of een oneerlijke inspanning kan niet worden gevraagd.

Noot fiscaal jurist over cryptomunten

Vragen moet u beantwoorden en meestal loopt het met een sisser af. Het onmogelijke kan echter niet van u worden gevraagd en het moet wel binnen redelijke grenzen blijven. Meestal is er niet veel informatie meer beschikbaar als de cryptomunt is verkocht. Dit lijkt ook minder relevant omdat de meeste cryptomunten slecht belastbaar zijn in box 3.

Vragenbrief cryptomunt of bitcoin [news] 5639

(Vakantie) Huis in Spanje

Steeds meer clienten van ons kantoor kopen een (vakantie) woning in Spanje. Dit komt mede door de stijgende prijzen van woningen in Nederland. De verhuurmarkt in Spanje is prima en als belegging is een woning in Spanje al snel rendabel. De fiscaliteit in Spanje werkt anders dan in Nederland, in dit artikel enige uitleg hierover. Heeft u vragen, stel deze gerust vrijblijvend via de e-mail of neem contact met ons op.

Belastingen op arbeid

Als u in Spanje woont, zult u merken dat de tarieven ongeveer gelijk zijn met Nederland (loopt van 19% tot maximaal 48%). Sommige pensioenen en uitkeringen (WAO) worden vriendelijk belast. Bepaalde arbeidsinkomsten van niet-inwoners worden zwaarder belast dan het inkomen van de Spanjaard (of de in Spanje wonende Nederlander). In sommige gevallen zijn niet-inwoners 20% meer aan belastingen kwijt.

Woningen in Spanje

Naast overheidsbelastingen zijn er ook gemeentelijke belastingen die wij in Nederland niet kennen. Hypotheekrente is beperkt aftrekbaar, tot zo'n € 1.900 per jaar kan rente worden afgetrokken.

Als inwoners van Spanje verhuizen, gaat dit meestal zonder noemenswaardige belastingheffing over de boekwinst. Het is dan wel van belang dat men het ene huis verkoopt en het andere koopt, en niet in woningen handelt. Niet-inwoners daarentegen betalen een vast tarief van 35% over de winst.

Huur inkomsten Spaanse vakantiewoning

Niet-inwoners kennen tevens een soort huurwaardeforfait, Spanjaarden hebben hier niks mee van doen. Over 2% van de waarde moet de niet-inwoner 19% belasting betalen. Over de netto huurinkomsten moet in Spanje 24% belasting worden betaald. De algemene belastingvrije voet in Spanje bedraagt € 5.600.

Verdere regels zijn:

  • Verhuur van een vakantiewoning is niet altijd toegestaan, vraag dus wel toestemming van de gemeente (soms provincie)
  • Bij verhuur moet u over de huurinkomsten 19% belasting betalen.
  • Kosten die worden gemaakt voor de verhuurde woning zijn aftrekbaar, edoch beperkt. De kosten zijn aftrekbaar in de verhouding dat u de woning verhuurt, dus bij verhuur gedurende 100 dagen is 100/365 van de kosten aftrekbaar.
  • De kosten die aftrekbaar zijn : verhuurderskosten, rente op leningen, onderhoudskosten, water, electricititeit, gas (of olie), onroerende zaak belastinge (IBI), milieubelasting (basura) etc.
  • U moet per kwartaal de belastingen over de netto huurinkomsten afdragen, dit moet via een zogenaamd 210 formulier. U moet zelf aangifte doen en het initiatief nemen
  • Als u vergeet de belasting af te dragen krijgt u naast de heffing ook rente en een boete (vaak 50%) in rekening gebracht door de Spaanse belastingdienst.
  • Over de waardestijging van de grond moet u altijd (inwoner of niet) belasting betalen aan de gemeente. Geen spannende percentages (en per gemeente anders) maar dan toch, u moet wel betalen.
  • Voor perioden dat niet is verhuurt geldt een forfaitair inkomen (opgeven via model 210). Over de niet verhuurde maanden moet u 1,1% van de kadastrale waarde van de woning betalen (als deze waarde al 10 jaar gelijk is bedraagt het percentage 2%)
  • U moet een aangifte vermogensbelasting indienen als de aankoopwaarde -/- de hypothecaire lening hoger is dan €700.000 (per belastingplichtige). Soms is de regionale vrijstelling nog hoger. Aangifte doet u via een zogenaamd 714 formulier. Indienen moet voor 1 juli van het jaar volgende op het kalenderjaar waarin u eigenaar was.
  • Verhuur van (vakantie) woningen is vrijgesteld van BTW, tenzij u het geheel door extern bedrijf laat verzorgen.

Spaanse vakantiewoning in BV kopen

Dit is meestal niet verstandig en fiscaal en financieel niet voordelig. Er kan veelal geen hypotheek in Spanje worden verkregen (door de BV) en over de periode dat de woning niet extern wordt verhuurd wordt de woning geacht te zijn verhuurd aan de directeur / aandeelhouder (DGA) van de BV. Dit kan aardig in de papieren lopen. Het is beter om de vakantiewoning in prive (of door uw kinderen) of via een spaanse SL te kopen.

Bron:  Europese Commissie, 16-01-1006, nr. IP/06/43.
Huis in Spanje [news] 1814

Nieuw belastingverdrag met Spanje

Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige aanpassingen zouden prima zijn maar niet strikt noodzakelijk.

Met Spanje wordt al tijden gesproken over een nieuw belastingverdrag. De belangrijkste wijzigingen zien op de belastingheffing op pensioenen, deelnemingen (bronbelasting) en diverse kleinere aanpassingen.

De gesprekken met Spanje zijn jaren geleden begonnen en de huidige status is niet helemaal duidelijk. Naar verwachting zal de wijziging - als deze doorgaat - op z'n vroegst in 2022 ingaan.

De gevolgen van een aangepast verdrag zijn zichtbaar geworden in de situatie met Duitsland. Dit nieuwe verdrag is ingevoerd en kent ongunstige maatregelen voor Nederlanders (die in Duitsland wonen) met een pensioen, AOW of lijfrente.

Van pensioen genieten in Spanje

Private pensioenen, AOW-uitkeringen en lijfrenten uit Nederland welke worden uitgekeerd aan inwoners van Spanje worden nu belast in Spanje. Spanje kent gunstige regelingen voor dergelijke uitkeringen, de belastingheffing is veelal lager dan in Nederland.

De nieuwe regelingen zullen kleinere pensioenen (tot € 15.000) ontzien en over hogere pensioenen zal Nederland dan willen heffen. De Spaanse overheid zal niet zomaar akkoord gaan met de nieuwe regeling, immers in Spanje wonen veel Nederlanders die de lokale economie prima staande houden.

Het belastingverdrag met Spanje bestaat al ruim 40 jaar, enige modernisering kan dan prima zijn. In Nederland is de opbouw van pensioen aftrekbaar (premiebetalingen), de uitkeringen zijn belast. Steeds meer Nederlanders laten het echter niet zover komen, ze emigreren zodra hun pensioen ingaat. Volgens het CPB bedraagt de jaarlijkse belastingschade voor Nederland ruim € 100 miljoen. Nederland heeft dan bij de opbouw fiscale voordelen verleend en kan niet heffen over de uitkeringen. Dit wordt nu in ras tempo gerepareerd.

En toen, wat te doen met pensioen in Spanje?

Een eenvoudige oplossing voor dit probleem is er niet. Elke oplossing zal maatwerk zijn (afkoop, stopzetten, etc.; pensioen of emigratie uit Spanje lijken de meest voor de hand liggende oplossingen).

Praten is van alle dagen. Wilt u weg uit Spanje, dan moet u even kijken wat de status is van de bestaande onderhandelingen. Nederland praat op dit moment met België, Turkije, Polen, Costa Rica, Zuid Afrika, Australië, Noorwegen, Indonesië, Frankrijk, Ierland, Canada, China, Malawi en Tanzania.

Probleem erfbelasting Spanje

Als u in Spanje woont en aldaar inkomstenbelasting heeft betaald, dan krijgt u automatisch een extreem hoge vrijstelling voor de erfbelasting. Als Nederland zou mogen heffen over uw pensioen, dan is de kans groot dat de vrijstelling voor de erfbelasting in Spanje ook komt te vervallen.

Noot fiscaal jurist

Nederland denkt door de belastingverdragen aan te passen de belastinginkomsten te laten stijgen. Stel dat de gepensioneerden terugkomen naar Nederland (nadat vermogen belastingvrij is weggeschonken), dan mag Nederland belasting heffen over de pensioenen. Hiervoor krijgen we er in Nederland echter (waarschijnlijk) ook substantieel hogere ziektekosten bij.

Ervaringen met de wijzigingen in Duitsland leren dat de gevolgen als volgt kunnen worden samengevat (grote lijn):

  • pensioen (inclusief AOW) lager dan € 15.000: geen gevolgen;
  • pensioen (inclusief AOW) € 30.000: nadeel gemiddeld € 1.500 per jaar;
  • pensioen (inclusief AOW) € 80.000: nadeel gemiddeld € 10.000 - € 15.000 per jaar.

Neem bij bovenstaande de (tijdelijke) introductie van de vermogensbelasting in Spanje mee en veel mensen zullen dit wellicht de beroemde "druppel" vinden.

Heeft u vragen over fiscale mogelijkheden en onmogelijkheden in Spanje stuur ons dan gerust een e-mail.

Nieuw belastingverdrag Spanje [news] 4175

Boekenonderzoek paardenbranche

Dit artikel is geschreven door Madeleine Brugman, belastingadviseur en liefhebber van de paardensport. Heeft u vragen welke deze wereld raken of is er een boekenonderzoek ingesteld, neem dan gerust contact op met Madeleine Brugman.

Boekenonderzoek in de sportpaardenbranche

Teneinde de fraude in (inter-)nationale handel van (top-)sportpaarden aan te pakken, heeft de FIOD in 2017 de werkgroep "Elite Paarden" opgericht, teneinde nationale en internationale boekenonderzoeken in te stellen bij organisaties die zich hoofdzakelijk bezighouden met de handel van topsportpaarden. Daarbij werd onderzoek gedaan naar carrouselfraude en witwassen in het epicentrum (Euregio driehoek Eindhoven, Aken, Brussel, waar later Nordrhein Westfalen, Nedersaksen en Noord-Frankrijk aan werden toegevoegd.

Belastingfraude binnen de paardensport

Aanleiding voor het grootschalige onderzoek was een melding van een oplettende douanemedewerker op de luchthaven van Luik. Daar werd een heel waardevol sportpaard uitgevoerd en enkele weken later werd datzelfde paard weer ingevoerd met een aanzienlijk lagere waarde. Uit een opvolgend summier onderzoek bleek dat dit veel vaker voorkwam. De waardebepaling van een paard is en blijft een lastige kwestie doordat vraag / aanbod en emotie de prijs naar ongekende hoogtes kunnen opdrijven en een ernstige blessure de waarde kan laten verwateren tot de slachtprijs of nihil. Goederen waarvan de waarde lastig is te bepalen zijn zeer geliefd bij degenen die geld witwassen.

Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de werkwijze van deze branche en te constateren waar / hoe frauduleuze transacties plaatsvinden teneinde aanbevelingen te kunnen maken ter zake van fraudepreventie. De hippische sector is een lastig parcours voor de fiscus, daar de waardebepaling erg subjectief kan zijn en de eigenaren en de waarde van de paarden niet centraal staan geregistreerd.  Daar komt nog bij dat het eigendom van paarden soms via ingewikkelde constructies verloopt via Nederlandse handelsstallen, met in het buitenland wonende particulieren en vennootschappen die gevestigd zijn in een belastingparadijs, waarvan de eigenaren dan weer buiten Nederland wonen of fiscale nomaden zijn.

Belastingdienst en kijk op paardenhandel

De paardenhandel is een wereldje op zich en, hoewel met een groot globaal bereik, de topruiters en paardenhandelaren die hen paarden verschaffen kennen elkaar wel op de één of andere manier. Het heeft zo zijn eigen omgangsregels en is erg conventioneel. Fiscaal is het bij boekenonderzoeken vaak een zwaar parcours om de fiscale realiteit te achterhalen, waardoor er veel (onterechte) aannames worden gedaan en hoge naheffingsaanslagen worden opgelegd, welke voor de belastingplichtige lastig of onmogelijk zijn om te pareren omdat er contractueel veelal niets (of te weinig) wordt vastgelegd.

Boekenonderzoek of FIOD-inval binnen paardenbranche

Een goed voorbeeld is een boekenonderzoek bij een springruiter in Wierden. De Belastingdienst stelt diverse vragen en bekijkt vele stukken. Er zit een verschil tussen de administratieve en werkelijke voorraad paarden. Simpel zou men kunnen stellen: er zijn meer paarden verkocht dan dat er omzet is geboekt. Er volgt argwaan en vervolgens wordt de FIOD ingeschakeld. De FIOD kan dieper graven in de "paardenbak" en doorzoekt de woning, het kantoor, en brengt een bezoek aan het accountantskantoor van de springruiter. De ruiter wordt verdacht van het indienen van onjuiste belastingaangiften en het niet voeren van een juiste administratie. In dit onderzoek zijn de ruiter en de belastingadviseur beiden verdachte.

Fiscale kijk in de paardenkeuken

Facturen worden vaak niet of nauwelijks eens gemaakt en contante betalingen zijn eerder regelmaat dan uitzondering. Daarbij komt nog dat de waarde van een paard erg subjectief is. Natuurlijk is er een soort benchmarket van vergelijkbare paarden van dezelfde leeftijd, ervaring en prestatielijst, maar de prijs kan explosief uit zijn verband worden getrokken als er twee of meer partijen een paard koste wat het kost willen hebben of als iemand een paard echt liever niet wil verkopen en de koper wil het paard per se hebben. Paarden hebben een waarde in het economisch verkeer van 'wat een gek er voor geeft' en die waarde is heel lastig vast te stellen. Als achteraf blijkt dat een duur verkocht paard helemaal niet functioneert met de nieuwe ruiter, wordt dit paard in de regel weer terug genomen voor een lager bedrag teneinde een langlopende procedure te voorkomen. Want tegen de tijd dat een juridisch procedure is uitgevochten, is het paard vaak al een paar jaar ouder of minder gezond en nagenoeg niets meer waard, dus de meesten kiezen eieren voor hun geld. Zo uitzonderlijk is het namelijk niet als een paard voor een heel hoge prijs wordt geëxporteerd en enkele weken later weer wordt geïmporteerd. De douane-ambtenaar heeft geen weet van wat er in de periode tussen export en import heeft afgespeeld, een verborgen gebrek dat resulteert in een ernstige blessure kan daar even goed de oorzaak van zijn in plaats van frauduleus handelen. Omdat er vaak weinig vast wordt gelegd, komt de paardenhandelaar hierdoor wel in een heel netelige bewijslastpositie indien hem verweten wordt dat hij frauduleus handelt.

Malafide handel in de paardenbranche

De handel in exclusieve spring- en dressuurpaarden is gevoelig voor fraude en witwaspraktijken. De wereld is soms ondoorzichtig en via handjeklap en mondelinge overeenkomsten worden de mooiste paarden verkocht. Nederland staat bovenaan binnen deze branche, dus zal er ook vast wel malafide handel plaatsvinden. Dit was de reden om een speciaal team op te richten bij de FIOD.  

Malafide handelingen uiten zich grotendeels in het niet (volledig) aangeven van de gerealiseerde omzet, het niet toepassen van (het juiste) btw-tarief, onjuiste afdracht van verschuldigde omzetbelasting, niet opgeven van de juiste douanewaarde met als gevolg onjuiste afdracht van invoerrechten en witwassen. Teneinde informatie te vergaren over de aan- / verkooptransacties van elite sportpaarden, vindt er uitwisseling van contra-informatie plaats, waarbij facturen van aan- / verkochte paarden in het land van vestiging worden onderzocht om zodoende vast te kunnen stellen in hoeverre directe dan wel indirecte belastingen werden ontdoken / ontweken middels de verkoop en export van paarden vanuit een ander land dan het vestigingsgebied.

De paardensector is voor Nederland van grote economische waarde. De Nederlandse hippische sector is goed voor  € 1,5 à € 2 miljard omzet op jaarbasis, en in de EU overstijgt de economische waarde € 100 miljard. Nederland behoort tot de top 5 wat betreft paardenexport in het topsportsegment. Goed betalende afnemers bevinden zich vooral in de VS, China, Japan en Midden-Oosten. Volgens de Belastingdienst loopt Nederland € 100 miljoen aan belasting mis.

Paardenhandelaar loopt tegen de lamp

De Spaanse paardenhandelaar X kwam onlangs ten val tezamen met zijn financieel adviseur. Eind juni werd de Spaanse paardenhandelaar veroordeeld tot 15 maanden celstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk vanwege witwassen van zwart geld. Zijn 70-jarige Belgische adviseur werd schuldig bevonden aan witwassen en kreeg 8 maanden celstraf, waarvan 4 voorwaardelijk, ondanks het feit dat zijn adviseur een Wwft  (Wet financieel toezicht) melding had gedaan.

X investeerde ca. € 2,5 miljoen in een prachtig stallencomplex ‘Y’ te Valkenswaard midden in het epicentrum van de springsport, de opening werd groots gevierd en was een memorabele avond voor velen. Officieel woonde X in Monaco, hij verbleef regelmatig in Nederland en poogde als fiscaal inwoner van België te worden aangemerkt, teneinde niet binnenlands belastingplichtig in Nederland te worden. Er liepen geldstromen via offshore company’s op de Maagdeneilanden via Zwitserse bankrekeningen die gerelateerd waren aan de paardenhandel en nergens ter wereld betaalde hij belasting. In 12 jaar tijd werd er bijna een miljoen aan contant geld opgenomen. Hierdoor ontstond er discussie met de fiscus. De fiscus had nogal moeite met het fiscale parcours en X vermoedt dat de fiscus daarom het OM voor het karretje heeft gespannen. Het OM bleek een meer capabele ruiter te zijn gezien de uitspraak van de Rechtbank, maar wie weet komt er nog een tweede omloop bij het Hof. Het OM trekt de herkomst van het geld in twijfel en meent dat Y een witwasverhikel is om geld uit het criminele circuit te zuiveren. X neemt het standpunt in dat de herkomst van het geld te herleiden is naar zijn paardenhandel, het trainen van paarden en het verhuren van stalling. De fiscaal adviseurs van X verhinderden het OM om actief onderzoek te doen naar de herkomst van het geld. Er loopt overigens nog een bestuursrechtelijke procedure waarin de fiscus € 5,7 miljoen van X wil hebben.

Melding ongebruikelijke transacties binnen paardenbranche

De financieel adviseur van X heeft een Wwft (Wet financieel toezicht) melding gedaan, welke door het OM niet verder werd onderzocht. De Wwft verplicht melding te maken van verdachte transacties. Een Wwft-melding heeft regelmatig tot gevolg dat er onderzoek door de Belastingdienst volgt en een strafrechtelijk onderzoek door de FIOD. Wwft-plichtigen worden in drie categorien verdeeld: banken, overige financiële instellingen en beroepsgroepen. Onder beroepsgroepen vallen accountants, notarissen, belastingadviseurs, makelaars etc., maar ook bemiddelaars inzake koop / verkoop van zaken van grote waarde.

De Wwft is alleen van toepassing op (rechts-)personen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat. Onder transactie wordt verstaan een samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt waarvan de instelling ten behoeve van haar dienstverlening aan die cliënt heeft kennisgenomen.

Uit de Wwft volgt dat een organisatie een eigen business en risicobeleid zou moeten hebben, hetgeen inhoudt dat er een risicoprofiel dient te zijn waarin op basis van risicocriteria, zoals landen- en geografisch risico, cliëntrisico en productrisico, beredeneerd kan worden wat de risico’s zijn op witwassen en financieren van terrorisme voor hun specifieke business. Daarbij dient in kaart te worden gebracht - en dit moet vast worden gelegd - welke beheersmaatregelen de organisatie dient te nemen om de risico’s te beheersen. Aan de hand van dit risicobeleid kunnen cliënten vervolgens geïdentificeerd worden bij transacties waarmee meer dan € 10.000 aan contant geld is gemoeid. Hoe hoger het risico bij een bepaalde afnemer, des te hoger de inspanning en controleverplichting zouden moeten zijn. Daarbij is het opportuun om één verantwoordelijke hiervoor aan te wijzen die de Wwft onder zich neemt en die verantwoordelijk is voor het doen van de meldingen bij de FIU en zorgt voor het borgen van alle relevante informatie.

Indien contante bedragen hun oorsprong vinden in niet-gerelateerde bedrijfsactiviteiten, dan is er geen sprake van eigen bedrijfsmatig handelen. Er staat immers geen verkoop of eigen transactie tegenover het opnemen van de contante gelden. Er is alleen sprake van een zogenaamde geldtransfer. Het zijn eveneens geen handelingen die zijn aan te merken als zijnde te zijn gedaan 'ten behoeve van haar dienstverlening aan een cliënt', daar de contante gelden buiten de financiële administratie vallen. Bij een stikte lezing van de Wwft is de Wwft dan niet van toepassing. Ondanks het feit dat er wel geldverkeer plaatsvindt, staat hier geen specifieke transactie of verkoop van goederen tegenover. Het betreft eveneens geen eigen bedrijfsmatig handelen. Hoewel het begrip 'transactie' ruim dient te worden uitgelegd, zou het in zojuist beschreven situatie te ver gaan om deze gang van zaken onder het toepassingsbereik van de Wwft te scharen. Dan zou er immers ook verwacht worden dat er een cliëntonderzoek wordt verricht, maar in de hiervoor beschreven omstandigheid is er geen cliënt in de zin van Wwft waarnaar risicogeoriënteerd onderzoek plaats zou dienen te vinden.

Fiscale advisering binnen paardenbranche onvoldoende

De meeste paardenhandelaren staan bijna altijd wel met één voet (on-)bewust in het fiscale graf. Eerder kwam men daar nog vaak wel mee weg omdat er weinig controle was vanuit de fiscus, maar de paardenhandel wordt steeds kritischer bekeken en als men niet oppast, ligt het straks onder vuur. Het blijkt dat een hele grote groep van hippische belastingplichtigen geen gebruik maakt van een belastingadviseur / accountant. Daardoor worden ook veel (onnodige) fouten gemaakt in de aangiften, met alle, soms extreem zwaarwegende gevolgen van dien.

Fiscaal advies nodig binnen de paardenwereld?

Voor wie niet uit de paardenwereld komt, is deze soms nauwelijks te begrijpen. Er worden met handjeklap of op de achterkant van een sigarendoos miljoenentransacties gesloten. Dat er uiteindelijk een fiscale of juridische discussie kan volgen, lijkt zelden van belang. Dat de FIOD en de Belastingdienst steeds vaker komen binnenwandelen, lijkt een paardenondernemer niets uit te maken. Dit is snel voorbij als er naheffingsaanslagen of FIOD-invallen volgen. Voorkomen is beter dan genezen en soms zijn fiscaal juristen hierbij noodzakelijk.

Krijgt u te maken met een boekenonderzoek of een bedrijfsbezoek van de fiscus, houd er dan rekening mee dat de fiscus een dubbele agenda kan hebben, daar zij al een vermoeden hebben van onregelmatigheden en eigenlijk dan alleen op zoek gaan naarr meer bewijs. Als het dan ineens stil wordt voordat het boekenonderzoek zou worden afgerond, dan dient men extra alert te zijn en is het opportuun om in gesprek te blijven met de Belastingdienst.

Krijgt u te maken met een boekenonderzoek, zet dan een ervaren fiscaal-juridische ruiter op het paard van de fiscus teneinde u de beste kans te geven dit fiscale parcours foutloos of met zo min mogelijk strafpunten te beëindigen. Immers, u stuurt een L-ruiter ook niet de Grand Prix ring in.

Boekenonderzoek paardenbranche [news] 7206 Paarden fiscaal bekijken 

Het blad Twentevisie heeft in september 2007 een bijlage uitgegeven over de Military Boekelo. In deze bijlage staat een artikel opgenomen over Jongbloed Fiscaal Juristen. In dit artikel worden diverse mogelijkheden en onmogelijkheden beschreven over paarden en belastingen.

Paardentrailer is niet altijd zakelijk

In een procedure bij het Gerechtshof in Arnhem wordt door de rechter vastgesteld dat de afschrijvingskosten van een paardentrailer geen ondernemingskosten zijn. Het gebruik betreft namelijk geen ondernemingskosten. Het bedrijf van de heer X ontwikkelt software. X koopt een trailer via de onderneming en op de trailer wordt een logo van het bedrijf geplakt. De paardentrailer wordt gebruikt door de stiefdochter van de heer X. De Rechtbank en het Gerechtshof zijn het niet met X eens, afschrijvingskosten zijn niet aftrekbaar. De belangrijkste reden is dat de trailer niet gekocht is met het oog op de zakelijke belangen van het softwarebedrijf. Lees hier de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 4 maart 2014.

Klik hier voor het artikel.

Paarden en belastingen


Een paard van de zaak

Als uw dochter al jaren loopt te zeuren over een mooi paard of een pony, is nu het moment daar! Er zijn namelijk plannen om de omzetbelasting (BTW) op paarden en pony's te verhogen van 9% tot 21%. Als u van een particulier een paard koopt speelt dit probleem niet. In de wandelgangen hoor ik zelfs dat de Belastingdienst droomt van een speciale paardenbelasting. 

In Nederland zijn er zo'n 500.000 paarden en pony's. De paardenhandel is een lucratieve business waar jaarlijks zo'n € 1,2 miljard in omgaat. Is er fiscaal ook geld te verdienen met de paardenhandel? Dit heb ik eens voor u onderzocht.

Paard als reclame-object  

Stel, uw dochter heeft een mooi paard dat wekelijks meedoet aan diverse wedstrijden in Twente. Op het dekje, de deken en trailer staat het logo van uw bedrijf en u wilt daarom kosten van het deelnemen aan de wedstrijden opvoeren als reclamekosten. Als de kosten niet worden gemaakt om uw persoonlijke behoefte (als eigenaar van uw bedrijf) te bevredigen, zijn de kosten zakelijk en dus aftrekbaar. In een uitspraak van de Hoge Raad uit 2002 ging dit niet helemaal goed. De ondernemer bleek wel een echte liefhebber van paarden en dan zijn de kosten grotendeels privékosten, aldus de geleerden. Ik ben geen liefhebber van paarden, dus voor mij zijn de kosten zeker zakelijk. Mits u een zakelijk verhaal heeft, zijn de kosten dus aftrekbaar, edoch hobby moet hobby blijven en zaken zaken.

Paardentrailer is niet altijd zakelijk

In een procedure bij het Gerechtshof in Arnhem wordt door de rechter vastgesteld dat de afschrijvingskosten van een paardentrailer geen ondernemingskosten zijn. Het gebruik betreft namelijk geen ondernemingskosten. Het bedrijf van de heer X ontwikkelt software. X koopt een trailer via de onderneming en op de trailer wordt een logo van het bedrijf geplakt. De paardentrailer wordt gebruikt door de stiefdochter van de heer X. De Rechtbank en het Gerechtshof zijn het niet met X eens, afschrijvingskosten zijn niet aftrekbaar. De belangrijkste reden is dat de trailer niet gekocht is met het oog op de zakelijke belangen van het software bedrijf. Lees hier de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 4 maart 2014.

Een hobbypaard of een bedrijfspaard  

Vele procedures gaan over de vraag of het houden van diverse paarden een hobby is (kosten niet aftrekbaar) of een bedrijf (kosten aftrekbaar). Meestal zal dit van de feiten afhangen en per casus zal dit dan ook verschillen. U heeft 3 paarden, is dit een bedrijf? Denk het niet. Nu heeft u 30 paarden om uw boerderij lopen, is dit een bedrijf? Hierover zijn diverse procedures en de algemene conclusie is dat, als er in redelijkheid winsten te verwachten zijn, er sprake is van een onderneming. Dit betekent dat u best aanloopverliezen mag hebben, maar er moet wel uitzicht zijn op betere tijden.

Paard op de balans van uw bedrijf

U koop een paard (of vliegtuig kan ook) niet privé maar op de zaak. Zijn de kosten aftrekbaar? De kosten worden binnen het bedrijf geboekt als representatie- of reclamekosten, meestal zie ik dit in de sector waar ondernemers nog echt creatief ondernemen (de MKB-praktijk). Fiscaal niks mis mee, mits het zakelijk is en wederom niet de persoonlijke interesse van de ondernemer overheerst. Een duidelijke lijn is niet te trekken en er is dan ook een grijs gebied. Enkele voorbeelden uit de praktijk:

  • Wanverhouding: een ondernemer koopt een Ferrari op de zaak. De inspecteur (jaloers op de auto?!) vond de auto een maatje te groot, hij schrapte de kosten. Dit doet een weldenkende ondernemer niet, aldus de inspecteur. De rechter was het daar niet mee eens, de kosten zijn gewoon aftrekbaar. Een ondernemer die een vliegtuig via de zaak kocht werd wel op de vingers getikt, dit was een brug te ver. Kosten niet aftrekbaar, aldus de rechter.
  • Persoonlijke voorkeur: een ondernemer koopt 2 paarden en zet ze op de balans van zijn bedrijf. Afschrijven over de aanschafwaarde en kosten aftrekbaar, dacht de ondernemer. U kunt geen investeringsaftrek claimen omdat een paard geen bedrijfsmiddel is, aldus de wet. Het paard wordt vol reclame gehangen en ook de trailer kocht de ondernemer op de zaak. Al met al € 11.000 kosten voor het bedrijf. De inspecteur is het niet eens met de aftrekpost en ziet een wanverhouding tussen de kosten en het nut. De rechter is het hiermee deels eens, 75% van de kosten in privé de rest zakelijk.  

Winst op paarden onbelast? 

Als u privé een paard bezit en deze met winst verkoopt, is de winst onbelast. Als u tien paarden met winst verkoopt, is het wellicht een ander verhaal omdat de Belastingdienst kan stellen dat u een bedrijf heeft waaruit winst te verwachten is; verkoopt u ze met verlies, dan is het - volgens de Belastingdienst - zeker geen bedrijf, maar dit terzijde. Mevrouw Van Beek had een trainingsstal voor paarden en was een liefhebber. In 2001 kocht ze voor € 5.000 privé een paard en verkocht deze 5 jaar later voor € 75.000. Een gelukje in het voordeel, zou u zeggen. De inspecteur stelt echter "inkomen" en belasting betalen. De rechter is het hiermee eens, mevrouw weet zoveel van de paardensport en heeft ook een onderneming in deze sector, dat er sprake is van inkomen (resultaat uit overige werkzaamheden) en niet van onbelaste winst. Ook het hoogste rechtscollege (de Hoge Raad) heeft er nog naar gekeken  en kwam niet tot een andere conclusie, belasting betalen derhalve.

Paarden en margeregeling  

Als een autohandelaar een auto koopt van een particulier en vervolgens doorverkoopt, mag hij BTW in rekening brengen over zijn (winst)marge. Voor paarden gold dit nog niet. Als een handelaar een paard verkoopt aan een particulier, moet hij 9% omzetbelasting over de verkoopprijs in rekening brengen. Het Europese Hof in Brussel heeft hier in 2004 naar gekeken en stelt dat, als een handelaar een paard koopt van een particulier en vervolgens doorverkoopt, hij ook de margeregeling mag toepassen, het paard was namelijk een "gebruikt goed". Een paard bij een handelaar kopen is door deze uitspraak dus iets goedkoper geworden.

Paard in privé financieren 

Als u een lening afsluit - of een paard met eigen geld koopt - levert dit (soms) een voordeel op. De aankoopsom komt in mindering op uw box 3 vermogen en het paard hoeft u niet als bezitting aan te geven. Hiermee heeft uw dochter een paard en u een aftrekpost in box 3.

Conclusie

U kunt op het verkeerde paard wedden, maar als u dit niet doet zal de fiscus soms een deel meebetalen. U zult uw adviseur moeten overtuigen want die zal het zeker niet altijd zien zitten. Hij denkt al snel dat het niet goed zal komen. Zegt u hem namens mij dat hij denken aan een paard moet overlaten, die heeft een groter hoofd. Het moet echter wel zakelijk en redelijk blijven, vraagt u dus geen onredelijke dingen!

Veel plezier bij de Military! 

Paard en fiscus

Voor de bezoekers van de Military hebben wij gekeken naar de fiscale gevolgen van het houden van paarden. Hoe zit het met de BTW? De winst bij de handel in paarden? De kosten van sponsoring? In dit artikel een weergave.

Sponsoring

In het verleden zijn er enkele uitspraken geweest over ondernemers die hun paard in de strijd gooiden met het oog op het vergroten van de naamsbekendheid. Als u aannemelijk kunt maken dat de kosten mede met het oog op de uitoefening van uw onderneming zijn gemaakt en dus zakelijk zijn, zijn deze (gedeeltelijk) aftrekbaar. Een erg prettig aspect en uiteraard iets om eens over na te denken. Wellicht kan uw zoon of dochter dan toch nog op een “paard van de zaak” rijden.

Paardentrailer is niet altijd zakelijk

In een procedure bij het Gerechtshof in Arnhem wordt door de rechter vastgesteld dat de afschrijvingskosten van een paardentrailer geen ondernemingskosten zijn. Het gebruik betreft namelijk geen ondernemingskosten. Het bedrijf van de heer X ontwikkelt software. X koopt een trailer via de onderneming en op de trailer wordt een logo van het bedrijf geplakt. De paardentrailer wordt gebruikt door de stiefdochter van de heer X. De Rechtbank en het Gerechtshof zijn het niet met X eens, afschrijvingskosten zijn niet aftrekbaar. De belangrijkste reden is dat de trailer niet gekocht is met het oog op de zakelijke belangen van het softwarebedrijf. Lees hier de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 4 maart 2014.

BTW-aspecten

Soms zijn fiscale aangelegenheden eenvoudig. Er is een probleem, we slaan de wettekst open en hebben een antwoord. Op andere momenten is er toch sprake van enige onduidelijkheid, zoals in de BTW. De consequenties voor de BTW bij fokken, stallen en handel in paarden is een dynamisch onderwerp waar veel over te doen is geweest en te doen zal zijn. De belangrijkste BTW-aspecten zal ik met u doornemen.

Het geven van lessen wordt gezien als het gelegenheid geven tot sport en daarop is het lage BTW-tarief van 6% van toepassing. Dat is tenminste nog duidelijk. Is er echter sprake van een gecombineerde dienst bestaande uit stalling, verzorging en lesgeven, zoals bij een manege, dan moet er worden vastgesteld in hoeverre er sprake is van verhuur van onroerend goed (vrijgesteld van BTW), lesgeven (9%) of verzorging en overige diensten (hoge BTW-tarief 21%). In zo’n geval kunnen afspraken gemaakt worden met de Belastingdienst, die de onzekerheden over het BTW-tarief kunnen wegnemen.

Voorlopig kunt u bij het africhten of opfokken van een jong paard nog het lage BTW-tarief toepassen. Dressuurtraining is wat anders en dit valt volgens het Gerechtshof Leeuwarden weer niet onder het lage BTW-tarief.

En hoe gaat het nu als een paard wordt verkocht? Volgens de Europese BTW-richtlijn is het hoge tarief van toepassing bij de levering van renpaarden, rijpaarden, springpaarden, dressuurpaarden en manegepaarden met hobbydoeleinden. Volgens die richtlijn geldt alleen het lage BTW-tarief wanneer de dieren bestemd zijn voor de productie van voedingsmiddelen of voor gebruik in de landbouw. In Nederland was dit anders. Daarom is Nederland door de Europese Commissie op de vingers getikt. Enkele voorgestelde aanpassingen om de regeling te wijzigen zijn tegengehouden door de Tweede Kamer. Ook onze Staatssecretaris wil nog even wachten op de verdere ontwikkelingen. We wachten af wat er van zal komen.

Paard en fiscus, het blijft lastig. Bespreek uw situatie eens met een adviseur en breng de mogelijkheden en bedreigingen eens goed in kaart.

Laat u zich trouwens door het bovenstaande niet afleiden van waar het allemaal werkelijk om gaat: genieten van de Military 2009. Veel plezier!

Noot

Met ingang van 1 januari 2012 komt het lage BTW-tarief van 9% voor de paardenhandel te vervallen. Dit lage tarief is enkel nog van toepassing voor paarden die voor de slacht bestemd zijn.

]]>

Auto, vliegtuig, paard en scooter van de zaak

Als u een auto van de zaak rijdt, moet u meestal 25% van de cataloguswaarde als bijtelling voor privégebruik aangeven. Voor milieuvriendelijke auto’s is dit percentage lager (14% of 20%). Bij een vliegtuig, helikopter, motor of scooter die u van de zaak krijgt, bent u dit niet verplicht.

Lagere bijtelling auto van de zaak

De bijtelling kunt u voorkomen via een kilometeradministratie. Hieruit moet dan volgen dat u minder dan 500 kilometer privé met de auto heeft gereden. In mijn praktijk zie ik nog een aantal mogelijkheden voorbijkomen om uw bijtelling te beperken. De belangrijkste zijn:

  1. oldtimer van de zaak;
  2. auto op grijs kenteken;
  3. auto op buitenlands kenteken;
  4. bijtelling deels toerekenen aan uw partner.

Vliegtuig of helikopter van de zaak

Het is fiscaal gunstig en leuk om op kosten van de zaak te vliegen. De files nemen toe en tijd is geld. In de huidige tijd komt het steeds vaker voor dat mensen zich via een helikopter of vliegtuig verplaatsen. In 2007 wist een handelaar de kosten van een vliegtuig als zakelijke kosten aftrekbaar te krijgen, de rechter was het met hem eens. De kosten zijn aftrekbaar als deze door een weldenkende ondernemer worden gemaakt (goed koopmansgebruik). Mits de kosten dus zakelijk zijn, kunnen deze via uw bedrijf worden betaald. Als u ook privé gebruik maakt van uw vliegtuig, moet u hiervoor een zakelijke prijs vanuit uw bedrijf aan privé doorberekenen of over dit deel belasting betalen. U kunt het vliegtuig ook met meerdere ondernemers in een vereniging of maatschap kopen, hiermee kunt u de kosten verdelen.

Scooter of motor van de zaak

Met een scooter of motor van de zaak slalomt u keurig door de fiscale regelgeving.

U koopt een scooter en laat deze met vrolijke kleuren beplakken. De scooter wordt voor korte ritten en boodschappen door uw secretaresse gebruikt en ook door uw dochter die af en toe voor u werkt. U mag uw dochter hiervoor belonen, tot zo’n € 4.000 is de beloning belastingvrij en heeft u geen problemen met de kinderbijslag of studiefinanciering. Als uw dochter de scooter ook in het weekend gebruikt, moet u hiervoor een deel van de kosten doorbelasten of hierover belasting betalen. Dit kan tegen een zakelijke kilometerprijs (ongeveer € 0,04 per kilometer). Als de Belastingdienst er anders over denkt, moeten zij bewijzen dat uw dochter meer privékilometers heeft gereden. Dit lijkt een onmogelijke opgave. U krijgt als bonus de omzetbelasting op de aankoop terug en heeft recht op investeringsaftrek.

Ook een paard van de zaak kan onder deze wetgeving vallen.

Veel plezier bij de Military 2010!

[news] 2010-10-08 2010-10-08 0000-00-00 2826

Winst bij verkoop paard onbelast

Rechtbank Noord-Nederland heeft een interessante uitspraak gedaan inzake de vraag of de verkoopopbrengst van een “hobby-paard” belast moet worden als ROW. Hierbij ging het om een aanzienlijk bedrag. Het paard is namelijk ooit gekocht voor € 12.500 en werd verkocht voor € 1.300.000.

Verkoper van het paard

De verkoper van het paard was zelf oud-springruiter en paardenliefhebber. Hij heeft ooit 2 pony’s gekocht voor zijn dochter die daarmee kon trainen en wedstrijden kon rijden. In 2007 koopt vader een nieuw paard voor € 12.500, de pony’s worden vervolgens verkocht. Vader handelde niet in paarden of pony’s na aankoop van het paard.

De dochter begint een onderneming op het gebied van begeleiden, stallen en trainen van paarden. Ze doet daarnaast niet onverdienstelijk mee aan wedstrijden met het paard van vader. Ze wint prijzengeld en wordt geselecteerd voor de nationale ploeg. Het paard stond in de stal van vader en vader heeft aan zijn dochter of haar onderneming nooit iets in rekening gebracht voor het gebruik van het paard en of de stal.

Vanaf 2011 ontstaat interesse in het paard van vader en ontvangt hij biedingen tot € 750.000. Hij heeft echter niet de intentie om te verkopen. Het paard raakt geblesseerd en nadat het hersteld is, ontvangt vader een bod van € 1.300.000. Hij besluit hierop in te gaan.

Is de verkoop van het paard een belaste opbrengst?

De inspecteur vindt dat de opbrengst van de verkoop belast is. Daarvoor zijn een aantal zaken nodig:

  • Er moet sprake zijn van deelname aan het economisch verkeer, d.w.z. er moeten werkzaamheden worden verricht;
  • Er moet voordeel beoogd worden;
  • Dit voordeel moet ook redelijkerwijs te verwachten zijn.

Wanneer de belastingplichtige verstand van zaken heeft, wordt eerder geoordeeld dat er voordeel te verwachten is. Men kan dan immers goed inschatten of er winst gemaakt kan worden, denk aan makelaars of projectontwikkelaars in de vastgoedmarkt.

De rechtbank is een andere mening toegedaan. De inspecteur heeft niet aangetoond dat vader al bij de aankoop van het paard heeft beoogd om voordeel te behalen door verkoop in de toekomst. Pas bij het bod van € 1.300.000 is vader gaan nadenken over de verkoop van het paard, de deal was toen binnen een week beklonken, aldus de rechtbank. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat in deze week sprake is geweest van een belaste waardestijging.

Verrassende uitkomst?

Ja en nee. Aan de ene kant zou je verwachten dat, door het feit dat vader zelf goed ingevoerd was in de paardenwereld en het feit dat het paard jarenlang getraind is, waardoor het een bepaald niveau bereikte, voldoende zou moeten zijn voor het kunnen belasten van de opbrengst.

Nee, omdat vader heeft kunnen aantonen dat hij nooit de intentie heeft gehad om het paard in de toekomst met winst te verkopen. Er werd dus geen voordeel beoogd. Dit is voor de rechtbank voldoende om te concluderen dat er geen sprake kan zijn van een belaste opbrengst in box 1.

Dit had ook zomaar anders kunnen uitpakken. Het wel of niet voordeel beogen is natuurlijk een overweging die zich afspeelt in het hoofd. Vandaar dat vaak op basis van externe zichtbare en objectief bepaalbare feiten tot een andere conclusie wordt gekomen. Vader wordt waarschijnlijk gered doordat hij niet beroepsmatig bezig is met paarden. Hij heeft wel zelf paardenstallen en waarschijnlijk ook paarden, dit is blijkbaar niet voldoende voor de rechtbank.

Het is afwachten of het gerechtshof in hoger beroep hier ook zo over denkt. Deze uitspraak laat wel mooi zien dat er wel sprake moet zijn van het beogen van voordeel om een opbrengst belast te laten zijn. Het is aan de inspecteur om aan te tonen dat de belastingplichtige voordeel heeft beoogd en dit objectief gezien ook kon verwachten.

Tot slot

Heeft u een vergelijkbare zaak of anderszins behoefte aan belastingadvies, dan kunt u altijd contact opnemen met de specialisten van Jongbloed Fiscaal Juristen.

Winst bij verkoop paard onbelast [news] 2021-02-28 0000-00-00 0000-00-00 6908

Paard en belastingen

Verkoopwinst paard belast met inkomstenbelasting?

Paardenliefde wint in de eerste manche van de fiscus: verkoopwinst € 1,3 miljoen en commissie € 130.000 blijft onbelast. Vorenstaande is bepaald door de Rechtbank Noord Nederland op 5 februari 2021.

Fiscale procedure verkoopwinst paard

Zowel ouders als dochter zijn paardenliefhebbers. De dochter kreeg eerst 2 pony's en op haar 17e een mooi paard. In 2007 kocht vader een 4-jarig onervaren paard voor een hele schappelijke prijs van € 12.500. Het nieuwe paard was hoofdzakelijk gefokt met bloedlijnen die aanleg hadden voor de dressuursport. Daar hoeft men in de regel geen springwonderen van te verwachten. Dochter had desalniettemin een  sterke voorkeur voor springen en volgde de eerste vijf jaar lessen bij de lokale rijvereniging, vervolgens is zij terechtgekomen bij een professionele trainer die haar verder begeleidde en niet zonder succes. Ze won vele prijzen en maakte, toen het paard 10 jaar was, haar internationale debuut. De zomer daarna raakte het dier helaas geblesseerd, maar herstelde gelukkig volledig na een gebruikelijk rust-, behandel- en revalidatieperiode.

Zoals menig paardenmeisje doet, stopte dochter met haar sportopleiding om zich volledig op de paarden te kunnen richten en begint een eenmanszaak welke zich bezighoudt met het berijden, stallen en trainen van paarden. Teneinde deze paarden te kunnen trainen, huurt zij een aantal paardenboxen in het stallencomplex van vader. Het paard dat vader voor haar had gekocht staat in een niet gehuurde stal van vader en vader draagt zorg voor alle kosten die betrekking hebben op dit paard. Vader betaalt dochter niet voor het rijden, trainen, verzorgen en stallen van het paard en het bedrijf van dochter belast geen kosten van concoursen door aan vader. Doordat het paard goed presteerde, werden er in de loop der jaren aantrekkelijk prijzen geboden om het paard te verkopen.  Als 8-jarig paard werd er een bod uitgebracht van € 150.000, welke werd afgeslagen. Toen het paard 10 jaar was, kwamen er biedingen van € 450.000 en € 750.000, welke tevens werden afgeslagen. Op een gegeven moment hierna raakt het paard geblesseerd en dat zet velen vaak toch aan het denken. Het herstel voorloopt echter voorspoedig en vlak na zijn herstel werd er door een Amerikaanse ruiter € 1,3 miljoen geboden. Op aandringen van dochter ging vader in oktober 2014 akkoord met het aanbod en ontving dochter 10% commissie van vader, welke op de dag van verkoop werd overgemaakt op haar zakelijke regeling. 10% Is een gangbare commissie in de hippische sector.

Belastingdienst en heffing over paarden

De Belastingdienst bekijkt de transactie en wil heffen over de winst. Na een bezwaarfase stappen partijen naar de rechter.

  • De inspecteur wilde de verkoopopbrengst van het paard tegen het progressieve tarief (52%) van box 1 belasten als resultaat uit overige werkzaamheden bij vader en beschouwde de ontvangen commissie bij dochter als winst uit onderneming.
  • Vader en dochter waren van mening dat de verkoop van dit paard zich volledig in de privésfeer afspeelde en stelden zich op het standpunt dat de verkoopwinst en commissie onbelast zouden moeten zijn.
  • Vader had bij aankoop niet de intentie om dit paard snel weer te verkopen en, gezien zijn papieren en aankoopprijs, was het ook niet redelijkerwijs te verwachten dat het paard zo waardevol zou worden daar hij hoofdzakelijk dressuurgericht gefokt was. Daarnaast was de aankoopprijs relatief laag achteraf gezien, want voor een getalenteerd paard van die leeftijd betaaltd men in de regel 400 - 1000% meer.
  • Vader wilde het paard eigenlijk niet eens verkopen, maar zo’n blessuretijd is vaak een eyeopener van hoe vergankelijk de waarde van een paard is. Als je pech hebt en er gebeurt iets wat de gezondheid van het dier aantast, dan kunnen miljoenen in een nanoseconde van de slechte diagnose verdampen tot een paar honderd euro. Dochter had een zakelijker inzicht dan vader en drong hem aan om het paard te verkopen.
  • Wat betreft de commissie stelde de inspecteur dat er geen verschil in behandeling zat tussen het verkochte paard en haar bedrijfsmatige paarden en bovendien rekent hij € 5.000 tot de winst uit onderneming wegens het stallen, verzorgen en training van het paard.
  • Dochter is van mening dat het paard zich volledig in de privésfeer bevindt en dat de commissie niet als winst uit onderneming mag worden beschouwd, daar dit paard een hele andere positie innam dan de handels- / trainingspaarden.
  • Het paard was aangekocht in privé en geheel in de privésfeer gebleven, ook nadat zij met haar onderneming was gestart. Voor training en stalling zijn geen kosten in rekening gebracht, het paard stond in een box van vader en vader betaalde voor het voer en bodembedekking van het paard. Het bedrag dat haar vader als commissie had bedoeld wilde dochter niet eens aannemen en vervolgens is besloten om hier een lening van te maken, welke ook als zodanig terug komt in de jaarcijfers van 2014.

Geen bron van inkomen bij verkoopwinst paarden

  1. Er moet sprake zijn van arbeid in het economisch verkeer;
  2. Er dient een oogmerk aanwezig te zijn om voordeel te behalen; en
  3. Het voordeel moet redelijkerwijs te verwachten zijn.

Uitspraak rechter inzake winst bij verkoop paard

De rechtbank oordeelt dat er in dit geval geen sprake was van een bron van inkomen. De voormalig springruiter had het paard voor een schappelijke prijs voor zijn dochter gekocht voor de hobby. Hij had destijds niet de bedoeling om het paard snel weer met winst door te verkopen. Hij handelde bovendien niet in paarden. Vader had nooit een voornemen tot verkoop totdat het bod van € 1,3 miljoen op tafel kwam. Daar heeft hij een week over moeten nadenken en in die week is het paard in waarde gelijk gebleven, er is dus geen sprake van een belaste waardestijging.

Wat betreft de commissie oordeelt de rechtbank dat er wel degelijk sprake is van een commissie in plaats van een lening, maar dat er geen sprake is van winst uit onderneming. Van belang was dat het paard in de privésfeer was gekocht en het paard ook in de privésfeer altijd is gereden, er lagen geen onderliggende afspraken aan ten grondslag. Het paard stond in een andere stal dan de handels- / trainingspaarden, vader betaalde niet voor het rijden, maar betaalde wel de kosten die gebruikelijk zijn voor het bezit van een paard (voer, stalbedekking, hoefsmid en dierenarts), noch werden (concours-)kosten doorbelast. Daarmee blijft het paard buiten de ondernemingssfeer en de commissie blijft onbelast.

Dat de inspecteur € 5.000 wil toevoegen aan de winst is begrijpelijk. Het paard krijgt qua verzorging geen andere behandeling dan de zakelijke paarden, hij wordt getraind op het terrein waar ook de andere paarden worden getraind, reist gratis mee naar wedstrijden en andere locaties met het zelfde zakelijke voertuig waarmee de zakelijke paarden worden vervoerd en in de praktijk zal hij ook mee eten van het voer dat zakelijk wordt ingekocht, evenzo zal zijn stalbedekking waaschijnlijk van dezelfde zakelijke pallet komen en degene die de stal uitmest is vermoedelijk niet vader of dochter zelf, maar een werknemer of stagiaire / vrijwilliger van de onderneming. Daarnaast trek ik in twijfel of dat paard wel zijn eigen zadel en hoofdstel heeft en niet het tuig gebruikt van de zakelijke paarden, hetzelfde geldt voor het harnachement van de dochter dat zakelijk zal zijn ingekocht. Daarbij vraag ik mij af wie de onderhandelingen heeft gedaan en het koopcontract heeft opgesteld.

Noot fiscaal jurist inzake paarden en belastingen

In de eerste manche bij de Rechtbank heeft de oorspronkelijke passie voor paarden het van de fiscus gewonnen, maar er komt nog een tweede manche aan, want de inspecteur is in hoger beroep gegaan. Wellicht kunnen we zelfs nog een spannende barrage verwachten bij de Hoge Raad. Het is afwachten wat de mening is van het Hof omtrent het vonnis van de Rechtbank. Dit kan nog best spannend worden.

De situatie is vrij complex, daar privé en zakelijk zich met elkaar vermengen in deze situatie. Daarbij komt dat de onderneming de dochter in staat heeft gesteld om dit paard voor een dergelijk hoog bedrag te kunnen verkopen. Haar onderneming heeft er namelijk voor gezorgd dat zij bepaalde deskundigheid en ervaring kon verwerven en een uitgebreid netwerk in de hippische sector wist op bouwen die zij niet zou hebben verkregen bij een fulltime kantoorbaan in een andere sector. Mede hierdoor heeft zij kennis verworven wat het meest ideale verkoopmoment is van een paard, waar de best betalende klanten zich bevinden en heeft zij het paard kunnen opleiden tot op internationaal niveau, het kunnen managen dat hij na de blessure weer inzetbaar werd en een kapitaalkrachtige koper weten te vinden in het buitenland.  Dit is een vorm van kwalitatieve arbeid. Dochter heeft door haar onderneming een bovengemiddelde deskundigheid op het gebied van paarden en zij heeft bij de verkoop hier ontegenzeggelijk gebruik van gemaakt.

Het staat vast dat vader niet wilde verkopen, maar dat hij op aandringen van dochter met de verkoop akkoord is gegaan. Dochter had daarmee een oogmerk om voordeel te behalen welke toe zou komen aan vader. De deskundigheid van dochter kan onder omstandigheden mogelijk ook worden toegerekend aan vader. Het feit dat vader op dezelfde dag van de verkoop een commissie van 10% overmaakt op de zakelijke bankrekening van dochter onder de vermelding ‘commissie’ en met als doel commissie en het feit dat dochter deze commissie niet wil accepteren, roept ook enkele vraagtekens op.

Ik wacht met spanning af of de advocaat van dochter haar foutloos door dit technische parcours weet te loodsen.

Hoe het ook zij, de specifieke feiten en omstandigheden van een geval kunnen tot op detailniveau een heel belangrijke rol spelen bij het bepalen of een verkoopwinst van een paard en de daarbij behorende commissie belast of onbelast zijn.

Naar onze mening is de stelling omtrent het onbelast laten van de verkoopwinst logisch. Vader heeft bij de aankoop zeker geen voordeel beoogd, het was immers een hobby van zijn dochter. Vader had op dat moment 2 pony's en handelde ook niet in paarden. Door de blessure heeft vader besloten het paard te verkopen. Dat de opbrengst extreem is, is dan "geluk". Dat je hier ook anders tegenaan kunt kijken, is hierboven verwoord.

De commissie zou wellicht belast kunnen worden als winst uit onderneming en / of een schenking. De stelling en onderbouwing hierover van de rechtbank zijn echter zorgvuldig en duidelijk. Beide zijn onbelast !

Vragen over belastingheffing bij paarden?

Heeft u vragen over de aan- / verkoop van een paard of andere hippisch gerelateerde fiscale of juridische vraagstukken, neem dan gerust contact op met onze fiscale stalruiter Madeleine Brugman via m.brugman@jongbloed.tv.

Bron paarden en belastingen

Rechtbank Noord Nederland 5 februari 2021 ECLI:NL:RBNNE:2021:396 

Rechtbank Noord Nederland 5 februari 2021 ECLI:NL:RBNNE:2021:397

Paard en belastingen [news] 2021-04-08 0000-00-00 0000-00-00

Is de verkoopwinst op een paard belast in de inkomstenbelasting of niet?

6958
Laatste update : 18-08-2021
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.

Deel deze pagina

U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Banners Internationaal zaken doen?

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap