print sitemap zoeken disclaimer contact

U bevindt zich hier :Jongbloed Fiscaal Juristen Banners Bedrijfsopvolging
7182 Bedrijfsopvolging https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/contact/e-mail_ons/

Bedrijfsopvolging ?

Familiebedrijf en advies opvolging?

Bedrijfsopvolging

In Nederland zijn circa 260.000 familiebedrijven. Uit een recent onderzoek van de Universiteit Nijenrode en het Economisch Bureau van ING blijkt dat voor een derde van de ondernemers de crisis een goed moment is om de onderneming over te dragen. Na het bereiken van de pensioenleeftijd is dat de belangrijkste reden voor overdracht. Men heeft daarbij een grote voorkeur voor de overdracht van het bedrijf binnen de familiekring.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Waarom bedrijfsopvolging?

Een goede en succesvolle overdracht van de onderneming is niet eenvoudig. Uit het genoemde onderzoek blijkt vooral dat de juridische en fiscale complexiteit van de overdracht van de onderneming het grootste knelpunt vormen. In ruim een kwart van de gevallen is men niet tevreden over de kwaliteit van de adviezen. Opvallend daarbij is dat in 91% van de gevallen de eigen accountant de adviseur is die het traject moet begeleiden en er slechts in 37% van de gevallen voor een fiscalist / belastingadviseur wordt gekozen. Dat is opvallend en jammer! Enkel een goede samenwerking tussen de verschillende diciplines kan leiden tot een goed advies. Een accountant vanuit de cijfermatige kant, zoals het opstellen van een waardering, de notaris vanwege de zekerheid van een juiste juridische vormgeving en de bank in verband met de financiering. De fiscalist zal echter een centrale rol moeten spelen, omdat vanuit onze kennis en ervaring de opvolging op een fiscaal optimale wijze kan worden uitgevoerd. Zowel voor de overdrager als de opvolger is het van belang dat zowel het moment van belastingbetaling als de omvang van de belastingdruk worden geoptimaliseerd. En dat is ons vak.

Op onze website leest u veel over onze advisering en hoe u die kunt toepassen. Wij leren u en uw familie graag kennen, zodat wij u een advies op maat kunnen geven.

Steeds meer (familie)bedrijven blijven binnen de familie. Wij begeleiden regelmatig ondernemers en hun accountant bij het opzetten van een bedrijfsopvolging. In dit onderdeel treft u diverse artikelen aan.

Bedrijfsopvolging [news] 4184

Bij verhuur van onderneming wordt nog steeds aan voortzettingseis BOR voldaan

De schenk- en erfbelasting kent een vrijstelling in de vorm van een bedrijfsopvolgingsregeling (hierna: 'BOR'). Wordt een onderneming geschonken of nagelaten, dan wordt een groot deel van de verschuldigde schenk- of erfbelasting voorwaardelijk vrijgesteld. Eén van de voorwaarden is dat de onderneming die krachtens schenking of erfrecht wordt verkregen gedurende een periode van vijf jaar wordt voortgezet.

Een discussie die je daarbij zou kunnen voeren is of er sprake is van het voortzetten van een onderneming indien je de onderneming verhuurt aan een derde.

Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat bij de verhuur van de onderneming – binnen de vijfjaarstermijn – nog steeds aan de voortzettingseis met betrekking tot de BOR wordt voldaan. Daarbij wordt eveneens niet van belang geacht dat na afloop van de vijfjaarstermijn voor de BOR, de onderneming wordt overgedragen aan de huurder. In dit artikel gaan wij in op de voorwaarden en vereisten van de BOR en schetsen wij kort het belang voor de praktijk van deze uitspraak.

Successiewet

Over de verkrijging van ondernemingsvermogen krachtens schenking of erfrecht is de verkrijger schenk- en erfbelasting verschuldigd. Om te voorkomen dat de heffing van deze belasting het voortbestaan van een onderneming in gevaar brengt - doordat liquide middelen aan de onderneming onttrokken zouden moeten worden om de belasting te kunnen betalen – is in de Successiewet 1956 de BOR opgenomen. De kern van de BOR is dat de schenk- en erfbelasting vanwege het belang van de onbelemmerde voortzetting van economische bedrijvigheid, geen bedreiging mag vormen voor reële bedrijfsoverdrachten. Onder de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is het verkregen ondernemingsvermogen tot € 1.119.845 (2021) voor 100% vrijgesteld. Het surplus is voor 83% voorwaardelijk vrijgesteld. De vrijstelling is van toepassing mits wordt voldaan aan de bezitseis en voortzettingseis.

Het bezitsvereiste

Op grond van het bezitsvereiste moet de schenker het kwalificerende vermogen gedurende minimaal vijf jaar voorafgaande aan de schenking bezitten. Ook voor de erflater geldt een bezitseis, deze is beduidend korter, namelijk één jaar.

Het voortzettingsvereiste

De BOR is bedoeld om reële bedrijfsopvolgingen te faciliteren. Daarvan is geen sprake indien de verkrijger van de onderneming de onderneming direct na de verkrijging staakt of verkoopt. Hiervoor is in de wet het voortzettingsvereiste opgenomen.

De voorwaardelijke vrijstelling vervalt geheel of gedeeltelijk indien de verkrijger op enig tijdstip binnen vijf jaren na de verkrijging van het ondernemingsvermogen ophoudt uit de onderneming of uit een deel daarvan winst te genieten. Hierbij wordt aangesloten bij het materiële stakingsbegrip in de inkomstenbelasting. Voor toepassing van de inkomstenbelasting staakt een belastingplichtige deze onderneming als hij ophoudt winst uit onderneming te genieten, omdat hij niet langer kwalificeert als ondernemer in de zin van artikel 3.4 Wet IB 2001. Voor de voortzettingseis is van belang dat de verkrijger winst blijft genieten. Voor zover deze ophoudt winst te genieten, wordt niet meer aan het voortzettingsvereiste voldaan en wordt de vrijstelling ingetrokken.



De materiële en objectieve onderneming

De bedrijfsopvolgingsregeling is enkel van toepassing op materieel ondernemingsvermogen (beleggingsvermogen kwalificeert dus niet). In de zin van de hier bedoelde regeling dient te worden beoordeeld of sprake is van een objectieve onderneming aan de hand van het begrip onderneming in de Wet IB 2001.

Inkomstenbelasting

Ook de Wet op de inkomstenbelasting 2001 kent een BOR. Deze regeling hangt nauw samen met de hiervoor besproken bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet. De inkomstenbelasting kent nog als extra voorwaarde dat de verkrijger voor ten minste 36 maanden voorafgaand aan de overdracht in dienstbetrekking moet zijn geweest bij de onderneming of reeds maat of vennoot is geweest in de VOF, respectievelijk maatschap waarop de overdracht betrekking heeft. Met deze aanvullende eis wordt invulling gegeven aan de gewenste duurzame betrokkenheid van de verkrijger bij de onderneming die wordt overgedragen, zodat slechts reële bedrijfsopvolgingen worden gefaciliteerd.

Overdrachtsbelasting

Indien er sprake is van een bedrijfsopvolging binnen de familiesfeer, kent ook de overdrachtsbelasting hiervoor een vrijstelling. De wet stelt verkrijging door één of meerdere kinderen van onroerende zaken die behoren tot en dienstbaar zijn aan de onderneming vrij van de heffing van overdrachtsbelasting. Als voorwaarde wordt gesteld dat de verkrijger(s) de onderneming van de ondernemer, wat de bedrijfsvoering betreft, in haar geheel voortzet of voortzetten. In het kader van de voortzettingseis is hier geen termijn genoemd in de wet of de parlementaire geschiedenis. Deze vrijstelling is alleen van toepassing indien en voor zover er een materiële onderneming wordt gedreven.

Belang voor de praktijk

Het belang voor de praktijk in de recente uitspraak van hof ’s-Hertogenbosch zit hem in de mogelijkheden om gedurende de vijfjaarstermijn van het voortzettingsvereiste de onderneming reeds door een derde partij te laten drijven. Hierdoor is de bedrijfsopvolger niet op dagelijkse basis verantwoordelijk bij de onderneming, doch kan wel gebruik worden gemaakt van de BOR. Uit de procedure blijkt wel dat een en ander op de juiste wijze vormgegeven dient te worden.

Tot besluit

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen of wenst u zelf uw onderneming over te dragen? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact op met onderstaande adviseurs. Zij helpen u graag verder!

Voortzettingseis BOR en verhuur onderneming [news] 7202
Bedrijfsopvolging eenmanszaak vof [news] 2014-01-09

Bedrijfsopvolging eenmanszaak & VOF

Als u overweegt uw bedrijfsopvolging te verkopen of uit te treden uit een VOF, dan moet u hier eigenlijk al 5 jaar van tevoren over gaan nadenken. Het is belangrijk om een bedrijfsopvolging goed voor te bereiden en de hiervoor benodigde structuur nu al neer te zetten. Naast het feit dat een bedrijfsopvolging door een juiste structuur eenvoudiger kan verlopen, kunt u ook belasting besparen. Mits de structuur juist wordt opgezet, kunnen de meeste bedrijfsopvolgingen zonder heffing van belastingen plaatsvinden. De financiering van een bedrijfsopvolging of overname kan hierdoor eenvoudiger worden vormgegeven. Ook is het belangrijk dat u tijdig - in uw hoofd - gaat nadenken over uw vertrek, deze emotie wordt vaak vergeten. Conclusie: praat erover met uw accountant en schakel ook een specialist in.

De bedrijfsopvolging kan spelen bij ondernemers in de inkomstenbelasting en bij ondernemers in de B.V.-vorm. In dit onderdeel artikelen over de bedrijfsopvolging bij ondernemers voor de inkomstenbelasting, hierbij kunt u denken aan:

  • bedrijfsopvolging bij de eenmanszaak;
  • bedrijfsopvolging bij de VOF;
  • bedrijfsopvolging bij de maatschap;
  • bedrijfsopvolging bij de CV.

Inkomstenbelasting en bedrijfsopvolging

In de fiscale wereld spelen bij een bedrijfsopvolging (binnen de familie) de schenkbelasting en de inkomstenbelasting (box 1 of 2). De belasting kan worden voorkomen door gebruik te maken van de zogeheten bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF). Dit geldt dus voor eenmanszaken, vennootschappen onder firma, maatschappen en B.V.'s. In de inkomstenbelasting kan de heffing worden uitgesteld, er gelden wel voorwaarden:

  • U moet de onderneming minimaal 1 jaar in bezit hebben.
  • Er moet sprake zijn van een echte onderneming (geen beleggingen).
  • De persoon die de onderneming voortzet moet mede-ondernemer of werknemer zijn sinds de laatste 3 jaren (binnen de onderneming).
  • Bij vererving moeten de overnemers de onderneming ook gedurende een periode voortzetten.

Bedrijfsopvolging en geen echte onderneming

Als u een B.V. zou hebben waarbinnen deels een onderneming wordt uitgeoefend en deels wordt belegd, is het te overwegen om beide activiteiten via een juridische splitsing van elkaar te splitsen. Bij een dergelijke herstructurering kunt u het volgende meenemen:

  • pensioen in aparte entiteit;
  • vermogen in vrijgestelde beleggingsinstelling;
  • mede eigendom van uw partner;
  • beleggingsvermogen in aparte B.V.;
  • opzetten stichting voor toekomstige scheiding zeggenschap en eigendom;
  • opstarten van een familieplan om onduidelijkheden weg te nemen.

Quickscan voor bedrijfsopvolging

Wij maken regelmatig voor accountants en ondernemers een quickscan om te kijken of een bedrijfsopvolging binnen uw huidige structuur mogelijk is. Als u een offerte hiervoor zou willen, kunt u hier deze offerte aanvragen, binnen een paar dagen ontvangt u dan van ons een e-mail. De ervaring leert dat een quickscan altijd verbeterpunten oplevert. U kunt ook rechtstreeks met mij e-mailen of bellen.

Structuur bij een bedrijfsopvolging

De meest voorkomende structuur bij een bedrijfsopvolging in de B.V.-omgeving is de verkoop van een werkmaatschappij door een holding. De verkoop kan dan belastingvrij plaatsvinden, dit op grond van de deelnemingsvrijstelling. De structuur moet u tenminste 3 jaar voor de bedrijfsopvolging opzetten, dit op grond van fiscale wetgeving. De structuur kan worden gevormd via een geruisloze of ruisende inbreng van een eenmanszaak, vennootschap onder firma of maatschap welke dan wordt opgevolgd met bijvoorbeeld:

  • herstructurering of het uitzakken binnen fiscale eenheid (wachttermijn 6 jaar);
  • bedrijfsfusie;
  • juridische afsplitsing; 
  • aandelenruil.

Als u 1 B.V. zou hebben, dan kunt u hier belastingvrij en vrij eenvoudig een holdingstructuur van maken. Via een aandelenruil worden de aandelen in de werkmaatschappij verkregen door een nieuw op te richten holding (vrijstelling is geregeld in artikel 3.55 jo. artikel 4.41 lid 1 wet op de Inkomstenbelasting). Formeel is er dan geen wachttermijn van 3 jaar, het moet echter niet zo zijn dat u al een koper voor uw bedrijf heeft en / of het een samenstelling van rechtshandelingen is om belastingheffing te voorkomen. Via een aandelenruil is het lastig om een mogelijke lijfrente of een stamrecht in de holding onder te brengen.

Vragen over bedrijfsopvolging

Een bedrijfsopvolging kan via vele routes worden opgezet, één keuze of optie is niet te geven. Veel mensen zijn niet op de hoogte van de notariële en fiscale gevolgen van hun situatie en / of kiezen te laat voor de juiste structuur, dit is jammer.  

Wij bieden daarom altijd een vrijblijvend gesprek bij ons op kantoor aan. In dit gesprek controleren wij uw financiële situatie, uw testament of andere zaken zoals de statuten van uw B.V. etc. Als u al jaren geleden een testament heeft laten maken en uw inkomens-, vermogens- of gezinssituatie is gewijzigd, dan is de kans groot dat uw testament niet meer voldoet. Nog belangrijker is dat u de zaken beter kunt regelen en hiermee ook nog belasting kunt besparen en ruzies kunt voorkomen.

Als u vragen of opmerkingen heeft over de erfenis, het verwerpen van een erfenis, de inzage in een testament, de aangifte erfbelasting, etc., kunt u zonder verdere verplichtingen onderstaand vragenformulier invullen. 

Service van de notaris of fiscaal jurist

Soms willen cliënten liever een gesprek thuis, op hun bedrijf of in het weekend. Het maakt ons niets uit, dit regelen wij graag voor u. Als u aangeeft waar en wanneer u de bespreking zou wensen, dan houden wij hier rekening mee. 

0000-00-00 0000-00-00 4185
2014-01-09 0000-00-00 0000-00-00 4187 Jurisprudentie bedrijfsopvolging [news] 2014-01-09

Bedrijfsopvolgingsregeling en materiële onderneming

In een uitspraak van de rechtbank Arnhem d.d. 1 november 2012 kwam de bedrijfsopvolgingsregeling in het kader van de materiële onderneming aan de orde. Tevens heeft de rechtbank Arnhem - vrij uitgebreid - haar oordeel gegeven over de mogelijke discriminatie binnen deze regeling.

Feiten uit de uitspraak over de bedrijfsopvolgingsregeling

Op 16 oktober 2005 is de heer A overleden. Hij had een testament opgesteld, zijn echtgenote en zijn drie kinderen zijn erfgenaam. Tot de nalatenschap behoorden aandelen in X Onroerend Goed B.V. (hierna: de B.V.). Deze B.V. bezat 15 panden die in de periode 1989 tot en met 2003 met eigen geld zijn aangekocht. De panden worden verhuurd aan een derde. De kinderen kregen (via een legaat) de aandelen in de B.V. De vraag is: vormen de verhuurde panden een materiële onderneming of niet? De werkzaamheden bestonden uit: 

  • de aan- en verkoop van panden;
  • het zoeken van huurders;
  • het onderhouden van contacten met huurders;
  • het (laten) verbouwen van de panden;
  • het (laten) onderhouden van de panden;
  • het onderhouden van het dagelijkse contact met de aannemer;
  • het bekleden van bestuursfuncties in de verenigingen van eigenaren van de panden (hierna: de VVE);
  • het wijzigen van de bestemmingen van de panden;
  • het opstellen van huurovereenkomsten;
  • het kadastraal splitsen van de panden;
  • het oprichten van de VVE’s en het zorgen voor verdeelsleutels over de stemmen.

Geschil bedrijfsopvolgingsregeling en bedrijfspanden / onroerende zaken

Er wordt een beroep gedaan op de bedrijfsopvolgingsregeling zoals opgenomen in artikel 35b, tweede lid, sub b, juncto artikel 35c, eerste lid, van de Successiewet 1956 (hierna: de SW). Het beroep op deze regeling is door de Belastingdienst afgewezen, er is niet aannemelijk gemaakt dat de B.V. met haar vermogen een onderneming drijft, aldus de Belastingdienst.

Als deze vraag ontkennend wordt beantwoord, dan stellen de kinderen dat sprake is van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel.

Rechter over de bedrijfsopvolgingsregeling en onroerende zaken

Is een B.V. met panden een onderneming die recht heeft op de bedrijfsopvolgingsregeling?

Ingevolge het genoemde artikel uit de successiewet (artikel 35b, tweede lid, aanhef en onderdeel b) kan de bedrijfsopvolgingsregeling worden toegepast als er aandelen worden verkregen in een B.V. welke een echte / materiële onderneming drijft. Het mag dus niet gaan om:

  • een lichaam waarvan de feitelijke werkzaamheid bestaat in het, onmiddellijk of middellijk, beleggen van vermogen of daarmee overeenkomende werkzaamheid, die behoorden tot een aanmerkelijk belang in de zin van afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

De rechter gaat er eens goed voor zitten en komt met een uitgebreide uiteenzetting. De rechtbank overweegt dat naar vaste jurisprudentie het volgende onderscheid kan worden gemaakt:

  • Een onderneming is een duurzame organisatie die erop is gericht met behulp van arbeid en / of kennis en veelal van kapitaal deel te nemen aan het maatschappelijke productieproces met het oogmerk om winst, dat wil zeggen baten die het normale rendement overstijgen te behalen.
  • Van normaal vermogensbeheer is niet langer sprake indien het rendabel maken van onroerende zaken mede geschiedt door middel van arbeid die de eigenaar van de onroerende zaken verricht en welke arbeid naar aard en omvang onmiskenbaar tot doel heeft het behalen van redelijkerwijs te verwachten voordelen uit de onroerende zaken, die het rendement bij een normaal vermogensbeheer te boven gaan (zie Hoge Raad 7 oktober 1981, nr. 20733, BNB 1981/299, Hoge Raad 17 augustus 1994, nr. 29.755, LJN ZC5731, BNB 1994/319 en Hoge Raad 9 oktober 2009, nr. 43.035, LJN BI0481, BNB 2010/117).

Volgens de rechter is bij de B.V. sprake van normaal vermogensbeheer en niet meer dan dat. De eiser / kinderen noemen allerlei dingen die zouden worden gedaan, maar dit wordt onvoldoende aangetoond. Tevens wordt onvoldoende aangetoond dat door de arbeid (onder meer van de heer A, de erflater) een hoger rendement is behaald dan bij normaal vermogensbeheer. Hierbij weegt de rechter ook mee:

  • De onroerende zaken zijn aangeschaft met eigen vermogen, wat wijst op beleggingsactiviteiten.
  • Overige werkzaamheden gaan een normaal vermogensbeheer niet te boven.
  • Van een bovengemiddelde waardestijging van de panden ten gevolge van de door erflater verrichte verbouwingen is niets gebleken.
  • Het wijzigen van de bestemming van de panden heeft betrekking gehad op slechts één pand.
  • Erflater's kennis van onroerende zaken was niet van dien aard dat hiermede een hoger rendement werd behaald. Erflater is nooit beroepsmatig werkzaam geweest op de vastgoedmarkt.
  • De omvang van alle werkzaamheden zijn volgens verweerder ook niet zodanig dat sprake is van een onderneming. De werkzaamheden dienen ieder voor zich te worden beoordeeld.
  • Er wordt geen onderbouwing gegeven van de activiteiten die worden verricht, ze worden wel genoemd maar daar blijft het ook bij.
  • Er is niet aannemelijk gemaakt dat de bedoelde activiteiten dermate frequent plaatsvonden en dermate omvangrijk en renderend waren, dat zij tot een hoger rendement dan bij een normaal vermogensbeheer hebben geleid.
  • Meeste werkzaamheden hadden een incidenteel karakter.

Conclusie: er is sprake van normaal vermogensbeheer, het duurzaamheidsvereiste ontbreekt en er is geen sprake van een materiële onderneming. Er is sprake van een beleggingsportefeuille in een B.V., niet meer dan dat.

Wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden?

De kinderen proberen nog een andere route, namelijk dat op grond van het gelijkheidsbeginsel alsnog de aanslag op nihil moet worden vastgesteld, dit op grond van de bekende uitspraak van de Rechtbank op 13 juli 2012, nr. 11/5509, LJN BX3386, V-N 2012/43.20, waarin is geoordeeld dat op grond van dit beginsel de (voorwaardelijke) vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling ook op de verkrijging van privévermogen moet worden toegepast. De rechter gaat hier uitgebreid op in, zie hieronder de overwegingen: 

  • De rechtbank stelt voorop dat het vraagstuk of sprake is van gelijke gevallen dient te worden bezien vanuit de doelstelling van de regeling. Beoordeeld dient te worden met welke redenen de wetgever een eventueel onderscheid heeft gemaakt. Hierbij zij opgemerkt dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of voor de toepassing van artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM gevallen als gelijk dienen te worden beschouwd (HR 8 juli 2005, nr. 39.870, LJN AQ7212, BNB 2005/310). Het oordeel van de wetgever dient te worden geëerbiedigd tenzij het van redelijkheid is ontbloot (EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95, zaak M.A. en anderen tegen Finland, V-N 2003/52.2). De wetgever kent een zogenoemde ‘wide margin of appreciation’ (EHRM 22 juni 1999, nr. 46757/99, zaak Della Ciaja/Italië, BNB 2002/398). De vraag die beantwoording behoeft, is of de wetgever deze ‘margin’ heeft overschreden bij het vormgeven van de bedrijfsopvolgingsregeling.
  • Ingevolge de artikelen 35b en 35c juncto 31a van de SW wordt op verzoek van de verkrijger de bedrijfsopvolgingsregeling toegepast, onder de voorwaarde dat het verkregen (ondernemings)vermogen gedurende een periode van ten minste vijf jaren rechtstreeks wordt voortgezet. Indien aan dit voortzettingsvereiste wordt voldaan, dan geldt een vrijstelling van zestig percent van het verkregen vermogen (wettekst 2005). Het vrijgestelde belastingbedrag wordt wederom op verzoek van de verkrijger geheven bij wege van conserverende aanslag.
  • Zoals blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de hierboven beschreven bepalingen, is de bedrijfsopvolgingsregeling door de wetgever in het leven geroepen teneinde een (gedeeltelijke) oplossing te bieden voor die gevallen waarin bedrijfsopvolging na overlijden of schenking zou worden bemoeilijkt doordat over de verkrijgingen successie- of schenkingsrecht zou moeten worden voldaan. De wetgever achtte het vanuit algemeen sociaal-economisch belang onwenselijk dat een onderneming die overgaat door vererving moet worden gestaakt of geforceerd moet worden verkocht zonder dat de bedrijfsresultaten daar aanleiding toe geven, met als gevolg een verlies aan werkgelegenheid en economische diversiteit. De ondernemer is met andere woorden in zijn bestedingsmogelijkheden beperkt; het vermogen zit vast in de onderneming (zie MvT, Kamerstukken II 1997/1998, 25 688, nr. 3, blz. 7).
  • Gelet op de duidelijke bewoordingen van de wettelijke regeling en de bijbehorende wetsgeschiedenis heeft eiser, zoals hiervoor onder 4.5 is overwogen, geen recht op toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, daar hij geen materiële onderneming heeft geërfd en deze ook niet kan voortzetten. Naar het oordeel van de rechtbank komt eiser ook op grond van het gelijkheidsbeginsel hiervoor niet in aanmerking. In het licht van de in ro. 4.7 genoemde jurisprudentie dient ter beoordeling van een mogelijke overschrijding van bevoegdheden specifiek te worden gekeken naar de redenen die de wetgever heeft gehad voor de invoering van de te toetsen regeling en het daarin gemaakte onderscheid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt onmiskenbaar dat het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling is het voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen als gevolg van de heffing van schenkings- of successierecht opdat het voortbestaan van de ondernemingen niet in gevaar komt. Bezien vanuit dat doel brengen erfrechtelijke verkrijgingen van ondernemings- en privévermogen verschillende risico’s met zich en zijn zij als zodanig niet te beschouwen als gelijke gevallen. Eiser loopt met de verkrijging van de aandelen in een B.V. waarin geen onderneming wordt gedreven en met de betaling van het successierecht eenvoudigweg niet dezelfde bestaansrisico’s als de toekomstig ondernemer die voor deze betaling mogelijkerwijs het ondernemingsvermogen moet aanwenden. De wetgever heeft met het maken van een onderscheid tussen de typen vermogens derhalve een gerechtvaardigd doel voor ogen gehad en heeft zijn ruime beoordelingsruimte niet overschreden (vergelijk Rechtbank Arnhem 25 maart 2010, nr. AWB 09/1750, LJN BX0548, NTFR 2012/1952, Hof Arnhem 22 maart 2011, nr. 10/00194, LJN BQ0618, V-N 2011/31.1.3, Hoge Raad 9 december 2011, nr. 11/02099, LJN BU6998, V-N 2012/6.4).
  • Ook voor het geval moet worden aangenomen dat sprake is van gelijke gevallen, dan wel van een disproportionele ongelijke behandeling van ongelijke gevallen, moet het beroep op het gelijkheidsbeginsel worden afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat voor het door de wetgever in het kader van de bedrijfsopvolgingsregeling gemaakte verschil in behandeling tussen vermogens en de gekozen uitvoeringswijze – te weten vrijstellingspercentages - een objectieve en redelijke rechtvaardiging welke samengevat betreft het stimuleren van ondernemerschap (zie hiervoor ro. 4.9). Daarbij heeft de wetgever om redenen van eenvoud en doelmatigheid mogen kiezen voor een generieke regeling, waarbij niet daadwerkelijk een vermogenstoets wordt aangelegd. Met die keuze heeft de wetgever nog niet zijn ruime beoordelingsmarge overschreden. Daartoe dient in de woorden van het EHRM Della Ciaja-arrest (zie ro. 4.7) immers sprake te zijn van een ‘manifestly illogical or arbitrary’ keuze, waarvan in de onderhavige regeling geen sprake is.

Conclusie bedrijfsopvolging en materiële onderneming

Als er een B.V. is met enkele onroerende zaken of niet duidelijk een materiële onderneming, moet u erfbelasting en box 2 heffing betalen als u komt te overlijden, dit kan zomaar 50% van het vermogen van de B.V. kosten (aan erfbelasting en inkomstenbelasting).

De bedrijfsopvolgingsregeling is een geweldige manier om de erfbelasting en box 2 heffing te voorkomen, deze regeling is door de overheid echter enkel opgesteld voor "echte bedrijven". Er komen steeds meer uitspraken waaruit volgt dat een beleggingsmaatschappij / B.V. met onroerend goed niet snel een materiële onderneming is. Als u zo'n B.V. heeft, laat u dan adviseren, de meest voor de hand liggende opties zijn:

  1. Materiële onderneming binnen de B.V. kopen (voorkeur: deze onderneming in het bedrijfspand vestigen).
  2. Activiteiten ontwikkelen in de B.V. (dus meer activiteiten voor de beleggingen zelf doen, bijvoorbeeld aannemersbedrijf kopen, etc.).
  3. Emigratie naar land zonder erfbelasting.

Vragen over de bedrijfsopvolgingsregeling?

Mailt of belt u mij gerust, een oriënterend gesprek bij ons op kantoor kan zonder verdere kosten plaatsvinden. 

Veel mensen zijn niet op de hoogte van de notariële en fiscale gevolgen van hun situatie. Dit komt doordat overlijden en financiële zaken liever niet worden besproken of omdat men denkt dat de adviseur (accountant / notaris / fiscaal jurist) er vast wel naar zal kijken. De bedrijfsopvolgingsregeling wordt vaak te laat of niet toegepast, terwijl deze ook tijdens leven kan worden uitgevoerd. De regeling is niet eenvoudig en kennis van zaken is nodig.

Wij bieden daarom altijd een vrijblijvend gesprek bij ons op kantoor aan. In dit gesprek controleren wij uw financiële situatie, uw testament of andere zaken zoals de statuten van uw B.V. etc. Als u al jaren geleden een testament heeft laten maken en uw inkomens-, vermogens- of gezinssituatie is gewijzigd, dan is de kans groot dat uw testament niet meer voldoet. Nog belangrijker is dat u de zaken beter kunt regelen en hiermee ook nog belasting kunt besparen en ruzies kunt voorkomen.

0000-00-00 0000-00-00 4188

Bedrijfsopvolging en CV-structuur

Er komt een moment in het leven van u als ondernemer dat u het bedrijf moet overdragen, en dan vaak aan de kinderen. Zowel financieel als emotioneel is dat een grote stap. Uit onderzoek blijkt dat men in meer dan 25% van de gevallen ontevreden is over de advisering. Wellicht omdat niet alle mogelijkheden benut zijn of omdat men niet alle consequenties vooraf goed kon overzien of er op is gewezen.

Het overdragen van uw eenmanszaak kan eenvoudig worden gerealiseerd door de onderneming te verkopen aan de zoon of dochter, eventueel gevolgd door het kwijtschelden van de koopsom. Dit kan al dan niet fiscaal geruisloos. Elders op deze website meer hierover.

Een fraaie vorm om uw eenmanszaak over te dragen is het aangaan van een Vennootschap onder Firma (VOF) of een commanditaire vennootschap (CV) met uw opvolger. Over deze laatste en over de voordelen daarvan gaat dit artikel.

Bedrijfsovername via Commanditaire Vennootschap (CV)

Bij een CV blijft u betrokken bij de zaak. Uw ondernemingsvermogen blijft als commanditair kapitaal in de onderneming en het aantrekken van extra financiering is derhalve niet direct nodig. Dat is in deze tijd wel zo prettig. U staakt uw onderneming niet, dus fiscaal rekent u niet af over zaken als goodwill, stille reserves in activa en fiscale reserves, zoals FOR. Ook is er geen sprake van desinvesteringsbijtelling. In tegenstelling tot het overdragen tegen een vordering op de opvolger (zoals zo vaak gebeurt) blijft uw vermogen in de ondernemingssfeer. Een onverhoopt verlies blijft dan fiscaal aftrekbaar. Een vordering op de opvolger in box 3 is dat niet, tenzij er sprake is van een zogenaamde ongebruikelijke  terbeschikkingstelling, maar dit terzijde. Uw aansprakelijkheid gaat als commandiet niet verder dan hetgeen u in de CV heeft ingebracht. In een gewone VOF bent u hoofdelijk aansprakelijk.

Als commandiet geniet u winst uit onderneming, maar bent u geen ondernemer in de zin van de faciliteiten voor ondernemers. U geniet alleen de MKB winstvrijstelling. Uw winstaandeel, bestaande uit een vergoeding voor uw kapitaal (waarde van hetgeen u heeft ingebracht, inclusief de voorbehouden stille reserves) is dan toch lager belast! U kunt er overigens voor kiezen een gedeelte van de activa (bijvoorbeeld het bedrijfspand) buiten de inbreng in de CV te houden en te verhuren aan de CV.

Na verloop van tijd kunt u op een geschikt moment uw aandeel in de CV doorschuiven aan de opvolger, de beherend vennoot, en pas dan is de overdracht voltooid. Deze overdracht is een staking en leidt tot stakingswinst. Hierop zijn de faciliteiten van de geruisloze doorschuiving en de stakingswinstlijfrente van toepassing. Deze mogelijkheden worden elders op de site verder uiteengezet.

Kort samengevat de voordelen van de CV voor de bedrijfsopvolging in het familiebedrijf:

  • geen fiscale afrekening;
  • geen overdracht dus geen directe financiering door de opvolger;
  • beperking aansprakelijkheid tot bedrag inbreng;
  • ondernemingsvermogen dus mogelijkheid afwaardering;
  • MKB winstvrijstelling;
  • latere (geruisloze) doorschuiving mogelijk;
  • gevoelsmatig nog meer betrokken, ook naar relaties.
[news] 2014-01-09 0000-00-00 0000-00-00 4189

Rechtspraak over bedrijfsopvolging

In dit onderdeel diverse rechtspraken over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit.

Rechtspraak over bedrijfsopvolging [news] 2014-01-27 0000-00-00 0000-00-00
Jongbloed laat starters niet wachten [news] 2014-02-01

Startende ondernemers bij ons altijd welkom!

Wij zijn als fiscaal adviseur graag bereid om startende ondernemingen op weg te helpen door het mijnenveld van de fiscale regelgeving. De Belastingdienst adviseert starters ook, maar alleen bij voldoende belangstelling.

Bijeenkomsten Goede start Belastingdienst / KvK afgelast

Op zaterdagochtend 1 februari meldt de Twentsche Courant Tubantia dat de Belastingdienst starters laat  wachten. Een informatiebijeenkomst voor 17 startende ondernemers is afgelast omdat er te weinig belangstelling voor de bijeenkomst was. In de ogen van de Belastingdienst welteverstaan. De ondernemers zijn hierover, zo lezen we in de Tubantia, boos. En terecht.

Starters hebben deze kennis hard nodig, willen graag voortvarend van start en zien dit soort zaken als een ongewenst oponthoud. Lees hier het hele artikel.

Wij helpen u verder

Wij helpen deze 17 starters graag verder. En andere starters natuurlijk ook. Niet in een bijeenkomst met een minimaal aantal deelnemers, maar gewoon individueel. Op een moment dat het u uitkomt, dus ook na kantoortijd. Startende ondernemers zijn bij ons welkom, voor een goede start. Wij besteden daarbij aandacht aan aspecten als:

  • Formaliteiten startende onderneming
  • Omzetbelasting en loonheffingen
  • Wijzigen / aanvragen voorlopige aanslagen
  • Rechtsvormkeuze (B.V. of niet)
  • Overeenkomsten en contracten
  • Financiering en zekerheden
  • Personeel
  • Opstellen huwelijkse voorwaarden en aanpassen testament

Wilt u een afspraak maken voor een vrijblijvend gesprek? Of wilt u eerst telefonisch overleg? Neemt u dan contact met ons kantoor op.

0000-00-00 0000-00-00 4202

Uw B.V. en de bedrijfsopvolging: cumulatief preferente aandelen

Een derde van de familiebedrijven wil de zaak verkopen. Dat blijkt uit een onderzoek gehouden onder ondernemers in 2013. Veel van deze familiebedrijven worden in de vorm van een B.V. (besloten vennootschap) uitgeoefend.  Er zijn diverse manieren om uw onderneming over te dragen. In dit artikel behandelen wij een overdracht met behulp van cumulatief preferente aandelen. Aandelen simpelweg overdragen, al dan niet tegen schuldigerkennig, kan ook. Deze variant wordt hier beschreven.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Bedrijfsopvolging met cumulatief preferente aandelen

Als voorbeeld nemen we een eenvoudige structuur van een holding (van vader) en een werkmaatschappij, waarin de onderneming wordt gedreven. De opvolger, in dit geval de dochter, wil de zaak voortzetten. 

Een succesvolle bedrijfsopvolging kan worden gerealiseerd door het geheel of gedeeltelijk omvormen van de bestaande aandelen van de werkmaatschappij in cumulatief preferente aandelen (hierna: cumprefs) in combinatie met uitgifte van gewone aandelen aan de persoonlijke holding van de opvolgers.

De waarde en het rendement van de onderneming blijven dan bij de Holding B.V. van vader, de toekomstige waardestijging en de overwinsten komen dan toe aan (de B.V.’s van) de dochter. Ook financieringstechnisch gezien is dit een elegante oplossing, want er hoeft niet te worden betaald bij de uitgifte van de gewone aandelen. Deze zijn immers bij aanvang niets waard. Voor de omzetting van de aandelen in de werkmaatschappij is een statutenwijziging noodzakelijk. Daarvoor moet de notaris worden ingeschakeld.

De B.V. van vader houdt, na omzetting (naast eventuele gewone aandelen) de cumulatief preferente aandelen. Over de waarde van deze aandelen wordt een (primair) dividend uitgekeerd.

Het dividend kan jaarlijks worden uitgekeerd of 'rentedragend' worden bijgeschreven bij vader's Holding B.V. Over het eventueel bijgeschreven dividend dient in de toekomst dan weer het preferente dividend te worden berekend. Na verloop van tijd kunnen de aandelen van de werk-B.V. worden ingekocht, of kunnen de aandelen worden overdragen aan de holding van dochter.

Als bij de inkoop van deze aandelen externe financiering benodigd is, biedt deze structuur het voordeel dat de financiering op het niveau van de werkmaatschappij plaatsvindt. Hierdoor is de fiscale verrekening van de rentelast in beginsel geen probleem.

Afstemming fiscus

In het geval van overdracht binnen de familiesfeer zal de fiscus kritisch toezien op de zakelijkheid van de omzetting. Er moet worden voorkomen, dat er door de omzetting goodwill en / of stille reserves naar de opvolger verschuiven. Ook dient het dividendpercentage op de cumprefs zakelijk te zijn. Dit vergt afstemming met de Belastingdienst.

De Belastingdienst pleegde akkoord te gaan met een preferent dividend dat is gebaseerd op de rente op staatsobligaties met een geringe opslag. Vaak werd in de praktijk bij de 7% aangesloten die ooit in een (overigens niet van toepassing zijnd) besluit is genoemd. Vaak wordt nu een hoger primair dividend geëist.

Voorwaarden

De door de fiscus gestelde voorwaarden zijn:

  1. De gewone aandelen worden bij statutenwijziging omgevormd tot cumulatief preferente aandelen.
  2. De aan de om te zetten gewone aandelen verbonden zichtbare en stille winstreserves, alsmede goodwill worden toegerekend aan de preferente aandelen. Hiertoe worden in de jaarrekening en in de statuten afzonderlijke reserves gecreëerd.
  3. De preferente aandelen geven recht op een zakelijke vergoeding voor het ter beschikking stellen van vermogen (primair dividend).
  4. Indien in enig jaar in plaats van een werkelijke dividenduitkering een bijschrijving plaatsvindt op de aan de preferente aandelen verbonden winstreserverekening, bestaat in de daaropvolgende jaren ook recht op het vastgestelde percentage primair dividend over deze bijschrijving.
  5. Indien in enig jaar een verlies wordt afgeboekt op de aan de preferente aandelen verbonden winstreserverekening, wordt, als in een later jaar winst wordt gemaakt, een gelijk bedrag weer bijgeschreven op deze winstreserverekening.
  6. Bij liquidatie van de vennootschap worden de aan de preferente aandelen verbonden winstreserves uitgekeerd aan de houder van de preferente aandelen.

Toepassing bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Het prettige voordeel van het werken met cumprefs boven een gewone overdracht van aandelen is, dat bij de cumprefs de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten blijven bestaan ten aanzien van de aandelen met een vastgestelde waarde. Deze aandelen kunnen dus desgewenst ooit worden geschonken aan de opvolgers. Of ze gaan bij vererving over. Let op dat hier wel voorwaarden aan zijn gesteld:

  • De preferente aandelen vormen een omzetting van een eerder door de erflater of schenker gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen.
  • De omzetting tot preferente aandelen is gepaard met het toekennen van gewone aandelen aan een ander (hier: de dochter). Door de Staatssecretaris is aangegeven dat hieraan ook is voldaan als van de door de overdrager gehouden gewone aandelen slechts een deel van de aandelen wordt omgezet in preferente aandelen en de rest van de aandelen overgaat naar de opvolger.
  • Ten tijde van de omzetting tot preferente aandelen dreef de vennootschap waarop de omgezette aandelen betrekking hadden een "echte" onderneming.
  • De verkrijger van de preferente aandelen is reeds voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder van gewone aandelen.
  • De verkrijging van indirect gehouden preferente aandelen, dus via een personal holding B.V. van vader, kan eveneens voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in aanmerking komen, omdat deze preferente deelneming als ondernemingsvermogen kan worden beschouwd voor zover dit ten tijde van de verkrijging betrekking heeft op ondernemingsvermogen in de werkmaatschappij.
[news] 2014-02-03 0000-00-00 0000-00-00 4206

Uw bedrijfspand en de bedrijfsopvolging

Bij een overdracht van een onderneming neemt een bedrijfspand een bijzondere positie in. Niet alleen vanwege de veelal hoge waarde en de mogelijk daarop rustende financiering, maar ook vanwege de fiscale gevolgen van overdracht. Moet het pand mee worden overgedragen, of blijft het als appeltje voor de dorst bij de overdrager achter? Wat zijn de mogelijkheden met betrekking tot de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten?

Een advies over uw bedrijfspand is maatwerk, maar in dit artikel geven wij een paar voorbeelden van veelvoorkomende situaties.

Privé-onderneming of samenwerkingsverband:

  • Pand is (gedeeltelijk) privévermogen
  • Pand in  verplicht ondernemingsvermogen

B.V. structuur:

  • Pand in de werkmaatschappij
  • Pand in vastgoed B.V.
  • Pand privé: terbeschikkingstelling
  • Pand privé: box 3

Binnenkort leest u hier meer over dit onderwerp.

2014-02-04 0000-00-00 0000-00-00 4207

Bedrijfsopvolging en rechtsvorm

Vooral bij een bedrijfsovername is het de vraag welke rechtsvorm passend is. Moet u kiezen voor een eenmanzaak, een B.V. of is er sprake van een samenwerkingsverband? Een belangrijke keuze. Niet alleen vanwege de fiscaliteit, maar ook vanwege aansprakelijkheid. Ook kunnen commerciële aspecten een rol spelen.

Vaak is voor een starter een in privé gedreven onderneming wel aantrekkelijk, vanwege de faciliteiten voor starters. Daarna is inbreng in een rechtspersoon (B.V. of N.V.) altijd mogelijk. Ook zonder tussentijdse fiscale afrekening. De rechtsvorm waarin de overdrager zijn onderneming heeft uitgeoefend speelt een rol, maar is niet altijd van overwegend belang. In dit artikel geven we een overzicht van de diverse opties, met elk hun eigen voordelen en nadelen.

Eenmanszaak, maat in de maatschap of firmant in een VOF

Voor starters graag een voor de hand liggende keuze. Een onderneming starten als ondernemer voor de inkomstenbelasting, bijvoorbeeld als ZZP'er of vrije beroepsbeoefenaar. Of in een samenwerkingsverband met een overdrager, als eerste aanzet naar een bedrijfsopvolging. Fiscaal levert dit vaak het meest optimale resultaat, omdat u als ondernemer (mits u voldoet aan het urencriterium en 1.225 uur werkt in de onderneming) gebruik kunt maken van diverse facilteiten voor ondernemers, zoals de MKB-winstvrijstelling, zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, willekeurige afschrijvingen en de oudedagsreserve.

Wanneer overstappen naar de B.V.?

Wij rekenenen graag voor u uit, wanneer het fiscaal beter is om uw onderneming om te zetten in de B.V., maar daarvoor moet u een behoorlijke winst behalen. Waar het omslagpunt precies ligt is afhankelijk van diverse factoren, zoals uw aftrekposten en het salaris dat u moet gaan genieten. 

U hoeft als IB-ondernemer geen salaris te genieten en dus geen rekening te houden met de regels van het gebruikelijk loon. Als de voortekenen ons niet bedriegen, worden deze regels ook nog aangescherpt in 2015. U mag nu nog binnen een 30% bandbreedte zitten van wat gebruikeljk is, vanaf 2015 zal dat waarschijnlijk 10% worden.

2014-02-04 0000-00-00 0000-00-00 4208

Bedrijfsopvolging? Is uw testament wel op orde?

Om onnodige fiscale afrekening te voorkomen, is het goed om af en toe te beoordelen / bezien of uw testament op orde is voor een goede bedrijfsoverdracht. Een testament heeft een beperkte houdbaarheid, vijf jaar is al redelijk oud. Mocht u geen testament hebben, dan wordt het ook de hoogste tijd om dat te doen.

In de praktijk constateren we dat het vaak fout gaat als de onderneming of de aandelen niet door de beoogde voortzetter van de onderneming worden verkregen, maar bijvoorbeeld door de langstlevende echteno(o)t(e). Uiteindelijk komt het wel goed, maar de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kunnen dan niet direct worden benut. 

Checklist ondernemerstestament

  1. Is er een testament opgesteld?
  2. Wanneer is het testament opgemaakt en door welke notaris?
  3. Bent u getrouwd in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden?
  4. Is er nagedacht over een directeur bij overlijden van de ondernemer?
  5. Wie is de beoogde bedrijfsopvolger voor het bedrijf?
  6. Is er een volmacht verstrekt aan iemand die hierdoor het bedrijf kan voortzetten?
  7. Wie moet na overlijden de aandelen of eigendom van de onderneming verkrijgen?
  8. Welke aandelen verkrijgt de opvolger, de werkmaatschappij(en) en / of de holding?
  9. Is er een overlijdensrisicoverzekering afgesloten (bij pensioen in eigen beheer)?
  10. Hoe moeten de aandelen gewaardeerd worden?
  11. Moeten de aandelen per direct of in termijnen worden betaald?
  12. Is het wenselijk dat de aandelen nu al gecertificeerd worden?
  13. Is er sprake van onroerend goed in de holding?
  14. Is het wenselijk dat bepaalde werknemers ook een aandelenpakket krijgen, zo ja tegen welke prijs?
  15. Naar wie gaat de woning en inboedel?
  16. Is er binnen het (familie)bedrijf een opvolgingsplan?
  17. Is een vruchtgebruikstructuur wenselijk?
  18. Moet er een bewindvoerder worden benoemd?
  19. Is een voogd wenselijk?
  20. Is een executeur voor het bedrijf en / of de privézaken wenselijk?
  21. Is een leventestament te overwegen? 
  22. Wie zijn erfgenamen en / of wie krijgt er een legaat?
  23. Moeten bepaalde mensen of kinderen niets of zo weinig mogelijk krijgen?
  24. Is een tweetrapsmaking te overwegen?
2014-02-04 0000-00-00 0000-00-00 4210

Waardering van een onderneming of B.V.

Bij een bedrijfsopvolging of bedrijfsoverdracht moet de onderneming of de aandelen van de B.V. gewaardeerd worden. Voor de waardering van een onderneming bestaan verschillende methoden. Het waarderen van ondernemingen is lastig en erg afhankelijk van:

  • de toekomst van uw bedrijf en de bedrijfscyclus;
  • de winstverwachtingen van uw bedrijf in de toekomst;
  • stille reserves in activa;
  • de potentiële koper en diens wensen en eisen;
  • de goodwill binnen uw bedrijf;
  • de rechten, patenten, octrooien binnen uw bedrijf;
  • de afhankelijkheid van de persoon van de ondernemer;
  • de mogelijkheden om de cijfers te normaliseren, etc.

Er is niet één methode om uw bedrijf te waarderen. In dit artikel worden diverse methoden toegelicht. Welke methode in uw situatie de juiste is, zal afhangen van uw bedrijf, de branche en de intenties van de koper. Elke berekening is slechts een indicatie of richtsnoer om te komen tot een uiteindelijke waarde van uw onderneming of aandelen in een B.V. Laten we zeggen dat de waardeberekening van uw bedrijf een startpunt voor onderhandelingen is. De uiteindelijke koopprijs kan ook nog hoger zijn als de koopsom niet direct kan worden betaald, deze optie zien we de laatste tijd steeds vaker.

Is uw bedrijf klaar voor bedrijfsopvolging? 

Overweeg eens een fiscale scan van uw bedrijf. Wij toetsen uw bedrijf op meer dan 100 adviesonderdelen.  Hierbij bekijken wij of u gebruik maakt van alle fiscale regels en uw bedrijf klaar is voor een mogelijke bedrijfsopvolging. Ook kijken wij naar:

  • Maakt u optimaal gebruik van de fiscale wetgeving ?
  • Is uw structuur en rechtsvorm op orde?
  • Uw positie als ondernemer/DGA t.o.v. van uw prive situatie.
  • Continuiteit, verkoop, bedrijfsopvolging op orde.
  • Optimalisatie van uw fiscale positie.
  • Check inzake mogelijk boekenonderzoek, wat zijn de risico's?
  • Loonheffingen en onkostenvergoedingen optimaal?

Stuur een e-mail voor een vrijblijvende offerte.

Waardering onderneming volgens intrinsieke waarde

Vaak wordt er gesproken over de intrinsieke waarde van een onderneming of B.V. Dit is de waarde volgens de balans van de onderneming of B.V., dus feitelijk het zichtbaar eigen vermogen van de onderneming of B.V. Voor de intrinsieke waardeberekening moet een balans worden opgesteld waarop de activa en passiva gewaardeerd worden tegen de werkelijke waarde (actuele waarde). U moet dus rekening houden met de stille reserves in activa. U moet op deze balans ook rekening houden met de in de toekomst over de boekwinst te betalen belastingen (de zogenaamde latente belastingen). Voorbeeld:

Balans volgens accountant:

Activa: pand € 100.000 en voorraad € 25.000.

Passiva: eigen vermogen € 100.000 en schuld bank € 25.000.



Balans bij werkelijke waarde:

Activa: pand € 200.000 en voorraad € 50.000.

Passiva: eigen vermogen € 200.000 en schuld bank € 25.000 en latente belastingen € 25.000 (ong. 20% stille reserves).

De intrinsieke waarde van de vennootschap bedraagt dan € 200.000.

Waardering onderneming volgens rentabiliteits- en rendementswaarde

Bij de waardering van een onderneming of B.V. volgens de rendementswaarde wordt de waarde van een onderneming bepaald op basis van de contante waarde van de te verwachten dividenden. Deze berekeningswijze wordt vaak gebruikt bij de berekening van de waarde van een onderneming of B.V. als er sprake is van kleinere aandelenpakketten.

Bij de waardering van een onderneming of B.V. volgens de rentabiliteitswaarde is de waardering gestoeld op de contante waarde van de in de toekomst te verwachten winsten. Voor een dergelijke berekening is een prognose nodig voor de eerstkomende 3 tot 5 jaren. Deze prognose moet haar rechtvaardiging vinden in historische cijfers en overige gegevens. Hierbij mag de winst worden genormaliseerd (incidenten en zaken die na de overname niet meer relevant zijn kunnen uit de winst worden gehaald).

Waardering onderneming volgens discounted-cashflow-methode

De discounted-cashflow-methode (DCF) kent meerdere varianten en is een complexe berekeningsmethode. In de praktijk wordt meestal gebruik gemaakt van de Weighted Average Cost of Capital Methode (WACC). Bij de DCF-methode wordt gerekend met de toekomstige vrije kasstromen. Voor een dergelijke berekening is wederom een prognose nodig (zie hiervoor), maar deze prognose moet nog meer details bevatten (omzet, kosten, investeringen, desinvesteringen, rentebetalingen, etc.).  Per jaar wordt vervolgens bepaald welke kasstroom aan de aandeelhouder zou toekomen. De waarde van de onderneming of B.V. is dan gelijk aan de contante waarde van de toekomstige vrije kasstromen, hierbij wordt als disconteringsfactor de WACC gebruikt. Deze WACC is ongeveer gelijk aan de gewogen kostenvoet van het vermogen van de onderneming of B.V. waarbij uitgegaan wordt van een gewenste verhouding tussen eigen en vreemd vermogen, al met al hogeschool berekenen.

Waardering onderneming volgens gewogen gemiddelden

Niet elke methode is altijd even goed toe te passen, er wordt dan ook vaak voor gekozen om verschillende berekeningen te maken om te kijken of deze ongeveer tot dezelfde waarderingen komen. Vervolgens wordt er een gemiddelde genomen. Hierbij komt het in de praktijk ook voor dat een berekening die beter bij uw bedrijf past zwaarder wordt gewogen. Ook worden prognoses die dichter bij het heden liggen zwaarder in de berekening betrokken.

[news] 2014-02-04 0000-00-00 0000-00-00 4212

Opvolgingsfaciliteit voor ondernemers

Als uw bedrijf wordt gestaakt, verkocht of geschonken, liggen er diverse fiscale claims op de loer. Deze claims kunnen (deels) worden voorkomen of uitgesteld. Hoe dat in zijn werk gaat, leest u hieronder in de korte samenvatting van de huidige faciliteiten.

Fiscale gevolgen bedrijfsopvolging

In de situatie dat de in privé gedreven (IB-)onderneming wordt overgedragen, moet gewoonlijk worden afgerekend met inkomstenbelasting. Bij verkoop van aandelen van uw B.V. in de aanmerkelijk belangsfeer (AB) moet u 25% belasting afrekenen over de aanmerkelijk belangwinst. Bij een overgang daarna van het (netto) vermogen naar uw kinderen door schenking of bij overlijden is er ook nog eens minimaal 10%, en maximaal 20% erfbelasting verschuldigd. Dit kan al met al vervelende gevolgen hebben voor uw humeur en de continuïteit van uw onderneming. Het is immers een tussentijdse fiscale afrekening die in de praktijk vaak heel slecht uitkomt.

Teneinde de overdracht van uw onderneming naar bijvoorbeeld uw kinderen fiscaal geruisloos te laten verlopen en zo de continuïteit niet in gevaar te brengen, zijn er enkele bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, die hieronder kort uiteen worden gezet.

Inkomstenbelasting

1. Doorschuiven IB-onderneming

Een ondernemer kan zijn onderneming geruisloos doorschuiven aan een medeondernemer die tenminste gedurende drie jaar als medeondernemer of als werknemer in de onderneming heeft gewerkt. De voortzetter gaat dan verder met de boekwaarden van de overdrager en neemt de fiscale claim ook over. Voor de liefhebbers: artikel 3.63 van de wet IB 2001. De koopsom kan aan de overdrager worden uitbetaald of door de overdrager aan zijn opvolger worden kwijtgescholden. De fiscale oudedagsreserve (FOR) kan alleen naar de partner worden doorgeschoven.

2. Doorschuiven IB-onderneming bij overlijden

Bij overlijden, ziekte en arbeidsongeschiktheid en enkele andere omstandigheden geldt de termijn van drie jaar niet en is de doorschuiffaciliteit direct van toepassing.

3. Doorschuiving van aanmerkelijk belang bij overlijden

Bij overlijden van de aanmerkelijkbelanghouder wordt er geen aanmerkelijk belang geheven bij overgang onder algemene titel (erven) of bijzondere titel (legaat) als voldaan wordt aan de volgende eisen:

  • de vennootschap drijft een onderneming (en is dus geen belegger) of is medegerechtigde;
  • de aandelen vormen geen aanmerkelijk belang op grond van de meetrekregeling;
  • de aandelen vormen geen ondernemingsvermogen;
  • een verkrijging bij legaat moet binnen twee jaar na overlijden plaatsvinden.

Het gedeelte van de overdrachtsprijs dat aan het vermogen van de onderneming is toe te rekenen, vermeerderd met 5% van het beleggingsvermogen, wordt zonder heffing doorgeschoven naar de erfgenamen / legataris (artikel 4.17a Wet IB 2001).

Voor preferente aandelen gelden aanvullende voorwaarden. Er moet onder meer sprake zijn van een eerdere omzetting van gewone aandelen, waarbij gewone aandelen aan een ander zijn uitgegeven. Zoals bij een gewone bedrijfopvolging dus.

4. Doorschuiving van aanmerkelijk belang bij schenking van aandelen

Schenking van aandelen aan de opvolger kan ook al bij leven. Daarvoor gelden dezelfde eisen als hierboven onder 1 tot en met 3 genoemd. Daarnaast geldt echter de aanvullende eis dat de verkrijger al sinds drie jaar bij de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken in dienstbetrekking is.

Eén en ander lijkt eenvoudig, maar is in de uitvoering redelijk complex en vereist dus de nodige planning.

Schenk- en erfbelasting

Hierboven hebben wij in het kort de inkomstenbelastinggevolgen van doorschuiving van ondernemingsvermogen besproken. Indien er ondernemingsvermogen wordt geschonken, heeft dit ook nog eens consequenties voor de schenk- en erfbelasting.

Schenken van vermogen door ouders aan kinderen kost, afgezien van vrijstellingen 10% over de eerste € 118.708 (bedragen 2011), over het meerdere wordt 20% geheven. Bij kleinkinderen is het tarief 80% hoger, derhalve 18% en 36%.

Bij een bedrijfsoverdracht kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Vanaf 1 januari 2010 geldt een forse vrijstelling voor ondernemingsvermogen. Over een waarde van € 1.000.000 is helemaal geen erf- of schenkbelasting verschuldigd, daarboven is 83% vrijgesteld. Als er dan toch nog over de resterende 17% belasting is verschuldigd, kan daarvoor rentedragend uitstel worden verleend.

Voor de onderstaande ondernemingsgerelateerde vermogensbestanddelen kan van deze faciliteit gebruik worden gemaakt:

  • de IB-onderneming;
  • een medegerechtigdheid;
  • de aanmerkelijk belangaandelen van uw B.V. of N.V.;
  • onroerende zaken die onder de TBS-regeling vallen.

Er moet sprake zijn van een reële bedrijfsopvolging. Als voorwaarde geldt daarbij een bezitseis en een voortzettingseis.

De bezitseis bij overlijden houdt in, dat de erflater de hierboven genoemde onderneming al tenminste één jaar dreef, de aandelen of andere kwalificerende vermogensbestanddelen al één jaar had. Bij schenking bij leven geldt een termijn van vijf jaren.

De voortzettingseis geldt ten aanzien van de erfgenaam of begunstigde, deze moet de onderneming vijf jaar voortzetten of de aandelen vijf jaar houden. Gebeurt dat niet, dan vervalt de vrijstelling alsnog.

Samenvatting

Er zijn zeer interessante regelingen voor bedrijfsoverdracht in de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting. Er kunnen grote fiscale voordelen behaald worden. Vanzelfsprekend is de praktijk vaak veel weerbarstiger dan de theorie, zodat u zich tijdig en goed moet laten adviseren. Dit soort advisering moet dus vroegtijdig worden opgestart en zorgvuldig gepland. Wij zijn u daarbij graag van dienst. Samen met bijvoorbeeld uw eigen notaris en accountant kunnen wij tot een afgewogen advies komen.

Schema BOF BezitsperiodeDienstbetrekkingVoorzettings-Fiscaal Beleggings-
   erflater / schenkerverkrijgervereistegevolgvermogen max.
Aanmerkelijk belangSchenkengeen36 maandgeenuitstel5%
  Overlijdengeengeengeenuitstel5%
Winst uit ondernemingSchenkengeen36 maandgeenuitstelVermogens-
TBS vermogenOverlijdengeengeengeenuitsteletikettering
Schenk- en erfbelastingSchenken5 jaargeen5 jaarafstel5%
  Overlijden1 jaargeen5jaarafstel5%

Actueel: de bedrijfsopvolgingsregeling heeft de aandacht!

Door alle commotie die de uitspraak van het Gerechtshof in de Den Bosch heeft opgeleverd over de discriminerende werking van de BOR heeft Staatssecretaris Wiebes aangekondigd nog eens goed te kijken naar de regelingen. En met kijken bedoelt hij of de regelingen (die ondanks het feit dat de Hoge Raad de uitspraak van het Hof Den Bosch heeft vernietigd) de overheid veel geld kosten, niet kan beperken of afschaffen. Tijdens deze kabinetsperiode zal dat niet gebeuren, zegt Wiebes, maar wacht niet te lang. Een kabinet is ook niet eeuwig houdbaar! 

2014-02-04 0000-00-00 0000-00-00 4213

Toekomst bedrijfsopvolgingsregelingen, uitstel van executie?

Staatssecretaris Wiebes heeft in een brief aan de Tweede Kamer het voornemen geuit om de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten nader te bezien en te kijken of kan worden volstaan met een lager vrijstellingspercentage of met een betalingsregeling. Uit gegevens van de Belastingdienst zou blijken dat de te betalen erfbelasting in 70% van de gevallen uit de nalatenschap gewoon had kunnen worden betaald als geen sprake was geweest van een vrijstelling. Zoals te verwachten kwam er een storm van kritiek. 

Stop de bedrijfsopvolgingsregeling?

De door de Staatssecretaris aangekondigde afzwakking van de BOF zal in ieder geval niet tijdens de huidige kabinetsperiode worden doorgevoerd, zo laat het Ministerie van Financiën aan het FD weten. Ondernemers, werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland zagen het plan van Wiebes geheel niet zitten. Zij waren "verbijsterd" over de "proefballon" van de bewindsman. En dat juist een Staatssecretaris van VVD-huize met het voorstel kwam, schoot velen in het verkeerde keelgat.



Het kabinet heeft aangegeven wel door te gaan met het voorbereiden van de belastingherziening, die zal leiden tot belastingverlaging voor burgers en bedrijven.

Conclusie

Hoe lang een kabinetsperiode duurt weet niemand. Toch maar niet te lang wachten met plannen maken, lijkt dus toch het devies!

[news] 2014-05-06 0000-00-00 0000-00-00 4294

Geruisloze terugkeer uit de B.V.

In onze dagelijkse praktijk adviseren wij veel ondernemers over de juistheid van de rechtsvorm van hun onderneming. Naast redenen als voorbereiden voor staken, opvolgen of samenwerken zijn toenemende of juist tegenvallende bedrijfsresultaten vaak aanleiding voor een goede analyse. Vaak gevolgd door een wijziging. In het hedendaagse economische klimaat blijkt de B.V.-vorm verre van (fiscaal) optimaal. Afgezien van de civielrechtelijke aspecten (zoals aansprakelijkheid) is dan al snel de wens uitgesproken om een goed alternatief te bedenken. Daarbij komt ook de toenemende druk op de omvang van het gebruikelijk loon, die de B.V.-vorm onaantrekkelijk maakt. In 2013 wordt de doelmatigheidsmarge verlaagd van 30% naar 10% en moet er € 150 miljoen uit de zak van de DGA worden geklopt. 

Afrekenen of niet  

Vaak zal een terugkeer uit de B.V. simpelweg kunnen worden geregeld door overdracht van de activa en passiva aan de aandeelhouder. Eventueel in overleg met de fiscus kunnen de voorwaarden worden bepaald (eventuele stille reserves, zakelijke goodwill zal er al vaak niet meer zijn). De B.V. kan in stand blijven met eventuele pensioen- of stamrechtverplichtingen. Afrekenen is dan in feite niet aan de orde. Eventuele stille reserves vallen dan in de verrekenbare verliezen en kunnen in de voortzettende IB-onderneming worden afgeschreven. Geen probleem en redelijk overzichtelijk. Ook is een eventuele VOF samen met de B.V mogelijk. Als er verliezen zijn, is een alternatief wellicht beter.

Fiscale verliezen

Het nadeel is dat eventuele compensabele verliezen, die in de B.V. zijn opgebouwd niet kunnen worden meegenomen. En die zijn er vaak in ruime mate! De B.V. maakt ook in de toekomst geen winsten waarmee ze verrekend kunnen worden en na negen jaar zijn ze verdampt en daarmee is een fiscaal voordeel verdwenen. Is dat uw situatie, maak dan gebruik van de geruisloze terugkeerfaciliteit.

Geruisloze terugkeerfaciliteit

De wetgever heeft een faciliteit in het leven geroepen, die in tegenstelling tot de geruisloze inbreng in de B.V. niet vaak wordt toegepast. De complexiteit van de uitvoering en het feit dat de B.V. verplicht moet worden ontbonden, maakt de regeling niet populair, maar in het geval van veel compensabele verliezen kan het wel een te overwegen mogelijkheid zijn.

Kern van de regeling:

  • Onderneming gaat op overgangstijdstip over op de aandeelhouders.
  • Geldt alleen voor materiële onderneming, holdingstructuur moet worden ontbonden (juridische fusie). 
  • Aandeelhouders worden ondernemer en moeten de intentie hebben om de onderneming voort te zetten.
  • De voormalige werk B.V. wordt geliquideerd.
  • De bestaande fiscale claims (VPB en aanmerkelijk belang) worden omgezet in een inkomstenbelastingclaim.
  • De verrekenbare verliezen van de B.V. worden verrekenbare ondernemingsverliezen in privé.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        ivé 
  • Pensioen en stamrecht moet worden afgestort (dat is vaak een belemmering).
  • Beperkte terugwerkende kracht mogelijk, zorg voor intentieverklaring (voor 1 oktober). 

Advies nodig?

Een geruisloze terugkeer is redelijk complex, maar wij hebben hier ervaring mee. Wij kunnen u dus adviseren, dus neemt u vooral een keer (vrijblijvend) contact met ons op.

Geruisloze terugkeer uit de B.V. [news] 2014-09-03 0000-00-00 0000-00-00 4356

Bedrijfsopvolging via verhuur werkt niet

Henk heeft een onderneming en in 2010 komt Henk te overlijden. De onderneming is gevestigd in een warenhuis. De dochter van Henk, we noemen haar Jacklien, is enig erfgenaam. Ze pakt na het overlijden van Henk de onderneming verder op en verhuurt vanaf 2011 de onderneming / het warenhuis aan een derde. Centrale vraag: "is er sprake van voortzetting van de onderneming?" Als een onderneming namelijk belastingvrij wordt overgedragen, moet deze 5 jaar worden voortgezet. De rechter vindt van niet, hier zijn wij het wel mee eens. Had het slimmer gekund? Zeker ...

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Procedure over BOF en verhuur

De voorzettingseis in de wet staat in artikel 35e van de successiewet.

  • "...... de verkrijger houdt op uit de onderneming of een gedeelte daarvan winst te genieten."

Dit artikel moet worden gelezen in combinatie met artikel 35b, vijfde lid SW, hierin staat dat de onderneming door de verkrijger vijf jaar moet worden voortgezet. Tijdens de gesprekken over deze wet is door het parlement hierover het volgende gezegd:

  • In beginsel volgt de bedrijfsopvolgingsregeling voor de zogenoemde voortzettingseis het stakings- en vervreemdingsbegrip uit de Wet inkomstenbelasting 2001. Dit kan anders zijn wanneer de specifieke aard van de bedrijfsopvolgingsregeling daarom vraagt. Indien bijvoorbeeld bij de overdracht van een onderneming gebruik wordt gemaakt van artikel 3.63 Wet IB 2001, wordt de onderneming voor de inkomstenbelasting geacht niet te zijn gestaakt. Deze niet-stakingsfictie werkt niet door naar de bedrijfsopvolgingsregeling. In zoverre bestaat er overigens geen wijziging ten opzichte van de huidige regeling.” (MvT, Kamerstukken II 2008 /09, 31 930, nr. 3, p. 46.)

Via de Wet op de Inkomstenbelasting kan een voortgezet ondernemerschap worden gevraagd. Volgens de erfgenaam is hiervan sprake. De rechter kiest - zoals hierboven omschreven - een andere route: "de oorspronkelijke onderneming moet worden voortgezet". Dat de erfgenaam via de verhuurroute ook winst uit onderneming geniet vindt de Rechtbank niet relevant. Uit een oude uitspraak van de Hoge Raad volgt dat verhuur van een onderneming moet worden gezien als een andere / gewijzigde vorm, dus geen staking.

Of er beroep is ingesteld is ons nu onbekend.

Oplossing voor verhuur en BOF 

Dat een verhuurder iets anders is dan een ondernemer zal voor iedere lezer wel helder zijn, immers de verhuurder krijgt huur en de huurder krijgt de winst (te verminderen met de huursom en overige kosten van de onderneming). De rechter loopt wel een bijzondere route waar wel wat tegen is in te brengen. Immers het bedrijf wordt (hoewel in een andere vorm) voortgezet door de erfgenaam. De erfgenaam had er beter voor kunnen kiezen om de onderneming voort te zetten in bijvoorbeeld een B.V. of coöperatie (artikel 10 uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting) en de huurder langzaam in deze B.V. laten ingroeien en hem als (mede-)bestuurder te benoemen.

Bron verhuur en bedrijfsopvolging

Rechtbank Den Haag, 21 januari 2016, 15/3326.

Hoge Raad 26 januari 1955 12.088.

[news] 2016-05-26 0000-00-00 0000-00-00 4934

Bedrijfsopvolging in de overdrachtsbelasting

Dat het overdragen van ondernemingsvermogen of aandelen in een familie-B.V. onder de bedrijfsopvolgingsregeling zonder schenk- en inkomstenbelasting mogelijk is, is een bekend gegeven. De wet biedt hiervoor een aantal faciliteiten. De overdrachtsbelasting blijkt echter in de praktijk een lastig dingetje. Rechtbank Noord Nederland kijkt verder dan de letterlijke wettekst en stelt dat de bedrijfsopvolgingsregeling in de overdrachtsbelasting ook geldt als aandelen in een onroerend-goed-lichaam (OG-lichaam) worden geschonken.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Wat was de casus inzake de BOR?

Belanghebbende krijgt de aandelen in een B.V. geschonken van zijn moeder. Op de balans van de B.V. stonden een 40-tal verhuurde studentenpanden, 4 winkelpanden en 3 garageboxen. Daarnaast had deze B.V. een 100% belang in een materiële onderneming. Vanwege de waarde van het onroerend goed in vergelijking tot het overige vermogen van de B.V., wordt deze B.V. voor de overdrachtsbelasting aangemerkt als een OG-lichaam. Fiscaal wordt dan gedaan alsof moeder onroerend goed heeft geschonken in plaats van aandelen. Deze fictie kost zoon echter wel € 141.360 aan overdrachtsbelasting. Voor de schenk- en inkomstenbelasting gaat de schenking wel goed omdat de inspecteur oordeelt dat de B.V. een materiële onderneming drijft.

Uiteraard is zoon het hier niet mee eens. Hij beroept zich op de vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor overdracht van binnen de onderneming gebruikte onroerende zaken. Hierbij moet worden opgemerkt dat zoon tot de voor toepassing van deze vrijstelling geldende familiekring behoort. De inspecteur stelt dat de letterlijke wettekst geen ruimte laat voor een vrijstelling bij schenking van fictieve onroerende zaken (in casu de aandelen). Volgens de inspecteur blijkt uit de wet dat de vrijstelling slechts is bedoeld voor overdrachten van tot een IB-onderneming behorende onroerende zaken.  

De rechter sluit in haar uitspraak aan bij de achtergrond van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de overdrachtsbelasting: het wegnemen van fiscale belemmeringen bij overdracht binnen familieverband. Dat de wettekst spreekt over ‘onderneming‘ maakt het oordeel van de rechter niet anders nu dit begrip aansluit bij het ondernemingsbegrip welke in andere heffingswetten (IB / Successiewet) wordt gehanteerd (de materiële onderneming).

Voor de praktijk

Natuurlijk is een dergelijke uitspraak altijd mooi, voor de praktijk is het echter nog geen gelopen race. Als sprake is van een vennootschap met onroerend goed moet eerst de discussie worden gewonnen dat sprake is van een materiële onderneming. Exploitatie van onroerend goed valt vaak onder de categorie beleggingen. Als deze horde gepasseerd is krijg je vervolgens nog de discussie over de overdrachtsbelasting. Naar de letter van de wet kan de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet toegepast worden op een verkrijging van aandelen in een OG-lichaam. De Hoge Raad heeft echter op 10 juni 2011 geoordeeld dat het feit dat de onroerende zaken worden gehouden door een B.V. niet op andere wijze mag worden behandeld dan indien een privépersoon deze onroerende zaken zou bezitten (de doorkijkarresten). In onderhavige uitspraak wordt het standpunt van de Hoge Raad bevestigd.

De Hoge Raad gaat zich nu over deze casus buigen, pas dan is duidelijk hoe een starre wettekst moet worden uitgelegd en toegepast. Wordt vervolgd ... 

Wilt u weten of uw vennootschap kwalificeert voor de bedrijfsopvolgingsregeling, neem dan contact met ons op. De mogelijkheden reiken wellicht verder dan u vermoedt. 

Bron

Rechtbank Noord Nederland 22 juli 2016 (ECLI:NL:RBNNE:2016:3373).

Hoge Raad 10 juni 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ7580).

[news] 2017-03-10 0000-00-00 0000-00-00 5091

Bedrijfsopvolging en onroerend goed

In een B.V. zit veel onroerend goed. De eigenaar van de B.V. (de DGA) komt te overlijden. De aandelen gaan over naar de heer X en de broer van de overleden DGA. De vraag is of in de B.V. een materiële onderneming is ondergebracht. Als dit zo zou zijn, dan gaan de aandelen vrijwel zonder heffing over naar de erfgenamen. De Rechtbank is van mening dat er sprake is van een echte onderneming (materiële onderneming), het Gerechtshof is het niet met de Rechtbank eens (geen onderneming). De Hoge Raad verwijst de zaak naar een ander Gerechtshof omdat er volgens de Hoge Raad wel sprake is van een onderneming.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Ontwikkelingsactiviteiten vormen onderneming voor BOF

De heer X, zijn broer en hun vader zijn aandeelhouder in Y B.V. In deze B.V. zit veel onroerend goed en wordt ook onroerend goed ontwikkeld. De aandelen vererven aan de heer X en zijn broer. Het Gerechtshof was van mening dat de omvang van de ontwikkelingsactiviteiten t.o.v. de overige activiteiten in de B.V. te beperkt is voor een materiële onderneming. De Hoge Raad is dit niet met het Gerechtshof eens. Er moet worden gekeken of de ontwikkelingsactiviteiten op zichzelf bezien kunnen worden aangemerkt als onderneming. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof in Amsterdam voor nader onderzoek.

Grote portefeuille is onderneming voor BOF

In een BV zit voor ruim 7 miljoen aan onroerende zaken (winkelcentra, kantoren en hallen). Zowel de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2016:17102) als het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2018:794) zijn van mening dat er sprake is van een onderneming (en dus kan de bedrijfsopvolgingingsfaciliteit worden toegepast). Belangrijkste redenen:

  • omvang van de onroerend goed portefeuille
  • het rendement
  • voortdurend inschakelen van externe deskundigen (zoals makelaars en juristen)
  • werkzaamheden gericht tot behalen hoger rendement dan normaal (gemiddeld 6% en in deze casus 9%)

Noot fiscaal jurist

Bedrijfsopvolging is fiscaal erg aantrekkelijk geworden. Voor ondernemers die van plan zijn hun eenmanszaak, VOF of B.V. eerdaags voor een aantrekkelijk prijsje aan één van hun kinderen over te doen, kan de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van belang zijn. Veel klanten van ons kantoor vinden het prettig dat hun kinderen de zaak voortzetten. Begrijpelijke emotie noem ik dit. Door de onderneming tegen een lagere prijs dan de werkelijke waarde te verkopen of door de koopsom geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, willen zij hun kinderen steunen. De Successiewet merkt dit als schenking aan, belasting betalen dus. Sinds 2010 is deze faciliteit verder uitgebreid. Onder bepaalde voorwaarden wordt over de eerste € 1.000.000 aan geschonken ondernemingsvermogen in het geheel geen schenkbelasting meer geheven. Het daarboven geschonken ondernemingsvermogen is voor 83% vrijgesteld van heffing van schenkbelasting. De belangrijkste voorwaarde is dat er sprake is van een echte onderneming, een materiële onderneming zoals de fiscale wet dit omschrijft. Bij onroerende zaken is er vaak discussie over dit onderwerp. De laatste jaren schuift de jurisprudentie langzaam op richting "ook stenen kunnen een bedrijf vormen". Laat u wel voordien goed adviseren en doe dit tijdig (6 jaar voor de opvolging).

Bron bedrijfsopvolging

Hoge Raad d.d. 10 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:396).

Gerechtshof Den Haag d.d. 1 juli 2016 (ECLI:NL:GHDHA:2016:2167).

Rechtbank Den Haag d.d. 3 juni 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:16718).

[news] 2017-03-14 0000-00-00 0000-00-00 5092

Geen BOF voor liquide middelen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in de successiewet is een gunstige regeling om belastingvrij een bedrijf en / of vermogen over te dragen. Het wordt nog interessanter als beleggingsvermogen kan worden omgevormd in ondernemingsvermogen. Voor beleggingsvermogen geldt namelijk de BOF niet. Liquide middelen of beleggingsvermogen mag slechts voor 5% van het ondernemingsvermogen worden meegenomen, een kleine pleister derhalve. Er zijn manieren om beleggingsvermogen om te vormen tot ondernemingsvermogen.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Bedrijfsmiddelen kopen en BOF verhogen

Als het vermogen nodig is voor de onderneming, dan mag dit vermogen wel worden meegenomen voor de BOF. Dit vermogen moet dan binnen afzienbare tijd nodig zijn voor de onderneming, bijvoorbeeld in verband met het aankopen van activa.

Leningen aflossen en BOF verhogen

Als een DGA geld in de B.V. stort (als aandelenkapitaal) en dit geld gebruikt om leningen af te lossen (bijvoorbeeld een lening voor een pand of andere activa), dan kan de BOF ruimer worden toegepast.

Procedure over BOF en liquide middelen

Een man erft aandelen in 2009. In 2007 is de B.V. begonnen met de bouw van een schip. Het schip had een waarde van € 2,4 miljoen. Tevens stond er nog € 3 miljoen op een bankrekening, dit geld is nodig om het schip (een stoomboot) te realiseren. Tot zover is er niet zoveel aan de hand en zou het gehele vermogen als ondernemingsvermogen moeten kwalificeren. De kaarten liggen echter anders. De rechter en de inspecteur zijn van mening dat het schip niet als ondernemingsvermogen kan worden gezien. De B.V. richtte zich op de handel in stoomketels en niet op de exploitatie van schepen. Met het schip kon ook geen geld worden verdiend, dit wordt niet beoogd en is in redelijkheid ook niet te verwachten. De exploitatie van het schip kan niet worden gezien als een bedrijfsmatige activiteit. Het schip is geen ondernemingsvermogen en hiermee het geld ook niet, aldus de rechter.

Vragen over de BOF  

De BOF kan op vele manieren worden vormgegeven en geoptimaliseerd. Wij hebben diverse adviezen en procedures over dit onderwerp gevoerd en vele ondernemers - soms in overleg met de Belastingdienst - bijgestaan bij het vormgeven van de BOF binnen hun bedrijf, meestal zijn dit MKB-bedrijven / familiebedrijven. Heeft u vragen? Bel gerust voor een vrijblijvende afspraak.

Bron BOF en liquide middelen

Rechtbank Den Haag d.d. 9 maart 2017 (ECLI:NL: RBDHA:2017:3400).

[news] 2017-04-15 0000-00-00 0000-00-00 5119

Inkomstenbelastinglatentie bij schenken en erven van aandelen

Bij de verkrijging van aandelen waarbij een beroep is gedaan op de doorschuiffaciliteiten die de Wet op de inkomstenbelasting 2001 kent, mag er voor de schenk- en erfbelasting (Successiewet 1956) rekening gehouden worden met een inkomstenbelastinglatentie. Deze latentie is opgenomen in de Successiewet 1956 en bedraagt 6,25%.

Voor de toepassing van deze latentie bestond lange tijd nog enigszins onduidelijkheid, aan deze onduidelijkheid heeft de Hoge Raad in 2017 een einde gebracht.

In de situatie die zich voordeed verkreeg belanghebbende krachtens schenking een aandelenpakket ter waarde van € 23 miljoen. Van deze verkrijging was € 19 miljoen vrijgesteld op grond van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956. Voor de inkomstenbelasting bleef afrekening over de € 23 miljoen volledig achterwege, echter werd de (lagere) verkrijgingsprijs doorgeschoven. De begiftigde dient daardoor in de toekomst nog een keer af te rekenen voor de inkomstenbelasting, tegen 25% (tarief 2017).

Bij het doen van de aangifte schenkbelasting heeft belanghebbende de belastinglatentie gesteld op € 23 miljoen x 6,25%, ruim € 1,4 miljoen. Belanghebbende was van mening dat op de belaste verkrijging van € 4 miljoen een bedrag van ruim € 1,4 miljoen in mindering gebracht diende te worden. Rechtbank Zeeland - West Brabant was het niet met belastingplichtige eens, waarna er sprongcassatie is ingesteld.

De Hoge Raad stelt de Rechtbank Zeeland - West Brabant in het gelijk. De inkomstenbelastinglatentie dient evenredig te worden toegerekend aan zowel de vrijgestelde als het belaste deel van de verkrijging. Deze uitspraak leidt ertoe dat niet ruim € 1,4 miljoen in mindering gebracht kan worden op de verkrijging, maar “slechts” € 250.000.

Een uitspraak die duidelijkheid schept, edoch de uitkomst was vooraf wellicht al wel te verwachten gezien hetgeen hieromtrent in de parlementaire geschiedenis is geschreven.

Bent u bezig met de bedrijfsopvolging en wilt u uw onderneming fiscaal zo voordelig mogelijk overdragen? Neem dan contact op met de auteur van dit artikel voor een vrijblijvend gesprek.

Bronnen

Rechtbank Zeeland - West-Brabant, 23 maart 2016, nr. 15/5498.

Hoge Raad, 14 april 2017, nr. 16/02345.

Rechtbank Den Haag, 5 september 2017, nr. 16/7487.

Inkomstenbelastinglatentie bij schenken en erven van aandelen [news] 2017-11-14 0000-00-00 0000-00-00 5220

Bedrijfsopvolgingsregeling en liquiditeit

Een belastingplichtige (een B.V.) is een boot aan het bouwen. Er staat nog geld in de B.V., dit geld is nodig om de boot af te bouwen. Kan de bedrijfsopvolgingsregeling worden toegepast?

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Liquiditeit en bedrijfsopvolging

Mevrouw Jansen komt in 2009 te overlijden. Haar echtgenoot (Henk Jansen) en hun 2 dochters zijn de erfgenamen. Mevrouw Jansen heeft een 50% belang in een B.V., deze B.V. heeft een belang in een B.V. die zich bezighoudt met de handel en verhuur van stoomketels. Er is ook een B.V. die een stoomschip aan het bouwen is. Met de bouw is in 2007 begonnen, in 2012 is de boot klaar. Op het moment van overlijden staat er nog ruim € 3.000.000 op de bank (liquide middelen). Deze middelen zijn nodig om de boot af te bouwen. Centrale vraag is: "mag de bedrijfsopvolgingsregeling worden toegepast?" Volgens de Belastingdienst en de Rechtbank kan de bedrijfsopvolgingsregeling niet worden toegepast. De reden is: "met een museumschip als deze kun je geen geld verdienen" (winst beoogen en verwachten). De totale kosten van het schip bedragen € 8.000.000.

De erfgenamen stappen naar het Gerechtshof in Den Haag.

Rechter over bedrijfsopvolgingsregeling en liquiditeit

Het Gerechtshof in Den Haag vindt het aannemelijk dat de B.V. op de overlijdensdatum in 2009 de intentie had om het schip af te bouwen. Het schip is gebouwd om innovatie binnen de stoomwereld te ontwikkelen, het is immers milieuvriendelijk. Er is ook een RDA-beschikking afgegeven door het Ministerie. Het schip wordt als ontwikkelingsproject gezien, mede voor de stoomketels die in een andere B.V. worden verkocht. Het schip wordt niet voor privédoeleinden gebruikt. Het schip en het geld zijn dus verplicht ondernemingsvermogen. De (mogelijke wan-)verhouding tussen de investering en het nut van een vermogensbestanddeel voor de onderneming is niet bepalend voor deze kwalificatie. Deze is wel van belang bij de beoordeling van de vraag of met de investering verbonden kosten een zakelijk- of privékarakter hebben. De familie Jansen krijgt gelijk van de rechter !

Noot fiscaal jurist over bedrijfsopvolging

Een boeiende uitspraak, soms kunnen liquide middelen ook onder de bedrijfsopvolgingsregeling vallen. De uitspraak van het Gerechtshof wordt zorgvuldig (met de wettekst in de hand) geformuleerd. Dit zal een opstap worden naar een ruimere toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling. De woorden "verplicht ondernemingsvermogen" komen vaak voor in de vastgoedwereld en / of bij projectontwikkeling. In de periode van ontwikkeling (als er nog geld staat) kan dus een totaalproject (met wat mitsen en maren) onder de bedrijfsopvolgingsregeling worden ondergebracht.

Bron bedrijfsopvolging en rechtspraak

Gerechtshof Den Haag d.d. 15 november 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:3353).

Rechtbank Den Haag d.d. 9 maart 2017 (ECLI:NLRBDHA:2017:3400).

[news] 2017-12-20 0000-00-00 0000-00-00 5240

Geen BOR voor vastgoed-B.V.

De toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) bij schenking / vererving van aandelen in een vastgoedvennootschap levert een aanzienlijk belastingvoordeel op. Immers, een schenking of vererving van deze aandelen wordt al snel belast met 20% erfbelasting. Hof Amsterdam heeft recent een enigszins opmerkelijke uitspraak gedaan over de toepassing van de BOR. De uitspraak betreft een verwijzingsarrest van de Hoge Raad.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Achtergronden: BOR en vastgoed-B.V.

Aan de Hoge Raad werd de vraag voorgelegd of de BOR toegepast kan worden op vererving van aandelen in een vastgoed-B.V. De Hoge Raad oordeelde op 10 maart 2017 dat de BOR van toepassing is als de vastgoed-B.V. een materiële onderneming drijft. De exploitatie van het onroerend goed moet het normaal vermogensbeheer te buiten gaan. Aldus wordt sterk de vergelijking gezocht met de situatie in de inkomstenbelasting. Hierbij speelt het aspect ‘arbeid’ een belangrijke rol. Heb je een box-3 pandje voor de verhuur, dan is de huuropbrengst onbelast (box 3). Koop je echter een pandje, knap je het vervolgens zelf op en verkoop je deze daarna met flinke winst, dan loop je het risico dat de winst in box 1 belast wordt.

Voor de toetsing van het begrip ‘meer dan normaal vermogensbeheer’ aan de feitelijke situatie van belastingplichtige, heeft de Hoge Raad de zaak terugverwezen naar Hof Amsterdam. Reikhalzend werd dan ook uitgekeken naar de uitspraak van het verwijzingshof, helaas valt hier nog wel het een en ander over op te merken …  

Wat was de casus: geen BOR voor vastgoed-B.V.

De DGA overleed en in zijn nalatenschap zaten onder andere certificaten van aandelen in een vastgoed-B.V. Deze vennootschap hield zich bezig met:

  • verhuur van onroerend goed;
  • de administratie;
  • onderhield intensieve contacten met diverse betrokken partijen;
  • ontwikkeling van vastgoedprojecten in de jaren 2003 tot en met 2012 (tussen 2008 en 2011 niet).    

In geschil is of de BOR toegepast kan worden op de vererving van de certificaten. Hof Amsterdam vindt van niet omdat dat de ontwikkelingsactiviteiten in het jaar voorafgaand aan het overlijden van de DGA niet kunnen worden aangemerkt als een materiële onderneming. Het Hof overweegt daarbij dat partijen geen bijzondere activiteiten hoefden te verrichten om toestemming voor de bouw te verkrijgen (geen bestemmingsplanwijziging). De werkzaamheden houden volgens het Hof dan ook niet meer in dan de gebruikelijke werkzaamheden voor onderhoud, verhuur en verkoop van een onroerende zaak. Dit is geen arbeid die normaal vermogensbeheer te boven gaat. Het gelijk is aan de inspecteur.

Het Hof oordeelt daarnaast nog dat het ondernemingsvermogen nihil is en dat de BOR om deze reden geen effect sorteert.

Noot fiscaal jurist 

Hoewel de uitkomst waarschijnlijk niet anders zal zijn voor belastingplichtige – immers zal de BOR inderdaad geen effect hebben als het ondernemingsvermogen niets waard is –zet ik wel vraagtekens bij de wijze waarop het Hof de discussie beslecht. Allereerst is het bijzonder dat het Hof voor de beoordeling of sprake is van een materiële onderneming, slechts kijkt naar de activiteiten in het jaar voorafgaande aan het overlijden (de bezitseis bij overlijden). Dit zou betekenen dat, als de aandelen geschonken zouden zijn, de uitkomst mogelijk anders uit kan vallen. Bij schenking wordt immers gekeken naar de vijf voorafgaande jaren. 

Ten tweede zegt het Hof impliciet dat er alleen bij wijziging van een bestemmingsplan sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer. Het lijkt mij echter dat een bestemmingsplanwijziging bijdraagt aan een voor belastingplichtige positief oordeel, maar dat dit zeker niet doorslaggevend mag zijn. Immers moet het feitencomplex in zijn geheel beoordeeld worden, er zijn vergunningen gevraagd en verstrekt, er wordt arbeid verricht, etc. Het oordeel van het Hof strookt op dit punt niet met de reeds bestaande jurisprudentie. Sterker nog, had de ontwikkeling plaatsgevonden in box 3, dan had belastingplichtige een behoorlijke discussie met de fiscus tegemoet kunnen zien over de belastbaarheid van de opbrengsten.

Al met al een uitspraak waar de praktijk weinig mee kan …

Bronnen 

Gerechtshof Amsterdam 3 juli 2018 (gepubliceerd 19 september 2018), ECLI:NL:GHAMS:2018:3294;

Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:396.

Jongbloed Fiscaal juristen: Bedrijfsopvolging en onroerend goed

[news] 2018-11-23 0000-00-00 0000-00-00 5746

Bedrijf overdragen aan personeel

Op enig moment zal de directeur-grootaandeelhouder (DGA) nadenken over de verkoop of overdracht van zijn bedrijf. Als overdracht in de familie niet direct zou kunnen, is de overdracht aan het personeel wellicht te overwegen. In dit artikel enkele aandachtspunten voor een dergelijke overdracht. Wilt u hierbij advies, neem dan contact op met onze experts.

Personeel als bedrijfsopvolger

Het voordeel van het verkopen aan een medewerker / personeelslid is dat hij / zij de onderneming goed kent. Of deze persoon ook leiding kan geven aan het bedrijf is vaak wel de vraag, laat dit ook door een derde beoordelen. Het personeelslid moet, naast een vakman of vakvrouw zijn, ook verstand hebben van de strategie, financiën, HR-beleid en een visie hebben over de toekomst. Ook is ondernemerschap wenselijk.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Werknemersparticipatie

Voor een werknemersparticipatie zijn de volgende zaken van belang:

  1. Waarde onderneming: wat is de waarde van de onderneming en kan de onderneming eventueel lichter worden gemaakt (via overdracht activa, zoals het bedrijfspand of de materiële vaste activa). Wellicht is een herstructurering wenselijk, dit via een zogenaamde tussenholding of letteraandelen.
  2. Betaling koopsom: is het voor de werknemer mogelijk om het bedrijf te betalen? Dit kan via een bank of externe investeerder (of met eigen middelen, welke vaak onvoldoende zijn).
  3. Fiscale consequenties: de verkoop van een bedrijf aan een werknemer is een transactie welke bij de Belastingdienst onder een vergrootglas ligt. Het is een zogenaamde besmette transactie, als de waarde te laag is kan sprake zijn van (belast) loon. De voorwaarden moeten derhalve zakelijk zijn en wellicht is afstemming met de Belastingdienst noodzakelijk. Er zijn ook fiscale mogelijkheden om een bedrijf fiscaal gunstig aan een werknemer over te dragen. De werknemer moet hiertoe minimaal 36 maanden in dienstbetrekking zijn bij de onderneming.
  4. Overeenkomsten: het vastleggen van de afspraken is vakwerk, een ervaren adviseur is wenselijk. Ook is het van belang dat uw werknemer een eigen adviseur in de hand gaat nemen, dit om discussies zoveel mogelijk te voorkomen. Als u niet tot overeenstemming komt, moet het niet zo zijn dat de werknemer vertrekt en / of er andere conflicten ontstaan. Externe adviseurs kunnen dit voorkomen.

Vragen over een werknemersparticipatie

Wij adviseren regelmatig bij een werknemersparticipatie. Heeft u vragen of opmerkingen, neem dan gerust contact op met één van onze specialisten. Wij werken veelal samen met een externe accountant.

[news] 2020-10-29 0000-00-00 0000-00-00 6771

Bedrijfseinde en transitievergoeding

Transitievergoeding bij einde dienstverband

Indien het dienstverband van een werknemer eindigt op initiatief van de werkgever, dient de werkgever in beginsel de werknemer een transitievergoeding te betalen. Dit geldt zowel bij vaste als bij tijdelijke werknemers. De wet benoemt tevens situaties waarin geen recht op een transitievergoeding bestaat, zoals bij faillissement van de werkgever. Zoals zal blijken in de volgende paragraaf, kan de verplichting om de transitievergoeding te betalen bij pensionering of overlijden van de werkgever vergaande gevolgen hebben. Daarom kunnen kleine werkgevers deze transitievergoeding(en) onder voorwaarden gecompenseerd krijgen. Die voorwaarden beschrijven wij in het verdere deel van dit artikel.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

DIT ARTIKEL IN 10 REGELS

Werkgevers die hun bedrijf beëindigen bij pensionering of door overlijden zijn wettelijk verplicht al hun werknemers transitievergoedingen te betalen. In de praktijk leidt dit regelmatig tot het aanwenden van privévermogen en / of faillissement. Per 1 januari 2021 treedt een compensatieregeling in werking. Kleine werkgevers kunnen dan de transitievergoedingen bij bedrijfseinde door pensionering of overlijden gecompenseerd krijgen. Hiervoor gelden strikte voorwaarden en termijnen. Uiteraard dienen ook andere, fiscale aspecten niet uit het oog verloren te worden. Het tijdig inschakelen van een specialist kan ongunstige situaties voorkomen.

Transitievergoeding en bedrijfseinde

Werkgevers die hun bedrijf beëindigen, doen dat meestal als ze er in een eerder stadium niet in zijn  geslaagd om een opvolger te vinden. Bij het overlijden van de ondernemer geldt dit vaak ook, doch dan hebben de erfgenamen / mede-eigenaren deze zoektocht verricht. Bij een bedrijfseinde dienen alle werknemers te worden ontslagen. Dat betekent ook dat de werkgever alle werknemers een transitievergoeding dient te betalen. Dit kan behoorlijk in de papieren lopen.

Kleine werkgevers lopen daarbij vaak tegen problemen aan. Indien zij met pensioen gaan of indien de onderneming eindigt door overlijden, is het geld voor al die transitievergoedingen er vaak niet. In de praktijk zien wij vaak dat werkgevers dan hun pensioenpot aanwenden, failliet gaan of hun privévermogen inzetten. De wetgever heeft deze onwenselijke situatie waargenomen en daarom is deze compensatieregeling er gekomen.

Compensatieregeling transitievergoeding bij bedrijfseinde

De kleine werkgever kan worden gecompenseerd voor verstrekte transitievergoedingen. Het doel is om de werkgevers (of erfgenamen) tegemoet te komen in de situatie dat een bedrijfsbeëindiging plaatsvindt door pensionering of overlijden. De werknemers moeten dan worden ontslagen en de transitievergoedingen dienen te worden betaald. Dit leidt regelmatig tot aanwending van het privévermogen, terwijl vanwege de beëindiging van de activiteiten naar verwachting al een inkomensachteruitgang plaatsvindt.

Wanneer is compensatie transitievergoeding bij bedrijfseinde mogelijk?

Wij benoemen hieronder de voorwaarden in de vorm van een opsomming. Daarna behandelen wij iedere voorwaarde afzonderlijk. De voorwaarden luiden als volgt:

  • De arbeidsplaatsen vervallen wegens het beëindigen van de werkzaamheden van de onderneming;
  • De werkgever voldoet aan het criterium om te worden aangemerkt als kleine werkgever;
  • De werkgever heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, dan wel is overleden;
  • De vergoeding voldoet aan de gestelde voorwaarden.

Compensatie transitievergoeding en verval van arbeidsplaatsen

Het verval van arbeidsplaatsen moet het gevolg zijn van het beëindigen van de werkzaamheden van de onderneming. Hiervoor wordt aangesloten bij de huidige UWV-toetsing. Dit betekent dat, indien UWV voor ten minste één werknemer toestemming verleent om over te gaan tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseinde, aan dit vereiste is voldaan. UWV zal u onder meer vragen naar de reden voor de beëindiging en vragen om toe te lichten wat u met bijvoorbeeld de activa van de onderneming van plan bent. Een goede voorbereiding en advisering zijn daarbij van groot belang.

Dat toestemming voor één werknemer voldoende is, betekent dat de onderneming niet al daadwerkelijk geheel hoeft te zijn beëindigd. Fiscale redenen kunnen bijvoorbeeld aanleiding geven om de onderneming pas (geruime) tijd later te liquideren. Dat is onder deze regeling toegestaan.

Veel werkgevers werken in de praktijk met vaststellingsovereenkomsten en komen aan een UWV-procedure niet toe. Deze werkgevers dienen er rekening mee te houden dat formeel voor één werknemer toestemming nodig is van UWV. Een UWV-procedure kan tijdrovend zijn, maar u kunt tijd winnen door tijdig en volledig alle informatie aan te leveren en in vooroverleg met uw werknemer al een en ander af te stemmen.

Compensatie transitievergoeding en de kleine werkgever

De regeling is gericht op kleine werkgevers. De grens ligt bij 24 werknemers. Zijn er gemiddeld 25 of meer werknemers in dienst, dan is compensatie niet mogelijk. Het toetsmoment van het aantal werknemers is niet het moment van het indienen van de UWV-aanvraag. U moet kijken naar het aantal werknemers dat de onderneming gemiddeld in dienst had in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin u het verzoek voor de eerste werknemer(s) indient. Uitzendkrachten en payrollmedewerkers hoeft u niet mee te tellen. Zit de onderneming in een groep (concern), dan gelden aanvullende regels.

Het gemiddelde wordt als volgt berekend. Het aantal werknemers op 1 juli en het aantal werknemers op 31 december wordt bij elkaar opgeteld. Dit deel je door twee en daarmee wordt het gemiddeld aantal werknemers verkregen. Een voorbeeld:

Henk wil zijn onderneming beëindigen wegens pensionering per 1 augustus 2025. Hij moet kijken naar het aantal werknemers in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin hij het verzoek voor de eerste werknemer indient. Dit zal in 2025 zijn, waardoor Henk moet kijken naar 2024. Op 1 juli 2024 heeft Henk 28 werknemers in dienst. In december zijn dit er 20. Het gemiddelde bedraagt 24 werknemers. Henk voldoet aan de eis van de kleine werkgever.

Bij de B.V. of de N.V. geldt dat onder voorwaarden de compensatie ook kan plaatsvinden als de DGA aan de vereisten voldoet. Bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen ligt toepassing voor de hand. Andere rechtspersonen, zoals stichtingen en verenigingen, mogen de regeling niet toepassen. De reden is dat de continuïteit van de vereniging / stichting veelal niet afhankelijk is van (pensionering of overlijden van) één individueel bestuurslid. Ook is hier het zakelijk en privévermogen minder met elkaar verbonden.

Compensatie transitievergoeding bij pensionering

Om van de compensatie bij pensionering gebruik te kunnen maken, moet de eigenaar van een eenmanszaak, vennoot, maat of DGA de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken binnen zes maanden nadat het verzoek voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst van de eerste werknemer is ingediend. Een juiste planning is hier dus cruciaal. De werkgever die vervolgens actief blijft (niet met pensioen gaat), bijvoorbeeld door het bedrijf niet te beëindigen of in een andere onderneming door te gaan, kan niet nogmaals worden gecompenseerd in de toekomst.

Compensatie is mogelijk voor vergoedingen die de werkgever verstrekt:

  • In de zes maanden voorafgaand aan het eerste verzoek tot opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfsbeëindiging;
  • In de negen maanden nadat de toestemming tot opzegging van de arbeidsovereenkomst is verleend. 

Bij bijvoorbeeld een VOF zijn er meerdere vennoten. De pensioendatums van de diverse werkgevers lopen daarbij vaak niet gelijk. Voldoende is als één van de vennoten voldoet aan de vereisten.

Compensatie transitievergoeding bij overlijden

Deze regeling staat open voor erfgenamen en mede-werkgevers. Zij worden soms geconfronteerd met een onderneming die zij niet wensen voort te zetten. Compensatie is dan mogelijk indien uiterlijk twaalf maanden na het overlijden van de werkgever een verzoek om toestemming tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens het beëindigen van de werkzaamheden van de onderneming, is ingediend.

De aanvraag om van deze regeling gebruik te maken moet binnen één jaar na het overlijden ingediend zijn. Daarmee wordt het verzoek tot opzegging van de arbeidsovereenkomst voor ten minste één werknemer bedoeld.

Voorwaarden aan de vergoeding en compensatie

Om een vergoeding gecompenseerd te krijgen, dient deze daadwerkelijk te zijn verstrekt aan de werknemer. U dient in de praktijk de transitievergoedingen dus voor te schieten. Door de perioden van zes maanden en negen maanden meent de wetgever een regeling te hebben getroffen die de voorschietperiode voldoende beperkt houdt. De wetgever ziet niets in het voorschieten van de transitievergoeding door UWV, onder meer omdat het vereiste van verstrekking voordat vergoeding plaatsvindt waarborgt dat de gelden ten goede van de transitievergoeding van de werknemer komen. Wij raden girale betaling aan, zodat u altijd een (schriftelijk) betaalbewijs hebt.

Misbruiksituaties en compensatie transitievergoeding

De werkgever moet ten minste in de twee jaar voor de datum van het verzoek tot toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, als eigenaar / DGA aan de onderneming verbonden zijn. Dit werkt dus door naar ondernemingen die nog maar kort bestaan. Bestaat uw onderneming minder dan twee jaar, dan kan er geen recht op compensatie zijn, ongeacht of sprake is van een misbruiksituatie. Dit kan, naar ons oordeel, in geval van overlijden buitengewoon vervelend uitwerken.

Ook bestaat de angst dat werkgevers calculerend omgaan met het aannemen van meer personeel. Daarom is compensatie alleen mogelijk voor werknemers die in dienst waren op 31 december van het kalenderjaar voor het verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Wij menen dat ook deze bepaling buiten situaties van misbruik om, een forse, onwenselijke impact kan hebben.

Hoe vraag ik de compensatie aan?

De werkgever (of andere aanvragende partij, zoals de erfgenaam) heeft tot zes maanden na betaling van de volledige transitievergoeding om een aanvraag in te dienen bij UWV. Als moment van betaling is bepalend het moment waarop de vergoeding is afgeschreven van de rekening van de werkgever. UWV stelt een formulier beschikbaar met de informatie die u moet (laten) aanleveren. Wat exact op het formulier komt is nog onduidelijk, doch het zal in ieder geval gaan om de arbeidsovereenkomst, de duur van de arbeidsovereenkomst en berekeningen van de individuele transitievergoedingen. Een incomplete aanvraag dient meestal binnen 14 dagen te worden aangevuld.

Fiscaal en transitievergoeding

Een transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking. In beginsel kan deze niet worden aangewezen als eindheffingsloon en derhalve niet onder de WKR worden gebracht. Betaalt u echter de transitievergoeding uit samen met loon waarop de arbeidskorting van toepassing is, bijvoorbeeld met het laatste reguliere loon, dan mag de transitievergoeding wel worden aangewezen als eindheffingsloon. Er moet dan wel zijn voldaan aan de gebruikelijkheidstoets. De transitievergoeding komt dan (deels) in de vrije ruimte.

Hoelang mag UWV over mijn aanvraag doen?

In beginsel heeft UWV een termijn van 8 weken. Indien UWV er niet in slaagt om binnen deze periode te beslissen, zal zij u op de hoogte stellen van de termijn die zij nodig meent te hebben. Deze termijn dient redelijk te zijn.

Fiscaal en bedrijfsbeëindiging

Uiteraard zijn transitievergoedingen niet het enige dat komt kijken bij een bedrijfseinde. Er zijn vele fiscale aspecten die van groot belang zijn om op orde te hebben. Zo dient u rekening te houden met de bepalingen over bijvoorbeeld de stakingswinst of de eindafrekening. Onze specialisten helpen u graag bij het woud aan regels dat hierbij komt kijken. Zo komt u niet voor verrassingen te staan.

[news] 2020-11-24 0000-00-00 0000-00-00 6788

Bedrijfsopvolgingsregeling ten einde?

DGA moet in 2021 actie ondernemen!

De bedrijfsopvolgingsregeling is een fiscale regeling waardoor familiebedrijven fiscaal voordelig kunnen worden overgedragen zonder of met beperkte belastingheffing. Derhalve vrijwel geen schenk- / erfbelasting of inkomstenbelasting bij de overdracht van uw bedrijf. De regeling gaat mogelijk tot het verleden behoren.

Aan welke belasting moet u denken bij bedrijfsopvolging?

De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021). De erf- of schenkbelasting bedraagt 20%, doch over de eerste circa € 128.000 'slechts' 10%. De totale belastingdruk is dus circa 40%. Echter, als gevolg van de bedrijfsopvolgingsregeling, is de effectieve belastingdruk slechts circa 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) is vrijgesteld en over het meerdere is zelfs 83% vrijgesteld. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de effectieve belastingdruk van de genoemde 4% naar circa 30%.

Afschaffing bedrijfsopvolgingsregeling

In 2020 hebben 169 ambtenaren een notitie geschreven over een nieuw belastingstelsel. Als onderdelen uit deze notitie worden overgenomen, dan gaan DGA's meer belasting betalen bij een bedrijfsopvolging. Onder de huidige regeling is de heffing van erf- en schenkbelasting beperkt (Bedrijfsopvolgingsregeling of BOR in de volksmond). De invoering wordt verwacht in 2022. Meer informatie kunt u rondom Prinsjesdag 2021 verwachten. Omdat bedrijfsopvolging een delicaat en langdurig traject kan zijn, is het raadzaam om ruim voor deze datum contact op te nemen met een specialist.

Welke wijzigingen binnen de BOR worden voorgesteld?

  1. 25% Van de waarde is vrijsteld (nu nog 83% met 100% voor eerste € 1.000.000);
  2. Maximumvrijstelling van € 5.000.000;
  3. Kleine pakketten worden wellicht uitgesloten voor de BOR, denk hierbij aan soort- of letteraandelen kleiner dan 5%;
  4. Geen vrijstelling of doorschuifregeling meer voor de inkomstenbelasting;
  5. Verhuurt u onroerend goed, dan geldt er geen enkele vrijstelling is (aan derden verhuurd vastgoed).

Let op! Fiscaal advies bedrijfsopvolgingsregeling

Veel familiebedrijven zullen nog dit jaar (en eigenlijk voor september 2021) in overleg moeten met hun fiscalist of accountant om sneller werk te maken van de (gedeeltelijk) belastingvrije overdracht van de onderneming aan de kinderen.

Wij begrijpen dat u als ondernemer niet zit te wachten op een belastingaanslag bij de bedrijfsopvolging. Zeker wanneer het geld uit het familiebedrijf gehaald moet worden om deze belastingaanslag - die nota bene in privé is opgelegd - te betalen. Met de BOR kan in combinatie met de overige fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten een forse belastingbesparing bereikt worden. Hiertoe dient echter wel een goede structuur te worden opgezet en dat kost tijd.

Uit onderzoek van KPMG blijkt dat 88% van de familiebedrijven substantiële problemen verwacht bij een bedrijfsopvolging onder de nieuwe wetgeving. Zelfs 50% denkt dat de bank geld moet gaan lenen aan het familiebedrijf. Een klein deel van de familiebedrijven (13%) zegt Nederland te verlaten (of het hoofdhuis te verplaatsen) als de BOR wordt afgeschaft.

Overleg familie, accountant en Belastingdienst inzake BOR

Onze specialisten zijn u graag van dienst. Wij werken praktisch, vlot en tegen meer dan marktconforme prijzen. Wij werken dan het liefst in een team met u, uw familie, raad van commissarissen, het bestuur en uw accountant. De eerste, oriënterende bespreking bij ons op kantoor kan zonder verdere kosten plaatsvinden.

De door ons voorgestelde regeling wordt na akkoord door u en uw accountant nog besproken met de Belastingdienst.

Bedrijfsopvolging wordt afgeschaft [news] 2021-04-16 0000-00-00 0000-00-00

De bedrijfsopvolgingsregeling is een fiscaal gunstige regeling voor familiebedrijven. Bedrijven kunnen binnen de familie fiscaal voordelig worden overgedragen. Wellicht wordt de regeling per september 2021 of 1 januari 2022 afgeschaft.

6969

Schenkbelasting en bedrijfsopvolging

Mag de betaalde schenkbelasting worden opgeteld bij de verkrijgingsprijs van een aanmerkelijk belang pakket? Nee, zo stelt de Hoge Raad. Wij gaan in dit artikel in op deze uitspraak, maar ook op de bredere regeling van de overdracht van aandelen door middel van schenking. Wij helpen u graag een fiscaal zo gunstig als mogelijke bedrijfsopvolging te regelen.

Vervreemdingsvoordeel en verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang

In de inkomstenbelasting wordt in box 2 het voordeel uit aanmerkelijk belang belast. Dat voordeel kan bestaan uit reguliere voordelen, zoals dividend, maar ook uit vervreemdingsvoordelen. Van een vervreemdingsvoordeel is onder andere sprake bij het vervreemden van aandelen of winstbewijzen. De hoogte van een vervreemdingsvoordeel wordt bepaald door het verschil tussen de overdrachtsprijs en de verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs is de tegenprestatie bij de verkrijging van de aandelen (bijvoorbeeld de koopprijs), vermeerderd met de ten laste van de verkrijger gekomen kosten. Recent heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over de hoogte van de verkrijgingsprijs ingeval sprake is van een schenking. De vraag die centraal stond was, of de schenkbelasting tot de kosten die ten laste van de verkrijger komen, behoort.

Schenken en aanmerkelijkbelangaandelen

Om tot een goed begrip van de uitspraak van de Hoge Raad te komen, is het handig om eerst de zaak in kwestie kort samen te vatten. In 2014 heeft Henk (fictieve naam) alle aandelen in een b.v. De verkrijgingsprijs van dit aanmerkelijk belang, bedraagt € 586.350. In dat jaar schenkt de vader van Henk aan Henk alle aandelen in een andere b.v. De verkrijgingsprijs van vader voor dit aanmerkelijk belang bedraagt € 4.400. Nu bevat de wet een bepaling die kan gelden ingeval van een schenking. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, wordt de schenking van de aandelen niet als een vervreemding aangemerkt:

  • De vennootschap drijft een onderneming naar het ondernemingsbegrip in de inkomstenbelasting of houdt een medegerechtigdheid als bedoeld in de inkomstenbelasting; en
  • De aandelen/winstbewijzen behoren bij de vervreemder (in Henk zijn casus: zijn vader) niet tot een zogenaamd meegetrokken aanmerkelijk belang; en
  • De verkrijger (Henk) is binnenlands belastingplichtig en de verkregen aandelen/winstbewijzen gaan geen deel uitmaken van een onderneming voor Henk zijn rekening gedreven onderneming of werkzaamheid; en
  • De verkrijger (Henk) is voorafgaand aan de vervreemding ten minste 36 maanden in dienst bij de vennootschap waarop de aandelen/winstbewijzen zien.
  • Een belangrijke aanvulling op bovenstaande is, dat de uitzondering bij schenking slechts ziet op het zogenaamde ondernemingsvermogen en niet op het beleggingsvermogen. In de praktijk kan het voorkomen dat een deel van de waarde van de aandelen/winstbewijzen wel onder de bepaling kan worden gebracht en een deel niet. Dit zijn complexe dossiers, waarbij deskundige bijstand een must is.

    Indien de uitzondering bij schenking wordt toegepast, dan geldt voor het deel waarop de uitzondering van toepassing is, dat geen sprake is van een vervreemding. De verkrijgingsprijs voor de verkrijger (Henk) is dan in de meeste gevallen de verkrijgingsprijs van vader. Met betrekking tot de schenking heeft Henk wel afgerekend; hij voldoet € 361.907 aan schenkbelasting.

    Wat doet Henk daarna met de geschonken aandelen?

    Een jaar later besluit Henk de beide vennootschappen te fuseren. De vennootschap waarin hij aandelen had met een verkrijgingsprijs van € 586.350 gaat op in de vennootschap waarvan de verkrijgingsprijs € 4.400 bedraagt. De wet kent ook voor de juridische fusie een faciliteit, zodat de overdracht vrijgesteld is en de verkrijgingsprijs wordt doorgeschoven.

    Henk verzoekt de inspecteur vervolgens de verkrijgingsprijs van zijn resterende aandelenpakket vast te stellen. Henk meent dat zijn verkrijgingsprijs € 952.657 bedraagt. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

    • € 586.350: verkrijgingsprijs aandelen van de gefuseerde vennootschap;
    • € 4.400: verkrijgingsprijs aandelen ‘gebleven’ vennootschap;
    • € 361.907: betaalde schenkbelasting.
    • De inspecteur is het hiermee oneens en weigert de schenkbelasting in aanmerking te nemen. Henk stapt naar de rechter, want hij meent dat de schenkbelasting een kostenpost is die ten laste van hem, de verkrijger, is gekomen.

      Behoort de schenkbelasting tot de kosten bij de verkrijgingsprijs?

      De Hoge Raad heeft op 11 juni 2021 uitspraak gedaan in deze zaak. Hij merkt eerst op dat de verkrijgingsprijs bestaat uit de eerdere tegenprestatie, vermeerderd met ten laste van de verkrijger gekomen kosten. Dit geldt ook ingeval er gebruik wordt gemaakt van een regeling waarbij de eerdere verkrijgingsprijs wordt doorgeschoven, zoals de regeling waar Henk gebruik van heeft gemaakt. Dit volgt niet direct uit de wet, doch een redelijke toepassing van de wet vereist dit.

      Kosten die ten laste zijn gekomen van de verkrijger, behoren tot de verkrijgingsprijs. Het moet dan wel gaan om kosten die onmiddellijk verband houden met de verkrijging van de aandelen/winstbewijzen in de vennootschap. De Hoge Raad oordeelt dat de schenkbelasting niet zo’n kostenpost is. De verschuldigdheid van de schenkbelasting is namelijk het gevolg van een bevoordeling uit vrijgevigheid. Die bevoordeling uit vrijgevigheid staat los van de wijze waarop die bevoordeling vorm krijgt. Die vorm is – in het geval van Henk – de overdracht van aandelen. De kostenpost staat daarom niet in een onmiddellijk verband met de verkrijging van de aandelen.

      Ook meent de Hoge Raad dat het aanmerken van de schenkbelasting als kostenpost, niet past binnen de verzakelijking van de verkrijgingsprijs die plaatsvindt in gevallen waarin een tegenprestatie ontbreekt, zoals bij een schenking. In die situatie wordt immers de schenking weggedacht en aangesloten bij de waarde in het economisch verkeer. Binnen die wegdenkgedachte past het niet om een betaald bedrag aan schenkbelasting tot de verkrijgingsprijs te rekenen.

      Schenking van aandelen en advisering

      Het schenken van aandelen in een vennootschap luistert zeer nauw. U kunt ervoor kiezen de aandelen eenvoudigweg te schenken, doch de kans is aanzienlijk dat u dan mogelijkheden laat liggen om de belastingdruk enigszins te beperken. Dat zou zonde zijn. In het voorgaande zag u onder meer dat voor een van de uitzonderingen geldt dat een 36 maandentermijn moet zijn volgemaakt. Het is daarom raadzaam om zo vroeg als redelijkerwijs mogelijk, een kundig adviseur in te schakelen. Wilt u niet zo lang wachten? Neem ook dan gerust eens contact op. Wij denken graag met u mee en een eerste kennismaking is geheel vrijblijvend.

Schenkbelasting en bedrijfsopvolging [news] 2021-06-14 0000-00-00 0000-00-00 7023

Bedrijfsopvolging en vastgoed

Op 18 juni 2021 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak waar wij als fiscalisten lang naar uit hebben gekeken. In dit arrest stond de bedrijfsopvolgingsregeling bij de verkrijging van (certificaten van) aandelen in een vastgoedbedrijf centraal. De Belastingdienst stelt hierbij meestal al snel: "vastgoed is geen bedrijf, dus geen BOR." In dit geval was de Belastingdienst iets milder in haar standpunt, voor de ontwikkeling was er sprake van een bedrijf (materiële onderneming) maar voor de verhuuractiviteiten niet. Kan dit ?

Belastingvrij vastgoedbedrijf overdragen, kan dit?

Henk is in 2012 overleden en tot de nalatenschap behoren certificaten (21% en 25%) in drie vastgoedbedrijven. De bedrijven hielden zich actief bezig met projectontwikkeling en verhuur van vastgoed. De erfgenamen deden natuurlijk een beroep op de gunstige bedrijfsopvolgingsregeling (heffing ongeveer 4% i.p.v. 35%). Ze stelden dat de beide activiteiten sterk met elkaar verweven waren en dat op beide activiteiten de BOR van toepassing moet zijn. De inspecteur stelt dat de BOR enkel ziet op de materiële onderneming, in deze de projectontwikkelingsactiviteiten. Lagere rechters (rechtbanken en gerechtshoven) willen nog wel eens meegaan met belastingplichtigen en de BOR ook van toepassing verklaren op verhuuractiviteiten. Als deze verhuuractiviteiten een hoog rendement opleveren en van enige omvang zijn (qua vermogen en werkzaamheden) kan hierop ook de BOR van toepassing zijn, aldus de rechter. Voor het rendement wordt dan gekeken naar de Nederlandse IPD vastgoedindex.

Verhuur onroerend goed en BOR

De rechter kijkt naar de zogenaamde arbeidsplus-toets:

  • Van het drijven van een onderneming is sprake bij aanwezigheid van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die
  • is gericht op het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer
  • met het oogmerk winst te behalen.

Bij de exploitatie van onroerende zaken geldt dat deze activiteiten slechts als het drijven van een onderneming kunnen worden aangemerkt indien:

  • de arbeid naar aard en omvang meer heeft omvat dan gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer; en
  • deze arbeid naar aard en omvang onmiskenbaar ten doel heeft het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat.

Verwevenheid van activiteiten en BOR

Er moet gekeken worden naar de verwevenheid van de activiteiten. De ontwikkeling van vastgoed is namelijk nodig om uiteindelijk tot verhuur van vastgoed te komen, dit was ook de mening van de Advocaat-Generaal. Als deze activiteiten nauw met elkaar samenhangen, kan sprake zijn van feitelijk het drijven van één onderneming. Vervolgens volgt de vermogenstoets, dus met welk deel van het vermogen wordt een echt bedrijf / onderneming gedreven? Ook spelen hierbij de vermogensetiketteringsregels (privé, ondernemings- of keuzevermogen) een rol.

De Belastingdienst neemt meestal als uitgangspunt dat verhuur van vastgoed moet worden gezien als beleggen van vermogen en derhalve geen BOR. De Advocaat-Generaal is een stuk milder, als de verhuur van vastgoed binnen een bedrijf / onderneming een echte functie vervult, dan is feitelijk sprake van keuzevermogen en kan de BOR gewoon worden toepast. Als je sec naar de verhuur kijkt, is dit wellicht niet zo, het gaat dus om de combinatie.  

De Hoge Raad is het niet helemaal met de A-G eens. Er wordt eerst gekeken naar de verhuuractiviteiten (dus apart). Als deze op zichzelf geen onderneming kan vormen, dan komt de Hoge Raad niet toe aan de combinatie van beide activiteiten. Deze zaak wordt ook nog verwezen naar een ander Gerechtshof omdat nog moet worden onderzocht welke panden kunnen worden toegerekend aan de projectontwikkelingstak.

Noot fiscaal jurist inzake bedrijfsopvolging bij vastgoed

In deze casus ziet de Hoge Raad de verhuur en projectontwikkeling als twee takken van sport. De verhuuractiviteiten worden niet gezien als ondernemingsvermogen (dus geen BOR). Als er vooraf was gekeken of de regels inzake arbeidsplus-toets en de vermogensetikettering (keuzevermogen?) toepasbaar zijn, was er wellicht tot een andere uitkomst gekomen. Als er voldoende verwevenheid zou zijn geweest, had het geheel (indien het keuzevermogen zou zijn) gezien kunnen worden als "geheel ondernemingsvermogen". 

Het verhuurde vermogen in een bv is altijd een punt van discussie. Vervult dit vermogen een rol voor het ondernemingsvermogen binnen de bv? Het kan bijvoorbeeld nodig zijn als financiële dekking en / of het gevolg zijn van de projectontwikkeling. Ook kan het zo zijn dat op grond van de basisbeoordeling (arbeidsplus) de aard en omvang van de arbeid (en het rendement) ervoor zorgen dat sprake is van ondernemingsvermogen.

We zijn er dus nog niet en het zal discussie blijven opleveren met de Belastingdienst !

Zijn er vragen of opmerkingen of is er een discussie met de Belastingdienst? Bel ons gerust voor een second opinion of advies. Of de BOR de komende jaren blijft is thans onduidelijk, er zijn geluiden over een beperking, maar ook over een uitbreiding.

Bron vastgoed en BOR

Hoge Raad d.d. 18 juni 2021 ECLI:NL:HR:2021:953

Gerechtshof Amsterdam d.d. 12 maart 2020 ECLI:NL:GHAMS:2020:1168

Bedrijfsopvolging en vastgoed [news] 2021-07-01 0000-00-00 0000-00-00

Er is veel discussie over de bedrijfsopvolging bij een vastgoedbedrijf. Is dit een materiële onderneming, of deels of helemaal niet? Wat zegt de Hoge Raad?

7082

Uw B.V. en de bedrijfsopvolging: cumulatief preferente aandelen

Een derde van de familiebedrijven wil de zaak verkopen. Dat blijkt uit een onderzoek gehouden onder ondernemers in 2013. Veel van deze familiebedrijven worden in de vorm van een B.V. (besloten vennootschap) uitgeoefend.  Er zijn diverse manieren om uw onderneming over te dragen. In dit artikel behandelen wij een overdracht met behulp van cumulatief preferente aandelen. Aandelen simpelweg overdragen, al dan niet tegen schuldigerkennig, kan ook. Deze variant wordt hier beschreven.

Nieuws bedrijfsopvolging 2021 of 2022 

De Bedrijfsopvolgingsregeling staat al jaren onder druk. De regeling wordt vermoedelijk per 2022 (of wellicht eerder) versobert. De inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging bedraagt 26,9% (cijfers 2021) en de erf of schenkbelasting 20% (over eerste € 100.000 slechts 10%). De totale belastingdruk is normaal dus ongeveer 40%.

Door de bedrijfsopvolgingsregeling is de effectieve druk slecht 4%. De eerste € 1.100.000 (afgerond) vrijgesteld en over het meerder zelfs 83%. Dit wordt onder de nieuwe regeling een stuk minder gunstig. Waarschijnlijk gaat de heffing van de genoemde 4% naar 25 - 30%.

Bedrijfsopvolging met cumulatief preferente aandelen

Als voorbeeld nemen we een eenvoudige structuur van een holding (van vader) en een werkmaatschappij, waarin de onderneming wordt gedreven. De opvolger, in dit geval de dochter, wil de zaak voortzetten. 

Een succesvolle bedrijfsopvolging kan worden gerealiseerd door het geheel of gedeeltelijk omvormen van de bestaande aandelen van de werkmaatschappij in cumulatief preferente aandelen (hierna: cumprefs) in combinatie met uitgifte van gewone aandelen aan de persoonlijke holding van de opvolgers.

De waarde en het rendement van de onderneming blijven dan bij de Holding B.V. van vader, de toekomstige waardestijging en de overwinsten komen dan toe aan (de B.V.’s van) de dochter. Ook financieringstechnisch gezien is dit een elegante oplossing, want er hoeft niet te worden betaald bij de uitgifte van de gewone aandelen. Deze zijn immers bij aanvang niets waard. Voor de omzetting van de aandelen in de werkmaatschappij is een statutenwijziging noodzakelijk. Daarvoor moet de notaris worden ingeschakeld.

De B.V. van vader houdt, na omzetting (naast eventuele gewone aandelen) de cumulatief preferente aandelen. Over de waarde van deze aandelen wordt een (primair) dividend uitgekeerd.

Het dividend kan jaarlijks worden uitgekeerd of 'rentedragend' worden bijgeschreven bij vader's Holding B.V. Over het eventueel bijgeschreven dividend dient in de toekomst dan weer het preferente dividend te worden berekend. Na verloop van tijd kunnen de aandelen van de werk-B.V. worden ingekocht, of kunnen de aandelen worden overdragen aan de holding van dochter.

Als bij de inkoop van deze aandelen externe financiering benodigd is, biedt deze structuur het voordeel dat de financiering op het niveau van de werkmaatschappij plaatsvindt. Hierdoor is de fiscale verrekening van de rentelast in beginsel geen probleem.

Afstemming fiscus

In het geval van overdracht binnen de familiesfeer zal de fiscus kritisch toezien op de zakelijkheid van de omzetting. Er moet worden voorkomen, dat er door de omzetting goodwill en / of stille reserves naar de opvolger verschuiven. Ook dient het dividendpercentage op de cumprefs zakelijk te zijn. Dit vergt afstemming met de Belastingdienst.

De Belastingdienst pleegde akkoord te gaan met een preferent dividend dat is gebaseerd op de rente op staatsobligaties met een geringe opslag. Vaak werd in de praktijk bij de 7% aangesloten die ooit in een (overigens niet van toepassing zijnd) besluit is genoemd. Vaak wordt nu een hoger primair dividend geëist.

Voorwaarden

De door de fiscus gestelde voorwaarden zijn:

  1. De gewone aandelen worden bij statutenwijziging omgevormd tot cumulatief preferente aandelen.
  2. De aan de om te zetten gewone aandelen verbonden zichtbare en stille winstreserves, alsmede goodwill worden toegerekend aan de preferente aandelen. Hiertoe worden in de jaarrekening en in de statuten afzonderlijke reserves gecreëerd.
  3. De preferente aandelen geven recht op een zakelijke vergoeding voor het ter beschikking stellen van vermogen (primair dividend).
  4. Indien in enig jaar in plaats van een werkelijke dividenduitkering een bijschrijving plaatsvindt op de aan de preferente aandelen verbonden winstreserverekening, bestaat in de daaropvolgende jaren ook recht op het vastgestelde percentage primair dividend over deze bijschrijving.
  5. Indien in enig jaar een verlies wordt afgeboekt op de aan de preferente aandelen verbonden winstreserverekening, wordt, als in een later jaar winst wordt gemaakt, een gelijk bedrag weer bijgeschreven op deze winstreserverekening.
  6. Bij liquidatie van de vennootschap worden de aan de preferente aandelen verbonden winstreserves uitgekeerd aan de houder van de preferente aandelen.

Toepassing bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Het prettige voordeel van het werken met cumprefs boven een gewone overdracht van aandelen is, dat bij de cumprefs de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten blijven bestaan ten aanzien van de aandelen met een vastgestelde waarde. Deze aandelen kunnen dus desgewenst ooit worden geschonken aan de opvolgers. Of ze gaan bij vererving over. Let op dat hier wel voorwaarden aan zijn gesteld:

  • De preferente aandelen vormen een omzetting van een eerder door de erflater of schenker gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen.
  • De omzetting tot preferente aandelen is gepaard met het toekennen van gewone aandelen aan een ander (hier: de dochter). Door de Staatssecretaris is aangegeven dat hieraan ook is voldaan als van de door de overdrager gehouden gewone aandelen slechts een deel van de aandelen wordt omgezet in preferente aandelen en de rest van de aandelen overgaat naar de opvolger.
  • Ten tijde van de omzetting tot preferente aandelen dreef de vennootschap waarop de omgezette aandelen betrekking hadden een "echte" onderneming.
  • De verkrijger van de preferente aandelen is reeds voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder van gewone aandelen.
  • De verkrijging van indirect gehouden preferente aandelen, dus via een personal holding B.V. van vader, kan eveneens voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in aanmerking komen, omdat deze preferente deelneming als ondernemingsvermogen kan worden beschouwd voor zover dit ten tijde van de verkrijging betrekking heeft op ondernemingsvermogen in de werkmaatschappij.
[news] 2014-02-03 0000-00-00 0000-00-00 4206
Bedrijfsopvolging voorbereiden

Tijdig uw bedrijfsstructuur aanpassen, maakt de toekomstige bedrijfsopvolging eenvoudiger en goedkoper. Bent u van plan om binnen nu en tien jaar te stoppen met uw onderneming, laat dan beoordelen of uw structuur wel deugt! Aan een oriënterend gesprek met één van onze adviseurs zijn geen kosten verbonden.

Bedrijfsoverdracht

Uw administratie wordt uiteraard al jaren tot volle tevredenheid door een administratie- of accountantskantoor verzorgd. Al jarenlang heeft u regelmatig contact met uw adviseur, en ook de Belastingdienst heeft nooit aanleiding gezien u lastige vragen te stellen. U ziet de relatie met uw adviseur dan ook terecht als zeer waardevol. Laat dat ook vooral zo blijven.

Toch kan het goed zijn dat wij een keer met een objectieve en frisse blik naar de fiscale positie van u en uw bedrijf kijken. Een fiscalist beschikt immers over specifieke expertise, die uw accountant of administrateur mogelijk niet of niet voldoende heeft. Dat is logisch, want het is ons dagelijks werk. Ieder zijn vak!

Zaken waar wij bijvoorbeeld over kunnen adviseren, is uw toekomstige bedrijfsoverdracht. Dat lijkt misschien nog ver weg, maar het opzetten van een goede structuur is van groot belang en moet vaak tijdig worden gedaan. Een termijn van drie jaar is vaak noodzakelijk om te voorkomen dat wettelijke termijnen een soepele overgang later toch nog ingewikkelder of duurder maken. In combinatie met de bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor het successierecht kan (nu of later) een forse besparing van belasting worden bereikt. Het is een kwestie van goed plannen en tijdig de juiste beslissingen nemen.

Ook zien wij in de praktijk dat zaken als rechtsvorm, gebruikelijk loon, fiscale voorzieningen, uw oudedag, een nadere advisering behoeven. Specifieke materie, waar wij graag met u over spreken. Samen met uw adviseur en eventueel met andere professionals als een bank of uw notaris. Omdat veel van deze aspecten het doel hebben uiteindelijk veel belasting te besparen, zijn wij graag bereid de regie hierover in handen te nemen, zodat u gewoon kunt blijven doen waar ú goed in bent, zonder bezorgd te zijn dat u uiteindelijk veel teveel belasting betaalt.   

En dat is goed, voor u en uw adviseur. Wij zijn u graag van dienst.

]]>

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet in strijd met gelijkheidsbeginsel

Op 21 november heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de vijf geselecteerde proefprocedures met betrekking tot de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. De rechtbank Breda heeft in een geruchtmakende uitspraak op 13 juli 2012 geoordeeld dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.In veel gevallen hebben belastingplichtigen bezwaar aangetekend.De Hoge Raad oordeelde, niet geheel onverwacht het tegenovergestelde. Elders op deze site heeft u al veel kunnen lezen over de aanleiding van deze uitspraak.



De Hoge Raad constateerde dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit onder meer is ingevoerd omdat de heffing van successie- en schenkingsrecht bij verkrijging van ondernemingsvermogen liquiditeitsproblemen met zich mee kan brengen. Hoewel het inderdaad kan voorkomen dat de faciliteit wordt toegepast terwijl er geen sprake is van liquiditeitsproblemen, betekent dat volgens de Hoge Raad niet dat de veronderstellingen van de wetgever evident onredelijk zijn. Volgens de Hoge Raad heeft de wetgever haar ruime beoordelingsvrijheid bij invoering van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit daarom niet overschreden. Zodoende is er geen sprake is van een bevoordeling van de verkrijging van ondernemingsvermogen ten opzichte van de verkrijging van overige vermogensbestanddelen. Van discriminatie kan daarom geen sprake zijn.

- See more at: http://www.estateplanningsjuristen.nl/ondernemers/hoge_raad_bedrijfsopvolgingsfaciliteit_alleen_voor_ondernememingsvermogen/#sthash.Q7qMWuV8.dpuf

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet in strijd met gelijkheidsbeginsel

Op 21 november heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de vijf geselecteerde proefprocedures met betrekking tot de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. De rechtbank Breda heeft in een geruchtmakende uitspraak op 13 juli 2012 geoordeeld dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. In veel gevallen hebben belastingplichtigen bezwaar aangetekend. De Hoge Raad oordeelde, niet geheel onverwacht, het tegenovergestelde. Elders op deze site heeft u al veel kunnen lezen over de aanleiding van deze uitspraak.



De Hoge Raad constateerde dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit onder meer is ingevoerd omdat de heffing van successie- en schenkingsrecht bij verkrijging van ondernemingsvermogen liquiditeitsproblemen met zich mee kan brengen. Hoewel het inderdaad kan voorkomen dat de faciliteit wordt toegepast terwijl er geen sprake is van liquiditeitsproblemen, betekent dat volgens de Hoge Raad niet dat de veronderstellingen van de wetgever evident onredelijk zijn. Volgens de Hoge Raad heeft de wetgever haar ruime beoordelingsvrijheid bij invoering van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit daarom niet overschreden. Zodoende is er geen sprake van een bevoordeling van de verkrijging van ondernemingsvermogen ten opzichte van de verkrijging van overige vermogensbestanddelen. Van discriminatie kan daarom geen sprake zijn.

[news] 2013-11-24 2013-11-24 2014-01-31 4153

Bedrijfsopvolging en CV-structuur

Er komt een moment in het leven van u als ondernemer dat u het bedrijf moet overdragen, en dan vaak aan de kinderen. Zowel financieel als emotioneel is dat een grote stap. Uit onderzoek blijkt dat men in meer dan 25% van de gevallen ontevreden is over de advisering. Wellicht omdat niet alle mogelijkheden benut zijn of omdat men niet alle consequenties vooraf goed kon overzien of er op is gewezen.

Het overdragen van uw eenmanszaak kan eenvoudig worden gerealiseerd door de onderneming te verkopen aan de zoon of dochter, eventueel gevolgd door het kwijtschelden van de koopsom. Dit kan al dan niet fiscaal geruisloos. Elders op deze website meer hierover.

Een fraaie vorm om uw eenmanszaak over te dragen is het aangaan van een Vennootschap onder Firma (VOF) of een commanditaire vennootschap (CV) met uw opvolger. Over deze laatste en over de voordelen daarvan gaat dit artikel.

Bedrijfsovername via Commanditaire Vennootschap (CV)

Bij een CV blijft u betrokken bij de zaak. Uw ondernemingsvermogen blijft als commanditair kapitaal in de onderneming en het aantrekken van extra financiering is derhalve niet direct nodig. Dat is in deze tijd wel zo prettig. U staakt uw onderneming niet, dus fiscaal rekent u niet af over zaken als goodwill, stille reserves in activa en fiscale reserves, zoals FOR. Ook is er geen sprake van desinvesteringsbijtelling. In tegenstelling tot het overdragen tegen een vordering op de opvolger (zoals zo vaak gebeurt) blijft uw vermogen in de ondernemingssfeer. Een onverhoopt verlies blijft dan fiscaal aftrekbaar. Een vordering op de opvolger in box 3 is dat niet, tenzij er sprake is van een zogenaamde ongebruikelijke  terbeschikkingstelling, maar dit terzijde. Uw aansprakelijkheid gaat als commandiet niet verder dan hetgeen u in de CV heeft ingebracht. In een gewone VOF bent u hoofdelijk aansprakelijk.

Als commandiet geniet u winst uit onderneming, maar bent u geen ondernemer in de zin van de faciliteiten voor ondernemers. U geniet alleen de MKB winstvrijstelling. Uw winstaandeel, bestaande uit een vergoeding voor uw kapitaal (waarde van hetgeen u heeft ingebracht, inclusief de voorbehouden stille reserves) is dan toch lager belast! U kunt er overigens voor kiezen een gedeelte van de activa (bijvoorbeeld het bedrijfspand) buiten de inbreng in de CV te houden en te verhuren aan de CV.

Na verloop van tijd kunt u op een geschikt moment uw aandeel in de CV doorschuiven aan de opvolger, de beherend vennoot, en pas dan is de overdracht voltooid. Deze overdracht is een staking en leidt tot stakingswinst. Hierop zijn de faciliteiten van de geruisloze doorschuiving en de stakingswinstlijfrente van toepassing. Deze mogelijkheden worden elders op de site verder uiteengezet.

Kort samengevat de voordelen van de CV voor de bedrijfsopvolging in het familiebedrijf:

  • geen fiscale afrekening;
  • geen overdracht dus geen directe financiering door de opvolger;
  • beperking aansprakelijkheid tot bedrag inbreng;
  • ondernemingsvermogen dus mogelijkheid afwaardering;
  • MKB winstvrijstelling;
  • latere (geruisloze) doorschuiving mogelijk;
  • gevoelsmatig nog meer betrokken, ook naar relaties.
[news] 2014-01-09 0000-00-00 0000-00-00 4189

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting

Als uw bedrijf wordt gestaakt, verkocht of geschonken, liggen er diverse fiscale claims op de loer. Deze claims kunnen (deels) worden voorkomen of uitgesteld. Hoe dat in zijn werk gaat, leest u hieronder in de korte samenvatting van de huidige faciliteiten.

In de situatie dat de in privé gedreven (IB-)onderneming wordt overgedragen, moet gewoonlijk worden afgerekend met inkomstenbelasting. Bij verkoop van aandelen in uw B.V. moet in de aanmerkelijk belangsfeer worden afgerekend. Bij een overgang daarna van het (netto) vermogen naar uw kinderen door schenking of bij overlijden, is er ook nog eens minimaal 10% en maximaal 20% belasting verschuldigd. Teneinde de overdracht van uw onderneming naar bijvoorbeeld uw kinderen fiscaal geruisloos te laten verlopen en zo de continuïteit niet in gevaar te brengen, zijn er enkele bedrijfsopvolgingsfaciliteiten die hieronder kort uiteen worden gezet.

Inkomstenbelasting

1. Doorschuiven IB-onderneming

Een ondernemer kan zijn onderneming geruisloos doorschuiven aan een mede-ondernemer, die tenminste gedurende drie jaar als mede-ondernemer of als werknemer in de onderneming heeft gewerkt. De voortzetter gaat dan verder met de boekwaarden van de overdrager en neemt de fiscale claim ook over. Voor de liefhebbers: artikel 3.63 van de wet IB 2001. De koopsom kan aan de overdrager worden uitbetaald of door de overdrager aan zijn opvolger worden kwijtgescholden. De fiscale oudedagsreserve (FOR) kan alleen naar de partner worden doorgeschoven.

2. Doorschuiven IB-onderneming bij overlijden

Bij overlijden, ziekte en arbeidsongeschiktheid en enkele andere omstandigheden geldt de termijn van drie jaar niet en is de doorschuiffaciliteit direct van toepassing.

3. Doorschuiving van aanmerkelijk belang bij overlijden

Bij overlijden van de aanmerkelijk belanghouder wordt er geen aanmerkelijk belang geheven bij overgang onder algemene titel (erven) of bijzondere titel (legaat) als voldaan wordt aan de volgende eisen:

  • de vennootschap drijft een onderneming (en is dus geen belegger) of is medegerechtigde;
  • de aandelen vormen geen aanmerkelijk belang op grond van de meetrekregeling;
  • de aandelen vormen geen ondernemingsvermogen;
  • een verkrijging bij legaat moet binnen twee jaar na overlijden plaatsvinden.

Het gedeelte van de overdrachtsprijs dat aan het vermogen van de onderneming is toe te rekenen, vermeerderd met 5% van het beleggingsvermogen, wordt zonder heffing doorgeschoven naar de erfgenamen / legataris (artikel 4.17a Wet IB 2001).

Voor preferente aandelen gelden aanvullende voorwaarden. Er moet onder meer sprake zijn van een eerdere omzetting van gewone aandelen, waarbij gewone aandelen aan een ander zijn uitgegeven. Zoals bij een gewone bedrijfopvolging dus.

4. Doorschuiving van aanmerkelijk belang bij schenking van aandelen

Schenking van aandelen aan de opvolger kan ook al bij leven. Daarvoor gelden dezelfde eisen als hierboven onder 1 tot en met 3 genoemd. Daarnaast geldt echter de aanvullende eis, dat de verkrijger al sinds drie jaar bij de vennootschap, waarvan de aandelen worden geschonken, in dienstbetrekking is.

Een en ander lijkt eenvoudig, maar is in de uitvoering redelijk complex en vereist dus de nodige planning.

Schenk- en erfbelasting

Hierboven hebben wij in het kort de inkomstenbelastinggevolgen van doorschuiving van ondernemingsvermogen besproken. Indien er ondernemingsvermogen wordt verkregens krachtens schenking of vererving heeft dit ook nog eens consequenties voor de Successiewet.

Bij het schenken of erven van vermogen van ouders aan kinderen is in beginsel 10% - 20% belasting verschuldigd. Bij kleinkinderen is het tarief 80% hoger, derhalve 18% - 36%. Bij een bedrijfsopvolging kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Vanaf 1 januari 2010 geldt een forse vrijstelling voor ondernemingsvermogen. Over een waarde van ruim € 1.000.000 is helemaal geen erf- of schenkbelasting verschuldigd, daarboven is 83% vrijgesteld. Als er dan toch nog over de resterende 17% belasting is verschuldigd, kan daarvoor rentedragend uitstel worden verleend.

Voor de onderstaande ondernemingsgerelateerde vermogensbestanddelen kan van deze faciliteit gebruik worden gemaakt:

  • de IB-onderneming;
  • een medegerechtigdheid;
  • de aanmerkelijk belangaandelen van uw BV of NV;
  • onroerende zaken die onder de TBS-regeling vallen.

Er moet sprake zijn van een reële bedrijfsopvolging. Als voorwaarde geldt daarbij een bezitseis en een voortzettingseis.

De bezitseis bij overlijden houdt in dat de erflater de hierboven genoemde onderneming al tenminste één jaar dreef, de aandelen of andere kwalificerende vermogensbestanddelen al één jaar had. Bij schenking geldt een termijn van vijf jaren.

De voortzettingseis geldt ten aanzien van de erfgenaam of begunstigde, deze moet de onderneming vijf jaar voortzetten of de aandelen vijf jaar houden. Gebeurt dat niet, dan vervalt de vrijstelling alsnog. Het betreft derhalve een voorwaardelijke vrijstelling.

Bedrijfsopvolging en materiële onderneming

Als er een B.V. is met enkele onroerende zaken of niet duidelijk een materiële onderneming wordt gedreven, moet u erfbelasting en box 2 heffing betalen als u komt te overlijden, dit kan zomaar 50% van het vermogen van de B.V. kosten (aan erfbelasting en inkomstenbelasting).

De bedrijfsopvolgingsregeling is een geweldige manier om de erfbelasting en box 2 heffing te voorkomen, deze regeling is door de overheid echter enkel opgesteld voor "echte bedrijven". Er komen steeds meer uitspraken waaruit volgt dat een beleggingsmaatschappij / B.V. met onroerend goed niet snel een materiële onderneming is. Als u zo'n type onderneming drijft, laat u dan tijdig adviseren, wellicht is er dan nog iets mogelijk qua structurering.

Er bestaat veel jurisprudentie over de materiële onderneming en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Waardoor u wellicht door de bomen het bos niet meer ziet. Het is verstandig om in overleg met een fiscaal jurist te bekijken welke uitspraak het meeste lijkt op uw situatie. Een voorbeeld is de uitspraak van de Rechtbank Arnhem d.d. 18 december 2012 (gepubliceerd 8 maart 2013). In deze uitspraak bestaan de activiteiten in de B.V. voornamelijk uit verhuur van bedrijfspanden en woningen. De huuropbrengst bedraagt € 300.000 per jaar. De heer X doet een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (artikel 35b en artikel 35c van de Successiewet 1956). De inspecteur weigert de bedrijfsopvolgingsfaciliteit en de heer X stapt naar de rechter. De rechter stelt dat de arbeid binnen de B.V. beperkt is en het normale vermogensbeheer niet te boven gaat. Het verrichten van onderhoud en voeren van onderhandelingen met huurders behoren tot de gebruikelijke werkzaamheden. Conclusie Rechtbank: geen bedrijfsopvolgingsfaciliteit.

Tot besluit

Er zijn zeer interessante regelingen voor bedrijfsopvolging in de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting. Er kunnen hiermee grote fiscale voordelen behaald worden. Vanzelfsprekend is de praktijk vaak een stuk weerbarstiger dan de theorie, zodat u zich tijdig en goed moet laten adviseren. Wij zijn u daarbij graag van dienst. Samen met bijvoorbeeld uw eigen notaris en accountant kunnen wij tot een afgewogen advies komen.

[news] 2011-03-07 2011-03-07 2011-05-07 3314

"Hoe kan ik gunstig mijn bedrijf overdragen aan mijn kinderen?"

Sinds 2010 is het mogelijk uw onderneming onder voorwaarden belastingvrij over te dragen aan uw kinderen. Hierin zijn de voorwaarden voor het schenken van uw onderneming aanmerkelijk versoepeld.

De faciliteit

  • U kunt 100% van uw onderneming tot een bedrag van ruim € 1 miljoen belastingvrij schenken (voorheen was dit maximaal 75%), voor het meerdere geldt voor 83% de vrijstelling.  
  • U kunt uitstel van betaling krijgen voor het resterende bedrag van de schenking.
  • De faciliteit geldt ook voor onroerend goed dat u vanuit privé aan de vennootschap ter beschikking stelt.
  • Er worden geen voorwaarden meer gesteld aan uw leeftijd en / of de mate van arbeidsongeschiktheid.

Waar moet ik op letten?

  • De regeling geldt alleen voor "echte" ondernemingen en niet voor beleggingsvennootschappen. Slechts 5% van het geschonken bedrijf mag bestaan uit beleggingsvermogen.
  • De schenker moet het bedrijf minimaal 5 jaar in bezit hebben gehad (bij overlijden geldt een minimum bezitseis van 1 jaar) en de begunstigde moet minimaal 5 jaar de onderneming voortzetten.
  • Bij preferente aandelen gelden andere voorwaarden; deze kunnen slechts onder de vrijstelling vallen, indien deze zijn ontstaan als gevolg van de gefaseerde overdracht van de onderneming.
  • U moet om de regeling verzoeken; hij is anders niet van toepassing.
  • Vergeet de andere kinderen niet.

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit en vastgoed

Regelmatig krijgen wij zaken voorbij waar het de vraag is of er sprake is van een materiële onderneming. Een voorbeeldcasus is de procedure bij het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 5 november 2013. Vader komt in 2005 te overlijden. In 2001 is een nieuw testament opgesteld. De vrouw en 3 kinderen zijn als erfgenamen in het testament opgenomen. Tot 2000 was vader betrokken bij een schildersbedrijf (in een werkmaatschappij). Daarna is hij met pensioen gegaan. In de B.V. zaten op het moment van overlijden ruim 15 panden die werden verhuurd. Het eigen vermogen bedroeg ongeveer € 1 miljoen. In de B.V. kwam qua omzet voornamelijk huur binnen. Er worden in de B.V. regelmatig (zeg jaarlijks) wel panden gekocht of verkocht. Er wordt ongeveer € 200.000 aan erfbelasting betaald en er wordt bezwaar en beroep aangetekend tegen de aanslag. De erfgenamen zijn van mening dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van toepassing is (artikel 35b en verder Successiewet of op grond van gelijkheidsbeginsel). Op grond van artikel 35c eerste lid Successiewet moet het gaan om een "echte onderneming": een onderneming welke een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid vormt.

Van een materiële onderneming is bij exploitatie van onroerende goederen sprake indien de in dat kader te verrichten of verrichte arbeid qua aard en omvang onmiskenbaar ten doel heeft het behalen van een rendement dat het rendement bij normaal vermogensbeheer te boven gaat.

Volgens de erflaters was vader hier erg druk mee, de volgende zaken worden gesteld:

  • er worden regelmatig panden gekocht en verkocht;
  • rendement is hoger dan bij normaal vermogensbeheer;
  • er worden zelfstandig huurovereenkomsten opgesteld;
  • er wordt zelfstandig naar huurders gezocht;
  • begeleiding van onderhoud;
  • actieve rol binnen vereniging van eigenaren;
  • wijzigingen in bestemmingsplannen;
  • splitsen van eigendomsrechten.

Het Gerechtshof is van mening dat er geen sprake is van een materiële onderneming. De conclusie is dat bij bedrijfspanden een zeer actieve rol erg belangrijk is. Er moeten zoveel als mogelijk zelf werkzaamheden worden verricht (eigen bouwvakker in dienstbetrekking, eigen huuradministratie, werknemer voor algemene zaken, etc.).

Bedrijfsopvolging en privévermogen

We hebben even gedacht of de bedrijfsopvolgingsfaciliteit wellicht ook van toepassing zou kunnen zijn op privévermogen. Volgens de rechtbank en de advocaat-generaal zou dit wellicht kunnen. De Hoge Raad was er snel klaar mee. De uitspraak in cassatie is op 22 november 2013 bekend geworden. Hoewel de advocaat-generaal nog positief voor de belastingplichtige adviseerde, ging de Hoge Raad hierin niet mee. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat onze wetgever een duidelijk onderscheid mag maken tussen ondernemingsvermogen en particulier vermogen. De bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in de Successiewet is volgens de Hoge Raad niet in strijd met het discriminatieverbod, omdat er gerechtvaardigde doelstellingen aan dit onderscheid ten grondslag hebben gelegen. Bij bedrijven kan er namelijk een groot liquiditeitsprobleem ontstaan als er belasting verschuldigd zou zijn. Bron Hoge Raad 22 november 2013.

Advies

Mocht u voornemens zijn op termijn uw onderneming over te dragen aan uw kinderen, laat u dan tijdig adviseren. Om alles optimaal te kunnen regelen, is het 't beste om minimaal 3 jaar vóór de daadwerkelijke overdracht een en ander reeds in gang te zetten. De bedrijfsopvolgingsregeling is de meest makkelijke manier om belastingvrij vermogen over te dragen aan uw kinderen; de meest ideale vorm van estate planning.

[news] 2010-05-11 0000-00-00 0000-00-00 2785
2014-01-09 0000-00-00 0000-00-00 4187 Jurisprudentie bedrijfsopvolging [news] 2014-01-09

Bedrijfsopvolgingsregeling en materiële onderneming

In een uitspraak van de rechtbank Arnhem d.d. 1 november 2012 kwam de bedrijfsopvolgingsregeling in het kader van de materiële onderneming aan de orde. Tevens heeft de rechtbank Arnhem - vrij uitgebreid - haar oordeel gegeven over de mogelijke discriminatie binnen deze regeling.

Feiten uit de uitspraak over de bedrijfsopvolgingsregeling

Op 16 oktober 2005 is de heer A overleden. Hij had een testament opgesteld, zijn echtgenote en zijn drie kinderen zijn erfgenaam. Tot de nalatenschap behoorden aandelen in X Onroerend Goed B.V. (hierna: de B.V.). Deze B.V. bezat 15 panden die in de periode 1989 tot en met 2003 met eigen geld zijn aangekocht. De panden worden verhuurd aan een derde. De kinderen kregen (via een legaat) de aandelen in de B.V. De vraag is: vormen de verhuurde panden een materiële onderneming of niet? De werkzaamheden bestonden uit: 

  • de aan- en verkoop van panden;
  • het zoeken van huurders;
  • het onderhouden van contacten met huurders;
  • het (laten) verbouwen van de panden;
  • het (laten) onderhouden van de panden;
  • het onderhouden van het dagelijkse contact met de aannemer;
  • het bekleden van bestuursfuncties in de verenigingen van eigenaren van de panden (hierna: de VVE);
  • het wijzigen van de bestemmingen van de panden;
  • het opstellen van huurovereenkomsten;
  • het kadastraal splitsen van de panden;
  • het oprichten van de VVE’s en het zorgen voor verdeelsleutels over de stemmen.

Geschil bedrijfsopvolgingsregeling en bedrijfspanden / onroerende zaken

Er wordt een beroep gedaan op de bedrijfsopvolgingsregeling zoals opgenomen in artikel 35b, tweede lid, sub b, juncto artikel 35c, eerste lid, van de Successiewet 1956 (hierna: de SW). Het beroep op deze regeling is door de Belastingdienst afgewezen, er is niet aannemelijk gemaakt dat de B.V. met haar vermogen een onderneming drijft, aldus de Belastingdienst.

Als deze vraag ontkennend wordt beantwoord, dan stellen de kinderen dat sprake is van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel.

Rechter over de bedrijfsopvolgingsregeling en onroerende zaken

Is een B.V. met panden een onderneming die recht heeft op de bedrijfsopvolgingsregeling?

Ingevolge het genoemde artikel uit de successiewet (artikel 35b, tweede lid, aanhef en onderdeel b) kan de bedrijfsopvolgingsregeling worden toegepast als er aandelen worden verkregen in een B.V. welke een echte / materiële onderneming drijft. Het mag dus niet gaan om:

  • een lichaam waarvan de feitelijke werkzaamheid bestaat in het, onmiddellijk of middellijk, beleggen van vermogen of daarmee overeenkomende werkzaamheid, die behoorden tot een aanmerkelijk belang in de zin van afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

De rechter gaat er eens goed voor zitten en komt met een uitgebreide uiteenzetting. De rechtbank overweegt dat naar vaste jurisprudentie het volgende onderscheid kan worden gemaakt:

  • Een onderneming is een duurzame organisatie die erop is gericht met behulp van arbeid en / of kennis en veelal van kapitaal deel te nemen aan het maatschappelijke productieproces met het oogmerk om winst, dat wil zeggen baten die het normale rendement overstijgen te behalen.
  • Van normaal vermogensbeheer is niet langer sprake indien het rendabel maken van onroerende zaken mede geschiedt door middel van arbeid die de eigenaar van de onroerende zaken verricht en welke arbeid naar aard en omvang onmiskenbaar tot doel heeft het behalen van redelijkerwijs te verwachten voordelen uit de onroerende zaken, die het rendement bij een normaal vermogensbeheer te boven gaan (zie Hoge Raad 7 oktober 1981, nr. 20733, BNB 1981/299, Hoge Raad 17 augustus 1994, nr. 29.755, LJN ZC5731, BNB 1994/319 en Hoge Raad 9 oktober 2009, nr. 43.035, LJN BI0481, BNB 2010/117).

Volgens de rechter is bij de B.V. sprake van normaal vermogensbeheer en niet meer dan dat. De eiser / kinderen noemen allerlei dingen die zouden worden gedaan, maar dit wordt onvoldoende aangetoond. Tevens wordt onvoldoende aangetoond dat door de arbeid (onder meer van de heer A, de erflater) een hoger rendement is behaald dan bij normaal vermogensbeheer. Hierbij weegt de rechter ook mee:

  • De onroerende zaken zijn aangeschaft met eigen vermogen, wat wijst op beleggingsactiviteiten.
  • Overige werkzaamheden gaan een normaal vermogensbeheer niet te boven.
  • Van een bovengemiddelde waardestijging van de panden ten gevolge van de door erflater verrichte verbouwingen is niets gebleken.
  • Het wijzigen van de bestemming van de panden heeft betrekking gehad op slechts één pand.
  • Erflater's kennis van onroerende zaken was niet van dien aard dat hiermede een hoger rendement werd behaald. Erflater is nooit beroepsmatig werkzaam geweest op de vastgoedmarkt.
  • De omvang van alle werkzaamheden zijn volgens verweerder ook niet zodanig dat sprake is van een onderneming. De werkzaamheden dienen ieder voor zich te worden beoordeeld.
  • Er wordt geen onderbouwing gegeven van de activiteiten die worden verricht, ze worden wel genoemd maar daar blijft het ook bij.
  • Er is niet aannemelijk gemaakt dat de bedoelde activiteiten dermate frequent plaatsvonden en dermate omvangrijk en renderend waren, dat zij tot een hoger rendement dan bij een normaal vermogensbeheer hebben geleid.
  • Meeste werkzaamheden hadden een incidenteel karakter.

Conclusie: er is sprake van normaal vermogensbeheer, het duurzaamheidsvereiste ontbreekt en er is geen sprake van een materiële onderneming. Er is sprake van een beleggingsportefeuille in een B.V., niet meer dan dat.

Wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden?

De kinderen proberen nog een andere route, namelijk dat op grond van het gelijkheidsbeginsel alsnog de aanslag op nihil moet worden vastgesteld, dit op grond van de bekende uitspraak van de Rechtbank op 13 juli 2012, nr. 11/5509, LJN BX3386, V-N 2012/43.20, waarin is geoordeeld dat op grond van dit beginsel de (voorwaardelijke) vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling ook op de verkrijging van privévermogen moet worden toegepast. De rechter gaat hier uitgebreid op in, zie hieronder de overwegingen: 

  • De rechtbank stelt voorop dat het vraagstuk of sprake is van gelijke gevallen dient te worden bezien vanuit de doelstelling van de regeling. Beoordeeld dient te worden met welke redenen de wetgever een eventueel onderscheid heeft gemaakt. Hierbij zij opgemerkt dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of voor de toepassing van artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM gevallen als gelijk dienen te worden beschouwd (HR 8 juli 2005, nr. 39.870, LJN AQ7212, BNB 2005/310). Het oordeel van de wetgever dient te worden geëerbiedigd tenzij het van redelijkheid is ontbloot (EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95, zaak M.A. en anderen tegen Finland, V-N 2003/52.2). De wetgever kent een zogenoemde ‘wide margin of appreciation’ (EHRM 22 juni 1999, nr. 46757/99, zaak Della Ciaja/Italië, BNB 2002/398). De vraag die beantwoording behoeft, is of de wetgever deze ‘margin’ heeft overschreden bij het vormgeven van de bedrijfsopvolgingsregeling.
  • Ingevolge de artikelen 35b en 35c juncto 31a van de SW wordt op verzoek van de verkrijger de bedrijfsopvolgingsregeling toegepast, onder de voorwaarde dat het verkregen (ondernemings)vermogen gedurende een periode van ten minste vijf jaren rechtstreeks wordt voortgezet. Indien aan dit voortzettingsvereiste wordt voldaan, dan geldt een vrijstelling van zestig percent van het verkregen vermogen (wettekst 2005). Het vrijgestelde belastingbedrag wordt wederom op verzoek van de verkrijger geheven bij wege van conserverende aanslag.
  • Zoals blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de hierboven beschreven bepalingen, is de bedrijfsopvolgingsregeling door de wetgever in het leven geroepen teneinde een (gedeeltelijke) oplossing te bieden voor die gevallen waarin bedrijfsopvolging na overlijden of schenking zou worden bemoeilijkt doordat over de verkrijgingen successie- of schenkingsrecht zou moeten worden voldaan. De wetgever achtte het vanuit algemeen sociaal-economisch belang onwenselijk dat een onderneming die overgaat door vererving moet worden gestaakt of geforceerd moet worden verkocht zonder dat de bedrijfsresultaten daar aanleiding toe geven, met als gevolg een verlies aan werkgelegenheid en economische diversiteit. De ondernemer is met andere woorden in zijn bestedingsmogelijkheden beperkt; het vermogen zit vast in de onderneming (zie MvT, Kamerstukken II 1997/1998, 25 688, nr. 3, blz. 7).
  • Gelet op de duidelijke bewoordingen van de wettelijke regeling en de bijbehorende wetsgeschiedenis heeft eiser, zoals hiervoor onder 4.5 is overwogen, geen recht op toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, daar hij geen materiële onderneming heeft geërfd en deze ook niet kan voortzetten. Naar het oordeel van de rechtbank komt eiser ook op grond van het gelijkheidsbeginsel hiervoor niet in aanmerking. In het licht van de in ro. 4.7 genoemde jurisprudentie dient ter beoordeling van een mogelijke overschrijding van bevoegdheden specifiek te worden gekeken naar de redenen die de wetgever heeft gehad voor de invoering van de te toetsen regeling en het daarin gemaakte onderscheid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt onmiskenbaar dat het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling is het voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen als gevolg van de heffing van schenkings- of successierecht opdat het voortbestaan van de ondernemingen niet in gevaar komt. Bezien vanuit dat doel brengen erfrechtelijke verkrijgingen van ondernemings- en privévermogen verschillende risico’s met zich en zijn zij als zodanig niet te beschouwen als gelijke gevallen. Eiser loopt met de verkrijging van de aandelen in een B.V. waarin geen onderneming wordt gedreven en met de betaling van het successierecht eenvoudigweg niet dezelfde bestaansrisico’s als de toekomstig ondernemer die voor deze betaling mogelijkerwijs het ondernemingsvermogen moet aanwenden. De wetgever heeft met het maken van een onderscheid tussen de typen vermogens derhalve een gerechtvaardigd doel voor ogen gehad en heeft zijn ruime beoordelingsruimte niet overschreden (vergelijk Rechtbank Arnhem 25 maart 2010, nr. AWB 09/1750, LJN BX0548, NTFR 2012/1952, Hof Arnhem 22 maart 2011, nr. 10/00194, LJN BQ0618, V-N 2011/31.1.3, Hoge Raad 9 december 2011, nr. 11/02099, LJN BU6998, V-N 2012/6.4).
  • Ook voor het geval moet worden aangenomen dat sprake is van gelijke gevallen, dan wel van een disproportionele ongelijke behandeling van ongelijke gevallen, moet het beroep op het gelijkheidsbeginsel worden afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat voor het door de wetgever in het kader van de bedrijfsopvolgingsregeling gemaakte verschil in behandeling tussen vermogens en de gekozen uitvoeringswijze – te weten vrijstellingspercentages - een objectieve en redelijke rechtvaardiging welke samengevat betreft het stimuleren van ondernemerschap (zie hiervoor ro. 4.9). Daarbij heeft de wetgever om redenen van eenvoud en doelmatigheid mogen kiezen voor een generieke regeling, waarbij niet daadwerkelijk een vermogenstoets wordt aangelegd. Met die keuze heeft de wetgever nog niet zijn ruime beoordelingsmarge overschreden. Daartoe dient in de woorden van het EHRM Della Ciaja-arrest (zie ro. 4.7) immers sprake te zijn van een ‘manifestly illogical or arbitrary’ keuze, waarvan in de onderhavige regeling geen sprake is.

Conclusie bedrijfsopvolging en materiële onderneming

Als er een B.V. is met enkele onroerende zaken of niet duidelijk een materiële onderneming, moet u erfbelasting en box 2 heffing betalen als u komt te overlijden, dit kan zomaar 50% van het vermogen van de B.V. kosten (aan erfbelasting en inkomstenbelasting).

De bedrijfsopvolgingsregeling is een geweldige manier om de erfbelasting en box 2 heffing te voorkomen, deze regeling is door de overheid echter enkel opgesteld voor "echte bedrijven". Er komen steeds meer uitspraken waaruit volgt dat een beleggingsmaatschappij / B.V. met onroerend goed niet snel een materiële onderneming is. Als u zo'n B.V. heeft, laat u dan adviseren, de meest voor de hand liggende opties zijn:

  1. Materiële onderneming binnen de B.V. kopen (voorkeur: deze onderneming in het bedrijfspand vestigen).
  2. Activiteiten ontwikkelen in de B.V. (dus meer activiteiten voor de beleggingen zelf doen, bijvoorbeeld aannemersbedrijf kopen, etc.).
  3. Emigratie naar land zonder erfbelasting.

Vragen over de bedrijfsopvolgingsregeling?

Mailt of belt u mij gerust, een oriënterend gesprek bij ons op kantoor kan zonder verdere kosten plaatsvinden. 

Veel mensen zijn niet op de hoogte van de notariële en fiscale gevolgen van hun situatie. Dit komt doordat overlijden en financiële zaken liever niet worden besproken of omdat men denkt dat de adviseur (accountant / notaris / fiscaal jurist) er vast wel naar zal kijken. De bedrijfsopvolgingsregeling wordt vaak te laat of niet toegepast, terwijl deze ook tijdens leven kan worden uitgevoerd. De regeling is niet eenvoudig en kennis van zaken is nodig.

Wij bieden daarom altijd een vrijblijvend gesprek bij ons op kantoor aan. In dit gesprek controleren wij uw financiële situatie, uw testament of andere zaken zoals de statuten van uw B.V. etc. Als u al jaren geleden een testament heeft laten maken en uw inkomens-, vermogens- of gezinssituatie is gewijzigd, dan is de kans groot dat uw testament niet meer voldoet. Nog belangrijker is dat u de zaken beter kunt regelen en hiermee ook nog belasting kunt besparen en ruzies kunt voorkomen.

0000-00-00 0000-00-00 4188
Bedrijfsopvolging eenmanszaak vof [news] 2014-01-09

Bedrijfsopvolging eenmanszaak & VOF

Als u overweegt uw bedrijfsopvolging te verkopen of uit te treden uit een VOF, dan moet u hier eigenlijk al 5 jaar van tevoren over gaan nadenken. Het is belangrijk om een bedrijfsopvolging goed voor te bereiden en de hiervoor benodigde structuur nu al neer te zetten. Naast het feit dat een bedrijfsopvolging door een juiste structuur eenvoudiger kan verlopen, kunt u ook belasting besparen. Mits de structuur juist wordt opgezet, kunnen de meeste bedrijfsopvolgingen zonder heffing van belastingen plaatsvinden. De financiering van een bedrijfsopvolging of overname kan hierdoor eenvoudiger worden vormgegeven. Ook is het belangrijk dat u tijdig - in uw hoofd - gaat nadenken over uw vertrek, deze emotie wordt vaak vergeten. Conclusie: praat erover met uw accountant en schakel ook een specialist in.

De bedrijfsopvolging kan spelen bij ondernemers in de inkomstenbelasting en bij ondernemers in de B.V.-vorm. In dit onderdeel artikelen over de bedrijfsopvolging bij ondernemers voor de inkomstenbelasting, hierbij kunt u denken aan:

  • bedrijfsopvolging bij de eenmanszaak;
  • bedrijfsopvolging bij de VOF;
  • bedrijfsopvolging bij de maatschap;
  • bedrijfsopvolging bij de CV.

Inkomstenbelasting en bedrijfsopvolging

In de fiscale wereld spelen bij een bedrijfsopvolging (binnen de familie) de schenkbelasting en de inkomstenbelasting (box 1 of 2). De belasting kan worden voorkomen door gebruik te maken van de zogeheten bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF). Dit geldt dus voor eenmanszaken, vennootschappen onder firma, maatschappen en B.V.'s. In de inkomstenbelasting kan de heffing worden uitgesteld, er gelden wel voorwaarden:

  • U moet de onderneming minimaal 1 jaar in bezit hebben.
  • Er moet sprake zijn van een echte onderneming (geen beleggingen).
  • De persoon die de onderneming voortzet moet mede-ondernemer of werknemer zijn sinds de laatste 3 jaren (binnen de onderneming).
  • Bij vererving moeten de overnemers de onderneming ook gedurende een periode voortzetten.

Bedrijfsopvolging en geen echte onderneming

Als u een B.V. zou hebben waarbinnen deels een onderneming wordt uitgeoefend en deels wordt belegd, is het te overwegen om beide activiteiten via een juridische splitsing van elkaar te splitsen. Bij een dergelijke herstructurering kunt u het volgende meenemen:

  • pensioen in aparte entiteit;
  • vermogen in vrijgestelde beleggingsinstelling;
  • mede eigendom van uw partner;
  • beleggingsvermogen in aparte B.V.;
  • opzetten stichting voor toekomstige scheiding zeggenschap en eigendom;
  • opstarten van een familieplan om onduidelijkheden weg te nemen.

Quickscan voor bedrijfsopvolging

Wij maken regelmatig voor accountants en ondernemers een quickscan om te kijken of een bedrijfsopvolging binnen uw huidige structuur mogelijk is. Als u een offerte hiervoor zou willen, kunt u hier deze offerte aanvragen, binnen een paar dagen ontvangt u dan van ons een e-mail. De ervaring leert dat een quickscan altijd verbeterpunten oplevert. U kunt ook rechtstreeks met mij e-mailen of bellen.

Structuur bij een bedrijfsopvolging

De meest voorkomende structuur bij een bedrijfsopvolging in de B.V.-omgeving is de verkoop van een werkmaatschappij door een holding. De verkoop kan dan belastingvrij plaatsvinden, dit op grond van de deelnemingsvrijstelling. De structuur moet u tenminste 3 jaar voor de bedrijfsopvolging opzetten, dit op grond van fiscale wetgeving. De structuur kan worden gevormd via een geruisloze of ruisende inbreng van een eenmanszaak, vennootschap onder firma of maatschap welke dan wordt opgevolgd met bijvoorbeeld:

  • herstructurering of het uitzakken binnen fiscale eenheid (wachttermijn 6 jaar);
  • bedrijfsfusie;
  • juridische afsplitsing; 
  • aandelenruil.

Als u 1 B.V. zou hebben, dan kunt u hier belastingvrij en vrij eenvoudig een holdingstructuur van maken. Via een aandelenruil worden de aandelen in de werkmaatschappij verkregen door een nieuw op te richten holding (vrijstelling is geregeld in artikel 3.55 jo. artikel 4.41 lid 1 wet op de Inkomstenbelasting). Formeel is er dan geen wachttermijn van 3 jaar, het moet echter niet zo zijn dat u al een koper voor uw bedrijf heeft en / of het een samenstelling van rechtshandelingen is om belastingheffing te voorkomen. Via een aandelenruil is het lastig om een mogelijke lijfrente of een stamrecht in de holding onder te brengen.

Vragen over bedrijfsopvolging

Een bedrijfsopvolging kan via vele routes worden opgezet, één keuze of optie is niet te geven. Veel mensen zijn niet op de hoogte van de notariële en fiscale gevolgen van hun situatie en / of kiezen te laat voor de juiste structuur, dit is jammer.  

Wij bieden daarom altijd een vrijblijvend gesprek bij ons op kantoor aan. In dit gesprek controleren wij uw financiële situatie, uw testament of andere zaken zoals de statuten van uw B.V. etc. Als u al jaren geleden een testament heeft laten maken en uw inkomens-, vermogens- of gezinssituatie is gewijzigd, dan is de kans groot dat uw testament niet meer voldoet. Nog belangrijker is dat u de zaken beter kunt regelen en hiermee ook nog belasting kunt besparen en ruzies kunt voorkomen.

Als u vragen of opmerkingen heeft over de erfenis, het verwerpen van een erfenis, de inzage in een testament, de aangifte erfbelasting, etc., kunt u zonder verdere verplichtingen onderstaand vragenformulier invullen. 

Service van de notaris of fiscaal jurist

Soms willen cliënten liever een gesprek thuis, op hun bedrijf of in het weekend. Het maakt ons niets uit, dit regelen wij graag voor u. Als u aangeeft waar en wanneer u de bespreking zou wensen, dan houden wij hier rekening mee. 

0000-00-00 0000-00-00 4185

Erfbelasting bij verkrijgen B.V.

De Hoge Raad (en het Gerechtshof) zijn van mening dat voor de waardering van aandelen ook rekening moet worden gehouden met het langlevenrisico (bedoeling wetgever bij artikel 13a SW 1956). Waardestijging van aandelen door overlijden van moeder is derhalve volledig belast als fictieve verkrijging.

Erfbelasting over waarde onderneming

Als u een onderneming (of aandelen in een B.V.) erft, dan moet u hierover erfbelasting betalen. Hoeveel? Dat zal afhangen van de waarde van de aandelen / onderneming. Soms krijgt u een vrijstelling. Dit kan spelen als u een onderneming van uw ouders erft en de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing is. Hoe wordt de waarde van de aandelen bepaald? Heeft pensioen of een lijfrente in eigen beheer invloed op de waarde van de aandelen? In dit artikel een casus bij de Hoge Raad in 2019.

Gevolgen lijfrente voor waarde B.V.

De Hoge Raad oordeelt dat de waardestijging van de aandelen door het overlijden van moeder gewoon belast is met erfbelasting.

  • Een man drijft met zijn ouders een onderneming in de vorm van een VOF. De ouders treden uit en bedingen daarbij een lijfrente bij de onderneming van de voorzettende zoon. De onderneming en de lijfrente worden daarna ingebracht in een B.V.
  • In mei 2015 wordt moeder ernstig ziek en ze overlijdt in juli. Daardoor valt haar lijfrenteverplichting vrij en stijgt de waarde van de aandelen in de B.V. Op basis van de wet wordt die waardestijging aangemerkt als een (fictieve) erfrechtelijke verkrijging.
  • De zoon moet dus erfbelasting betalen omdat zijn aandelen meer waard zijn geworden door het overlijden van moeder.
  • De zoon kan daar maar moeilijk mee leven en komt in bezwaar en beroep tegen de aanslag erfbelasting. Hij neemt daarbij een creatief standpunt in, waarvan ik zou willen dat ik het bedacht had: de waardestijging is niet het gevolg van het overlijden, maar van de ernstige ziekte van moeder, waardoor de lijfrenteverplichting al vóór overlijden moest worden afgewaardeerd (toen waren de vooruitzichten immers al zeer slecht). De waardestijging komt dus niet door overlijden van moeder, maar door de ernstige ziekte.

Helaas gaat de Hoge Raad niet mee in die gedachte:

“Aan de (…) bedoeling van de wetgever wordt dan recht gedaan door (de) te belasten waardestijging van de aandelen mede rekening te houden met een eventuele eerdere afwaardering van die voorziening in verband met verminderd langlevenrisico van de verzekerde.”

Opmerking fiscaal jurist over waardering B.V.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de regeling is ingevoerd om een einde te maken aan constructies waarbij oudedagsvoorzieningen van een erflater worden ondergebracht in een vennootschap waarvan de aandelen worden gehouden door een ander dan die erflater, en een waardestijging van die aandelen ten gevolge van het overlijden van een erflater onbelast blijft.

Op zich is dat een terechte anti-misbruikregel, maar kan soms toch wel onredelijk uitpakken.

Wel komt de vraag op of de hele waardestijging ook belast is met erfbelasting als er tussen het opkomen van de ziekte een jaargrens zit (met een balansafsluiting). De gedachte zou dan toch kunnen zijn dat er op het moment van afsluiting van het jaar een herwaardering van de lijfrenteverplichting mag plaatsvinden (die dan wel belast is met Vpb) maar dat er nog een klein deel resteert omdat er nog een verplichting is omdat – per balansdatum – nog geen sprake is van overlijden. De toekomst zal het leren, maar wij procederen dat graag voor u uit.

Vragen over erven van een bedrijf?

Graag bespreken we de mogelijkheden onder een bakkie troost.

Bron erfbelasting over waarde B.V.

Arrest Hoge Raad erfbelasting

Erfbelasting bij verkrijgen BV [news] 2019-02-15 0000-00-00 0000-00-00 5819

Bedrijfsopvolging en vastgoed

Op 18 juni 2021 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak waar wij als fiscalisten lang naar uit hebben gekeken. In dit arrest stond de bedrijfsopvolgingsregeling bij de verkrijging van (certificaten van) aandelen in een vastgoedbedrijf centraal. De Belastingdienst stelt hierbij meestal al snel: "vastgoed is geen bedrijf, dus geen BOR." In dit geval was de Belastingdienst iets milder in haar standpunt, voor de ontwikkeling was er sprake van een bedrijf (materiële onderneming) maar voor de verhuuractiviteiten niet. Kan dit ?

Belastingvrij vastgoedbedrijf overdragen, kan dit?

Henk is in 2012 overleden en tot de nalatenschap behoren certificaten (21% en 25%) in drie vastgoedbedrijven. De bedrijven hielden zich actief bezig met projectontwikkeling en verhuur van vastgoed. De erfgenamen deden natuurlijk een beroep op de gunstige bedrijfsopvolgingsregeling (heffing ongeveer 4% i.p.v. 35%). Ze stelden dat de beide activiteiten sterk met elkaar verweven waren en dat op beide activiteiten de BOR van toepassing moet zijn. De inspecteur stelt dat de BOR enkel ziet op de materiële onderneming, in deze de projectontwikkelingsactiviteiten. Lagere rechters (rechtbanken en gerechtshoven) willen nog wel eens meegaan met belastingplichtigen en de BOR ook van toepassing verklaren op verhuuractiviteiten. Als deze verhuuractiviteiten een hoog rendement opleveren en van enige omvang zijn (qua vermogen en werkzaamheden) kan hierop ook de BOR van toepassing zijn, aldus de rechter. Voor het rendement wordt dan gekeken naar de Nederlandse IPD vastgoedindex.

Verhuur onroerend goed en BOR

De rechter kijkt naar de zogenaamde arbeidsplus-toets:

  • Van het drijven van een onderneming is sprake bij aanwezigheid van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die
  • is gericht op het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer
  • met het oogmerk winst te behalen.

Bij de exploitatie van onroerende zaken geldt dat deze activiteiten slechts als het drijven van een onderneming kunnen worden aangemerkt indien:

  • de arbeid naar aard en omvang meer heeft omvat dan gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer; en
  • deze arbeid naar aard en omvang onmiskenbaar ten doel heeft het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat.

Verwevenheid van activiteiten en BOR

Er moet gekeken worden naar de verwevenheid van de activiteiten. De ontwikkeling van vastgoed is namelijk nodig om uiteindelijk tot verhuur van vastgoed te komen, dit was ook de mening van de Advocaat-Generaal. Als deze activiteiten nauw met elkaar samenhangen, kan sprake zijn van feitelijk het drijven van één onderneming. Vervolgens volgt de vermogenstoets, dus met welk deel van het vermogen wordt een echt bedrijf / onderneming gedreven? Ook spelen hierbij de vermogensetiketteringsregels (privé, ondernemings- of keuzevermogen) een rol.

De Belastingdienst neemt meestal als uitgangspunt dat verhuur van vastgoed moet worden gezien als beleggen van vermogen en derhalve geen BOR. De Advocaat-Generaal is een stuk milder, als de verhuur van vastgoed binnen een bedrijf / onderneming een echte functie vervult, dan is feitelijk sprake van keuzevermogen en kan de BOR gewoon worden toepast. Als je sec naar de verhuur kijkt, is dit wellicht niet zo, het gaat dus om de combinatie.  

De Hoge Raad is het niet helemaal met de A-G eens. Er wordt eerst gekeken naar de verhuuractiviteiten (dus apart). Als deze op zichzelf geen onderneming kan vormen, dan komt de Hoge Raad niet toe aan de combinatie van beide activiteiten. Deze zaak wordt ook nog verwezen naar een ander Gerechtshof omdat nog moet worden onderzocht welke panden kunnen worden toegerekend aan de projectontwikkelingstak.

Noot fiscaal jurist inzake bedrijfsopvolging bij vastgoed

In deze casus ziet de Hoge Raad de verhuur en projectontwikkeling als twee takken van sport. De verhuuractiviteiten worden niet gezien als ondernemingsvermogen (dus geen BOR). Als er vooraf was gekeken of de regels inzake arbeidsplus-toets en de vermogensetikettering (keuzevermogen?) toepasbaar zijn, was er wellicht tot een andere uitkomst gekomen. Als er voldoende verwevenheid zou zijn geweest, had het geheel (indien het keuzevermogen zou zijn) gezien kunnen worden als "geheel ondernemingsvermogen". 

Het verhuurde vermogen in een bv is altijd een punt van discussie. Vervult dit vermogen een rol voor het ondernemingsvermogen binnen de bv? Het kan bijvoorbeeld nodig zijn als financiële dekking en / of het gevolg zijn van de projectontwikkeling. Ook kan het zo zijn dat op grond van de basisbeoordeling (arbeidsplus) de aard en omvang van de arbeid (en het rendement) ervoor zorgen dat sprake is van ondernemingsvermogen.

We zijn er dus nog niet en het zal discussie blijven opleveren met de Belastingdienst !

Zijn er vragen of opmerkingen of is er een discussie met de Belastingdienst? Bel ons gerust voor een second opinion of advies. Of de BOR de komende jaren blijft is thans onduidelijk, er zijn geluiden over een beperking, maar ook over een uitbreiding.

Bron vastgoed en BOR

Hoge Raad d.d. 18 juni 2021 ECLI:NL:HR:2021:953

Gerechtshof Amsterdam d.d. 12 maart 2020 ECLI:NL:GHAMS:2020:1168

Bedrijfsopvolging en vastgoed [news] 2021-07-01 0000-00-00 0000-00-00

Er is veel discussie over de bedrijfsopvolging bij een vastgoedbedrijf. Is dit een materiële onderneming, of deels of helemaal niet? Wat zegt de Hoge Raad?

7082

De bv wordt fiscaal steeds voordeliger

Waar het omslagpunt voor de fiscaal ingegeven keuze tussen ondernemen in een eenmanszaak of een bv voorheen rond de € 150.000 aan resultaat lag, ligt deze in 2021 al op € 105.000. De komende jaren zal dit omslagpunt zelfs nog lager komen te liggen. Reden genoeg om eens kritisch naar uw structuur te kijken en wellicht nog dit jaar in ieder geval de intentie tot omzetting kenbaar te maken bij de Belastingdienst.

Tariefsaanpassing box 1

Wat is nou de reden dat dit omslagpunt door de jaren heen steeds lager komt te liggen? Dat is gelegen in het feit dat:

  • Er een afbouw plaatsvindt van de zelfstandigenaftrek;
  • Er een afbouw plaatsvindt van het maximale tarief waartegen de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling in aftrek gebracht kan worden (2021: 43%, 2022: 40%, 2023: 37,05%).

Intentieverklaring

Door vóór 1 oktober 2021 in ieder geval de intentie tot mogelijk omzetten van de eenmanszaak naar de bv bij de Belastingdienst te registreren, behoudt u de mogelijkheid om uw onderneming tot en met 31 maart 2022 daadwerkelijk om te zetten naar een bv-structuur. Door een intentieverklaring te registreren wordt u niks verplicht, uw houdt echter wel de mogelijkheid open om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 uw winst in de bv te laten belasten.

Tot besluit

Denkt u na over de omzetting van uw onderneming naar een bv-structuur, neem dan gerust eens vrijblijvend contact op met onderstaande adviseurs. Zij helpen u graag bij het maken van de juiste keuze.

De bv wordt steeds voordeliger [news] 7212

De bv in oprichting: de voorperiode

Bij de omzetting van een onderneming naar een bv kan het zijn dat er een bepaalde terugwerkende kracht van toepassing is. De periode tussen het overgangstijdstip voor fiscale begrippen en de feitelijke oprichting van de bv wordt voorperiode genoemd. Je komt dan eigenlijk tijdelijk in een fiscaal niemandsland terecht, maar hoe wordt dan omgegaan met verschillende facetten gedurende deze periode?

Beloning en voorperiode

De door de oprichter van de bv in de voorperiode verrichte onttrekkingen voor privébestedingen kunnen niet worden belast als winst uit onderneming. De onderneming wordt immers niet meer voor rekening van de natuurlijk persoon in kwestie gedreven. Evenmin kunnen deze bedragen worden belast als inkomen uit dienstbetrekking. Zolang de vennootschap nog niet bestaat, kan er immers nog geen sprake zijn van een dienstbetrekking met deze bv. Deze onttrekkingen plegen dan volgens onze staatssecretaris te worden behandeld als resultaat uit overige werkzaamheden. In de voorperiode dient een zakelijke beloning in acht te worden genomen. In de praktijk is het dan zaak om de beloning in de voorperiode aan te laten sluiten bij het daarna te genieten loon, op basis van de gebruikelijkloonregeling. Over het 'loon' in de voorperiode wordt in beginsel geen voorlopige aanslag opgelegd. Evenmin vindt inhouding van loonbelasting plaats, ons advies luidt dus doorgaans om wat middelen te reserveren voor de inkomstenbelasting.

Belastingplicht omzetbelasting

De Hoge Raad heeft in een uitspraak duidelijkheid gebracht omtrent de aanvang van de belastingplicht voor de omzetbelasting. De Hoge Raad besliste dat een lichaam voor het eerst vanaf de datum van oprichting als een ondernemer in de zin van de omzetbelasting kan worden aangemerkt. De hiervoor bedoelde uitspraak brengt dus met zich mee dat omzetbelasting in de voorperiode door de omgezette eenmanszaak moet worden voldaan.*

Onttrekkingen voorafgaande aan de omzetting

De vraag of de onttrekking van vermogensbestanddelen in het kader van een geruisloze omzetting naar het privévermogen van belastingplichtige mogelijk is, is een lange tijd voer voor discussie geweest.

De staatssecretaris heeft in dat kader goedgekeurd dat met betrekking tot de geruisloze omzetting vermogensbestanddelen mogen worden onttrokken; dit betreft zowel vermogensbestanddelen die tot het keuzevermogen behoren, als ook die vermogensbestanddelen die tot het verplicht ondernemingsvermogen behoren.

De staatssecretaris heeft in een besluit duidelijkheid geschetst over de vraag of in het kader van de geruisloze omzetting vermogensbestanddelen mogen worden onttrokken. De minister keurt goed dat zowel keuzevermogen als verplicht ondernemingsvermogen mag worden onttrokken. Voor onttrekkingen van verplicht ondernemingsvermogen is de goedkeuring een uitbreiding, want in het verleden was een onttrekking van verplicht ondernemingsvermogen op geen enkele wijze toegestaan.**

Naar onze mening is het echter voor belastingplichtigen (vanuit fiscaal oogpunt) onder andere verstandig om van deze goedkeuring gebruik te maken als de vermogensbestanddelen met een boekverlies kunnen worden onttrokken, zodat het verlies zo snel mogelijk tot uitdrukking komt. In gevallen waarin een boekwinst wordt gemaakt, is het verstandig de heffing zo lang mogelijk uit te stellen en geen gebruik te maken van de door de staatssecretaris verleende goedkeuring. Een optie zou nog kunnen zijn een vervreemding van vermogensbestanddelen na de oprichting van de bv, dit in verband met het tariefverschil tussen de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.

Tot besluit

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen of speelt er wellicht een ander fiscaal vraagstuk bij u? Neem dan gerust een vrijblijvend contact op met onze onderstaande adviseurs.

*   HR 22 september 2006, nr. 41.443.

** Besluit van 30 juni 2010, nr. DGB2010/3599M.

De bv in oprichting: de voorperiode [news] 7209

Waarom ondernemen in een bv?

Er kunnen vele redenen zijn om een bv op te richten. Een in de markt veelgehoorde reden is status: de dga kan zich directeur noemen en vanzelfsprekend is dit niet het argument dat het meeste hout snijdt. Hieronder gaan wij in op een aantal (doorgaans) belangrijkere redenen.

Aansprakelijkheid en risico

Door het drijven van een onderneming voor rekening en risico van een bv wordt de aansprakelijkheid in privé beperkt. De bv is namelijk zelf aansprakelijk voor haar schulden, niet de aandeelhouders of de directie. Een uitzondering hierop is bestuurdersaansprakelijkheid. Deze houdt in dat, naast de bv, in bepaalde gevallen ook de bestuurder aansprakelijk is. Criterium is dat de bestuurstaken onbehoorlijk zijn uitgevoerd.

Is dit alles niet aan de orde, dan loopt de aandeelhouder slechts financieel risico tot het bedrag van zijn investering in het aandelenkapitaal.

Dit moet overigens enigszins gerelativeerd worden. Indien een dga een onderneming start in de vorm van een bv, zullen financiers (zoals een bank) vaak extra zekerheid wensen van de dga in persoon, bijvoorbeeld door een borgstelling voor de schulden van de bv.

Fiscaal voordeel

De laatste jaren probeert de wetgever Nederland aantrekkelijker te maken voor ondernemingen in het MKB. Zo zijn de tarieven in de vennootschapsbelasting fors verlaagd ten opzichte van een aantal jaar geleden. Zo bedroeg het toptarief 15 jaar geleden bijvoorbeeld nog 34,5% en bedraagt het vennootschapsbelastingtarief voor 2021 15% tot een bedrag van € 245.000 en 25% voor alles daarboven. Daarentegen bedraagt het maximale tarief in de inkomstenbelasting nu 49,50%. Door de MKB-winstvrijstelling van 14% daalt het effectieve tarief nog wel. De gecombineerde heffing (vennootschapsbelasting en aanmerkelijkbelangheffing) op uitgekeerde winsten uit een bv in 2021 bedraagt tussen de 37,8% en 45%. Het voordeel wordt zelfs groter indien de behaalde winst niet wordt uitgekeerd. Bij de bv kan minimaal 75% en maximaal 85% van de winst worden geherinvesteerd in de onderneming; in een IB-onderneming is dit dus aanzienlijk lager, hetgeen een liquiditeitsvoordeel oplevert dat kan worden benut voor het doen van investeringen.

De uitkering van een gebruikelijk loon aan de dga kan het voordeel ten opzichte van de IB-onderneming beperken. Het salaris is voor de dga immers belast in de inkomstenbelasting tegen maximaal 49,50%. Bovendien zal vooral bij lagere winsten de IB-onderneming aantrekkelijker zijn door de MKB-winstvrijstelling en enkele aftrekposten (ondernemersfaciliteiten) die uitsluitend openstaan voor IB-ondernemers. Een vuistregel die wij in de praktijk hanteren is om vanuit fiscaal oogpunt ingegeven eens te gaan kijken naar de bv bij een winst van om en nabij de € 125.000 tot € 150.000.

Vergemakkelijken bedrijfsoverdracht

Wanneer een onderneming in de vorm van bijvoorbeeld een eenmanszaak wordt overgedragen, worden in feite alle activa en passiva overgedragen. Bij de overdracht van een onderneming in de vorm van een bv is dat anders. De aandeelhouders zijn namelijk geen eigenaar van de activa en passiva; de bv is eigenaar van de activa en passiva. Door de aandelen van de bv over te dragen, wordt op eenvoudige wijze een onderneming overgedragen. Bovendien voorziet de wetgeving in een aantal fiscaalvriendelijke mogelijkheden voor de overdracht van aandelen.

Continuïteit

Als de dga overlijdt, behoeven – in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij de eenmanszaak – de activa en passiva niet onder de erfgenamen te worden verdeeld. De erfgenamen krijgen aandelen of certificaten van aandelen die ze eventueel kunnen verkopen. De bv en dus de onderneming blijft gewoon bestaan.

Overzicht

Bij een persoonlijke onderneming lopen zakelijke aangelegenheden en privéaangelegenheden vaak door elkaar, met name ook financieel. Bij een bv is dat meer gescheiden, omdat de bv een rechtspersoon is. Zakelijk (de rekening van de bv) en privé (de rekeningen van de dga) zijn daarmee gescheiden. Dat maakt het ondernemen met een bv overzichtelijker.

Tot besluit

Wenst u te gaan ondernemen in een bv of heeft u naar aanleiding van dit artikel nog andere vragen voor onze adviseurs? Aarzel dan niet om contact op te nemen via onderstaande contactgegevens. Wij helpen u graag verder!

Waarom ondernemen in een bv? [news] 7211

Overname onderneming of B.V.

In onze praktijk komt het regelmatig voor dat wij adviseren bij de overname van een onderneming of B.V. Tevens zijn wij regelmatig betrokken bij de verkoop van een onderneming of B.V. aan een potentiële koper.

De verkoop van een bedrijf is een vak. Jaarlijks worden er ongeveer 15.000 bedrijven verkocht. Ongeveer 40% van de MKB-bedrijven wil groeien door een overname en 40% van de ondernemers is ouder dan 50 jaar. De conclusie is dan dat er vraag en aanbod is voor een mogelijke verkoop van een bedrijf.

De waardering van aandelen

Een waardering van aandelen is maatwerk. In de praktijk zie je vaak dat de waardering van een onderneming via een soort borrelpraat wordt vastgesteld op 3, 4 of 5 keer de bedrijfswinst van de afgelopen jaren, soms nog met een wegingsfactor en, als het nog iets beter gaat, wordt rekening gehouden met:

  • normalisatie;
  • wijzigingen voor de toekomst;
  • rechten en octrooien binnen het bedrijf;
  • synergievoordelen voor de koper.

Een ondernemer die 25 jaar zijn bedrijf heeft gehad wil niet binnen 2 minuten van de fiscaal jurist of accountant horen "ach waardering ... is wat een gek ervoor geeft ... denk 4 keer de winst." Dit kan niet getuigen van respect voor de ondernemer en zijn bedrijf, los van het feit dat het niet juist is. De waardering bestaat ook niet, omdat het zal afhangen van de reden voor de verkoop en de partij die uiteindelijk gaat kopen. Een paar voorbeelden:

  • verkoop aan een buitenlandse partij;
  • verkoop aan concurrent die bedrijf zal saneren;
  • verkoop aan kinderen of familie;
  • verkoop aan een partij die graag in de regio of het land wil zitten;
  • verkoop aan een partij die zijn bedrijfskolom wil uitbreiden;
  • verkoop aan het zittende management met betaling in termijnen en met participatiemaatschappij;
  • verkoop of waardering i.v.m. echtscheiding;
  • overdracht i.v.m. overlijden of verdelen nalatenschap.

Naast de verkoop wil een ondernemer ook graag antwoorden op:

  • financiële planning na de verkoop;
  • voorkomen van belastingheffing;
  • mogelijkheden om box 2 heffing en wellicht erfbelasting te voorkomen door emigratie of buitenlandse structuren;
  • mogelijkheden bedrijfsopvolgingsfaciliteit.

Verkoopproces

Het goed inventariseren van de markt en het kiezen van de juiste koper zijn belangrijke onderdelen van het verkoopproces. In mijn praktijk komt het ook steeds vaker voor dat de koopsom niet volledig bij de levering wordt betaald, maar in termijnen. De verkoper loopt hierdoor meer risico, maar krijgt ook een hogere prijs. Soms wordt de verkoopprijs ook afhankelijk gesteld van toekomstige winst, zorg er dan wel voor dat u grip kunt behouden op het beleid van uw bedrijf.

Overname onderneming of BV [news] 3567 Kosten overname aftrekbaar [news] 2012-11-22

Kosten overname aftrekbaar of niet?

Bij een overname heeft met name het juridische kader de meeste aandacht. Het is echter slim om vroeg in het koop- / verkoopproces een korte bespreking in te plannen met een fiscaal jurist. De aankoopkosten met betrekking tot de koop van een bedrijf zijn namelijk (sinds 2002) niet aftrekbaar. Deze kosten moeten worden geactiveerd en maken onderdeel uit van de kostprijs van de B.V. welke wordt gekocht (kostprijs deelneming). Sinds 2007 zijn ook de kosten verbonden aan de verkoop van een deelneming niet meer aftrekbaar.

Wettelijke bepaling kosten bij koop niet aftrekbaar

Artikel 13 lid 1 Wet Vennootschapsbelasting (de deelnemingsvrijstelling) zegt hierover het volgende:

  • Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking de voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake van de verwerving of de vervreemding van die deelneming.

Welke kosten zijn niet aftrekbaar van de winst?

Het is natuurlijk dan de vraag welke kosten niet aftrekbaar zouden zijn, dit betreft:

  1. Procedurekosten.
  2. Bemiddelingskosten.
  3. Provisie voor tussenpersoon (de finder fee).
  4. Kosten advocaten, notaris en accountants (onderzoekskosten / Due Diligence).

Overname onderneming en fiscale aftrekbaarheid kosten

Regelmatig ben ik betrokken bij een overname. De kosten verbonden aan een overname kunnen substantieel zijn. Naast uw accountant, een overname-adviseur, een DDO (Due Diligence Onderzoek), advocaat en overige adviseurs moet ook de notaris worden betaald. De kosten verbonden aan de overname zijn niet aftrekbaar voor de koper. De koper zou een holding kunnen oprichten en / of de B.V. laten kopen door een bestaande holding. Als de holding die is opgericht (of er al is) de aandelen koopt, zou de holding vanaf het overnamemoment een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kunnen aangaan met de gekochte werkmaatschappij. Binnen de fiscale eenheid kunnen winsten en verliezen worden verrekend. Via deze route zouden kosten wellicht wel aftrekbaar zijn. In 2011 heeft de Hoge Raad bepaald dat via deze creatieve route de kosten ook niet aftrekbaar zijn. Dit is nog eens bevestigd in een uitspraak van de Rechtbank Haarlem d.d. 16 februari 2012.

Kosten kopen onderneming wel aftrekbaar

Als de kosten worden gemaakt voor het verkrijgen van een financiering. In dat geval zijn de kosten wel aftrekbaar. Alternatief is dat de kosten inzake de overname worden betaald door de deelneming zelf. Voor deze B.V. zou het bijvoorbeeld zakelijk kunnen zijn om kosten te maken voor een onderzoek naar de synergievoordelen of uitbreiden van de bedrijfskolom.

Contact

Als u vragen over dit onderwerp zou, hebben kunt u contact opnemen met de heer mr. Dennis J.B. Jongbloed.

2012-11-22 0000-00-00 3568
Verkoop onderneming tegen winstrecht [news] 2012-11-22

Verkoop onderneming tegen winstrecht

Eigenaren van een eenmanszaak, VOF of maatschap die hun (aandeel in) bedrijf verkopen, lopen soms aan tegen een belastingtarief van 52%. Er zijn mogelijkheden om deze hoge directe heffing te verkopen. Eén van die vormen is de verkoop van uw onderneming tegen een winstrecht.

Door de verkoop tegen een winstrecht gedurende een periode van bijvoorbeeld 7 jaar voorkomt u directe heffing (over stille reserves en goodwill) in 1 jaar. De jaarlijkse uitkering van het winstrecht is belast in het jaar dat u deze ontvangt. Voordeel is dus dat u gebruik kunt maken van de progressie in de inkomstenbelasting. Het moet wel gaan om een echt winstrecht en dus niet een vast recht op een bedrag wat zou kunnen lijken op betaling in termijnen.

Belastingtip

Deze methode is met name aantrekkelijk als u 65 bent, uw tarief in de eerste schijf bedraagt dan zo'n 16%.

Financiële tip

Let erop dat u niet altijd invloed heeft op de omvang en samenstelling van de winst. Koppel het percentage dus ook aan de omzet binnen uw bedrijf. Daarnaast bent u voor het winstrecht afhankelijk van de kwaliteiten van de nieuwe ondernemer, dit kan risico's met zich meebrengen. In dit kader is het verstandig een vinger aan de pols te (laten) houden binnen het bedrijf. Laat een contract door een deskundige opstellen, dit voorkomt problemen in de toekomst.

0000-00-00 0000-00-00 3569
Overname via activa passiva transactie [news] 2012-11-22

Overname door activa - passiva transactie

In onze praktijk zijn wij vrijwel continue betrokken bij de verkoop / koop van ondernemingen en/of de waardering van bedrijven. Een verkoop kan plaatsvinden op verschillende manieren. De meest voorkomende zijn:

  1. verkoop aandelen;
  2. omzetting aandelen 
  3. verkoop activa en passiva.

De verkoop van activa en passiva is veelal tegen een hogere prijs dan de verkoop van aandelen. De verkoper moet immers direct afrekenen met de Belastingdienst. Bij een verkoop van aandelen wordt ook wel rekening gehouden met een latentie (veelal rond de 10%), maar deze latentie is lager dan de actuele belastingschuld bij een overname van activa en passiva.

De koper koopt hierbij van de verkoper (een eenmanszaak, VOF, maatschap, C.V. of B.V.) alle activa en passiva (de bezittingen en schulden). Als de activa en passiva zijn ondergebracht in een B.V., zal daarna de B.V. geliquideerd kunnen worden.

Bij een activa / passiva overname moeten alle onderdelen op een juridisch juiste wijze worden overgedragen. Dit wil zeggen:

  1. onroerende zaken: notariële akte van levering;
  2. vordering: via een cessie;
  3. roerende zaken (machines, inventaris, etc.): koopovereenkomst (onderhands);
  4. overeenkomsten, etc.: koopovereenkomsten en akkoord tegenpartij.

Werknemers en activa en passiva overname

De rechten en plichten ten aanzien van werknemers gaan van rechtswege over naar de koper. De koper is ook aansprakelijk voor achterstallige belastingen en loonbetalingen van de verkoper. Dit geldt ook voor premies en pensioenen.

Aandachtspunten activa / passiva overname

De praktijk leert dat een goede overeenkomst van belang is. Denk daarbij ook nog aan:

  1. concurrentie- en relatiebeding verkoper;
  2. overname bankrekening en pinapparatuur verkoper;
  3. overname handelsnaam of handelsnamen;
  4. overname klantenbestand;
  5. overname onderhanden werk;
  6. overname internetsite;
  7. overname telefoonnummers, postbus, etc.;
  8. afspraken over garanties en schadeclaim;
  9. deel overname bij notaris laten staan (escrow) bij mogelijke claims of het niet nakomen van afspraken, bijvoorbeeld het relatiebeding.

Belastingen

Het inschakelen van een ervaren belastingadviseur of fiscaal jurist is verstandig. Hij kan u begeleiden bij de overname, bepalen overnamesom, bepalen risico's en het kunnen gebruiken van speciale regelingen in de inkomstenbelasting, overdrachtsbelasting, schenk- en erfbelasting en omzetbelasting.

0000-00-00 0000-00-00 3570
Vuistregels bij waarderen BV [news] 2013-03-31

Vuistregels bij waardering B.V.

Er zijn natuurlijk allerlei vuistregels binnen bepaalde branches, hierbij kunt u denken aan:

  • 8 keer de gemiddelde weekomzet bij een supermarkt;
  • 3 keer de doorloopprovisie bij een verzekeringsbedrijf;
  • 1 keer de omzet bij een accountantskantoor;
  • 1,3 keer de omzet bij een goed lopende apotheek;
  • 4 keer de gemiddeld winst bij een MKB-winkel.

Het bijzondere is dat dergelijke vuistregels niet eens zo slecht zijn, ze sluiten vaak redelijk goed aan bij betrouwbare waarderingsvormen zoals de DCF-methode. Een vuistregel blijft echter wel een vuistregel. Het belangrijkste voor een verkoper is om te kijken hoe zijn bedrijf het bij de verkoper gaat doen, denk hierbij aan:

  • synergie voordelen;
  • kosten besparen;
  • omzet verhogen;
  • gecombineerde producten aan klanten aanbieden;
  • betere inzet gebouw, mensen, machines, etc.

Tenslotte moet u met uw fiscaal jurist of adviseur ook eens een berekening maken van uw bedrijf na de verkoop, veelal verandert er een aantal zaken, de belangrijkste zijn:

  • de financieringslast moet worden opgebracht;
  • het gebouw is geen eigendom meer, maar wordt van de voormalig eigenaar gehuurd;
  • er zijn voordelen te behalen door de koper (zie hiervoor).

Op basis hiervan kunt u beoordelen of de verkoop voor een mogelijke koper interessant is. Een vervolgstap kan zijn om uw uitgangspunten eens te overleggen met de koper om te kijken of hij de voordelen wel ziet en / of deze ook haalbaar zijn. Dit past niet in elke onderhandeling, maar komt steeds vaker voor.

0000-00-00 0000-00-00 3693

Kosten adviseur aftrekbaar bij verkoop deelneming

Bij een overname heeft met name het juridische kader de meeste aandacht. Het is echter slim om vroeg in het koop- / verkoopproces een korte bespreking in te plannen met een fiscaal jurist. De aankoopkosten met betrekking tot de koop van een bedrijf zijn namelijk (sinds 2002) niet aftrekbaar. Deze kosten moeten worden geactiveerd en maken onderdeel uit van de kostprijs van de B.V. welke wordt gekocht (kostprijs deelneming). Sinds 2007 zijn ook de kosten verbonden aan de verkoop van een deelneming niet meer aftrekbaar.

Onderstaand echter een uitspraak uit 2013 waarbij de kosten wel aftrekbaar waren. Het betreft wel een uitspraak van een "lagere rechter" (Rechtbank), deze zal waarschijnlijk in Hoger beroep geen stand houden. Thans is niet bekend of er Hoger Beroep is aangetekend

Wettelijke bepaling kosten bij koop niet aftrekbaar

Artikel 13 lid 1 Wet Vennootschapsbelasting (de deelnemingsvrijstelling) zegt hierover het volgende:

  • Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking de voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake van de verwerving of de vervreemding van die deelneming.

Welke kosten zijn niet aftrekbaar van de winst?

Het is natuurlijk dan de vraag welke kosten niet aftrekbaar zouden zijn, dit betreft:

  1. Procedurekosten.
  2. Bemiddelingskosten.
  3. Provisie voor tussenpersoon (de finder fee).
  4. Kosten advocaten, notaris en accountants (onderzoekskosten / Due Diligence).

Overname onderneming en fiscale aftrekbaarheid kosten

Regelmatig ben ik betrokken bij een overname. De kosten verbonden aan een overname kunnen substantieel zijn. Naast uw accountant, een overname-adviseur, een DDO (Due Diligence Onderzoek), advocaat en overige adviseurs moet ook de notaris worden betaald. De kosten verbonden aan de overname zijn niet aftrekbaar voor de koper. De koper zou een holding kunnen oprichten en / of de B.V. laten kopen door een bestaande holding. Als de holding die is opgericht (of er al is) de aandelen koopt, zou de holding vanaf het overnamemoment een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kunnen aangaan met de gekochte werkmaatschappij. Binnen de fiscale eenheid kunnen winsten en verliezen worden verrekend. Via deze route zouden kosten wellicht wel aftrekbaar zijn. In 2011 heeft de Hoge Raad bepaald dat via deze creatieve route de kosten ook niet aftrekbaar zijn. Dit is nog eens bevestigd in een uitspraak van de Rechtbank Haarlem d.d. 16 februari 2012.

Kosten kopen onderneming wel aftrekbaar

Als de kosten worden gemaakt voor het verkrijgen van een financiering. In dat geval zijn de kosten wel aftrekbaar. Alternatief is dat de kosten inzake de overname worden betaald door de deelneming zelf. Voor deze B.V. zou het bijvoorbeeld zakelijk kunnen zijn om kosten te maken voor een onderzoek naar de synergievoordelen of uitbreiden van de bedrijfskolom.

Casus rechtbank

Een B.V. hield 55% van de aandelen in een dochtermaatschappij (deelneming). De deelneming wordt verkocht en er wordt besloten om om aan de commissaris (tevens externe adviseur) een beloning te betalen van € 1.400.000. In hoeverre een commissaris ook extern adviseur kan zijn, laat ik in deze even buiten beschouwing. De kosten worden door de B.V. afgetrokken van de winst, de koopsom wordt belastingvrij (deelnemingsvrijstelling) ontvangen.
De rechtbank is van mening dat de kosten aftrekbaar zijn. De kosten kwalificeren - volgens de rechter - niet als verkoopkosten van de deelneming die noodzakelijk zijn om de verkoop door te laten gaan. De directe samenhang met de verwerving / verkoop van de deelneming ontbreekt. Enig verband ziet de rechtbank wel, maar in casu niet voldoende.
Er is een causaal verband tussen de bonus en de verkoop, echter de verkoop was ook doorgegaan zonder deze substantiële kosten te maken. Het besluit om de beloning te betalen is genomen nadat de deelneming is verkocht, mede hierdoor zijn de kosten volgens de rechtbank aftrekbaar.                                                                                                                                                                                                                                                        

Bron

In deze casus was de verkoop echter ook doorgegaan zonder de kosten te maken; het besluit om de externe adviseur te belonen was genomen nadat duidelijk was dat de verkoop onder gunstige voorwaarden doorgang zou vinden. Daardoor zijn de kosten voor B.V. X aftrekbaar volgens de rechtbank. 
Kosten adviseur bij verkoop aftrekbaar [news] 2013-09-12 0000-00-00 0000-00-00 4057
2015-07-21

Holdingstructuur

Een veel voorkomende uitspraak in de fiscale adviespraktijk is: "één B.V. is géén B.V." Hiermee wordt gedoeld op de (bijna altijd) aan te raden holdingstructuur, voordelen kunnen zijn:

-          Verkoop werkmaatschappij zonder acute belastingheffing;

-          Eenvoudiger om door derden te participeren de werkmaatschappij;

-          Reserveren gemaakte winsten buiten de risicosfeer van de onderneming;

-          Pand buiten risicosfeer.

Indien er een holdingstructuur gecreëerd moet worden, zal dit in beginsel tot belastingheffing leiden. Hieronder worden meerdere mogelijkheden beknopt uiteengezet waarbij verschillende vrijstellingen benut kunnen worden. De kunst is echter om de juiste keuze te maken, de fiscale argumenten hoeven hier niet altijd de doorslaggevende factor voor te zijn.

Aandelenfusie

Het voordeel van een aandelenfusie is dat er relatief weinig handelingen nodig zijn om deze structuur te creëren. De fiscale nummers van de onderneming blijven ongewijzigd en er zijn weinig administratieve handelingen nodig nadat de aandelenfusie heeft plaatsgevonden. Er vindt alleen een vervreemding plaats op het niveau van de DGA. Onder voorwaarden kan dit echter zonder belastingheffing plaatsvinden.

Bedrijfsfusie

De bedrijfsfusie leidt ertoe dat er een nieuwe B.V. wordt opgericht waaraan de activiteiten van de reeds bestaande B.V. worden overgedragen – inclusief  de goodwill en meer- / minderwaarden van de onderneming, hetgeen in beginsel leidt tot afrekening. Onder voorwaarden kan afrekening met de Belastingdienst achterwege blijven, van belang is dat het om een (zelfstandig deel van) een onderneming gaat. Bij een bedrijfsfusie hoeft er geen vervreemding plaats te vinden op het niveau van de DGA.

Juridische splitsing

Als gevolg van de juridische “moeder-dochter” splitsing ontstaat er ook een holdingstructuur. Hierbij vindt er geen vervreemding op het niveau van de DGA plaats en kan er vermogen worden afgesplitst dat niet als een (zelfstandig deel) van een onderneming kwalificeert.

Binnen fiscale eenheid

Tot slot kan de herstructurering binnen de fiscale eenheid plaatsvinden. Dit leidt er echter wel toe dat de fiscale eenheid ten minste 3 of 6 jaar niet verbroken mag worden om tegen acute heffing van vennootschapsbelasting aan te lopen.

Aandachtspunten

Let bij het creëren van een holdingstructuur goed op de volgende (niet fiscale) aspecten:

-          Opzegging krediet(-faciliteiten) door de bank;

-          Afdrachtvermindering WBSO komt te vervallen;

-          (Milieu-)vergunningen komen te vervallen;

-          Contracten met afnemers, leveranciers, (ver-)huurder of werknemers worden wel / niet overgenomen of beëindigd;

-          Potentiële (schade-)claims blijven ook op de holding rusten;

-          Heffing van overdrachtsbelasting;

-          Wat nu als de werkmaatschappij failliet gaat;

-          Is of wordt de holding (hoofdelijk) aansprakelijk voor belastingschulden van de werkmaatschappij.

Laat uw structuur beoordelen!

Wilt u weten of uw vennootschappelijke structuur zowel op het gebied van belastingen als op het gebied van aansprakelijkheden optimaal is vormgegeven? Neem contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak.

0000-00-00 0000-00-00 4536

Verkoop B.V. met earn out

Earn out of aftrekbare lening

In een procedure bij het Gerechtshof Arnhem kwam het verschil tussen een aftrekbare lening of een niet aftrekbare last door een earn out aan de orde. In deze procedure ging het voor belastingplichtige niet goed. De niet volledige betaling van de koopsom viel onder de deelnemingsvrijstelling (earn out) en was geen lening.

Een earn out regeling bij de verkoop van aandelen

Als aandelen in een rechtspersoon worden verkocht is de opbrengst belastingvrij op grond van de deelnemingsvrijstelling (minimaal belang 5%). De deelnemingsvrijstelling in Nederland stelt dat voordelen uit hoofde van de verkoop (of bij verkoop) van een deelneming bij het opstellen of vaststellen van de winst buiten beschouwing blijven (dus belastingvrij). Soms wordt een deelneming verkocht tegen een vaste prijs, maar soms ook tegen een variabele koopprijs (afhankelijk van toekomstige winsten of omzet). Dit noemen we in de fiscale en overnamepraktijk een earn out regeling.

Meestal wordt een deel van de koopsom direct bij levering betaald (vast bedrag) en een deel van de koopsom variabel gemaakt (afhankelijk van resultaten nadat de deelneming is verkocht). Vorenstaande wordt afgesproken omdat de discussie over de goodwill hiermee deels wordt opgelost. De nabetalingen (of terugbetalingen) op grond van een earn out regeling vallen fiscaal onder de belastingvrije earn out regeling.

Earn out of lening

Soms is er discussie met de Belastingdienst of een nabetaling / terugbetaling moet worden gezien als belastingvrij earn out of aftrekbare lasten. In een procedure bij het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden (d.d. 7 juni 2017) had de belastingplichtige certificaten in een B.V., deze werden in 2008 verkocht voor in totaal € 735.000. De koopsom wordt niet direct voldaan (lening). De koopsom wordt uiteindelijk niet betaald en ten laste van de winst gebracht. De Belastingdienst en de rechter accepteren de afwaardering niet. Er bestaat volgens het Gerechtshof een duidelijk verband tussen de verkoop en het ontstaan van de vordering, dit is een earn out regeling. Het verlies is niet aftrekbaar, aldus de rechter. Volgens de Rechtbank was het verlies wel aftrekbaar, in hoger beroep ging het dus niet goed voor belastingplichtige.

Rente op earn out

De rente welke wordt vergoed bij een earn out regeling valt meestal niet onder de deelnemingsvrijstelling. In een arrest van de Hoge Raad (25 september 2020) heeft onze hoogste rechtscollege beslist dat de wettelijke en de contractuele rente welke bij een earn out regeling wordt vergoed niet onder deeelnemingsvrijstelling valt omdat deze geen betrekking hebben op de prijs voor de aandelen.

Bron earn out of lening

Rechtbank Gelderland d.d. 28 juli 2017 (ECLI:NL:RBGEL:2016:4178).

Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 7 juni 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:4781).

Hoge Raad d.d. 25 september 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1503)

Verkoop BV tegen earn out regeling [news] 2017-06-27 0000-00-00 0000-00-00 5153

Omzetbelasting op kosten bij verkoop aandelen of onderneming

Binnen onze praktijk wordt steeds vaker geadviseerd over de aan en verkoop van aandelen, ondernemingen of deelnemingen. Er worden accountants, advocaten en fiscalisten ingeschakeld en soms ook andere adviseurs. Zijn deze kosten belast met BTW? Is de BTW verrekenbaar?

Bemiddelingskosten bij verkoop aandelen en omzetbelasting

De factuur van de adviseurs betrokken bij een verkoop van uw bedrijf zijn veelal belast met BTW. De diensten van bemiddelaars zijn meestal vrijgesteld van BTW. Uit de jurisprudentie volgt, dat van bemiddelen sprake is als iemand tegen een vergoeding partijen bij elkaar brengt. Meestal brengen bemiddelaars gewoon BTW in rekening. De BTW wordt niet volgens de wet in rekening gebracht en is hierdoor ook niet verrekenbaar. Conclusie: vraag om een juiste factuur van uw bemiddelaar.

Advieskosten bij verkoop aandelen en omzetbelasting

Op grond van jurisprudentie is de BTW op facturen welke betrekking hebben op advies en begeleidingskosten bij de verkoop van aandelen in een BV of NV niet verrekenbaar. Soms is dit anders:

  1. de verkoper vormt een fiscale eenheid voor de BTW met de BV/ NV waarvan de aandelen zijn verkocht;
  2. de verkoop verrichte BTW-belaste managementactiviteiten jegens de BV/ NV waarvan de aandelen zijn verkocht en de verkoper had een meerderheidsbelang (meer dan 50%) in deze BV of NV waarvan de aandelen zijn verkocht.

In bovenstaande situaties is de BTW op advieskosten bij verkoop gewoon verrekenbaar.

Als een voorgenomen verkoop niet doorgaat, is de BTW vermoedelijk wel verrekenbaar. Op 6 september 2018 heeft advocaat-generaal Kokott van het Europese Hof van Justitie zjin conclusie geschreven in een zaak (C&D Foods C-502/17). De kosten zien op een dienst welke is vrijgesteld van BTW (verkoop aandelen), in beginsel is de BTW dan niet verrekenbaar. Hierbij moeten de kosten wel rechtstreeks samenhangen met de voorgenomen verkoop.

Noot fiscaal jurist inzake BTW bij verkoop

Steeds vaker komen er vraagstukken inzake te verrekenen omzetbelasting aan de orde. Onze specialisten helpen u graag.

BTW bij verkoop aandelen [news] 2018-09-12 0000-00-00 0000-00-00 5675

Kosten aankoop en verkoop onderneming 

Regelmatig zijn wij betrokken bij een overname, zowel aan de zijde van de verkoper als aan de zijde van de koper. Vaak is voor partijen niet helder dat een groot deel van de kosten van een dergelijke overname fiscaal niet aftrekbaar zijn. Ook is er vaak onduidelijkheid over de verrekening van omzetbelasting. De basis:

  • Aankoopkosten met betrekking tot een deelneming zijn niet aftrekbaar. Deze kosten moeten geactiveerd worden en zijn onderdeel van de kostprijs van de deelneming (onderdeel opgeofferd bedrag). Bij een liquidatie zijn deze kosten wel aftrekbaar.
  • Verkoopkosten met betrekking tot een deelneming zijn ook niet aftrekbaar. Deze kosten worden afgetrokken van de vrijgestelde opbrengsten.

In dit artikel een kort overzicht van wat er nu wel of niet aftrekbaar is bij de aankoop of de verkoop van een werkmaatschappij. Tevens geven wij een overzicht van de relevante jurisprudentie.

Aftrek vennootschapsbelasting

Kosten bij koop / verkoop zijn niet aftrekbaar (de wet)

Artikel 13 lid 1 Wet Vennootschapsbelasting (de deelnemingsvrijstelling) zegt hierover het volgende:

  • Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking de voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake van de verwerving of de vervreemding van die deelneming (deelnemingsvrijstelling).

Sinds 2002 zijn de kosten met betrekking tot de aankoop van een deelneming niet meer aftrekbaar; deze worden geacht onderdeel te vormen van de aankoopprijs van de deelneming. Sinds 2007 zijn ook de kosten verbonden aan de verkoop van een deelneming niet meer aftrekbaar.

Welke kosten van aankoop of verkoop zijn niet aftrekbaar van de winst?

De aankoopkosten van een deelneming dienen te worden geactiveerd en zijn niet aftrekbaar; onder het begrip aankoopkosten vallen naast de koopsom de volgende kosten:

  • "Underwriting fees' en beursbelasting.
  • Kosten eigen personeel dat bij de overname betrokken was.
  • Kosten aftredende commissaris.
  • Procedurekosten en schadevergoedingen.
  • Bemiddelingskosten en provisie voor tussenpersoon (de finder fee).
  • Kosten advocaten, notaris en accountants (onderzoekskosten / Due Diligence).

Vanaf welk moment zijn de aankoopkosten niet aftrekbaar?  

In de praktijk wordt vaak het tijdstip van het ondertekening van de LOI / intentieovereenkomst c.q. als redelijkerwijs te verwachten is dat de aankoop doorgaat, als aanvangstijdstip voor de niet-aftrekbaarheid van aankoopkosten aangemerkt. Kosten gemaakt voor dit moment vallen niet onder de aftrekbeperking.

Arrest Hoge Raad 2 september 1998 (ECLI:NLPHR:1998:AA2362)

Arrest Hoge Raad 23 juni 1999 (ECLI:NL:HR:1999:AA2800)

Verkoopkosten niet aftrekbaar

Ook de verkoopkosten in verband met de verkoop van een deelneming zijn op gelijke wijze niet aftrekbaar; naast de hierbovengenoemde kosten gaat het eveneens over interne uitgaven in verband met de verkoop. Er moet een rechtstreeks oorzakelijk (causaal) verband zijn tussen de kosten en de verkoop van de deelneming.

Vanaf welk moment zijn de verkoopkosten niet aftrekbaar?

Vraag is welk moment als ijkpunt geldt vanaf wanneer sprake is van verkoopkosten; uit de jurisprudentie komt naar voren dat dit ijkpunt voor de verkopende partij eerder ligt dan voor de kopende partij; het gaat om het moment dat voorgenomen is om de deelneming te gaan verkopen; ook wel vanaf het moment dat potentieel geïnteresseerde partijen concreet worden benaderd.

Rechtbank Noord Nederland 21 januari 2016 (ECLI:NL:RBNNE:2016:1419)

Hoge Raad 7 december 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2264)

Welke kosten zijn wel aftrekbaar?

Kosten die niet onder aankoopkosten vallen en dus wel aftrekbaar zijn, zijn :

  • kosten gemaakt terzake een mislukte overnamepoging;
  • financieringskosten bij het afsluiten van een lening voor de aankoop van de deelneming;
  • de kosten van een op verzoek van de bank ten behoeve van het verkrijgen van deze financiering verricht DD-onderzoek.

Vooraftrek omzetbelasting

Bemiddelingskosten bij verkoop aandelen en omzetbelasting

De factuur van de adviseurs betrokken bij een verkoop van uw bedrijf zijn veelal belast met BTW. De diensten van bemiddelaars zijn meestal vrijgesteld van BTW. Uit de jurisprudentie volgt dat van bemiddelen sprake is als iemand tegen een vergoeding partijen bij elkaar brengt. Meestal brengen bemiddelaars gewoon BTW in rekening. De BTW wordt niet volgens de wet in rekening gebracht en is hierdoor ook niet verrekenbaar. Conclusie: vraag om een juiste factuur van uw bemiddelaar.

BTW op deelnemingskosten

Hoofdregel is dat de omzetbelasting op de hierboven genoemde deelnemingskosten in beginsel niet aftrekbaar zijn. De verkoop / aankoop van aandelen is vrijgesteld van omzetbelasting; de omzetbelasting op alle hiermee verband houdende kosten kan daarom in beginsel niet in vooraftrek worden gebracht.

Slechts onder beperkte voorwaarden kan de BTW op deelnemingskosten toch in vooraftrek worden gebracht; dit is mogelijk:

  • als de verkoper en de deelneming een fiscale eenheid BTW vormden;
  • als de verkoper BTW-belaste managementactiviteiten verrichtte voor de verkochte deelneming en daarin een belang van meer dan 50% had.

De kosten worden dan als algemene kosten aangemerkt en kunnen naar rato van de belaste en onbelaste activiteiten in vooraftrek worden gebracht.

Voor aftrek van BTW bij aankoop van een deelneming gelden gelijke voorwaarden; als de koper van de aandelen een meerderheidsbelang verwerft en na de koop BTW-belaste prestaties gaat verrichten ten behoeve van de deelneming, dan bestaat recht op vooraftrek.

Enige Europese jurisprudentie inzake de aftrek van BTW:

Noot fiscaal jurist inzake kosten deelneming

De kosten moeten in direct verband staan met de transactie. De Hoge Raad is hier vrij helder over: 

  •  "(...) indien zij worden opgeroepen door de verwerving of de vervreemding van de desbetreffende deelneming, in die zin dat de kosten zonder die verwerving of die vervreemding niet zouden zijn gemaakt." Dit zouden ook interne kosten kunnen zijn. Vaste kosten vallen er in ieder geval niet onder.

Een aantal zaken zijn bij een overname en de hiermee samenhangende kosten van essentieel belang. De belangrijkste:

  1. Laat uw adviseur de kosten goed specificeren zodat er (ook achteraf) een verdeling van aftrekbare en niet-aftrekbare kosten kan worden gemaakt.
  2. Overleg met uw overname-adviseur of op kosten BTW door hem / haar moet worden gerekend.
  3. Bepaal vanaf welk moment kosten niet meer aftrekbaar zijn.
  4. Kosten bij een zogenaamde activa passiva transactie zijn wel aftrekbaar. Hoe aftrek verloopt als u op het laatste moment beslist om aandelen te kopen is nog niet vaak in de jurisprudentie bepaald, een uitspraak is te vinden in 2013.

Contact over kosten aankoop/verkoop deelneming

Als u vragen over dit onderwerp zou hebben, kunt u contact opnemen met de heer mr. Dennis J.B. Jongbloed.

Kosten aankoop en verkoop onderneming [news] 2019-05-20 0000-00-00 0000-00-00

Kosten aankoop en verkoop onderneming

Aftrekbaar of niet

6179

Truc schenken op papier

De papieren schenking is populair in Nederland. Bij een papieren schenking moet via een notariële akte een geldbedrag worden geschonken en moet er rente worden betaald. De schenking wordt niet betaald (maar pas bij overlijden of verkoop van de woning). Ouders die dergelijke schenkingen willen doen, moeten dus elk jaar naar de notaris. Nu hadden de ouders het volgende bedacht:

  • We gaan naar de notaris (dit speelde in 2013).
  • We laten een notariële akte maken voor de schenking in 2013.
  • Als we toch bij de notaris zijn, laten we direct akten maken 2014, 2015, 2016 en 2017.
  • Ieder jaar wordt er €10.000 geschonken (op papier) aan hun kind, mits het kind nog in leven zou zijn.

Normaal kost een akte zo'n € 500. Als er ineens 5 akten worden opgesteld, is dit iets duurder (kopiëren / plakken).

Standpunt Belastingdienst over schenking op papier

De Belastingdienst was het niet met de ouders eens en uiteindelijk kwamen partijen bij de rechter. De Belastingdienst zag de vijf schenkingen als één schenking en heeft een aanslag schenkbelasting opgelegd van bijna € 9.000.

Standpunt rechter over schenking op papier

Zowel de Rechtbank als het Gerechtshof waren het met de ouders eens. Volgens de rechter moeten de vijf akten wel als vijf afzonderlijke schenkingen worden gezien. Voor elk jaar geldt dan ook de schenkingsvrijstelling.

Noot fiscaal jurist inzake schenking op papier

De rechter is van mening dat het geen periodieke uitkering is. Hiervoor moet het immers gaan om één rechtshandeling, waarbij het totaal uit te keren termijnen afhankelijk is van een onzekere gebeurtenis. In dit geval waren het vijf afzonderlijke rechtshandelingen. Ook van de vervolgvraag of sprake is van een periodieke schenking (ex artikel 18 lid 2 Successiewet) is ook geen sprake, er moet eerst naar het civiele recht (de akten) worden gekeken en van fraus legis is geen sprake. Het risico van misbruik wordt niet voldoende gemotiveerd door de Belastingdienst.

De Belastingdienst kan nog in cassatie bij de Hoge Raad, maar hier zal een marginale (beperkte) formele toetsing plaatsvinden. Een dergelijke procedure zal naar onze verwachting - in verband met het belang - worden gevoerd. De kans van slagen voor de Belastingdienst is klein. Als de uitspraak van het Gerechtshof in stand blijft, dan kunnen er onbeperkt akten worden opgesteld op één moment. U zou zelfs kunnen overwegen de schenking af te stemmen op de schenkingsvrijstelling in dat jaar. Hou er wel rekening mee dat er ieder jaar 6% rente moet worden betaald over het nog niet geschonken (en schuldig gebleven) bedrag. Deze rente kan wel redelijk oplopen.

Laat u ook eens adviseren over een nieuw testament, zoals een leventestament of speciaal testament voor ondernemers. Overweeg ook aan uw kleinkinderen te schenken (binnen de vrijstelling). Ook zijn er (nog) speciale schenkingsvrijstellingen voor de eigen woning (€ 105.000) welke door uw kind (of een derde) wordt gekocht.

Ben wel nieuwsgierig of er al notarissen zijn met speciale tarieven voor bijvoorbeeld 10 schenkingsakten !

U mag in 2021 belastingvrij ruim € 6.600 schenken aan uw kinderen, uw kleinkinderen moeten genoegen nemen met € 3.200. Eenmalig mag uw kind (niet ouder dan 40 jaar) € 26.800 ontvangen en voor een studie zelfs € 55.900. Vorenstaande zijn afgeronde bedragen, dat leest immers prettiger.

Bron papieren schenking

Gerechtshof 's Hertogenbosch d.d. 29 juli 2021 ECLI:NL:GHSHE:2021:2397

Truc schenken op papier [news] 7204 Overeenkomst van geldlening na een schenking

Noot
Deze overeenkomst gebruikt u als u aan uw kind een bedrag heeft geschonken en dit weer van hem of haar wilt teruglenen. Het heeft mijn voorkeur dat de rente jaarlijks ook daadwerkelijk wordt voldaan, dit om de zakelijkheid aan te kunnen tonen.


Ondergetekenden:


1. de heer / mevrouw .............................., wonende aan de .............................., geboren op ............... te .............................. (paspoortnummer ...............) hierna te noemen ‘ouders’

en

2. de heer / mevrouw .............................., wonende aan de .............................., geboren op ............... te .............................. (paspoortnummer ...............) hierna te noemen ‘kind’

Overwegende

  1. dat het kind op ...............-2005 aan de ouders een bedrag heeft geleend van € ............... (zegge: ..............................); 
  2. dat ouders en kind dit schriftelijk willen vastleggen.

Zijn overeengekomen als volgt

  1. Het bedrag van € ............... (hierna hoofdsom) is opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder.
  2. Ouders zijn bevoegd om eerder tot gehele of gedeeltelijke aflossing over te gaan. Kind is niet gerechtigd dit bedrag eerder op te eisen.
  3. Kind eist een rentevergoeding van ouders. Ouders en kind spreken af dat over de (uitstaande) hoofdsom een rente wordt voldaan van 4% per jaar. De rente is samengesteld en pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder. Ouders zijn bevoegd om eerder tot gehele of gedeeltelijke betaling van rente over te gaan.
  4. De betaling van ouders aan het kind zal plaatsvinden op een bank- of girorekening van het kind, dit is vooralsnog ...............


Aldus overeengekomen op ...............-2005 te ..............................

(handtekening ouders) 

(handtekening kind)

Auteur: mr D.J.B. Jongbloed
Datum: 17 mei 2005


 


 

Schenkingsplan

Het doel van een schenkingsplan is om uw vermogen reeds bij leven geleidelijk te laten overgaan naar de toekomstige erfgenamen. Hierdoor wordt het tarief afgetopt en kan worden gebruiktgemaakt van de (jaarlijkse) vrijstelling van de schenkbelasting. Naar mate de schenker jonger is, kan langer c.q. vaker van de schenkvrijstelling gebruik worden gemaakt.

Bij hoge vermogens zal de planning erop gericht kunnen zijn dusdanige schenkingen te doen, dat de verkrijging na het overlijden niet in het 20%-tarief zal vallen. Daarbij zal er uiteraard op moeten worden gelet dat de schenkingen binnen de grens voor het 10%-tarief blijven. In 2020 ligt de grens voor het 10%-tarief op € 126.722, het meerdere zal belast worden met 20%. Dit geldt voor zowel de partner als afstammelingen in de rechte lijn.

Voorbeeld

Stel, u en uw partner hebben een totaal vermogen van € 2.000.000, eerlijk verdeeld per persoon € 1.000.000. Dit met een minimale levensverwachting van 10 jaar. Er zijn twee kinderen. U en uw partner zullen derhalve per kind € 20.946 + € 126.723 = € 147.669 willen overhouden om na 10 jaar de erfvrijstelling te kunnen benutten. Er zal dus per kind € 1.000.000 - € 147.669 = € 852.331 moeten worden weggeschonken, en wel in 10 jaar. Derhalve € 85.233 per jaar.

Tot besluit

Een schenkingsplan is voor ieder een persoonlijke aangelegenheid, laat u derhalve altijd goed adviseren.

]]>

Rentebetaling bij schenking onder schuldigerkenning, doen!

Op 6 februari 2015 heeft de Rechtbank Den Haag een arrest gewezen in een discussie over de schenking onder schuldigerkenning, ook wel de schenking ter zake des doods of de schenking op papier genoemd.

In geschil was of bij het opleggen van de aangifte erfbelasting terecht is uitgegaan van een fictieve verkrijging. Indien dit namelijk het geval zou zijn geweest, dan leidt dit tot een dubbele heffing. Voor de eerste keer op het moment van schenken en voor de tweede keer op het moment van overlijden van de schenker.

Bij notariële akte van 23 maart 2007 is een schenking van € 750.000 schuldig erkend ten titel van schenking. Over de rentebetaling is de volgende bepaling opgenomen:

“Over het schuldig erkende bedrag of het onafgeloste gedeelte daarvan zal door de schenkers jaarlijks een marktconforme rente verschuldigd zijn. Voor dit jaar wordt deze rente bepaald op zes procent (6%) per jaar. De rente dient bij vooruitbetaling te worden voldaan op één april van elk jaar en wel over de periode van één april van een jaar tot en met eenendertig maart van het daaropvolgende jaar, voor de eerste maal op één april tweeduizend zeven over het alsdan sedert heden tot en met eenendertig maart tweeduizend acht verstreken tijdvak. Het rentepercentage zal jaarlijks, voor de eerste maal op één april tweeduizend acht opnieuw worden vastgesteld door de begiftigden.”

In de casus werd de rente vooraf voldaan maar wel over 9 dagen te weinig, de inspecteur was daarmee van mening dat niet is voldaan aan de verplichting om 6% rente te vergoeden en merkt de reeds in 2007 gedane schenking als een “fictieve verkrijging” aan. Dit betekent dat nogmaals erfbelasting is verschuldigd.

De Rechtbank Den Haag stelt de inspecteur echter in het ongelijk en geeft belanghebbende het voordeel van de twijfel, zo lijkt. De Rechtbank behoudt belanghebbende voor een dubbele heffing en oordeelt dat het om een “kennelijke verschrijving” gaat. Daarbij laat de Rechtbank ook meewegen dat de betaling meer is geweest dan de destijds gestelde norm.

Advies voor de praktijk

De schenking onder schuldigerkenning bestaat uit twee componenten:

- Het juist vormgeven van de notariële akte;

- Het naleven van hetgeen in de notariële akte staat vermeld.

Indien beide componenten juist worden vormgegeven, kan het schenken onder schuldigerkenning aanzienlijke voordelen opleveren voor de schenk- en erfbelasting.

Indien u wilt weten of het schenken onder schuldigerkenning fiscaal aantrekkelijk is of wilt u laten beoordelen of eerdere schenkingen onder schuldigerkenningen stand houden op het moment van overlijden van de schenker, neem dan contact met ons op om uw situatie te bespreken.

[news] 2015-08-17 0000-00-00 0000-00-00 4555

Schenking 'jubelton' voor eigen woning mogelijk

Met ingang van 1 oktober 2013 is de vrijstelling van de schenkbelasting verruimd. De bestaande vrijstelling van artikel 33, 5 SW geldt voor een schenking van ouders aan een kind tussen 18 en 40 jaar. Aan de kinderen in deze leeftijdsgroep kan eenmalig een verhoogde (of jubel-) schenking worden gedaan ter grootte van € 26.881. Daarnaast kan deze schenking eenmalig worden verhoogd tot € 55.996 voor een dure studie. De schenking in verband met een eigen woning kan zelfs belastingvrij tot € 105.302.

Verruiming vrijstelling van schenkbelasting

In het belastingplan is het wetsvoorstel tot verruiming van de eenmalig verhoogde vrijstelling opgenomen.

De voorwaarden en regels in het kort:

  • maximaal bedrag € 105.302;
  • niet alleen tussen ouders en kinderen, maar ook tussen willekeurige derden;
  • geen minimum en maximum leeftijd begiftigde;
  • voor aanschaf eigen woning of aflossing, verbetering en onderhoud; 
  • schenkingen door partners worden samengevoegd;
  • schenkingen aan meerdere begiftigden mogelijk;
  • ook schenking aan niet buitenlands belastingplichtigen en buitenlandse woning;
  • eerdere verhoogde schenkingen komen in mindering van de vrijstelling;
  • 180 dagenregeling niet van toepassing (schenken in zicht van overlijden is mogelijk);
  • ontbindende voorwaarde bij verbetering en onderhoud: aanwenden binnen twee kalenderjaren;
  • aangifte recht van schenking noodzakelijk met beroep op vrijstelling.

Wat te doen?

Moet u nu zomaar ruim een ton schenken of niet? Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de situatie van vele individuele gevallen. Daarbij gelden niet alleen fiscale omstandigheden. Houd er ook rekening mee dat ter zake van het geschonken bedrag voor een periode van maximaal 30 jaar het recht op hypotheekrente vervalt. Gewoon jaarlijks schenken kan dus ook best een goed alternatief zijn.

Wij stemmen dit graag met u af. 

[news] 2013-12-09 0000-00-00 0000-00-00 4165

Let op met schenkingen voor het overlijden

Dat erfgenamen aan het eind van een leven van een dierbare erfbelasting moeten betalen, is voor velen al onbegrijpelijk. Maar soms kom je er dan achter dat ons fiscale systeem nog eens extra vervelend uitpakt. Dit kan het geval zijn als een schenking, bewust of onbewust, binnen 180 dagen voor het overlijden plaatsvindt.

Waarom is een schenking aan een erfgenaam vóór het overlijden fiscaal vaak nadelig?

Schenkingen gedaan binnen een periode van 180 dagen vóór het overlijden worden fictief geacht door het overlijden te zijn verkregen. Met andere woorden, er wordt gedaan alsof de schenking niet heeft bestaan. Het gevolg is dat de erfgenaam een hoger bedrag erft, namelijk het erfdeel + de schenking!

Waar ligt nu het probleem zou je zeggen, de percentages zijn in beide gevallen immers gelijk (10% tot 20% voor partners en kinderen). Daarnaast is in de Successiewet een bepaling opgenomen waardoor de schenkbelasting in mindering komt op de verschuldigde erfbelasting. Het venijn zit hem echter in de diverse vrijstellingen van erfbelasting die in de Successiewet zijn opgenomen. De partner mag ruim € 600.000 en een kind ruim € 20.000 erven zonder dat hierover erfbelasting verschuldigd is. De jaarlijkse vrijstellingen van schenkbelasting liggen beduidend lager, € 2.000 voor de partner en € 5.000 voor een kind.

Als een kind nu € 25.000 geschonken krijgt vlak voor het overlijden, dan komt het cijfermatig erop neer dat het kind ongeveer € 1.500 aan schenkbelasting moet betalen over de schenking (€ 20.000 – € 5.000 * 10%). Ervan uitgaande dat het kind bij overlijden niets erft – bijv.  in verband met een overbedelingsschuld van de erflater – had het slechts € 500 aan erfbelasting gekost als het bedrag via een erfenis was overgegaan.

Nog vervelender wordt het als de partner een schenking krijgt, dit zien wij in de praktijk ook soms voorbij komen. Bij een schenking van € 50.000 moet de partner ineens € 4.800 schenkbelasting betalen. Als dit bedrag in de nalatenschap was gebleven had, het geen eurocent belasting gekost.

Bij laatstgenoemde schenking zou je de aanslag schenkbelasting nog aan kunnen vechten door te stellen dat de schenking heeft plaatsgevonden wegens het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. De Belastingdienst is hier echter niet heel toeschietelijk in.

[news] 2018-10-04 0000-00-00 0000-00-00 5694
Laatste update : 17-08-2021
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.

Deel deze pagina

U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Banners Bedrijfsopvolging

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap