print sitemap zoeken disclaimer contact

U bevindt zich hier :Jongbloed Fiscaal Juristen Banners Piloot
7188 Piloot https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/contact/e-mail_ons/

Piloot of zeevarende?

Optimaal uw fiscale positie regelen?

Piloten

Jongbloed Fiscaal Juristen heeft ruime ervaring in de advisering van piloten. Wij adviseren daarbij over de gevolgen van emigratie, de uitwerking van belastingverdragen en de mogelijkheden van belastingbesparing. Daarnaast kunnen wij uw (emigratie-)aangifte inkomstenbelasting verzorgen, wij zijn uw contactpersoon voor de Belastingdienst.

U kunt ons altijd bellen of mailen met vragen of om een afspraak te maken voor een vrijblijvend gesprek.

Piloten en fiscus [news] 3442 Piloten en belasting [news] 2015-10-30

Piloten en belasting  

Belastingverdragen bij piloten

Luchtvaartpersoneel wordt in het internationale belastingrecht anders behandeld dan de werknemer die met de beide benen op de grond staat. Anders dan bij gewone werknemers, wordt in internationale belastingverdragen bepaald dat de piloot wordt belast óf in het land waar de onderneming waarvoor hij werkt is gevestigd, óf in het land waar de piloot woont. Goed advies is hierbij belangrijk omdat de situatie per land kan verschillen.

Waar belasting betalen als piloot?

Indien een piloot bereid is om zich buiten Nederland te vestigen, kan dit gunstig uitpakken, afhankelijk van de inhoud van de belastingverdragen.

Wanneer een piloot zichzelf verhuurt als zelfstandige of via een eigen Ltd. (dit gebeurt o.a. bij een Ierse prijsvechter), dan kan hij / zij op een slimme manier belasting besparen. De Ltd. kan zich bijvoorbeeld op Cyprus vestigen en gebruik maken van de aldaar geldende lage belastingtarieven. De piloot kiest domicilie in een land waar Cyprus een gunstig verdrag mee heeft gesloten. Het is wel belangrijk je te realiseren dat een woonplaats niet willekeurig te kiezen is. Indien je bijvoorbeeld een gezin hebt dat in Nederland blijft wonen, dan zal de conclusie al snel zijn dat de piloot zelf ook in Nederland woont.

Ook voor piloten in loondienst kan het voordelig uitpakken om buiten Nederland te gaan wonen. Spanje heeft een mooie regeling voor werknemers die niet in Spanje werken, maar er wel wonen. Daarnaast kan emigratie naar bijvoorbeeld Italië, Frankrijk of Malta ook gunstig uitpakken.  

Sociale verzekeringen bij piloten

De sociale verzekeringsplicht werkt (vreemd genoeg) niet altijd hetzelfde als de belastingwetgeving. Een piloot die in Nederland woont maar fysiek in het buitenland werkt bij een buitenlandse maatschappij, is niet in Nederland verzekerd voor de sociale verzekeringen, maar moet hier waarschijnlijk wel belasting betalen. Alleen wanneer hij / zij voor 25% of meer in Nederland werkt, is hij / zij ook in Nederland verzekerd. In andere gevallen moet hij / zij zich verzekeren en premies betalen in het land waar zijn werkgever gevestigd is. Deze regel geldt overigens binnen de gehele EU.

0000-00-00 0000-00-00 3444

Studiekosten piloot

Piloten in opleiding maken over het algemeen flinke studiekosten. Deze kosten zijn in principe aftrekbaar in de inkomstenbelasting als persoonsgebonden aftrek onder de noemer "scholingskosten".

Nieuws scholingskosten per 2022

De fiscale aftrek van scholingskosten in de aangifte inkomstenbelasting komt per 2022 te vervallen. De fiscale aftrek wordt vervangen door een nieuwe STAP regeling (subsidie). Voor iedereen vanaf 18 jaar komt er een budget. Het kan zijn dat dit formeel niet gaat lukken, de scholingskosten zulllen dan vanaf 2023 niet meer aftrekbaar zijn, dit wordt in 2021 duidelijk. De STAP regeling wordt uitgevoerd door het UWV en DUO. Voor meer informatie lees deze kamerbrief d.d. 4 juni 2021

Beperkingen studiekosten piloot

Er zijn echter wel beperkingen ten aanzien van de scholingskosten die in aftrek kunnen worden gebracht. Ten eerste is er een drempel van € 500. Alleen voor zover de kosten hoger zijn dan deze € 500, zijn ze aftrekbaar. Naast de drempel is er echter ook een plafond van € 15.000 aan kosten die maximaal per jaar in aanmerking mogen worden genomen. Dit betekent dat bij scholingskosten van € 15.500 of meer per jaar het maximum aan aftrek is bereikt, het meerdere is niet aftrekbaar.

Voor studenten die jonger zijn dan 30 jaar is een uitzondering gemaakt. Zij mogen een periode aanwijzen van 16 kalenderkwartalen (maximaal 4 jaar derhalve) waarin het plafond niet geldt. In deze periode mogen derhalve de werkelijke kosten worden aangegeven voor zover ze boven de drempel uitkomen van € 500. De standaardperiode hoeft geen aaneengesloten periode te zijn. Je mag dus een break nemen of de periode voor meerdere studies gebruiken, zolang het maximum van 16 kalenderkwartalen niet is bereikt. Aanvullende voorwaarde is dat de studie een dusdanige omvang moet hebben, dat je er geen volledige baan naast kunt hebben.

Rechter, studiekosten piloot

De Rechtbank Gelderland heeft op 6 januari 2015 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1069) een uitspraak gedaan. De Rechtbank heeft in een procedure beoordeeld of studiekosten van een piloot aftrekbaar zijn als scholingsuitgaven. Henk begint in 2010 (hij is dan 31 jaar) aan een opleiding tot verkeersvlieger. In zijn aangifte brengt hij € 100.000 aan studiekosten / scholingsuitgaven in mindering op zijn inkomen. De inspecteur staat een aftrek van € 14.500 toe (drempel € 500). Henk is van mening dat alle kosten aftrekbaar zijn en dat sprake is van leeftijdsdiscriminatie (artikel 6.30 lid 2 Wet IB stelt maximaal 30 jaar). De Rechtbank stelt dat voor de leeftijdsgrens in de wet (staat er nu ook nog in) een objectieve en redelijke rechtvaardiging aanwezig is. De drempel is niet juist vastgesteld, aftrek € 15.000.

Een verkeersvlieger start in 2011 met een opleiding om verkeersvlieger te worden. In 2013 onderbreekt hij de lastige opleiding en in 2016 begint hij weer met de opleiding. In 2011 en 2012 brengt hij ruim € 50.000 aan studiekosten in aftrek. In 2016 wil hij nog € 23.000 in mindering brengen op zijn inkomen. De inspecteur stelt dat maximaal € 15.000 aftrekbaar is. Volgens de inspecteur is de opleiding in 2013 gestart. De rechter is het met de verkeersvlieger eens. De standaard studie periode is gestart in 2016 en de € 23.000 aan studiekosten is aftrekbaar. Soms kan een studie meer dan 5 jaar duren (als je tijdelijk met studeren stopt).Rechtbank Noord Holland d.d. 16 december 2019 ECLI:NL:RBNHO:2019:10290

Jaarlijkse kosten behoud vliegbrevet aftrekbaar

In een procedure bij het Gerechtshof in Den Haag d.d. 4 april 2017 kwam de vraag aan de orde of de jaarlijkse kosten voor het behoud van een vliegbrevet aftrekbaar zijn als studiekosten. Henk is in 2011 afgestudeerd en is in het bezit van een vliegbrevet. In 2013 claimt Henk een aftrek van ruim € 2.000 als studiekosten. Dit zijn de kosten voor een medische keuring t.b.v. het vliegbrevet., instructies en een theorieles. De kosten voor de medische keuring waren niet aftrekbaar, de rest van de kosten wel (artikel 6.27 Wet Inkomstenbelasting)

Kosten moeten drukken

De kosten die je in aanmerking wilt nemen, moeten drukken op de student. Met andere woorden, de student moet de kosten zelf voelen. Bij bijvoorbeeld een lening is dat het geval. Als de kosten echter door een ander worden betaald, dan drukken ze niet en zijn ze voor de student niet aftrekbaar. Hierop is een uitzondering, je mag de kosten wel aftrekken als ze zijn betaald door je fiscale partner. Als vader of moeder de kosten voor zijn / haar rekening neemt, kan in hun eigen aangifte onder voorwaarden een bedrag voor levensonderhoud als aftrekpost worden meegenomen.

Noot Fiscaal Jurist

Het is goed denkbaar dat in enig jaar onvoldoende inkomen aanwezig is om de volledige studiekosten in aftrek te kunnen brengen. Als dat zo is, mag je deze kosten doorschuiven naar een volgend belastingjaar waarin wel voldoende inkomen aanwezig is.

Mocht je vragen hebben over dit artikel of ondersteuning nodig hebben bij de aangifte inkomstenbelasting, dan kun je contact opnemen met Arjan Hof of Sühem Avci. Bellen kan natuurlijk ook naar telefoonnummer 053 - 432 72 00.

[news] 2012-03-20 0000-00-00 0000-00-00 3447
Waar betalen piloten belasting [news] 2014-10-10

Piloot gestationeerd in buitenland

Een piloot is gestationeerd in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Waar moet deze piloot belasting betalen?

Waar moet een piloot belasting betalen?

Luchtvaartpersoneel wordt in het internationale belastingrecht anders behandeld dan de werknemer die in het buitenland of in Nederland werkt. Meestal moeten piloten belasting betalen in het land waar de onderneming waarvoor hij werkt gevestigd is, soms echter ook in het land waar de piloot woont. Uiteindelijk zullen het belastingverdrag en de feiten bepalen waar de piloot belasting moet betalen. Wij adviseren regelmatig piloten die zich buiten Nederland gaan vestigen, dit heeft veel invloed (andere woonplaats) maar kan een substantieel fiscaal voordeel opleveren. Een alternatief is dat de piloot gaat werken voor een rechtspersoon die feitelijk (en ook qua bestuur) is gevestigd in het buitenland (bijvoorbeeld Cyprus). Emigreren naar Malta, Italië of Spanje kan een substantieel voordeel opleveren, mits juist uitgevoerd !

Procedure over piloot

De Rechtbank oordeelt over een piloot die in Nederland woont, maar werkt voor een werkgever (luchtvaartmaatschappij) in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De vraag is of Nederland belasting mag heffen over de opleiding.

De Rechtbank is van mening dat de piloot in Nederland belasting moet betalen. Waarom?

  1. Artikel 15 lid 3 van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk stelt: Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van één van de Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer, of aan boord van een schip dat dient voor het vervoer in de binnenwateren, slechts in die Staat belastbaar.
  2. Het Verdrag met Frankrijk is in 1973 gesloten en bevat geen definitie van het begrip “internationaal verkeer”. In het OESO-modelverdrag 1963 stond evenmin een definitie van dit begrip. Eiser betoogt dat het begrip dient te worden uitgelegd volgens de definitie gegeven in artikel 3, lid 1, aanhef en onderdeel e, van het OESO-modelverdrag 1977 en later. Deze bepaling luidt als volgt: “For the purposes of this Convention, unless the context otherwise requires:(…) e) the term "international traffic" means any transport by a ship or aircraft operated by an enterprise that has its place of effective management in a Contracting State, except when the ship or aircraft is operated solely between places in the other Contracting State.”

Noot fiscaal jurist over belastingheffing piloot

De vraag is hoe artikel 15 lid 3 moet worden gelezen. Moet de luchtvaartmaatschappij in Nederland zijn gevestigd of niet? In dit geval woont de piloot in Nederland, maar is de luchtvaartmaatschappij niet in Nederland gevestigd. Het OESO modelverdrag stelt iets anders over dit onderwerp, namelijk:

  • In artikel 15, lid 3, van het OESO-modelverdrag 1963, 1977, 1992-2010 (hierna tezamen: het OESO modelverdrag), wordt het heffingsrecht op een andere wijze verdeeld dan in artikel 15, lid 3, van het Verdrag.

    Artikel 15, lid 3, van het OESO modelverdrag luidt als volgt: “Notwithstanding the preceding provisions of this Article, remuneration derived in respect of an employment exercised aboard a ship or aircraft operated in international traffic, or aboard a boat engaged in inland waterways transport, may be taxed in the Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated.”

Volgens het OESO modelverdrag mag dus Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk (feitelijke leiding bedrijf) heffen. Volgens de rechter staat er echter iets anders in het verdrag met Frankrijk, dit is te volgen. In situaties met Italië wordt voor een andere uitleg gekozen (heffing in buitenland). De Rechtbank leest (wellicht terecht) de zuivere tekst van het belastingverdrag "heffing Nederland".

Bron piloten en belastingen

Rechtbank Noord Nederland d.d. 12 september 2014 (ECLI NL RBNHO 2014 8609).

0000-00-00 0000-00-00 4447
Verdrag Nederland - Duitsland voor piloten [news] 2015-07-06

Nieuw belastingverdrag Nederland - Duitsland

Het nieuwe belastinverdrag tussen Nederland en Duitsland bestaat al een tijdje, sinds 12 april 2012, maar is nog niet in werking getreden. Nu de Eerste Kamer het verdrag bij wet van 20 mei 2015 heeft goedgekeurd, lijkt er niets meer in de weg te staan om het verdrag daadwerkelijk per 1 januari 2016 in werking te laten treden.

Belastingheffing piloten

In de oorspronkelijke versie van het nieuwe verdrag is in artikel 14 lid 4 bepaald dat de beloning verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig slechts belast mag worden in het woonland van de werknemer. Dit was een wijziging ten opzichte van het bestaande verdrag waarin (in artikel 10 lid 3) was bepaald dat het land waar de plaats van leiding van de onderneming zich bevindt mag heffen. 

Omdat men het ongewenst vond dat er in het nieuwe verdrag een wijziging zou optreden ten opzichte van het oude verdrag, is door middel van een wijzigingsprotocol overeengekomen dat de situatie ten aanzien van de belastingheffing voor lucht- en zeevarenden ongewijzigd blijft. Kortom, woon je in Nederland en vlieg je voor een Duitse maatschappij, dan mag Duitsland over de inkomsten uit dienstbetrekking heffen en vice versa.

Goed of slecht nieuws    

Voor de gevorderde piloten, die inwoner zijn van Nederland en vliegen voor een Duitse maatschappij, is bovenstaande goed nieuws; zij blijven vallen onder het Duitse regime en betalen daardoor minder belasting dan wanneer ze in Nederland belastingplichtig zouden zijn geworden. Voor beginnende piloten ligt dit anders. Zij zitten meestal met een restant aan aftrekbare scholingskosten (restant persoonsgebonden aftrek) die niet verrekend kunnen worden met de arbeidsinkomsten in Duitsland. Als inwoner van Nederland moet ook in Nederland aangifte gedaan worden van het wereldinkomen en hierop wordt deze aftrekpost wel in mindering gebracht, zonder dat het effect heeft. Men is immers belastingplichtig in Duitsland en Nederland moet voorkoming van dubbele belasting verlenen. Deze voorkoming wordt gegeven voor het inkomen na aftrek van het restant van de scholingskosten. Hierdoor verdampen de aftrekbare kosten zonder er fiscaal voordeel van te hebben.

Compensatieregeling

Nieuw in het verdrag is de zogenaamde compensatieregeling. Deze regelt dat inwoners van Nederland die in Duitsland gaan werken, fiscaal gezien niet slechter af mogen zijn dan wanneer zij dezelfde inkomsten in Nederland hadden gehad. De regeling zorgt ervoor dat men compensatie krijgt ter grootte van het verschil aan belasting en premies volksverzekeringen (of vergelijkbare premies) die zijn verschuldigd in Duitsland ten opzichte van de belasting en premies volksverzekeringen die in Nederland verschuldigd zou zijn. Deze regeling is wellicht een uitkomst voor de startende piloot met een restant aan aftrekbare scholingskosten. Men moet een beroep doen op deze regeling bij het indienen van de aangifte Inkomstenbelasting, voor het eerst over het jaar 2016. 

0000-00-00 0000-00-00 4534
Belastingverdrag Nederland Duitsland, duidelijkheid voor piloten [news] 2016-12-19

Belastingverdrag Nederland - Duitsland, duidelijkheid voor piloten

In het nieuwe belastingverdrag dat al in 2012 is overeengekomen tussen Nederland en Duitsland, was in artikel 14 lid 4 overeengekomen dat de heffing over inkomsten uit dienstbetrekkingen die worden uitgeoefend aan boord van een luchtvaartuig of schip in het internationale verkeer, is toegewezen aan het woonland van de werknemer.

Het verdrag is in werking getreden op 1 januari 2016. Het was echter nog onduidelijk of voornoemd artikel in stand zou blijven of dat dit zou worden gewijzigd naar de situatie zoals die was in het oude verdrag. Nu is hierover duidelijkheid. Het wijzigingsprotocol voor het belastingverdrag Nederland - Duitsland is stilzwijgend goedgekeurd door de Staten-Generaalen treedt  per 31-12-2016 in werking. Voor het jaar 2016 kan men een beroep doen op het oude verdrag op grond van de overgangsregling.

Voornoemde betekent dat de belastingheffing over de inkomsten uit dienstbetrekking van cabinepersoneel van vliegtuigen en voor zeevarenden, voor zover er sprake is van internationaal verkeer, toekomt aan de staat waar de feitelijke leiding van de lucht- / zeevaartonderneming is gelegen. Kortom, per saldo blijft alles bij het oude. 

Advisering

Wilt u weten wat voor u de gevolgen zijn van het wijzigingsprotocol, dan kunt u natuurlijk contact opnemen met de schrijver van dit artikel.

0000-00-00 0000-00-00 4900
Leeftijdsgrens scholingskosten niet discriminerend [news] 2016-11-15

Leeftijdsgrens scholingsaftrek niet discriminerend

De leeftijdsgrens van 30 jaar in de regeling voor scholingsaftrek is niet discriminerend en daarom toegestaan.

In een procedure bij het Europese Hof van Justitie wordt geoordeeld dat een piloot die bij aanvang van de studie 32 jaar is slechts beperkt in aanmerking komt voor studiekostenaftrek en dat geen sprake is van ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie.

De casus

In 2008 is belanghebbende, toen 32 jaar, een opleiding tot verkeersvlieger gestart. In zijn aangifte Inkomstenbelasting 2009 voert hij een persoonsgebonden aftrek op van € 44.057 aan scholingsuitgaven in verband met deze opleiding.

Voor personen jonger dan 30 jaar kunnen dergelijke kosten onder voorwaarden volledig in aftrek worden gebracht. Voor personen van 30 jaar en ouder is de kostenaftrek beperkt tot een bedrag van maximaal € 15.000.

De Nederlandse Belastingdienst heeft op grond van artikel 6.30 Wet IB aan belanghebbende slechts aftrek van € 15.000 toegekend.

Belanghebbende is van mening dat deze leeftijdsgrens discriminerend is en wil volledige aftrek van zijn studiekosten overeenkomstig zijn jongere studiegenoten.

De uitspraak

Het HvJ van de EU oordeelt dat Nederland in haar belastingregels onderscheid mag maken in de fiscale behandeling van scholingsuitgaven naar gelang van diens leeftijd. De regeling is bedoeld om de toegang van jongeren tot een opleiding te bevorderen. Hierbij is het geoorloofd om onder bepaalde voorwaarden de scholingsuitgaven voor personen jonger dan 30 jaar volledig in aftrek toe te staan, terwijl dit recht wordt beperkt voor personen die deze leeftijd al hebben bereikt.

Conclusie: start je opleiding tijdig (voor de 30-jarige leeftijd is bereikt) om nog in aanmerking te komen voor maximale aftrek van scholingsuitgaven.

Bron: Hof van Justitie, 10 november 2016, C-548/15.

0000-00-00 0000-00-00 5004

Piloot werkzaam in Italië krijgt voorkoming dubbele belasting

Op 15 december 2016 is een interessante uitspraak gepubliceerd waaruit blijkt hoe naar een belastingverdrag moet worden gekeken wanneer een piloot in een drielandensituatie verkeert.

Belastingverdragen

Nederland heeft met veel landen in de wereld een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting afgesloten. Hierin is standaard een artikel opgenomen (hierna: pilotenartikel) waarin kortweg staat waar inkomsten uit dienstbetrekking voor werkzaamheden verricht aan boord van een lucht- of zeevaartuig, geëxploiteerd in het internationale verkeer, mogen worden belast. Dit is óf het land waarvan de werknemer inwoner is, óf het land waar de maatschappij waarvoor wordt gevlogen is gevestigd.

Uit deze uitspraak van Rechtbank Den Haag blijkt dat het niet altijd zo eenvoudig is. Wanneer de piloot is gestationeerd in een land waar niet de feitelijke leiding van de luchtvaartmaatschappij is gevestigd, dan is het pilotenartikel niet van toepassing, maar moet gekeken worden naar het artikel dat geldt voor "gewone" werknemers. In dat geval mag in principe het woonland heffen, tenzij men meer dan 183 dagen in het werkland verblijft of er een vaste inrichting van de luchtvaartmaatschappij is in het werkland ten laste waarvan de loonkosten van de piloot zouden moeten komen. Dan mag namelijk het werkland heffen en moet het woonland voorkoming van dubbele belasting verlenen.

Casus Easyjet piloot

De hierboven al genoemde uitspraak gaat over een casus van een Easyjet piloot, wonend in Nederland, gestationeerd in Italïe, waarbij Easyjet is gevestigd in Engeland. Voor de liefhebber laat de Rechtbank in haar uitspraak mooi zien hoe bepaald dient te worden welk verdragsartikel van toepassing is en vervolgens of er sprake is van een vaste inrichting. Voor de piloot in kwestie ging het uiteindeliljk goed, in die zin dat de conclusie is dat Easyjet een vaste inrichting heeft in Italïe voor wiens rekening de loonkosten zouden moeten komen. Het gevolg daarvan is dat Italië mag heffen over de looninkomsten en dat Nederland voorkoming van dubbele belasting moet verlenen.

Praktijk

In de praktijk zie je dat er in de luchtvaart vaak drie of meer landensituaties voorkomen. Bijvoorbeeld luchtvaartmaatschappij gevestigd in Noorwegen, contractor in het VK, gestationeerd in Spanje en woonachtig in Nederland. Of er worden voor een maatschappij zowel internationale vluchten en binnenlandse vluchten gevlogen. Dan wordt het een leuke puzzel om uit te zoeken welke verdragsartikelen van toepassing zijn en waar belasting verschuldigd is. Dan hebben we het nog niet gehad over sociale verzekeringen.

Wij hebben veel ervaring met deze situaties en snappen hoe het werkt. Mocht u dus advies nodig hebben of u zoekt iemand voor het invullen van uw inkomstenbelastingaangifte, dan bent u bij ons aan het goede adres.

Piloot Italië krijgt voorkoming dubbele belasting [news] 2016-12-30 0000-00-00 0000-00-00 5021

Piloot geen ondernemer, maar werknemer

Rechtbank Gelderland heeft op 17 januari 2017 een uitspraak gedaan in een casus waarbij een piloot van mening is dat hij ondernemer is en winst uit onderneming geniet, en de Belastingdienst stelt dat hij als werknemer gezien moet worden. De Belastingdienst krijgt gelijk. In een vergelijkbare zaak voor Rechtbank Den Haag van 17 maart 2017 komt de Rechtbank tot dezelfde uitkomst. Onderstaand behandel ik de uitspraak van Rechtbank Gelderland. De uitspraak van Rechtbank Den Haag vindt u door het volgen van deze link.

Casus

De constructie die door de luchtvaartmaatschappij is toegepast zien we in de praktijk vaak. De piloot sluit een contract met een zogenaamde contractor en wordt door de contractor uitgeleend / ondergebracht bij een luchtvaartmaatschappij. Contractueel wordt uitgesloten dat er sprake is van een dienstbetrekking, dit is echter niet voldoende want de Rechtbank kijkt naar de feiten en omstandigheden. Eerst wordt beoordeeld of er sprake is van een onderneming, dat is niet het geval om o.a. de volgende redenen:

- De piloot heeft maar één opdrachtgever en vliegt maar voor één maatschappij;

- De piloot moet beschikbaar zijn voor werk in vastgestelde periodes;

- De maatschappij bepaalt waar vandaan, wanneer en waar naartoe wordt gevlogen;

- De beslissingen die de piloot zelfstandig neemt zijn niet verschillend van een piloot in dienstbetrekking;

- Contractueel kan de piloot zich laten vervangen, feitelijk blijkt dit bijna onmogelijk te zijn;

- De piloot factureert en investeert niet zelfstandig;

- Het risico op niet betaald worden voor vluchten is vergelijkbaar met een nulurencontract.

Op basis van bovenstaande wordt de piloot onvoldoende zelfstandigheid toegedicht, bovendien loopt hij geen ondernemersrisico. Daarmee valt het doek voor het zijn van ondernemer. Vervolgens is de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking, daarvoor is een gezagsverhouding nodig. Uit bovenstaande punten leidt de Rechtbank af dat er sprake is van een gezagsverhouding. Daardoor worden de inkomsten van de piloot aangemerkt als inkomsten uit dienstbetrekking.

Waar belasting betalen?

Op basis van de uitkomst van voornoemde procedure en het feit dat de luchtvaartmaatschappij in Ierland is gevestigd, komt de heffing over de looninkomsten toe aan Nederland. Dit onderdeel was niet in geschil in de onderhavige procedure. Toch is dit geen automatisme omdat de heffingsbevoegdheid over de arbeidsinkomsten van een piloot o.a. afhankelijk is van de plaats waar hij gestationeerd is, het vestigingsland van de luchtvaartmaatschappij en het antwoord op de vraag of de maatschappij een vaste inrichting heeft in het werkland van de piloot.

Mocht u naar aanleiding van dit artikel vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de auteur.

Piloot is geen ondernemer maar werknemer [news] 2017-04-07 0000-00-00 0000-00-00 5031

Kosten vliegbrevet zijn aftrekbare scholingskosten

Er zijn verschillende procedures gevoerd voor rechtbanken inzake de vraag of de kosten die een werkloze piloot maakt ter behoud van zijn vliegbrevet kwalificeren als aftrekbare scholingskosten. De uitkomsten waren verschillend. Nu zijn er recent twee Hof uitspraken gedaan waarbij beide Hoven concluderen dat de kosten wel aftrekbaar zijn.

Studiekosten piloot

Voor Hof Den Haag en Hof Arnhem leeuwarden liepen vergelijkbare procedures. Het ging om piloten die in respectievelijk 2011 en 2012 een vliegbrevet hebben behaald. Zolang zij geen werk hebben gevonden zullen ze jaarlijks kosten moeten maken om het brevet te kunnen behouden. Het gaat om vlieginstructie, theorieles, de profcheck en een medische keuring.

De hoven zijn het er over eens dat het programma dat gevolgd moet worden voor het behoud van het brevet kwalificeert als opleiding of studie in de zin van artikel 6.27 Wet IB 2001. De kosten zijn dan aftrekbaar rekening houdend met een drempel van tegenwoordig € 250 voor zover de totale scholingskosten niet boven de € 15.000 uitkomen. Hof Den Haag vindt dat de kosten van de medische keuring niet tot de scholingskosten behoren. Hof Den Haag is het daar niet mee eens omdat zonder de keuring deelname aan het programma niet mogelijk is. Haar conclusie is derhalve dat de kosten van de medische keuring bij de scholingskosten horen.

Kosten simulator aftrekbaar voor piloot

In een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam d.d. 22 februari 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:547) (laterHoge Raad d.d. 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1868) kwamen de studiekosten voor een werkeloze piloot aan de orde. Henk wil zijn vliegbrevet behouden en maakt hiervoor kosten (recurrency, single engine vlieguren, simulator uren, cursus Duits aan het Goethe-Institut Niederlande en een vliegmedische keuring). De kosten voor de simulator en de recurrency zijn uiteindelijk aftrekbaar, de overige kosten niet.

Aftrekbare kosten piloot

Werkloze piloten kunnen dus nog gebruik maken van voornoemde Hof uitspraken. Dit kan tot en met het belastingjaar 2018.  Minister Bussemaker had aangekondigd dat de scholingsaftrek vanaf het jaar 2018 wordt afgeschaft. Hiervoor in de plaats zou een systeem komen met vouchers. Het komt er op neer dat dan subsidie kan worden aangevraagd tot een bedrag van maximaal € 2.500. Inmiddels is bekend geworden dat deze maatregel is uitgesteld tot 2019. Het zou ons niet verbazen dat uitstel in dit geval afstel betekend.  

Men kan tot vijf jaar terug vragen om een ambtshalve correctie van de reeds opgelegde aanslagen Inkomstenbelasting. Is er nog geen aangifte gedaan dan kan dit alsnog, ook tot maximaal vijf jaar terug. Dit is altijd de moeite waard omdat ook bij geen of weining inkomsten de aftrekbare scholingskosten worden doorgeschoven naar de toekomst in de vorm van Restant Persoonsgebondenaftrek. Zodra er voldoende inkomsten zijn kan de aftrek dan alsnog verzilverd worden.

Kosten behoud vliegbrevet aftrekbaar Piloten [news] 2017-06-30 2017-06-30 0000-00-00 5163

Piloot heeft recht op voorkoming van dubbele belasting

Op 21 september heeft de Rechtbank Zeeland - West Brabant in een zaak die aanhangig is gemaakt door een gezagvoerder van Easyjet bepaald dat Nederland voorkoming van dubbele belasting moet geven voor de inkomsten uit dienstbetrekking van de gezagvoerder.

Casus Rechtbank

De gezagvoerder is gestationeerd in Italië en woont in Nederland. Om te bepalen wie belasting mag heffen, moet dan naar het belastingverdrag tussen Nederland en Italië worden gekeken. Als er dan sprake is van een vaste inrichting van Easyjet in Italië, dan is de heffing op grond van het verdrag toegewezen aan Italië. Rechtbank Zeeland - West Brabant is, net als eerder al Rechtbank Den Haag, van mening dat er wel sprake is van een vaste inrichting. Easyjet beschikt in Italië over een kantoor. Op het kantoor zijn in totaal 31 personen werkzaam , van waaruit leiding wordt gegeven aan alle 891 personeelsleden die werkzaam zijn in Italië. Alle praktische personele aangelegenheden worden daar geregeld. Ook is in de boekhouding van het hoofdhuis een filiaal administratie van het kantoor in Italië opgenomen, waaraan de salariskosten van het Italiaanse personeel worden doorbelast. Verder merkt de Rechtbank nog op dat dit kantoor over een eigen budget beschikt en dat hiervoor ook een eigen resultatenrekening wordt opgemaakt.

Volgens Rechtbank Den Haag is de daadwerkelijk doorbelasting van de salariskosten niet noodzakelijk.

Hoe bovenstaande precies werkt hebben wij toegelicht in ons artikel “Piloot werkzaam in Italië krijgt voorkoming van dubbele belasting”.

Gerechtshof

De Belastingdienst is, ondanks de naar mijn mening overtuigende omschrijving van de activiteiten van Easyjet in Italië op grond waarvan een vaste inrichting aanwezig wordt geacht, nog steeds van mening dat er geen vaste inrichting is. Zij zijn in hoger beroep gegaan bij het Hof. Het woord is daarom nu aan Hof Den Bosch.

Praktijk

Voor de praktijk zal de uitspraak van Hof Den Bosch interessant zijn. Deze discussie kan ook spelen voor piloten die in dienst zijn bij andere maatschappijen zoals Ryanair of Norwegian Long Haul. Bovendien kan dezelfde discussie ook spelen voor andere landen.

De opstelling van de Belastingdienst wekt verbazing omdat in het geval van bijvoorbeeld Ryanair, Italië en Ierland wel van mening zijn dat er een vaste inrichting in Italië is en zij handelen daar ook naar. De Nederlandse fiscus kan dan moeilijk vanuit Nederland bepalen dat er geen vaste inrichting is, omdat Italië en Ierland hetzelfde begrip hanteren voor het vaststellen van een vaste inrichting. Bovendien wordt door de opstelling van Nederland een dubbele heffing gecreëerd, de piloten betalen namelijk in Italië belasting en krijgen in Nederland geen voorkoming van dubbele belasting.

Het hebben van een vaste inrichting is niet de enige mogelijkheid  om in Nederland voorkoming van dubbele belasting te verkrijgen. Wanneer men meer dan 183 dagen per jaar in het werkland verblijft, kan ook met succes een beroep worden gedaan op voorkoming van dubbele belasting. 

Meer weten?

Wilt u hier meer over weten, dan mag u altijd vrijblijvend contact opnemen met de auteur van dit artikel.

Piloot heeft recht op voorkoming dubbele belasting [news] 2018-03-12 0000-00-00 0000-00-00 5281

Werken in de golfstaten

Voorkoming dubbele belasting

Inwoners van Nederland die werken in de Golfstaten lopen vaak tegen het probleem aan dat ze over de inkomsten uit de werkzaamheden die zij verrichten in de Golfstaten in Nederland belasting moeten betalen.

Dit volgt uit het principe dat in de woonstaat het wereldinkomen aangegeven moet worden. Nederland verleent vervolgens onder voorwaarden voorkoming van dubbele belasting. Voor bepaalde werkzaamheden is de voorkoming echter gelijk aan de in het werkland betaalde belasting. Daar wringt de schoen omdat in de golfstaten niet of nauwelijks belasting wordt geheven. Per saldo wordt dan belasting betaald tegen de in Nederland geldende tarieven.

Concurrentiepositie

De Staatssecretaris is van mening dat bovenstaande tot gevolg heeft dat inwoners van Nederland in een ongunstige concurrentiepositie verkeren ten opzichte van niet-inwoners van Nederland.

Oplossing

Om de concurrentiepositie van de Nederlandse werknemers te verbeteren heeft de Staatssecretaris een besluit (nr. IZV 2017-0000015971, 7 september 2017) uitgevaardigd op grond waarvan inwoners van Nederland voor bepaalde werkzaamheden voorkoming van dubbele belasting mogen claimen volgens de vrijstellingsmethode.

Dit betekent dat, ongeacht de vraag of er belasting is betaald in het werkland, men in Nederland een vrijstelling van belasting krijgt die gelijk is aan de uitkomst van de breuk Inkomen werkland / Totaal wereldinkomen.

Versimpeld betekent dit het volgende. Stel dat je wereldinkomen € 100.000 is waarover je in Nederland € 40.000 belasting bent verschuldigd en € 80.000 van het wereldinkomen wordt verdiend in een golfstaat. Dan krijg je een belastingvrijstelling van 80% van € 40.000, oftewel € 32.000.

Het mag duidelijk zijn dat, als 100% van het inkomen in de golfstaat wordt verdiend, de vrijstelling ook 100% is.

Golfstaten

Met Golfstaten worden bedoeld: Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.

Bepaalde werkzaamheden

Het besluit is bedoeld voor bepaalde werkzaamheden. Dit komt doordat voor veel reguliere werkzaamheden de voorkoming dubbele belasting al geregeld is in belastingverdragen. Met name voor piloten, zeevarenden of werknemers in de offshore is dit niet het geval. Voor deze werknemers is het besluit met name bedoeld.

Terugwerkende kracht tot en met 2015

Dit besluit kan worden toegepast met terugwerkende kracht tot en met 2015. Dus ook als al aangifte is gedaan en er al een aanslag is opgelegd in Nederland kun je er nog een beroep op doen.

Meer weten?

Bent u benieuwd of er belastingvoordeel te behalen is naar aanleiding van voornoemde besluit, dan zoeken wij dat uiteraard graag voor u uit. Daarbij kunnen wij zowel de teruggaafverzoeken met betrekking tot oude jaren als nog in te dienen aangiften voor u verzorgen.   

Werken in de Golfstaten [news] 2018-04-06 0000-00-00 0000-00-00 5313

Kosten medische keuring toch geen scholingskosten

We hebben op onze site eerder over deze kwestie geschreven. Als een piloot zijn brevet wil behouden, zal hij vlieguren moeten maken. Wanneer je dit nog niet kunt doen in de uitoefening van een dienstbetrekking, moet je dit doen door het volgen van programma, bestaande uit een aantal vluchten en een profcheck. Hierbij hoort tevens een medische keuring omdat men zonder deze keuring geen plaats mag nemen in de cockpit. De vraag is of de kosten van de keuring aftrekbaar zijn als scholingskosten.

Uitkomst procedure voor het Hof

In eerste instantie had de Rechtbank al uitspraak gedaan, waarbij zij van mening was dat kosten van de medische keuring onlosmakelijk verbonden waren met het programma dat gevolgd dient te worden voor het behoud van het brevet, en dus aftrekbaar. De Staatssecretaris zag dit anders en ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden. Het Hof was het met de Rechtbank eens. Zij trok de volgende conclusie:

"Gelijk belanghebbende betoogt, vormen de onderhavige kosten van de medische keuring naar het oordeel van het Hof evenzeer scholingsuitgaven als bedoeld in de in 4.1 genoemde wetsbepaling. Redengevend hiervoor acht het Hof de omstandigheid dat tot het [E] Programma onder meer een verplichte lesvlucht behoort (zie 2.3) die, zoals belanghebbende ter zitting heeft betoogd en hetgeen door de Inspecteur niet is weersproken, niet zonder een (positieve) medische keuring kan worden afgelegd. Alsdan moet worden geconcludeerd dat de onderhavige kosten van de medische keuring in een rechtstreeks verband staan met de door belanghebbende gevolgde opleiding of studie. De omstandigheid dat piloten, naar de Inspecteur heeft gesteld, jaarlijks in het kader van hun beroep – derhalve los van een opleiding – ook medisch dienen te worden gekeurd, doet aan deze conclusie niet af."

Met andere woorden, zonder medische keuring kan het lesprogramma niet gevolgd worden, daarom acht het Hof de kosten van de medische keuring wel aftrekbaar.  

Laatste woord is aan de Hoge Raad

De Staatssecretaris bleef volharden in zijn standpunt en zocht zijn heil bij de Hoge Raad. Die heeft immers het laatste en beslissende woord. De Hoge Raad komt op 1 juni 2018, enigszins verrassend, tot een andere conclusie dan de Rechtbank en het Gerechtshof.

"In cassatie is uitgangspunt dat de medische keuring in dit geval een vereiste is voor het uitvoeren van een lesvlucht die noodzakelijk is voor behouden van de geldigheid van het vliegbrevet. Dat brengt echter niet mee dat de kosten van de medische keuring zijn aan te merken als uitgaven die direct verband houden met een leertraject als hiervoor in 2.3.2 bedoeld. Het middel slaagt dus."

De motivering voor het arrest van de Hoge Raad is te vinden in de conclusie van de Advocaat Generaal, hij verwijst naar de wetsgeschiedenis en eerdere jurispudentie van de Hoge Raad:

"Om van scholingsuitgaven in de zin van artikel 6.27 Wet IB 2001 te kunnen spreken – de uitgaven betrekking moeten hebben op het studeren voor het beroep zelf. De in het Memorie van Toelichting bij de Wet IB 2001 opgenomen voorbeelden (“lessen”, “vakliteratuur” en “leermiddelen” hebben alle gemeen dat zij de student leren wat hij later moet kennen en kunnen. Dit is bij een medische keuring niet het geval. Belanghebbende wordt met de medische keuring niet “geschoold”, maar “gekeurd”."

Conclusie en gevolgen voor de praktijk

Het bevreemdt natuurlijk dat twee gerechtelijke instanties een ogenschijnlijk eenvoudige regeling anders uitleggen dan de derde, de Hoge Raad. Voor het rechtsgevoel een onbevredigende uitspraak, de kosten zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden en als men de cursus niet zou volgen, zouden de kosten ook niet gemaakt worden.

Voor de praktijk heeft de uitspraak beperkte gevolgen. Men heeft in Den Haag immers besloten om vanaf 2019 helemaal geen aftrek van scholingskosten meer toe te staan. Er komt een vouchersysteem voor in de plaats. Hoe dit er precies uit gaat zien is nog niet duidelijk, wij zullen u via deze site op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Belangrijke tip voor toekomstige piloten

Voor toekomstige piloten die nog midden in de opleiding zitten of van plan zijn om een opleiding te gaan volgen is het advies om de kosten van de opleiding nog in 2018 te betalen, daarmee behoudt je het volledige recht op scholingsaftrek. Ook als je nog geen inkomsten hebt is dat belangrijk, de aftrek van de scholingskosten kan immers worden doorgeschoven naar toekomstige jaren in de vorm van restant persoonsgebonden aftrek.

Zie ook: Studiekosten piloot.

Voor vragen of nadere informatie over bovenstaande kunt u contact opnemen met de schrijver van dit artikel.  

Medische keuring voor piloot toch geen scholingskosten [news] 2018-06-15 0000-00-00 0000-00-00 5373

Waar betaalt een piloot belasting?

Op 11 februari 2019 heeft Rechtbank Noord Nederland een uitspraak gedaan waaruit blijkt hoe moet worden omgegaan met inkomsten van een piloot (of andere werknemer) die vliegt in het internationale verkeer vanuit Frankrijk. Het is van belang dat in dit geval in Frankrijk wordt gevlogen omdat het belastingverdrag met Frankrijk afwijkt van de meeste andere belastingverdragen die Nederland heeft gesloten.

Feiten inzake deze piloot

Van belang is dat de piloot fiscaal inwoner is van Nederland en het geschil betrekking heeft op zijn werkzaamheden vanuit Frankrijk.

De piloot is in dienst bij een soort uitzendbureau gevestigd in Engeland en vliegt voor een internationale maatschappij die hem (deels) stationeert in Frankrijk. Deze constructie zien wij vaak in de praktijk, ook in combinatie met andere landen.

Belastingverdrag met Frankrijk

De piloot in kwestie vliegt in het internationale verkeer. In dat geval kijk je in het belastingverdrag in het daarvoor bestemde artikel voor werknemers die in het internationale verkeer werken in de luchtvaart dan wel zeevaart, meestal artikel 15 lid 3.

Er zijn dan twee smaken: ofwel het woonland mag belasting heffen, óf het land waar de feitelijke leiding van de maatschappij waarvoor wordt gevlogen mag heffen. In het verdrag tussen Nederland en Frankrijk staat dat het woonland mag heffen. Hierdoor hoeft het woonland geen voorkoming van dubbele belasting te geven, maar moet Frankrijk afzien van belastingheffing.

In het verdrag met Frankrijk is iets bijzonders aan de hand. Het verdrag kent namelijk geen definitie van het begrip internationaal verkeer. Hierdoor vallen alle werkzaamheden in het internationale verkeer onder dit artikel, ook wanneer je vliegt voor een niet in Frankrijk gevestigde maatschappij.

Hoe werkt de belastingheffing met overige landen

Wanneer de piloot niet in Frankrijk had gevlogen, dan had de belastingheffing anders kunnen uitpakken. Gebruikelijk is namelijk dat er wel een definitie van internationaal verkeer in het verdrag staat. Hierin is bepaald dat voor de uitleg van een belastingverdrag slechts sprake is van internationaal verkeer wanneer de feitelijke leiding van de maatschappij in één van beide landen is gelegen. Hierdoor is dit artikel alleen van toepassing wanneer je vliegt voor een maatschappij waarvan het hoofdkantoor of een zelfstandig opererend onderdeel van die maatschappij in het woon- of werkland is gevestigd.

In de constructie zoals die hierboven is beschreven is de vliegmaatschappij niet gevestigd in het woonland en ook niet in het werkland. In dat geval moet je niet kijken naar het artikel voor internationaal verkeer, maar naar het artikel dat geldt voor "gewone" werknemers, vaak artikel 15 lid 1 en 2 van het verdrag.

Daarin staat dat in principe het woonland mag heffen tenzij je meer dan 183 dagen hebt verbleven in het werkland of indien er sprake is van een zogenaamde vaste inrichting in het werkland waaraan de loonkosten van de werknemer toegerekend zouden moeten worden. Als je aan één van beide voorwaarden voldoet, moet het woonland (Nederland) voorkoming van dubbele belasting verlenen. In de praktijk zie je dit bij bijvoorbeeld Easyjet, Ryanair en Norwegian.

Standpunt fiscus inzake piloten en belasting

De Nederlandse fiscus onderschrijft bovenstaande lezing. Waar in de praktijk over gediscussieerd wordt is de vraag of er wel sprake is van een vaste inrichting van de vliegmaatschappij in het werkland. In het geval van Easyjet Italië is hier uitgebreid over geprocedeerd, zie onderstaande gerelateerde artikelen. Hof Den Bosch heeft daarbij bepaald dat er wel degelijk een vaste inrichting is in Italië voor Easyjet. De Belastingdienst lijkt dit aan de Hoge Raad te gaan voorleggen.

Voor het aantal dagen verblijf maakt voornoemde discussie niet uit. Voldoe je aan het criterium van 183 dagen, dan heb je recht op voorkoming van dubbele belasting. Het is daarom van belang om goed bij te houden hoeveel dagen je in je werkland bent geweest. Dit betreft alle dagen, niet alleen werkdagen.

Tot slot

Wij hebben uitgebreide ervaring met alles wat te maken heeft met fiscaliteit en sociale verzekeringsplicht bij werknemers in het internationale verkeer. Mocht u advies nodig hebben op dit gebied of hulp willen bij het opstellen van uw aangifte, dan kunt u contact opnemen met één van de auteurs van dit artikel.

Waar moet piloot belasting betalen? [news] 2019-03-10 0000-00-00 0000-00-00 5826

Voorkoming van dubbele belasting bij piloten

Op onze site hebben wij al vaker aandacht besteed aan dit vraagstuk. Vorige maand hebben wij hierover geschreven in relatie tot een piloot die gestationeerd was in Frankrijk.  Zie het artikel 

In maart 2018 hebben we geschreven over de Nederlandse piloot die voor zijn werkgever EasyJet is gestationeerd in Italië, (zie artikel)

Op deze uitspraak is nu een vervolg gekomen door een uitspraak in hoger beroep van het Gerechtshof Den Bosch, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:170

Casus

In het kort gaat het om de vraag of een piloot die inwoner is van Nederland recht heeft op voorkoming van dubbele belasting voor de inkomsten die hij heeft ontvangen uit dienstbetrekking bij EasyJet, waarbij zijn thuisbasis Italië is, Milaan / Malpensa om precies te zijn.

Rechtbank Zeeland-West Brabant heeft al geoordeeld dat dit het geval is, Hof Den Bosch heeft in haar uitspraak bevestigd dat er recht bestaat op voorkoming van dubbele belasting. Deze uitspraak maakt des te meer duidelijk hoe complex en ongunstig de situatie kan zijn voor piloten, maar ook voor cabinepersoneel en zeevarenden. In de onderhavige casus is er namelijk nog steeds sprake van gedeeltelijke dubbele belasting.

Welk verdragsartikel is van toepassing?

In meerlandensituaties moet altijd bekeken worden welk verdragsartikel van toepassing is, van daaruit kan worden bepaald welk land heffingsbevoegd is en of er recht is op voorkoming van dubbele belasting.

Wanneer de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is in het woonland of het thuisland, wordt niet voldaan aan de definitie voor internationaal verkeer zoals deze in de meeste verdragen staat, met uitzondering van Frankrijk. Gevolg hiervan is dat niet het artikel van toepassing is dat speciaal bedoeld is voor werknemers in het internationale verkeer (meestal artikel 15 lid 3), maar het artikel voor de gewone werknemer (meestal artikel 15 lid 1 en lid 2). Dit laatste is in de casus met EasyJet en Italië ook het geval en speelt ook bij werknemers van Ryan Air, Norwegian, etc.

De hoofdregel is dan dat het woonland belasting mag heffen tenzij de werknemer meer dan 183 dagen per jaar in het werkland verblijft of zijn inkomen ten laste komt van een in het werkland gevestigde vaste inrichting. Het is dus zaak om te beginnen met dagen tellen, voldoe je aan de 183-dagenregel, dan is verder kijken niet nodig en bestaat er recht op voorkoming van dubbele belasting. Voldoe je hier niet aan, dan wordt het lastiger want dan moet je aantonen dat er sprake is van een vaste inrichting in Italië. De EasyJet piloot in deze casus verbleef 73 dagen in Italië en moet dus aantonen dat er sprake is van een vaste inrichting.

Eigenlijk een onmogelijke bewijslast voor een werknemer van een grote luchtvaartorganisatie. Je zou mogen verwachten dat de verschillende landen dit in onderling overleg samen met de werkgever afstemmen (vooral binnen Europa) om te voorkomen dat de werknemer de dupe wordt. Dat gebeurt blijkbaar niet. In de onderhavige casus is de piloot er toch in geslaagd om aan te tonen dat EasyJet een vaste inrichting in Italië heeft. Gevolg: er bestaat recht op voorkoming van dubbele belasting.

Voor welke inkomsten voorkoming van dubbele belasting?

Nu duidelijk is dat er recht bestaat op voorkoming van dubbele belasting, is de vraag waarover de voorkoming moet worden berekend. In deze casus is de voorkoming berekend naar evenredigheid van het aantal door belanghebbende in Italië verbleven dagen ten opzichte van het totaal aantal gewerkte dagen. Feitelijk heeft belanghebbende een contract gesloten met de Italiaanse branch en is op zijn volledige inkomen in Italië belasting ingehouden.

De Nederlandse Belastingdienst geeft in dit geval dus voorkoming van dubbele belasting op het inkomen dat ziet op de nationale vluchten en op de internationale vluchten. Volgens de letter van het belastingverdrag is Italië echter alleen bevoegd om te heffen over het inkomen dat ziet op de in of boven Italië gewerkte dagen. Voor de werkzaamheden buiten Italië (internationaal verkeer) heeft Nederland het heffingsrecht. Wanneer Nederland dit consequent toepast, ontstaat er dubbele heffing omdat Italië blijkbaar niet bereid is om het inkomen dat ziet op de internationale vluchten vrij te stellen. 

Hoop voor de toekomst van piloten die werkzaam zijn in het buitenland

In de toekomst zal dit probleem hopelijk minder vaak voorkomen. In het nieuwe OESO-modelverdrag uit 2017 is de definitie van internationaal verkeer aangepast. Het is daarin niet langer noodzakelijk dat de feitelijke leiding van de maatschappij is gevestigd in het woonland of het werkland, eigenlijk de situatie die nu al bestaat met Frankrijk. Hierdoor is een opsplitsing van het inkomen niet langer nodig en kan of het woonland of het werkland (thuisbasis) heffen. Zolang er echter geen nieuwe verdragen zijn of de OESO-landen gezamenlijk besluiten om zich hieraan te conformeren, blijft de fiscale positie van een piloot, cabinepersoneel of een zeevarende een uitdaging.

Voorkoming van dubbele belasting bij piloten [news] 2019-04-04 0000-00-00 0000-00-00 5867

Per diem vergoeding piloten onbelast

Met name piloten die werkzaam zijn bij buitenlandse maatschappijen lopen tegen problemen aan bij het vaststellen van hun belastbare inkomen in Nederland. Voor de Nederlandse aangifte moeten de belaste verdiensten uit het buitenland namelijk worden vastgesteld op basis van de Nederlandse wet- en regelgeving. Piloten lopen dan tegen het probleem aan dat de Belastingdienst de per diem vergoeding wil belasten.

Uitspraak Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag heeft in een uitspraak van 2 april 2020 geoordeeld dat de per diem vergoeding onder voorwaarden wel als onbelaste vergoeding aangemerkt dient te worden. In de casus ontving de piloot een per diem gebaseerd op het aantal uren dat hij niet op de basis was. In een bijlage bij zijn arbeidsovereenkomst staat omschreven waarvoor de vergoeding bedoeld is. De omschrijving is niet heel duidelijk, echter de rechtbank oordeelt dat voldoende duidelijk is dat de per diem bedoeld is voor de uitgaven die een piloot onderweg maakt voor zaken als eten, drinken en overnachtingen. De Inspecteur van de Belastingdienst wilde de vergoeding belasten, de rechtbank corrigeert dit echter.

Voorwaarden onbelaste per diem voor piloten

Een per diem is niet altijd onbelast. Wanneer een werkgever een vergoeding geeft onder de noemer per diem, zonder hierbij in een arbeidsovereenkomst, bijlage of via een CAO aan te geven waarvoor de vergoeding is bedoeld, gaat het niet goed. Een tweede belangrijke voorwaarde is, dat de piloot kan aantonen dat hij de kosten waar de per diem voor bedoeld zijn ook daadwerkelijk gemaakt zijn middels bonnen, rekeningen of bank- / creditcardafschriften.

Voor piloten is dus van belang dat ze de arbeidsvoorwaarden goed nakijken en zo nodig de werkgever vragen om vast te leggen waar de per diem voor bedoeld is. Daarnaast is het devies: betaal met een creditcard of bewaar bonnetjes.

Ten onrechte belasting betaald over per diem?

Wanneer u denkt ten onrechte belasting te hebben betaald over uw per diem vergoeding, dan kunt u contact opnemen met ondergetekende. We kunnen dan samen kijken of het mogelijk is om alsnog een teruggaaf te krijgen van de ten onrechte betaalde belasting.

Per diem piloot onbelast Piloten [news] 2020-05-08 0000-00-00 0000-00-00

De belastingdienst stelt zich vaak op het standpunt dat een per diem vergoeding voor een piloot belastbaar inkomen is. Dit is echter niet altijd het geval. Rechtbank Den Haag heeft op 2 april 2020 een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat de vergoeding onder voorwaarden (goede omschrijving en betaalbewijzen bewaren) onbelast is.

6567
Waar betalen piloten belasting [news] 2014-10-10

Piloot gestationeerd in buitenland

Een piloot is gestationeerd in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Waar moet deze piloot belasting betalen?

Waar moet een piloot belasting betalen?

Luchtvaartpersoneel wordt in het internationale belastingrecht anders behandeld dan de werknemer die in het buitenland of in Nederland werkt. Meestal moeten piloten belasting betalen in het land waar de onderneming waarvoor hij werkt gevestigd is, soms echter ook in het land waar de piloot woont. Uiteindelijk zullen het belastingverdrag en de feiten bepalen waar de piloot belasting moet betalen. Wij adviseren regelmatig piloten die zich buiten Nederland gaan vestigen, dit heeft veel invloed (andere woonplaats) maar kan een substantieel fiscaal voordeel opleveren. Een alternatief is dat de piloot gaat werken voor een rechtspersoon die feitelijk (en ook qua bestuur) is gevestigd in het buitenland (bijvoorbeeld Cyprus). Emigreren naar Malta, Italië of Spanje kan een substantieel voordeel opleveren, mits juist uitgevoerd !

Procedure over piloot

De Rechtbank oordeelt over een piloot die in Nederland woont, maar werkt voor een werkgever (luchtvaartmaatschappij) in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De vraag is of Nederland belasting mag heffen over de opleiding.

De Rechtbank is van mening dat de piloot in Nederland belasting moet betalen. Waarom?

  1. Artikel 15 lid 3 van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk stelt: Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van één van de Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer, of aan boord van een schip dat dient voor het vervoer in de binnenwateren, slechts in die Staat belastbaar.
  2. Het Verdrag met Frankrijk is in 1973 gesloten en bevat geen definitie van het begrip “internationaal verkeer”. In het OESO-modelverdrag 1963 stond evenmin een definitie van dit begrip. Eiser betoogt dat het begrip dient te worden uitgelegd volgens de definitie gegeven in artikel 3, lid 1, aanhef en onderdeel e, van het OESO-modelverdrag 1977 en later. Deze bepaling luidt als volgt: “For the purposes of this Convention, unless the context otherwise requires:(…) e) the term "international traffic" means any transport by a ship or aircraft operated by an enterprise that has its place of effective management in a Contracting State, except when the ship or aircraft is operated solely between places in the other Contracting State.”

Noot fiscaal jurist over belastingheffing piloot

De vraag is hoe artikel 15 lid 3 moet worden gelezen. Moet de luchtvaartmaatschappij in Nederland zijn gevestigd of niet? In dit geval woont de piloot in Nederland, maar is de luchtvaartmaatschappij niet in Nederland gevestigd. Het OESO modelverdrag stelt iets anders over dit onderwerp, namelijk:

  • In artikel 15, lid 3, van het OESO-modelverdrag 1963, 1977, 1992-2010 (hierna tezamen: het OESO modelverdrag), wordt het heffingsrecht op een andere wijze verdeeld dan in artikel 15, lid 3, van het Verdrag.

    Artikel 15, lid 3, van het OESO modelverdrag luidt als volgt: “Notwithstanding the preceding provisions of this Article, remuneration derived in respect of an employment exercised aboard a ship or aircraft operated in international traffic, or aboard a boat engaged in inland waterways transport, may be taxed in the Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated.”

Volgens het OESO modelverdrag mag dus Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk (feitelijke leiding bedrijf) heffen. Volgens de rechter staat er echter iets anders in het verdrag met Frankrijk, dit is te volgen. In situaties met Italië wordt voor een andere uitleg gekozen (heffing in buitenland). De Rechtbank leest (wellicht terecht) de zuivere tekst van het belastingverdrag "heffing Nederland".

Bron piloten en belastingen

Rechtbank Noord Nederland d.d. 12 september 2014 (ECLI NL RBNHO 2014 8609).

0000-00-00 0000-00-00 4447

Zeevarende en fiscus

Piloten en zeevarenden zitten fiscaal in een bijzondere positie als het gaat om de heffing van belastingen. Er zijn door Nederland vele verdragen afgesloten die specifieke bepalingen kennen voor zeevarenden en piloten. Daarnaast gelden er bijzondere regels voor de premieheffing (sociale verzekeringen). Wij zijn gespecialiseerd in advisering van zeevarenden en piloten.

Belastingverdragen zeevarenden

Nederland heeft meer dan 100 belastingverdragen gesloten. In deze belastingverdragen zijn specifieke afspraken gemaakt voor zeevarenden / scheepslieden. Meestal wordt aangesloten bij de woonplaats van de schipper.

Drielandensituatie zeevarende

Voor de gevallen dat een schipper in Nederland woont en werkt voor een buitenlandse werkgever die onder de vlag vaart van een ander land gelden vaak andere regels.

Fiscale vragen zeevarenden

Heeft u een fiscaal probleem of wilt u een open en deskundig advies over uw situatie? Bel gerust voor een vrijblijvende afspraak.

Zeevarenden en fiscus [news] 2017-04-26 0000-00-00 0000-00-00 5128
Laatste update : 18-08-2021
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. en of haar vestingen/ deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.

Deel deze pagina

U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Banners Piloot

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap